Bijlage 2 - Ecologische quick scan Oudeweg 62
Tekst van het document
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Oudeweg 62 Nootdorp Rapportnummer: 2021-BE-0950 In opdracht van: Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0950 Opdrachtgever Van Dun Advies BV Contactpersoon De heer M. Gerards Locatie Oudeweg 62 Nootdorp Auteur Jennifer Bockting Collegiale controle Frenk van de Wal Opleverdatum 7 oktober 2021 Uitvoerder
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 4 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 4
2.
BELEIDSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden .................................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ......................................................................................................................... 8
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 9 3.1 Huidige situatie ................................................................................................................ 9 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ........................................................................................... 10
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ....................................................................... 11 4.1 Bureauonderzoek ........................................................................................................... 11 4.2 Veldonderzoek................................................................................................................ 12 4.3 Impressie plangebied ..................................................................................................... 13
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN ........................................................................... 15 5.1 Gebiedsbescherming ...................................................................................................... 15 5.2 Soortenbescherming ...................................................................................................... 16
6.
RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 23 6.1 Voorkomende soorten .................................................................................................... 23 6.2 Resultaten ...................................................................................................................... 23 6.3 Advies en aanbevelingen ................................................................................................ 23
7.
BRONNEN ............................................................................................................... 24
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
SAMENVATTING
Initiatiefnemers hebben het plan om Hippisch Centrum Nootdorp aan Oudeweg 62 te Nootdorp uit te breiden. Men wil beginnen met op de zuidoostelijk gelegen weilanden nieuwe stallen, een binnenpiste en een kantine te realiseren. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven om een ecologische quickscan uit te voeren op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing.
Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Jennifer Bockting en Frenk van de Wal Brabant Eco Oktober 2021
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van Dun Advies BV is men voornemens om Hippisch Centrum Nootdorp aan Oudeweg 62 te Nootdorp uit te breiden. Initiatiefnemers willen om te beginnen op de zuidoostelijk gelegen weilanden nieuwe stallen, een binnenpiste en een kantine realiseren. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht van Van Dun Advies BV heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-Vogelrichtlijn en de EU-Habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Er geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan:
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
o o
o
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3).
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Huidige situatie De planlocatie, Oudeweg 62, bevindt zich ten zuidoosten van de kern van Nootdorp. Nootdorp ligt ten zuidoosten van Den Haag, ten zuidwesten van Zoetermeer, ten noordwesten van Pijnacker en ten noordoosten van Delft in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Pijnacker-Nootdorp is een gemeente in de provincie Zuid-Holland en heeft een totale oppervlakte van 38,62 km2. De gemeente telt 56.024 inwoners (1 juli 2021) en bestaat uit de kernen Delfgauw, Nootdorp en Pijnacker. Het plangebied maakt deel uit van de bebouwde kom van Nootdorp en is gelegen in een vooral ten noorden gelegen glastuinbouwgebied. De directe omgeving bestaat voornamelijk uit bedrijven en burgerwoningen. Op circa 150 meter ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich de recreatieplas en -gebied de Dobbeplas. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Maps
Het plangebied bestaat uit weilanden behorende bij het hippisch centrum. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
Globaal de planlocatie in blauw. Bron: Google Maps
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemers willen Hippisch Centrum Nootdorp uitbreiden en beginnen met op de zuidoostelijk gelegen weilanden nieuwe stallen, een binnenrijbak en een kantine te realiseren. Het zal landschappelijk worden ingepast. In de beoogde situatie wordt er een nieuw bedrijfsgebouw (30 x 100 meter) gerealiseerd met daarin een tweede overdekte rijhal, paardenboxen en opslagruimte met kantine. Daarna zal er een tweede overdekte stapmolen, longeercirkel, paddocks, buitenrijbaan en parkeerterrein aangelegd worden. Dit op het zuidwestelijke deel van het terrein
Landschappelijk inpassingsplan Oudeweg 62 Van Dun Advies BV
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Zuid-Holland? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).
Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Zuid-Holland.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
4.1.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens Waarneming.nl zijn er de afgelopen 10 dagen geen waarnemingen van flora en fauna soorten gedaan in het plangebied. In een straal van 5 kilometer van het plangebied zijn verschillende niet beschermde plantensoorten waargenomen. Ook zijn er verschillende algemene tot zeldzame ongewervelden waargenomen, waarvan er geen tot de beschermde soorten behoren. Van de vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn de buizerd, havik, ooievaar en sperwer waargenomen en van de vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen de blauwe reiger, boerenzwaluw, boomkruiper, ekster, groene specht, grote bonte specht, ijsvogel, koolmees, pimpelmees, spreeuw, tapuit, torenvalk en zwarte kraai. Van de zoogdiersoorten zijn de gewone dwergvleermuis, hermelijn, een rattensoort, ruige dwergvleermuis en de West-Europese egel waargenomen. Hiervan zijn de vleermuissoorten beschermd. Er zijn twee amfibieënsoorten waargenomen, de bruine kikker en de kleine watersalamander. Deze behoren in de provincie Zuid-Holland tot de vrijgestelde soorten. Er zijn geen reptielen en vissen waargenomen.
Recente waarnemingen in en rond het plangebied aangegeven met gekleurde bolletjes. Bron: Waarneming.nl op 06-10-2021
4.2 Veldonderzoek Op maandag 27 september in de middag hebben medewerkster ecologie Jennifer Bockting en ecoloog Frenk van de Wal, in het kader van het natuurwaardenonderzoek, het veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt, met een zuidenwind met windkracht 4 en deels motregen. De gemiddelde temperatuur lag rond de 18 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en biotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen, vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
Het plangebied bestaat uit weilanden waar paarden op staan. De weilanden bestaan voornamelijk uit gras met hier en daar ridderzuring, grote brandnetel, paardenbloem, scherpe boterbloem, akkerdistel en jacobskruiskruid.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp Het huidige hippisch centrum bestaat naast deze weilanden uit een grote binnenrijbak van 20 x 40 meter, drie buitenrijbanen, verschillende stallen en boxen, een stapmolen, longeercirkel, paddocks, kantine en parkeerplaatsen. In enkele stallen hebben we huismussen, kauwen en nesten van boerenzwaluwen waargenomen. Op de locatie worden sinds 1954 manege activiteiten uitgeoefend. Er worden iets meer dan 100 paarden gehouden.
4.3 Impressie plangebied
Weiland waarop gebouwd gaat worden
Hippisch Centrum Nootdorp
Bestaande binnenpiste
Bestaande boxen/stallen
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
Bestaande stapmolen
Bestaande buitenrijbaan
Bestaande buitenrijbanen
Bestaande longeercirkel en parkeerplaatsen
Nest boerenzwaluw
Ook zijn er huismussen aanwezig
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op circa 9,5 kilometer afstand van gronden die tot het noordwestelijk gelegen Natura 2000 gebied ‘Meijendel & Berkheide’ behoren en op circa 10 kilometer afstand van het noordwestelijk gelegen ‘Westduinpark & Wapendal’. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in geel aangegeven.
Minimaal 9,5 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlas Leefomgeving
Doordat het plangebied buiten Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Op circa 1,2 kilometer ten zuiden en op circa 4 kilometer ten noordwesten van het plangebied bevindt zich natuur dat tot het Natuurnetwerk Nederland behoort. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in de kleur groen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
Minimaal 1,2 kilometer afstand tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Natuurnetwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: ArcGIS
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.
5.2 Soortenbescherming Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens het veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
5.2.1 Flora Volgens gegevens uit de NDFF (Project: Oudeweg, Referentie: BE-0950, d.d. 31 augustus 2021, zie bijlage 1) komen binnen een straal van 5 kilometer de onderstaande beschermde plantensoorten voor. Soort plant Bokkenorchis
Afstand plangebied 1 – 5 km
Groot spiegelklokje
1 – 5 km
Kluwenklokje
1 – 5 km
Schubvaren
1 – 5 km
Habitat Op zonnige, soms licht beschaduwde, iets open plaatsen, op vrij natte, voedselarme, zwak zure tot kalkhoudende grond op zeeduinen, afgravingen, moerassen, heide, opgespoten grond, plekken waar turf gestoken is en grasland Op zonnig, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke grond op akkers, bermen en dijken, braakliggende grond, als adventief nabij graansilo’s en langs spoorwegen Op zonnige, soms licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot vaak vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende en humushoudende grond in bermen, grasland, iets ruderale plaatsen, rivierdijken, zandige ruggen in uiterwaarden, bosranden, struwelen en soms lichte bossen Op zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op droge, kalkrijke, niet te voedselarme tot niet te voedselrijke muren, rotsen, spleten van stenen constructies en kalkstenen muurtjes langs begraafplaatsen en wegen
Tijdens het veldbezoek hebben we geen beschermde plantensoorten waargenomen. Wel hebben we algemene plantensoorten aangetroffen zoals ridderzuring, grote brandnetel, scherpe boterbloem en akkerdistel. Dit zijn soorten die groeien op een zeer voedselrijke bodem. De beschermde plantensoorten uit de tabel groeien op een vrij voedselarme bodem en zullen dus niet in het plangebied te vinden zijn. Er zijn ook geen muren of rotsen aanwezig waar de schubvaren op zou kunnen groeien. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. Er worden geen houtopstanden gekapt in het plangebied. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.
5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 22 zoogdiersoorten aangetroffen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 10 soorten vleermuizen, 5 soorten marters en 7 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort vleermuis Baardvleermuis Brandts vleermuis Gewone dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Watervleermuis
Afstand plangebied 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 1 – 5 km 0 – 1 km
Verblijfplaatsen in Bomen en bebouwing Vooral bebouwing Vooral bebouwing Bomen en bebouwing Vooral bebouwing Bebouwing Vooral bomen Bomen en bebouwing Bebouwing Bomen
Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. In het plangebied zijn geen gebouwen en bomen aanwezig waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het plangebied zouden voor kunnen komen. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraadt zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens de NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort marter Boommarter Bunzing Hermelijn Steenmarter Wezel
Afstand plangebied 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km
Bescherming Beschermd Vrijgesteld Vrijgesteld Beschermd Vrijgesteld
In de provincie Zuid-Holland zijn de bunzing, hermelijn en wezel vrijgestelde soorten. Voor de vrijgestelde soorten betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Boommarter De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in de boomtoppen benutten. De boommarter is meer een verkenner in zijn territorium dan een jager en scharrelt zijn voedsel bij elkaar door te eten wat hem ‘voor-de-voet’ komt. Zijn eten bestaat uit insecten (waaronder hommel- en wespenbroed), vogels en eieren, kleine zoogdieren en aas. In de nazomer en herfst eet de boommarter veel bessen en vruchten. Steenmarter De steenmarter dankt zijn naam aan zijn voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. Hij is vooral te vinden in de nabijheid van
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een ‘cultuurvolger’). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. De steenmarter eet zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Hij heeft een veelzijdig menu. Het leefgebied van de steenmarter is relatief groot en de soort kan per nacht 10 tot 15 kilometer afleggen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marterachtigen of sporen ervan aangetroffen. De planten in het plangebied zijn niet hoog genoeg om voldoende dekking te kunnen bieden aan marterachtigen. We hebben ook geen holen gevonden waar ze in zouden kunnen verblijven. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Een aantal van deze soorten vallen in de provincie Zuid-Holland onder de vrijgestelde soorten. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens de NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Soort overig Bever Eekhoorn Egel Eikelmuis Haas Konijn Rosse woelmuis
Afstand plangebied 0 – 1 km 1 – 5 km 0 – 1 km 1 – 5 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km
Bescherming Beschermd Beschermd Vrijgesteld Beschermd Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld
Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever. Ook zijn er geen bomen in het plangebied waarin een eekhoorn een nest zou kunnen maken. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van de eekhoorn. Eikelmuizen verblijven overdag in hun nest. Dit zijn oude nesten van vogels of eekhoorns of ze bouwen zelf een nest waarbij ze gebruik maken van bestaande holtes. In het plangebied zijn deze nesten en holtes niet aanwezig. Het is echter wel aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals een egel of een konijn. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Zuid-Holland tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effect op vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Daarnaast is het uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van bevers, eekhoorns en eikelmuizen. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.
Het is wel mogelijk dat er een enkel individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht.
5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn, waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
19
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in vijf categorieën. De eerste vier categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen. De vogelsoorten die volgens de NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel met daar achter de beschermingscategorie en de habitat. Soort vogel Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Afstand plangebied 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 0 – 1 km 1 – 5 km
Beschermingscategorie* en habitat 4, boombewonend 4, boombewonend 2, gebouwbewonend 3, boom- en gebouwbewonend 4, boombewonend 2, gebouwbewonend 3, gebouwbewonend 3, boom- en gebouwbewonend 4, boombewonend 2, boombewonend 3, gebouwbewonend 4, boombewonend 1, gebouwbewonend 4, boombewonend 4, boombewonend
* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. De planlocatie biedt geen nestgelegenheid voor gierzwaluwen. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Er zijn geen gebouwen in het plangebied aanwezig, dus het voorkomen van nest- en rustplaatsen voor deze soorten is uit te sluiten. De ransuil broedt en roest in bomen, maar in het plangebied zijn ook geen bomen aanwezig. Huismus De nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd. De Wet natuurbescherming verbiedt om huismussen opzettelijk te verwonden, te doden, of hun nesten te beschadigen of weg te nemen. Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. In het plangebied zelf zijn geen gebouwen aanwezig waar huismussen hun nest zouden kunnen hebben, maar bij de boxen en stallen zijn meerder huismussen aangetroffen.
Deze zullen zeer waarschijnlijk daar ergens hun nest hebben. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Een ooievaar paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
20
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Roeken hebben een voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Tijdens het veldbezoek hebben we geen nesten van deze soorten waargenomen in het plangebied. Voor deze soorten is er ook geen geschikte biotoop aanwezig. Het voorkomen van deze drie soorten kan uitgesloten worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van essentieel leefgebied van een boombewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk dus ook geen geschikte habitat aanwezig.
Categorie 5 Categorie 5-soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplaats zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Ook voor deze soorten geldt dat er geen geschikt habitat aanwezig is in het plangebied. Wel hebben we enkele foeragerende boerenzwaluwen, die in de provincie Zuid-Holland ook onder categorie 5 vallen, waargenomen. Deze hebben hun nesten in de stallen. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn geen mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige Vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Rond het plangebied zijn wel enkele bomen en houtsingels aanwezig waarin algemene Vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid kunnen vinden. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen directe invloed op de bomen en houtsingels. Volgens het landschappelijk inpassingsplan komt er juist meer groen bij, waardoor er meer schuil- en foerageermogelijkheden voor vogels bij zullen komen.
Conclusie Er zijn in het plangebied geen nesten van boom- en gebouwbewonende vogelsoorten aanwezig, omdat het in het plangebied ontbreekt aan bomen en gebouwen. Rond het plangebied zijn wel verschillende bomen en houtsingels aanwezig waar vogels in zouden kunnen broeden. In de stallen bevinden zich nesten van boerenzwaluwen en er bevinden zich zeer waarschijnlijk nesten van huismussen.
5.2.4 Amfibieën, vissen, reptielen, vlinders, libellen en andere ongewervelden Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid van amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het om waterstructuren van maximaal 1,5 meter diep. Reptielen zijn vaak verscholen in dichte begroeiing en onder de grond. De soorten die volgens de NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
21
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp Soort amfibie, vis, reptiel Alpenwatersalamander Bastaardkikker Kamsalamander Noordzeehouting Rugstreeppad Vinpootsalamander
Afstand plangebied 1 – 5 km 0 – 1 km 1 – 5 km 1 – 5 km 1 – 5 km 1 – 5 km
Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd Amfibieën, vrijgesteld Amfibieën, beschermd Vissen, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd
De aanwezigheid van beschermde reptiel- en vissoorten is uit te sluiten. Voor deze soorten is geen geschikt habitat aanwezig. Ook zijn er in het plangebied geen wateren aanwezig waarin amfibieën zich zouden kunnen voortplanten. Het zou wel mogelijk kunnen zijn dat er in het plangebied enkele algemene amfibiesoorten, zoals bruine kikker en gewone pad in landfase voorkomen. Voor deze algemene soorten is geen ontheffing nodig. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er waarnemingen gedaan van beschermde vlinder- en libellensoorten binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Deze soorten staan in de onderstaande tabel. Soort vlinder, libel Gevlekte witsnuitlibel
Afstand plangebied 1 – 5 km
Grote vos
1 – 5 km
Sierlijke witsnuitlibel
1 – 5 km
Habitat Laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen Vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen Schone vegetatierijke vennen, plassen en dode rivierarmen
In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor bovenstaande beschermde libellen en dagvlinder. We hebben deze dan ook niet waargenomen tijdens ons veldbezoek. Er zouden wel wat algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten kunnen voorkomen. Overige soorten In een straal van vijf kilometer rond het plangebied is volgens de NDFF de beschermde platte schijfhoren aangetroffen. Deze soort staat in de onderstaande tabel. Soort overig Platte schijfhoren
Afstand plangebied 1 – 5 km
Habitat Zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing
Overige beschermde soorten ongewervelden zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde vlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde vlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten. Ook voor beschermde reptielen en amfibieën is er geen geschikt leefgebied aanwezig. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortgroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
22
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
6. RESULTATEN EN ADVIES
Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.
6.1 Voorkomende soorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen beschermde flora en fauna in het plangebied voorkomen. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord.
6.2 Resultaten De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie enkele biodiversiteit bevat en vooral bestaat uit algemene plantensoorten. Er zijn weinig schuil- en nestgelegenheden voor diersoorten. In de bestaande stallen zijn wel huismussen, kauwen en nesten van boerenzwaluwen waargenomen. Deze stallen worden behouden waardoor de aanwezige nesten en verdere habitat voor deze dieren behouden blijft.
6.3 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn er niet. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. In het kader van de Vogelrichtlijn wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het om de periode 15 maart tot 15 juli.
Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen, alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen dienen ervoor om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen of te verzachten. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
23
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld (www.checklistgroenbouwen.nl), waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied Oudeweg 62 raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: o In de directe omgeving van het plangebied zijn huismussen aanwezig. Om de populatie huismussen in de omgeving uit te breiden kunnen er speciale dakpannen, inbouwstenen of vogelvides worden gebruikt om te dienen als nestgelegenheid. Deze zouden in het nieuwe gebouw kunnen worden geplaatst. Ook het ophangen van nestkasten behoort tot de mogelijkheden. o Veel vleermuissoorten zijn afhankelijk van bebouwing als verblijfplaats, maar onze huizen en verdere bebouwing worden steeds dichter. Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaats bouwen, maar maken gebruik van al bestaande holtes, zoals spleten en spouwen.
Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Door in het nieuwe gebouw inmetselstenen te plaatsen worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken, ruimte achter de gevelbetimmering te laten of ruimte te maken in (dubbele) daklijsten. o Om de biodiversiteit aan het begin van de kringloop te verhogen is het wenselijk om een bloementuin met insectenhotel aan te leggen met speciale bijen/vlindermengsels of met planten die van nature in een berm kunnen voorkomen, zoals margriet, rode klaver, kleine pimpernel, wilde peen, duizendblad en gewoon knoopkruid. o Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied wordt bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar.
Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. o Op plaatsen waar wegen niet intensief gebruikt worden, zoals parkeerplaatsen, kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor betreding. De vegetatie ontwikkelt zich vanzelf, maar kan met inzaaien worden bevorderd. De planten zorgen voor zaden en insecten die weer dienen als voedsel voor vogels.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
24
Ecologische quickscan Oudeweg 62 Nootdorp
7. BRONNEN
Websites www.atlasleefomgeving.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl www.verspreidingsatlas.nl www.rijksoverheid.nl www.zuid-holland.nl www.natuurmonumenten.nl www.vivarapro.nl www.ivn.nl www.natura2000.nl www.ravon.nl www.floron.nl www.sovon.nl www.wikipedia.nl www.vogelbescherming.nl www.floravannederland.nl www.vlinderstichting.nl www.waarneming.nl
Andere bronnen Baijens et al., 2005 Netwerk Groene Bureaus Checklist Vleermuisprotocol
Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
25
Project
: Oudeweg
Referentie : BE-0950 Datum
: 31 augustus 2021
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 31 augustus 2021' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333