CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.1: Onderbouwing BOPA Dwarskade 31, Nootdorp geanonimiseerd

Raad Besluitvorming 27 mei 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 15850326.301 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Dwarskade 31, Nootdorp Pijnacker-Nootdorp

RHO ADVISEURS

RHO ADVISEURS DATUM IMRO IDN

03-04-2025

PROJECT PROJECTLEIDER

BOPA Dwarskade 31, Nootdorp

NL.IMR0.1926.0MGVDwarskade31-0001

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20241399

AUTEUR STATUS

definitief

DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een

I I ia. ibi

kaï

■ middel an

ik, fotokopie, microfilm

op welke andere

r heeft g kr

n. Dit drukwerk mag zoi

r genoemde toe;

ijze

iming

ook zonder ?t worden gebruikt

voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG

Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van

onX; worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden rot van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde iteur(s) Vc

Bn arbi eten g

rt rap

inon

liet gewerkt met hai Itekeningen en/of parafen. In het kader van d(

ise

I. In het belang van c

advisering en herkenbaarheid worden bedrijfs

de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.

IS

Inhoudsopgave

Onderbouwing

Hoofdstuk 1

4 Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging projectlocatie

5

1.3

Procedure

6

1.4

Leeswijzer

7

Beschrijving van het project en zijn omgeving

8

2.1

Huidige situatie

8

2.2

Toekomstige situatie

10

2.3

Juridische activiteiten

10

2.4

Milieueffectrapportage

11

Hoofdstuk 3

Participatie

12

Hoofdstuk 4

Beleidskader

13

4.1

Rijksbeleid

13

4.2

Provinciaal beleid

13

4.3

Gemeentelijk beleid

14

Hoofdstuk 5

Beoordelingsregels waaronder instructieregels

16

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

26

6.1

Inleiding

26

6.2

Financiële uitvoerbaarheid

26

6.3

Kostenverhaal

26

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

28

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 7

3/28

Onderbouwing

4/28

Inleiding

Hoofdstuk 1

Aanleiding

1.1

Op het perceel aan de Dwarskade 31 in Nootdorp staat een bedrijfswoning behorende tot een voormalige paardenhouderij. Een deel van de gronden naast en achter deze bedrijfswoning worden door de eigenaar van

het perceel (hierna: initiatiefnemer) verkocht aan de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De gronden waarop de bedrijfswoning zich

bevindt blijven

bedrijfswoning

reguliere

als

in

woning

van

eigendom

Het

bewonen.

de

initiatiefnemer. van

gebruik

de

De

initiatiefnemer wil

bedrijfswoning voor

de

reguliere

woonactiviteiten is op basis van het omgevingsplan van Pijnacker-Nootdorp niet mogelijk.

De ontwikkeling is juridisch-planologisch te regelen door middel van een te verkrijgen omgevingsvergunning

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA), waarmee wordt afgeweken van de planologische regeling van het omgevingsplan.

Deze vergunningaanvraag voor afwijking van het omgevingsplan moet gemotiveerd worden met een onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna ETFALgenoemd). Deze onderbouwing voorziet hierin.

Ligging projectlocatie

1.2

De projectlocatie ligt ten zuiden van de kern van Nootdorp in de gemeente Pijnacker-Nootdorp, aan het adres

Dwarskade 31. De projectlocatie bevindt zich op een gedeelte van de kadastrale percelen gemeente Nootdorp, sectie C, perceelnummers 4.760 en 5.667. De ligging van de projectlocatie is weergeven in figuur 1.1. Figuur 1.2

toont een luchtfoto met kadastrale perceelnummers. -urayenhout \

Centrum Noo t dorp

•/.

/‘

x‘

lpenburg Achter het Raadhuis

Craeyenburch

Ag

22 6ce

e

3 .53-

s?

O

0,Me

Qe,We,9

Dobbeplas

q

Q3E

6, 9

De Groene Wij

Figuur 1.1: Ligging van de projectlocatie (rood) (bron: Basisviewer Rho 2024)

5/28

8 _

I1

e

tad 4

I

8$)

E 69

|1419 m'

11

0

3101 m

1X^36773.4041

Y=l,50018.650

-

A

n

r i 33

•mg-

.

X=86783.118 . --

1

Ta"ef

EEIIINIE

aas Y:50025.055 g

—

■

_# w? 8 ggnagssegsg meqsg hEessa" I a Figuur 1.2: Luchtfoto projectlocatie (blauw omkaderd) met kadastraleperceelnummers 4.760en 5.667(bron: Gemeente Pijnacker-Nootdorp)

1.3

Procedure

Een BOPA is nodig als niet wordt voldaan aan de regels van het omgevingsplan en geen sprake is van een

vergunningsvrije activiteit op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het bevoegd gezag kan de BOPA verlenen als de activiteit voldoet aan een ETFAL en aan de instructie regels van het Rijk en de provincie.

Adviesrecht gemeenteraad De gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp heeft in haar 'Lijst adviesplichtige ontwikkelingen' activiteiten

aangewezen waarin adviesrecht van de raad nodig is. Voorliggend project valt binnen de lijst onder Artikel 5 Specifiek voor het (glas)tuinbouwgebied, sub b 'de functieverandering van bestaande bebouwing naar wonen (ongeacht het aantal woningen)'. Hierom is bindend advies van de raad noodzakelijk.

Reguliere procedure Voor een omgevingsvergunning aanvraag voor een BOPA is in beginsel een reguliere voorbereidingsprocedure (Hoofdstuk 4, Awb) van toepassing. In sommige gevallen kan het bevoegd gezag ook een uitgebreide procedure

(afdeling 3,4, Awb) van toepassing verklaren. De Omgevingswet geeft voor het van toepassing verklaren van de uitgebreide voorbereidingsprocedure twee expliciete voorwaarden. Het moet gaan om een buitenplanse

omgevingsplanactiviteit:

1.

die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving;

2.

én waartegen naarverwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

6/28

Om te bepalen of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voldoet aan de bovengenoemde twee expliciete voorwaarden heeft de gemeente de 'Beleidsregel keuze procedure BOPA Pijnacker-Nootdorp 2023' opgesteld.

Voor het project kan op onderstaande wijze aan deze beleidsregel worden getoetst:

Ad 1 Aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving Alle ontwikkelingen die staan vermeld op de 'Lijst adviesplichtige ontwikkelingen' merkt de gemeente in ieder geval aan als ontwikkeling die aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen hebben. De voorgenomen ontwikkeling staat vermeld op deze lijst en voldoet aan deze voorwaarde.

Ad 2 Verschillende belanghebbenden bedenkingen ? Het uitgangspunt van de gemeente is dat ontwikkelingen die voldoen aan Ad 1 naar verwachting ook voldoen

aan Ad 2. Hiervan kan echter worden afgeweken als initiatiefnemer kan aantonen dat in principe géén

bedenkingen van belanghebbenden te verwachten zijn. Met de ontwikkeling wordt een bestaande bedrijfswoning in een bestaand bebouwingslint met verschillende

woningen omgezet naar een reguliere woning. Er vinden geen (ver)bouwwerkzaamheden plaats. In principe zijn géén bedenkingen van belanghebbenden te verwachten.

Omdat de ontwikkeling niet aan beide voorwaarden voldoet is in dit geval de reguliere voorbereidingsprocedure

van toepassing. Dit betekent dat op een aanvraag omgevingsvergunning in principe binnen 8 weken moet worden beslist. Dit is overigens een termijn van orde.

1.4

Leeswijzer

De opbouw van deze onderbouwing is als volgt:

•

Hoofdstuk 2: hier wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik en de aanwezige bebouwing op de projectlocatie. De toekomstige situatie beschrijft het initiatief voor de projectlocatie. Ook wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de strijdigheden met het omgevingsplan;

•

Hoofdstuk 3: beschrijft hoe participatie heeft plaatsgevonden;

•

Hoofdstuk 4: in dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan de relevante beleidskaders;

•

Hoofdstuk 5: in dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan relevante beoordelingsregels waaronder instructie regels;

•

Hoofdstuk 6: de economische uitvoerbaarheid van het project wordt hier besproken;

•

Hoofdstuk 7: in dit hoofdstuk wordt gemotiveerd dat er sprake is van een ETFAL.

7/28

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het project en zijn omgeving

2.1

Huidige situatie

2.1.1

Situatie projectlocatie

De ontwikkeling vindt plaats aan de Dwarskade 31 in Nootdorp. Op dit perceel bevindt zich een bedrijfswoning met een achtererf. Het achtererf was voorheen in gebruik als paardenhouderij, maar is in de huidige situatie in

gebruik als tuin van de woning. Figuur 2.1 geeft een luchtfoto van het perceel weer.

ga

ee

E

g

% V

3

v

ggë

390

)

g

—-3

F•05

2

ch

0,

aygg

N1

..

l'

*

3,Rk

c,

P

M1 ■ ■

■- ■■

c

. I

, ‘at udue :

sc -de :

* o • .TawS-A-SVINddazscfTadimad2ma2d25a M 521225

Figuur 2.1: Luchtfoto van de projectlocatie (bron: Cyclomedia)

2.1.2

maalk

Omgeving projectlocatie

De projectlocatie bevindt zich in het glastuinbouwgebied Dwarskade. Dit glastuinbouwgebied is ingeklemd tussen woonwijken van Den Haag - Ypenburg en Nootdorp aan de noord-, oost- en westzijde. Aan de zuidzijde

bevindt zich het natuur- en recreatiegebied Balij-Bieslandse Bos.

De projectlocatie bevindt zich in een lint van diverse (bedrijfs)woningen en glastuinbouwbedrijven. Direct ten

noorden van de projectlocatie bevindt zich een glastuinbouwbedrijf. Direct ten zuiden bevindt zich agrarische grond waar zich voorheen een glastuinbouwbedrijf bevond.

2.1.3

Relevante regels omgevingsplan

Omgevingsplan gemeente Pijnacker-Nootdorp Het omgevingsplan gemeente Pijnacker-Nootdorp bevat regels voor de onderhavige locatie.

Op dit moment staan de regels nog op verschillende plaatsen, te weten in:

8/28

a.

de besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder:

1.

een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening;

2.

een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de

inwerkingtreding van de Erfgoedwet; 3.

een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij;

4.

een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening;

b. de kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet;

c.

de bruidsschat (zie artikel 22.1 van de Omgevingswet).

Hierna wordt kort ingegaan op de onderdelen uit de omgevingsplannen die van belang zijn voor het

voorliggende initiatief. In paragraaf 2.3 wordt beschreven met welke regels van het omgevingsplan de locatie in strijd is.

Ad al. Het bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan Op basis van de geldende planologische regeling, het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Pijnacker-Nootdorp waarvan het bestemmingsplan 'Duurzame Glastuinbouwgebieden' onderdeel uitmaakt,

geldt ter plaatse de bestemming 'Agrarisch'. Daarnaast gelden de functieaanduidingen 'bedrijfswoning' en

'paardenhouderij'. In figuur 2.2 is een uitsnede van het geldende omgevingsplan met de projectlocatie weergegeven.

Enkelbestemming Agrarisch

V

Bouwvlak

vU

Functieaanduiding bedrijfswoning X

Functieaanduiding paardenhouderij Figuur 2.2: Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: Omgevingsloket: Regels op de kaart)

Ad a2, 3 en 4 Verordeningen Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren ook de gemeentelijke archeologieverordening, de

geurverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater, mits de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. In dit geval zijn de volgende verordeningen van toepassing:

•

Erfgoedverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2022

Ad b. Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart De bodemkwaliteitskaart is een door de gemeente vastgestelde kaart met daarop de bodemkwaliteit per gebied. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft een bodemkwaliteitskaart - inclusief bodemfunctieklassenkaart

- en een Nota bodembeheer vastgesteld. Op de bodemfunctieklassekaart ligt de projectlocatie in een gebied dat de functieklasse 'Wonen' heeft.

9/28

Ad c. Bruidsschat Op grond van artikel 22.1 sub c van de Omgevingswet maken de regels als bedoeld in artikel 22.2 van de Omgevingswet ook deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het gaat hier om de zogenoemde

'Bruidsschat'. Dit is een set regels die voorheen op rijksniveau werden gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en gedurende de overgangsfase hebben gemeenten de tijd om deze regels op te nemen in het

omgevingsplan. Om te voorkomen dat bepaalde onderwerpen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog ongeregeld zijn, zijn deze regels onderdeel van de Bruidsschat en dus onderdeel van het tijdelijke deel van het

omgevingsplan. Voordit project is ergeen sprake van een specifieke strijdigheid met de Bruidsschat.

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Gewenste ontwikkeling

Om een geschikte invulling te kunnen geven aan de ontwikkeling dient de juridisch planologische regeling te worden gewijzigd. De ontwikkeling voorziet in het mogelijk maken van reguliere woonactiviteiten in de huidige bedrijfswoning, dat behoorde tot een voormalige

paardenhouderij. Vanwege de

beëindiging van de

bedrijfsvoering van deze paardenhouderij wordt de koppeling tussen de woning en dit bedrijf losgelaten. Er vinden

verder

geen

ruimtelijke

ingrepen

plaatst.

Bij

de

ontwikkeling

komen

dus

geen

(ver)bouwwerkzaamheden te pas.

2.3

Juridische activiteiten

2.3.1

Inleiding

Een project bestaat uit juridische activiteiten. De juridische activiteiten zijn onder te verdelen in drie

categorieën: I.

activiteiten die niet in strijd zijn met het omgevingsplan;

II.

activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan, omgevingsplanactiviteiten waarvoor de aanvraag voor

de BOPA wordt ingediend;

III

activiteiten die niet in het omgevingsplan worden geregeld en geen omgevingsplanactiviteit zijn.

De juridische activiteiten van het project worden in paragraaf 2.3.2 beschreven.

2.3.2

Welke juridische activiteiten zijn nodig voor het project?

Het project bevat de volgende juridische activiteiten:

•

Omgevingsplanactiviteit voor het gebruiken van gronden en bouwwerken Het gebruik van de voormalig bedrijfswoning als reguliere woning. Deze activiteit valt in categorie II en

wordt aangevraagd als een BOPA.

10/23

2.3.3

Welke omgevingsplanactiviteiten kunnen worden vergund met een omgevingsvergunning voor de

BOPA? De activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en die door middel van een omgevingsvergunning voor de BOPA zijn aangevraagd, worden onderzocht en gemotiveerd in deze onderbouwing. Dit betreffen de

volgende activiteiten:

De omgevingsplanactiviteit voor het gebruiken van de gronden met de bestemming 'Bedrijf', met aanduiding

•

'bedrijfswoning' als woning.

2.4 In

Milieueffect rapportage

Bijlage V van

het Omgevingsbesluit (Ob)

is aangegeven welke

projecten

in

het kader van een

omgevingsvergunning voor een BOPA project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de m.e.r.(beoordelings)-plicht geldt. Als hier het Omgevingsplan wordt genoemd, wordt hieronder ook de

omgevingsvergunning voor een BOPA verstaan.

Voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn

m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken

van de verschillende milieueffecten.

De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of

sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning.

Toetsing De beoogde ontwikkeling, namelijk de functiewijziging van bedrijfswoning naar reguliere woning waarvoor de omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, komt niet voor in Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het project is

niet project-m.e.r.-plichtig of

m.e.r.-beoordelingsplichtig.

De

ontwikkeling

heeft geen

onaanvaardbaar effect op de onderliggende gronden of andere functies in de omgeving. Ook is er geen toename

van stikstofdepositie door de voorgenomen ontwikkeling. Overigens blijkt uit de beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten uit de rest van dit hoofdstuk dat ergeen belangrijke milieugevolgen zullen optreden.

11/28

Hoofdstuk 3 De

gemeenteraad

Participatie van

Pijnacker-Nootdorp

heeft

het

'Besluit

verplichte

participatie

buitenplanse

omgevingsplannen' vastgesteld. Hierin besluit de gemeenteraad alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

aan te wijzen als onderwerpen waarbij de initiatiefnemer een participatieplicht heeft.

Om

de

ontwikkeling

mogelijk

te

maken

wordt

een

omgevingsvergunning

voor

een

buitenplanse

omgevingsplanactiviteit aangevraagd. Er is sprake van een participatieplicht. In dit kader heeft initiatiefnemer een participatieproces doorlopen, de invulling van dit proces en uitkomsten hiervan zijn vastgelegd in een

'Memo toelichting participatie'. Deze memo is separaat aan de omgevingsvergunningaanvraag toegevoegd. De belangrijkste uitkomsten worden hieronder opgesomd:

•

Voor wat betreft de woningen aan de overkant van het water, geldt dat de ontwikkeling juist in positieve zin

bijdraagt aan de situeringswaarde. Voor zover al sprake zou zijn van directe gevolgen door omzetting naar burgerwoning, zorgen de afstand tussen de percelen en de aard van de functiewijziging ervoor dat deze minimaal zijn. De ruimtelijke uitstraling en impact ten opzichte van omliggende woningen verandert als uitgangspunt niet. Voor zover omwonenden aan de overkant van het water al zouden worden gekwalificeerd

als belanghebbenden, kan ook zonder benadering van deze omwonenden de conclusie worden getrokken dat bij de onderhavige ontwikkeling in principe geen bedenkingen zijn. Participatie zou weinig toegevoegde waarde hebben en kan als disproportioneel worden beschouwd. •

Eén van de naastgelegen woningen is in eigendom van de gemeente. De gemeente heeft aangegeven geen

bedenken te hebben. Voor de bewoners van deze woning geldt dat deze slechts tijdelijk verblijven en

daardoor - voor zover zij al worden gekwalificeerd als belanghebbenden - gelet op de aard van de

ontwikkeling, in principe geen bedenkingen zullen hebben. •

De initiatiefnemer is in gesprek gegaan met de eigenaar, en tevens bewoner, van één van de andere

naastgelegen woningen. Deze eigenaar heeft aangegeven geen bezwaarte hebben tegen de ontwikkeling.

12/28

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Met de NOVI wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van

elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten:

1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel;

3.

Sterke en gezonde steden en regio's;

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe

keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies,

gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en

ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;

3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in

mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die

van toekomstige generaties.

Toetsing De beoogde ontwikkeling ligt niet in een gebied dat deel uitmaakt van een NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland (in werking per 1 april 2023) In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat gemeenten in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en

regionale woningbouwprogramma's maken, waarin de onderstaande doelstellingen worden uitgewerkt.

13/28

Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland Zuid-Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal betaalbare woningen te

realiseren en de bestaande woonvoorraad te verduurzamen. De uitdaging is om een gezonde, sociale, groene en duurzame leefomgeving in te richten. Het leef- en vestigingsklimaat kan versterkt worden door stad en land

goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige

woningvoorraad en passende werklocaties. In Zuid-Holland moet iedereen zich thuis kunnen voelen in sterke steden en dorpen. Daarvoor moeten er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste locatie zijn.

De provincie geeft doelstellingen aan om op regionaal niveau -en een enkele keer op gemeentelijk niveau-

samen met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties, te voorzien in voldoende passende en betaalbare woningen

op

de juiste

plekken

en

in

het

bijzonder voor de

doelgroepen

van

woningcorporaties,

aandachtsgroepen en ouderen. Een van de aandachtsgroepen zijn woonwagenbewoners.

Beleidsdoel 6-1 Voldoende juiste woningen op de juiste plek De provincie acht het voorzien in voldoende passende en betaalbare woningen op de juiste plekken voor de

verschillende doelgroepen in Zuid-Holland van provinciaal belang. De voorkeur van de provincie gaat uit naar

nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Om in voldoende en passende woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen te voorzien, wordt de regionale behoefteraming door de

provincie vastgesteld. Op basis van deze behoefteberaming maken de gemeenten in samenspraak met de provincie regionale woonzorgvisies en regionale woningbouwprogramma's.

Toetsing Voorliggend initiatief voorziet in een functiewijziging van bedrijfswoning naar reguliere woning in een bestaand stedelijk gebied. Door deze functiewijziging wordt een bewoning in een bestaande woning toekomstbestendig

gemaakt. Dit is in lijn met de Omgevingsvisie Zuid-Holland.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050

De gemeente

Pijnacker-Nootdorp heeft een omgevingsvisie opgesteld waarin wordt beschreven hoe

Pijnacker-Nootdorp er in 2050 uit zou kunnen zien. Met de nieuwe Omgevingsvisie bereiden ze zich voor op de

Omgevingswet. De omgevingsvisie is binnen deze wet een nieuw instrument waarin de gemeenteraad zijn integrale visie op fysieke leefomgeving voor de lange termijn geeft. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving en is breder dan zijn voorganger: de ruimtelijke structuurvisie. Het gaat niet alleen om thema's als wonen, ruimtelijke ordening, mobiliteit, economie en groen, maar ook om onderwerpen als gezondheid,

omgevingsfactoren (milieu), duurzaamheid en veiligheid.

De gemeente onderscheidt vier ontwikkelingslijnen die gezamenlijk richting geven aan de toekomst van de

fysieke leefomgeving van Pijnacker-Nootdorp:

1.

Onderscheidend groen

2.

Karakteristieke woon- en leefomgeving

3.

Aantrekkelijk economische vestigingsklimaat voor inwoners en ondernemers

4.

Een veerkrachtige leefomgeving voor mensen, planten en dieren

14/28

De ontwikkelingslijnen zijn geen keuzemogelijkheden, ze zijn allen even belangrijk en versterken elkaar. Samen geven ze een integraal beeld en richting voor de toekomst voor het gehele grondgebied van de gemeente.

Toetsing De gemeentelijke ontwikkelingslijnen zijn vertaald in bijbehorende kaarten. Voor deze ontwikkeling is met

name de kaart behorende bij de ontwikkelingslijn 'Karakteristieke woon- en leefomgeving relevant, zie figuur 4.1.

/

/ G Nootdorp

0

Q *G .... O x

I

ent

ö

ë

G

I

Figuur 4.1 Uitsnede ontwikkelkaart 'Karakteristieke woon- en leefomgeving' (globale ligging projectlocatie blauw

omcirkeld)

Op de bovenstaande ontwikkelkaart is de projectlocatie aangewezen als locatie voor uitbreiding van de woningvoorraad in een passend woonmilieu door glastuinbouwlocaties buiten de kernen te transformeren.

Hoewel de ontwikkeling niet voorziet in de transformatie van een glastuinbouwbedrijf, draagt deze wel bij aan het

creëren

van

een

passend

woonmilieu

voor

eventuele

toekomstige

transformaties

glastuinbouwgebied Dwarskade. Dit is in lijn met de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050.

15/23

binnen

het

Hoofdstuk 5

Beoordelingsregels waaronder instructie regels

Voor het beoordelen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de BOPA gelden verschillende

beoordelingsregels. In dit hoofdstuk worden (onder andere) de instructieregels van het Rijk en de provincie behandeld. De instructieregels van het Rijk staan in het Bkl. De instructieregels van de provincie staan in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot een aantal (ruimtelijk) relevante aspecten. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling dient met het oog op een evenwichtige

toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl) wel aandacht aan deze aspecten te

worden besteed.

Gezien de omvang van het project, dat zich beperkt tot de functiewijziging van een bestaande bedrijfswoning

naar een reguliere woning, is in dit hoofdstuk volstaan met drie tabellen waarin de relevante beoordelingsregels worden getoetst: •

Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving

•

InstructieregelsZuid-Hollandse Omgevingsverordening

•

Beoordelingsregels ETFAL

Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving Afdelingen en paragrafen

Relevant voor

Voldoet aan

de ontwikkeling instructie regel

Afdeling 5.1 Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies

aan locaties

§ 5.1.1. Algemene bepalingen

Nee

n.v.t.

Ja

Ja

artikel 5.1a. (Dienstenrichtlijn)

§ 5.1.2. Waarborgen van de veiligheid

Deze paragraaf is relevant omdat de ontwikkeling voorziet in de toelating

van

gebouwen,

kwetsbare

zoals

gedefinieerd in bijlage VI van het BkL In

de

directe

omgeving

van

de

projectlocatie vindt geen vervoer van

gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, de weg, het water of door buisleidingen. Hierdoor voldoet de ontwikkeling aan de instructieregels

uit deze paragraaf.

16/28

§ 5.1.3. Beschermen van de waterbelangen

Ja

Ja

Bij

verlening

van

een

omgevingsvergunning voor een BOPA met de

wordt rekening gehouden

het

voor

gevolgen

beheer

van

watersystemen en dienen voor het

waterbelang de opvattingen van de

waterbeheerderte worden betrokken. Met de functiewijziging is geen

sprake

ingreep.

van

ruimtelijke

een

Watercompensatie

is

niet

nodig. Er wordt verder niet gegraven in oppervlaktewater en er wordt ook

geen oppervlaktewater gedempt. De beoogde

ontwikkeling

vindt

niet

plaats nabij primaire waterkeringen, grote

kust,

rivieren

of

het

maar

op

een

IJsselmeergebied,

bestaand perceel met een bouwvlak

met

functieaanduiding

'bedrijfswoning'.

De

dan

voldoet

ontwikkeling

aan

ook

de

instructieregels uit deze paragraaf.

Omdat Hoogheemraadschap Delfland

(HHD),

waterbeheerder op

de

projectlocatie,

als

de

uitgangspunt

adviesrecht heeft bij BOPA's, heeft

initiatiefnemer de onderbouwing voor de BOPA d.d. 12 februari 2025 met situatietekening

en

formulier

watertoets zekerheidshalve aan HHD

HHD

voorgelegd.

heeft daarop als

volgt gereageerd:

Zoals zojuist telefonisch besproken, is het voor een BOPA die betrekking

op

heeft

functiewijziging

een

niet

inpandige nodig

de

advisering in het kader van de weging van

het

waterbelang

'watertoets') te doorlopen.

17/2&

(voorheen

§ 5.1.4.1. Kwaliteit van de

Nee

n.v.t.

buitenlucht

De

projectlocatie

ligt niet in een

aandachtsgebied voor stikstofdioxide of fijnstof;

specifiek onderzoek is

daarmee niet benodigd.

§ 5.1.4.2. Geluid door activiteiten

Ja

n.v.t.

Het projectvoornemen betreft een functiewijziging van een bestaande

woning. Er wordt al gewoond. Er is sprake van een bestaande situatie.

Hierom is een akoestisch onderzoek

naar

wegverkeerslawaai

niet

noodzakelijk. § 5.1.4.2a. Geluid door wegen,

Ja

n.v.t.

Het projectvoornemen betreft een functiewijziging van een bestaande

spoorwegen en industrieterreinen

woning. Er wordt al gewoond. Er is sprake van een bestaande situatie.

Hierom is een akoestisch onderzoek

naar

wegverkeerslawaai

niet

noodzakelijk.

§ 5.1.4.3. Geluid rond luchthavens

Nee

n.v.t.

§ 5.1.4.4. Trillingen

Ja

N.v.t.

De

woning

is

tri11inggevoeIig

een

gebouw. Er vinden in de omgeving geen

door

plaats

trillingen

activiteiten. De projectlocatie bevindt

zich

bovendien

in

een

van

een

niet

tril lingaandachtge bied

spoorweg. De projectlocatie bevindt

zich

wel

in

de

nabijheid van

gemeenteweg Dwarskade.

de

Hierover

rijdt alleen bestemmingsverkeer. Het is aannemelijk dat trillingen geen

belemmering project.

§ 5.1.4.4a. Slagschaduw van windturbines

13/28

Nee

n.v.t.

vormen

voor

het

§5.1.4.5. Bodemkwaliteit

Ja

Ja

Een woning is een bodemgevoelige

functie.

De

huidige

functie

als

bedrijfswoning betreft echter ook al functie,

bodemgevoelige

een

waardoor er geen sprake is van een verdachte locatie. Er kan van worden

uitgegaan

dat

geschikt

is

huidige

de

voor

de

situatie

toekomstige

reguliere woonfunctie. Voorafgaand

bouw

de

aan

van

de

huidige

bedrijfswoning heeft, in het kader van

de vergunningverlening indertijd, een milieukundig bodemonderzoek (d.d. 1

februari 2007 en 22 februari 2007) met

daarop volgend sanering (d.d. 23 juli

2009)

plaatsgevonden.

Sindsdien

hebben geen bedrijfsactiviteiten meer

plaatsgevonden op de projectlocatie.

Daarnaast wordt met het project geen

ingrepen

bodemroerende

voorgesteld. Het is hierom niet noodzakelijk om

verkennend

nieuw

een

bodemonderzoek uit te voeren. De ontwikkeling voldoet dan ook aan de

instructieregels uit deze paragraaf. § 5.1.4.6. Geur

Ja

Ja

In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met

geur door activiteiten op gebouwen en locaties. De beoogde ontwikkeling

betreft

een

geurgevoelig gebouw,

waarbij wordt opgemerkt dat er geen sprake

is

van

verschil

tussen

de

huidige en toekomstige situatie. Er zijn geen veehouderijen in de buurt.

Ook bevinden zich geen bedrijven in

van

gebieden

die

geurhinder tot gevolg hebben.

De

de

buurt

de

ontwikkeling voldoet dan ook aan de

instructieregels uit deze paragraaf.

19/28

§ 5.1.5 Beschermen van

Ja

Ja

Op basis van het

landschappelijke of

'Paraplu bestemmingsplan

stedenbouwkundige waarden en

Archeologie' van de gemeente

cultureel erfgoed

Pijnacker-Nootdorp is de voorzijde van

projectlocatie aangewezen met de

dubbelbestemming'Waarde Archeologie 2'. Op basis van deze

bestemming gelden regels bij (bouw(werkzaamheden ter

bescherming van mogelijk aanwezige

archeologische waarden.

Aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen

(bouw)werkzaamheden plaatsvinden is archeologisch onderzoek niet

vereist. De ontwikkeling voldoet dan ook aan de instructieregels uit deze paragraaf.

§5.1.5.4. Laddervoorduurzame

Nee

n.v.t.

Met de ontwikkeling worden geen

woningen toegevoegd. Er is geen

verstedelijking

sprake van een nieuwe stedelijke

ontwikkeling, deze instructieregel is

hierom niet van toepassing. § 5.1.6. Behoud van ruimte voor

Nee

n.v.t.

Nee

n.v.t

§ 5.1.7a. Gebruik van bouwwerken Nee

n.v.t

§ 5.1.8. Bevorderen van de

n.v.t.

toekomstige functies

§ 5.1.7. Behoeden van de staat en werking van infra- structuur of voorzieningen voor nadelige

gevolgen

van activiteiten

Nee

toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen

Afdeling 5.2. Instructie regels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving

Artikel 5.163

voorkomen belemmeringen gebruik en beheer

hoofdspoorweginfrastructuur en

rijkswegen

20/2&

Nee

n.v.t.

Artikel 5.164

Nee

n.v.t.

Nee

n.v.t

Nee

n.v.t

Nee

n.v.t

Nee

n.v.t

lokale spoorwegen binnen vervoerregio's

Artikel 5.165

lozen industrieel afvalwater in openbaar vuil waterriool Artikel 5.165a

bebouwingscontour jacht Artikel 5.165b

bebouwingscontour houtkap

Afdeling 5.3. Ontheffing Artikelen opnemen waarvan ontheffing wordt verleend.

Instructieregels Hoofdstuk 7 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Paragraaf en subparagraaf Relevant voor Voldoet de ontwikkeling aan instructieregel

Nee

n.v.t.

Nee

n.v.t.

Nee Nee

n.v.t.

Nee

n.v.t.

Nee Nee

n.v.t.

Nee

n.v.t.

Nee § 7.3.5.4 Activiteiten op een locatie Nee

n.v.t.

§ 7.3.2 Externe veiligheid

(omgevingsvel ligheid) § 7.3.2.1 Risicogebieden externe veiligheid

§ 7.3.2.2 Groepsrisicobenadering § 7.3.2.3 Veiligheidszone ring

n.v.t.

Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas

§ 7.3.2.4 Niet-Basisnet transportroutes

§ 7.3.5 Grondwaterkwaliteit § 7.3.5.1 Toe laten van een

n.v.t.

bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie

§ 7.3.5.2 Saneren van de bodem ter

uitvoering van een bronaanpak § 7.3.5.3 Lozen op of in de bodem

n.v.t.

meteen historische

bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar verspreidingsrisico

§ 7.3.5.5 Milieubelastende

Nee

n.v.t.

Nee

n.v.t.

activiteiten met gevolgen voor

watersystemen

§ 7.3.6 LiB-5 contour Schiphol

21/28

§ 7.3.6a Toekomstbestendig

Ja

Ja

bouwen en ontwikkelen

Op basis van de Atlas Leefomgeving is

leefomgevingskwaliteit ten

de

aanzien van thema's in relatie tot

klimaatverandering

voldoende.

Aanvullende maatregelen zijn niet

noodzakelijk. Daarnaast wordt met

de

alleen

ontwikkeling

een

functiewijziging van een bestaande

bedrijfswoning naar een reguliere woning

mogelijk

gemaakt.

De

ontwikkeling voldoet dan ook aan de

instructieregels uit deze paragraaf. § 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit

Ja

Ja

Deze paragraaf is van toepassing op de ontwikkeling (artikel 7.43, 7.43a,

7.43c, 7.43h). Met de functiewijziging

van een bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning is sprake van

inpassen.

De

ruimtelijke

kwaliteit en de kwaliteiten van het landschap wordt niet onevenredig

aangetast. De ontwikkeling voldoet aan

de

instructieregels

uit

deze

paragraaf. § 7.3.8Stedelijke ontwikkelingen

Nee

n.v.t.

Deze paragraaf is niet van toepassing omdat de ontwikkeling niet is aan te merken

als

ontwikkeling. § 7.3.8a Wonen

Nee

n.v.t.

§ 7.3.9 Detailhandel

Nee

n.v.t.

§ 7.3.10 Kantoren

Nee

n.v.t.

§ 7.3.11 Bedrijven

Nee

n.v.t.

22/28

nieuwe

stedelijke

§ 7.3.12 Glastuinbouwgebied

Ja

Ja

De projectlocatie bevindt zich binnen

glastuinbouwgebied.

aangewezen

Binnen dit gebied worden primair alleen

glastuinbouwbedrijven

bijbehorende

en

voorzieningen

mogelijk gemaakt. Bij uitzondering

kunnen

onder

andere

ruimtelijke ontwikkelingen

moge lijk

voorwaarden

worden

ook

gemaakt.

Voorliggende ontwikkeling voorziet in

een

functiewijziging

van

een

bestaande bedrijfswoning naar een reguliere

woning.

De

bestaande

glastuinbouwstructuur

wordt

niet

aangetast.

voldoet

de

Daarmee

ontwikkeling aan de instructieregels

uit deze paragraaf. § 7.3.13 Boom- en sierteeltgebied § 7.3.14 Bollenteeitgebied § 7.3.15 Agrarische bedrijven § 7.3.16 Natuurnetwerk Nederland § 7.3.17 Werelderfgoed

Nee Nee Nee Nee Nee

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

De projectlocatie bevindt zich niet binnen een als werelderfgoed

aangewezen gebied. Deze paragraaf is daarom niet van toepassing voor de

ontwikkeling. § 7.3.18 Archeologie

Nee

n.v.t.

De projectlocatie bevindt zich niet binnen een aangewezen gebied met

een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde. Deze paragraaf is daarom niet van toepassing voor de ontwikkeling.

§ 7.3.19 Traditionele windmolens

Nee

n.v.t.

De projectlocatie bevindt zich niet binnen een als molenbiotoop

aangewezen gebied. Deze paragraaf is daarom niet van toepassing voor de

ontwikkeling. § 7.3.20 Landgoederen en kastelen

Nee

n.v.t.

De projectlocatie bevindt zich niet binnen een als landgoed-of

kasteelbiotoop aangewezen gebied. Deze paragraaf is daarom niet van toepassing voor de ontwikkeling.

§ 7.3.21 Energie

23/28

Nee

n.v.t.

§ 7.3.22 Provinciale vaarwegen

Nee

n.v.t

§7.3.23 Recreatietoervaartnet

Nee

n.v.t.

§ 7.3.23a Hoofdfietsnetwerk en

Nee

n.v.t.

Nee

n.v.t.

Nee

n.v.t.

Relevant voor

Voldoet in

lange afstands wandelpaden

§ 7.3.24 Beschermingszones drinkwatervoorziening (infrastructuur)

§ 7.3.25 Ontheffing en afwijken

Beoordelingsregels ETFAL Aspect

de ontwikkeling kader van

ETFAL? Verkeeren parkeren

Ja

Ja

een

Voor

reguliere

vrijstaande

woning wordt rekening gehouden

met minimaal 2,3 parkeerplaatsen. Er worden in de beoogde situatie geen

nieuwe woningen gerealiseerd. Er

wordt in de bestaande situatie al voldaan aan de parkeerbehoefte ten behoeve van de woonfunctie. Deze

behoefte verandert met de wijziging

van

bedrijfswoning naar reguliere

woning

niet.

Tevens

blijft

de

verkeersgeneratie hetzelfde omdat

het aantal woningen gelijk blijft.

24/28

Luchtkwaliteit

Ja

Ja

Met betrekking tot het beschermen

van

gezondheid

de

de

is

luchtkwaliteit aan de hand van het

Centraal

Instrument

Monitoring

Luchtkwaliteit onderzocht. Ter plaatse van het dichtstbijzijnde

meetpunt aan de Braslaan lagen de

jaargemiddelde

concentraties

stikstofdioxide

fijn

en

ruim

stof

onderde omgevingswaarden.

Daarnaast is met deze ontwikkeling geen

sprake

van

een

ruimtelijke

ingreep en vindt geen verandering

van de verkeersgeneratie plaats. Gebiedsbescherming

Ja

Ja

Gezien de ligging en de afwezigheid

van fysieke werkzaamheden kunnen ook verstoring en verandering van de

worden

waterhuishouding

uitgesloten. Het voornemen zal niet

leiden tot meer stikstof uitstoot. Er zullen in de toekomstige situatie, net

als

in

plaatsvinden.

woonactiviteiten

Daarnaast

situatie,

huidige

de

neemt

ook

verkeersbewegingen

het

aantal

niet toe.

De

beoogde ontwikkeling vormt geen

voor

belemmeringen

milieuaspect

het

ecologie:

gebiedsbescherming.

Soortenbescherming

Ja

Ja

Met de ontwikkeling vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats. Er vinden

geen werkzaamheden plaatsvinden

die

nadelig

kunnen

beschermde soorten.

2S/2&

zijn

voor

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een ontwikkeling. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Inleiding

In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat:

1. 2.

de ruimtelijke ontwikkeling niet evidentfinancieel onuitvoerbaar mag zijn en;

als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaal plichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn.

6.2

Financiële uitvoerbaarheid

Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling

financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijkte worden gemaakt.

Toetsing

De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een functiewijziging van een bedrijfswoning naar

reguliere woning. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De

initiatiefnemer heeft aan de gemeente voldoende aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan.

6.3

Kostenverhaal

Wie een woning, bedrijfspand of ander gebouw bouwt of verbouwt, moet hiervoor in veel gevallen een bijdrage betalen aan het bevoegd gezag. Deze bijdrage is onder andere voor de kosten van het opstellen van plannen, het

aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte. Dit wordt kostenverhaal genoemd.

De kostenverhaalplichtige activiteiten zijn onderstaand weergegeven: a.

de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie;

b.

de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie;

c.

de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer

gebouwen met een woonfunctie;

d.

de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2

bruto-vloeroppervlakte;

e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft;

f.

de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een

kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het

26/28

gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve

brutovloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.

De beoogde ontwikkeling, een functiewijziging van bedrijfswoning naar reguliere woning is op grond van artikel

8.13 van het Omgevingsbesluit niet aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Het toevoegen van

kostenverhaalvoorschriften in de vergunning is daarmee niet noodzakelijk. Hiermee is ook aan de tweede

vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

27/2&

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of er sprake is van een ETFAL Een ETFAL betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied

kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en)

sprake is van een ETFAL Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en

afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd.

Voor de beoordeling van de ETFAL zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit, nader onderzocht in deze motivering.

Conclusie

Met het project is sprake van een ETFAL. De vergunning voor de aangevraagde functiewijziging van de bedrijfswoning naar reguliere woning kan worden verleend.

28/28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15516728/3