CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van beantwoording zienswijzen obp Hart van Nootdorp - geanonimiseerd

Raad Besluitvorming 23 december 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hart van Nootdorp8.708 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan ‘Hart van Nootdorp’

Afdeling Ruimte, Belastingen en Gegevensbeheer Team Ruimte

Inleiding

Inhoud van het plan Het bestemmingsplan ‘Hart van Nootdorp’ voorziet in de nieuwbouw van een integraal kindcentrum De Regenboog en de sloop van de Jan Janssenhal met vervangende nieuwbouw. Naast de Jan Janssenhal en het integraal kindcentrum worden ook de locaties van de voormalige brandweerkazerne en de Klauterbeer herontwikkeld. Op de locaties rond de Koningin Julianastraat zullen voorts 110 woningen (appartementen) worden gerealiseerd.

Het plangebied is weergegeven op bovenstaande luchtfoto.

Procesverloop tot op heden Geen voorontwerpbestemmingsplan maar gebiedsvisie met participatie De gemeenteraad heeft in februari 2019 een startnotitie vastgesteld. Daarin staat hoe gekomen moet worden tot een integrale visie van dit gebied rondom de Koningin Julianastraat. In de startnotitie is toegelicht dat eerst een Nota van Uitgangspunten wordt opgesteld, waarin de kaders en ambities worden geschetst. In juni 2020 heeft de gemeenteraad de Nota van Uitgangspunten vastgesteld. Deze nota vormde de basis voor de verdere uitwerking naar een gebiedsvisie. De gebiedsvisie ‘Hart van Nootdorp’ is door de raad vastgesteld. Op basis van de gebiedsvisie is het voorliggende ontwerpbestemmingsplan opgesteld. De uitgangspunten hebben daarin ook een juridische vertaling gekregen. Gelet op het uitgebreide participatietraject dat de gebiedsvisie heeft doorlopen, is besloten geen voorontwerpbestemmingsplan op te stellen en in procedure te brengen, maar direct met het ontwerpbestemmingsplan te starten. De gemeenteraad heeft daarmee ingestemd en het ontwerpbestemmingsplan ‘Hart van Nootdorp’ vrijgegeven voor zienswijzen. Ontwerpbestemmingsplan 2

De gemeenteraad heeft op 24 juni 2021 besloten om het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Dit is gepubliceerd in het Gemeenteblad en de Telstar/Eendracht van 18 augustus 2021. Vanaf 19 augustus 2021 heeft gedurende zes weken het ontwerpbestemmingsplan ‘Hart van Nootdorp’ ter inzage gelegen. Tijdens die inzagetermijn zijn negen zienswijzen kenbaar gemaakt. Alle ingediende zienswijzen zijn in deze Nota van beantwoording samengevat en voorzien van een beantwoording.

Vervolg Het college voorziet de ingediende zienswijzen van een conceptbeantwoording in de vorm van deze Nota van beantwoording zienswijzen (inclusief staat van wijzigingen). Vervolgens zal de gemeenteraad het bestemmingsplan definitief vaststellen en daarbij tevens een besluit nemen op de ingediende zienswijzen. Tegen dit vastgestelde bestemmingsplan kan beroep ingesteld worden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze hoogste bestuursrechter zal dan bepalen of het bestemmingsplan onherroepelijk van kracht wordt.

3

ZIENSWIJZEN

1.

De heer J.H. Vink Hof van Delftstraat 1-A 2631 AG Nootdorp

Reactie: Indiener uit de wens op de begane grondverdieping van het nieuwe gebouw op de huidige locatie van basisschool ‘De Regenboog’ een multifunctionele ruimte te creëren waarvan verenigingen (tegen betaling van een vergoeding), bijvoorbeeld de Nootdorpse Bridgeclub, gebruik kunnen maken. Beantwoording: Er is besloten dat in het gebied een sporthal, wonen en een kindcentrum terug komen. Hoewel het dus niet in de bedoeling ligt een multifunctionele ruimte, zoals inspreker beoogt, te realiseren, sluit het bestemmingsplan het realiseren van een multifunctionele ruimte als onderdeel van een wooncomplex niet uit. Daarnaast kan – nadat de nieuwe gebouwen zijn gerealiseerd – er gekeken worden of medegebruik van die gebouwen mogelijk is. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

2.

De heer L.R. van der Mast Laan van Nootdorp 112 2632 ED Nootdorp

Reactie: Indiener geeft aan dat de ingang van de nieuwe sporthal aan de zijde van de Laan van Nootdorp komt te liggen. Ook de parkeerplaatsen zijn op die plek gedacht. Hij vreest overlast te zullen ervaren, met name tijdens de nachtelijke uren. Beantwoording: Het is uiteraard nimmer de bedoeling dat de nieuwe ontwikkelingen onaanvaardbare overlast veroorzaken. Daarom is onderzocht of de nieuwe bebouwing in combinatie met de daarin gedachte functies kunnen leiden tot zodanige overlast dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet meer kan worden gegarandeerd. Uit dat onderzoek is gebleken dat van onaanvaardbare overlast geen sprake is en van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ook in de toekomst sprake zal zijn. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

4

3.

De heer F. van der Mast Markt 153 2631 EE Nootdorp

Reactie: Indiener geeft te kennen bezwaar te hebben tegen de uitgang van de parkeerplaats die uitkomt op De Omloop. Deze uitgang zou – met het oog op de verkeersveiligheid, vanwege de gebruikers van de parkeergarage in het Mercato-gebouw – beter uit kunnen komen op de Koningin Julianastraat of op de Meidoornlaan. Beantwoording: Vanzelfsprekend moet sprake zijn van een verkeersveilige situatie, nu en in de toekomst. De verkeersoplossingen en de inrichting zoals die worden voorgestaan en die het bestemmingsplan mogelijk maakt, achten wij veilig. Dit is door een onafhankelijke deskundige (BonoTraffics) nogmaals beoordeeld. Ook deze deskundige komt tot het oordeel dat van een verkeersveilige situatie sprake is. De beoordeling van BonoTraffics wordt als bijlage toegevoegd aan de plantoelichting. In die zin wordt het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

4.

De heer M.P. Remmerswaal Markt 63 2631 ED Nootdorp

Reactie: De zienswijze van indiener is medeondertekend door de bewoners van 37 adressen, voornamelijk aan de Markt. Indiener heeft bezwaar tegen de uitgang van de parkeerplaats die uitkomt op De Omloop en vreest dat de verkeersveiligheid daardoor in het geding komt. Voorts plaatst indiener vraagtekens bij de vertaling van de gebiedsvisie in het ontwerpbestemmingsplan voor wat betreft de groenstructuur. Hij verzoekt: − de groenzone tussen het Mercato-gebouw en het hoofdterrein van RKDEO te handhaven; − de groenzone, het nieuwe trottoir en het fietspad tussen het Mercato-gebouw en het hoofdterrein van RKDEO veilig door te laten lopen tot aan de Koningin Julianastraat; en − het parkeerterrein achter het nieuwe appartementengebouw te voorzien van een eigen in- en uitrit voor auto’s op het nieuwe bouwterrein door de Hagelaan te verlengen, − en het bestemmingsplan op deze punten gewijzigd vast te stellen. Beantwoording: Vanzelfsprekend moet sprake zijn van een verkeersveilige situatie, nu en in de toekomst. De verkeersoplossingen en de inrichting zoals die worden voorgestaan en die het bestemmingsplan mogelijk maakt, achten wij veilig. Dit is door een onafhankelijke deskundige (BonoTraffics) nogmaals beoordeeld. Ook deze deskundige komt tot het oordeel dat van een verkeersveilige 5

situatie sprake is. De beoordeling van BonoTraffics wordt als bijlage toegevoegd aan de plantoelichting. In die zin wordt het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. Voor wat betreft hetgeen indiener verzoekt, wordt het volgende opgemerkt: Aan de groenstrook tussen de Omloop en het hoofdveld van RKDEO is de bestemming ‘Verkeer – Wegverkeer’ toegekend. Ook in het nu geldende bestemmingsplan heeft deze grond een verkeersbestemming. Door het opnemen van deze verkeersbestemming kan de indruk ontstaan dat het aanwezige groen verwijderd zal worden. Dat is beslist niet de bedoeling. Ook binnen de verkeersbestemming mogen groenvoorzieningen/-stroken aanwezig zijn en op heel veel plekken in de gemeente is dat ook zo. Om meer recht te doen aan hetgeen in de gebiedsvisie over de groenstructuur is opgenomen, zal een strook grond tussen de Omloop en het hoofdveld van RKDEO daarom bij de vaststelling van het bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’ krijgen en aansluiten op de groenbestemming die in het ontwerpbestemmingsplan reeds is opgenomen. De ontsluiting verandert niet. Het bestemmingsplan zal gewijzigd worden vastgesteld. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

5.

DAS Rechtsbijstand mw. mr. N.M. Buddingh – Ubink (namens D. Jansen / dossiernummer: 2CL.0.21.083255) Postbus 23000 1100 DM Amsterdam

Reactie: Indienster reageert namens cliënt op het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze luidt als volgt. Gedeelte perceel krijgt bestemming ‘Groen’ Een deel van het perceel van cliënt heeft de bestemming ‘Groen’ gekregen in het ontwerpbestemmingsplan. Verondersteld wordt dat hier sprake is van een vergissing. Verzocht wordt dit te corrigeren. Bouwhoogtes te hoog en bouwvlak te dichtbij Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in de bouw van twee appartementencomplexen achter en schuin achter het perceel van cliënt. De bouwvlakken liggen op 18 respectievelijk 35 meter afstand van zijn perceelsgrens. De bouwhoogte wordt 12 respectievelijk 15 meter aan de kant van zijn perceel. Cliënt is het hier niet mee eens. Met name het dichtstbijzijnde complex aan de Hagelaan zal door de hoogte en nabijheid zorgen voor een aantasting van zijn privacy en vrije uitzicht en daarmee van zijn woongenot. Bovendien past hoogbouw niet bij de omgeving. Cliënt verzoekt daarom het plan aan te passen dat aan de kant van zijn perceel er maximaal drie bouwlagen mogen komen en vraagt hij de afstand tussen zijn perceel en de grens van het bouwvlak te vergroten van 18 naar 25 meter. De bomen die er nu nog staan, kunnen dan behouden blijven. Bestemming ‘Water’ wordt ‘Groen’ Client is het niet eens met de wijziging van de bestemming van ‘Water’ naar ‘Groen’ en verzoekt de bestemming ongewijzigd te laten.

6

Waterhuishouding In hoofdstuk 4.3 van de plantoelichting wordt gesteld dat geen problemen verwacht worden met het grondwater vanwege dit plan. Echter zijn deze problemen wel ontstaan bij de bouw van het Mercatocomplex. Deze problemen zijn daarom evenmin uit te sluiten bij de bouw van de gebouwen zoals voorzien in dit het voorliggende bestemmingsplan. Dit dient nader onderzocht te worden. Dialoog De manier waarop de dialoog gevoerd is met omwonenden over de plannen is zeer onbevredigend. Er is niet altijd de juiste informatie gegeven en met de inbreng van de omwonenden is niets gedaan. Cliënt merkt hierover het volgende op: Aan de oproepen van omwonenden om bij het proces betrokken te worden is geen gehoor gegeven. De gemeente heeft de laagste vorm van participatie (informeren) gekozen zonder daar transparant over te zijn. Omwonenden is onjuist de indruk gegeven dat hun input meegenomen zou worden bij het ontwikkelen van het plan. Ondanks de enorme inzet van omwonenden ligt er nu een ongedragen plan. a.

b. c.

d. e.

Al vroeg liet de vooringenomenheid van de gemeente zich zien bij de vraagstelling in de enquête die de omwonenden mochten invullen. Wat vindt u een geschikte aantal bouwlagen? Met als mogelijke opties: 4, 5, 6 of hoger. Zo werd er een poging gedaan om een onjuist beeld gegeven van de wens van omwonenden. Onze input tijdens de raadgevende ronde is nooit gedocumenteerd. Een mail waarin hiernaar wordt gevraagd, is nooit beantwoord. Op 27-10-2020 hebben omwonenden, verenigd in het buurtcomité een verslag naar de gemeenteraad gestuurd waarin zij aangaven zich niet gehoord te voelen. Daar is nooit een antwoord op gekomen. Op 16-6-2020 heb ik een brief met zorgen omtrent het groeiend aantal woonlagen en het gebrek aan participatie met de raad gedeeld. Wat is hiermee gebeurd? Stedenbouwkundige Martin Borst heeft samen met de omwonenden een alternatief plan inclusief tekeningen en maquettes opgesteld. Het plan bracht meer woningen en een acceptabele bouwhoogte van 2 bouwlagen met schuine kap achter mijn woning. Waarom is er met dit plan niets gedaan?

Op basis van het vorenstaande verzoekt indienster namens cliënt het bestemmingsplan niet, althans niet ongewijzigd, vast te stellen. Beantwoording: Gedeelte perceel krijgt bestemming ‘Groen’ Uiteraard is hier sprake van een vergissing. Het perceel van cliënt zal bij de vaststelling van het bestemmingsplan niet langer binnen het plangebied opgenomen worden. Op die manier blijft de thans geldende bestemming onveranderd. Bouwhoogtes te hoog en bouwvlak te dichtbij De intentie bestaat om aan de zijde van de Prins Bernhardstraat een bouwdeel van drie bouwlagen te situeren. Richting de Hagelaan loopt de bouwhoogte op. Aangezien de gebouwen nog ontworpen moeten worden, bestaat de wens – zo niet de noodzaak – flexibiliteit in het bestemmingsplan op te nemen. In de planregels wordt overigens verwezen naar de gebiedsvisie. Daaraan dient de bebouwing dus te voldoen. Een van die uitgangspunten is maximaal drie 7

bouwlagen aan de zijde van de Prins Bernhardstraat. Hoewel daartoe naar ons oordeel niet strikt een noodzaak bestaat, zijn wij toch bereid deze eis nader vast te leggen in het bestemmingsplan. Op de verbeelding wordt daarom aan de zijde van de Prins Bernhardstraat ter plaatse van het bouwvlak van de nieuwbouw een differentiatielijn opgenomen die aangeeft dat daarbinnen in ieder geval maximaal drie bouwlagen gerealiseerd mogen worden. Het bouwen van meer dan drie bouwlagen aan de kant van de Prins Bernhardstraat is dus niet mogelijk. Wij hopen op deze manier tegemoet te komen aan de wens van indiener om het bestemmingsplan meer rechtszekerheid te laten bieden. Ook draagt dit bij aan de bescherming van de privacy van indiener. Zowel de maximale bouwhoogte als de minimale afstand tot de woonpercelen aan de Prins Bernhardstraat achten wij acceptabel. Daarbij wordt rekening gehouden met het karakter van de omgeving, waaronder de maat en schaal van de omliggende (woon)bebouwing. Ook wij zijn voorstander van het behoud en/of aanleg van groen tussen de nieuwe bebouwing en de Prins Bernhardstraat. In het bestemmingsplan zal derhalve op deze locatie de bestemming ‘Groen’ opgenomen worden; het bestemmingsplan wordt aldus gewijzigd vastgesteld. Bestemming ‘Water’ wordt ‘Groen’ De sloot achter de Prins Bernhardstraat blijft behouden.

Het is niet noodzakelijk deze sloot in het voorliggende bestemmingsplan op te nemen. De sloot zal bij de vaststelling van het bestemmingsplan niet langer binnen het plangebied opgenomen worden. Op die manier blijft de thans geldende bestemming onveranderd. Waterhuishouding Problemen met grondwater als gevolg van bouwprojecten komen inderdaad voor. Dergelijke problemen doen zich echter alleen voor wanneer grondwaterstromen belemmerd worden, bijvoorbeeld wanneer ondergrondse parkeergarages worden gebouwd, damwanden worden geslagen of als gevolg van andere technische maatregelen waardoor het grondwater zich niet langer vrijelijk kan bewegen. De bebouwing op deze locaties voorziet daar echter niet in. Daardoor zal er geen verstoring van grondwaterstromen zijn en zal het risico’s voor belendende panden/percelen op schade nihil zijn. Met het oog op de zorgvuldigheid die bij de voorbereiding van de vaststelling van het bestemmingsplan dient te worden betracht en om rechtszekerheid te bieden aan omwonende belanghebbenden zal in de planregels opgenomen worden dat het niet toegestaan is ondergrondse parkeervoorzieningen te realiseren. Hoewel het niet de bedoeling is dat het parkeren ondergronds wordt opgelost, valt niet uit te sluiten dat hiervoor in de toekomst toch wordt gekozen.

Daarom wordt in de planregels een binnenplanse ontheffingsmogelijkheid opgenomen die het mogelijk maakt bij omgevingsvergunning af te wijken van het verbod op ondergrondse parkeervoorzieningen, doch niet eerder dan is aangetoond dat dergelijke voorzieningen geen onaanvaardbare nadelige gevolgen hebben voor de grondwaterstand in de omgeving. Op die manier wordt het belang dat derden in dit verband hebben afdoende omkleed met waarborgen. Dialoog Wij betreuren het oprecht ten zeerste dat cliënt negatieve gevoelens heeft overgehouden aan het doorlopen participatietraject en herkennen ons niet in de kwalificaties die daaraan worden toegekend. Op de punten die als onderbouwing van die stellingname naar voren worden gebracht, gaan wij graag in. a.

De zienswijze is niet gebaseerd op het complete verhaal. De vraag waaraan wordt gerefereerd, werd immers vooraf gegaan door een inleiding en een andere vraag, namelijk: 8

b. c.

d. e.

“Inleiding: ‘De gemeente wil in het gebied veel verschillende functies en een intensief woningbouwprogramma realiseren. Bebouwing wordt daarom niet lager dan 3 tot 4 bouwlagen.’ Daarna volgde vraag 9: ‘In welke zones vindt u bebouwing met meer dan 4 bouwlagen passend? Meerdere keuzes zijn mogelijk. (Met als mogelijkheden zones A tot en met F.) Pas daarna kwam de vraag die als vooringenomen wordt beoordeeld. Wij hebben geen poging gedaan een onjuist beeld te geven van de wens van omwonenden. In het openbare document waarin de resultaten van de enquête staan, staat het volgende: Bebouwing met een hoogte van meer dan 4 lagen wordt het minst passend gevonden op locatie C en D. Op de vraag hoeveel bouwlagen passend gevonden worden, is geen mogelijkheid geboden om minder dan 4 lagen aan te kruisen in verband met het uitgangspunt dat er een intensief woningbouwprogramma gerealiseerd zal moeten worden. Hier zijn enkele opmerkingen op binnengekomen van respondenten die 4 lagen te hoog vonden. Veruit de meeste respondenten geven aan dat 4 tot 5 bouwlagen passend is in het plangebied. Deze mail is op 11 november 2020 om 17:25 uur beantwoord vanuit het email-adres ‘hartvannootdorp@pijnacker-nootdorp.nl’. Brieven aan de gemeenteraad worden betrokken bij de besluitvorming over het desbetreffende onderwerp. Dat is in dit geval ook zo.

De gemeenteraad krijgt van de zijde van het college de informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen, maar daar blijft het vaak niet bij. De raad betrekt ook ingekomen stukken bij zijn oordeel, niet zelden aangevuld met informatie die verkregen is uit gesprekken met bijvoorbeeld inwoners en/of op basis van eigen onderzoek. Zie hierboven onder c. Op dit plan is uitgebreid gereageerd op bladzijde 6, 7 en 8 van het document ‘Terugkoppeling raadpleegronde sept. 2020’. Dit document is op de website geplaatst, gedeeld met de heer Borst en gemaild naar iedereen die bij de enquête zijn/haar emailadres heeft achtergelaten. De stelling dat er niets met het alternatief is gedaan, in die zin dat er niet serieus naar is gekeken, kan derhalve niet worden onderschreven.

Conclusie: De ingediende zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

6.

De heer H.E. Wiersma Markt 65 2631 ED Nootdorp

Reactie: Indiener geeft aan als voorzitter van de VVE Mercato namens de VVE Mercato bezwaar te hebben tegen het ontwerpbestemmingsplan. Op pagina 15 van de plantoelichting staat de openbare ruimte beschreven. Daarin wordt de indruk gewekt dat de binnentuin van Mercato openbaar is. Dat is niet juist. Het is privéterrein. Voorts staat op pagina 24 en 25 van de plantoelichting dat een deel van de benodigde parkeergelegenheid om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte wordt gevonden in de parkeergarage in het Mercato-complex. Het betreft hier echter een garage die in eigendom is van de VVE Mercato. In

9

het verkeersonderzoek staat dat voor een telling geen toestemming is verleend door de VVE Mercato. Een verzoek om toestemming is echter nooit gedaan. Beantwoording: Op pagina 15 is bedoeld te zeggen dat de tuin van Mercato onderdeel is van wat beleefd wordt als de openbare ruimte. We zijn het met indiener eens dat in de plantoelichting de indruk wordt gewekt dat de tuin openbaar is. Dat is natuurlijk niet juist en daarom zal dit bij de vaststelling van het bestemmingsplan worden gecorrigeerd. In tegenstelling tot wat indiener stelt, is de VVE Mercato geen eigenaar van de garage. Zij treedt slechts op namens de eigenaren van de garage. De VVE hoeft dus niet in te stemmen met de verkoop van de parkeerplaatsen door de eigenaar van die plaatsen aan de gemeente. Voor wat betreft de telling van het aantal parkeerplaatsen in het verkeersonderzoek kan opgemerkt worden dat de tekst op zich niet onjuist is. Er is geen toestemming verleend, omdat er geen verzoek is ingediend bij VVE Mercato. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

7.

De heer R.H. Veldhoven Prins Bernhardstraat 32 2631 EC Nootdorp

Reactie: Indiener geeft aan dat een deel van zijn perceel de bestemming ‘Groen’ heeft gekregen en dat de bestemming ‘Water’ aan de achterzijde van zijn perceel is verdwenen. Hij vraagt dit te corrigeren en te veranderen in de huidige bestemming. Het is indiener verder opgevallen dat de afstand van de bestaande woningen aan de Prins Bernhardstraat tot de nieuwbouw aan de achterzijde van zijn woning in de gebiedsvisie 26,5 meter bedraagt en in het ontwerpbestemmingsplan is teruggebracht tot 15 meter. Dat vindt hij onacceptabel en vraagt de maat van 26,5 meter in het bestemmingsplan vast te leggen. Ook zouden met het oog op bescherming van zijn privacy de bomen gehandhaafd moeten blijven en zouden de bouwhoogten van de verschillende bouwdelen vastgelegd moeten worden. In de groenstrook langs de Hagelaan liggen gasleidingen. Daarover vermeldt het bestemmingsplan echter niets. Toch wenst indiener dat ook deze groenstrook behouden blijft. Tot slot geeft indiener aan dat hij niet te spreken is over de informatievoorziening en communicatie van de gemeente over dit project. Beantwoording: Het is nimmer de bedoeling geweest de bestemming van het perceel van indiener te veranderen. Daarom zal bij de vaststelling van het bestemmingsplan de plangrens worden aangepast zodat zijn perceel buiten het bestemmingsplan ‘Hart van Nootdorp’ komt te liggen.

De bestemming verandert dan niet en blijft zijn perceel vallen binnen het nu al geldende bestemmingsplan met de bestemming die het nu dus al heeft. Indiener doelt met zijn verwijzing naar de afstand van 26,5 meter op de impressie die op de visiekaart van de gebiedsvisie staat. Echter de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan zijn bindend. In de planregels is een verwijzing opgenomen naar de ruimtelijke uitgangspunten die in de gebiedsvisie staan. Een van die uitgangspunten is maximaal drie bouwlagen aan de zijde van 10

de Prins Bernhardstraat. Hoewel daartoe naar ons oordeel niet strikt een noodzaak bestaat, zijn wij toch met indiener eens dat het nuttig is deze eis nader vast te leggen in het bestemmingsplan. Op de verbeelding wordt daarom aan de zijde van de Prins Bernhardstraat ter plaatse van het bouwvlak van de nieuwbouw een differentiatielijn opgenomen die aangeeft dat daarbinnen in ieder geval maximaal drie bouwlagen gerealiseerd mogen worden. Het bouwen van meer dan drie bouwlagen aan de kant van de Prins Bernhardstraat is dus niet mogelijk. Wij hopen op deze manier tegemoet te komen aan de wens van indiener om het bestemmingsplan meer rechtszekerheid te laten bieden. Ook draagt dit bij aan de bescherming van de privacy van indiener. In aanvulling op het vorenstaande is er ook niets op tegen om – zoals de gebiedsvisie beschrijft – de groenstrook (met bomen) tussen de woningen aan de even zijde van de Prins Bernhardstraat en de nieuwbouw daar tegenover in het bestemmingsplan te bestemmen als ‘Groen’. Ook aan deze wens van indiener wordt tegemoet gekomen. Het bestemmingsplan wordt aldus gewijzigd vastgesteld. Over de groenstrook aan de Hagelaan en de leidingen die daar in de grond liggen, kan opgemerkt worden dat deze behouden blijft en dat ter plaatse geen kabels en leidingen aanwezig zijn die ruimtelijk relevant zijn in de zin dat die specifiek bestemd moeten worden.

Dat indiener ontevreden is over de informatievoorziening en communicatie betreuren wij. In het gehele traject van voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan (participatietraject) tot heden zijn er vier informatiemomenten geweest, namelijk twee inloopavonden en twee kleinschalige vragenuren (i.v.m. de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus). Verder zijn er drie enquêtes uitgevoerd en zo’n 15 nieuwsbrieven verzonden, waarvan sommige ook fysiek zijn verstuurd. Het ontwerpbestemmingsplan is de juridische vertaling van de gebiedsvisie. Dat is indiener ook uitgelegd tijdens zijn bezoek aan een van de vragenuren afgelopen september. Daarbij is hij overigens in de gelegenheid geweest alle vragen te stellen die hij had en die zijn uiteraard ook beantwoord. De kritiek van indiener op dit punt kunnen wij derhalve niet plaatsen. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

8.

De heer R. Majolée Laan van Nootdorp 130 2632 ED Nootdorp

Reactie: Indiener heeft kritiek op de communicatie over het project ‘Hart van Nootdorp’, vooral over de nieuwe sporthal. Hij vreest overlast te ervaren wanneer de nieuwe sporthal gebouwd is en in gebruik genomen is. De gevreesde overlast betreft voornamelijk stemgeluid en het dichtslaan van deuren van het gebouw en van auto’s. Ook vreest indiener dat auto’s op trottoirs zullen worden geparkeerd waardoor mensen die gebruik maken van een rollator of scootmobiel problemen zullen ondervinden. Dit alles zorgt ervoor dat de leefbaarheid van hemzelf en dat van zijn buren wordt aangetast. Beantwoording: De kritiek van indiener op de communicatie over het project, kunnen wij niet plaatsen. Dat indiener ontevreden is over de informatievoorziening en communicatie betreuren wij. In het gehele traject van voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan (participatietraject) tot heden 11

zijn er vier informatiemomenten geweest, namelijk twee inloopavonden en twee kleinschalige vragenuren (i.v.m. de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus). Verder zijn er drie enquêtes uitgevoerd en circa 15 nieuwsbrieven verzonden, waarvan sommige ook fysiek zijn verstuurd. Het ontwerpbestemmingsplan is de juridische vertaling van de gebiedsvisie. Met indiener is overigens ook telefonisch contact geweest. De zorgen van indiener over eventuele overlast en – in het verlengde daarvan – de leefbaarheid delen wij. Juist daarom hebben wij bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan onderzoek laten uitvoeren naar de akoestisch effecten van de plannen op de omgeving. Uit dat onderzoek is gebleken dat ook nadat de plannen zijn uitgevoerd en de sporthal en de overige voorzieningen in gebruik genomen zijn, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, zo ook in de woning van indiener. Dat wil niet zeggen dat indiener nooit iets zal horen of zelfs overlast zal ervaren, maar dat de eventuele overlast die ervaren wordt binnen objectieve normen blijft. Van een onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid in het gebied is derhalve geen sprake. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

9.

De heer D.T. du Parand Prins Bernhardstraat 30 2631 EC Nootdorp

Reactie: Indiener brengt het volgende naar voren: Participatie omgeving/bewoners Indiener is van mening dat participatie meer in had moeten houden dan uitsluitend informeren, zoals hier alleen maar is gebeurd. Een alternatief van omwonenden dat door de stedenbouwkundige Martin Borst is uitgewerkt, is niet serieus bekeken. Dit vindt indiener een gemiste kans. Er had een plan kunnen liggen dat op meer draagvlak kon rekenen. Hij vraagt zich af hoe de wethouder tegen deze zaken aankijkt. Gedeelte perceel krijgt bestemming ‘Groen’ Indiener geeft aan dat een deel van zijn perceel de bestemming ‘Groen’ heeft gekregen en dat de bestemming ‘Water’ aan de achterzijde van zijn perceel is verdwenen. Hij vraagt dit te corrigeren en te veranderen in de huidige bestemming. Bouwhoogtes te hoog/afwijkend en bouwvlak te dicht op bestaande bouw Indiener is van mening dat de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen bouwhoogten te groot zijn en dat de geplande bebouwing te dicht op zijn woning/perceel gerealiseerd wordt. Dit leidt tot aantasting van uitzicht, privacy en dientengevolge tot waardedaling van zijn woning. Hij verzoekt de afstand tussen zijn perceelsgrens en de gevel van het nieuwe gebouw ten minste 24 meter te maken en ervoor te zorgen dat het groene karakter van de groenstrook (met bomen) behouden blijft.

Indiener is van mening dat hoogbouw niet bij de omgeving past en vraagt in het bestemmingsplan op te nemen dat aan de zijde van de Prins Bernhardstraat maximaal drie bouwlagen mogen worden gerealiseerd. Voorts merkt hij op dat niet duidelijk is waar het bouwdeel met vier bouwlagen en waar het hoogteaccent van vijf bouwlagen wordt gebouwd. 12

Vigerende bestemmingsplannen Indiener geeft aan dat in het ontwerpbestemmingsplan vermeld staat dat “…geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied niet mogelijk zijn op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.” Indiener vraagt zich af wat de gevolgen van deze tekst zijn en of er op oneigenlijke wijze iets aangepast wordt. Parkeerdruk De parkeerdruk zal als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen toenemen. Het parkeeronderzoek is gebaseerd op onjuiste en onvolledige uitgangspunten en houdt onvoldoende rekening met toekomstige ontwikkelingen. Verkeersdrukte Koningin Julianastraat Indiener wijst op de verkeersdrukte op de Koningin Julianastraat, onder andere als gevolg van kerend verkeer. Hij verzoekt een veiligere wegindeling en ontsluiting in het bestemmingsplan op te nemen. Ruimtelijk kader groen Indiener geeft aan groot belang te hechten aan de beeldbepalende groene structuren in het gebied. Hij verzoekt het groen een prominentere plaats in het bestemmingsplan te geven. Waterhuishouding In hoofdstuk 4.3 van de plantoelichting wordt gesteld dat geen problemen verwacht worden met het grondwater vanwege dit plan. Echter zijn deze problemen wel ontstaan bij de bouw van het Mercatocomplex.

Deze problemen zijn daarom evenmin uit te sluiten bij de bouw van de gebouwen zoals voorzien in dit het voorliggende bestemmingsplan. Dit dient nader onderzocht te worden. Flora en fauna Het onderzoek naar flora en fauna ontbreekt. Netbeheerders Om problemen en extra kosten met kabels en leidingen te voorkomen, vraagt indiener de netbeheerders eerder te betrekken bij de plannen. Besluit ruimtelijke ordening Indiener vraagt zich af wanneer verslag wordt gedaan van het artikel 3.1.1 Bro-overleg. Leefmilieu Indiener plaatst vraagtekens bij het uitgevoerde akoestisch onderzoek. Er is wel degelijk sprake van overschrijdingen, maar er wordt gerekend met gemiddelden. Ook andere uitgangspunten, zoals de bouwmassa, komen niet overeen met hetgeen gepland staat. Structuurvisie Indiener geeft aan dat het ontwerpbestemmingsplan niet in overeenstemming is met de structuurvisie. Verzocht wordt het bestemmingsplan met deze visie in overeenstemming te brengen. Klimaatadaptatie en energietransitie

13

In het bestemmingsplan is geen aandacht voor klimaatadaptatie en energietransitie. Verzocht wordt daaraan aandacht te besteden. Vervorming Indiener geeft aan dat de algemene indruk van het plan is dat alle onderdelen passend moesten zijn om het plan te kunnen realiseren, waardoor de uitgangspunten en kaders zijn vervormd zodat uitkomsten onder normen blijven. Tenslotte Tot besluit verzoekt indiener de gemeenteraad het bestemmingsplan op de genoemde punten gewijzigd vast te stellen en zegt te hopen op een eerlijke behandeling van zijn zienswijze. Beantwoording: Participatie omgeving/bewoners Er is gekozen voor brede vorm van participatie, maar niet voor co-creatie. Geen traject met vertegenwoordigers, maar een aanpak waarbij alle belanghebbenden van zich hebben kunnen laten horen. Dat het plan van tevoren zou zijn vastgesteld, moet dan ook met klem worden ontkend. In het begin is alleen bepaald dát er een integraal kindcentrum, een sporthal en woningen zouden moeten komen, maar nog niet hoe en waar. Vervolgens zijn de ideeën en wensen bij zoveel mogelijk belanghebbenden opgehaald. Op basis daarvan is het plan verder uitgewerkt en heeft het zijn huidige vorm gekregen. Naar het aangedragen alternatieve plan is wel degelijk serieus gekeken. Op dit plan is uitgebreid gereageerd op bladzijde 6, 7 en 8 van het document ‘Terugkoppeling raadpleegronde sept. 2020’.

Dit document is op de website geplaatst, gedeeld met de heer Borst en gemaild naar iedereen die bij de enquête zijn/haar emailadres heeft achtergelaten. De stelling dat er niets met het alternatief is gedaan, in die zin dat er niet serieus naar is gekeken, kan derhalve niet worden onderschreven. Hoe het college tegen zaken aankijkt, staat verwoord in deze beantwoording, die vastgesteld is door het college van burgemeester en wethouders alvorens die naar de gemeenteraad is gestuurd om samen met het bestemmingsplan vastgesteld te worden. Gedeelte perceel krijgt bestemming ‘Groen’ Het is nimmer de bedoeling geweest de bestemming van het perceel van indiener te veranderen. Daarom zal bij de vaststelling van het bestemmingsplan de plangrens worden aangepast zodat zijn perceel buiten het bestemmingsplan ‘Hart van Nootdorp’ komt te liggen. De bestemming verandert dan niet en blijft zijn perceel vallen binnen het nu al geldende bestemmingsplan met de bestemming die het nu dus al heeft. Bouwhoogtes te hoog/afwijkend en bouwvlak te dicht op bestaande bouw De mening van indiener dat de maximale hoogte van de voorgenomen bebouwing te groot zou zijn en de afstand tot zijn perceelsgrens te gering wordt niet gedeeld. De afstand tot het nieuwe gebouw achten wij stedenbouwkundig meer dan acceptabel.

Indien indiener van mening is dat hij als gevolg van het bestemmingsplan schade lijdt die niet te zijner last behoort te blijven, dan kan hij een verzoek om die schade vergoed te krijgen (planschade) indienen bij het college van burgemeester en wethouders. De onduidelijkheid waar indiener op wijst ten aanzien van de afstand tot de toekomstige bebouwing is terug te voeren op de impressie die op de visiekaart van de gebiedsvisie staat. Echter de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan zijn bindend. In de planregels is een verwijzing opgenomen naar de ruimtelijke uitgangspunten die in de gebiedsvisie staan. Een van 14

die uitgangspunten is maximaal drie bouwlagen aan de zijde van de Prins Bernhardstraat. Hoewel daartoe naar ons oordeel niet strikt een noodzaak bestaat, zijn wij toch bereid deze eis nader vast te leggen in het bestemmingsplan. Op de verbeelding wordt daarom aan de zijde van de Prins Bernhardstraat ter plaatse van het bouwvlak van de nieuwbouw een differentiatielijn opgenomen die aangeeft dat daarbinnen in ieder geval maximaal drie bouwlagen gerealiseerd mogen worden. Het bouwen van meer dan drie bouwlagen aan de kant van de Prins Bernhardstraat is dus niet mogelijk. Dat het indiener niet duidelijk is waar het bouwdeel met vier bouwlagen en waar het hoogteaccent van vijf bouwlagen wordt gebouwd, is heel goed mogelijk, omdat dat nog niet bekend is. Er is bewust voor gekozen in het bestemmingsplan de nodige flexibiliteit op te nemen. Met het vastleggen van het aantal bouwlagen aan de zijde van de Prins Bernhardstraat hopen wij wel tegemoet te komen aan de wens van indiener om het bestemmingsplan meer rechtszekerheid te laten bieden. In aanvulling op het vorenstaande is er ook niets op tegen om – zoals de gebiedsvisie beschrijft – de groenstrook (met bomen) tussen de woningen aan de even zijde van de Prins Bernhardstraat en de nieuwbouw daar tegenover in het bestemmingsplan te bestemmen als ‘Groen’. Ook aan deze wens van indiener wordt tegemoet gekomen.

Het bestemmingsplan wordt aldus gewijzigd vastgesteld. Vigerende bestemmingsplannen Onduidelijk is wat indiener denkt te vermoeden of suggereert. Deze tekst geeft aan dat de nieuwe functies (sporthal, integraal kindcentrum en woningen) en de bebouwing waarin die functies gerealiseerd moeten worden niet passen binnen de regels van het nu nog geldende bestemmingsplan en dat daarom het bestemmingsplan aangepast wordt. De procedure die daarbij hoort, wordt nu doorlopen. Parkeerdruk Het parkeeronderzoek is uitgevoerd door deskundigen op dat gebied volgens in Nederland algemeen aanvaarde uitgangspunten. Alle relevante aspecten zijn naar onze mening meegewogen. Bij het bepalen of ten behoeve van een bepaalde ontwikkeling voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, wordt getoetst aan de Nota parkeernormen die door de gemeenteraad is vastgesteld. Mede naar aanleiding van de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan in de gemeenteraad is ten behoeve van ‘Hart van Nootdorp’ een geactualiseerd parkeeroverzicht opgesteld. Ook dat overzicht laat zien dat de plannen voor wat betreft dit aspect uitvoerbaar zijn. Het geactualiseerde parkeeroverzicht wordt bij de vaststelling als bijlage bij de plantoelichting opgenomen.

Verkeersdrukte Koningin Julianastraat Binnen de bestemming ‘Verkeer – Wegverkeer’, die aan de Koningin Julianastraat is toegekend, zijn verschillende wegindelingen denkbaar en mogelijk. Het bestemmingsplan bepaalt echter niet de inrichting van wegen en straten. De gekozen oplossingen passen dus binnen de bestemming die in het plan is opgenomen en zijn volgens ons bovendien verkeersveilig. Ruimtelijk kader groen Vooropgesteld moet worden dat het beslist niet de bedoeling is om overal waar de bestemming ‘Verkeer – Wegverkeer’ is ingetekend het groen te verwijderen. Ook binnen die bestemming zijn groenvoorzieningen mogelijk en die zijn er op heel veel plaatsen feitelijk ook. Groen heeft immers niet alleen een ecologische functie, maar vertegenwoordigt ook een ruimtelijke kwaliteit in de gebouwde omgeving. Tussen de Hagelaan en nieuwe bebouwing is het de bedoeling zoveel mogelijk groen te behouden en te versterken. Het uitgangspunt daarbij is waar mogelijk het bestaande groen behouden. Welke 15

planten en bomen behouden kunnen blijven, is onder meer afhankelijk van de exacte ligging van de nieuwe bebouwing en hoe de bouw daarvan georganiseerd wordt. Wel wordt dus, zoals hierboven reeds is vermeld, de bestemming ‘Groen’ opgenomen tussen de nieuwe bebouwing en de Hagelaan (aan de zijde van de Prins Bernhardstraat). Waterhuishouding Problemen met grondwater als gevolg van bouwprojecten komen inderdaad voor. Dergelijke problemen doen zich echter alleen voor wanneer grondwaterstromen belemmerd worden, bijvoorbeeld wanneer ondergrondse parkeergarages worden gebouwd, damwanden worden geslagen of als gevolg van andere technische maatregelen waardoor het grondwater zich niet langer vrijelijk kan bewegen. De bebouwing op deze locaties voorziet daar echter niet in. Daardoor zal er geen verstoring van grondwaterstromen zijn en zal het risico’s voor belendende panden/percelen op schade nihil zijn. Met het oog op de zorgvuldigheid die bij de voorbereiding van de vaststelling van het bestemmingsplan dient te worden betracht en om rechtszekerheid te bieden aan omwonende belanghebbenden zal in de planregels opgenomen worden dat het niet toegestaan is ondergrondse parkeervoorzieningen te realiseren. Hoewel het niet de bedoeling is dat het parkeren ondergronds wordt opgelost, valt niet uit te sluiten dat hiervoor in de toekomst toch wordt gekozen.

Daarom wordt in de planregels een binnenplanse ontheffingsmogelijkheid opgenomen die het mogelijk maakt bij omgevingsvergunning af te wijken van het verbod op ondergrondse parkeervoorzieningen, doch niet eerder dan is aangetoond dat dergelijke voorzieningen geen onaanvaardbare nadelige gevolgen hebben voor de grondwaterstand in de omgeving. Op die manier wordt het belang dat derden in dit verband hebben afdoende omkleed met waarborgen. Voor de overige aanpassingen die ten aanzien van het thema ‘Water’ worden doorgevoerd in de plantoelichting wordt verwezen naar de staat van wijzigingen. De waterparagraaf wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan geactualiseerd. Op dat punt wordt het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. Flora en fauna Dat is correct. Het onderzoek is inmiddels uitgevoerd. Daaruit blijkt dat – met inachtneming van de nodige zorgvuldigheid en maatregelen – dit aspect de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Netbeheerders De netbeheerders zijn ruimschoots op tijd (al sinds begin 2021) betrokken bij de plannen en volledig op de hoogte. De werkzaamheden die aan kabels en leidingen uitgevoerd moeten worden alsmede de kosten die daarmee gemoeid zijn, staan de uitvoering van de plannen geenszins in de weg. Zo is het glasvezelstation inmiddels ingepast en blijft gehandhaafd.

Besluit ruimtelijke ordening Bij de vaststelling van het bestemmingsplan worden de resultaten van het artikel 3.1.1 Bro-overleg ingevuld in de aangehaalde paragraaf. Leefmilieu De te ontwikkelen locaties liggen geen van allen binnen gezoneerde wegen op grond van de Wet geluidhinder (Wgh). Op basis van die wet is akoestisch onderzoek daarom niet vereist. Echter, in het kader van een goede ruimtelijke ordening is dit aspect toch onderzocht. Daarin is gebruik gemaakt van een realistische invulling met bebouwing, van beschikbare gegevens en van aannames (modellering). Deze werkwijze is gangbaar en algemeen geaccepteerd. De uitkomsten 16

geven geen aanleiding tot nader onderzoek of tot planaanpassing. Het uitgevoerde akoestisch onderzoek maakt voldoende aannemelijk dat ook dit aspect de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Structuurvisie De stelling van indiener dat het voorliggende bestemmingsplan niet in overeenstemming met de structuurvisie zou zijn, wordt door hem niet onderbouwd. Wij achten het bestemmingsplan en de ruimtelijke ontwikkelingen die daarmee mogelijk worden gemaakt volledig in overeenstemming met de structuurvisie/omgevingsvisie. Klimaatadaptatie en energietransitie In de herziene waterparagraaf wordt aandacht besteed aan klimaatadaptatie. De suggestie van indiener om in de toekomst ook aandacht te gaan besteden aan het thema ‘Energietransitie’ zal in het kader van omgevingsplannen (vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet) opgepakt worden. Vervorming Als indiener hiermee bedoelt dat er in het kader van de totstandkoming van het bestemmingsplan iets onfatsoenlijks of zelfs iets onoorbaars zou zijn gebeurd, dan laten wij het bij een ontkenning daarvan. Tenslotte Elke zienswijze wordt serieus bekeken, samengevat en voorzien van een beantwoording. Waar mogelijk wordt hetgeen gevraagd wordt gehonoreerd en leidt dat tot aanpassing van het bestemmingsplan bij de vaststelling.

Wanneer een zienswijze niet, of niet helemaal, gehonoreerd wordt, betekent dat niet dat er niet serieus naar gekeken is. Elke zienswijze wordt eerlijk beoordeeld. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

17

STAAT VAN WIJZIGINGEN

betreft Toelichting Algemeen Planidentificatie Corrigeren tekst openbare ruimte (pagina 15)

Waterparagraaf

wijziging

Wijziging is gebaseerd op

Kleine tekstuele aanpassingen en verbetering van feitelijke onjuistheden. De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000210131-4001 Op pagina 15 wordt de tekst gecorrigeerd. Daar is bedoeld te zeggen dat de tuin van Mercato onderdeel is van wat beleefd wordt als de openbare ruimte, waardoor de indruk wordt gewekt dat de tuin openbaar is. De tekst wordt hierop aangepast. Op basis van het overleg dat met het Hoogheemraadschap van Delfland is gevoerd over de inhoud van de waterparagraaf is deze aangepast op de hieronder vermelde tekstdelen.

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Zienswijze 6

Zienswijze 9 Ambtshalve wijziging

4.3 Waterhuishouding Toetsingskader ongewijzigd Beleid Hoogheemraadschap van Delfland ongewijzigd Standstill-beginsel (thema voorkomen wateroverlast) ongewijzigd Beoordeling Handreiking watertoets ongewijzigd Huidige situatie Algemeen Het plangebied ligt in de polder van Nootdorp en raakt drie daarin gelegen peilgebieden. Het gaat om de peilgebieden GPG2014PVN II met maatgevend peil 4.60- NAP, GPG2014PVN XVIIIa met maatgevend peil 3.93- NAP en GPG2014PVN IVb met maatgevend peil 4.40- NAP. Peilgebied XVIIIa watert via een stuw/overstort aan de Hagelaan en een duiker 800 mm in de Koningin Julianalaan af op de watergang langs de Meidoornlaan in peilgebied PVN IVb. In peilgebied PVN II is de ontvangstcapaciteit het hoogst. Voor peilgebied PVN IVb bestaat een wens bij het Hoogheemraadschap van Delfland tot uitbreiding van het wateroppervlak. 18

In PVN II wateren de aanwezige straat- en dakoppervlakken af op waterriolen en oppervlaktewater. In PVN XVIIIa en PVN IVb worden de straatoppervlakken afgewaterd op de aanwezige gemengde of vuilwaterriolen. Het dak van de bestaande voormalige brandweerkazerne binnen PVN XVIIIa watert als enige af op een ander peilgebied, namelijk op PVN II. De overige daken binnen deze peilgebieden wateren af op waterriolen en oppervlaktewater binnen PVN IVb.

Waterkeringen en primaire watergangen De watergang binnen PVN II, langs de Sportparkweg, betreft een primaire watergang. Er bevinden zich geen waterkeringen binnen het plangebied. Waterkwantiteit Peilgebied PVN XVIIIa wordt op verzoek van het Hoogheemraadschap van Delfland volledig ontzien in de afwatering van de nieuwe situatie, omdat de waterhuishouding hier niet wijzigt. De oppervlakten binnen PVN XVIIIa zijn in de watersleutel meegerekend in peilgebied PVN IVb. In de nieuwe situatie wordt het hemelwater zoveel mogelijk afgekoppeld. Verharde oppervlakken binnen PVN II blijven afwateren binnen dit peilgebied. Verharde oppervlakken binnen PVN XVIIIa en PVN IVb wateren af op oppervlaktewater of waterriolen in PVN IVb. Bij straatoppervlak gebeurt dat bij voorkeur kolkloos via bermen en plantsoenen (infiltratie). Parkeervakken en zoen- en zoefzone worden als halfverharding aangelegd. Op basis van bovenstaande en op basis van de gebiedsvisie van het plangebied is voor PVN II en PVN IVb de watersleutel ingevuld, met de volgende resultaten: 19

• GPG2014PVN II 223 m2 of 88,5 m3 extra te realiseren wateroppervlak respectievelijk berging • GPG2014PVN IVb 408 m2 of 129 m3 extra te realiseren wateroppervlak respectievelijk berging

20

Voor PVN II wordt de opgave grotendeels gerealiseerd door de aanleg van een wadi in de groenzone langs de oostzijde van De Omloop. Hier kan 75 m3 berging worden gevonden. Het tekort van 13,5 m3 kan binnen PVN II worden gevonden in de aanleg van een extra wadi langs de Omloop aan de noordzijde van het Mercato-gebouw, maar ook in de realisatie van groen/blauw dakoppervlak bij de nieuwe sporthal. Voor aan te leggen wadi(‘s) geldt dat daar ook meer verhard oppervlak op kan worden aangesloten dan nodig om aan de bergingseis te voldoen. Daarmee wordt vaker regenwater van verharde oppervlakken in de bodem geïnfiltreerd. Een en ander wordt nader uitgewerkt in de ontwerpen die opgesteld worden voor de (her)inrichtingen van openbare ruimte en voor de nieuwbouw. Delfland wordt hierin geïnformeerd. 21

Voor PVN IVb wordt binnen de gebiedsvisie, met een extra wateroppervlak van 379 m2 langs de zuidzijde van de Koningin Julianastraat, grotendeels aan de opgave van 408 m2, volgend uit de watersleutelberekening, worden voldaan. Het tekort van 29 m2 wordt binnen het bestemmingsplan ruim toegevoegd met een opgenomen extra waterbestemming van 411 m2. Nog meer berging kan worden gevonden in de uitbreiding van de voorgenomen waterpartij, maar ook in de aanleg van wadi’s of groen/blauw dakoppervlak bij de nieuwbouw. Waterkwaliteit In het bestemmingsplan wordt niet voorzien in maatregelen die direct nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterkwaliteit. Door afstromend water zou de waterkwaliteit kunnen verslechteren. Het afstromend hemelwater wordt waar mogelijk binnen het plangebied geborgen. Indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, kan het hemelwater worden afgevoerd via het hemelwaterriool of het oppervlaktewater. In overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland nemen we maatregelen om verontreinigingen tegen te gaan. Dit kan bijvoorbeeld door geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen zoals zink, koper of andere uitlogende materialen. Bodem en grondwater De bestaande bodem van het projectgebied Hart van Nootdorp bestaat vooral uit zand met kleilagen. Voor de voorgenomen ontwikkelingen zijn geen voorbelastingen nodig.

Het bestemmingsplan maakt ook geen diepgaande constructies mogelijk die de doorstroming van het grondwater belemmeren. Er zijn geen grondwaterproblemen binnen het plangebied bekend en die hoeven ook niet te worden verondersteld. Op basis van (water)bodemonderzoek zijn een verspreid aantal kleine bodemverontreinigingen met zink, nikkel en olie en een grote bodem- en grondwaterverontreiniging met PAK in de Hagelaan geconstateerd. De kleine verontreinigingen (spots) worden gesaneerd. De grote verontreiniging in de Hagelaan vraagt om een plan van aanpak en een BUS-melding ODH voor de benodigde graafwerkzaamheden. Bij het onttrekken van grondwater moet rekening worden gehouden met de grondwaterverontreiniging. Het bestemmingsplan maakt verder geen risicovolle activiteiten mogelijk die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterkwaliteit. Watersysteemkwaliteit en ecologie Bij de inrichting wordt rekening gehouden met het principe 22

dat water van schoon naar vuil stroomt en van voedselarm naar voedselrijk. Het bestemmingsplan maakt geen risicovolle activiteiten mogelijk die van invloed zouden kunnen zijn op de waterkwaliteit. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein. Binnen onderhavige ontwikkeling wordt, buiten de maatregelen waarmee aan de wateropgave wordt voldaan, gezocht naar creatieve, simpele en efficiënte maatregelen om water vast te houden. Denk daarbij aan: Kolkloze bestratingen en water afvoeren via wadi’s, bermen en plantsoenvakken. De zandige bodem van het ontwikkelgebied leent zich goed voor infiltratie. Aanbrengen van watervasthoudende voorzieningen bij dakoppervlakken. Het plangebied wordt hiermee klimaatbestendiger, waarbij rekening wordt gehouden met extreme regenval en lange periodes van droogte en hitte. Onderhoud en bagger De bestaande watergangen en oevers blijven onveranderd. De primaire watergangen binnen het plangebied zijn in beheer en onderhoud bij Delfland. De secundaire watergangen zijn in beheer en onderhoud bij de aanliggende eigenaren. Tussen het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn afspraken gemaakt over het beheer en onderhoud van de watergangen.

Bij de inrichting van nieuwe wateroppervlaktes wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid daarvan voor het onderhoud. Dat gebeurt met obstakelvrije onderhoudsstroken en/of een doorvaarbaar doorstromingsprofiel. De definitieve uitwerking wordt met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd en in de procedure watervergunning behandeld. Bij de inrichting van wadi’s wordt rekening gehouden met het nodige periodieke onderhoud aan het grasoppervlak, waaronder 20 – 30 x per jaar maaien met een lichte maaimachine, 2 x per jaar blad- en zwerfvuil verwijderen en 1 x per jaar verticuteren. Verder het jaarlijks reinigen van de slokop en eventuele drainageleidingen. Afvalwater en riolering De bestaande hoofdrioleringen binnen het plangebied moeten ter plaatse van de Koningin Julianastraat mogelijk 23

worden verlegd. De duikverbinding van 800 mm tussen de watergang langs de Meidoornlaan en de watergang langs de Hagelaan komt te vervallen of gaat als waterriool functioneren. De duikerverbinding wordt vervangen door de nieuw aan te leggen watergang en een nieuwe duiker onder de Hagelaan door. Overige bestaande hoofriolen blijven gehandhaafd. Alle nieuwe dak- en straatoppervlakken worden afgekoppeld. Daarnaast vindt er extra afkoppeling van bestaand te handhaven dak- en straatoppervlak plaats. Drooglegging Met de bestaande maaiveldhoogtes van circa 3.00- NAP ter plaatse van de ontwikkelingen kan met een circa 150 mm hoger liggend vloerpeil aan de minimale drooglegging van 1.00 meter worden voldaan en wordt de gewénste drooglegging van 1.20 meter gehaald of benaderd. Conclusie Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect water de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat en dat in het bestemmingsplan de waterhuishoudkundige belangen voldoende gewaarborgd worden. Aandachtspunt is de aanvullend vereiste realisatie van nodige waterberging in GPG2014PVN II, waarvoor wel voldoende mogelijkheden worden gezien.

Toevoegen uitkomst Overleg artikel 3.1.1 Bro

We vinden het belangrijk dat we een kwalitatieve omgeving creëren die zich richt op klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en biodiversiteit. Aan de toelichting wordt aan paragraaf 7.2 de volgende tekst toegevoegd.

Toevoegen bijlage bij toelichting Toevoegen geactualiseerd parkeeroverzicht

Het vooroverleg heeft opgeleverd dat Tennet en Dunea hebben aangegeven geen bezwaren tegen het plan te hebben, omdat zij geen kabels/leidingen in het gebied hebben liggen. Met het Hoogheemraadschap van Delfland is uitvoerig overleg gevoerd over de inhoud van de waterparagraaf. Dat overleg heeft geresulteerd in een aangepaste waterparagraaf waarover overeenstemming tussen de gemeente en Delfland is bereikt. In de toelichting wordt in paragraaf 7.3 verwezen naar deze notitie die als bijlage bij de plantoelichting als onderdeel van de gewijzigde vaststelling wordt opgenomen. De beoordeling van BonoTraffics wordt als bijlage toegevoegd aan de plantoelichting. Een geactualiseerd parkeeroverzicht wordt als bijlage bij de plantoelichting opgenomen.

Toevoegen Nota van

Deze Nota van beantwoording wordt als bijlage bij de

Toevoegen uitkomst zienswijzenprocedure

Zienswijze 9 Ambtshalve wijziging

Zienswijze 9 Ambtshalve wijziging Zienswijze 3+4 Zienswijze 9 Ambtshalve wijziging Zienswijze 9 24

beantwoording als bijlage

plantoelichting opgenomen.

Paragraaf 4.6.2 + bijlage

Onder paragraaf 4.6.2. Flora en Fauna worden de conclusies van het uitgevoerde onderzoek opgenomen. De rapportage van het uitgevoerde onderzoek wordt als bijlage bij de toelichting opgenomen. Aan de tekst van de luchtkwaliteitsparagraaf (paragraaf 4.10) worden de afgelezen waarden toegevoegd.

Paragraaf 4.10 Regels Algemeen Planidentificatie

Opnemen verbod op ondergrondse parkeergarages + ontheffingsmogelijkheid

Verduidelijking regeling sporthal

Verbeelding Planidentificatie

Opnemen bestemming ‘Groen’ tussen veld RKDEO en de Omloop

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging

Kleine tekstuele aanpassingen en verbetering van feitelijke onjuistheden. De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000210131-4001

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

In de planregels wordt opgenomen dat het niet toegestaan is ondergrondse parkeervoorzieningen te realiseren. Tevens wordt een ontheffingsmogelijkheid in de planregels opgenomen die het mogelijk maakt bij omgevingsvergunning van dit verbod af te wijken mits is aangetoond dat dergelijke voorzieningen geen onaanvaardbare nadelige gevolgen hebben voor de grondwaterstand in de omgeving. In de planregels wordt binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ opgenomen dat een sporthal is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘sporthal’.

Zienswijze 5+9 Ambtshalve wijziging

De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000210131-4001

Ambtshalve wijziging

Het rood omlijnde gebied op onderstaande tekening krijgt de bestemming ‘Groen’ in plaats van ‘Verkeer – Verblijfsgebied’.

Zienswijze 4

Ambtshalve wijziging

25

Verkleinen plangebied

Het rood omlijnde gebied op onderstaande tekening wordt buiten de grenzen van het bestemmingsplan ‘Hart van Nootdorp’ gelaten.

Zienswijze 5+7+9

Aanpassen bestemmingen rond bouwdeel Hagelaan

De bestemmingen rond het bouwdeel aan de Hagelaan wordt aangepast zoals aangegeven op onderstaande tekening. Aan de zijde van de Prins Bernhardstraat wordt een differentiatielijn opgenomen op 10 meter van de bouwvlakgrens. Ten westen van die lijn zijn maximaal 3 bouwlagen toegestaan. Tevens wordt aan de zijde van de Prins Bernhardstraat een strook grond als ‘Groen’ bestemd. Dat geldt ook voor stroken aan de Koningin Julianastraat en aan de oostkant van dit deelgebied (nabij de Meidoornlaan).

Zienswijze 5+7+9 Ambtshalve wijziging

26

De bestemming ‘Water’ wordt daardoor navenant verkleind. Het aan het toekomstige woongebouw grenzende openbaar gebied (o.a. parkeerterrein) krijgt de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’.

Opnemen aanduiding ‘sporthal’ Uitbreiding aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – parkeren toegestaan’ Opnemen aanduiding 'onderwijs en kinderopvang'

Binnen de meest noordelijk gelegen bestemming ‘Maatschappelijk’ wordt de aanduiding ‘sporthal’ opgenomen. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – parkeren toegestaan’ wordt uitgebreid en komt te liggen over gronden met de bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Maatschappelijk’ (uitsluitend op het bestemmingsvlak aan de Koningin Julianastraat (combinatiegebouw)). Ter plaatse van het combinatiegebouw wordt de aanduiding 'onderwijs en kinderopvang' opgenomen.

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging

IMPRESSIE NIEUWE VERBEELDING

Op basis van het bovenstaande komt de verbeelding van het bestemmingsplan conform vaststelling er als onderstaand uit te zien.

27

28

CONCLUSIE EN VERVOLGPROCEDURE

De ingediende zienswijzen geven deels wel en deels niet aanleiding wijzigingen aan te brengen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp zoals dat ter inzage heeft gelegen. Voorts is een aantal ambtshalve wijzigingen noodzakelijk gebleken. De wijzigingen staan beschreven in de staat van wijzigingen. Na de (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan kan het provinciebestuur nog een oordeel geven over het bestemmingsplan. Indien het provinciebestuur geen gebruikmaakt van de hem toekomende bevoegdheid, wordt het vastgestelde bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen die periode kan beroep ingesteld worden tegen het besluit van de gemeenteraad. Het bestemmingsplan treedt in werking de dag nadat de beroepstermijn afloopt, tenzij de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht wordt een voorlopige voorziening te treffen. Zij die een zienswijze hebben ingediend bij de gemeenteraad kunnen in ieder geval tegen de vaststelling van het plan door de gemeenteraad beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voorts kunnen zij die kunnen aantonen redelijkerwijs niet in staat te zijn geweest een zienswijze bij de gemeenteraad in te dienen, alsmede eenieder voor zover het wijzigingen betreft die door de gemeenteraad bij de vaststelling zijn aangebracht, beroep instellen.

Aan het instellen van beroep en eventueel het vragen van een voorlopige voorziening zijn kosten verbonden. Meer informatie daarover is verkrijgbaar bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of via www.raadvanstate.nl.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10808868/1