Bijlage 2 - Concept regionaal beleidsplan Coalitie voor veiligheid 2023-2026
Tekst van het document
Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
Regionaal Beleidsplan Eenheid Den Haag
Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
2
Inhoud
1
Voorwoord
4
2
Inleiding
6
2.1
Coalitie voor veiligheid
6
2.2
Landelijke veiligheidsagenda
6
2.3
Vijf regionale thema’s met ambitie
7
3
Regionale samenwerking
9
3.1
Missie
9
3.2
Uitgangspunten
9
3.3
De regionale partijen
11
4
De vijf thema’s
14
4.1
Maatschappelijk Ongenoegen
14
4.2
Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit
18
4.3
Jeugd en veiligheid
24
4.4
Zorg en veiligheid
28
4.5
Ondermijning
33
5
Verantwoording
37
6
Sterkteverdeling politie
38
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
3
1
Voorwoord Voor u ligt het regionaal beleidsplan van de eenheid Den Haag, oftewel: de Coalitie voor veiligheid 2023-2026. In de Coalitie voor veiligheid zijn de gezamenlijke ambities van gemeenten, Openbaar Ministerie (OM) en politie opgenomen in relatie tot de vijf regionale veiligheidsthema’s: Maatschappelijk ongenoegen Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit Jeugd en veiligheid Zorg en Veiligheid Ondermijning Dit zijn veiligheidsvraagstukken die de grenzen van gemeenten overstijgen en waarop regionale samenwerking vanuit het oogpunt van effectiviteit en/of efficiëntie meerwaarde biedt. Het uitgangspunt blijft, ook bij de regionale thema’s, dat gemeenten de regie voeren over het lokaal veiligheidsbeleid: het primaat is en blijft lokaal. Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt dat er altijd ruimte moet zijn om capaciteit flexibel in te zetten op actuele thema’s, ook als deze niet passen binnen de regionale (of lokale) prioriteiten. Ontwikkelingen in de maatschappij gaan zo snel dat het niet altijd mogelijk is daar voor een periode van vier jaar op in te spelen met een beleidsplan. De Coalitie voor veiligheid is meer dan de naam van ons beleidsplan; de Coalitie voor veiligheid zijn wij allemaal. Om daadwerkelijk effectief veiligheidsbeleid te kunnen voeren, moeten wij coalities smeden.
Per thema kunnen de partners verschillen, maar helder is dat we alleen door de krachten te bundelen onze eenheid veiliger en leefbaarder kunnen maken. De Coalitie voor veiligheid is tot stand gekomen in samenwerking met alle betrokken partijen, onder regie van het Regionaal Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid van onze eenheid (het RSIV), en kan daardoor rekenen op een breed draagvlak. Het thema maatschappelijk ongenoegen is sinds 2020 prominenter op de agenda van de veiligheidspartners komen te staan. De coronapandemie was hierbij een belangrijke aanjager. Ik hecht er waarde aan om te benadrukken dat maatschappelijk ongenoegen van alle tijden is en dat het in onze democratische rechtstaat een groot goed is dat eenieder de mogelijkheid heeft om dit ongenoegen, binnen de grenzen van de wet, te uiten. Helaas neemt het maatschappelijk ongenoegen de afgelopen periode steeds vaker ongewenste uitingsvormen aan. (Onaangekondigde) demonstraties monden regelmatig uit in openbare orde problematiek, bedreigingen en geweld. Wat mij grote zorgen baart, is het (opzettelijke) geweld dat zich, vaak rondom protesten en demonstraties, richt op de handhavers van maatregelen en wetten. Ik ben blij dat de minister van Justitie en Veiligheid haast wil maken met de strafbaarstelling van doxing, waarbij persoonsgegevens van politiemedewerkers en handhavers op internet worden gedeeld.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
4
Wat daarnaast opvalt, is dat de gedigitaliseerde criminaliteit de afgelopen jaren enorm is toegenomen. Inmiddels betreft een vijfde van alle misdrijven in onze eenheid een vorm van horizontale fraude, waarvan een groot deel uit online fraude bestaat. Voorbeelden zijn vriend-in-noodfraude, fraude met internetbankieren, betaalverzoekfraude en bankhelpdeskfraude. Uit de Veiligheidsmonitor blijkt daarnaast dat bijna evenveel mensen slachtoffer zijn geweest van traditionele delicten als van online delicten. Reden genoeg om dit thema komende jaren gezamenlijk bij de kop te pakken. Bij de uitvoering van dit plan is capaciteit een voortdurend aandachtspunt. Al enige jaren kampt de politie met ernstige onderbezetting in zowel de blauwe teams als de opsporing. Ook bij het OM is sprake van personeelstekort en achterstanden en gemeenten hebben inmiddels zoveel veiligheidsthema’s op hun bord dat ook daar keuzes gemaakt moeten worden. Des te meer reden om gezamenlijk keuzes te maken en per veiligheidsvraagstuk te kijken met welke partner(s) het efficiëntst het grootste (maatschappelijke) effect bereikt kan worden. Op deze manier hoop en verwacht ik dat wij samen in staat zullen zijn de positieve trend rond de criminaliteits- en veiligheidsontwikkeling vast te houden en nieuwe veiligheidsproblemen adequaat aan te pakken.
Ik wens ons allen daar veel succes bij! Jan van Zanen Regioburgemeester Eenheid Den Haag
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
5
2
Inleiding
2.1
Coalitie voor veiligheid De samenleving verandert in een snel tempo. Ook vormen van criminaliteit en onveiligheid zijn voortdurend in beweging, onder invloed van onder andere internationalisering en digitalisering. De veiligheidspartners moeten en willen hierop inspelen met een scherpe visie en agenda voor de toekomst. Het voorliggend regionaal beleidsplan heeft als titel Coalitie voor veiligheid 2023-2026. Naast de titel van dit plan staat de Coalitie voor veiligheid voor de samenwerking tussen gemeenten, politie en Openbaar Ministerie (OM) en alle andere (veiligheids)partners, en waar relevant ook zorgpartners, in de eenheid Den Haag. Al deze partijen zijn nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de Coalitie voor veiligheid. In de Coalitie voor veiligheid staan de regionale thema’s waar we de komende vier jaar extra en integraal op inzetten. Ook is de sterkteverdeling (formatieverdeling) over de basisteams in de politie-eenheid Den Haag opgenomen. De meerwaarde van de Coalitie voor veiligheid is het samenbrengen van kennis, ervaring en denkkracht om te komen tot een verder uitgewerkt handelingsperspectief voor preventie en repressie. De Coalitie voor veiligheid is een integraal plan waarbij zoveel mogelijk veiligheidspartners betrokken worden en waar nodig ook zorgpartners.
Gemeenten voeren de regie op het lokale veiligheidsbeleid en hebben uiteraard de ruimte om lokaal prioriteiten te kiezen, aanvullend op de thema’s van de Coalitie voor veiligheid. Daar waar onderwerpen grenzen van gemeenten overstijgen en een bovenlokale samenwerking effectiever en efficiënter is, wordt samengewerkt in regionaal verband. Het huidige regionale beleidsplan (RBP 2019-2022) loopt eind 2022 af. Overeenkomstig de Politiewet moet dit jaar een nieuw plan voor de komende vier jaar vastgesteld worden. De Coalitie voor veiligheid bouwt op veel thema’s voort op het RBP 2019-2022. We beginnen onze regionale integrale aanpak immers niet op nul; we hebben gezamenlijk al veel bereikt en successen geboekt in de afgelopen jaren. We richten ons in de Coalitie voor veiligheid met name op het ‘wat’. Op basis van dit plan werken we het ‘hoe’ jaarlijks uit in een regionaal actieplan met daarin meer concrete doelen.
2.2
Landelijke veiligheidsagenda Eens per vier jaar worden, conform artikel 18 van de Politiewet 2012, landelijke beleidsdoelstellingen voor de politie vastgesteld, ook wel bekend als de landelijke Veiligheidsagenda. De Veiligheidsagenda wordt opgesteld door de minister, de regioburgemeesters en het college van procureurs-generaal. De Veiligheidsagenda en de prioriteiten op regionaal en lokaal niveau zijn complementair. De realisatie van de landelijke beleidsdoelstellingen mag dus niet ten koste gaan van de lokale en regionale prioriteiten. De thema’s van de landelijke Veiligheidsagenda 2023-2026 zijn: cybercrime / digitale criminaliteit, ondermijning, maatschappelijke onrust en mensenhandel. Deze thema’s sluiten naadloos aan op de thema ’s van de Coalitie voor veiligheid. De uitgewerkte doelstellingen worden eind 2022 verwacht. Deze zullen dan worden toegevoegd aan de Coalitie voor veiligheid.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
6
2.3
Vijf regionale thema’s met ambitie
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
7
De Coalitie voor veiligheid richt zich de komende jaren op vijf thema’s die zijn vastgesteld aan de hand van de volgende drie criteria: 1.
Uit het Algemeen Veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2021 komt naar voren dat dit thema de komende jaren een regionaal (toenemend) probleem is.
2.
Een regionale integrale aanpak, waarbij meerdere (regionale) samenwerkingspartners betrokken zijn, heeft meerwaarde voor dit thema.
3.
Het thema is niet al op een ander (sub)regionaal bestuurlijk niveau belegd.
Het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) heeft eind 2021 aan de hand van deze criteria gekozen voor de volgende thema’s (in willekeurige volgorde): Maatschappelijk ongenoegen Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit Jeugd en veiligheid Zorg en Veiligheid Ondermijning Er is geen sprake van een strakke scheiding tussen de thema’s. Ze haken op verschillende punten in elkaar, waardoor er sprake is van een fluïde geheel. Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt dat er altijd ruimte moet zijn om, in overleg met het bevoegd gezag, capaciteit flexibel in te zetten op actuele thema’s, ook als deze niet passen binnen de regionale (of lokale) prioriteiten. Ontwikkelingen in de maatschappij gaan zo snel dat het niet altijd mogelijk is daar voor een periode van vier jaar op in te spelen met een beleidsplan. Omdat de Coalitie voor veiligheid zicht richt op de meest urgente thema’s in onze eenheid, waarop regionale samenwerking toegevoegde waarde heeft, is ervoor gekozen het thema HIC (High Impact Crimes) niet meer terug te laten komen in dit plan. Uiteraard betekent dit niet dat gemeenten, politie en OM woninginbraken, overvallen en straatroven niet meer oppakken. Daar waar dit aan de orde is, kan lokaal prioriteit worden gegeven aan deze delicten, die vaak grote impact hebben op slachtoffers. Bij lokale concentraties wordt lokaal een (integrale) aanpak vormgegeven.
De mate waarin HIC voorkomt in onze eenheid is momenteel echter niet dermate zorgwekkend dat een regionale integrale impuls op dit thema noodzakelijk is.
Leeswijzer In hoofdstuk 3 staan de missie en de uitgangspunten van de Coalitie van veiligheid en een overzicht van de betrokken partijen. Hoofdstuk 4 gaat in op de vijf thema’s. Per thema wordt een beschrijving gegeven en de knelpunten en ambities geformuleerd. In hoofdstuk 5 staat een toelichting op de verantwoording en we sluiten af met de sterkteverdeling van de politie in hoofdstuk 6.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
8
3
Regionale samenwerking
3.1
Missie De missie van de Coalitie voor veiligheid luidt: Gemeenten, politie en OM werken samen om de eenheid Den Haag veiliger te maken. Dit doen wij samen met onze ketenpartners, inwoners en ondernemers.
3.2
Uitgangspunten Er zijn drie uitgangspunten voor de Coalitie voor veiligheid. Elk willekeurig (nieuw) veiligheidsvraagstuk dat integraal en zo nodig regionaal aandacht verdient kan op basis van deze uitgangspunten aangepakt worden. 1.
Voor alle geprioriteerde veiligheidsproblemen geldt dat er middels een integrale aanpak probleemgericht, informatiegestuurd met inwoners en ondernemers wordt samengewerkt.
De aanpak van de geprioriteerde onderwerpen gebeurt volgens de principes van ‘the Best of Three Worlds ‘ (B3W), waarin de drie veiligheidsstrategieën probleemgericht werken, informatiesturing en burgerparticipatie zijn samengebracht. De aanpak is een afgestemde combinatie van preventieve, strafrechtelijke, bestuurlijke en civielrechtelijke maatregelen met een scherpe focus op een bepaald gebied (hotspots), bepaalde (faciliterende) personen en groepen, specifieke sleutellocaties, bepaalde tijden, bepaalde groepen slachtoffers, soorten buit en vitale werkwijzen. Zo’n probleemgerichte aanpak is gebaseerd op een integrale analyse van de achterliggende oorzaken. Dat betekent dat er maatregelen genomen worden die gericht zijn op zowel slachtoffers, daders, omgeving, facilitators en werkwijzen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Door lokaal aan te sluiten bij burgerinitiatieven maken de veiligheidspartners optimaal gebruik van alle ogen en oren in de wijken. Verder hebben veiligheidspartners belang bij meldingen en waar nodig aangifte van strafbare feiten door burgers bij de politie. Dit geeft immers inzicht in de problematiek. Door duidelijk te zijn over het handelingsperspectief richting burgers wordt het veiligheidsgevoel en de meldingsen/of aangiftebereidheid vergroot. 2.
Samenwerking tussen het veiligheidsdomein en het sociale domein is een vereiste.
Voor duurzame veiligheid is samenwerking met zorg- en sociaal-maatschappelijke partners in alle stadia van de probleemgerichte aanpak noodzakelijk. Dit geldt voor alle hierna genoemde thema’s. Zonder een gerichte aanpak van de achterliggende oorzaken is de veiligheidszorg niets anders dan symptoombestrijding. Denk hierbij aan bijvoorbeeld vroegsignalering vanuit wijken, maatschappelijke organisaties en scholen, opvang van personen met verward gedrag, praktische ondersteuning na detentie, voorlichting aan en ondersteuning van kwetsbare groepen slachtoffers, hulpverlening tijdens en na een huisverbod of (in het uiterste geval) na een uithuisplaatsing. Dit alles draagt bij aan een wezenlijke gedragsverandering. Andersom kunnen zorgpartijen baat hebben bij het dwingende kader dat vanuit de
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
9
veiligheidsketen opgelegd kan worden, zodat een interventie kan plaatsvinden. Dit is uiteindelijk ook in het belang van de cliënt. In dit plan wordt weliswaar kort de context van de verschillende aanpakken geschetst, maar wordt de rol die vanuit veiligheid aan de aanpak gegeven wordt benadrukt. 3.
Openbare orde en veiligheid is een lokale aangelegenheid. Alleen veiligheidsproblemen waarbij bovenlokale samenwerking een toegevoegde waarde heeft worden regionaal opgepakt.
Overlast en criminaliteit doen zich vrijwel altijd lokaal voor: er vindt een incident plaats waar adequaat op gereageerd moet worden. Zodra incidenten zich hardnekkig en terugkerend - soms jaren achtereen concentreren op een specifieke locatie of binnen een bepaalde groep is er sprake van een veiligheidsprobleem. Veiligheidsproblemen die naar het oordeel van het bevoegde gezag prioriteit verdienen vanwege de schadelijke impact op de samenleving worden probleemgericht en integraal opgepakt. Alle partners hebben daarbij hun eigen rollen en verantwoordelijkheden. Vaak kampen andere gemeenten met soortgelijke problemen. Daarnaast spelen er complexe veiligheidsvraagstukken die vanwege de omvang en aard de gemeentegrenzen overschrijden. Denk hierbij aan ondermijning en cybercrime. Door samen binnen de eenheid (en waar nodig zelfs met andere eenheden) op te trekken kan de beste manier van (samen)werken ontdekt worden, van elkaar geleerd worden en de aanpak verder ontwikkeld worden. Hierbij wordt de beperkte capaciteit en middelen van alle betrokken partners zo slim en efficiënt mogelijk ingezet en wordt het maximaal haalbare effect bereikt.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
10
3.3
De regionale partijen
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
11
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
12
Het Regionaal Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid (RSIV) Het RSIV is een netwerkorganisatie van en voor de 27 gemeenten in de eenheid Den Haag, het OM en de politie. Het RSIV is actief op de thema’s die worden vastgesteld in het regionaal beleidsplan en ondersteunt de 27 gemeenten, de politie en het OM bij het realiseren van de regionale doelstellingen en ambities. Op de regionale thema’s organiseert het RISV bijvoorbeeld kennis- en netwerkbijeenkomsten en ontwikkelt het concrete beleidsinstrumenten samen met de relevante netwerkpartners. Daarnaast biedt het RISV een digitaal platform voor het delen van kennis over relevante veiligheidsvraagstukken (www.rsiv.nl). Het RSIV werkt nauw samen met andere organisaties en samenwerkingsverbanden, zoals bijv. het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) en de Zorg- en Veiligheidshuizen Haaglanden en Hollands Midden. Daarnaast is het Platform Veilig Ondernemen (PVO) in de eenheid Den Haag bij het RSIV ondergebracht. Doelstelling van het PVO is om als politie, justitie, gemeenten, brancheorganisaties en ondernemers samen te werken aan de oplossing van veiligheidsproblemen, zowel repressief als preventief. Vanaf 2022 krijgt het PVO een (financiële) impuls vanuit de Rijksbegroting. Daarmee kan het PVO Eenheid Den Haag een doorstart maken.
Momenteel worden de inbedding, governance en concrete activiteiten van het PVO uitgewerkt, waarbij zoveel mogelijk worden aangesloten bij de thema’s van de Coalitie voor veiligheid.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
13
4
De vijf thema’s In dit hoofdstuk staat een uitwerking van de vijf thema’s waar de Coalitie voor veiligheid op inzet.
4.1
Maatschappelijk Ongenoegen
4.1.1
Beschrijving en ontwikkelingen Maatschappelijk ongenoegen is van alle tijden. Het is belangrijk dat iedereen in de samenleving de mogelijkheid heeft om ongenoegen te uiten. Het recht op demonstratie is een essentieel kenmerk van onze democratische rechtsstaat. Een zekere mate van ideologische polarisatie vormt de brandstof voor maatschappelijk debat. Maatschappelijk ongenoegen is vaak goed verklaarbaar. Ook de overheid maakt fouten en burgers moeten daartegen in het verweer kunnen komen. Maatschappelijk ongenoegen an sich is dus geen probleem, maar zodra de grenzen van de rechtsstaat worden gepasseerd, moet worden ingegrepen. Dit betreft het moment dat individuen of groepen vanuit maatschappelijk ongenoegen via activisme overgaan naar extremisme. Dan is er sprake van strafbare feiten, zoals intimidatie, bedreiging of geweld. Bij de aanpak van dit thema maken we onderscheid tussen het voorkomen dat de grenzen van de rechtsstaat worden overschreden (preventie) en ingrijpen als dat toch gebeurt (repressie). Het thema maatschappelijk ongenoegen draait om gevoelens van onvrede, wantrouwen, frustratie of woede, bij groepen of individuen. Het ongenoegen is met name gericht tegen de overheid, maar bijvoorbeeld ook tegen de wetenschap en de traditionele media. In algemene zin is het gericht tegen alles wat van bovenaf georganiseerd is.
Gezag van overheid en instituties is hierdoor niet langer vanzelfsprekend. De voedingsbodem voor maatschappelijk ongenoegen is te vinden in zaken als economische ongelijkheid, een groeiende kloof tussen politiek en burgers en de enorme toename aan (des-)informatie on- en offline. Deze onderliggende tendensen leiden al langere tijd tot sluimerend ongenoegen bij verschillende groepen die het gevoel hebben niet meer mee te doen (starters op de woningmarkt) of onrechtvaardig behandeld te zijn (boeren, slachtoffers van de toeslagenaffaire). Hiernaast kunnen specifieke gebeurtenissen een directe trigger zijn voor maatschappelijk ongenoegen. Verschillende complottheorieën hebben ook in ons land voet aan de grond gekregen, met name via sociale media en soms met actieve steun of coördinatie van andere landen. Een voorbeeld is de QAnon complottheorie. Volgers hiervan geloven dat er een elite is in de samenleving die alle macht heeft en die kinderen misbruikt om jong te blijven. Een ander voorbeeld is de complottheorie dat het coronavirus niet bestaat en dat dit door (wederom) de politieke elite wordt ingezet om het volk te onderdrukken of te indoctrineren via vaccinaties. Deze en andere complottheorieën versterken het bestaande wantrouwen, de
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
14
frustratie en de woede die al leven tegenover de overheid en andere instituties. Sociale media spelen in toenemende mate een aanjagende rol bij de verspreiding van extremistisch gedachtegoed. De NCTV constateert dat diegenen die maatschappelijk ongenoegen uiten te verdelen zijn in een brede bovenlaag die in principe binnen de grenzen van de wet blijft, hooguit mogelijk openbare orde problematiek oplevert, en een meer radicale onderlaag. De bovenlaag bestaat uit een groeiende groep Nederlanders. In de onderlaag is sprake van verharding, dat wil zeggen dat binnen deze laag personen en groepen zich steeds radicaler uitlaten en sneller overgaan tot (het legitimeren van) intimidatie, bedreiging of zelfs geweld. In toenemende mate is daarbij sprake van intimidatie en bedreiging van politici en experts. Ontwikkelingen Ten tijde van het opstellen van de Coalitie voor veiligheid (begin 2022) zagen we de volgende zorgwekkende ontwikkelingen, met name versterkt door de coronacrisis. Bij het afschalen van de coronamaatregelen zagen we dat de massaliteit van de uitingen van maatschappelijk ongenoegen in de fysieke wereld sterk afnam, maar online zien we juist een toename van volgers bij influencers op het gebied van maatschappelijk ongenoegen. Er is sprake van verschillende groepen en personen die zich afzetten tegen het overheidsbeleid.
Bij verschillende demonstraties en acties komen deze samen in gelegenheidscoalities, fluïde netwerken waarbij geen sprake is van een sterke hiërarchie. Het betreft een gemêleerde groep met een deel gematigde bezorgde burgers, maar bijvoorbeeld ook (voetbal) hooligans en extreemrechtse subjecten. Een deel van de demonstranten wordt gevoed door complottheorieën. Den Haag is als Hofstad het centrum van politiek en bestuurlijk Nederland. Het aantal demonstraties in met name Den Haag, maar ook in andere gemeenten in de eenheid is, mede door de coronacrisis, toegenomen. Daarbij komt dat het aantal onaangekondigde demonstraties toeneemt en regels en vorderingen regelmatig niet opgevolgd worden. Dit vraagt zeer veel capaciteit van politie, OM en andere veiligheidspartners. De schaal waarop het maatschappelijk ongenoegen geuit wordt en het tempo waarmee individuen en groepen radicaliseren is groot. Sociale media zijn een middel waarmee verbinding wordt gezocht en waarmee radicalisering aangejaagd wordt. Er is sprake van verharding door het vervagen van de grens tussen activisme en extremisme en het gebruik van contrastrategieën tegen de overheid en tegen personen. Geweld, bedreigingen en intimidatie worden hierbij niet geschuwd. Onder andere door het gebrek aan hiërarchie in dergelijke groepen ontbreekt vaak een rem op de radicalisering van individuen.
Er kan gesproken worden van versplintering, verharding en verrechtsing.1 We zien een toename van bedreigingen jegens politici, wetenschappers, journalisten en ook politiemensen. Een relatief nieuw fenomeen is doxing. Doxing is het (online) achterhalen van namen, adressen, facebookaccounts en e-mailadressen van iemand en deze gegevens vervolgens publiceren. Doxing is op zichzelf niet strafbaar, maar kan in uitzonderlijke gevallen een strafbare gedraging 1
Dit punt komt uit het Algemeen Veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2021.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
15
opleveren wanneer het gepaard gaat met o.a. opruiing, belaging, belediging, bedreiging en/of ambtsdwang. Doxing kan veel leed en angst veroorzaken bij degenen die het treft. Het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoekt momenteel het strafbaar stellen van het verstrekken, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen van identificerende persoonsgegevens met het doel iemand bang te maken. Het komt voor dat politici en bestuurders zich associëren met het gedachtegoed van complottheorieën, daarmee kunnen zij de democratische rechtsstaat ter discussie stellen en bijdragen aan de polarisatie in de samenleving.
4.1.2
Knelpunten in de huidige aanpak De samenwerking tussen gemeenten, politie en OM richt zich op het voorkomen dat de grenzen van de rechtsstaat worden overschreden (preventie) en ingrijpen als dat toch gebeurt (repressie). In de huidige samenwerking zien we een aantal knelpunten. 1.
Een groot deel van wat zich onder de noemer van maatschappelijk ongenoegen afspeelt moet gefaciliteerd worden: mensen maken immers gebruik van hun grondrechten. Wanneer de grenzen van de rechtsstaat worden overschreden en er strafbare feiten gepleegd worden, kan de overheid ingrijpen. Het strafrecht biedt hiervoor een helder handelingskader. Er is een grijs gebied waar activisme over kan gaan in extremisme. In dat gebied bevinden zich bijvoorbeeld ook leiders en aanjagers die zelf niet de wet overtreden, maar anderen wel inspireren en aanzetten dat te doen. Hier heeft de overheid een preventieve rol: het voorkomen van extremisme. Taken en verantwoordelijkheden zijn in deze fase niet voor iedereen helder, gedeeld eigenaarschap ontbreekt en er is sprake van handelingsverlegenheid, met name bij gemeenten2.
2.
De online wereld is groot en divers, vast staat dat de overheid niet op de hoogte kan zijn van alles wat daar speelt. Gemeenten willen in bepaalde gevallen meer zicht krijgen op de online ontwikkeling en verspreiding van extremistisch gedachtegoed bij burgers in hun gemeente. Omdat gemeenten op dit moment niet beschikken over de benodigde juridische mogelijkheden zijn zij beperkt in het (online) zicht krijgen op ontwikkelingen. Ook is er nog geen gedeeld beeld van de mate waarin gemeenten en andere overheidsorganisaties tot taak hebben de online wereld te monitoren3.
3.
In de eenheid komen op dit moment in de praktijk nauwelijks personen die hun maatschappelijk ongenoegen uiten en daarbij de grenzen van de rechtsstaat overschrijden in aanmerking voor een Persoonsgerichte Aanpak (PGA) in het Zorg- en Veiligheidshuis. We zien de volgende oorzaken: veel personen binnen het veld van maatschappelijk ongenoegen gaan (net) niet die grens over tot wat geclassificeerd kan worden als extremistisch (het zogenaamde grijze gebied van knelpunt 1); er is onbekendheid met (signalen van) extremistische uitingen van maatschappelijk ongenoegen bij partners en ook onbekendheid met deze wijze van aanpakken van dit soort personen; heel veel personen komen
2 In dit kader is er het meerjarig interbestuurlijke samenwerkingsprogramma maatschappelijke onrust en onbehagen van BZK, JenV,
politie, SZW, NGB, VNG en regioburgemeesters waarin het handelingsperspectief van lokaal bestuur centraal staat. 3 Op het punt van informatievergaring en informatiedeling en bevoegdheden voor het tegengaan van online aangejaagde ordeverstoringen vinden ook ontwikkelingen plaats in overleg tussen JenV, regioburgemeesters, het OM en de politie.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
16
uit andere eenheden in onze eenheid demonstreren en moeten daarom in andere eenheden aangepakt worden. Voor dit laatste punt wordt gewerkt aan een oplossing. Daarnaast wordt binnen de eenheid bekeken of de personen die in een persoonsgerichte aanpak zitten, waarbij maatschappelijk ongenoegen speelt, in de juiste aanpak zitten of er een andere (PGA) vorm gekozen moet worden en/ of er voldoende interventiemogelijkheden zijn.
4.1.3
Ambitie Ambitie van de Coalitie voor veiligheid is om good practices over preventie van ongewenst uitingen van maatschappelijk ongenoegen te delen, dialoog tot stand te brengen en burgers weerbaar te maken ten aanzien van het herkennen van desinformatie. Op repressief gebied loopt de aanpak van extremisme in het kader van het maatschappelijk ongenoegen via het CTER-proces. 1.
Gezamenlijk analyseren en duiden van informatie
Politie, gemeenten en OM gaan nauwer samenwerken om een beter én gezamenlijk inzicht te krijgen in de problematiek. Verkregen informatie wordt meer gezamenlijk geanalyseerd en geduid. Daarbij geldt het onderscheid tussen preventie en repressie. Op preventief vlak is meer zicht nodig op wat er gebeurt in het grijze gebied tussen activisme en extremisme. Hier ligt met name een rol voor gemeenten. Randvoorwaardelijk hierbij zijn landelijke ontwikkelingen van bevoegdheden op het gebied van informatievergaring en informatiedeling. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande analyseproducten van de politie, waarbij informatie van andere partners waar mogelijk wordt toegevoegd. 2.
Opstellen en uitdragen visie
We stellen een heldere, integrale visie op over de rol van het lokaal bestuur en zijn samenwerkingspartners op dit thema. De bovenstaande beschrijving van dit thema is een eerste aanzet. We hebben speciale aandacht voor de rol van de overheid in het online domein, onder andere bij de online aangejaagde ordeverstoringen die tot uiting komen in het fysieke domein. In de visie omschrijven we een fundament van gedeelde uitgangspunten en grenzen. De focus van de visie ligt aan de ene kant op preventie en verbinding en aan de andere kant op repressie door de aanpak van strafbare feiten. 3.
Opstellen handelingskader
Gezamenlijk stellen we een handelingskader voor preventie op. Hierbij omschrijven we hoe de gezamenlijke partners om kunnen gaan met uitingen van maatschappelijk ongenoegen die over dreigen te gaan van activisme naar extremisme. Het gaat erom hoe zij alert blijven, verbinding leggen met groepen of individuen en welke civiel- en bestuursrechtelijke interventies er zijn om extremisme te voorkomen. Belangrijk is om hierbij te bepalen wanneer welke maatregel proportioneel en subsidiair is. Aansluiting kan gezocht worden bij nieuwe communicatiestrategieën, die zich richt op het ‘stille midden‘, met het doel deze groep zich gehoord te laten voelen en te voorkomen dat deze verder richting geweld en extremisme gaan.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
17
4.
Doorontwikkelen PGA
Gemeenten, politie, OM en ketenpartners hebben in de Zorg- en Veiligheidshuizen een integrale persoonsgerichte aanpak. Deze aanpak richt zich op personen die een veiligheidsrisico vormen voor zichzelf en/of hun omgeving. Er is dan sprake van zorgen op meerdere leefgebieden en een domeinoverstijgende ketensamenwerking is nodig om de situatie te doorbreken. Er is de CTER aanpak voor personen die (dreigen te) radicaliseren of (gewelddadig) extremisme aanhangen en er is een specifieke aanpak op personen met risicovol en verward gedrag. We zien dat er de afgelopen tijd ook steeds meer aandacht is voor problematisch complotdenken. De komende jaren zal regionaal worden gekeken in hoeverre de diverse bestaande persoonsgerichte aanpakken van toepassing zijn op personen die hun maatschappelijk ongenoegen grensoverschrijdend uiten, al dan niet in combinatie met complotdenken en wat dit vergt op het vlak van kennis en interventies. Daarbij wordt ook gekeken naar preventiemogelijkheden met betrekking tot deze doelgroep (dialoog aangaan, voorlichting over (on)betrouwbare informatie op internet). 5.
Actief leren en delen van kennis en ervaringen
Er is internationaal, nationaal en lokaal veel wetenschappelijke en praktische kennis over en ervaring met het thema. Deze kennis en ervaring brengen we actief bij elkaar. Er worden regionale kennisbijeenkomsten voor zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau georganiseerd en waar nodig worden handreikingen opgesteld.
4.2
Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit
4.2.1
Beschrijving en ontwikkelingen Bij cybercrime gaat het om delicten die gepleegd worden met informatie- en communicatietechnologie (ICT) en die gericht zijn op ICT. Voorbeelden zijn het hacken van een computer, een DDoS-aanval of het plaatsen van ransomware. Gedigitaliseerde criminaliteit betreft het plegen van traditionele delicten door middel van ICT. Voorbeelden zijn internetoplichting of online bedreiging. Uit het Algemeen veiligheidsbeeld van de politie Eenheid Den Haag (2021) blijkt dat het met name gaat om fraude met bankgegevens, misbruik van accounts voor bestellingen, helpdeskfraude, smaad en laster. Daarnaast worden inwoners van de eenheid Den Haag
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
18
slachtoffer van cyberdelicten in het kader van belediging, diefstal van gegevens, cyberstalking of met betrekking tot afpersing en chantage. In het laatste geval betreft het enerzijds ransomware en anderzijds sextortion, afpersing met een seksueel getinte foto of video van het slachtoffer. Wat betreft daderschap lijkt sextortion vooral te liggen in de sfeer van jeugdcriminaliteit. De jeugd is een kwetsbare groep: zij wordt relatief vaak slachtoffer (vooral van hacken en cyberpesten) en is ook vaker betrokken als verdachte. Ouderen lijken meer kwetsbaar te zijn voor specifieke vormen van gedigitaliseerde fraude zoals vriend-in-noodfraude (whatsapp-fraude). En uit landelijk onderzoek blijkt dat ook het Midden-en Klein bedrijf (MKB) steeds vaker slachtoffer is van cybercriminaliteit. Bedrijven, met name MKB-ers, hebben vaak niet de capaciteit, de kennis en hulpbronnen om zich te weren tegen cyberaanvallen. Vanwege de lage meldings- en aangiftebereidheid ontbreken echter exacte gegevens over het MKB in de eenheid Den Haag. Deze vorm van criminaliteit kan lokaal plaatsvinden tussen dader en slachtoffer, maar kent vaak een regionale, landelijke en /of internationale component, waardoor het complex kan zijn om een dader op te sporen.
Daarnaast zijn cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit minder goed zichtbaar dan fysieke criminaliteit, wat ervoor zorgt dat urgentie van het tegengaan van deze vorm van criminaliteit niet altijd gevoeld wordt. Terwijl wat er in de online wereld gebeurt vaak wel effect heeft op de fysieke wereld. Ook kan de schaal enorm groot zijn: er kunnen in één keer veel slachtoffers tegelijkertijd zijn, digitale criminaliteit kent geen grenzen. Tot slot hebben bijna alle vormen van criminaliteit tegenwoordig een digitale variant. Afbakening van het thema Politie en het OM richten zich met name op de opsporing en vervolging (waarbij ze ook inzetten op alternatieve interventies en afdoeningen) van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, maar hebben ook oog voor preventie. De vraag wat op dit thema precies de taak en verantwoordelijkheid van gemeenten is, is de afgelopen jaren veelvuldig onderwerp van gesprek geweest. Hierbij is een verschuiving zichtbaar naar een bredere opvatting van de taak en verantwoordelijkheid van gemeenten voor ook het digitale domein.
In de Resolutie ‘Digitale Veiligheid: kerntaak voor gemeenten’4 die begin 2021 unaniem door de VNG is aangenomen, worden de gemeenten opgeroepen om in hun Integrale Veiligheidsplannen ook de digitale aspecten expliciet te benoemen: de veiligheid van de samenleving bij het optreden van digitale incidenten; het voorkomen en bestrijden van cybercriminaliteit; het beveiligen van de informatie waarvoor zij verantwoordelijkheid draagt. De VeiligheidsAlliantie regio Rotterdam heeft op basis van een tabel van lector Cybersafety, Wouter Stol, onderstaande tabel opgesteld over de rol van OM, politie en gemeenten ten aanzien van cybercrime:
4
Deze Resolutie komt voort uit de Agenda Digitale Veiligheid gemeenten 2020-2024 van de VNG.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
19
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) heeft in 2021 een lokale cyberwegenkaart opgesteld met in eerste instantie drie wegen naar een cyberweerbare gemeente: 1.
eigen huis op orde;
2.
cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit;
3.
cyberincidenten en -crisis.
Begin 2022 is een vierde aandachtsgebied toegevoegd aan de wegenkaart: de online aangejaagde ordeverstoringen. Randvoorwaarde om invulling te geven aan de verantwoordelijkheid van gemeenten in het digitale domein is wel dat gemeenten ook worden toegerust met voldoende financiële middelen en wettelijke bevoegdheden. In de Coalitie voor veiligheid ligt de focus vooral op het vergroten van de weerbaarheid van bewoners en ondernemers t.a.v. cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit (dus vooral spoor 2 van de wegenkaart van het CCV). Gemeenten, bedrijven en andere instanties zijn zelf verantwoordelijk voor het op orde hebben van ‘hun eigen digitale huis’ en dus ook het voorkomen en verhelpen van digitale verstoringen op de werkprocessen binnen hun organisatie. Daarnaast is het van belang om zicht te hebben op de vitale infrastructuur binnen een gemeente. Dit valt buiten de scope van de Coalitie voor veiligheid. Wanneer een cyberincident of cybercrisis leidt tot maatschappelijke ontwrichting spelen de Veiligheidsregio’s een rol bij de effectbestrijding. In de risicoprofielen die door de Veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands Midden worden gemaakt, wordt hier aandacht aan besteed. Voor cybergevolgbestrijding is een landelijke handreiking opgesteld, die door iedere regio en elke gemeente zelf moet worden doorvertaald.
De online aangejaagde ordeverstoringen raken uiteraard ook het thema cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit. In de Coalitie voor veiligheid zal aan dit onderwerp waar mogelijk aandacht worden besteed binnen het thema maatschappelijk ongenoegen.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
20
Recente ontwikkelingen De samenleving digitaliseert in een hoog tempo en dat geldt ook voor de criminaliteit. Traditionele criminaliteit daalt (in elk geval tot en met 2021) en online criminaliteit stijgt explosief. Door COVID-19 is de digitalisering in een versnelling terecht gekomen, waarbij de beveiliging niet in hetzelfde tempo meegroeit. Hierdoor wordt de noodzaak om inwoners en ondernemers in alle leeftijdsgroepen tegen cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit te beschermen en maatschappij ontwrichtende schade te voorkomen, steeds belangrijker. De digitale afhankelijkheid van gemeenten en andere organisaties is enorm toegenomen. Het gaat niet alleen (meer) om het op orde hebben van de eigen IT-beveiliging, maar ook om oog te hebben voor die van organisaties/bedrijven in de keten waarbinnen je onderneemt (supply chain). Door de digitalisering is het risico op grote en/of ernstige datalekken steeds groter. De NCTV geeft aan dat ransomware een gevaar is voor nationale veiligheid. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van deepfakes en synthetic media. Dit zijn media, zoals foto’s, video’s, teksten of geluidsfragmenten, die gecreëerd of aangepast zijn door kunstmatige intelligentie. Deze worden ingezet voor criminele doeleinden zoals chantage, sabotage, fraude en oplichting.
4.2.2
Knelpunten in de huidige aanpak Gemeenten, politie en OM richten zich in meer of mindere mate op het voorkomen, signaleren en aanpakken van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit. In de huidige samenwerking zien we een aantal knelpunten: 1.
Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit is een breed thema. De rollen, taken, bevoegdheden en handelingskader van iedere partner verschillen per onderdeel en zijn niet altijd voor iedereen helder. Zo richt de gemeentelijke wetgeving zich voornamelijk op het fysieke domein en lijken de juridische mogelijkheden om in het digitale domein op te treden beperkt.
2.
Er is verschil tussen partijen in het bewustzijn en het beeld dat cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit een groeiend probleem is, waardoor de sense of urgency om het probleem aan te pakken ook verschilt. Bij traditionele criminaliteit zorgt de politie ervoor dat relevante informatie ter beschikking wordt gesteld aan het (lokaal) bestuur. Het bestuur kan op basis daarvan keuzes maken. Voor digitale criminaliteit is dit lastiger. De politie stelt jaarlijks een regionaal cybercrimebeeld op. Hierin zitten echter beperkingen. Doordat veel slachtoffers van digitale criminaliteit geen aangifte of melding doen bij de politie (hoog dark number) is er niet altijd goed zicht op de omvang van slachtofferschap, waardoor de mate van maatschappelijk ontwrichting niet altijd goed te duiden is. Het gevolg is dat de lokale besturen geen goed beeld van de problematiek op het thema hebben. Dat komt het urgentiebesef en een gerichte aanpak van digitale criminaliteit in onze eenheid niet ten goede.
3.
Niet bij iedere partner is voldoende kennis over de benodigde aanpak van het thema. Er is schaarste in vakmanschap en expertise. De ontwikkelingen gaan dusdanig hard, waardoor het moeilijk is om de kennis op het juiste niveau te hebben.
4.
Er zijn initiatieven t.a.v. preventie, maar er is geen overzicht van wat iedere partner doet. Er is verbetering nodig op de samenhang en de coördinatie van de lokale initiatieven. Er is behoefte aan het vormgeven
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
21
van een gezamenlijke aanpak van politie, OM, gemeenten en publieke en private partners op het gebied van weerbaarheid en bewustzijn in het digitale domein. 5.
Er zijn geen financiële middelen vrijgemaakt vanuit het Rijk voor gemeenten t.b.v. de aanpak voor cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit.
4.2.3
Ambitie We richten ons op het weerbaarder maken van bewoners en ondernemers. Daarbij leggen we focus op de onderdelen die we hieronder beschrijven. De Coalitie voor veiligheid sluit aan bij het Regeerakkoord op de punten: preventie, samenwerking en cijfermatige onderbouwing. In de Coalitie worden deze punten aan elkaar verbonden zodat we onze weerbaarheid tegen cybercrime en digitale criminaliteit vergroten. 1.
Verkrijgen van helderheid in rollen, taken en bevoegdheden
We gaan voor alle kernpartners helder maken wat ieders rollen, taken en bevoegdheden zijn. We kijken daarbij wat daarin het gedeelde perspectief is. Wat zijn de verwachtingen die aan elke partner worden gesteld? Welke informatie mogen ze verwerken? De ambitie is om (voor zover dat in 2022 nog niet is gebeurd) duidelijke antwoorden op deze vragen te krijgen. Voor een groot deel van de vragen moet het antwoord door de landelijke overheid worden gegeven. 2.
Zorgen voor nog betere analyse, duiding en agendering van de problematiek
We willen sneller zicht krijgen op de ontwikkelingen. Daarvoor is het noodzakelijk om door te gaan met het regelmatig opstellen van goede cyberbeelden (met daarin indicatoren van slachtoffer- en daderschap), met duiding vanuit de politie en informatie vanuit andere sectoren, waaruit bijvoorbeeld een top 10 van dreigingen binnen de eenheid naar voren komt. Dit is mede van belang vanwege het feit dat criminelen creatief en wendbaar zijn waardoor steeds nieuwe vormen van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit ontstaan. Wat vandaag hot is, is morgen alweer achterhaald. Dat is ook terug te zien in de cyberbeelden van de politie. Richt je als eenheid niet op alle fenomenen van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, maar selecteer een aantal inhoudelijke thema’s waar je gezamenlijk op acteert. Voor het verkrijgen van goede cyberbeelden kan ook gebruik gemaakt worden van landelijke informatie, aangezien ontwikkelingen van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit vaak landelijk zijn, waarbij er geografisch (over het algemeen) geen grote verschillen in slachtofferschap is. Wat betreft daders ligt dat anders, bijvoorbeeld t.a.v. concentraties van moneymules in bepaalde gemeenten/ wijken.
Gemeenten geven aan behoefte te hebben aan concrete informatie over de slachtoffer- en dadergroepen, alsmede inzichten in de oorzaken van concentraties van slachtofferschap en daderschap, zodat ze daarop inzet kunnen plegen. Bewustzijn en urgentie kan op deze wijze op de juiste plekken worden vergroot en kan bijvoorbeeld aangiftebereidheid vergroten.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
22
3.
Opstellen handelingsperspectief
We gaan de digitale weerbaarheid van potentiële slachtoffers vergroten. Daarnaast is het van belang om daderschap te voorkomen. Er bestaan inmiddels verschillende interventies die toegepast kunnen worden. We willen niet alleen op landelijk, maar ook op regionaal niveau overzicht hebben en houden van de bestaande interventies, bronnen en ervaringen middels een interventiematrix, zodat gemeenten beschikken over een uitgebreid handelingsperspectief. Onder coördinatie van het RSIV brengen we regelmatig de verschillende partijen in het brede werkveld bij elkaar om kennis en ervaring te delen en samenwerking te vergroten. De kracht zit in preventie, in een eenduidige boodschap en in herhaling van deze eenduidige boodschap en in een breed pallet van bewezen werkzame interventies. Hierbij kunnen we aansluiten bij landelijke communicatiecampagnes. Het Platform Veilig Ondernemen (PVO) speelt een belangrijke rol bij het vergroten van de bewustwording en preventie bij het Midden- en Klein bedrijf (MKB). Veiligheid in het digitale domein kunnen we alleen in samenwerking met het bedrijfsleven vorm geven. Een gecoördineerde aanpak is nodig om de cybersecurity te vergroten. Vanuit het PVO worden samen met politie, gemeenten en ondernemers(verenigingen) verschillende activiteiten georganiseerd om bewustwording van het MKB te vergroten.
Ook gaan we inzetten op het vergroten van de bewustwording en preventie bij kwetsbare doelgroepen, met name jongeren en ouderen. Sommige vormen van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit komen meer voor bij de ene doelgroep dan bij de andere en het is van belang om hier in de benadering van de doelgroepen rekening mee te houden. 4.
Gezamenlijk ontwikkelen van (onderdelen van) een aanpak gericht op bewustwording en preventie
We gaan de samenwerking intensiveren tussen politie, OM en gemeenten, met externe deskundigheid vanuit het bedrijfsleven en de wetenschap. Politie, OM, gemeenten en publieke en private partners (denk aan: betaalverenigingen, Halt, Reclassering, Slachtofferhulp, CCV, ondernemersverenigingen, Kamer van Koophandel, Digitaal Trust Center, Nationaal Cyber Security Center etc.) gaan bestaande acties en initiatieven op elkaar afstemmen en waar mogelijk bundelen, op weerbaarheid en bewustzijn in het digitale domein, zowel gericht op daders als op slachtoffers. Onderdeel van deze aanpak kan de Book of crime methode zijn. Dit is een model waarbij in het proces (het business model) van criminaliteit wordt gezocht naar waar barrières te bouwen zijn, welke partners betrokken (kunnen) zijn (denk aan onderwijs tot aan banken) en wie daar op welk onderdeel een rol/ taak in heeft. Er zijn verschillende books of crime (voor verschillende fenomenen) waarbij gebruik gemaakt wordt van beschikbare beelden en bestaande kennis.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
23
4.3
Jeugd en veiligheid
4.3.1
Beschrijving en ontwikkelingen Jeugd en veiligheid is een breed thema dat bij alle andere regionale veiligheidsthema’s een rol speelt. Het is een rode draad door alle onderwerpen heen. Belangrijk om te benadrukken is dat het met de meeste jongeren in de eenheid Den Haag goed gaat. Er is slechts een klein deel dat overlast veroorzaakt of in de criminaliteit belandt. Een beschrijving van de doelgroep waarop de Coalitie voor veiligheid zich richt, wordt in de paragraaf hieronder gegeven. Volgens het algemeen veiligheidsbeeld van de politie (2021) is de daling van jeugdcriminaliteit gestopt en neemt de jeugdoverlast toe. Uit de recente cijfers (2022) blijkt dat de toename van jeugdoverlast kort was en inmiddels weer afneemt. Daarnaast vindt er een verschuiving plaats van traditionele vermogensmisdrijven richting drugscriminaliteit, cybercrime en (vuur)wapenbezit. Andere belangrijke deelaspecten binnen het thema zijn: problematische (criminele, hinderlijke of overlastgevende) jeugdgroepen (die meer fluïde zijn), jonge criminele aanwas, online straatcultuur, schoolveiligheidsproblematiek, High Impact Crimes (HIC) en multi problematiek binnen gezinnen. Een aantal ontwikkelingen speelt daarbij een belangrijke rol. Zo wordt aangegeven dat jongeren op steeds jongere leeftijd de criminaliteit in gaan en vervolgens vrij snel zeer zware delicten plegen.
Dit blijkt uit het rapport ‘Jongeren en georganiseerde drugscriminaliteit in de regio Den Haag’ (bureau Beke 2021) dat de gemiddelde leeftijd van de jonge aanwas en rising stars in de drugscriminaliteit 18,4 jaar is. Het aandeel minderjarige drugssubjecten in het totaal van het aantal drugssubjecten is in 2020 groter dan in 2017. Verder vindt er veel criminaliteit online plaats, buiten het gezichtsveld van de overheid en haar partners. In die online wereld is er geen sprake meer van vaste groepen, maar van meer fluïde groepen. Hier ligt een grote uitdaging voor de samenwerkende partijen. Ook is er verharding en verzwaring gaande van de criminaliteit, de ernst van de delicten en de mate en de intensiteit van geweld nemen toe. Daarnaast neemt het wapengebruik en de drugscriminaliteit toe. Dit kan mogelijk verklaard worden doordat er sprake is van een normvervaging ten opzichte van drugs in het algemeen en van het dragen van wapens. Waar geweld vroeger alleen werd gebruikt als middel om een doel te bereiken, is het nu een doel op zich, een statusmiddel (zie o.a. drillrap). Doelgroep beschrijving Problematische jeugdgroepen worden onderscheiden in de volgende categorieën: Hinderlijke jeugdgroep Deze groep hangt wat rond in de buurt, is af en toe luidruchtig aanwezig en trekt zich niet zoveel aan van de omgeving.
Soms loopt het wel eens uit de hand en zijn er kleine schermutselingen, maar dat wordt veelal snel in de kiem gesmoord. Ook maakt zij zich wel eens schuldig aan kleine vernielingen. Over het algemeen is het een groep die nog voldoende autoriteitsgevoelig is en aangesproken kan worden op haar gedrag.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
24
Overlastgevende jeugdgroep Deze groep is wat nadrukkelijker aanwezig. De leden kunnen af en toe provocerend optreden, vallen omstanders wel eens lastig (uitschelden of zelfs intimideren) en vernielen regelmatig allerlei zaken. Ze zijn ook minder goed te corrigeren. De lichtere vormen van criminaliteit waar ze zich aan schuldig maken, worden doelbewuster gepleegd en zij zijn ook meer bezig om te zorgen dat ze niet gepakt worden. Criminele jeugdgroep Deze groep bestaat (in ieder geval gedeeltelijk) uit jongeren die behoorlijk op het criminele pad geraken. Ze zijn al vaker met de politie in aanraking gekomen. Kenmerkend voor dergelijke groepen is dat ze meer en meer criminaliteit plegen voor het financiële gewin (ze verdienen er geld mee). De feiten zijn ook ernstiger. Ze schrikken ook niet terug voor het gebruik van geweld. Fluïde jeugdnetwerk De afgelopen jaren zien we dat tussen verschillende jeugdgroepen sprake is van onderlinge samenwerking in verschillende samenstellingen. Door deze verwevenheid is de scheidslijn tussen deze groepen min of meer vervaagd en is de aanduiding ‘fluïde jeugdnetwerk’ wellicht een typering die meer recht doet aan de werkelijkheid. Jaarlijks worden de (leden) van jeugdgroepen in kaart gebracht met behulp van de Groepsscan.
De Groepsscan is eind 2021 vernieuwd, waardoor er beter zicht is op jeugdgroepen waar sprake is van messen(geweld), betrokkenheid bij de georganiseerde (drugs)criminaliteit en cybergerelateerde criminaliteit door jeugdigen. De meeste recente Groepsscan geeft aan dat er in de eenheid 38 problematische jeugdgroepen actief zijn, waarvan 10 criminele jeugdgroepen. In de driehoeken wordt vervolgens bepaald welke groepen geprioriteerd worden en wordt de inzet bepaald. Op dit moment (voorjaar 2022) zijn er 5 criminele groepen geduid als hoog risico groep.
4.3.2
Knelpunten in de huidige aanpak Een gezamenlijk beeld van de doelgroep lijkt soms te ontbreken. Iedere partner heeft op basis van zijn eigen informatiepositie deels zicht op de doelgroep, maar het is een uitdaging hoe deze informatie binnen de huidige wetgeving met de samenwerkende partners kan worden gedeeld. Criminaliteit vindt steeds vaker online plaats, maar er is slecht zicht op wat zich online afspeelt. De politie mag onder strikte voorwaarden bepaalde methoden inzetten op social media, maar heeft onvoldoende capaciteit om alles in het online domein te monitoren. Er is geen juridisch kader als het gaat om online monitoring door gemeenten. Hierdoor is het voor gemeenten bijna niet mogelijk om te volgen wat jongeren online doen noch om preventieve inzet te plegen. Daarnaast sluit de traditionele (o.a. reguliere persoonsgerichte) aanpak sluit niet altijd meer aan bij alle ontwikkelingen binnen de online wereld. Daders zijn steeds jonger, maar van een effectieve integrale aanpak met daarin de juiste interventies en ook aandacht voor de rol van de ouders is niet altijd sprake. Gemeenten bieden bijv.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
25
opvoedondersteuning aan kwetsbare ouders, maar deze blijken hier in de praktijk niet altijd voor open te staan. Scholen hebben veel zicht op jeugd en kunnen een belangrijke rol spelen in vroegsignalering, maar de samenwerking tussen onderwijs, veiligheid en zorg is nog niet optimaal. Er ligt veel druk op (basis)scholen doordat er naast onderwijs geven op allerlei onderwerpen steeds meer van hen wordt gevraagd. Het blijkt lastig om jonge aanwas in de (georganiseerde) criminaliteit te voorkomen en criminele families aan te pakken. Gemeenten zetten verschillende preventieve interventies in, maar lijken onvoldoende in staat om patronen bij criminele jongeren (en hun familie) te doorbreken. Er is met name weinig grip op jongeren die een groot deel van hun tijd op straat doorbrengen. De straat(cultuur) is dan dominant. Het ontbreken van een toekomstperspectief: bij een groep jongeren bestaat een gevoel van uitzichtloosheid en er niet bij horen in de samenleving.
4.3.3
Ambitie In het rapport ‘Jongeren en georganiseerde drugscriminaliteit in de regio Den Haag (2021, Beke, Bervoets en Broekhuizen) is verdiepend onderzoek gedaan t.a.v. jonge aanwas, met bijbehorende probleemanalyse en aanbevelingen. De aanbevelingen voor de eenheid, zoals ‘maak werk van vroegsignalering, rol scholen versterken, benut bestaande structuren maar heb oog voor specificiteit en informatie positie verbeteren’ sluiten aan bij de ambitie en de doelstellingen van de Coalitie voor veiligheid. Daarnaast wordt het adviesrapport Preventie met gezag (2021) in ogenschouw gehouden, waaruit onder meer het advies komt om justitieel handhavingsinstrumentarium te verbinden met de sociale wijkaanpak. Tot slot wordt het landelijk Actieplan Wapens en Jongeren (2020), dat zich richt op het tegengaan van wapenbezit en –gebruik onder jongeren, komende jaren verder uitgevoerd in de eenheid. Zoetermeer en Den Haag nemen deel aan het actieplan, dat onder meer een interventiematrix heeft opgeleverd. Deze biedt gemeenten en andere professionals handvatten voor (vroeg)signalering en inzet van interventies op het gebied van wapens en jongeren. Voor de komende jaren leggen we binnen de Coalitie voor veiligheid de focus op de volgende twee speerpunten t.b.v. het terugdringen van jeugdcriminaliteit: 1.
Inzet op samenwerking tussen onderwijs en het zorg- en veiligheidsdomein. Hier is winst te boeken op onder andere vroegsignalering, meer grip van scholen op veiligheidsproblemen en het betrekken van scholen in de aanpak van de verschillende onderdelen van Jeugd en veiligheid.
2.
Inzet op online straatcultuur - meer zicht krijgen op wat er online gebeurt; welke informatie is beschikbaar, hoe kan deze informatie gedeeld worden en wat mag ermee gedaan worden? (handelingskader).
De ambitie voor de komende jaren op de hierboven genoemde speerpunten is vertaald in de volgende doelstellingen:
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
26
1.
Gezamenlijke informatiepositie verbeteren
We zetten in op een goede gezamenlijke informatiepositie voor het verkrijgen van een gemeenschappelijk beeld van de problematiek. Door gezamenlijk te signaleren en te duiden wordt het bewustzijn van de problematiek en de urgentie om deze aan te pakken steeds groter. Voor het verbeteren van de informatiepositie van de kernpartners binnen het thema Jeugd en veiligheid ligt al een goede basis. Politie voert regie op de Groepsscan om een (breed) beeld te krijgen van wat er de gemeenten speelt en zicht te krijgen op de hinderlijke- overlastgevende en criminele jeugdgroepen. Vervolgens vindt ook duiding plaats van de binnengekomen signalen. We gaan de informatiepositie van gemeenten de komende jaren verder verbeteren. Om dit te realiseren is het van belang om nog beter samen te werken met het voorveld (sociaal- en onderwijsdomein) om signalen van problematisch gedrag tijdig te herkennen. Op lokaal niveau zijn goede overlegstructuren nodig en handvatten om een stevige lokale (preventieve) jeugdaanpak neer te zetten. Hierbij kan het RSIV ondersteuning bieden doormiddel van o.a. regionale handreikingen (zie doelstelling 2). De basis voor een goede gezamenlijke informatiepositie versterken we en breiden we uit met nieuwe informatie met betrekking tot de twee speerpunten.
Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld informatie over online bedreigingen en intimidatie of informatie vanuit scholen. Mogelijk kunnen de Bureaus Leerplicht ook een bijdrage leveren in de informatievoorziening. Zij hebben onder andere goed zicht op vroegtijdig schoolverlaten in de eenheid, waardoor beelden vergeleken en patronen herkend kunnen worden. 2.
Verbeteren van een lokale (preventieve) jeugdaanpak
We zetten de komende jaren in op het ondersteunen van gemeenten bij hun regierol op het thema ‘Jeugd en veiligheid’ en het neerzetten van een lokale (preventieve) jeugdaanpak. Het RSIV speelt een belangrijke rol bij het bundelen en delen van kennis en ervaring ten aanzien van preventie, vroegsignalering en het ontwikkelen van (onderdelen van) een effectieve aanpak. Hierbij zal, net als in voorgaande jaren, ook aandacht zijn voor het onderwerp wapens en jongeren (excessief geweld). Ook het RIEC zal de komende jaren aan de voorkant van de aanpak van ondermijning blijven opereren en doet dit op het thema ‘Jeugd en veiligheid’ door middel van het structureel borgen van het project Dealbreakers ten behoeve van alle gemeenten in de eenheid. Dit project richt zich met name op het voortzetten van initiatieven op het voorkomen van jonge aanwas. Na de start van het project in 2021 is het project verbreed naar meerdere gemeenten in de eenheid, waarbij ook verdere verdieping heeft plaatsgevonden. Gelet op de speerpunten voor komende jaren zal ook worden geïnvesteerd op de doorvertaling van het ‘offline’ interventiepakket naar een online interventiepakket. Belangrijk is om ook jongeren zelf te betrekken bij de ontwikkeling van online interventies. Het Zorg- en Veiligheidshuis speelt een belangrijke rol bij de persoonsgerichte aanpak van opgeschaalde casuïstiek.
Het RIEC richt zich met name op het uitvoeren van analyses en het integraal aanpakken van casuïstiek om criminele families aan te pakken en jonge aanwas te voorkomen. We gaan voor alle betrokkenen inzichtelijk maken welke taken tot de regierol van de gemeenten behoren en in welke gevallen casuïstiek opgeschaald kan worden naar het Zorg- en Veiligheidshuis of het RIEC.
CONCEPT RAPPORT ─ Coalitie voor veiligheid 2023 - 2026
27
3.
Vergroten lokale samenwerking tussen onderwijs, sociaal- en veiligheidsdomein
We vergroten de lokale samenwerking tussen onderwijs, sociaal- en veiligheidsdomein. Het RSIV en het RIEC ondersteunen gemeenten hierbij in de vorm van concrete handreikingen en adviezen. Gemeenten en het RSIV bieden ondersteuning aan (basis)scholen bij de invulling van hun rol en positionering t.a.v. vroegsignalering. Bij vroegsignalering ligt de focus niet alleen op scholen, maar ook op de vindplaatsen ‘thuis’ en ‘de straat’. Waar mogelijk maken we gebruik van de uitkomsten van een onderzoek naar straatcultuur en een onderzoek naar de aanpak van groepsgedrag uit 2022.
4.4
Zorg en veiligheid
4.4.1
Beschrijving Het Regionaal Beleidsplan was van oudsher vooral gericht op de veiligheidscomponent van de regionaal geprioriteerde thema’s, waarbij repressie een belangrijke rol speelde. De laatste jaren is hier echter steeds meer verandering in gekomen. Zo is bijv. bij de aanpak van ondermijning steeds meer oog voor ook de preventieve aanpak, gericht op het voorkomen van jonge aanwas in de (georganiseerde) drugscriminaliteit. Eén van de belangrijkste lessen die is geleerd, is dat wanneer het veiligheidsdomein en het zorgdomein beter met elkaar worden verbonden, criminaliteit en overlast beter zijn te voorkómen en bij vroegtijdige signalering integraal aan te pakken zijn. De afgelopen jaren is in de eenheid Den Haag binnen het thema zorg en veiligheid aandacht geweest voor verschillende onderwerpen op het snijvlak van zorg en veiligheid, zoals verward of onbegrepen gedrag, huiselijk geweld en kindermishandeling, jeugdcriminaliteit, radicalisering en de re-integratie van exgedetineerden. Het is van belang om ook de komende jaren op deze thema’s te blijven inzetten en de samenwerking zowel lokaal als regionaal voort te zetten. Het gaat om preventie en repressie, fenomeen- en persoonsgericht en met alle partners in het brede netwerk van zorg en veiligheid samen.