CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerp meerjarenbegroting 2022-2025 Veiligheidsregio Haaglanden

Raad Besluitvorming 27 mei 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2022 Veiligheidsregio Haaglanden19.120 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ONTWERP MEERJARENBEGROTING 2022 – 2025

‘verbindend vakmanschap in veiligheid en zorg’

Bezoekadres Dedemsvaartweg 1 - 2545 AP Den Haag / Postbus 52155 - 2505 CD Den Haag

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3

Algemeen (blz 2) Inleiding Doelstelling Taken

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Beleidsmatige ontwikkelingen (blz 4) De veiligheidsregio Brandweer Rampenbestrijding en crisisbeheersing GHOR Meldkamers (GnkM en MKB) Gemeentelijke crisisbeheersing

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Programma Veiligheid (blz 8) Raming van lasten en baten Toelichting op grondslagen Financiële ontwikkelingen Financiën in hoofdlijnen

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Paragrafen (blz 13) Gemeentelijke bijdrage Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Overzicht van baten en lasten en toelichting van programmaonderdelen (blz 27) Brandweerzorg Crisisbeheersing MKB GnkM GHOR Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead

6

Vaststelling meerjarenbegroting 2022-2025 (blz 48)

7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Bijlagen (blz 49) Kostenverdeelstaat Verdeling naar taakvelden Inkomensoverdracht van het Rijk Investeringsplan Liquiditeitsplanning Reserves en voorzieningen Geprognotiseerde balans EMU saldo Afkortingenlijst

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

1

1. 1.1

Algemeen Inleiding

Voor u ligt de meerjarenbegroting (2022-2025) van de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De VRH is een door de Wet Veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. Nederland telt in totaal 25 veiligheidsregio’s, waarbij elke regio anders is georganiseerd en andere taken kent. Voor de VRH geldt dat deze regionaal de belangen behartigt op het gebied van: Brandweerzorg. In Haaglanden is sprake van één regionaal korps: Brandweer Haaglanden. Binnen de gehele regio ontvangt elke gemeente vergelijkbare brandweerzorg. Voor het 24/7 bestrijden van incidenten bestaat de operationele dienst uit beroepsmedewerkers en vrijwilligers, verdeeld over 23 kazernes. Beiden worden ingezet voor de dagelijkse brandweerzorg, waarbij specialistische taken bij beroeps zijn belegd. De vrijwilligers zijn van groot belang voor het borgen van de slagkracht die nodig is voor de bestrijding van grote en langdurige incidenten. Naast incidentbestrijding is ook risicobeheersing een hoofdtaak. Jaarlijks wordt hiervoor een uitvoeringsprogramma vastgesteld in overleg met de gemeenten. Ook worden de taken van de meldkamer brandweer uitgevoerd. Zorg. De ‘kolom’ Zorg van de VRH bestaat uit de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en de geneeskundige meldkamer (GnkM), die ook de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) omvat. - De GHOR is o.a.

verantwoordelijk voor de inzet en coördinatie van het optreden van de geneeskundige (hulp)diensten bij incidenten. Dat betreft onder meer ambulancediensten, ziekenhuizen, huisartsen en GGD. - De geneeskundige meldkamer omvat mede de MKA die, op basis van een SLA met de Regionale Ambulancevoorziening (RAV), de ambulancemeldingen verwerkt. Naast een gemeenschappelijke regeling is de VRH ook een regionaal samenwerkingsverband met betrekking tot: -

Gemeentelijke crisisbeheersing. Sinds 2010 zijn de gemeentelijke processen zoveel mogelijk geüniformeerd, waardoor de 9 gemeenten als één kolom (de ‘oranje’ kolom genoemd) optreden m.b.t. bevolkingszorg. Hoewel deze ‘kolom’ geen deel uitmaakt van de VRH als gemeenschappelijke regeling, is deze activiteit wel in deze begroting opgenomen omdat deze kolom via de VRH-begroting wordt gefinancierd.

-

Rampenbestrijding en crisisbeheersing (‘multidisciplinaire samenwerking’). In regionaal verband werken de brandweer, geneeskundige kolom, gemeentelijke crisisbeheersing en de eenheid Den Haag van de Nationale Politie samen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hierbij wordt de focus primair gelegd op het dagelijkse werk van de hulpdiensten (“99% van het werk”), en vindt de voorbereiding op rampen en crises als een afgeleide daarvan plaats. Op deze manier wordt voorkomen dat de voorbereiding op rampen en crises op zichzelf staat en onvoldoende aansluit bij het werk van de hulpdiensten.

De 4 kolommen vormen de vaste kern van de multidisciplinaire samenwerking, maar deze samenwerking wordt waar nodig per onderwerp verbreed met andere partners, zoals waterschappen.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

2

1.2

Doelstelling

De doelstelling is verwoord in artikel 2, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). De Veiligheidsregio Haaglanden behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening. 1.3

Taken

De taken van de VRH staan benoemd in artikel 3 van de GR. Aan het Algemeen Bestuur worden de taken overgedragen zoals genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. In aanvulling op de taken die de Veiligheidsregio op het basisniveau voor gemeenten verricht op grond van artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s (basispakket), kan per gemeente worden overeengekomen dat de Veiligheidsregio ten aanzien van deze taken een hoger voorzieningenniveau levert (pluspakket). In artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s staan de volgende taken: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid (brandweerzorg); d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i.

het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

3

2

Beleidsmatige ontwikkelingen

2.1

De veiligheidsregio

De beleidsmatige ontwikkelingen binnen de VRH spelen zich af binnen de kolommen (brandweer, zorg, gemeentelijke crisisbeheersing en in het verlengde daarvan de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing, alsook de gemeenschappelijke meldkamer). In de hierna volgende paragrafen worden deze ontwikkelingen nader toegelicht. 2.2

Brandweer

Het beleid van Brandweer Haaglanden blijft ook de komende jaren gericht op het waarborgen van de fysieke veiligheid in de regio. De ingezette koers van de afgelopen jaren focust op het leveren van zorg op maat, op basis van de hulpvraag, maatschappelijke ontwikkelingen én met inachtneming van de mogelijke risico’s. Met het vaststellen van het meerjarenbeleidsplan ‘Verantwoord doorontwikkelen 2020-2025’ wordt deze koers voortgezet. Het risicoprofiel is de basis voor het ontwikkelen van de brandweerinzet om de juiste zorg op het juiste moment te kunnen leveren. In 2020 is een start gemaakt met de uitwerking van de thema’s verdichting, energietransitie en duurzame inzetbaarheid. Voor de thema’s energietransitie en verdichting zal verder worden gewerkt aan het in kaart brengen van risico’s die op langere termijn in breder perspectief spelen. Op basis van deze risico’s wordt ingezet op de doorontwikkeling van materieel en procedures én het blijven investeren in de ontwikkeling van kennis. Op het gebied van duurzame inzetbaarheid wordt vorm gegeven aan diverse oplossingsrichtingen, te weten de instroom en het behoud van nieuwe medewerkers, het inzetbaar houden van huidige medewerkers en het werk op een andere, innovatieve manier met elkaar organiseren, om de uitdagingen van nu én de toekomst aan te kunnen.

De uitbraak van COVID-19 heeft -naast maatschappelijke impact- ook een aanzienlijke inwerking gehad op de brandweer. Diverse interne processen zijn aangepast om de uitvoering van primaire taken in stand te kunnen houden. De komende periode moet het heropstarten van de organisatie en het normaliseren van de bedrijfsvoering vorm krijgen. De VRH zal ook in deze periode investeren om in het kader van risicobeheersing een prominente gesprekspartner en adviseur van de gemeenten te blijven. Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Risicobeheersing blijft het handvat voor de gemeenten voor de activiteiten op dit vakgebied. Deze activiteiten worden binnen de afdeling gedragen door de teams Omgevingsveiligheid, Objectveiligheid, Gebruiksveiligheid en Beleidsontwikkeling & Procesondersteuning. Het programma is opgesteld vanuit de expertise van deze teams en in samenwerking met de gemeenten. Het uitvoeringsprogramma wordt omgevingsrechtproof gemaakt en geeft daarmee richting aan de risicobeheersingsactiviteiten voor de komende jaren. Dit alles wel met het besef dat risicobeheersing nog volop in ontwikkeling is. Immers, om een prominente adviseur te blijven moet worden ingespeeld op de ontwikkelingen die van invloed zijn op het uit te voeren werk. Voorbeelden zijn onder meer de Omgevingswet en opgaven op het gebied van circulaire economie, klimaatverandering, energietransitie, en verdichting.

Verdichting in de steden is regionaal en lokaal in ontwikkeling. Dit resulteert in bouwwerken die dichter op elkaar staan, hoogbouw, complexe inrichting en functiemenging. Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

4

De energietransitie ontwikkelt in een dermate tempo dat veiligheidsmaatregelen in regelgeving ongelijklopen/ achterlopen op dit tempo. De energietransitie en verdichting is topprioriteit voor de brandweer en daarmee voor risicobeheersing. Gevolgen worden gemonitord, onderzocht en ondergebracht in de veiligheidsadvisering. Deze advisering vindt in toenemende mate risicogericht plaats. Daarmee worden de risico’s geduid en de gemeenten en initiatiefnemers geadviseerd verder te kijken dan het minimale regelgevingsniveau. Dit zodat de brandweer bij een incident in deze complexere omgeving- en bouwwerken niet voor een onmogelijke taak komt te staan en de gebruikers veilig kunnen ontvluchten. 2.3

Rampenbestrijding en crisisbeheersing

De VRH bevordert de veiligheid en gezondheid van allen die zich in het gebied van de veiligheidsregio bevinden door de samenwerking tussen burgers, private en publieke partijen te stimuleren en te faciliteren. Ter voorbereiding op de incidenten en crises die buiten de ‘dagelijkse zorg’ vallen en die een multidisciplinair en veelal grootschalig optreden vergen, beschikt de VRH over een actueel Regionaal Risicoprofiel, een Beleidsplan Rampenbestrijding en Crisisbeheersing en een Regionaal Crisisplan. In het beleid wordt rekening gehouden met een samenleving die steeds complexer wordt. Een van de opgaven is veiligheid in relatie tot stedelijke verdichting, en wat dit betekent voor de inrichting van de openbare ruimte en veiligheid. Veiligheid en gezondheid zijn een zaak van ons allen. Goede samenwerking kan het effect van een ramp of crisis beperken en bijdragen aan de continuïteit van de samenleving. Daarom heeft de veiligheidsregio samenwerking hoog in het vaandel staan en is nauwe samenwerking met private en publieke partijen wenselijk en noodzakelijk. Onlangs is in opdracht van de minister van Justitie en Veiligheid een evaluatie uitgevoerd naar de Wet veiligheidsregio’s. In deze evaluatie1 is deze wet in de praktijk onderzocht en is bezien of de huidige wet bruikbaar is in het licht van actuele en toekomstige ontwikkelingen.

De komende kabinetsperiode is erop gericht om – met behoud van het goede – een toekomstbestendig, samenhangend stelsel voor de crisisbeheersing en brandweerzorg te realiseren. Deze ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. 2.4

GHOR

De GHOR is integraal onderdeel van het systeem van veiligheidszorg in Nederland. Voor een goede hulpverlening moet zij zorg dragen voor een effectieve en efficiënte samenwerking tussen de zorgketen en de fysieke veiligheidspartners: brandweer, politie en gemeenten. Deze publieke taak wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Bestuur en het opperbevel van de burgemeester (lokale rampen en crises) of de voorzitter van de Veiligheidsregio (bovenlokale rampen en crises). Hiermee is de GHOR hét aanspreekpunt voor het Openbaar Bestuur bij kwesties op het gebied van opgeschaalde acute en publieke zorg. De GHOR houdt overzicht over de partijen die hierin een rol spelen, monitort zorgcontinuïteit in de regio en coördineert bij zorgschaarste. Zij doet dit met oog voor het belang van de groep. De GHOR heeft hiermee een publieke taak in de semipublieke omgeving van de gezondheidszorg. De samenleving verandert snel en is complexer aan het worden. Dit geeft uitdagingen die invloed hebben op de wijze waarop de GHOR denkt invulling te geven aan haar opdracht. Belangrijk, het komende jaar, voor de positie van de GHOR zijn de uitkomsten van de evaluatie Wet Veiligheidsregio’s. Op dit moment is het kabinetsstandpunt met betrekking tot de conclusies van 1 http://www.evaluatiewvr.nl

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

5

de evaluatiecommissie nog niet bepaald en is men in afwachting van wat ook de evaluatie van de Covid crisis ons gaat leren over de rol en de positie van de GHOR bij een dergelijke crisis. Thema’s voor de volgende beleidsperiode Om flexibel te kunnen reageren op wat zich voordoet, is het noodzakelijk dat reeds proactief, in de koude fase, geïnvesteerd wordt in relevante netwerken, zodat stevige relaties zijn opgebouwd. De GHOR gaat het netwerkmanagement dan ook verder vormgeven en uitbreiden de komende beleidsperiode. Met het thema “verbreden van het netwerk” richt de GHOR zich de komende jaren op het aansluiten bij bestaande en nieuwe netwerken, het vormen van nieuwe samenwerkingsverbanden en het verrichten van onderzoek naar dynamische samenwerkingsverbanden over (regio)grenzen heen. Vanuit het feit dat de maatschappij digitaliseert en er een overload aan data op instellingen af komt, is het de ambitie van de GHOR om deze data om te zetten in bruikbare integrale informatie die tijdens crisis óf gebruikt wordt bij de sturingsvraagstukken óf prospectief inzicht biedt. De COVID-19 crisis heeft de behoefte aan een 24/7 actueel en gedeeld geneeskundig beeld meer dan bevestigd.

Met het thema “de GHOR creëert een actueel en gedeeld (geneeskundig) beeld” heeft de GHOR als doel te groeien naar een informatieknooppunt door aan te sluiten op bestaande en toekomstige informatiesystemen in de zorg en veiligheidsregio’s om zodoende een actueel en gedeeld geneeskundig beeld te creëren en proactief te monitoren en waar mogelijk te sturen. Daarnaast kan het omzetten van data naar een voorspellende waarde voor belangrijke stakeholders inzicht verschaffen om uitspraken te kunnen doen over mogelijke scenario’s en trends. 2.5

Meldkamers (GnkM en MKB)

Het Transitieakkoord (TA) ‘Meldkamer van de Toekomst’ uit 2013 is nu in de eindfase beland. De LMS zal in de ‘bouwplaats’ periode (2020 – 2022) de gezamenlijke meldkamers verder gestalte geven. Gedurende die tijd zullen de rafelranden als gevolg van de overgang verder worden afgehecht. De VRH heeft middelen gereserveerd voor zowel de afhechting van de rafelranden als voor het optimaliseren van de meldkamerfunctie. Bij de producten is dit nader toegelicht. Met de overdracht van het beheer zijn afspraken gemaakt om zaken als gezag en governance te waarborgen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de regeling hoofdlijnen beleid en beheer meldkamers, die samen met de wet Wijziging meldkamers geldt vanaf 1 juli 2020. Sinds 1 januari 2021 is de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen in werking getreden. Op dit moment voert de geneeskundige meldkamer van de VRH meldkamertaken uit in opdracht van de (coöperatie) Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Haaglanden. De afspraken over deze uitvoering zijn vastgelegd in een Service Level Agreement (SLA). Feitelijk fungeert de VRH hiermee als onderaannemer van het RAV. Als gevolg van de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen is het voor RAV’s echter niet meer toegestaan om voor de meldkamerfunctie een onderaannemer in te schakelen.

De RAV en VRH hebben uitgesproken dat de huidige uitvoering van de meldkamertaak wordt gecontinueerd totdat een oplossing is bereikt. Aan deze oplossing wordt thans gezamenlijk gewerkt, waarbij het VRH-bestuur belang hecht aan publieke borging en een multidisciplinaire organisatie van de geneeskundige meldkamerfunctie. In dit kader wordt verkend of de VRH lid kan worden van de coöperatie RAV Haaglanden.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

6

2.6

Gemeentelijke crisisbeheersing

Door de (wereldwijde) uitbraak van COVID-19 en de aanpassingen die dat van gemeenten heeft gevergd op vrijwel alle werkterreinen heeft de gezamenlijke implementatie van het regionale plan gemeentelijke crisisbeheersing zeker een jaar vertraging opgelopen. Het heeft er echter ook voor gezorgd dat gemeenten lokaal in meer of minder mate ervaring hebben opgedaan met de beoogde werkwijze: er is domein overstijgend gewerkt en de scheiding tussen de reguliere en de crisisorganisatie is vervaagd. De inzichten die dit heeft opgeleverd worden gebruikt om de prestaties voor gemeentelijke crisisbeheersing te concretiseren en de ‘koude’ en ‘warme’ organisatie (zowel gemeentelijk als intergemeentelijk) hier op aan te sluiten.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

7

3

Programmabegroting Veiligheid

3.1

Raming van lasten en baten

Meerjarenraming van lasten en baten

(bedragen in duizenden euro's) Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Lasten

109.185

103.963

104.888

104.644

104.219

104.459

Baten

110.647

101.209

104.414

104.224

104.339

104.339

Saldo lasten en baten

-1.462

2.754

474

420

-120

120

1.558

2.754

474

420

-120

120

Mutatie reserves Resultaat

-3.020

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting

0

0

0

0

0

0

Resultaat na belasting

-3.020

0

0

0

0

0

Raming lasten en baten programma-activiteiten jaarschijf 2022

(bedragen in duizenden euro's) Mutatie

Lasten

Baten

Reserve

Brandweerzorg

76.619

76.539

Rampenbestrijding en crisisbeheersing

2.167

Meldkamer/MKB

1.883

Meldkamer/GnkM GHOR Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead Bedrijfsvoering onvoorzien Totaal

Saldo

80

0

2.167

0

0

1.683

200

0

3.498

3.498

0

0

2.125

2.125

0

0

825

705

120

0

17.585

17.511

74

0

185

185

0

0

104.888

104.414

474

0

Financiële ontwikkelingen

(bedragen in duizenden euro's) Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verloopstaat lasten 2021 naar 2022 Begroting 2021

104.808

104.613

104.564

104.139

Interne verschuiving tussen producten

0

0

0

0

0

Voorcalculatie trend 2022

0

1.286

1.286

1.286

1.286

Nacalculatie trend voorgaande jaren

-249

-249

-249

-249

-249

Overige ontwikkelingen

-596

-762

-957

-957

-643

103.963

104.888

104.644

104.219

104.533

Totaal

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

8

104.139

De VRH heeft voor het jaar 2022 € 474.000 aan incidentele baten. Het betreft de vrijval van specifieke reserves voor incidentele lasten. Structureel begrotingssaldo

(bedragen in duizenden euro's) begroting 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

Saldo baten en lasten

2.754

474

420

-120

begroting 2025 120

Vrijval reserves

2.754 0

594 120

420 0

0 120

120 0

0

0

0

0

0

Incidentele lasten en baten

2.754

474

420

-120

120

Structureel begrotingssaldo

0

0

0

0

0

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

1.804

0

0

0

0

Frictiekosten OMS

200

100

100

0

0

Programma gemeentelijke crisisbeheersing

120

120

0

0

0

Extra afschrijving tankautospuit

74

74

0

0

0

Uitgaven realistisch oefenen

120

0

120

0

120

Bouwfase LMS

100

200

200

0

0

FLO officieren

336

100

0

0

0

2.754

594

420

0

120

Dotatie reserves Begrotingssaldo na bestemming

Overzicht Incidentele lasten

(bedragen in duizenden euro’s) Rekening 2020

Verlaging gemeentelijke bijdrage

Saldo

3.2

0

Toelichting op grondslagen

De grondslagen zijn gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De grondslagen zijn van toepassing voor begroting en jaarrekening. Niet alle grondslagen zijn direct relevant voor de begroting. Algemeen Algemeen uitgangspunt is dat het stelsel van baten en lasten wordt toegepast. Hoofdregel is dat als prijsgrondslag de historische kostprijs inclusief BTW wordt gehanteerd. Op basis van de Wet markt en overheid is getoetst dat de VRH niet als ondernemer voor de vennootschapsbelasting moet worden aangemerkt. Materiële vaste activa Voor de investeringen en kapitaallasten in deze begroting geldt: - De post materiële vaste activa betreft investeringen met economisch nut. - De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de oorspronkelijke verkrijgingof vervaardigingprijs en worden als regel annuïtair (panden) of lineair (overig) afgeschreven. - Afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte technische of economische levensduur. Waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen. De afschrijving vangt aan het eerste boekjaar na ingebruikname van het actief. Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

9

Vlottende activa en passiva - Vlottende activa en passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen worden gewaardeerd onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Reserves De VRH kent (naast specifieke bestemmingsreserves) een aantal reserves. - Algemene reserve betreft het eigen vermogen (weerstandscapaciteit) van de VRH. - Egalisatiereserve OMS: voor- en nadelen van de OMS exploitatie worden t.g.v./t.l.v. deze reserve gebracht. Overheadtoerekening en vernieuwing BBV De meerjarenbegroting is vervaardigd volgens het vernieuwde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De wijzigingen richten zich met name op: - de opname van uniforme taakvelden (zie bijlage 7.2); - meer inzicht in de kosten van overhead (zie 5.7 overzicht overhead); - opnemen van een geprognotiseerde balans en het EMU-saldo (zie bijlagen 7.7 en 7.8). In deze begroting is een overzicht Overhead opgenomen. Een gevolg van de voorschriften is dat er tussen de producten een andere verrekening ontstaat. De PIJOFACH-kosten (Personeel, Informatievoorziening, Juridisch, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting) worden niet verdeeld over de producten, maar verantwoord op het overzicht overhead. De kazernes worden conform landelijke richtlijnen toegerekend aan het primair product. Daarnaast worden leidinggevenden volgens de BBV als overhead aangemerkt.

Ook deze lasten staan gerubriceerd onder het overzicht Overhead. 3.3

Financiële ontwikkelingen

Jaarschijf 2022 De jaarschijf 2022 in deze begroting is ten opzichte van de voorgaande begroting 2021 - 2024 met € 275.000 gestegen van € 104.613.000 tot € 104.888.000. De wijzigingen: Trend 2022 € 1.037.000 De trendsystematiek voor de VRH is volledig in lijn met de kaderbrief voor gemeenschappelijke regelingen van de gemeenten. De begroting van de VRH bestaat voor circa 65% uit personeelskosten. Om aan te sluiten bij de opbouw van de begroting, baseert de VRH de indexatie op een gecombineerde loon-/prijsindex. Dit zijn de index ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ en ‘nationale consumentenprijsindex’. In voorgaande jaren was het percentage gebaseerd op de meest recente informatie van het Centraal Plan Bureau (CPB). Door de verkiezingen zullen die pas op 31 maart 2021 bekend zijn. Dit is te laat voor tijdige bestuurlijke behandeling. Daarom zijn de MEV (Macro Economische Verkenningen) indexcijfers van het CPB, zoals ook opgenomen in de kaderbief van de gemeenten, in deze tabel gebruikt.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

10

Het trendpercentage voor 2022 bedraagt 1,41% ( € 1.286.000). De trend voor voorgaande jaren is met -0,28% bijgesteld (-/- € 249.000). Dit geeft het volgende overzicht: Tabel 1. Trend Trend Begroting 2021 MEV kaderbrief gemeenten Nacalculatie Begroting 2022

(bedragen in duizenden euro's) 2019 (%)

2020 (%)

2021 (%)

3,84% 3,84% 0,00%

2,29% 3,52% 1,23%

2,42% 0,92% -1,51% -0,28%

t/m 2021

2022(%)

2022

1,41% -249

1,41%

1.286

Overige ontwikkelingen -/- € 762.000 De meest relevante wijziging betreft de beëindiging van de exploitatie van het openbaar meldsysteem (OMS). Per 1 januari 2021 is deze overgedragen aan de markt. De aansluitingen op de meldkamer worden nu via private partijen aangeboden. Hierdoor vervallen de uitgaven en de inkomsten in de VRH-begroting (-/- € 985.000). Daarnaast nog een toename van per saldo € 223.000. Het betreft onder meer verhoging van de BDUR met € 170.000 en toename van de gemeentelijke bijdrage vanwege het hoger aantal inwoners € 108.000. Tot slot nog enkele mutaties, waaronder die in reserves, ten bedrage van per saldo -/- € 55.000. Jaarschijf 2021 De jaarschijf 2021 in deze begroting is ten opzichte van de voorgaande begroting 2021 - 2024 herzien met -/- € 845.000 en gedaald van € 104.808.000 tot € 103.963.000. De wijzigingen: Vrijval reserve OMS ten gunste van gemeenten De VRH heeft de OMS-exploitatie overgedragen aan de markt. De resterende reserve OMS van € 1.804.000 is niet benodigd en kan vrijvallen. Hierdoor is het mogelijk de gemeentelijke bijdrage voor 2021 incidenteel te verlagen voor hetzelfde bedrag. Trend 2021 -/- € 249.000 De nacalculatie op de trend is conform de MEV cijfers van september 2020 bijgesteld (zie toelichting bij jaarschijf 2022).

Overige ontwikkelingen -/- € 596.000 De meest relevante wijzigingen zijn de eerder bij jaarschijf 2022 toegelichte posten beëindiging van de exploitatie van het OMS (-/- € 985.000) en de verhoging van de BDUR (€ 170.000). Tot slot nog enkele mutaties, waaronder die in reserves, ten bedrage van per saldo € 219.000.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

11

3.4

Financiën in hoofdlijnen

Om snel inzicht te geven in de geldstromen van de VRH twee grafieken. Aan welke producten geven we het uit? De grafiek geeft weer dat 73% van het geld naar brandweerzorg gaat. De overige producten krijgen samen 27%. Grafiek 1. Aandeel uitgaven producten

Aandeel uitgaven per producten 17% 1% 3% 2% 2% 2%

73%

Brandweerzorg

Crisisbeheersing

GHOR

MKB

GMK

Gemeentelijke crisisbeh.

Overhead

En wat voor kosten betreft het? De personeelskosten (incl. FLO) zijn met bijna 64% de grootste post. De kosten van de 2e loopbaan als onderdeel van de overgangsregeling zijn hier nog niet begroot. De overige 31% betreft kapitaallasten en goederen en diensten. Grafiek 2. Aandeel uitgaven kostensoorten

Aandeel uitgaven naar kosten 24% 7% 64% 5%

Personeelskosten

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

Overgangsregeling FLO

12

Kapitaallasten

Goederen en diensten

4

Paragrafen

4.1

Gemeentelijke bijdrage

De gemeentelijke bijdrage is veruit de grootste inkomstenbron voor de VRH. Grafiek 3 geeft weer dat in totaal 88% van de inkomsten door de gemeenten wordt betaald. Grafiek 3. Aandeel inkomsten stakeholders

Aandeel inkomsten van stakeholders 1%

8%

Gemeenten

RAV

3%

88%

Rijk

Overigen

De gemeentelijke bijdrage is voor 2022 geïndexeerd met 1,41% (€1.286.000).Deze berekening volgt uit de MEV cijfers van het CPB overeenkomstig de kaderbrief van de gemeenten. De trend voor voorgaande jaren is met -0,28% (- € 249.000) bijgesteld. Dit houdt per saldo in een stijging van € 1.037.000. In de begroting 2022 is sprake van een bijdrage per inwoner variërend tussen € 58,56 voor Midden Delfland (landelijk) en € 89,60 voor Den Haag (grootstedelijk). De inwonerbijdrage van Delft (stedelijk) bedraagt met € 82,23 ongeveer het gemiddelde van de inwonerbijdrage. De bijdrage van de gemeenten volgt de ontwikkeling van het aantal inwoners. De stijging van het aantal inwoners in Haaglanden bedraagt 0,5% (5.280 inwoners). Het AB heeft bij de vaststelling van het verdeelmodel besloten dat hiervan 25% wordt doorberekend. Dit resulteert in een stijging van de bijdrage met € 108.000. Hieruit worden regionale ontwikkelingen bekostigd.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

13

De verdeelsystematiek De onderliggende verdeelsystematiek, die leidt tot de bijdrage per inwoner, heeft de VRH in de bestuursvergadering in december 2017 vastgesteld. De VRH-kosten van de gemeenten bestaan grofweg uit drie onderdelen, boxen genoemd: Box 1

Brandweerzorg De kosten van box 1 worden toegerekend naar brandveiligheidsrisico’s en de mate van verstedelijking. Deze kosten hebben betrekking op de regionale basis brandweerzorg, specialistische brandweerzorg en brandweer Multi kosten. Deze kosten behelzen circa 80% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.

Box 2

Algemene kosten De kosten van box 2 zijn gebaseerd op algemeen nut en zijn een gelijk bedrag per inwoner. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor bedrijfsvoering, meldkamer, crisisbeheersing, GHOR en gemeentelijkje crisisbeheersing. Deze kosten behelzen circa 20% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.

Box 3

Aanvullend maatwerk De kosten van box 3 worden per gemeente afgerekend met de individuele gemeenten. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor de overgangsregelingen (FLO) en een gemeentelijk pluspakket (strandveiligheid in Den Haag). (bedragen in duizenden euro's)

Tabel 2. Bijdrage per inwoner per gem. Gemeente

2021

2022

2023

2024

Inwoners t.b.v. begroting

2025

2021

2022

Categorie grootstedelijk Den Haag

88,64

89,60

89,60

89,60

89,60

545.163

547.757

Zoetermeer

77,83

78,68

78,68

78,68

78,68

125.283

125.265

Delft

81,34

82,23

82,23

82,23

82,23

103.659

103.588

Leidschendam-Voorburg

79,88

80,75

80,75

80,75

80,75

76.553

76.417

Rijswijk

87,53

87,94

87,94

87,94

87,94

54.432

55.205

Westland

63,70

64,40

64,40

64,40

64,40

110.357

111.366

Pijnacker Nootdorp

65,67

66,39

66,39

66,39

66,39

55.329

55.668

Wassenaar

77,14

77,98

77,98

77,98

77,98

26.214

26.939

Midden Delfland

57,93

58,56

58,56

58,56

58,56

19.344

19.409

Gemiddelde bijdrage gemeenten

81,69

82,55

82,55

82,55

82,55

Categorie stedelijk

Categorie kleinstedelijk

Categorie landelijk

1.116.334 1.121.614

* De bepaling van de aantallen inwoners wordt altijd begin maart uitgevoerd op basis van de laatste gegevens van het CBS over het aantal inwoners per 1 januari 2021.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

14

In de volgende tabel is de bijdrage per gemeente weergegeven. Tabel 3. Bijdrage per gemeente Gemeente

2021 incidenteel

(bedragen in duizenden euro's) 2021

2022

2023

2024

2025

Categorie grootstedelijk Den Haag

-956

48.323

49.082

49.082

49.082

49.082

Zoetermeer

-193

9.751

9.856

9.856

9.856

9.856

Delft

-167

8.432

8.518

8.518

8.518

8.518

Leidschendam Voorburg

-121

6.115

6.170

6.170

6.170

6.170

Rijswijk

-94

4.765

4.855

4.855

4.855

4.855

Westland

-139

7.030

7.171

7.171

7.171

7.171

Pijnacker Nootdorp

-72

3.634

3.696

3.696

3.696

3.696

Wassenaar

-40

2.022

2.101

2.101

2.101

2.101

-22

1.121

1.137

1.137

1.137

1.137

-1.804

91.191

92.585

92.585

92.585

92.585

Categorie stedelijk

Categorie kleinstedelijk

Categorie landelijk Midden Delfland Totale bijdrage gemeenten

Een bedrag van € 0,15 per inwoner (€ 185.000) voor de post onvoorzien wordt niet op voorhand in rekening gebracht. Het Algemeen Bestuur heeft in deze opzet de ruimte om eigenstandig te besluiten voor onvoorziene zaken tot (maximaal) € 0,15 per inwoner extra te heffen. Er wordt een vrijval van de reserve OMS voorgesteld ten gunste van de gemeenten. Deze aanpassing zorgt ervoor dat de gemeentelijke bijdrage in 2021 incidenteel verlaagd wordt met € 1,8 mln. (2%). 4.2

Weerstandsvermogen en beheersing van risico’s

Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op potentiële risico’s en de vertaling van deze risico’s tot een acceptabel weerstandsvermogen. Risicomanagement is het bewust worden, identificeren, kwantificeren en beheersen van relevante risico’s. De risico’s worden twee keer per jaar geïnventariseerd en geactualiseerd. Vervolgens wordt bepaald of het hier afgedekte, of niet afgedekte risico’s betreft. Voor de niet afgedekte risico’s dient een weerstandscapaciteit te worden aangehouden. Weerstandscapaciteit Op basis van risico-identificatie en de risicomatrix is de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Uitgangspunt hierbij is de statische benadering die ervan uitgaat dat de risico’s zich niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voor zullen doen. De weerstandscapaciteit binnen de VRH bestaat uit de algemene reserve. Deze reserve dient ter dekking van geïdentificeerde risico’s van materiële aard. Risico’s met een beperkt financieel beslag worden gedekt uit de lopende exploitatie en de post onvoorzien. De toevoeging van een voordelig resultaat aan de algemene reserve is regel tot de algemene reserve het maximum heeft bereikt van 1% van de begrotingsomzet. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot een hogere algemene reserve. De post onvoorzien, groot € 185.000, is gebaseerd op € 0,15 per inwoner. Daarnaast Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

15

wordt de weerstands-capaciteit gevormd door de deelnemende gemeenten die garant staan voor de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden. Verloop van reserves en voorzieningen De VRH heeft een algemene reserve en een aantal bestemmingsreserves. Het verloop tot en met 2020 is in onderstaande tabel zichtbaar. Voor het verdere verloop wordt verwezen naar bijlage 7.6. Tabel 4. Reserves Rekening

Toename

Onttrekking

2020

(bedragen in duizenden euro's) ToeOntEindstand name trekking Eindstand

2021

2022

Algemene reserve

1.457

30

0

1.487

0

0

1.487

Algemene reserve VRH

1.457

30

0

1.487

0

0

1.487

OMS

2.204

0

2.004

200

0

100

100

Bestemmingsreserve LMS

500

0

100

400

0

200

200

Gemeentelijke crisisbeheersing

275

0

120

155

0

120

35

Realistisch oefenen

153

0

120

33

120

0

153

Verkorte levensduur tankautospuiten

148

0

74

74

0

74

0

Affinancieren operationele officieren

436

0

336

100

0

100

0

Bestemmingsreserves VRH

3.716

0

2.754

962

120

594

488

Te bestemmen resultaat 2020

3.020

-3.020

0

0

0

0

0

Totale reserve

8.193

-2.990

2.754

2.449

120

594

1.975

Bestemmingsreserve OMS De VRH heeft in 2020 de exploitatie van het OMS aan de markt overgedragen. Het OMS is aangepast zodat abonnees via meerdere aanbieders kunnen aansluiten. Abonnees kunnen hun eigen aanbieder kiezen. Op termijn zullen ook deze aansluitingen overgaan naar het LMS platform in de loop van de ‘bouwplaats’ periode 2021 – 2023. De bestemmingsreserve zal deels gebruikt worden om de VRH frictiekosten voor 3 jaren te dekken (€ 400.000). Het restant van € 1.804.000 zal ten gunste van de gemeenten komen. Door de reserve te laten vrijvallen is een incidentele verlaging van de gemeentelijke bijdrage mogelijk. Bestemmingsreserve LMS Het beheer van de meldkamer is per 1 januari 2020 overgegaan naar de LMS. De LMS geeft in de ‘bouwplaats’ periode 2021 – 2023 verder gestalte aan de gezamenlijke meldkamers. In deze periode worden rafelranden als gevolg van de overgang afgehecht. Het ministerie van JenV heeft op basis van de afspraken landelijk ‘Uitwerkingskader Meldkamer’ € 0,5 mln. voor achterblijvende kosten overgemaakt (instemming AB 30 mei 2018). Met de vorming van deze reserve kunnen kosten als gevolg van de transitie worden opgevangen. Reserve gemeentelijke crisisbeheersing (bevolkingszorg) De reserve gemeentelijke crisisbeheersing is bij het vaststellen van de jaarrekening 2014 (AB 8 juli 2015) ontstaan.

Ter implementatie van het regionale plan gemeentelijke crisisbeheersing zou in 2020 een programma starten van twee jaar. Vanwege Corona is dit traject opgeschoven. Dit programma geeft gemeenten een gezamenlijk referentiekader voor onderdelen die elke gemeente lokaal vorm moet geven. Zo kunnen gemeenten kiezen bij welke activiteit zij actief betrokken zijn en bij welke zij alleen gebruik maken van uitwerkingen door en/of ervaringen van andere gemeenten (best practices/ kennisdeling). Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

16

Realistisch oefenen Bij de vaststelling van de jaarrekening 2018 (AB april 2019) is een reserve ingesteld voor realistisch oefenen. Eén maal per twee á drie jaar wordt het gehele repressieve personeel realistisch geoefend. Via deze bestemmingsreserve worden de kosten geëgaliseerd over de jaren. Bestemmingsreserve verkorte levensduur tankautospuiten Bij de vaststelling van de jaarrekening 2017 (AB april 2018) is een reserve ingesteld om de technische problemen met de levensduur van een aantal tankautospuiten op te lossen. De afschrijvingstermijn van de betreffende tankautospuiten is met 3 jaar verkort van 15 naar 12 jaar. Dit heeft tot gevolg dat de komende jaren sprake is van extra afschrijvingskosten. Bestemmingsreserve affinancieren operationele officieren Het AB heeft in januari 2020 besloten tot de affinanciering van de operationele officieren. Vanwege het verhogen van de AOW leeftijd en het vervallen van de levensloopregeling per 1-12022 is besloten het FLO-overgangsrecht aan te passen. In het nieuwe FLO-overgangsrecht 2018 (hoofdstuk 9f CAR/UWO) is de 60-jarigenregeling voor officieren vervallen. Besloten is (analoog aan artikel 9e:11, vierde lid) tot de affinanciering van operationele officieren. De resterende kosten ten bedrage van ca. € 436.000 komen ten laste van deze bestemmingsreserve.

Te bestemmen resultaat 2020 Het bestuur van de VRH zal april 2021 in haar vergadering besluiten over de resultaatbestemming. Het voorstel is het saldo grotendeels ten gunste van de gemeenten te laten komen. Risico’s De VRH onderkent een aantal niet afgedekte risico’s. Hieronder is aangegeven welke risico’s de VRH onderkent en in hoeverre, indien dit risico zich voordoet, een beroep wordt gedaan op de weerstandscapaciteit. Incidentele risico’s 2e Loopbaanbeleid Per 1 januari 2006 is de FLO afgeschaft en vervangen door verplicht loopbaanbeleid voor personeel in bezwarende functies. Essentie van het loopbaanbeleid is dat medewerkers twintig jaar werkzaam zijn in een bezwarende functie en daarna overstappen naar een andere functie. Om dit mogelijk te maken investeren medewerker en werkgever in een passende beroepsopleiding. Vanaf 2021 worden er binnen de Veiligheidsregio verschillende initiatieven ontplooid om medewerkers in de operationele dienst hierbij te faciliteren. Indien de caoafspraken in overleg met de vakbonden tussentijds niet worden aangepast zal hier vanaf nu rekening mee worden gehouden. Daarnaast kan de uitkomst van het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) aangeven dat het voor een brandweermedewerker verstandig is eerder naar een niet-bezwarende functie door te stromen. Tot nu toe is gebleken dat het percentage uitval door de PPMO zeer beperkt is.

Het risico is berekend op € 107.000. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) De Wnra regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde status krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. In dit kader komen bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten in de plaats van de huidige eenzijdige aanstellingen en zullen er cao’s moeten worden afgesloten in plaats van eenzijdig vastgestelde rechtspositieregelingen. De regeling is voor de brandweer in 2021 nog niet van kracht. Binnen de brandweer wordt gewerkt met zowel beroepsmedewerkers als vrijwilligers. Vrijwilligers hebben momenteel een ambtelijke aanstelling, maar onderscheiden zich van andere Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 17 AB 7 april 2021 – versie 1.2

ambtenaren doordat zij zijn uitgezonderd van veel wettelijke en rechtspositionele bepalingen. De Wnra kan leiden tot het (gedeeltelijk of volledig) einde van het huidige systeem van brandweervrijwilligers en een kostenstijging van 30% tot 50%. Voor de VRH met 280 vrijwilligers zou dit circa € 600.000 per jaar bedragen. De veiligheidsregio’s hebben uitstel verkregen voor invoering van de Wnra om een oplossing te zoeken voor het knelpunt. Inmiddels hebben in opdracht van de Brandweerkamer van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van JenV onderzoeken plaatsgevonden die zich richten op Europese en internationaalrechtelijke regels in relatie tot de huidige rechtspositie van de brandweervrijwilliger. Uit de onderzoeken blijkt dat, om een onderscheid in rechtspositie tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen te handhaven, er ook onderscheid dient te zijn in aard van het werk, opleiding en arbeidsomstandigheden. De Minister van JenV doet samen met het Veiligheidsberaad vervolgonderzoek naar de mogelijkheden voor herinrichting van de brandweerzorg in Nederland waardoor het rechtspositionele onderscheid tussen beroepsbrandweermensen en vrijwilligers gehandhaafd kan blijven. In de loop van 2021 wordt over dit vervolgonderzoek een standpunt verwacht.

Het berekende risico komt onveranderd uit op € 467.000 Structurele risico’s Niet verzekerbare risico’s Verzekeraars zijn steeds minder bereid om bepaalde risico’s te verzekeren. Zo zijn verzekeraars bijvoorbeeld gestopt met het aanbieden van de verzekering ter dekking van de predispositie voor brandweervrijwilligers. Predispositie is het risico dat een medewerker onder diensttijd letsel oploopt of overlijdt, zonder dat aangetoond kan worden dat dit veroorzaakt wordt door een dienstongeval. Ook is groot molest bijvoorbeeld voortkomend uit terrorismegevolgbestrijding niet verzekerbaar in Nederland. In geval van schade (uitval van materieel en nazorg nabestaanden en personeel) kan een beroep worden gedaan op de Nederlandse Herverzekering maatschappij voor Terrorismeschade (NHT). De veiligheidsregio’s onderzoeken landelijk wat de ontwikkelingen en mogelijkheden op dit vlak zijn. De VRH houdt rekening met een financieel restrisico. Het risico is berekend op € 242.000. Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers De VRH hecht er aan de brandweerzorg in Haaglanden te blijven verzorgen door een beroepsbezetting in combinatie met vrije-instroomvrijwilligers. De beschikbaarheid van de vrijwilligers in de dag-situatie wordt een steeds grotere uitdaging.

Om de paraatheid te kunnen blijven garanderen wordt het verloop van de vrijwilligers permanent gemonitord en daar waar mogelijk beïnvloed. Naast wervingscampagnes wordt ook het bedrijfsleven actief benaderd. Zij kunnen medewerkers stimuleren toe te treden tot de brandweer om zodoende de beschikbaarheid te vergroten. Daarnaast zijn vier posten opgeleid om te werken met variabele voertuigbezetting en wordt dagdienstpersoneel opgeleid als brandweervrijwilliger om overdag vanuit de Westlandse kazernes in de voertuigbezetting te kunnen voorzien. Dit vergroot onze flexibiliteit. Gezien de landelijke terugloop in aantallen vrijwilligers onderkent de VRH dat ondanks de inspanningen de werving niet volledig zal slagen. Het risico is berekend op € 293.000. Aansprakelijkheid dienstverlening De dienstverlening van de VRH is vastgelegd in procedures. Zo zijn kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening geborgd. Mocht de kwaliteit van de dienstverlening onverhoopt tekort schieten, dan is dit risico deels afgedekt via een WA verzekering. De ervaring leert dat er sprake is van een restrisico (juridische kosten etc.). In het geval van een grieppandemie is de kwantiteit een risico. In dat geval wordt enerzijds de zorgvraag groter, anderzijds valt veel personeel wegens ziekte uit. Het risico is deels afgedekt door bijvoorbeeld het Draaiboek Grieppandemie en Afschaalmodel Brandweer.

Het restrisico wordt geraamd op € 138.000. Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

18

Cyberdreiging/digitale dreiging De kans op een cyberaanval op een overheidsinstantie wordt door het NCSC (Nationaal Cyber Security Centrum) in Nederland als reëel ingeschat. De VRH beperkt dit risico door middel van het maken van afspraken over informatiebeveiliging met haar medewerkers, leveranciers en ketenpartners. Het risico van een aanval is nooit volledig te voorkomen. Daarnaast bestaat het risico dat er een datalek optreedt. Bij een datalek, dat veroorzaakt kan worden door een cyberaanval maar ook andere oorzaken kan hebben, kunnen persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen recht hebben op toegang tot deze gegevens. Het vervolg risico voor de personen kan bestaan uit stigmatisering, tot schade aan de gezondheid, financiële schade of tot (identiteits)fraude. Dit kan ook gevolgen hebben voor de VRH. De VRH houdt rekening met een financieel restrisico, welk mogelijk moet worden ingezet om de schade te repareren. Dit risico legt een beslag op het weerstandsvermogen van € 133.000. Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW Voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid van medewerkers, het werkgeversrisico WGA (Wet Gedeeltelijke Arbeidsongeschiktheid), is de VRH eigen risico drager. Dit is financieel voordeliger dan het volledig te verzekeren. Met ingang van 2017 is de regelgeving gewijzigd en omvat het eigen risicodragerschap ook de WGA–flex en de ZW.

Ook voor de gevolgen van de werkeloosheidswet is de VRH verplicht eigen risico drager, dit betreft zowel tijdelijke als vaste medewerkers. In de budgetten is hier rekening mee gehouden. Echter deze keuze brengt wel een restrisico met zich mee. Het totale beslag op het weerstandvermogen is berekend op € 107.000. Overgangsregeling FLO Begin 2018 is het akkoord “Reparatie FLO-overgangsrecht Brandweerpersoneel” door werkgevers en werknemers definitief ondertekend. Een nadere uitwerking van het akkoord betrof nog een tweetal zaken: ”loopbaanbeleid voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006” en “verrekening van de door de werkgever opgebouwde levensloop tegoeden”. Het akkoord is in het voorjaar van 2019 definitief afgerond. Belangrijke essenties van de regeling is dat er in 2020 en 2021 versneld wordt gespaard (gebruik makend van de levensloopregeling) zodat zoveel mogelijk de fiscale boete van 52% wordt voorkomen. Daarnaast is sprake van een netto garantie voor de werknemer. De exacte uitwerking van het versneld sparen is juni 2020 tussen werkgevers en bonden overeengekomen. In 2020 bleek de uitwerking een sterke stijging voor het versneld sparen in de jaren 2020 en 2021. De netto garantie en de complexe regeling maken de uitgaven lastig voorspelbaar.

Wijzigingen in (fiscale) regels, maar ook de individuele keuzes van medewerkers (eerder of later uittreden) hebben direct effect op de uitgaven. De deelnemende gemeenten dragen individueel zorg voor een voorziening voor deze kosten en zijn separaat geïnformeerd over de indicatieve financiële effecten. In die zin is er voor de VRH geen sprake van een financieel risico. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen bestemmingsreserves of voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. Deze ratio bedraagt nu 0,98 (1.457/1.487). De ratio is lager dan 1,00 (= precies voldoende) en dit betekent dat het weerstandsvermogen matig is. Voorgesteld wordt om € 30.000 toe te voegen vanuit het resultaat 2020 zodat het weerstandsvermogen voldoende is. Volledigheidshalve de toevoeging dat als risico’s zich onverhoopt tegelijkertijd voordoen en in de maximale omvang, die de gewenste weerstandscapaciteit te boven gaan.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

19

Tabel 5 Risicoberekening

(bedragen in duizenden euro's)

Risico’s versus weerstandscapaciteit

2022

Incidentele risico’s 2e loopbaan beleid

107

Wet normering rechtspositie ambtenaren

467

Structurele risico’s Niet verzekerbare risico's

242

Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers

293

Aansprakelijkheid dienstverlening

138

Cyberdreiging / digitale veiligheid

133

Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW

107

Geïdentificeerde niet afgedekte risico’s – gewenste weerstandscapaciteit

1.487

Beschikbare weerstandscapaciteit Voorstel toevoeging uit voordelig resultaat

1.457 30

Weerstandscapaciteit na voorgestelde resultaatbestemming

1.487

1.457 +30 (voorstel verhoging) Ratio weerstandsvermogen = ---------------------------------------------1.487 Tabel 6. Ratio weerstandvermogen

= 1,00

(x) betekenis

Betekenis

Ratio weerstandsvermogen

Uitstekend

> 2,0

Ruim voldoende

1,4 < x < 2,0

Voldoende

1,0 < x < 1,4

Matig

0,8 < x < 1,0

Onvoldoende

0,6 < x < 0,8

Ruim onvoldoende

< 0,6

Het rijk heeft een regeling gepubliceerd over financiële kengetallen. Deze kengetallen moeten de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in de begroting en jaarverslag opnemen. Er worden in dit besluit zes kengetallen benoemd. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de VRH niet van toepassing. De overige zijn in onderstaande tabel opgenomen.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

20

Tabel 7. Financiële kengetallen

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Netto schuldquote

97,0%

109,6%

111,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

97,0%

109,6%

111,7%

Solvabiliteitsratio

6,5%

2,0%

1,5%

Structurele exploitatieruimte

2,7%

0,0%

0,0%

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de netto schuldenlast van de VRH ten opzichte van de baten. De VRH heeft voor ruim € 60 mln. materiele vaste activa op de balans staan waarvan ca. 70% gebouwen (kazernes). Ter financiering zijn leningen aangegaan voor bijna € 50 mln. Daarnaast heeft de VRH ruim € 40 mln. vooruit gefactureerde gemeentelijke bijdragen op de balans staan. Deze posten leiden ertoe dat de schuldquote hoog is. De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de VRH aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De veiligheidsregio zelf heeft een beperkt eigen vermogen, omdat gemeenten garant staan voor eventuele risico’s. Als gevolg hiervan is een ratio van < 10% aanvaardbaar. De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de VRH tegenvallers kan opvangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. De flexibiliteit is beperkt. 4.3

Onderhoud kapitaalgoederen

Panden De VRH heeft een 24-tal panden in gebruik. De kazernes in Den Haag (6), Delft (1), Rijswijk (1), Leidschendam-Voorburg (1), Pijnacker-Nootdorp (1), Wassenaar (1) en Zoetermeer Oosterheem (1) zijn in eigendom van de VRH. De overige kazernes in Midden-Delfland (3), Westland (7) en Zoetermeer Stadshart (1) worden net als de Yp (1) gehuurd. Op 4 locaties zijn kantoor werkplekken beschikbaar. Op basis van het in 2020 geactualiseerde duurzame meerjarige onderhoudsplan (DMJOP), is de dotatie 2022 vastgesteld op € 779.000. De activiteiten in het onderhoudsplan garanderen dat de panden op het onderhoudsniveau 3 (voldoende) blijven. Hierbij is gedacht aan lange termijn functionaliteit, veiligheid, maar ook aan duurzaamheid en reductie van energieverbruik. Bij het gunnen van langjarige onderhoudscontracten voor installatieonderhoud is energiebesparing een speerpunt. De fluctuatie in de uitgaven wordt opgevangen via de voorziening groot onderhoud. Hiervoor geldt een ondergrens van € 25.000 per activiteit. Overig onderhoud valt onder de reguliere exploitatie. Het verloop tot en met 2022 is in onderstaande tabel weergegeven. Voor het verdere verloop tot 2025 wordt verwezen naar bijlage 7.7. Tabel 8. Voorziening groot onderhoud

(bedragen in duizenden euro's)

Rekening 2020

Begroting 2021 Toename

Onttrekking

Begroting 2022

Eindstand

Toename

Onttrekking

Eindstand

Voorziening groot onderhoud

2.312

779

233

2.858

779

640

2.997

Voorzieningen VRH

2.312

779

233

2.858

779

640

2.997

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

21

Overige kapitaalgoederen De VRH heeft ook voor het voertuigenbestand, waaronder 73 1e-lijns voertuigen zoals tankautospuiten, en de overige repressieve middelen een meerjarig investeringsplan en een onderhoudsplanning vastgesteld. De onderhoudsplanning omvat ook de verplichte keuringen en certificeringen van het operationeel materiaal. Het onderhoudswerk wordt grotendeels in eigen beheer gedaan. In tegenstelling tot panden zijn de jaarlijkse kosten redelijk stabiel en worden de kosten gedekt uit de jaarlijkse exploitatiebudgetten onderhoud voertuigen en materiaal. 4.4

Financiering

Voor de financiering van de investeringen in materiële vaste activa trekt de VRH langlopende leningen aan. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschikbare eigen middelen. Per eind 2020 is de stand van de lening portefeuille van de VRH € 48,5 mln. Voor de financiering worden de kaders vanuit het Treasurystatuut gevolgd. Het statuut heeft rekening gehouden met de laatste ontwikkelingen. Het treasurybeleid van de VRH is gebonden aan richtlijnen, die aangeven dat alle overtollige liquide middelen dagelijks afgestort moeten worden op de rekening bij de Rijks schatkist. In bijlage 7.5 liquiditeitsplanning is de liquiditeitsverwachting berekend. De interne rentetoerekening van de VRH is in 2022 gebaseerd op 2,8%. Tabel 9. Renteschema

(bedragen in duizenden euro's)

Omschrijving

2022

Externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.739

De externe rentebaten

0

Saldo rente lasten en rente baten

1.739

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.739

Aan de taakvelden toegerekende rente

1.739

Renteresultaat taakveld treasury

0

De Wet financiering decentrale overheden (FIDO) kent een tweetal kwantitatieve randvoorwaarden. Dit zijn de kasgeldlimiet, die een grens stelt aan de hoogte van de nettovlottende schuld, en de renterisiconorm, die hetzelfde doet voor de langlopende schuld. Bij het aangaan van de financiering houdt de Veiligheidsregio Haaglanden rekening met deze randvoorwaarden. De Provincie ziet als toezichthouder toe op de naleving.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

22

Tabel 10. Kasgeldlimiet

2021

2022

(bedragen in duizenden euro's) 2023 2024 2025

103.963

104.888

104.644

Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal aan lasten Percentage regeling

(1)

104.219

104.459

(2)

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

(3)=(1*2)

8.525

8.601

8.581

8.546

8.566

Vlottende schuld

(4)

64.875

65.160

65.181

64.510

65.093

Vlottende middelen

(5)

56.717

56.717

56.717

56.717

56.692

(6)=(4-5)

8.158

8.443

8.464

7.793

8.401

Kasgeldlimiet, in bedrag

(3)

8.525

8.601

8.581

8.546

8.566

Netto vlottende schuld

(6)

8.158

8.443

8.464

7.793

8.401

Ruimte (+) / overschrijving (-)

(3-6)

367

158

117

753

165

Kasgeldlimiet, in bedrag Berekening netto vlottende schuld

Netto Vlottende schuld Toets aan kasgeldlimiet

Tabel 11. Renterisiconorm

2021

2022

(bedragen in duizenden euro's) 2023 2024 2025

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal aan lasten

(1)

103.963

104.888

104.644

104.219

Percentage regeling

(2)

20%

20%

20%

20%

20%

(3)=(1*2)

20.793

20.978

20.929

20.844

20.892

(4)

0

0

0

0

0

Aflossingen

(5)

2.763

2.573

2.147

1.727

1.593

Renterisico

(6)=(4-5)

2.763

2.573

2.147

1.727

1.593

Renterisiconorm, in bedrag

(3)

20.793

20.978

20.929

20.844

20.892

Renterisico

(6)

2.763

2.573

2.147

1.727

1.593

Ruimte (+) / overschrijding (-)

(3-6)

18.030

18.405

18.781

19.117

19.299

Renterisiconorm, in bedrag

104.459

Berekening renterisico Renteherzieningen

Toets renterisiconorm

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

23

4.5

Paragraaf bedrijfsvoering

4.5.1 Organisatie Het Algemeen Bestuur wordt gevormd door de 9 burgemeesters van de deelnemende gemeenten. De directievoering is in handen van de commandant brandweer en de directeur publieke gezondheid. Onderstaand het organogram.

Algemeen bestuur

Dagelijks bestuur

Directie

Brandweer

Bedrijfsvoering

Zorg

Brandweerzorg

GHOR

Communicatie

Risico-

Geneeskundige

& crisisbeheersing

Meldkamer

Financiën control

Gemeentelijke crisisbeheersing

& HRM Facilitair bedrijf

Operationele ondersteuning

(incl informatiemanagement en automatisering)

4.5.2 Personeel De formatie van Veiligheidsregio Haaglanden bestaat per 1 januari 2021 uit 897 fte en ca. 300 vrijwilligers. Per saldo is dit een stijging met 9 fte en 20 vrijwilligers. De achtergrond hiervan ligt in het volgende. Bij crisisbeheersing en rampenbestrijding is in samenspraak met de veiligheidspartners 3fte toegevoegd voor het multidisciplinair opleiden en oefenen. De formatie op de meldkamer is met 3fte calamiteiten coördinator (Caco) uitgebreid voor de coördinatie van de multidisciplinaire processen bij een crisissituatie. De politie zal de extra capaciteit voor een periode van 3 jaar grotendeels financieren (2,3 fte). Na deze periode zullen de veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands Midden de vaste Caco-functies binnen de huidige capaciteit van de brandweermeldkamer organiseren. Tevens zijn er 3 fte extra bij bedrijfsvoering. Redenen hiervoor zijn de toenemende werkzaamheden voor (veilige) informatievoorziening en communicatie. Tot slot is de vrijwilligers formatie verhoogd. Afgelopen jaar is na een geslaagde wervingsactie een aantal nieuwe vrijwilligers met de opleiding gestart. Voor de continuïteit van onze bedrijfsvoering is het vasthouden van deskundigheid en vakmanschap een belangrijke opgave. Daarom wordt gewerkt aan beleid en instrumenten die zowel duurzame inzetbaarheid als mobiliteit stimuleren.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

24

Ingaande 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) van toepassing. De Wnra regelt ingaande 2020 dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde status krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. Deze wijziging is van toepassing op de medewerkers van de GnkM die onder de CAO ambulancezorg vallen. Voor alle overige medewerkers van veiligheidsregio’s is uitstel verleend. Dit vanwege de onduidelijke gevolgen voor de bijzondere rechtspositie van de brandweervrijwilliger. Zie eerder paragraaf 4.2 risico’s.

Tabel 12. Formatie

(bedragen in duizenden euro's) Rekening 2020

Organisatie onderdeel

Bezetting

Begroting 2021

Bedrag

Formatie

Begroting 2022

Bedrag

Formatie

Bedrag

Brandweerzorg

672

44.811

698

46.800

698

47.465

Crisisbeheersing

11

725

13

1.082

13

1.095

Meldkamer

50

3.943

57

4.256

57

4.310

GHOR

15

1.169

16

1.233

16

1.248

Bedrijfsvoering

106

9.035

113

9.050

113

9.187

Subtotaal fte

854

59.683

897

62.421

897

63.305

Vrijwilligers aantal

327

1.512

300

1.730

300

1.761

1.181

61.195

1.197

64.151

1.197

65.066

Totaal

Bovenstaande formatie is inclusief 12fte piket-organisatie. 4.5.3 Informatievoorziening en automatisering In 2021 is de toekomstbestendige werkplek met een samenwerkingsomgeving grotendeels voorbereid en (veilig) ingericht. De ontwikkelingen, mede door Covid19, zorgen ervoor dat plaats- en tijdonafhankelijk werken (thuiswerken) meer gemeengoed gaan worden. Dit betekent dat digitaal vergaderen, het beschikbaar hebben van documenten en informatie op mobiele devices, het online geven van trainingen en instructies en informatie gestuurd optreden de norm gaat worden. Dit vraagt om het verder uitbouwen van de digitale werkomgeving. Met deze ontwikkelingen neemt ook de kwetsbaarheid van onze werkomgeving toe zowel technisch, waarbij de continuïteit van onze (primaire) processen centraal staat, maar met name ook op het gebied van informatieveiligheid. Toenemende dreigingen door cybercrime is een belangrijk speerpunt, waarbij naast te nemen technische maatregelen ook (blijvende) aandacht wordt besteed aan de bewustwording van de medewerkers. Ook in 2022 staat optimaliseren van veiligheid en het verder ontwikkelen en toegankelijk maken van producten en informatie zoals de geografische omgeving en de business intelligence omgeving op de agenda. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: meer waarde uit data halen, informatie tijdig en op maat en een solide informatievoorziening.

Meerjarenbegroting VRH 2022-2025 AB 7 april 2021 – versie 1.2

25

4.5.4 Investeringen In het begrotingsjaar 2022 zijn vervangingsinvesteringen voorgenomen voor gebouwen, automatisering, materiaal en voertuigen voor in totaal € 10,7 mln. Bij elke investering is aandacht gegeven aan nut, noodzaak en realiseerbaarheid van de investeringen. Bij elke investering wordt specifiek het duurzaamheidselement meegenomen. Daarmee voldoet de VRH aan haar wettelijke verplichtingen conform de energie audit (EED). Zie verder bijlage 7.4 Investeringsplan. 4.5.5 Rechtmatigheid Het Algemeen Bestuur heeft in de vergadering van 7 december 2017 het controleprotocol rechtmatigheid 2017 vastgesteld. Hiermee heeft het Algemeen Bestuur ten behoeve van de interne en externe toetsing aanwijzingen gegeven over de reikwijdte, de normstellingen en de te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties. Noemenswaardig is de in de rechtmatigheid-toets betrokken Financiële Verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur in april 2011 en de Controleverordening ex artikel 213 van de Gemeentewet, zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 25 mei 2005. De VRH heeft het controleprotocol rechtmatigheid 2017 nader geoperationaliseerd in het intern controleplan. De accountant maakt bij haar externe toetsing gebruik van de interne controlebevindingen.

De VRH bereidt zich voor op de wijzigingen op het gebied van de rechtmatigheidsverklaring. Tot op heden geeft de externe accountant nog een rechtmatigheidsoordeel bij de jaarrekening af. Straks zal het bestuur zelf de rechtmatigheidsverklaring opstellen. Ook nu is de VRH zelf verantwoordelijk voor het handhaven van de financiële wet- en regelgeving. Maar in 2022 moet de VRH aantonen dat dit ook daadwerkelijk zo is en dat stelt nog hogere eisen aan de kwaliteit van de processen en de interne controles die worden uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10079686/1