CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van beantwoording OBP Onderwijscluster Gr. van Prinstererln (geanonimiseerd)

Raad Besluitvorming 24 februari 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan5.350 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan ‘Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan’

Afdeling Ruimte, Belastingen en Gegevensbeheer Team Ruimte

Inleiding en inhoud van het plan Aan de Groen van Prinstererlaan 1 in Pijnacker is de Octantschool ‘Schatkaart’ gevestigd in een verouderd gebouw dat aan vervanging toe is. De gemeente Pijnacker-Nootdorp is voornemens deze locatie te (her)ontwikkelen ten behoeve van twee zogenaamde integrale kindcentra (IKC): de huidige met een kindcentrum Schatkaart (Octant en Skippy) en de Casaschool, momenteel gevestigd aan de Goudenregensingel 25a in Pijnacker-Noord en aan de Duivestein 23 in Koningshof. Naast deze nieuwe onderwijs- en kinderopvangvoorziening, is het ook de bedoeling een kinderdagopvangvoorziening en een sportaccommodatie voor het bewegingsonderwijs te realiseren. De locatie aan de Groen van Prinstererlaan blijft nodig voor de onderwijsvoorzieningen en is geschikt en passend voor nieuwbouw van een scholencluster. Verder wordt ook de Groen van Prinstererlaan heringericht ten behoeve van parkeermogelijkheden en een betere verkeersafwikkeling. De gemeenteraad heeft in mei 2020 besloten dat aan de Groen van Prinstererlaan nieuwbouw wordt gerealiseerd. De nieuwbouwplannen op deze locatie zijn vanwege de bouwhoogte, oppervlakte en deels niet-passende bestemming in strijd met het geldende bestemmingsplan ‘Pijnacker-Noord’. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie noodzakelijk gebleken.

Het bestemmingsplan ‘Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan’ maakt vorenstaande ontwikkelingen mogelijk. Het plangebied is (globaal) weergegeven in onderstaande luchtfoto.

Het plangebied is weergegeven op bovenstaande luchtfoto.

Procesverloop tot op heden Geen voorontwerpbestemmingsplan maar gebiedsvisie met participatie 2

Een belangrijk uitgangspunt is dat voor het bestemmingsplan een uitgebreid participatietraject met de omgeving is doorlopen. De wensen en behoeften en de door de gemeente opgestelde ruimtelijke randvoorwaarden vormen samen het kader voor dit bestemmingsplan. Gelet op het uitgebreide participatietraject dat is doorlopen, is besloten geen voorontwerpbestemmingsplan op te stellen en in procedure te brengen, maar direct met het ontwerpbestemmingsplan te starten. Ontwerpbestemmingsplan De gemeenteraad heeft op 23 september 2021 unaniem besloten om het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Dit is gepubliceerd in het Gemeenteblad en de Telstar/Eendracht van 7 oktober 2021. Vanaf 8 oktober 2021 heeft gedurende zes weken het ontwerpbestemmingsplan ‘Onderwijscluster Groen van Prinstererlaan’ ter inzage gelegen. Tijdens die inzagetermijn zijn twee zienswijzen kenbaar gemaakt. Deze zienswijzen zijn in deze Nota van beantwoording samengevat en voorzien van een beantwoording.

Vervolg Het college voorziet de ingediende zienswijzen van een conceptbeantwoording in de vorm van deze Nota van beantwoording zienswijzen (inclusief staat van wijzigingen). Vervolgens zal de gemeenteraad het bestemmingsplan definitief vaststellen en daarbij tevens een besluit nemen op de ingediende zienswijzen. Tegen dit vastgestelde bestemmingsplan kan beroep ingesteld worden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze hoogste bestuursrechter zal dan bepalen of het bestemmingsplan onherroepelijk van kracht wordt.

3

ZIENSWIJZEN

1.

De heer R.J. Groenendijk Vuurdoornlaan 2 2641 CH Pijnacker

Reactie: Indiener brengt het volgende naar voren: 1. Een doelstelling van het ‘Masterplan Pijnacker-Noord’ was het inperken van de verkeersoverlast. Dat is – hoewel het een langdurig project is geweest – met het instellen van een 30 km/uur-zone gelukt. Er is minder sluipverkeer door de wijk en er wordt minder hard gereden. Indiener kan dit niet rijmen met de vestiging van het onderwijscluster dat een aanzienlijke toename (1228 voertuigbewegingen per dag) van het verkeer tot gevolg heeft. 2. In de rapportages wordt aangegeven dat de toename van het verkeer acceptabel is. Indiener is het daar niet mee eens. Bewoners is niet gevraagd wat zij acceptabel vinden. 3. Het aantal voertuigbewegingen neemt tot 30% toe. Dat betekent ook navenant meer overlast (uitlaatgassen, fijnstof e.d., verkeersonveiligheid en trillingen). 4. Een van de scholen (de Casaschool) heeft een regionale aantrekkingskracht. Leerlingen worden daardoor, vaker dan bij andere scholen, met de auto gebracht en gehaald. Deze school is nu nog gevestigd op twee locaties elders in Pijnacker. Die worden samengevoegd op een locatie die bovendien dieper de wijk in ligt dan één van de huidige locaties (Goudenregensingel). 5. Uit eigen waarneming en ervaring is indiener van mening dat scholen er vooral moeten zijn voor kinderen uit de wijk zelf. 6. De Casaschool is een aanwinst voor kinderen uit de wijk.

Indiener vreest echter dat de school voornamelijk kinderen van buiten de wijk zal aantrekken, die van en naar school worden gebracht met de auto. 7. De toename van het verkeer in de presentatie van de gemeente is groter dan in het rapport van De Groot Volker. Indiener vraagt zich af of de besluitvorming wel op basis van de juiste gegevens heeft plaatsgevonden. 8. Indiener geeft aan van mening te zijn dat het ook voor de ouders en de kinderen beter is wanneer er een locatie buiten de wijk Pijnacker-Noord gevonden wordt die beter bereikbaar is. 9. Indiener merkt op dat de wethouder die verantwoordelijk is voor dit project portefeuillehouder onderwijs is en tevens lid is van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs, waarin ook de Casaschool participeert. Bij hem ontstaat hierdoor een gevoel van belangenverstrengeling. 10. Indiener heeft het ontwerpbestemmingsplan helemaal gelezen en is van mening dat het veel tekst is, maar weinig concrete informatie geeft. Hij vraagt zich af of dit wellicht een vooropgezet plan is om zodoende inwoners te ontmoedigen het document te gaan lezen en een zienswijze in te dienen. Op een aantal thema’s gaat indiener specifiek in: a.

In hoofdstuk 4.3 (Bedrijven en milieuzonering) wordt in de conclusie wel rekening gehouden met de school zelf als geluidgevoelig object, maar niet met de toename van geluid en uitstoot van uitlaatgassen en fijnstof als gevolg van de toename van het verkeer. b. In hoofdstuk 4.6 (Geluid) wordt geconcludeerd dat de toename van het aantal verkeersbewegingen acceptabel is binnen de normen die voor dit type weg gelden. Met piekmomenten is echter geen rekening gehouden. Indiener plaatst vraagtekens bij de objectiviteit van het uitgevoerde onderzoek.

4

c.

11.

12.

Dezelfde argumenten voert indiener aan bij hoofdstuk 4.8 (Luchtkwaliteit). Voorts geeft hij aan dat een wijkontsluitingsweg bedoeld is om de wijk te ontsluiten en wijst nogmaals op het regionale karakter van de Casaschool. Vanwege problemen met de verkeersafwikkeling zijn de scholen voor voortgezet onderwijs in het verleden juist vanuit de wijk naar een locatie erbuiten verhuisd. Dat de Casaschool op deze locatie nu wel als acceptabel wordt gezien, vindt indiener onbegrijpelijk. d. De stelling dat de locatie in de wijk Koningshof niet geschikt is voor huisvesting van de Casaschool, wordt door indiener onderschreven. Er zijn volgens hem locaties die veel beter zijn voor vestiging van de Casaschool dan de voorgenomen locatie in Pijnacker-Noord. Als voorbeeld geeft bij de locatie ‘Oranjepark’, naast het gemeentekantoor. e. In hoofdstuk 4.10 (Verkeer en parkeren) wordt volgens indiener ingegaan op waar het volgens hem allemaal om draait. De conclusie is echter dat de situatie ten aanzien van verkeer en parkeren alleszins acceptabel is. Daar is hij het niet mee eens en verzoekt om een simulatie waarin de verkeersstromen zichtbaar zijn en waarbij wordt ingegaan op de relevante piekmomenten met bijbehorende piekbelastingen.

Voorts vraagt hij samen met (een vertegenwoordiging van) de bewoners van de wijk een enquête uit te voeren om te bepalen of de bewoners de situatie inderdaad ‘acceptabel’ vinden. De bewoners van Pijnacker-Noord hebben jarenlang overlast ondervonden van alle werkzaamheden in de wijk. Het bestemmingsplan geeft geen inzicht in de overlast die de realisatie van het scholencluster aan de Groen van Prinstererlaan gaat geven. Verzocht wordt inzichtelijk te maken wat de aard, omvang en duur van de werkzaamheden zal zijn en wie er opdraait voor schade die ontstaat aan de nieuw aangelegde toegangswegen. Indiener wil tot slot kwijt dat hij het een verspilling van gemeenschapsgeld vindt dat de Groen van Prinstererlaan alweer op de schop moet, zo kort nadat deze straat is heringericht.

Beantwoording: 1. Het verkeer in de wijk neemt inderdaad toe. De scholen, kinderopvang en gymzaal brengen in totaal 1228 autoritten per schooldag met zich mee. Niet al dit verkeer is nieuw in Pijnacker-Noord. De Schatkaart, de onderbouw van de Casaschool en kinderopvang SkippyPePijn zijn al in de wijk aanwezig (523 autoritten per schooldag). De verkeerstoename binnen Pijnacker-Noord zal worden veroorzaakt door de verplaatsing van de bovenbouw en de kinderopvang van de Casaschool, de bouw van een sportzaal en de groei van de basisscholen (705 autoritten per schooldag). Door middel van een kruispuntenanalyse is onderzocht of de wijk en de kruispunten het extra verkeer goed kunnen verwerken. Hieruit is gebleken dat van een onacceptabele situatie beslist geen sprake is. Er ontstaan geen wachttijden op de doorgaande wegen. 2. Op basis van onder andere de te verwachten intensiteiten en de inrichting van de weg geven deskundigen aan dat van een acceptabele situatie sprake is. Tijdens de informatieavonden heeft een aantal bewoners inderdaad zorgen geuit over de toename van het verkeer en de afwikkeling daarvan. Dat is reden geweest om nogmaals naar de situatie te kijken. Dat heeft echter niet tot fundamenteel andere inzichten geleid. De stelling van indiener dat van een onacceptabele situatie sprake is wordt dan ook niet onderschreven. 3.

Onderzoeken tonen aan dat de voorgenomen ontwikkeling op een verkeersveilige manier is te realiseren voor alle verkeer. Nieuwbouwontwikkelingen tot 1.500 woningen dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In het voorliggende bestemmingsplan worden nooit meer verkeersbewegingen verwacht dan voor 1.500 nieuwe woningen het geval is. Om die reden wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat. 5

4.

5.

6.

7.

8.

9.

Alle uitgevoerde onderzoeken en kwalitatieve beschouwingen voldoen aan de daaraan gebruikelijk te stellen eisen en hebben aldus bijgedragen aan een evenwichtige afweging van belangen. In de berekeningen voor het parkeren en de verkeersbewegingen is rekening gehouden dat meer kinderen van de Casaschool van buiten Pijnacker-Noord komen. De Goudenregensingel, ter hoogte van de Casaschool, heeft een beperkt aantal parkeerplekken ten behoeve van het halen/brengen van leerlingen en is tevens een doorgaande weg. Bovendien ligt aan de overzijde ook nog de Josephschool. Het schoolverkeer leidt, met name in de ochtendspits, tot lastige en chaotische verkeerssituaties. Juist daarom is ervoor gekozen aan de Groen van Prinstererlaan een oplossing met een parkeererf te realiseren, zodat halen en brengen in een aparte zone kan plaatsvinden en niet op de doorgaande weg. De scholen zijn er zeker ook voor de wijk zelf, maar niet exclusief. De door indiener beschreven territoriale binding met Pijnacker-Noord verklaart ongetwijfeld de grote betrokkenheid met de wijk die hij in zijn zienswijze tot uitdrukking brengt. Indien een school aan bepaalde eisen voldoet en zich meldt bij de gemeente met een huisvestingsvraag, moet de gemeente voor huisvesting zorgen. Er is een locatieverkenning uitgevoerd en daaruit is naar voren gekomen dat de Groen van Prinstererlaan de meest geschikte locatie is.

Deze locatieverkenning met afwegingskader maakte deel uit van de besluitvorming daarover en in de vinden bij de stukken voor de raadsbehandeling in mei 2020. In het rapport van bureau De Groot Volker (januari 2020) staan berekeningen van de hoeveelheid verkeer (verkeersgeneratie) en het aantal parkeerplaatsen. Daarbij is niet alleen gekeken naar de bestaande omvang van de scholen, maar ook naar de effecten wanneer rekening wordt gehouden met groei van de scholen. De groei waar in het verkeersrapport mee gerekend is, is groter dan de groei die later definitief met de scholen is bepaald. In werkelijkheid komen er dus minder kinderen dan waar in het verkeersrapport vanuit is gegaan. Dit zorgt voor lagere uitkomsten voor het aantal verkeersbewegingen (1.228 autoritten in plaats van 1.550) en de parkeerbehoefte (97 in plaats van 122 parkeerplaatsen). Bij de verdere uitwerking wordt daarom uitgegaan van 1.228 verkeersbewegingen en 97 parkeerplaatsen. De locatie Groen van Prinstererlaan is naar voren gekomen als meest geschikte locatie voor zowel Schatkaart als de Casaschool. De gemeenteraad heeft daarom op 28 mei 2020 besloten de Groen van Prinstererlaan in te vullen met de functies die thans voorliggen.

Het eerder per mail op 21 juli 2021 gestuurde antwoord is ongewijzigd en luidt: “Vanuit de Wet passend onderwijs hebben scholen de zorgplicht dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Ook als zij extra begeleiding of ondersteuning nodig hebben. Om dit voor elkaar te krijgen zijn er in Nederland ruim 70 regionale netwerken van primaire scholen waarin speciale en reguliere scholen (verplicht) samenwerken: de samenwerkingsverbanden passend primair onderwijs. Een van deze samenwerkingsverbanden is Primair Passend Onderwijs (PPO) Delflanden, dat bestaat uit de schoolbesturen en scholen voor primair onderwijs in vier gemeenten: Delft, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland. Uit onze gemeente nemen naast Stichting Casaschool ook Stichting Octant en Stichting Katholiek onderwijs Pijnacker deel in deze samenwerking. Wethouder Hennevanger vertegenwoordigt de gemeente in het Samenwerkingsverband Primair Passend Onderwijs Delflanden vanuit zijn functie als wethouder onderwijs. Dit geldt ook voor de wethouders uit de overige gemeenten, die deel uitmaken van het samenwerkingsverband, Delft, Lansingerland en Midden-Delfland. In dit samenwerkingsverband zijn ook alle scholen voor basisonderwijs uit de genoemde gemeentes vertegenwoordigt. Dit is wettelijk zo geregeld. Het samenwerkingsverband 6

10.

passend onderwijs heeft geen relatie met de huisvesting van scholen. Hiervoor zijn de gemeenteraden wettelijk verantwoordelijk. Er is derhalve geen sprake van de door u vermeende belangenverstrengeling.” In de loop der jaren hebben steeds meer aspecten een plek in het bestemmingsplan gekregen. Soms in het juridisch bindende deel (in de regels en/of op de verbeelding) en soms in de toelichting. Dat heeft er ook voor gezorgd dat de meeste bestemmingsplannen nogal omvangrijk geworden zijn. Alle relevante aspecten passeren in de plantoelichting de revue, soms zelfs nog vergezeld van onderzoeksrapporten. In een bestemmingsplan worden deze aspecten in onderlinge samenhang bekeken en vindt er een afweging van de (ruimtelijk relevante) belangen plaats. Van een vooropgezet plan om inwoners te ontmoedigen hun zienswijze kenbaar te maken, is dan ook geen sprake. Wél van een bestemmingsplantoelichting die probeert volledig te zijn en de juridische toets der kritiek kan doorstaan. a. De bemerking van indiener is correct. De aspecten die hij hier aanhaalt, komen aan de orde in respectievelijk paragraaf 4.6 en 4.8. b. Piekgeluiden hoeven in de beoordeling niet meegenomen te worden. Het onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de daaraan gebruikelijk te stellen eisen. c. Zoals reeds is toegelicht, is ook gekeken naar het aspect luchtkwaliteit.

Er moet geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering het bestemmingsplan vast te stellen. d. Bij het besluit van de gemeenteraad om de locatie Groen van Prinstererlaan te ontwikkelen voor de Schatkaart en de Casaschool zijn twee zaken in samenhang bekeken. De schoollocatie in Koningshof is niet goed toegankelijk voor autoverkeer. Dat komt door de verkeersstructuur van de wijk. Huisvesting van de Casaschool in Koningshof had (te) veel ruimtelijke impact in de wijk om de school goed in te passen en het verkeer en parkeren daar goed op te lossen. Daarnaast was een oplossing nodig voor de niet voorziene groei van de Schatkaart en de Josephschool. Een eerder besluit om deze scholen samen op de locatie van de Josephschool onder te brengen was daardoor niet langer mogelijk. De locatie Groen van Prinstererlaan is naar voren gekomen als meest geschikte locatie voor zowel de Schatkaart als de Casaschool. De gemeenteraad heeft daarom op 28 mei 2020 besloten de Groen van Prinstererlaan te ontwikkelen met de ontwikkelingen die het voorliggende bestemmingsplan beoogt mogelijk ter maken. e. Een simulatie wordt doorgaans alleen noodzakelijk en zinvol geacht bij grote, complexe kruispunten/verkeerssituaties.

De intensiteiten en de uitkomst van de kruispuntenanalyse geven voor ons geen aanleiding om een simulatie uit te voeren. Met de kruispuntenanalyse is naar ons oordeel genoegzaam aangetoond dat er geen files, opstoppingen en wachttijden ontstaan in de wijk. Ook een enquête lijkt ons geen toegevoegde waarde hebben. Uit de informatiebijeenkomsten komt naar voren dat omwonenden over het algemeen positief oordelen over de ruimtelijke indeling die is bedacht voor het parkeren, de plek waar de nieuwbouw komt en de bouwhoogte, het scheiden van de fietsers en auto’s bij de school en het behouden van de groene uitstraling. Wel zijn er door sommige bewoners kanttekeningen geplaatst bij de verkeersveiligheid en de hoeveelheid verkeer. Daarom is bureau Juust gevraagd 7

11.

12.

onderzoek te doen naar de verkeersafwikkeling en een verkeerskundig ontwerp op te stellen. Hieruit blijkt dat de gekozen uitwerking acceptabel is. Uiteraard zal de communicatie over dit project niet stoppen nadat het bestemmingsplan is vastgesteld en zullen omwonenden geïnformeerd worden over wat er staat te gebeuren en wanneer. Dit en het overige dat indiener naar voren brengt, zijn echter geen onderwerpen waarover in het bestemmingsplan iets geregeld hoeft te worden. Van de opmerking van indiener wordt kennisgenomen.

Conclusie: De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

2.

De heer R. Kruizinga Nobellaan 3 2641 XP Pijnacker

Reactie: Indiener geeft aan er content mee te zijn dat de zebra’s in de parkeerzone als drempels uitgevoerd worden. Hij verzoekt dat in de tekst van het bestemmingsplan te verwerken. Voorts meldt indiener dat in de Nobellaan (ter hoogte van nummer 3) een drempel is weggehaald, waardoor er weer harder wordt gereden op de Nobellaan. Hij verzoekt deze drempel terug te plaatsen om zodoende overlast te beperken. Beantwoording: Het is goed te vernemen dat indiener zijn waardering uitspreekt voor het gekozen ontwerp. Hoewel het plaatsen van een verkeersdrempel aan de Nobellaan buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan ligt, kan hierover het volgende opgemerkt worden. In 30 km/h-gebieden zijn snelheidsremmende maatregelen onderdeel van de weginrichting. In Pijnacker-Noord is veelal gekozen voor een drempel of plateau. De minimale onderlinge afstand tussen drempels of plateaus bedraagt 50 meter. Die afstand wordt niet gehaald wanneer de drempel wordt teuggeplaatst op de plek die indiener wenst. De huidige inrichting is afdoende om onaanvaardbare overlast tegen te gaan. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

3.

Veiligheidsregio Haaglanden Postbus 52155 2505 CD Den Haag

Reactie: Indiener geeft een aantal adviezen die betrekking hebben op het aspect ‘externe veiligheid’ in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 8

Risicobronnen en risico’s voor de omgeving Indiener stelt vast dat het plangebied gelegen is binnen de invloedssfeer van de rijksweg A13 waarover gevaarlijk stoffen worden vervoerd. Om de kans op incidenten te verkleinen, de effecten van incidenten te beperken en de zelfredzaamheid van de aanwezigen te verbeteren wordt door betrokkene een aantal maatregelen geadviseerd: A. Afschakelbare ventilatie (effectbeperking) B. Voorbereiding interne organisatie (verhogen zelfredzaamheid) C. Risicocommunicatie (verhogen zelfredzaamheid) D. Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen (maatregelen t.b.v. hulpverlening) Beantwoording: Wij nemen kennis van het advies van betrokkene en zullen dit verwerken in de toelichting bij het bestemmingsplan. Wij stellen hierbij overigens wel vast dat een aantal maatregelen buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan vallen, maar zullen toekomstige belanghebbenden (gebruikers van de gebouwen) wijzen op de gegeven adviezen. Conclusie: De ingediende zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. De plantoelichting zal worden aangevuld met de adviezen van indiener.

9

STAAT VAN WIJZIGINGEN

betreft Toelichting Algemeen Planidentificatie Externe veiligheid

Waterparagraaf

wijziging

Wijziging is gebaseerd op

Kleine tekstuele aanpassingen en verbetering van feitelijke onjuistheden. De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926. bp000210133-4001 In paragraaf 4.5 (Externe veiligheid) wordt verwezen naar het advies van de Veiligheidsregio Haaglanden en het advies wordt in de tekst verwerkt. De tekst van paragraaf 4.11 wordt gewijzigd en gaat luiden:

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Water Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen.

Ambtshalve wijziging (in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland)

Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020 De gemeente Pijnacker-Nootdorp en het Hoogheemraadschap van Delfland zien de impact van klimaatveranderingen op hun beheergebied en erkennen dat er nu gehandeld moet worden! Dit is geheel in de lijn van de Regionale Adaptatie Strategie Haaglanden (RAS), het Manifest Klimaatbestendige Stad en de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden hebben hier afgesproken om in 2050 zoveel mogelijk klimaatadaptief te zijn met als tussendoel dat klimaatadaptatie in 2020 onderdeel is van beleid en handelen. Daarom heeft de gemeente samen met het Hoogheemraadschap van Delfland dit Waterklimaatplan 20172020 opgesteld waarin naast de maatregelen voor de komende vier jaar ook toekomstige kansen worden benoemd. Integraal waterbeheer in Pijnacker-Nootdorp moet zorgen voor droge voeten, een gezond watersysteem en een optimale beleving van het water. Voor droge voeten zijn de belangrijkste maatregelen: keringen en watergangen op orde houden; water vasthouden waar het valt; het overige water 10

zoveel mogelijk op een plek verzamelen waar het geen overlast veroorzaakt; en als het niet meer regent het water afvoeren. • Om het water vast te houden, gaan ze zoveel mogelijk ontharden en groene daken en waterdoorlatende verharding aanleggen. • Om het water te bergen, worden functies van percelen en bestemmingen gewijzigd, verharde oppervlakten afgekoppeld van de gemengde riolering en wordt waterafvoer door infiltratie (WADI) ingezet. • Om het water af te voeren, worden grotere duikers aangelegd en watergangen verbreed. Voor voldoende water zijn de belangrijkste aandachtspunten: verdroging en het inlaten van zoet en schoon water. Voor een gezond watersysteem is de ecologische en chemische waterkwaliteit belangrijk. In het waterklimaatplan zijn geen specifieke maatregelen of kansen opgenomen die van toepassing zijn op het plangebied of in de directe omgeving. Watersleutel Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, kunnen een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater veroorzaken. Dit kan leiden tot wateroverlast wat moet worden voorkomen door extra waterberging aan te leggen. Het Hoogheemraadschap van Delfland hanteert als waterbeheerder het ‘stand still’principe. Elke toename van verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden in de vorm van open water of op een andere geschikte wijze.

Daarnaast vindt het Hoogheemmaadschap van Delfland het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. De watersleutel berekent daarom de benodigde waterberging, zowel voor het compenseren van verharding als om gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Bestaande situatie: Het plangebied ligt in de oude polder van Pijnacker en raakt de peilgebieden GPG2011OPP I met maatgevend peil 2.70NAP en GPG2011NDP II met maatgevend peil 5.52- NAP. Het plangebied bestaat uit een basisschool omringd door groen en verharding, een braakliggend (groen) terrein en uit de volledig verharde openbare weg Groen van Prinstererlaan. Net buiten het plangebied liggen aan de zuid- en westzijde een watergang gelegen op het peil 2.70- NAP en aan de noordzijde 11

een waterpartij op het peil 5.52- NAP.

De aanwezige verharde straatoppervlakken van de Groen van Prinstererlaan liggen binnen peilgebied GPG2011NDP II. Afwatering vindt plaats via trottoirkolken en een verzamelleiding. De verzamelleiding komt uit op een ecologisch ingerichte en waterinfiltrerende uitstroomvoorziening op het talud aan de noordzijde van de Groen van Prinstererlaan. Via de uitstroomvoorziening komt het water in de bodem of in de waterpartij bij de Kuiperlaan op het polderpeil 5.52- NAP. De schoollocatie en het braakliggende terrein (groen) liggen binnen peilgebied GPG2011OPP I. Verharde dak- en straatoppervlakken wateren via verzamelleidingen en trottoirkolken af op de watergang ten zuiden en westen van de locatie. Voor het braakliggende terrein is in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland, voor een reële benadering van de watersleutel, gerekend met de vigerende bestemmings-plansituatie, dus met woningen, tuinen, groen en parkeervoorzieningen. Watersleutelberekeningen Verharde oppervlakken binnen NDP II blijven op dezelfde wijze afwateren op dit peilgebied, maar de oppervlakte aan verhard oppervlak wordt aanzienlijk minder door meer groen en halfverhardingen. Uit de watersleutelberekening volgt de conclusie “kruimelgeval”, waarmee er voor dit peilgebied geen opgave is voor het creëren van extra berging (zie onderstaande figuren x en z).

12

Figuur x

Figuur y

13

Figuur z

De verharde oppervlakken binnen OPP I blijven afwateren op dit peilgebied. De oppervlakte aan verharding wordt groter, maar door het toepassen van halfverhardingen in met name parkeerplaatsen en schoolterreinen is de toename beperkt. Uit de watersleutelberekening volgt de conclusie dat er 91 m2 wateroppervlak of 35,5 m3 berging moet worden toegevoegd (zie bovenstaande figuren y en z). Nieuwe situatie Voor OPP I wordt aan de opgave voldaan door de aanleg van extra wateroppervlak en/of een wadi (uitgangspunt 0,25 m diepte) in de groenzone aan de oostzijde van het plangebied. In figuur z is met een projectie van 140 m2 aangetoond dat voor beide opties aan de bergingseis kan worden voldaan. Een wadi heeft als voordeel dat daar ook meer verhard oppervlak op kan worden aangesloten dan nodig om aan de bergingseis te voldoen. Daarmee wordt vaker regenwater van verharde oppervlakken in de bodem geïnfiltreerd. Een nadeel is dat een 14

wadi eerder per ongeluk komt te vervallen door een te wijzigen inrichting. Een inrichting met een continu wateroppervlak heeft voor het waterschap dan ook de voorkeur. Naast oppervlaktewater of wadi’s behoren ook groen/blauw dakoppervlak en andere infiltrerende of vertragende voorzieningen tot de mogelijkheden. Een en ander wordt nader uitgewerkt in de ontwerpen die opgesteld worden voor de (her)inrichtingen van openbare ruimte en voor de nieuwbouw. Het Hoogheemraadschap van Delfland wordt hierin geïnformeerd. Veiligheid en waterkeringen In het plangebied ligt een regionale waterkering met een beschermingszone. Delfland zorgt dat onze waterstaatswerken in goede staat blijven. Waterstaatswerken die in deze leggers staan zijn: dijken, vaarten, sloten, bergingsgebieden, natte ecologische zones en kunstwerken, waarvoor Delfland verantwoordelijk is. De beschermingszone en het profiel van vrije ruimte (ruimtelijke reservering) is op de verbeelding weergegeven en in de regels geborgd. Binnen de beschermingszone wordt de Groen van Prinstererlaan heringericht en krijgt deze opnieuw een verkeersfunctie, maar dan meer ten behoeve van het scholencluster (parkeren). Bij de herinrichting voorgenomen beplantingen worden conform geldende beleidsregels van het Hoogheemraadschap van Delfland in de daarvoor geschikte zones en op geschikte wijze geplaatst.

Hierover heeft al afstemming met het Hoogheemraadschap van Delfland plaatsgevonden. Waarschijnlijk is een vergunning benodigd voor het uitvoeren van voorgenomen werken in de waterkering. Binnen de dubbelbestemming waterkering worden verder geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die met de functie waterkering conflicteren. Waterkwaliteit In het bestemmingsplan wordt niet voorzien in maatregelen die direct nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterkwaliteit. Door afstromend water zou de waterkwaliteit kunnen verslechteren. Bij de inrichting wordt rekening gehouden met het principe dat water van schoon naar vuil stroomt en van voedselarm naar voedselrijk. Het afstromende hemelwater wordt meer dan voorheen in het plangebied geborgen. Waar dit niet mogelijk is wordt het hemelwater direct afgevoerd naar het nabij aanwezige oppervlaktewater. 15

In overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland nemen we maatregelen om verontreinigingen tegen te gaan. Dit kan bijvoorbeeld door geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen zoals zink of koper. Het ruimtelijke plan leidt niet tot een achteruitgang van de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem. Het gaat hier bovendien niet om een locatie met een specifiek water(systeem)kwaliteitsdoel. Drooglegging Met de bestaande maaiveldhoogtes van circa 1.80- NAP ter plaatse van de ontwikkeling kan met een 150 mm hoger liggend vloerpeil ruim aan de minimale drooglegging van 1.00 meter worden voldaan. Bodem en grondwater De bestaande bodem van het projectgebied bestaat, naast aanwezige wegcunetten met zand- en puinfunderingen, vooral uit klei. Voor de voorgenomen ontwikkelingen zijn geen voorbelastingen voorzien. Op basis van bodemonderzoek is een ernstige bodemverontreiniging met verschillende zware metalen aangetroffen ten noorden en zuiden van het bestaande schoolgebouw. In het zuidelijke trottoir van de Groen van Prinstererlaan is een kleine spot met een sterke nikkel-verontreiniging aangetroffen. Beide verontreinigingen worden gesaneerd. Hiervoor is een plan van aanpak en een BUS-melding ODH benodigd. Het bestemmingsplan maakt ook geen diepgaande constructies mogelijk die de doorstroming van het grondwater belemmeren.

Er zijn na de recente aanleg van een ITrioolstelsel in de wijk Pijnacker-Noord geen grondwaterproblemen meer bekend en die hoeven ten aanzien van de ontwikkeling ook niet te worden verondersteld. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendinger inrichten van het terrein. Binnen onderhavige ontwikkeling wordt, buiten de maatregelen waarmee aan de wateropgave wordt voldaan, gezocht naar creatieve, simpele en efficiënte maatregelen om water vast te houden. Denk daarbij aan: 16

•

Kolkloze bestratingen en (extra) water afvoeren via wadi, berm of plantsoen. • Aanbrengen van watervasthoudende voorzieningen bij dakoppervlakken • Inpassing van bestaande grote bomen waar mogelijk én toevoegen van nieuw groen Het plangebied wordt hiermee klimaatbestendiger, waarbij rekening wordt gehouden met extreme regenval en lange periodes van droogte en hitte. Onderhoud Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Bij aanleg van een nieuwe wateroppervlakte of een wadi wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid daarvan voor het onderhoud. Bij aanleg van een wadi wordt rekening gehouden met het daarvoor nodige periodieke onderhoud. Denk daarbij aan maaien met een lichte maaimachine, blad- en zwerfvuil verwijderen, verticuteren en reinigen van slokop en eventuele drainageleidingen. De definitieve uitwerking wordt met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd en in de procedure watervergunning behandeld. Afvalwater en riolering Binnen het plangebied is geen hoofdriolering aanwezig. De vuilwaterafvoer van de bestaande school sluit aan op het vwahoofdriool in de Acacialaan, buiten het plangebied. De vuilwaterafvoer van de voorgenomen nieuwbouw blijft in principe hetzelfde, maar mogelijk met een extra aansluiting op het vwa-hoofdriool in de Meidoornlaan, ook buiten het plangebied.

In de bestaande situatie is er al sprake van afkoppeling van hemelwaterafvoer en dat blijft zo.

Toevoegen uitkomst zienswijzenprocedure en overleg ex artikel 3.1.1 Bro Toevoegen bijlage

Conclusie: Het aspect water staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg en in het bestemmingsplan worden de waterhuishoudkundige belangen voldoende gewaarborgd. Aandachtspunt is de verdere uitwerking en vereiste realisatie van waterberging. Daarnaast worden mogelijkheden gezien voor aanvullende klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen. In de toelichting wordt in paragraaf 5.2 verwezen naar deze notitie die als bijlage bij de plantoelichting als onderdeel van de gewijzigde vaststelling wordt opgenomen. Aan de bijlagen bij de toelichting wordt het soortgericht onderzoek naar vleermuizen en vogels toegevoegd.

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging 17

Regels Algemeen Planidentificatie

Artikel 4 (Maatschappelijk)

Verbeelding Planidentificatie

Dubbelbestemming Waterstaat – waterkering

Kleine tekstuele aanpassingen en verbetering van feitelijke onjuistheden. De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926. bp000210133-4001

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Aan artikel 4 (Maatschappelijk) wordt in de bestemmingsomschrijving expliciet opgenomen dat water is toegestaan.

Ambtshalve wijziging (in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland)

De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926. bp000210133-4001

Ambtshalve wijziging

Op de verbeelding wijkt de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering iets af van de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland. De dubbelbestemming wordt in overeenstemming met de legger gebracht.

Ambtshalve wijziging (in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland)

18

CONCLUSIE EN VERVOLGPROCEDURE

De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding wijzigingen aan te brengen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp zoals dat ter inzage heeft gelegen. Wel leidt de overlegreactie van de Veiligheidsregio Haaglanden tot een aanpassing en volgt uit het overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland enkele ambtshalve wijzigingen. Voorts is een aantal andere ambtshalve wijzigingen noodzakelijk gebleken. Alle wijzigingen staan beschreven in de staat van wijzigingen. Na de (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan kan het provinciebestuur nog een oordeel geven over het bestemmingsplan. Indien het provinciebestuur geen gebruikmaakt van de hem toekomende bevoegdheid, wordt het vastgestelde bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen die periode kan beroep ingesteld worden tegen het besluit van de gemeenteraad. Het bestemmingsplan treedt in werking de dag nadat de beroepstermijn afloopt, tenzij de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht wordt een voorlopige voorziening te treffen. Zij die een zienswijze hebben ingediend bij de gemeenteraad kunnen in ieder geval tegen de vaststelling van het plan door de gemeenteraad beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Voorts kunnen zij die kunnen aantonen redelijkerwijs niet in staat te zijn geweest een zienswijze bij de gemeenteraad in te dienen, alsmede eenieder voor zover het wijzigingen betreft die door de gemeenteraad bij de vaststelling zijn aangebracht, beroep instellen. Aan het instellen van beroep en eventueel het vragen van een voorlopige voorziening zijn kosten verbonden. Meer informatie daarover is verkrijgbaar bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of via www.raadvanstate.nl.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11067381/1