CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Belangrijkste inhoudelijke wijzigingen Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024

Raad Besluitvorming 23 november 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 14615971.562 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Belangrijkste inhoudelijke wijzigingen Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 Artikel 2.6 Zorgplan  Dit artikel volgt uit het toegangsproces voor het resultaatgericht werken voor de maatwerkvoorzieningen begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf, zoals beschreven in de inkoopdocumenten van de H5. Op basis van het ondersteuningsplan stelt de zorgaanbieder samen met de cliënt het zorgplan op. Hierin wordt beschreven wie, wanneer, wat, en met welke frequentie gaat doen om de resultaten te behalen en hoe de zorgaanbieder dat steeds evalueert. Zie ook de toelichting over resultaatgericht werken bij artikel 3.4, 3.5 en 3.6.  Het tweede lid heeft betrekking op het pgb. Het staat de cliënt vrij om voor een pgb te kiezen. Hiervoor moet dan een bestedingsplan worden ingediend. Artikel 3.3 Voorwaarden en weigeringsgronden  Er is toegevoegd dat geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht. Een aanvraag voor een gemeenschappelijke voorziening is niet mogelijk, bijvoorbeeld door een sportvereniging of VvE. Dit betekent dat er altijd één individuele aanvrager moet zijn die de voorziening aanvraagt. De voorziening moet voor deze aanvrager ook noodzakelijk zijn in de zin van de Wmo 2015.

 Er is toegevoegd dat geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als de cliënt een indicatie heeft voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover. Deze bepaling volgt rechtstreeks uit artikel 2.3.5 lid 6 van de Wmo 2015. Deze bepaling is ook in de verordening opgenomen ter verduidelijking van de afbakening tussen de Wmo 2015 en de Wlz. Artikel 3.4, 3.5 en 3.6 Aanvullende criteria voor begeleiding, ontmoetingscentra en kortdurend verblijf  Hier volgt eerst een korte toelichting over het resultaatgericht werken. De maatwerkvoorzieningen begeleiding, dagbesteding, specialistische dagbesteding bij een ontmoetingscentrum en kortdurend verblijf worden resultaatgericht beschikt. Resultaatsturing betekent dat de te behalen resultaten centraal staan en niet de producten die ingezet worden om het resultaat te behalen. De gemeente stuurt op het te behalen resultaat. De resultaten zijn gericht op het vergroten of behouden van zelfredzaamheid van de cliënt. Naast keuzevrijheid is het vooral van belang dat de cliënt zelf invloed heeft op de wijze waarop de ondersteuning wordt ingevuld. Gecontracteerde aanbieders stellen daarom samen met de cliënt het zorgplan op.

Cliënt en aanbieder krijgen meer ruimte en flexibiliteit voor het invullen van de ondersteuning doordat de Wmo consulent samen met de cliënt bepaalt wat de gewenste resultaten zijn en de aanbieder samen met de cliënt bepaalt hoe de ondersteuning plaatsvindt om dit resultaat te kunnen behalen. De maatwerkvoorziening begeleiding via een arrangement binnen een resultaatgebied kan concreet bestaan uit individuele begeleiding of begeleiding in een groep (dagbesteding). Elk resultaatgebied bestaat uit vijf treden (intensiteiten). De Wmo consulent plaatst de ondersteuningsbehoefte van de cliënt in het passende resultaatsgebied en de passende trede en stelt vast welke resultaten behaald dienen te worden. Indien nodig kunnen aanvullend hierop de maatwerkvoorzieningen ‘waakvlam’, ‘niet acute geplande zorg buiten kantoortijd’ en ‘vervoer’ worden geïndiceerd. 

De aanvullende criteria voor de maatwerkvoorziening kortdurend verblijf zijn nader uitgewerkt in artikel 3.5. Specialistische dagbesteding bij een ontmoetingscentrum betreft een nieuwe maatwerkvoorziening, welke ook resultaatgericht is ingekocht. De doelgroep en de aanvullende criteria voor deze maatwerkvoorziening zijn nader uitgewerkt in artikel 3.6.

Artikel 3.7 Aanvullende criteria voor hulp bij het huishouden  Op grond de Wmo 2015 is de gemeente onder andere verantwoordelijk voor de ondersteuning van ingezetenen die niet in staat zijn zelfstandig een gestructureerd huishouden te voeren. In dit artikel is in meer detail dan in de oude verordening uitgewerkt wat onder een gestructureerd huishouden wordt verstaan.

De gemeente bepaalt de omvang van de maatwerkvoorziening voor hulp bij huishouden. Volgens vaste rechtspraak mag de gemeente zich hierbij beperken tot de essentiële leefruimten van de cliënt zelf. Met andere ruimten hoeft de gemeente niet of beperkt rekening te houden. 1 Volgens vaste uitspraak valt het tuinonderhoud en de kosten van de glazenwasser niet onder de compensatieplicht van de gemeente.2 Dit staat nu expliciet aangegeven in artikel 3.7, 3e en 4e lid de verordening.

Artikel 3.8 Aanvullende criteria voor woningaanpassingen  Ten opzichte van de oude verordening zijn extra aanvullende criteria voor woningaanpassingen opgenomen. Het doel van een woningaanpassing is dat de cliënt de woning waar hij zijn hoofdverblijf heeft normaal kan gebruiken. Het uitgangspunt hierbij is dat alleen voor de woonruimten die langdurig noodzakelijk zijn voor het normale gebruik van de woning én daadwerkelijk in gebruik zijn een woningaanpassing wordt toegekend. Deze bepaling is volgens vaste jurisprudentie toegestaan. 3  Op basis van het woonplaatsbeginsel van de Wmo is de gemeente alleen verantwoordelijk voor de inzet van maatwerkvoorzieningen voor inwoners die hun hoofdverblijf hebben in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Daarom is concreet opgenomen dat de aan te passen woning in de gemeente Pijnacker-Nootdorp moet staan. Artikel 4.2 Onderscheid professionele en niet-professionele ondersteuning  Aan dit artikel is toegevoegd dat organisaties, zzp’ers en hulpverleners die dagbesteding of kortdurend verblijf leveren, moeten beschikken over een (rolstoel)toegankelijke locatie die geschikt is voor de uit te voeren taken en voldoet aan het Bouwbesluit, brandveiligheidseisen en waar meerdere cliënten tegelijk kunnen verblijven. Dit dient ter waarborging van de veiligheid en kwaliteit van de locaties van de dagbesteding of kortdurend verblijf.

Artikel 4.3 Hoogte pgb  Voorheen werd de hoogte van het pgb voor professionele begeleiding door een organisatie gebaseerd op het laagste toepasselijke uurtarief dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Omdat de gemeente begeleiding resultaatgericht gaat inkopen, is er geen sprake meer van een dergelijk uurtarief. Daarom wordt het resultaatgerichte tarief omgerekend naar een kostprijs per uur. De hoogte van het pgb is gelijk aan die kostprijs per uur vermenigvuldigd met de omvang van de begeleiding. In de praktijk komt dit zeer dicht in de buurt van het pgb tarief zoals dat voorheen werd berekend.  De hoogte van het pgb tarief voor professionele ondersteuning bij individuele begeleiding door een zzp’er werd voorheen vastgesteld op basis van een marktconform tarief. Nu de begeleiding resultaatgericht wordt ingekocht is een marktconform tarief moeilijk vast te stellen. Doorgaans hebben zzp’ers minder overheadkosten dan een grote zorginstelling. Daarom wordt het tarief nu gebaseerd op 80% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. Mocht het tarief niet toereikend zijn om de benodigde ondersteuning mee in te kopen, dan wordt het tarief verhoogd tot maximaal het zorg in natura tarief. Op deze manier is gewaarborgd dat altijd een toereikend pgb tarief kan worden toegekend.

 Uit twee uitspraken van de CRvB van 16 augustus 2023 blijkt dat het niet meer is toegestaan de hoogte van het pgb voor niet-professionele ondersteuning te baseren op het minimumloon. 4 De CRvB stelt dat het pgb-tarief voor niet-professionele hulp bij het huishouden gebaseerd moet worden op de hoogste periodiek van de salaristabel Hulp bij het huishouden uit de cao VVT, inclusief vakantiegeld en vergoeding voor verlofuren. Voor niet-professionele begeleiding moet het pgb-tarief volgens de CRvB worden gebaseerd op de hoogste periodiek van salarisschaal FWG 30 uit de CAO VVT, inclusief vakantiegeld en vergoeding voor verlofuren. Het onderscheid tussen een laag tarief en een hoog tarief voor niet-professionele ondersteuning, zoals vastgelegd in de oude verordening, komt hiermee te vervallen. Dit is verwerkt in de verordening die nu voorligt. Hiermee volgen we het advies van de VNG. De exacte bedragen zullen worden verwerkt in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning. De 1

Zie de uitspraak van de CRvB van 9-10-2023 (ECLI:NL:CRVB:2013:2032). Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de CRvB van 22-02-2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:885) en 30-01-2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:397). 3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 27-03-2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5695). 4 Zie ECLI:NL:CRVB:2023:1394 en ECLI:NL:CRVB:2023:1580. Niet-professionele ondersteuning wordt ook wel informele ondersteuning of ondersteuning door het sociaal netwerk genoemd. 2

tarieven die de CRvB voorschrijft zijn hoger dan de huidige tarieven. Voor cliënten met een pgb voor niet-professionele ondersteuning pakt deze uitspraak dus altijd gunstig uit. In lid 4 van dit artikel is ten opzichte van de oude verordening in meer detail uitgewerkt hoe de hoogte van het pgb voor een hulpmiddel of woningaanpassing wordt vastgesteld. Hulpmiddelen in natura worden in bruikleen verstrekt. De gemeente betaalt hiervoor maandelijks een huurprijs aan de leverancier. De hoogte van het pgb wordt daarom berekend op basis van de afschrijftermijnen en de huurprijs van de voorziening. De hoogte van het pgb kan ook worden vastgesteld op basis van een offerte. Als sprake is van een woningaanpassing, dan wordt de hoogte van het pgb bepaald op basis van een calculatie van een onafhankelijk bouwtechnisch adviesbureau.

Artikel 5.1 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen  Het rijk heeft aangekondigd de eigen bijdrage (ook wel abonnementstarief genoemd) per 1 januari 2024 te indexeren van €19,-naar €20,60 per maand. De hoogte van de eigen bijdrage zoals vermeld in de oude verordening was hiermee niet meer juist. Om te voorkomen dat de verordening moet worden aangepast bij elke wijziging in de hoogte van de eigen bijdrage hebben we geen bedrag meer opgenomen in de verordening, maar verwijzen we voor het bedrag naar de wet. Hiermee volgen we het advies van de VNG.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13316940/3