bijlage 2 - Omgevingsvisie oktober 2021
Tekst van het document
Gebiedsprofiel
AGRARISCH VEENWEIDELANDSCHAP
Het natuurgerichte beheer van de agrariërs heeft er mede voor gezorgd dat het weidevogelbestand weer is gegroeid. Daarmee samenhangend zijn de waterkwaliteit en bodemkwaliteit verbeterd en zijn de gebieden waardevol voor een veerkrachtige
leefomgeving. Ze kunnen water opnemen, zorgen voor afname van hittestress en door een verhoging van de waterstand is het risico op bodemdaling in deze veenrijke gebieden verminderd. Waar gaan we voor in deze gebieden? • Cultuurhistorisch open weidelandschap (1.1.) • Natuurgericht agrarisch beheer (1.4) • Klimaatbestendigheid (4.2) • Goede omgevingskwaliteit (4.3) • Vergroten van de biodiversiteit (1.4) • Herkenbare woonomgeving (2.2)
10
het bedrijf zelf of in de levendige centra. Daarnaast hebben deze gebieden een belangrijke maatschappelijke functie. De gebieden liggen dicht bij de drie kernen en zijn voor de fietser en wandelaar vooral vanaf de randen en via enkele paden door het gebied goed te beleven. Daardoor dragen ze bij aan de identiteit van de gemeente en de herkenbare woonomgeving voor onze inwoners.
Pagina
In 2050 is het karakteristieke open weidelandschap nog steeds terug te vinden in onze gemeente. Oude Leede en een deel van de polder van Biesland zijn authentieke oudhollandse landschappen van weilanden, herkenbare slotenpatronen en cultuurhistorische elementen als een molen en een eendenkooi. Dit kwetsbare, waardevolle landschap wordt beheerd door agrariërs, meestal door een combinatie van veehouderij en natuurbeheer, bijvoorbeeld met kringlooplandbouw. Maar ze hebben hun bedrijfsvoering ook verbreed met educatie en verkoop van streekproducten voor een rendabele bedrijfsvoering. De inwoners komen graag producten van de lokale bedrijven kopen bij
Gebiedsprofiel
NATUUR- EN RECREATIELANDSCHAP individuele sporters. Hardlopen, mountainbiken, bootcampen en zelfs zwemmen is mogelijk. Af en toe vindt er een lokaal evenement plaats bij de Dobbeplas. Deze recreatieve poort is goed bereikbaar en mede daardoor geschikt voor intensievere recreatie. Daar ontmoet jong en oud elkaar tijdens bijvoorbeeld een festival of mudrace. Waar gaan we voor in deze gebieden? • Herkenbare woonomgeving (2.2) • Goede omgevingskwaliteit (4.3) • Afwisselend landschap (1.1,) • Gezonde leefomgeving om in te bewegen (2.5) • Mogelijkheden voor ontmoeting (2.2) • Beweegvriendelijke ruimte (1.3) • Duurzame mobiliteit (2.3)
11
In en tussen de gebieden ligt een vrij compleet (recreatief) fietsnetwerk. Ook zijn er diverse aansluitende ruiter- en wandelpaden. Naast enkele horecapunten, het zwemwater van de Dobbeplas en een enkele manege, zijn de recreatieve voorzieningen vooral kleinschalig en extensief van karakter. Denk daarbij aan een natuurspeelplaats, een vogelkijkhut of een visplek. Deze gebieden leveren een belangrijke bijdrage aan de herkenbare woonomgeving. Het groen is dichtbij en goed verbonden met de wijk. Het (recreatief) fietsnetwerk is fijnmazig en compleet en is aangevuld met een netwerk van wandel- en ruiterpaden. Daardoor is het gemakkelijk om een rondje te lopen, te fietsen of paard te rijden. Dat is goed voor de gezondheid, maar ook een manier om elkaar te ontmoeten tijdens een wandeling of een picknick. Deze gebieden bieden ook ruimte aan
Pagina
In Pijnacker-Nootdorp zijn de Groenzoom, Buytenhout en Ruyven uitgegroeid tot volwassen natuur- en recreatielandschappen, die deel uit maken van een regionaal en provinciaal netwerk van groene gebieden. Zowel de inwoner van Pijnacker-Nootdorp als de regiobewoner weet de gebieden goed te vinden en kiest daarbij steeds vaker voor duurzaam vervoer. De identiteit van ieder gebied is buiten goed herkenbaar. Er zijn bosrijke gebieden, open weidegebieden en moerasgebieden met kleinere en grotere watergangen en een enkele plas. De biodiversiteit gedijt goed bij de verschillen in het landschap en de verbindingen over land en water. Er zijn steeds meer planten en dieren die hier een plek hebben gevonden.
Gebiedsprofiel
NATUURLANDSCHAP
In deze gebieden staat de kwaliteit van en variëteit aan natuur centraal. Er is dan ook alle ruimte voor planten en dieren, maar ook voor mensen die op zoek zijn naar stilte en rust. Het zijn fijne plekken om een lange wandeling te maken voor inwoners van onze gemeente, maar ook natuurliefhebbers uit de regio kunnen hier met de fiets of te voet genieten van deze
unieke plekken in de drukke Randstad. Met de auto zijn deze gebieden niet zo goed te bereiken, maar met de fiets of te voet (vanaf het openbaar vervoer) zijn ze voor iedereen te vinden. Waar gaan we voor in deze gebieden? • Onderscheidend natuurlandschap (1.1) • Hier moet het stil en donker zijn (4.3) • Het ecosysteem is verbeterd en de biodiversiteit vergroot (1.4) • Waterstanden aangepast om biodiversiteit te vergroten en bodemdaling tegen te gaan (1.4, 4.3) • Duurzame mobiliteit: wandelen en fietsen (2.3) • Natuurbeleving aan de randen van de gebieden (1.3)
12
Daardoor is een typische weidevogel als de grutto weer terug te vinden in het landschap. Het gebied is met de fiets en te voet te beleven vanaf de randen. Het hart van het gebied is niet toegankelijk voor mensen. Voor alle natuurgebieden geldt dat ze zijn verbonden met het lokale natuurnetwerk en het omliggende agrarische landschap.
Pagina
In 2050 heeft Pijnacker-Nootdorp maar liefst drie verschillende natuurgebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Dat zijn de Ackerdijkse Plassen, het Krekengebied en een deel van de polder nabij Oude Leede. Ieder natuurgebied heeft zijn eigen kenmerken. In de Ackerdijkse Plassen vind je veel vogels. Om hen rust en ruimte te geven is het gebied meestal niet toegankelijk. Vanaf de uitkijktoren zijn de boerenzwaluwen en buizerds goed te zien. Het Krekengebied is wel prima toegankelijk voor wandelaars. Vogels als de smient, slobeend en zomertaling kan je vanaf de wandelpaden van dichtbij zien. Het karakteristieke veenweidelandschap ten noorden van Oude Leede is in 2050 een weidevogelgebied van formaat geworden. Lokale boeren combineren hun veehouderijen met een natuurgericht beheer.
Intermezzo HET KOMPAS ‘VERBONDEN MET ELKAAR’: INSPIRATIE VOOR EEN AANTREKKELIJKE OPENBARE RUIMTE
Pagina
Vanuit de woonwijk ben je zo met de fiets of lopend in het groene buitengebied. De openbare ruimte verbindt gebieden met elkaar waardoor je je prettig en gemakkelijk door de gemeente beweegt van woonwijk, langs bedrijventerrein naar het buitengebied. Met een ecologische berm langs het fietspad levert het ook nog eens een bijdrage aan de biodiversiteit.
54
Ruimtelijk verbonden
WERKEN MET EN AAN DE OMGEVINGSVISIE De Omgevingswet wordt naar verwachting op 1 juli 2022 van kracht en is gebaseerd op een zestal kerninstrumenten. Voor de gemeente zijn de belangrijkste instrumenten de Omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan. In deze paragraaf beschrijven wat deze instrumenten doen en hoe ze met elkaar samenhangen. Omgevingsvisie Met de voor u liggende Omgevingsvisie PijnackerNootdorp 2050 hebben wij gebruik gemaakt van alle kansen die de nieuwe wet ons biedt. Het is een strategische visie waarin alle ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de hele gemeente op de lange termijn staan. Alle betrokken belangen zijn met elkaar in samenhang bekeken en er is steeds een afweging gemaakt tussen het beschermen en benutten van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Daarmee hebben we ingespeeld op lokale behoeften. Omgevingsprogramma Daar waar de Omgevingsvisie op strategisch niveau ambities stelt, kaders beschrijft en samenhang aanbrengt, werkt het omgevingsprogramma dit uit naar tactisch en uitvoerend niveau. Een programma is gericht op de kortere termijn en bevat de maatregelen om de gestelde ambities te bereiken.
Er zijn vier soorten omgevingsprogramma’s: verplichte, gebiedsgerichte, thematische en sectorale. Het is een flexibel instrument dat door het college wordt vastgesteld en niet direct bindend is voor inwoners en ondernemers. Een omgevingsprogramma kan een scala aan maatregelen bevatten: van beleidsregels tot financiële instrumenten en van uitvoeringsmaatregelen tot communicatie waarmee de samenleving wordt gestimuleerd om mee te werken aan de realisatie van doelstellingen en ambities. Omgevingsplan Iedere gemeente heeft straks één omgevingsplan met juridisch bindende regels waarmee de doelstellingen en ambities uit de Omgevingsvisie mede moeten worden bereikt. De Omgevingswet stelt dat de regels in het omgevingsplan moeten leiden tot een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. De beleidsmatige onderbouwing hiervan komt uit de Omgevingsvisie, samen met de omgevingsprogramma’s Hoe zien we de samenhang tussen de instrumenten in Pijnacker-Nootdorp? De Omgevingswet betekent dus dat we gaan werken met nieuwe instrumenten. Daarbij hoort ook een nieuwe manier van werken, denken en afspraken maken. Dat is voor de gemeente een grote verandering, maar ook voor de
56 55
Hoe verhouden de instrumenten in de Omgevingswet zich tot elkaar?
Pagina
De Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 schetst een uitnodigend beeld van de gemeente over dertig jaar, waarin we de karakteristieke en waardevolle kenmerken van de woon- en leefomgeving hebben behouden en versterkt, een nieuwe impuls hebben gegeven aan zowel de bedrijventerreinen als de (glas)tuinbouwgebieden en manieren hebben gevonden waarmee we om kunnen gaan met de uitdagingen van vandaag, zoals energietransitie, klimaatverandering, woningbehoefte en mobiliteitstransitie. Om deze visie voor fysieke leefomgeving te realiseren, moeten we aan de slag. In dit hoofdstuk geven we aan welke instrumenten de Omgevingswet ons daarvoor biedt, hoe we die instrumenten in Pijnacker-Nootdorp willen inzetten, welke rol we voor onszelf als gemeente zien en vooral hoe we dat graag samen willen doen met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) partners en andere betrokkenen.
(maatschappelijke) partners en in het bijzonder onze inwoners en ondernemers. Het zal in het begin best even wennen zijn en gelukkig hebben we nog een paar jaar voordat alles helemaal overeenkomstig de Omgevingswet moet zijn. We hebben gekeken op welke manier we het stelsel van de Omgevingswet het beste kunnen vertalen naar Pijnacker-Nootdorp. Met als uitgangspunt een overzichtelijke en samenhangende benadering van de leefomgeving, rekening houdend met de kenmerken van onze gemeente en gemeenschap. In onderstaand figuur laten we zien hoe de verbinding tussen beleid, ontwikkeling, beheer, en regelgeving in Pijnacker-Nootdorp wordt ingericht. Samenhang met (boven)regionaal beleid Hoewel niet direct bindend, zijn de Omgevingsvisies van buurgemeenten, de provincie en het Rijk (NOVI) voor onze Omgevingsvisie van belang. Dat geldt voor bijvoorbeeld de Watervisie van het
Hoogheemraadschap van Delfland. In de Omgevingswet is samenhang en verbinding tussen de verschillende overheidslagen het uitgangspunt. Vanuit dit principe zoeken wij de afstemming met het beleid van andere overheden.
Hoe gaan we werken met de beleidsinstrumenten uit de omgevingswet? Met het vaststellen van de Omgevingsvisie hebben we de eerste stap gezet. Bovendien werken we op dit moment aan een pilot waarmee we ervaring opdoen met het maken van een omgevingsplan voor de wijk Tolhek. In de komende jaren gaan we aan de slag met het steeds verder implementeren van de instrumenten uit de omgevingswet. We zien daarin de volgende stappen:
Opzetten van een structuur voor de omgevingsprogramma’s We gaan de Omgevingsvisie uitwerken in omgevingsprogramma’s. Daarvoor maken we een programmastructuur. De flexibiliteit van het instrument willen we optimaal benutten. Aan de andere kant willen we een duidelijke basis neerleggen. Daarmee borgen we dat de ambities en doelstellingen uit de Omgevingsvisie worden uitgewerkt in maatregelen gericht op ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving. Om de integraliteit te borgen zal de programmastructuur aansluiten bij de vier ontwikkelingslijnen zoals beschreven in deze Omgevingsvisie. Daarmee zorgen we er voor dat ons bestaande beleid langzamerhand wordt vertaald naar omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Daar waar mogelijk benutten we natuurlijke momenten, bijvoorbeeld wanneer een beleidsnota of beheerplan moet worden herzien.
OMGEVINGSVISIE GEBIEDSGERICHTE PROGRAMMA’S
SECTORALE PROGRAMMA’S
THEMATISCHE PROGRAMMA’S
56
OMGEVINGSPLAN OMGEVINGSVERGUNNING
DIGITAAL STELSEL OMGEVINGSWET
Instrumenten en de verhouding tussen instrumenten in de Omgevingswet
Pagina
VERPLICHTE PROGRAMMA’S
Welke regels horen daarbij: Doorwerking naar het omgevingsplan Wanneer de Omgevingsvisie een ambitie benoemt en daar met een omgevingsprogramma uitvoering aan wordt gegeven dan moeten in het omgevingsplan regels zijn opgenomen die realisatie bevorderen en tegenstrijdige ontwikkelingen tegengaan door functies evenwichtig aan locaties toe te delen. Het omgevingsplan is ook het instrument waarin de gemeente omgevingswaarden vast kan stellen. We moeten nog besluiten of we één of meerdere omgevingswaarden vast gaan stellen. Hoewel een omgevingswaarde alleen de gemeente zelf bindt, is het geen vrijblijvend besluit. Het betekent dat we moeten blijven kijken en beoordelen of we de waarde halen. Wanneer dat niet het geval is of dreigt te zijn dan moeten we een programma opstellen waarin de activiteiten beschreven staan die borgen dat de omgevingswaarde alsnog wordt gehaald. Via een omgevingsvergunning, een algemene regel of een maatwerkvoorschrift kan de
omgevingswaarde juridisch bindend worden opgelegd aan inwoners en/of ondernemers. Een frisse start: beleid dat wordt ingetrokken De gemeente heeft meer dan honderd geldende beleidsstukken, die geheel of gedeeltelijk gaan over de fysieke leefomgeving. Het zijn diverse, sectorale en thematische producten over onderwerpen als wonen, economie, ecologie en onderwijs. Op termijn moet al dit beleid opgenomen zijn in de Omgevingsvisie, een omgevingsprogramma en/of het omgevingsplan. Vaak bestaat een beleidsstuk deels uit een visie of ambitie, staan er maatregelen in en bevat het regels. Een beleidsstuk moet dan in drie delen worden opgeknipt. Zoals gezegd kan dat niet in één keer. De Omgevingswet vraagt dit ook niet van gemeenten, maar heeft hiervoor een overgangsperiode benoemd. Bestaande beleidskaders blijven dus voorlopig gelden. Bij strijdigheden tussen bestaande beleidskaders en deze Omgevingsvisie, is de Omgevingsvisie leidend. Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie vervallen wel de volgende integrale beleidsstukken: • Toekomstvisie Pijnacker-Nootdorp 2040 (26-062012) • Ruimtelijke Structuurvisie Pijnacker-Nootdorp 2040 ‘Ruimte maken … ruimte laten’ (24-022014)
58 57
Wat gaan we daar voor doen: Opstellen van omgevingsprogramma’s Wanneer we de basisstructuur hebben opgesteld, gaan we aan de slag met het daadwerkelijk opstellen van programma’s. Naast eventuele verplichte programma’s, kijken we ook naar de mogelijkheden voor thematische, sectorale en gebiedsgerichte programma’s. De Omgevingsvisie is daarbij altijd het uitgangspunt van een omgevingsprogramma. Ter illustratie zien we bijvoorbeeld de mogelijkheid voor een thematisch omgevingsprogramma wonen. Daarin kunnen we
de maatregelen voor (onder andere) een evenwichtige woningvoorraad opnemen. Een ander voorbeeld is een omgevingsprogramma bodem en ondergrond. Uit de Omgevingsvisie blijkt dat vanwege de toenemende drukte daar meer regie en maatregelen nodig zijn. Voor de herstructurering van de (glas)tuinbouwgebieden en de bedrijventerreinen ligt het meer voor de hand om gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s te maken.
Pagina Pagina
De omgevingsprogramma’s gebruiken we ook om maatregelen op elkaar af te stemmen en werk met werk te maken. We werken aan het opzetten van een structuur voor de omgevingsprogramma’s. Een eerste versie daarvan is toegevoegd aan het raadsvoorstel ter vaststelling van de Omgevingsvisie. Daarin zien we onder andere omgevingsprogramma’s voor de omgevingskwaliteit (waaronder licht, geluid, stilte, waterkwaliteit, luchtkwaliteit), de ondergrond en het groen in en om de kernen. Deze structuur is nog niet gereed en zal in de komende periode, in overleg met de gemeenteraad, verder worden uitgewerkt en voorzien worden van een planning. Dat maakt duidelijk wanneer met welk omgevingsprogramma gestart zal worden. Daarmee maken we inzichtelijk binnen welke termijn we de huidige beleidskaders over de fysieke leefomgeving vertalen naar het nieuwe instrumentarium van de Omgevingswet.
Intermezzo HET KOMPAS ‘VERBONDEN MET ELKAAR’: INSPIRATIE VOOR EEN KLIMAATBESTENDIGE GEMEENTE
Pagina
De (glas)tuinbouwbedrijven hebben gezamenlijke waterbassins aangelegd. Zo beschikken zij over voldoende water in droge perioden. Wanneer er een extreme bui aankomt, dan belt het Hoogheemraadschap met het verzoek om de bassins leeg te laten lopen. Als de bui dan valt, kan het water worden opgevangen in de bassins. Zo dragen de tuinders bij aan een veerkrachtige leefomgeving.
58
Economisch verbonden
Wat staat er in het planMER? Het planMER sluit aan bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en gaat dus over de gevolgen voor de fysieke leefomgeving van het gehele gemeentelijke grondgebied. Door hierbij ook thema’s zoals duurzaamheid, klimaatadaptatie, gezondheid, wonen, werken, groen, mobiliteit en veiligheid mee te laten wegen, is een vernieuwende m.e.r.-aanpak nagestreefd. Het PlanMER gaat over zowel nieuw beleid als over de effectiviteit van bestaand beleid. De voor u liggende Omgevingsvisie bevat nieuwe keuzes maar is deels ook een voorzetting van bestaand (strategisch) beleid. Daarom is in het planMER beoordeeld wat de invloed van het huidige beleid is op de leefomgeving, waarbij wordt gekeken naar de huidige situatie (HS) en de autonome ontwikkeling (AO). Bovendien wordt beoordeeld of er mogelijk aanleiding is om het beleid als nog te herzien. Zodoende wordt het milieueffectrapport gebruikt als procesinstrument, waarbij gebruik wordt
De procedure van het planMER De besluitvorming over het planMER en de Omgevingsvisie loopt parallel. Dat betekent dat het planMER tegelijkertijd met het ontwerp van de Omgevingsvisie ter inzage heeft gelegen. Iedereen heeft een zienswijze kunnen indienen op beide documenten en de Commissie voor de m.e.r. heeft een advies uitgebracht. De vaststelling van zowel de Omgevingsvisie als het planMER door de
gemeenteraad vindt eveneens tegelijkertijd plaats. Wanneer in de toekomst omgevingsplannen, projecten of programma’s worden voorbereid, zijn de Omgevingsvisie en het planMER samen het kader voor verder uitwerking, beoordeling en eventuele toekomstige m.e.r.-procedures. Het planMER biedt bovendien een handvat voor periodieke monitoring, evaluatie en actualisatie van de Omgevingsvisie. Aanbevelingen vanuit het planMER In hoofdstuk 6 van het planMER wordt beschreven dat de Omgevingsvisie veel nieuw beleid bevat met als doel de huidige situatie te verbeteren. De ambities zijn hoog. Hoewel zeker sprake is van ambities die elkaar versterken (synergie), wijst het planMER ook uit dat niet alles kan worden gerealiseerd (botsing). Ook bij realisatie zullen daarom ambities ten opzichte van elkaar moeten worden gewogen. Bovendien is de gemeente regelmatig afhankelijk van andere partijen. Dat brengt onzekerheid met zich mee. Vanuit het planMER worden concrete aanbevelingen gedaan voor het opstellen van diverse omgevingsprogramma’s. Voorbeelden daarvan zijn een omgevingsprogramma voor de openbare ruimte, voor de ondergrond en gebiedsgerichte omgevings-programma’s voor zowel de bedrijventerreinen als de glastuinbouwgebieden. Deze aanbevelingen nemen we mee bij de uitvoering van de Omgevingsvisie, waaronder de uitwerking in omgevingsprogramma’s.
60 59
Parallel aan het maken van deze Omgevingsvisie is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. In het planMER staan de (milieu)effecten centraal. Door beide stukken tegelijk te maken heeft steeds interactie plaatsgevonden met als resultaat dat het milieu integraal is meegewogen bij de inhoudelijke beleidskeuzes , effecten in beeld zijn gebracht en dat alternatieven of mitigerende maatregelen zijn onderzocht. De uitkomsten zijn meegenomen in de voorliggende Omgevingsvisie en zijn beschreven in het planMER.
gemaakt van reeds aanwezig beleid (bijvoorbeeld de woonvisie, de economische visie en de visie natuur op de kaart). In de Omgevingsvisie staan verbondenheid en samenhang centraal, maar dat laat onverlet dat er ook strijdigheden of botsingen tussen ambities en doelen kunnen zijn. In het planMER zijn de onderlinge strijdigheden onderzocht en in beeld gebracht. Tevens zijn de verschillende onderdelen van de fysieke leefomgeving in samenhang bekeken ten behoeve van de besluitvorming. Daarmee brengt het planMER de gevolgen voor de fysieke leefomgeving van beleidskeuzen en alternatieven in beeld. Hierbij is het belangrijk dat bij de besluitvorming alle (milieu) informatie op tafel ligt en dat alternatieven zijn bekeken. Het planMER richt zich hierin alleen op de Omgevingsvisie en beschrijft en verantwoordt de resultaten van dit proces.
Pagina
PlanMER
De rol van de gemeente In deze Omgevingsvisie staan diverse complexe opgaven in de fysieke leefomgeving beschreven. Onze op participatie en samenwerking gerichte houding betekent niet dat we soms niet ook een bepalende of regisserende rol nemen. Het is op dit moment ondoenlijk om voor iedere opgave te benoemen welke rol de gemeente daarbij kiest en het kan ook zo zijn dat we daarover eerst met u als samenleving en/of partners in gesprek gaan. Voordat we aan een opgave gaan beginnen maken we duidelijk welke van de volgende vijf rollen we voor onszelf zien: 1. Loslaten: we laten het over aan de samenleving en/of partners.
De rol die de gemeente kiest hangt af van vele factoren en is per opgave of soms zelfs per fase anders. De rol die we kiezen is bepalend voor het vertrekpunt, maar ook de uitkomst. Wanneer je als gemeente heel veel belang hecht aan realisatie van een opgave, dan biedt loslaten of faciliteren niet de zekerheid van een (passend) antwoord. Echter, als gemeente trekken aan een opgave waarvan de samenleving het belang en de urgentie niet deelt, gaat uit van vorm van maakbaarheid die niet meer van deze tijd is. Welke rol we ook nemen, een gedeeld gevoel van urgentie, belang en verantwoordelijkheid is een randvoorwaarde. Aan de andere kant moeten we ons ook bewust zijn van wat we kunnen en moeten betekenen en welke basis we moeten bieden. Voor inwoners, ondernemers en partners is het van belang dat we duidelijk zijn over wat we wel willen en wat we in ieder geval niet willen. Een heldere en consistente visie is de basis voor samenwerking in de realisatie van complexe opgaven. In het participatiebeleid werken we verder uit hoe we onze rol per opgave gaan bepalen.
Omgang met initiatieven uit de samenleving We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: alleen samen staan we sterk en kunnen we ontwikkelingen tot bloei laten komen. Niet voor niets is het kompas in deze Omgevingsvisie ‘Verbonden met elkaar’. De gemeente kan en wil dit niet alleen doen, maar juist samen met: - betrokken inwoners, individueel of georganiseerd zoals in de Buytenhouttafel; - innovatieve ondernemers; - maatschappelijke partners; - adviesorganen zoals het Milieuplatform; - ketenpartners zoals Hoogheemraadschap of VRH; - (buur)gemeenten zoals Lansingerland, Zoetermeer en Delft; - regionale partners zoals de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag en de provincie ZuidHolland. Ieder vanuit zijn eigen rol, kennis en kunde Hoe gaan we om met initiatieven? De gemeente werkt aan participatiebeleid waarin wordt beschreven op welke wijze we onze rol in vullen bij nieuwe initiatieven en wat we verwachten van de initiatiefnemer. Vooruitlopend daarop vloeit uit de Omgevingsvisie voort dat bestaande kwaliteiten behouden moeten blijven, knelpunten worden opgelost en nieuwe kwaliteiten wordt toegevoegd, zodanig dat het landschap ‘zijn verhaal kan blijven vertellen’. Het kompas geeft ons daarbij houvast. De filosofie achter het kompas is dat we met deze Omgevingsvisie werken aan ruimtelijke, economische en sociale verbondenheid. Van een nieuw initiatief verwachten we dus dat dit een
61 60
De Omgevingsvisie laat zien hoe PijnackerNootdorp er in 2050 uit kan zien. Herkenbaar door het behoud en versterking van onze bestaande en gewaardeerde kwaliteiten, maar veranderingen als antwoorden op de uitdagingen van deze tijd. De visie hoeft en kan niet morgen gerealiseerd zijn. In sommige gevallen is het juist beter als we het stap voor stap doen, denk daarbij bijvoorbeeld aan het geleidelijk toevoegen van woningen in de komende decennia. Wat zeker is is dat we het als gemeente niet alleen kunnen en willen doen. In deze paragraaf beschrijven we welke rollen we voor onszelf zien, hoe we om willen gaan met initiatieven uit de samenleving en de wijze van samenwerking met onze partners in de regio.
2. Faciliteren: komt er een initiatief? Dan denken we mee en werken we samen met de initiatiefnemer. 3. Stimuleren: we gaan actief op zoek naar een initiatiefnemer om een opgave in te vullen. 4. Regisseren: we nemen zelf het initiatief en zoeken naar mogelijke partners om een opgave mee te realiseren 5. Bepalen: we trekken de opgave naar ons toe, nemen het initiatief in eigen hand en betrekken actief de samenleving en/of partners
Pagina
De uitvoering van de Omgevingsvisie
Samenwerking met partners in de regio Voor sommige ambities in de Omgevingsvisie is regionale samenwerking belangrijk. Aspecten die de fysieke leefomgeving beïnvloeden, zijn vaak gemeentegrens overstijgend. Op allerlei manieren werken wij dan ook samen in en met de regio. Voorbeelden zijn de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor economie en verkeer, de Regionale Energiestrategie (RES), de bestuurlijke tafel voor de woningmarktregio Haaglanden en het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Ook de provincie ZuidHolland is voor ons een belangrijke samenwerkingspartner. Met onze buurgemeenten Lansingerland en Zoetermeer werken we samen in de Strategische Samenwerking Middengebied om regionaal en bovenregionaal te lobbyen voor onze
gezamenlijke belangen. In al deze regionale samenwerkingsverbanden zijn we actief en zelfbewust. De Omgevingsvisie vormt de basis voor onze regionale agenda. Dat betekent dat we ook regionaal streven we naar een samenhangende benadering van de leefomgeving.
62 61
concreet betekent dat dat ieder nieuw initiatief in de fysieke leefomgeving moet bijdragen aan minimaal twee van de ontwikkelingslijnen, zonder daarbij afbreuk te doen aan één van de andere twee ontwikkelingslijnen. We realiseren ons dat dat niet altijd gemakkelijk is. Daarom vragen we initiatiefnemers al in een vroeg stadium daar over na te denken en in overleg te treden met de gemeente. Ook daarvoor geldt: samen komen we verder!
Pagina Pagina
bijdrage levert aan het (beter) verbonden zijn met elkaar. Dat kan op vele manieren en de Omgevingsvisie laat daar bewust ook ruimte voor. We zijn benieuwd naar de creatieve ideeën van inwoners, ondernemers en partners om die verbinding in Pijnacker-Nootdorp verder te laten groeien. We vragen iedere initiatiefnemer om zelf aan te geven hoe het plan bijdraagt aan het kompas en zorgt voor verbinding en waarom het initiatief van meerwaarde is voor Pijnacker-Nootdorp. Meer
Tegen die achtergrond zullen we na de vaststelling van de Omgevingsvisie een voorstel doen over de wijze waarop we de (uitvoering van de) Omgevingsvisie gaan monitoren. Hierin beschrijven we ook de samenwerking tussen college en raad en de rollen. Door regelmatig (iedere twee jaar) te kijken of we op de goede weg zijn willen we de dynamische beleidscyclus die in de Omgevingswet is opgenomen, op maat maken voor PijnackerNootdorp (zie figuur hiernaast). De monitor willen we niet beperken tot alleen de Omgevingsvisie, maar ook uitbreiden met de planMER en de omgevingsprogramma’s. Door in samenhang te kijken naar wat we willen bereiken (Omgevingsvisie en planMER) en naar hoe we dat gaan bereiken (Omgevingsprogramma) beslaat de nog te ontwikkelen monitor dan ook het gehele spectrum
terugkoppeling
beleidsontwikkeling
HANDHAVING
OMGEVINGSVISIE
MONITORING EN EVALUATIE
OMGEVINGSPROGRAMMA
ACTVITEITEN OMGEVINGSVERGUNNING
OMGEVINGSPLAN
TOEZICHT
uitvoering
beleidsdoorwerking
62
De Omgevingsvisie is het belangrijkste strategische document waarmee de gemeente(raad) stuurt op de lange termijn ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het is dan ook belangrijk dat we de hoofdlijnen van de Omgevingsvisie vasthouden en samen aan de slag gaan met het realiseren van de doelstellingen en ambities. Inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) partners rekenen erop dat we hier voor staan, aan werken en mee werken. Daar staat tegenover dat de wereld snel verandert. Mede daarom biedt de Omgevingsvisie ruimte flexibel om te gaan met nieuwe ontwikkelingen en deze steeds te bezien vanuit het kompas. Desondanks kunnen er ook redenen zijn de Omgevingsvisie aan te passen.
van beleidsontwikkeling. Daarmee kunnen we gericht actie ondernemen wanneer blijkt dat we een doelstelling of ambitie niet bereiken. Daarbij stellen we dan de vraag of we de ambitie (Omgevingsvisie) of de maatregelen (omgevingsprogramma) bijstellen. Dit doen we in toenemende mate en waar mogelijk gebaseerd op data.
De dynamische beleidscyclus
Pagina
Monitoring van de Omgevingsvisie
Investeren: het verhaal van kosten Deze Omgevingsvisie bevat vier ontwikkelingslijnen die richting geven aan de toekomst van de fysieke leefomgeving van Pijnacker-Nootdorp. Om dit te kunnen bereiken zullen investeringen moeten worden gedaan die niet altijd rechtstreeks te relateren zijn aan één ruimtelijk initiatief. Bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit, warmte, recreatie en waterberging. De gemeente is verplicht de kosten hiervan te verhalen op initiatiefnemers die daar profijt van hebben. Dit noemen we kostenverhaal. De dekking kan deels gevonden worden door bijdragen te verhalen uit nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, bedrijven en andere functies.
Pagina
64 63
De mogelijkheid tot kostenverhaal is nu geregeld in de Wet ruimtelijk ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt ook het wettelijk instrumentarium van kostenverhaal opgenomen. De gemeente Pijnacker-Nootdorp zal in een nader op te stellen nota kostenverhaal bepalen van welke kosten sprake is en hoe deze binnen de wettelijke kaders verhaald zullen worden op nieuwe ruimtelijke initiatieven. De uitvoering van de Omgevingsvisie heeft een dynamisch programma dat op basis van monitoring van de hoeveelheid woningbouw-/bedrijvigheid in nieuwe initiatieven kan worden geactualiseerd. Indien nodig kan de nota kostenverhaal daarop aangepast worden.
bezoek Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker post Postbus 1, 2640 AA Pijnacker telefoon 14 015 e-mail info@pijnacker-nootdorp.nl
Pagina
64
internet www.pijnacker-nootdorp.nl
Bijlage 1
HUIDIG EN TOEKOMSTIG GEBRUIK VAN (MOGELIJKE) TRANSFORMATIEGEBIEDEN
66 65
2050
Pagina
2021
Bijlage 2
Pagina
67 66
RUIMTELIJKE STRUCTUUR PIJNACKER-NOOTDORP IN 2050