Bijlage 1d - Aanvullend onderzoek ecologie Oranjepark te Pijnacker door Blom Ecologie d.d. 30 oktober 2023
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek ecologie Oranjepark te Pijnacker Aanvullend onderzoek natuurbescherming
naar
vleermuizen
in
het kader
van
de
Wet
Colofon Status:
Definitief
Project:
2022-1372
Datum:
30 oktober 2023
Samensteller:
S. Gielen Ad.
Collegiale toets:
ir. T.W.D. Schrader
Opdrachtgever:
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Contactpersoon:
S. Kerkhofs
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
4
1.3
Beschrijving plangebied
5
1.4
Voorgenomen werkzaamheden
5
1.5
Mogelijk aanwezige soorten
6
1.6
Kader Wet natuurbescherming
6
2 Methode onderzoek
7
2.1
Theoretisch kader
7
2.2
Praktische uitvoering
8
2.3
Materialen en aanvullende onderzoeksmethode
9
2.4
Veldbezoeken
9
2.5
Specifieke omstandigheden
10
3 Resultaten
11
3.1
Vleermuizen
11
3.2
Overige soorten
13
4 Conclusie
14
4.1
Vleermuizen
14
4.2
Overige soorten
14
4.3
Samenvatting
14
4.4
Vervolgstappen
15
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Tussen het gemeentehuis en de wijk Koninginnehof ligt het plangebied genaamd Oranjepark. Oranjepark bestaat uit verscheidende onderdelen, waaronder, parkeerplaatsen, een woonwagenkamp, grasveld, bedrijfswoningen en bedrijventerrein. De bebouwing op de planlocatie wordt gesloopt ten behoeve van herontwikkeling tot woongebied. (figuur 1.1).
Figuur 1.1
Het plangebied is gelegen te Oranjepark ong. te Pijnacker.
Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Vleeshouwers, 2022). Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid vleermuisverblijfplaatsen niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vleermuizen dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen van het onderzoek beschreven.
1.2
Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied verblijfplaatsen vleermuizen aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?
4
1.3
Beschrijving plangebied Het plangebied betreft bestaat uit verscheidene onderdelen en verschillende soorten bebouwing aan het Oranjepark ong. te Pijnacker (figuur 1.2). Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Vleeshouwers, 2022).
Figuur 1.2 In het plangebied staan verscheidene soorten bebouwing. Alle bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van herontwikkeling.
1.4
Voorgenomen werkzaamheden De gemeente Pijnacker-Nootdorp is voornemens om de bebouwing in het plangebied te slopen ten behoeve van herontwikkeling van het plangebied. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
5
1.5
Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Vleeshouwers, 2022) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (tabel 1.1). In tabel 1.2 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd. Tabel 1.1
Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Vleeshouwers, 2022).
Soortgroep
Onderzoek nodig
Bescherming Wnb
Mogelijke functie plangebied
Ja
art. 3.5
Verblijfplaatsen in gebouwen
Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4) Vogels (Algemeen en cat. 5)
Tabel 1.2
Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen (Vleeshouwers, 2022).
Vleermuissoort
1.6
Zomer
Kraam
Paar
Massawinter
Gewone dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Nee
Ruige dwergvleermuis
Ja
Nee
Ja
Nee
Laatvlieger
Ja
Ja
Ja
Nee
Meervleermuis
Ja
Ja
Nee
Nee
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.5 Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.
6
2 Methode onderzoek 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde soorten en diens functionele leefgebieden beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol.
Soort Cat. 5 vogels Algemene broedvogels
Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen
Type
Periode
Omschrijving De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.
Nest
Kraam
15 mei t/m 15 juli
Zomer
15 april t/m 15 aug.
Paar
15 aug. t/m 30 sep.
Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren).
7
2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels, daken en groenstructuren met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd.
Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen. Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is.
Voor de onderzoeken geldt tevens dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment. Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. De te onderzoeken bebouwing staat in deel D van het plangebied. In figuur 2.1 zijn de gevels waarin potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn weergegeven (Vleeshouwers, 2022). Het vleermuisonderzoek is gericht uitgevoerd op de potentiële verblijfplaatsen.
8
Figuur 2.1
Potentiële gevels met invliegopeningen voor vleermuizen in deel D van het plangebied.
Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke verblijfplaatsen en/of functionele structuren te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden. Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.
2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethode Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x/D-240x. Deze type zijn heterodyne en D-240x heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND.
2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2
Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.
Veldbezoek
Functie
Vleermuis 1
Kraam + zomer
Vleermuis 2
Aantal
Datum
Zon
Tijd
Weersomstandigheden
2
5-6-2023
21:55
21.45-00.30
0/8, droog, 2 Bft, 13˚C
Kraam + zomer
2
26-6-2023
22:02
22.00-00.45
0/8, droog, 1 Bft, 18˚C
Vleermuis 3
Kraam + zomer
2
21-7-2023
05:47
02.45-06.00
7/8, droog, 1 Bft, 14˚C
Vleermuis 4
Paar
1
26-8-2023
20:41
20.45-01.00
2/8, droog, 2 Bft, 14˚C
Vleermuis 5
Paar
1
18-9-2023
19:51
19.50-23.00
8/8, droog, 3 Bft, 18˚C
pers.
9
2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
10
3 Resultaten 3.1
Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een twee soorten waargenomen in het onderzoeksgebied (tabel 3.1). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. De ruige dwergvleermuis is uitsluitend waargenomen in het najaar. Tabel 3.1
Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.2 en figuur 3.1.
Veldbezoek
Vleermuis 1
Vleermuis 2
Vleermuis 3
Vleermuis 4
Vleermuis 5
Soort
Aantal individuen
Gedrag en verblijfplaatsen
Gewone dwergvleermuis
7
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
7
Overvliegend
Ruige dwergvleermuis
1
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
20
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
20
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
1
Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x
Gewone dwergvleermuis
3
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
5
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
1
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
6
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
3
Baltsende mannetjes
Gewone dwergvleermuis
1
Paarverblijfplaats vastgesteld 1x
Ruige dwergvleermuis
1
Paarverblijfplaats vastgesteld 1x
Gewone dwergvleermuis
1
Paarverblijfplaats vastgesteld 1x
Gedurende het vleermuisonderzoek zijn 3 vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. Hiervan is er 1 vleermuisverblijfplaats aanwezig binnen het plangebied en de overige vleermuisverblijfplaatsen zijn aanwezig buiten het plangebied. Binnen het plangebied is sprake van een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. De exacte vindplaats van de vleermuisverblijfplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.2 en in figuur 3.1. In het naastgelegen gemeentehuis aan het Oranjeplein 1 is een paarverblijfplaats van een ruige dwergvleermuis vastgesteld. Het gemeentehuis ligt buiten het plangebied en deze blijft binnen de beoogde ontwikkeling onaangetast. Het aangrenzende parkeerterrein voor het gemeentehuis behoort wel bij de ontwikkeling. In de beoogde herontwikkeling dient rekening gehouden te worden met een aanvliegroute voor vleermuizen. Er dient minimaal 2 meter vrije ruimte te zijn tussen de gevel van het gemeentehuis en de te ontwikkelen bebouwing (Bij12, 2017). Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en geen essentieel foerageergebied vastgesteld. De waargenomen individuen verspreiden zich nabij de bebouwing diffuus door het onderzoeksgebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute. De werkzaamheden hebben geen invloed op een mogelijke vliegroute (Vleeshouwers, 2022).
De resultaten van het vleermuisonderzoek onderschrijven deze beoordeling.
11
Tabel 3.2
Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.
Adres
Soort
Functie
Plangebied
Omschrijving
Industrieweg 9
Gewone dwergvleermuis
Paar
Binnen
1 individu baltsend en binding met opening in bebouwing
Oranjeplein 1
Ruige dwergvleermuis
Paar
Buiten
1 individu baltsend uit stootvoeg
Industrieweg 2
Gewone dwergvleermuis
Zomer
Buiten
1 individu binding met bebouwing
Figuur 3.1 Overzicht van de onderzoeksgebied.
aangetroffen
vleermuisverblijfplaatsen
en
territoria
in
het
Figuur 3.2 Weergave van de paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis aan de Industrieweg 9.
12
3.2 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: gierzwaluw, merel en zwarte kraai. Deze waarnemingen bestaan met uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. Van de gierzwaluw zijn 5 nestlocatie aangetroffen in inbouwvoorzieningen in het naastgelegen gemeentehuis aan het oranjeplein 1. Er zijn 5 nestenlocaties aangetroffen van gierzwaluw in de inbouwvoorziening op de kopgevel van het gemeentehuis. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.4. De nestlocaties blijven in de beoogde ruimtelijke ingreep onaangetast. De beoogde ontwikkelingen op de planlocatie zijn nog niet concreet. Er dient tijdens de ontwikkeling va nieuwbouw rekening gehouden te worden met de bestaande gierzwaluw nestlocaties in de kopgevel van het gemeentehuis. Er dient een minimale aanvliegroute te worden gewaarborgd van 2 m vanaf de gevel (Kennisdocument gierzwaluw BIJ12, 2023).
Figuur 3.4 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van gierzwaluw. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is geen sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen.
13
4 Conclusie 4.1
Vleermuizen In juni - september 2023 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Oranjepark ong. te Pijnacker. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek is 1 verblijfplaats van vleermuizen vastgesteld binnen het plangebied. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de bebouwing in het plangebied (Industrieweg 9) een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als paarverblijfplaats. Deze verblijfplaats wordt bij de beoogde sloop weggenomen. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde sloop leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen 1 verblijfplaats). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de woningen met vleermuisverblijfplaatsen gerenoveerd kunnen worden.
4.2 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn in totaal 5 nesten van gierzwaluw aangetroffen buiten het plangebied. Binnen de beoogde ontwikkeling blijven de nestlocaties van gierzwaluw onaangetast. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
4.3 Samenvatting Tabel 4.1
Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties en vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.
Soort Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gierzwaluw
Type
Aantal wegnemen
Aantal behouden
Bescherming Wnb
Ontheffing nodig
Zomer
0
1
Paar
1
0
Art. 3.5
Ja
Paar
0
1
Art. 3.5
Nee
0
5
Art. 3.1
Nee
14
4.4 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (tabel 4.1). Conform de relevante wetteksten en Kennisdocumenten wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1. De activiteit is nodig met een wettelijk belang (Wnb, art. 3.3, lid 4b en art. 3.8, lid 5b); 2. Voor de activiteit is geen alternatieve bevredigende oplossing (Wnb, art. 3.3, lid 4a en art. 3.8, lid 5a); 3. De staat van instandhouding van de soort blijft gewaarborgd (Wnb, art. 3.3, lid 4c en art. 3.8, lid 5c); 4. Bepaal compensatie en mitigatie (Wnb, art. 3.3, lid 4c en art. 3.8, lid 5c). Een ontheffingsaanvraag Wnb is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de ingreep geen wettelijk belang kent of indien de staat van instandhouding van de aanwezige soorten in het geding komt kan een ontheffing Wnb mogelijk geweigerd worden. Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om een ontheffingsaanvraag Wnb te beoordelen. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten kwetsbare periodes.
Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden. Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen en betreft indicatief een aantal maanden en/of een specifiek seizoen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundig ecoloog.
15
Bronvermelding Vleeshouwers, B.C.E., 2022. Quickscan Wnb aan het Oranjepark ong. te Pijnacker. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021.
Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)
16
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 17