CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Memo HVC 'Inzet PAW in Klapwijk'

Raad Oordeelvorming 13 april 2023, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Aardgasvrij Klapwijk, voorstel inzet PAW-gelden10.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kijkend naar de huidige marktsituatie vind Fakton dit uitgangspunt hoog. Echter, zijn in de business case verschillende scenario’s op deze tarieven weergegeven om daarmee inzicht te geven in het effect van inkooptarieven. De vaststelling van het uiteindelijke warmteaanbod is niet op basis van het basisscenario vastgesteld, maar op de stabielere huidige marktsituatie. 3. Onvoorziene kosten aan de onderkant van de bandbreedte voor status project. In de businesscase wordt gerekend met 10% onvoorziene kosten over de investeringskosten. Dit percentage acht Fakton aan de onderkant van de bandbreedte gezien de status van dit project. HVC is zich bewust van het lage percentage onvoorziene kosten en het risico die HVC in het collectieve duurzame warmtenet neemt voor deze wijk om de verduurzaming van Pijnacker te versnellen. HVC ziet zichzelf juist als publieke partij in samenwerking met de gemeente aangewezen om de kip-ei problematiek binnen warmtenetten op te pakken. 4. Marktconform rendementseis voor businesscase met projectfinanciering. Er wordt een projectrendement van 8% gehanteerd. In de Fakton rapportage wordt dit ten opzichte van andere warmtebedrijven vergeleken en aangeven dat dit hoger is. HVC rekent in de businesscase met 8% vanwege projectfinanciering. HVC geeft aan dat zij dit rendement hanteren omdat rentes stijgen en daarmee de kosten van het kapitaal.

Fakton herkent dit in de huidige marktsituatie en daarom achten zij

Inzet PAW in Klapwijk.

29

het gehanteerde projectrendement marktconform. HVC herkent zich in de door Fakton geschetste projectrendement en wil daarnaast aanvullen dat de huidige (en toekomstige) warmtewet de tarieven voor de consumenten reguleert, maar ook het maximale rendement dat een warmtebedrijf mag maken reguleert. Bij stijgende rendementen zal of de (nieuwe) warmtewet verlaging van de verkooptarieven (GJ prijs en het vastrecht) afdwingen óf verdere doorgroei en verduurzaming stimuleren. Met andere woorden, toekomstige meevallers maken het duurzame warmtenet economisch aantrekkelijker voor inwoners. 5. Meer subsidie dan vanuit PAW beschikbaar. De businesscase bevat meer subsidie dan beschikbaar is vanuit de PAW. Fakton geeft aan dat dit kan resulteren in een financieel risico. Dit is zowel bij HVC, als de Gemeente Pijnacker-Nootdorp bekend. In het warmteaanbod is rekening gehouden met een WIS aanvraag voor alle fases ná de eerste fase. Reden hiervoor is dat anders bij latere openstelling en/of (gedeeltelijke) afwijzing het project vertraging oploopt. Wel gaat HVC de WIS proberen te verkrijgen voor alle fases, en wanneer dat succesvol is betekent dat dat er gelden vanuit de PAW vrij zullen vallen en deze door de gemeente Pijnacker-Nootdorp elders kunnen worden ingezet. 6. Hoge participatiegraad. De businesscase is in vier scenario’s doorgerekend.

Drie van de vier scenario’s gaan uit van een uiteindelijke participatiegraad van 100% over 20 jaar. Dit acht Fakton niet realistisch gezien de kans dat bewoners kiezen voor een individuele oplossing. HVC en de Gemeente zien het behalen van de 100% participatiegraad ook als een mogelijk risico. Daarom is bij de vaststelling van het uiteindelijke warmteaanbod een uiteindelijk participatiegraad van 70% gehanteerd over 10 jaar. Bij een groter enthousiasme binnen de wijk, met name een hoger eind deelnemerspercentage, zou een voordeel opleveren. Dit voordeel is echter relatief beperkt omdat de inzet van de PAW zoals voorgesteld juist de impact van de volloop over de investering (niet over de efficiency van e.g. onderhoud) minimaliseert. 7. Indexaties missen in de businesscase. Fakton geeft in de rapportage aan dat de businesscase geen indexaties bevat. Zij zien dit als een missende factor, aangezien het rekenen van indexaties een positief effect kan hebben op de businesscase. Enerzijds klopt dit, omdat dit inderdaad een positief effect kan hebben op de businesscase en daarmee een lagere BAK. In de rapportage van Fakton wordt als voorbeeld gegeven dat wanneer de businesscase een gelijke indexatie bevat op operationele kosten en opbrengsten, en de opbrengsten hoger zijn dan de kosten, stijgen de opbrengsten harder dan de kosten.

Hier schuilt ook het risico, omdat de opwekkosten warmte in de business case afhankelijk zijn van toekomstige groei. De energieprijzen die HVC heeft gerekend en de aanleg van het primaire tracé zijn enkel realistisch wanneer er ook buiten de scope van de wijk nog verdichting en uitbreiding van het warmtenetnet plaatsvindt. Daarnaast is het ook zeer denkbaar dat op korte termijn de warmteprijzen zullen dalen (deze zijn voorlopig nog gekoppeld aan de gasprijs) terwijl het overgrote deel van de (aanleg)kosten vanwege contracten met uitvoerende partijen een gegarandeerde stijging kennen. Dit is een risico van potentiële baten in de toekomst. Wat HVC betreft is het zaak om (mogelijke) toekomstige meevallers op een verantwoorde manier te verdelen wanneer, maar vooral als, deze zich voordoen. Elke vorm van indexatie is daarbij een aanname, net als een indexatie van nul een aanname is. Het is beleid van HVC om vanwege de vergelijkbaarheid nooit de indexeren.

Inzet PAW in Klapwijk.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12535664/1