Bijlage 1b - Regels ontwerpbestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos
Tekst van het document
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water met daarbij behorende taluds en oevers.
14.2
Bouwregels
14.2.1 Toegestane bouwwerken Op de gronden als bedoeld in lid 14.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals duikers, bruggen, kademuren, beschoeiingen, een en ander uitgezonderd steigers en andere aanlegplaatsen; b. bij aangrenzende wegen behorende andere bouwwerken, zoals overkluizingen ten behoeve van inen uitritten en paden. 14.2.2 Bouwen De bouwhoogte van bouwwerken als bedoeld in sublid 14.2.1 mag niet meer dan 3 m bedragen.
224
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Artikel 15 15.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van beroep en/of bedrijf aan huis; b. watergangen, -partijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals bruggen en duikers; c. recreatief medegebruik in de vorm van exploitatie van een herberg en verhuur van een recreatiewoning ter plaatse van de aanduiding 'recreatie'; d. ter plaatse van de aanduiding 'vergaderaccommodatie' uitsluitend een vergaderaccommodatie; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - recreatie-eenheden' tevens voor recreatieve bewoning door maximaal 7 huishoudens; f. tevens nutsvoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening'; g. een en ander met (ontsluitings)wegen en iritten.
15.2
Bouwregels
15.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 15.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen in de vorm van woningen; b. andere bouwwerken; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag de woning bewoond worden door het met de aanduiding aangegeven maximum aantal huishoudens; d. ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' tevens een woning inclusief herberg met de daarbij behorende erfbebouwing, losstaande recreatiewoning en een vergaderaccommodatie ter plaatse van de aanduiding 'vergaderaccommodatie'. 15.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 15.2.1 gelden de volgende bepalingen: Woningen a. in elk bestemmingsvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan één; b. woningen mogen uitsluitend vrijstaand worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; c. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd met de voorgevel in de voorgevelrooilijn, zoals op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' is aangegeven; d. de inhoud van een woning inclusief de daarbij bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 750 m3 bedragen, met dien verstande dat indien de bestaande inhoud meer dan 750 m3 bedraagt, de inhoud niet meer mag bedragen dan de bestaande inhoud; e. de inhoud van de recreatiewoning mag niet meer bedragen dan de bestaande inhoud bij de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; f.
de goot- en de bouwhoogte van woningen mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.
Bijbehorende bouwwerken g. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, mag bij elke woning niet meer bedragen dan: 1. 50% van de gezamenlijke oppervlakte van de bij die woning behorende gronden, buiten de oorspronkelijke woning, 2. maar niet meer dan 50 m²; h. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op tenminste 3 m achter de voorgevelrooilijn, van de betreffende woning worden gebouwd, behoudens in die gevallen dat de bijbehorende bouwwerken voor het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning bestaat of rechtens mag bestaan ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan;
225
gemeente Pijnacker-Nootdorp
i.
de goot-, en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan respectievelijk 2,7 m en 3,5 m, maar voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken in ieder geval niet meer dan 0,3 m boven de bouwvloer van de 1e verdieping van het hoofdgebouw;
andere bouwwerken j.
de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:
Bouwwerken pergola’s: erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op of rond een terrein waarop een gebouw staat. overige erf- of perceelafscheidingen: overige andere bouwwerken:
15.3
Max. bouwhoogte 3 meter 2 meter
1 meter 3 meter
Specifieke gebruiksregels
15.3.1 Beroep en/of bedrijf aan huis a. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep en/of bedrijf aan huis dient zowel naar aard als naar oppervlakte ondergeschikt te zijn aan het gebruik voor bewoning, waarbij voorts de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten.
15.3.2 Vergaderlocatie Ter plaatse van de aanduiding 'vergaderlocatie' is uitsluitend een vergaderlocatie toegestaan. Voor deze vergaderlocatie gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g.
het aantal maximum bezoekers is 10; de openingstijden zijn van 08.00 uur tot 18.00 uur, uitsluitend van maandag t/m vrijdag; het is niet toegestaan om een terras te plaatsen; het is niet toegestaan voedsel of drinken aan passanten aan te bieden; de vergaderlocatie mag niet worden gebruikt voor evenementen, feesten en partijen; het schenken van sterke drank is niet toegestaan; het parkeren van bezoekers dients op eigen terrein plaats te vinden.
15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van gronden waarbij het bestaande maaiveld met meer dan 0,20 m wordt gewijzigd. 15.4.2 Uitzonderingen Het in lid 15.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
226
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
15.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 15.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan landschappelijke en stedenbouwkundige waarden.
227
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 16 16.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een ondergrondse hoge druk gastransportleiding en daarbij behorende voorzieningen, met de hartlijn van de leiding uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - Gas' en aan weerszijden van de leiding een belemmeringenstrook van 4 meter.
16.2
Voorrangsbepaling
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Verder geldt voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, dat de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ voorrang krijgt.
16.3
Bouwregels
16.3.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op of in de gronden als bedoeld in lid 16.1 mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding en de belemmeringenstrook uit het oogpunt van externe veiligheid en de leveringszekerheid worden gebouwd. 16.3.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
16.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de desbetreffende andere bestemming van deze gronden, mits: a. hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen; en c. geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
16.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.5.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op of in de gronden als bedoeld in lid 16.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
228
het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit-en ploegwerk; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen.
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
16.5.2 Uitzondering omgevingsvergunningplicht Het in sublid 16.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning; 3. werken en werkzaamheden voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist. c. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; 16.5.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 16.5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen: a. geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; en b. ter zake daarvan vooraf advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.
229
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 17 17.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een drinkwatertransportleiding en daarbij behorende voorzieningen, met de hartlijn van de leiding uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - water'.
17.2
Bouwregels
Op en in de gronden als bedoeld in lid 17.1, mogen, in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de andere bestemmingen, uitsluitend worden gebouwd, bouwwerken ten behoeve van de betreffende leiding.
17.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 17.2, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de desbetreffende andere bestemming van deze gronden, mits: a. hierdoor geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding; b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen.
17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op of in de gronden als bedoeld in sublid 17.4.2, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen of verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; c. aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d. uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; e. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; g. het indrijven van voorwerpen in de grond. 17.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 17.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen vergunning was vereist; 2.
is of mag worden begonnen krachtens een verleende vergunning; c. werken en werkzaamheden voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist. 17.4.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 17.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien: a. door uitvoering daarvan, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirecte te verwachten gevolgen geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding: en b. ter zake daarvan vooraf advies van de leidingbeheerder is gewonnen.
230
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Artikel 18 18.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
18.2
Bouwregels
18.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in lid 18.1 mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 18.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen Op en in de gronden als bedoeld in lid 18.1, mag ten behoeve van de andere bestemmingen, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betreft: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot; b. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,3 m onder peil; c. een bouwwerk, anders dan onder a en b bedoeld, met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; of d. een bouwwerk, anders dan onder a en b bedoeld, met een oppervlakte van meer dan 100 m², mits: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en 2.
de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden geschaad, met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade, aan de vergunning de volgende verplichtingen kunnen worden verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
18.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.3.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 18.3.2, is het verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op en in de in lid 18.1 bedoelde gronden de hieronder onder a. tot en met e. volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 100 m²: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; c. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m onder peil; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het ophogen en egaliseren van gronden. 18.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 18.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan voor een bouwwerk als bedoeld in sublid 18.2.2;
231
gemeente Pijnacker-Nootdorp
c. die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van niet ingrijpende betekenis zijn; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 18.3.3 Toelaatbaarheid van werken of werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 18.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en b. door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
18.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de bestemming 'Waarde Archeologie 2' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
232
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Artikel 19 19.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
19.2
Bouwregels
19.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in lid 19.1, mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 19.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen Op en in de gronden als bedoeld in lid 19.1, mag ten behoeve van de andere bestemmingen, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot; b. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,3 m onder peil; c. een bouwwerk, anders dan onder a en b bedoeld, met een oppervlakte van ten hoogste 200 m²; of d. een bouwwerk, anders dan onder a en b bedoeld, met een oppervlakte van meer dan 200 m², mits: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden geschaad, met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade, aan de vergunning de volgende verplichtingen kunnen worden verbonden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
19.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.3.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 19.3.2, is het verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op en in de in lid 19.1 bedoelde gronden de hieronder onder a. tot en met e. volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 200 m²: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; c. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,5 m onder peil; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het ophogen en egaliseren van gronden. 19.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 19.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan voor een bouwwerk als bedoeld in sublid 19.2.2;
233
gemeente Pijnacker-Nootdorp
c. die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van niet ingrijpende betekenis zijn; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 19.3.3 Toelaatbaarheid van werk en of werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 19.3.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en b. door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
19.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de bestemming 'Waarde Archeologie 3' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
234
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Artikel 20 20.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
20.2
Bouwregels
20.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in lid 20.1, mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 20.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen Op en in de gronden als bedoeld in lid 20.1, mag ten behoeve van de andere bestemmingen, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot; b. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 1 m onder peil; c. een bouwwerk, anders dan onder a en b bedoeld, met een oppervlakte van ten hoogste 200 m²; of d. een bouwwerk, anders dan onder a en b bedoeld, met een oppervlakte van meer dan 200 m², mits: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en 2.
de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden geschaad, met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade, aan de vergunning de volgende verplichtingen kunnen worden verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
20.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 20.3.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 20.3.2, is het verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op en in de in lid 20.1 bedoelde gronden de hieronder onder a. tot en met e. volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 200 m²: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 1 m onder peil; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 1 m onder peil; c. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 1 m onder peil; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het ophogen en egaliseren van gronden. 20.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 20.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan voor een bouwwerk als bedoeld in sublid 20.2.2;
235
gemeente Pijnacker-Nootdorp
c. die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van niet ingrijpende betekenis zijn; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 20.3.3 Toelaatbaarheid van werken of werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 20.3.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en b. door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
20.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de bestemming 'Waarde Archeologie 4' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
236
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Artikel 21 21.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen.
21.2
Voorrangsbepaling
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de betreffende gronden van toepassing zijn. Verder geldt voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming geheel of gedeeltelijk samenvallen dat de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' voorrang krijgt. De dubbelbestemming 'Leiding-Gas' is uitgezonderd van de voorrang die de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' heeft boven andere dubbelbestemmingen.
21.3
Bouwregels
21.3.1 Bouwbepalingen 'Waterkering' In afwijking van het overige in deze regels bepaalde ten aanzien van het bouwen krachtens de andere bestemmingen van deze gronden, zijn op en in de gronden als bedoeld in lid 21.1, toegestaan andere bouwwerken, zoals keermuren, bakens en lichten, ten dienste van en behorende bij de in dat lid bedoelde doeleinden. 21.3.2 Bouwbepalingen samenvallende bestemmingen Het bouwen krachtens de andere bestemmingen van de gronden als bedoeld in lid 21.1, mag uitsluitend geschieden nadat advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterkering omtrent de belangen van de waterkering en de waterhuishouding.
21.4
Specifieke gebruiksregels
21.4.1 Gebruiksbepalingen samenvallende bestemmingen De inrichting en het gebruik krachtens de andere bestemmingen van de gronden als bedoeld in lid 21.1, mag uitsluitend geschieden nadat advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterkering omtrent de belangen van de waterkering en de waterhuishouding.
237
gemeente Pijnacker-Nootdorp
238
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Hoofdstuk 3 Artikel 22
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
239
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 23 23.1
Algemene bouwregels
Bestaande afmetingen en afstanden
In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de ter zake geldende wet- en regelgeving tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
23.2
Ondergronds bouwen
Op het bouwen van ondergrondse bouwwerken zijn de planregels op overeenkomstige wijze van toepassing, met dien verstande dat de diepte van ondergrondse bouwwerken maximaal 3 meter mag bedragen.
240
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Artikel 24 24.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en het uitoefenen van prostitutie; b. het gebruik van gebouwen, bouwwerken en onderkomens als belhuis; c. het gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud; d. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, e. het gebruik van (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; f. het gebruik van kampeermiddelen of recreatiewoning voor permanente bewoning; g. het gebruik van een kantine of kantine-restaurant ten behoeve van feesten en/of partijen.
241
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 25 25.1
Algemene aanduidingsregels
Vrijwaringszone - molenbiotoop
25.1.1 Bouwregels Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden met betrekking tot de bouw van bouwwerken de volgende voorwaarden: a. binnen 100 m tot de betreffende molen, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan de hoogte van het onderste punt van de verticaal staande wiek van de betreffende molen. b. tussen 100 en 400 m tot de betreffende molen, gerekend vanuit het middelpunt van de molen geldt voorzover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen het betreffende bouwwerk en de betreffende molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek; 25.1.2 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.1.1 ten behoeve van het oprichten van nieuwe bebouwing, een en ander met inachtneming van het elders in deze regels bepaalde, waarbij vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windevang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd. b.
Alvorens ontheffing te verlenen wordt vooraf door burgemeester en wethouders schriftelijk advies ingewonnen bij de provincie Zuid-Holland. 25.1.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen van gronden hoger dan de op grond van de in lid 25.1.1 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken; 2. het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande beplanting hoger dan de op grond van de in lid 25.1.1 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken; 3. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur hoger dan de op grond van de in lid 25.1.1 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken. b. Het in lid 25.1.3 onder a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: 1. het normale onderhoud dan wel het normale gebruik betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan met een daarvoor benodigde omgevingsvergunning. c.
De in lid 25.1.3 onder a genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het huidige en/of het toekomstig functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapselement, dan wel dat door het stellen van voorwaarden hieraan voldoende tegemoet gekomen kan worden. Voorafgaand moet advies worden ingewonnen bij de beheerder van de molen.
25.2
Overige zone - duiker
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - duiker' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor duikers ter plaatse van primaire watergangen.
242
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Artikel 26 26.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning in afwijking van het plan verlenen: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, bewaarplaatsen van huisvuilcontainers, gemalen en transformatorhuisjes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m en de oppervlakte niet meer dan 30 m² mag bedragen; b. de bouw van geluidwerende voorzieningen, met een maximale hoogte van 6 m, indien zulks in het kader van de uitvoering van de Wet geluidhinder noodzakelijk is. c. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen en paden en ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen.
26.2
Afwijking wonen
a. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het huisvesten van een persoon of groep van personen in een woning, waarbij geen sprake is van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid, mits parkeren op eigen terrein plaatsvindt, tenzij aangetoond is dat in de nabijheid reeds voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. b. Alvorens ontheffing als bedoeld in lid a wordt verleend, dient ten behoeve daarvan een splitsings- en/of onttrekkingsvergunning als bedoeld in de geldende Huisvestingsverordening van de gemeente Pijnacker-Nootdorp verleend te zijn. c. Bij verbouw dient te worden voldaan aan de bestaande bouwregels van de ter plekke geldende bestemming(en) behorende bij de vigerende bestemmingsplannen en aan de bepalingen ten aanzien van woningen/logiesgebouwen ingevolge het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de Algemene Plaatselijke Verordening.
243
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 27 27.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijzigingen
Burgemeester en wethouders kunnen de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en van aanduidingen zodanig wijzigen, dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot en de grenzen daarbij met niet meer dan 10 m worden verschoven.
27.2
Wijziging bijlage Inrichtingen Wet Geluidhinder
Burgemeester en wethouders kunnen de van deze regels deel uitmakende bijlage Inrichtingen Wet Geluidhinder wijzigen, ter verwerking van wijzigingen van het Besluit algemene bepalingen omgevingsrecht (Bor).
27.3
Wijziging bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen de van deze regels deel uitmakende bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten wijzigen.
244
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Hoofdstuk 4 Artikel 28
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht bestaande bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen, wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
245
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 29
Overgangsrecht bestaand gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
246
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Artikel 30
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
247
gemeente Pijnacker-Nootdorp
248
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Bijlagen bij de regels
249
gemeente Pijnacker-Nootdorp
250
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
251
54
Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten Deze bijlage is ontleend aan "Bedrijven en milieuzonering", Sdu Uitgevers bv, Den Haag (2009). Categorale bedrijfsindeling AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort (v1; d.d. 2009) AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
016
Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
016
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²
30
10
50 10
3.1
2
016
- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² 30
10
30 10
2
1
016
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²
30
10
50 10
3.1
2
016
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30 10
2
1
0162
KI-stations
30
10
30 0
2
1
03
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN
0312
Binnenvisserijbedrijven
50
0
50 10
3.1
1
032
Vis- en schaaldierkwekerijen
032
- visteeltbedrijven
50
0
50 0
3.1
1
08
WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D.
0812
Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht):
0812
- algemeen
10
100 200 10
4.1
2
Tabel 1: Bedrijven
10, 11 VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 101, 102
Slachterijen en overige vleesverwerking:
101, 102
- slachterijen en pluimveeslachterijen
100 0
100 50 R
3.2
2
101
- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval
300 0
100 50 R
4.2
2
101
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. 100 0 > 1000 m²
100 50 R
3.2
2
101
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. 50 <= 1000 m²
0
50 30
3.1
1
101
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. 30
0
50 10
3.1
1
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
LUCHT
GELUID
01
IE
BODEM
STOF
CATEGOR
GEUR
CODE
VERKEER
OMSCHRIJVING GEVAAR
SBI-
55
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
<= 200 m² 101, 102
- loonslachterijen
50
0
50 10
3.1
1
108
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van 50 kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²
0
50 10
3.1
2
102
Visverwerkingsbedrijven:
102
- conserveren
200 0
100 30
4.1
2
102
- roken
300 0
50 0
4.2
1
102
- verwerken anderszins: p.o.> 1000 m²
300 10
50 30
4.2
2
102
- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m²
100 10
50 30
3.2
1
102
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²
50
30 10
3.1
1
1031
Aardappelprodukten fabrieken:
1031
- vervaardiging van aardappelproducten
200 50 R
4.2
2
1031
- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² 50
10
50 50 R
3.1
1
10
300 30
1032, Groente- en fruitconservenfabrieken: 1039 1032, - jam 1039
50
10
100 10
3.2
1
1032, - groente algemeen 1039
50
10
100 10
3.2
2
1032, - met koolsoorten 1039
100 10
100 10
3.2
2
1032, - met drogerijen 1039
300 10
200 30
4.2
2
1032, - met uienconservering (zoutinleggerij) 1039
300 10
100 10
4.2
2
10410 - p.c. < 250.000 t/j 1
200 30
100 30 R
4.1
3 B
10410 - p.c. >= 250.000 t/j 1
300 50
300 50 R
4.2
3 B
10410 - p.c. < 250.000 t/j 2
200 10
100 100 R
4.1
3 B
10410 - p.c. >= 250.000 t/j
300 10
300 200 R
4.2
3 B
10410 Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlij1 ke oliën en vetten:
10410 Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en 2 vetten:
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
56
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
2 1042
Margarinefabrieken:
1042
- p.c. < 250.000 t/j
100 10
200 30 R
4.1
3
1042
- p.c. >= 250.000 t/j
200 10
300 50 R
4.2
3 B
1051
Zuivelprodukten fabrieken:
1051
- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j
50
0
100 50 R
3.2
2
1051
- melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j
100 0
300 50 R
4.2
3
1051
- overige zuivelprodukten fabrieken
50
50
300 50 R
4.2
3
1052
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²
50
0
100 50 R
3.2
2
1052
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²
10
0
30 0
2
1
1061
Meelfabrieken:
1061
- p.c. >= 500 t/u
200 100 300 100 R
4.2
2
1061
- p.c. < 500 t/u
100 50
4.1
2
1061
Grutterswarenfabrieken
50
4.1
2
1062
Zetmeelfabrieken:
1062
- p.c. < 10 t/u
200 50
200 30 R
4.1
1
1062
- p.c. >= 10 t/u
300 100 300 50 R
4.2
2
1091
Veevoerfabrieken:
1091
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water
300 100 200 30
4.2
2
1091
- mengvoeder, p.c. < 100 t/u
200 50
4.1
3
1091
- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u
300 100 300 50 R
4.2
3
1092
Vervaardiging van voer voor huisdieren
200 100 200 30
4.1
2
1071
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1071
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
30
10
30 10
2
1
1071
- v.c. >= 7500 kg meel/week
100 30
100 30
3.2
2
1072
Banket, biscuit- en koekfabrieken
100 10
100 30
3.2
2
10821 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²
100 30
50 30
3.2
2
10821 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m²
30
30 10
2
1
10821 - Suikerwerkfabrieken met suiker branden
300 30
50 30 R
4.2
2
200 50 R
100 200 50
200 30
10821 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
10
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
57
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
10821 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²
100 30
50 30 R
3.2
2
10821 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
30
10
30 10
2
1
1073
Deegwarenfabrieken
50
30
10 10
3.1
2
1083
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1083
- theepakkerijen
100 10
30 10
3.2
2
10840 Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden 1
200 30
50 10
4.1
2
1089
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen
200 30
50 30
4.1
2
1089
Bakkerijgrondstoffenfabrieken
200 50
50 50 R
4.1
2
1089
Soep- en soeparomafabrieken:
1089
- zonder poederdrogen
100 10
50 10
3.2
2
1089
- met poederdrogen
300 50
50 50 R
4.2
2
1089
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken
200 50
50 30
4.1
2
300 30
200 30
4.2
2
11010 - p.c. < 5.000 t/j 2
200 30
200 30 R
4.1
1
11010 - p.c. >= 5.000 t/j 2
300 50
300 50 R
4.2
2 B
1102 t/m 1104
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
10
30 0
2
1
1105
Bierbrouwerijen
300 30
100 50 R
4.2
2
1106
Mouterijen
300 50
100 30
4.2
2
1107
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
10
100 50 R
3.2
3
12
VERWERKING VAN TABAK
120
Tabakverwerkende industrie
200 30
50 30
4.1
2
13
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
131
Bewerken en spinnen van textielvezels
10
50
100 30
3.2
2
132
Weven van textiel:
132
- aantal weefgetouwen < 50
10
10
100 0
3.2
2
132
- aantal weefgetouwen >= 50
10
30
300 50
4.2
3
11010 Destilleerderijen en likeurstokerijen 1 11010 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: 2
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
0
0
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
58
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
133
Textielveredelingsbedrijven
50
0
50 10
3.1
2 B
139
Vervaardiging van textielwaren
10
0
50 10
3.1
1
1393
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken
100 30
200 10
4.1
2 B L
139, 143
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen 0 en artikelen
10
50 10
3.1
1
14
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
141
Vervaardiging kleding van leer
30
0
50 0
3.1
1
141
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. 10 van leer)
10
30 10
2
2
142, 151
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van 50 artikelen van bont
10
10 10
3.1
1 B L
15
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)
151,15 Lederfabrieken 2
300 30
100 10
4.2
2 B L
151
Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)
50
10
30 10
3.1
2
152
Schoenenfabrieken
50
10
50 10
3.1
2
16
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 0
50
100 50 R
3.2
2
16101 Houtzagerijen 16102 Houtconserveringsbedrijven: 16102 - met creosootolie
200 30
50 10
4.2
2 B L
16102 - met zoutoplossingen
10
30
50 10
3.1
2 B
1621
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
100 30
100 10
3.2
3 B
162
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout²
0
30
100 0
3.2
2
162
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m²
0
30
50 0
3.1
1
10
10
30 0
2
1
4.1
3
16290 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 2 17
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
1711
Vervaardiging van pulp
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
200 100 200 50 R
59
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
STOF
GELUID
1712
Papier- en kartonfabrieken:
1712
- p.c. < 3 t/u
50
30
50 30 R
3.1
1
1712
- p.c. 3 - 15 t/u
100 50
200 50 R
4.1
2
1712
- p.c. >= 15 t/u
200 100 300 100 R
4.2
3
172
Papier- en kartonwarenfabrieken
30
30
100 30 R
3.2
2
17212 - p.c. < 3 t/u
30
30
100 30 R
3.2
2
17212 - p.c. >= 3 t/u
50
30
200 30 R
4.1
2
IE
LUCHT
GEUR
CATEGOR
BODEM
VERKEER
OMSCHRIJVING
CODE
GEVAAR
SBI-
17212 Golfkartonfabrieken:
58
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
1811
Drukkerijen van dagbladen
30
0
100 10
3.2
3 B L
1812
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)
30
0
100 10
3.2
3 B
18129 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
30 0
2
1 B
1814
Grafische afwerking
0
0
10 0
1
1
1814
Binderijen
30
0
30 0
2
2
1813
Grafische reproduktie en zetten
30
0
10 10
2
2 B
1814
Overige grafische aktiviteiten
30
0
30 10
2
2 B
182
Reproduktiebedrijven opgenomen media
0
0
10 0
1
1
19
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT/KWEEKSTOFFEN
19202 Smeeroliën- en vettenfabrieken
50
0
100 30 R
3.2
2 B L
19202 Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie
300 0
100 50 R
4.2
2 B L
19202 Aardolieproduktenfabrieken n.e.g.
300 0
200 50 R
4.2
2 B L
200 0
200 200 R
4.1
3 B L
100 30
300 300 R
4.2
2 B L
300 10
200 300 R
4.2
2 B L
20141 - p.c. < 100.000 t/j
100 0
200 100 R
4.1
2 B
20141 - p.c. >= 100.000 t/j
200 0
300 200 R
4.2
3 B
20
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
2012
Kleur- en verfstoffenfabrieken
2012
Anorg. chemische grondstoffenfabrieken:
2012
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
20141 Organ. chemische grondstoffenfabrieken: 20141 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" 20141 Methanolfabrieken:
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
60
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
20149 Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.): 20149 - p.c. < 50.000 t/j
300 0
200 100 R
4.2
2 B L
203
Verf, lak en vernisfabrieken
300 30
200 300 R
4.2
3 B L
2110
Farmaceutische grondstoffenfabrieken:
2110
- p.c. < 1.000 t/j
200 10
200 300 R
4.2
1 B L
2120
Farmaceutische produktenfabrieken:
2120
- formulering en afvullen geneesmiddelen
50
10
50 50 R
3.1
2 B L
2120
- verbandmiddelenfabrieken
10
10
30 10
2
2
2041
Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken
300 100 200 100 R
4.2
3 B
2042
Parfumerie- en cosmeticafabrieken
300 30
50 50 R
4.2
2
2052
Lijm- en plakmiddelenfabrieken:
2052
- zonder dierlijke grondstoffen
100 10
100 50
3.2
3 B L
20590 Fotochemische produktenfabrieken 2
50
10
100 50 R
3.2
3 B L
20590 Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken 3
50
10
50 50 R
3.1
3 B
20590 Overige chemische produktenfabrieken n.e.g. 3
200 30
100 200 R
4.1
2 B L
2060
Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken
300 30
300 200 R
4.2
3 B L
22
VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF 300 50
300 100 R
4.2
2 B
22110 - vloeropp. < 100 m² 2
50
30 30
3.1
1
22110 - vloeropp. >= 100 m² 2
200 50
100 50 R
4.1
2 B
2219
Rubber-artikelenfabrieken
100 10
50 50 R
3.2
1
222
Kunststofverwerkende bedrijven:
222
- zonder fenolharsen
200 50
100 100 R
4.1
2
222
- met fenolharsen
300 50
100 200 R
4.2
2 B L
222
- productie van verpakkingsmateriaal en assem- 50 blage van kunststofbouwmaterialen
50 30
3.1
2
22110 Rubberbandenfabrieken 1 22110 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 2
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
10
30
61
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS VERKEER
OMSCHRIJVING
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN
231
Glasfabrieken:
231
- glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j
30
30
100 30
3.2
1
L
231
- glas en glasprodukten, p.c. >= 5.000 t/j
30
100 300 50 R
4.2
2
L
231
- glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j
300 100 100 30
4.2
1
L
231
Glasbewerkingsbedrijven
10
30
50 10
3.1
1
232, 234
Aardewerkfabrieken:
232, 234
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
10
10
30 10
2
1
L
232, 234
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW 30
50
100 30
3.2
2
L
233
Baksteen en baksteenelementenfabrieken
30
200 200 30
4.1
2
L
233
Dakpannenfabrieken
50
200 200 100 R
4.1
2
30
200 200 30 R
4.1
2
30
200 200 30 R
4.1
2
10
100 200 30
4.1
2 B
23611 - met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 10 100 t/d
100 300 30
4.2
2 B
23520 Kalkfabrieken: 1 23520 - p.c. < 100.000 t/j 1 23520 Gipsfabrieken: 2 23520 - p.c. < 100.000 t/j 2 23611 Betonwarenfabrieken: 23611 - zonder persen, triltafels en bekistingtrille
23612 Kalkzandsteenfabrieken: 23612 - p.c. < 100.000 t/j
10
50
100 30
3.2
2
23612 - p.c. >= 100.000 t/j
30
200 300 30
4.2
3
2362
50
50
100 30
3.2
2
2363, - p.c. < 100 t/u 2364
10
50
100 10
3.2
3
2363, - p.c. >= 100 t/u
30
200 300 10
4.2
3
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken
2363, Betonmortelcentrales: 2364
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
LUCHT
GELUID
23
IE
BODEM
STOF
CATEGOR
GEUR
CODE
GEVAAR
SBI-
62
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
STOF
GELUID
2365, - p.c. < 100 t/d 2369
10
50
100 50 R
3.2
2
2365, - p.c. >= 100 t/d 2369
30
200 300 200 R
4.2
3 B
IE
BODEM
GEUR
CATEGOR
LUCHT
VERKEER
OMSCHRIJVING
CODE
GEVAAR
SBI-
2364 2365, Vervaardiging van produkten van beton, (ve2369 zel)cement en gips:
237
Natuursteenbewerkingsbedrijven:
237
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 10 m²
30
100 0
3.2
1
237
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m²
30
50 0
3.1
1
237
- met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 10 t/j
100 300 10
4.2
1
2391
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
30
50 10
3.1
1
2399
Bitumineuze materialenfabrieken:
2399
- p.c. < 100 t/u
300 100 100 30
4.2
3 B L
2399
Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol):
2399
- steenwol, p.c. >= 5.000 t/j
100 200 300 30
4.2
2
2399
- overige isolatiematerialen
200 100 100 50
4.1
2
2399
Minerale produktenfabrieken n.e.g.
50
50
100 50
3.2
2
2399
Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur
100 50
200 30
4.1
3 B L
2399
- asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur
200 100 300 50
4.2
3 B L
24
VERVAARDIGING VAN METALEN
243
Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen:
243
- p.o. < 2.000 m²
30
4.2
2
244
Non-ferro-metaalfabrieken:
244
- p.c. < 1.000 t/j
100 100 300 30 R
4.2
1 B
100 50
300 30 R
4.2
1 B
100 50
300 30 R
4.2
1 B
10
10
30
300 30
2451, IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen: 2452 2451, - p.c. < 4.000 t/j 2452 2453, Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen: 2454 2453, - p.c. < 4.000 t/j 2454
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
63
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS VERKEER
OMSCHRIJVING
Constructiewerkplaatsen
251, 331
- gesloten gebouw
30
30
100 30
3.2
2 B
251, 331
- gesloten gebouw, p.o. < 200 m²
30
30
50 10
3.1
1
251, 331
- in open lucht, p.o. < 2.000 m²
30
50
200 30
4.1
2 B
251, 331
- in open lucht, p.o. >= 2.000 m²
50
200 300 30
4.2
3 B
2529, - p.o. < 2.000 m² 3311
30
50
300 30 R
4.2
2 B
2521, Vervaardiging van verwarmingsketels, radiato2530, ren en stoomketels 3311
30
30
200 30
4.1
2 B
255, 331
Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven
10
30
200 30
4.1
1 B
255, 331
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. 50
30
100 30
3.2
2 B
255, 331
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m²
30
30
50 10
3.1
1 B
2561, - algemeen 3311
50
50
100 50
3.2
2 B L
2561, - stralen 3311
30
200 200 30
4.1
2 B L
2561, - metaalharden 3311
30
50
100 50
3.2
1 B
2561, - lakspuiten en moffelen 3311
100 30
100 50 R
3.2
2 B L
2561, - scoperen (opspuiten van zink) 3311
50
100 30 R
3.2
2 B L
2561, - thermisch verzinken
100 50
100 50
3.2
2 B L
LUCHT
GELUID
251, 331
IE
BODEM
STOF
CATEGOR
GEUR
CODE
GEVAAR
SBI-
25, 31 VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)
2529, Tank- en reservoirbouwbedrijven: 3311
2561, Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: 3311
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
50
64
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
LUCHT
IE
BODEM
CATEGOR
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
3311 2561, - thermisch vertinnen 3311
100 50
100 50
3.2
2 B L
2561, - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, 30 3311 polijsten)
50
100 30
3.2
2 B
2561, - anodiseren, eloxeren 3311
50
10
100 30
3.2
2 B
2561, - chemische oppervlaktebehandeling 3311
50
10
100 30
3.2
2 B
2561, - emailleren 3311
100 50
100 50 R
3.2
1 B L
2561, - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, ver3311 zinken, verkoperen ed)
30
30
100 50
3.2
2 B
2562, Overige metaalbewerkende industrie 3311
10
30
100 30
3.2
1 B
2562, Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, 10 3311 p.o. <200 m²
30
50 10
3.1
1 B
259, 331
Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:
259, 331
- p.o. < 2.000 m²
30
50
200 30
4.1
2 B
259, 331
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.
30
30
100 30
3.2
2 B
259, 331
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, 30 p.o. <200 m²
30
50 10
3.1
1 B
27, VERVAARDIGING VAN MACHINES 28, 33 EN APPARATEN 27, 28, Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: 33 27, 28, - p.o. < 2.000 m² 33
30
30
100 30
3.2
2 B
27, 28, - p.o. >= 2.000 m² 33
50
30
200 30
4.1
3 B
28, 33 - met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 50 MW
30
300 30
4.2
3 B
26, VERVAARDIGING VAN 28, 33 KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
65
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS VERKEER
OMSCHRIJVING
10
30 10
2
1
271, 331
Elektromotoren- en generatorenfabrieken incl. 200 30 reparatie
30 50
4.1
1 B L
271, 273
Schakel- en installatiemateriaalfabrieken
200 10
30 50
4.1
1 B L
273
Elektrische draad- en kabelfabrieken
100 10
200 100 R
4.1
2
272
Accumulatoren- en batterijenfabrieken
100 30
100 50
3.2
2 B L
274
Lampenfabrieken
200 30
30 300 R
4.2
2 B L
293
Elektrotechnische industrie n.e.g.
30
10
30 10
2
1
LUCHT
GELUID
30
26, 28, Kantoormachines- en computerfabrieken incl. 33 reparatie
IE
BODEM
STOF
CATEGOR
GEUR
CODE
GEVAAR
SBI-
26, VERVAARDIGING VAN OVER. 27, 33 ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.
L
26, 33 VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN BENODIGDH. 261, 263, 264, 331
Vervaardiging van audio-, video- en telecomapparatuur e.d. incl. reparatie
30
0
50 30
3.1
2 B
2612
Fabrieken voor gedrukte bedrading
50
10
50 30
3.1
1 B
26, 32, Fabrieken voor medische en optische apparaten 30 33 en instrumenten e.d. incl. reparatie
0
30 0
2
1
26, VERVAARDIGING VAN MEDISCHE 32, 33 EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
29
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS
291
Autofabrieken en assemblagebedrijven
291
- p.o. < 10.000 m²
100 10
200 30 R
4.1
3 B
291
- p.o. >= 10.000 m²
200 30
300 50 R
4.2
3 B L
29201 Carrosseriefabrieken
100 10
200 30 R
4.1
2 B
29202 Aanhangwagen- en opleggerfabrieken
30
10
200 30
4.1
2 B
293
Auto-onderdelenfabrieken
30
10
100 30 R
3.2
2
30
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)
301,
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
66
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
50 10
3.1
2 B
100 50 R
3.2
2 B
100 200 30
4.1
2 B
50
30
100 30
3.2
2 B
50
30
300 30 R
4.2
2 B
- zonder proefdraaien motoren
50
30
200 30
4.1
2 B
309
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken
30
10
100 30 R
3.2
2 B
3099
Transportmiddelenindustrie n.e.g.
30
30
100 30
3.2
2 B
31
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
310
Meubelfabrieken
50
50
100 30
3.2
2 B
9524
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m²
0
10
10 0
1
1
321
Fabricage van munten, sieraden e.d.
30
10
10 10
2
1 B
322
Muziekinstrumentenfabrieken
30
10
30 10
2
2
323
Sportartikelenfabrieken
30
10
50 30
3.1
2
324
Speelgoedartikelenfabrieken
30
10
50 30
3.1
2
32991 Sociale werkvoorziening
0
30
30 0
2
1
32999 Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
30
10
50 30
3.1
2
38320 - v.c. < 100.000 t/j 2
30
100 300 10
4.2
2
38320 Rubberregeneratiebedrijven 2
300 50
4.2
2
38320 Afvalscheidingsinstallaties
200 200 300 50
4.2
3 B
301, 3315
- houten schepen
30
301, 3315
- kunststof schepen
100 50
301, 3315
- metalen schepen < 25 m
50
302, 317
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:
302, 317
- algemeen
302, 317
- met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW
303, 3316
Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:
303, 3316
IE
BODEM
GELUID
30
GEUR
STOF
CATEGOR
3315
38
VOORBEREIDING TOT RECYCLING
38320 Puinbrekerijen en -malerijen: 2
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
100 50 R
LUCHT
VERKEER
OMSCHRIJVING
CODE
GEVAAR
SBI-
67
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
2 35
PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
35
bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe:
35
- covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie
35
- vergisting, verbranding en vergassing van ove- 50 rige biomassa
35
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:
35
- < 10 MVA
35
100 30 R
3.2
2
L
50
100 30 R
3.2
2
L
0
0
30 10
2
1 B
- 10 - 100 MVA
0
0
50 30
3.1
1 B
35
- 100 - 200 MVA
0
0
100 50
3.2
1 B
35
- 200 - 1000 MVA
0
0
300 50
4.2
1 B
35
Gasdistributiebedrijven:
35
- gascompressorstations vermogen < 100 MW 0
0
300 100
4.2
1
35
- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A
0
0
10 10
1
1
35
- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C
0
0
30 10
2
1
35
- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D
0
0
50 50 R
3.1
1
35
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:
35
- stadsverwarming
30
10
100 50
3.2
1
35
- blokverwarming
10
0
30 10
2
1
35
windmolens:
35
- wiekdiameter 20 m
0
0
100 30
3.2
1
35
- wiekdiameter 30 m
0
0
200 50
4.1
1
35
- wiekdiameter 50 m
0
0
300 50
4.2
1
36
WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER
36
Waterwinning-/ bereiding- bedrijven:
36
- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of stra- 10 ling
0
50 30
3.1
1
36
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
100 50
68
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
36
- < 1 MW
0
0
30 10
2
1
36
- 1 - 15 MW