Bijlage 1b - Regels ontwerpbestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos
Tekst van het document
0
0
100 10
3.2
1
36
- >= 15 MW
0
0
300 10
4.2
1
41, 42, Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² 43
10
30
100 10
3.2
2 B
41, 42, - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² 43
10
30
50 10
3.1
2 B
41, 42, Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 43 1000 m²
10
30
50 10
3.1
2 B
41, 42, - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 43 1000 m²
0
10
30 10
2
1 B
451, 452, 454
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en 10 servicebedrijven
0
30 10
2
2 B
451
Handel in vrachtauto's (incl. import en repara- 10 tie)
10
100 10
3.2
2
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
41, BOUWNIJVERHEID 42, 43
45, 47 HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS
45204 Autoplaatwerkerijen
10
30
100 10
3.2
1
45204 Autobeklederijen
0
0
10 10
1
1
45204 Autospuitinrichtingen
50
30
30 30 R
3.1
1 B L
45205 Autowasserijen
10
0
30 0
2
3
453
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en accessoires
0
0
30 10
2
1
46
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
461
Handelsbemiddeling (kantoren)
0
0
10 0
1
1
4621
Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders
30
30
50 30 R
3.1
2
4621
Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders 100 100 300 50 R met een verwerkingscapaciteit van 500 ton/uur of meer
4.2
2
4622
Grth in bloemen en planten
10
10
30 0
2
2
4623
Grth in levende dieren
50
10
100 0
3.2
2
4624
Grth in huiden, vellen en leder
50
0
30 0
3.1
2
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
69
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS VERKEER
OMSCHRIJVING
30
10
30 50 R
3.1
2
4632, Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, 4633 eieren, spijsoliën
10
0
30 50 R
3.1
2
4634
Grth in dranken
0
0
30 0
2
2
4635
Grth in tabaksprodukten
10
0
30 0
2
2
4636
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30 0
2
2
4637
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen
30
10
30 0
2
2
4638, Grth in overige voedings- en genotmiddelen 4639
10
10
30 10
2
2
464, Grth in overige consumentenartikelen 46733
10
10
30 10
2
2
10
0
30 10 V
2
2
46499 - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 10 50 ton
0
30 50 V
3.1
2
46499 - munitie
0
0
30 30
2
2
10
50
50 30
3.1
2
46712 - vloeistoffen, o.c. < 100.000 m³
50
0
50 200 R
4.1
2 B L
46712 - tot vloeistof verdichte gassen
50
0
50 300 R
4.2
2
46713 Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen)
100 0
30 50
3.2
2 B
LUCHT
GELUID
46217, Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en con4631 sumptie-aardappelen
IE
BODEM
STOF
CATEGOR
GEUR
CODE
GEVAAR
SBI-
46499 Grth in vuurwerk en munitie: 46499 - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton
46711 Grth in vaste brandstoffen: 46711 - klein, lokaal verzorgingsgebied 46712 Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen:
46721 Grth in metaalertsen: 46721 - opslag opp. < 2.000 m²
30
300 300 10
4.2
3 B
46722, Grth in metalen en –halffabrikaten 46723
0
10
100 10
3.2
2
4673
Grth in hout en bouwmaterialen:
4673
- algemeen: b.o. > 2000 m²
0
10
50 10
3.1
2
4673
- algemeen: b.o. <= 2000 m²
0
10
30 10
2
1
46735 - algemeen: b.o. > 200 m²
0
30
100 0
3.2
2
46735 - algemeen: b.o. <= 200 m²
0
10
30 0
2
1
46735 zand en grind:
4674
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmings-
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
70
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
apparatuur: 4674
- algemeen: b.o. > 2.000 m²
0
0
50 10
3.1
2
4674
- algemeen: b.o. < = 2.000 m²
0
0
30 0
2
1
46751 Grth in chemische produkten
50
10
30 100 R
3.2
2 B
46752 Grth in kunstmeststoffen
30
30
30 30 R
2
1
4676
Grth in overige intermediaire goederen
10
10
30 10
2
2
4677
Autosloperijen: b.o. > 1000 m²
10
30
100 30
3.2
2 B
4677
- autosloperijen: b.o. <= 1000 m²
10
10
50 10
3.1
2 B
4677
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 10 1000 m²
30
100 10
3.2
2 B
4677
- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m²
10
10
50 10
3.1
2 B
466
Grth in machines en apparaten:
466
- machines voor de bouwnijverheid
0
10
100 10
3.2
2
466
- overige
0
10
50 0
3.1
2
466, 469
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vak- 0 benodigdheden e.d.
0
30 0
2
2
47
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
4791
Postorderbedrijven
0
0
50 0
3.1
2
952
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
0
0
10 10
1
1
55
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING
562
Cateringbedrijven
10
0
30 10
2
1
49
VERVOER OVER LAND
493
Taxibedrijven
0
0
30 0
2
2
493
Touringcarbedrijven
10
0
100 0
3.2
2
494
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m²
0
0
100 30
3.2
3
494
- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m²
0
0
50 30
3.1
2
495
Pomp- en compressorstations van pijpleidingen 0
0
30 10
2
1 B
52
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER
52242 Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
71
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
0
10
300 50 R
4.2
2
52242 - tankercleaning
300 10
100 200 R
4.2
1 B
52242 - stukgoederen
0
100 50 R
3.2
2 B
10
IE
BODEM
GELUID
52242 - containers
GEUR
STOF
CATEGOR
52242 - ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. < 2.000 m² 30
200 300 30
4.2
2 B
52242 - granen of meelsoorten , v.c. < 500 t/u
50
300 200 50 R
4.2
2
52242 - steenkool, opslagopp. < 2.000 m²
50
300 300 50
4.2
2 B
52102, Distributiecentra, pak- en koelhuizen 52109
30
10
50 50 R
3.1
2
52109 Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
0
0
30 10
2
2
5221
Autoparkeerterreinen, parkeergarages
10
0
30 0
2
3
5221
Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) 10
0
100 30
3.2
2
53
POST EN TELECOMMUNICATIE
531, 532
Post- en koeriersdiensten
0
0
30 0
2
2
61
Telecommunicatiebedrijven
0
0
10 0
1
1
61
zendinstallaties:
61
- LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!)
0
0
0
100
3.2
1
61
- FM en TV
0
0
0
10
1
1
61
- GSM en UMTS-steunzenders (indien omgevingsvergunningplichtig)
0
0
0
10
1
1
77
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
7711
Personenautoverhuurbedrijven
10
0
30 10
2
2
10
0
50 10
3.1
2
773
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen 10
0
50 10
3.1
2 B
772
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
10
10
30 10
2
2
62
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE
62
Computerservice- en informatietechnologiebureau's e.d.
0
0
10 0
1
1
0
0
30 0
2
1
7712, Verhuurbedrijven voor transportmiddelen 7739 (excl. personenauto's)
58, 63 Datacentra 72
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
LUCHT
VERKEER
OMSCHRIJVING
CODE
GEVAAR
SBI-
L
72
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
STOF
GELUID
721
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
30
10
30 30 R
2
1
722
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
0
0
10 0
1
1
50
10
30 30
3.1
1 B
10
0
30 10
2
2 B
82991 Veilingen voor landbouw- en visserijprodukten 50
30
200 50 R
4.1
3
82992 Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
0
0
10 0
1
2
0
0
50C 0
3.1
1
IE
BODEM
GEUR
CATEGOR
LUCHT
VERKEER
OMSCHRIJVING
CODE
GEVAAR
SBI-
63, OVERIGE ZAKELIJKE 69tm7 DIENSTVERLENING 1, 73, 74, 77, 78, 80tm8 2 812
Reinigingsbedrijven voor gebouwen
74203 Foto- en filmontwikkelcentrales
84
OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN
8425
Brandweerkazernes
37, MILIEUDIENSTVERLENING 38, 39 3700
RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks:
3700
- < 100.000 i.e.
200 10
100 10
4.1
2
3700
- 100.000 - 300.000 i.e.
300 10
200 10
4.2
2
3700
Rioolgemalen
30
0
10 0
2
1
381
Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.
50
30
50 10
3.1
2
381
Gemeentewerven (afval-inzameldepots)
30
30
50 30 R
3.1
2 B
381
Vuiloverslagstations
200 200 300 30
4.2
3 B
382
Afvalverwerkingsbedrijven:
382
- kabelbranderijen
100 50
30 10
3.2
1 B L
382
- pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhui- 50 zen)
30 10
3.1
1
382
- oplosmiddelterugwinning
100 0
10 30 R
3.2
1 B L
382
- afvalverbrandingsinrichtingen, thermisch vermogen > 75 MW
300 200 300 50
4.2
3 B L
382
- verwerking fotochemisch en galvano-afval
10
2
1 B L
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
10
10
30 30 R
L
73
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
LUCHT
CATEGOR
BODEM
GELUID
STOF
GEUR
VERKEER
OMSCHRIJVING
CODE
GEVAAR
SBI-
382
Composteerbedrijven:
382
- niet-belucht v.c. < 5.000 ton/jr
300 100 50 10
4.2
2 B
382
- belucht v.c. < 20.000 ton/jr
100 100 100 10
3.2
2 B
382
- belucht v.c. > 20.000 ton/jr
200 200 100 30
4.1
3 B
382
- GFT in gesloten gebouw
200 50
100 100 R
4.1
3 B L
59
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE
591, 592, 601, 602
Studio's (film, TV, radio, geluid)
0
0
30 10
2
2
931
Skelter- en kartbanen, in een hal
10
0
50 10
3.1
2
931
Sportscholen, gymnastiekzalen
0
0
30 0
2
2
96
OVERIGE DIENSTVERLENING
96011 Wasserijen en strijkinrichtingen
30
0
50 30
3.1
2
96011 Tapijtreinigingsbedrijven
30
0
50 30
3.1
2
96012 Chemische wasserijen en ververijen
30
0
30 30 R
2
2 B L
96013 Wasverzendinrichtingen
0
0
30 0
2
1
96013 Wasserettes, wassalons
0
0
10 0
1
1
9602
0
0
10 0
1
1
9313, Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden 9604
10
0
30 0
2
1
9609
Dierenasiels en -pensions
30
0
100 0
3.2
1
9609
Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
0
0
10 0
1
1
Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten
Tabel 2: Opslagen en installaties 0
OPSLAGEN
1
butaan, propaan, LPG (in tanks):
1
- bovengronds, < 2 m³
-
-
-
30
2
-
1
- bovengronds, 2 - 8 m³
-
-
-
50
3.1
-
1
- bovengronds, 8 - 80 m³
-
-
-
100
3.2
-
1
- bovengr., 80 - 250 m³
-
-
-
300
4.2
-
1
- ondergronds, < 80 m³
-
-
-
50
3.2
-
1
- ondergr., 80 - 250 m³
-
-
-
200
4.1
-
2
niet reactieve gassen (incl. zuurstof), gekoeld
-
-
-
50
3.1
-
3
brandbare vloeistoffen (in tanks):
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
L
74
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
10
-
-
10
1
- B
3
- bovengronds, K1/K2-kl.: < 10 m³
10
-
-
50
3.1
- B
3
- bovengronds, K1/K2-kl.: 10 - 1000 m³
30
-
-
100
3.2
- B
3
- bovengronds, K3-klasse: < 10 m³
10
-
-
10
2
- B
3
- bovengronds, K3-klasse: 10 - 1000 m³
30
-
-
50
3.1
- B
4
Overige gevaarlijke stoffen in tanks:
4
- bovengronds < 10 m³ en onder drempelwaarde BRZO
10
-
-
10
1
-
4
- overige opslagen onder drempelwaarde BRZO
30
-
-
50
3.1
-
5
Gevaarlijke stoffen (incl. bestrijdingsmiddelen) in emballage of in gasflessen:
5
- kleine hoeveelheden < 10 ton
-
-
-
10
1
-
5
- beperkte hoeveelheden (< 150 ton) en hoog beschermingsniveau
-
-
-
30
2
-
6
ontplofbare stoffen en munitie:
6
- < 250.000 patronen en < 25 kg NEM (netto explosieve massa) overig gevarensubklasse 1.4
-
-
-
10
1
-
6
- >= 250.000 patronen en >= 25 kg NEM (netto explosieve massa) overig gevarensubklasse 1.4
-
-
30
2
-
8
kunstmest, niet explosief
-
50
-
30 D
3.1
-
11
INSTALLATIES
12
gasflessenvulinstallaties (butaan, propaan)
10
0
30 100
3.2
2
13
laadschoppen, shovels, bulldozers
30
30
50 10
3.1
1
14
laboratoria:
14
- chemisch / biochemisch
30
0
30 10 D
2
1
14
- medisch en hoger onderwijs
10
0
30 10
2
1
15
luchtbehandelingsinst. t.b.v. detailhandel
10
0
10 0
1
1
16
keukeninrichtingen
30
0
10 0
2
1
17
koelinstallaties freon ca. 300 kW
0
0
50 0
3.1
1
18
koelinstallaties ammoniak < 400 kg
0
0
30 10
2
1
19
koelinstallaties ammoniak > 400 kg
0
0
50 50
3.1
1
20
total energy installaties (gasmotoren) ca. 100 kW
10
0
50 10
3.1
1
21
afvalverbrandingsinstallatie, kleinschalig
100 50
50 30 D
3.2
1
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
STOF
IE
BODEM
GEVAAR
- ondergronds, K1/K2/K3-klasse
GELUID
3
GEUR
CATEGOR
LUCHT
OMSCHRIJVING
CODE
VERKEER
SBI-
L
75
AFSTANDEN
INDICES
IN METERS
IE
LUCHT
CATEGOR
BODEM
VERKEER
STOF
GEUR
GEVAAR
OMSCHRIJVING
CODE
GELUID
SBI-
22
noodaggregaten t.b.v. elektriciteitsopwekking
10
0
30 10 D
2
1
23
verfspuitinstallaties en moffel- en emailleerovens
50
30
50 30
3.1
1
24
vorkheftrucks met verbrandingsmotor
10
10
50 0
3.1
1
25
vorkheftrucks, elektrisch
0
10
30 0
2
1
26
transformatoren < 1 MVA
0
0
10 10
1
1
28
vatenspoelinstallaties
50
10
50 30
3.1
1 B
29
hydrofoorinstallaties
0
0
30 0
2
1
30
windmolens:
31
- wiekdiameter 20 m
0
0
100 30
3.2
1
31
- wiekdiameter 30 m
0
0
200 50
4.1
1
31
- wiekdiameter 50 m
0
0
300 50
4.2
1
31
stookinstallaties>900kW thermisch vermogen:
32
- gas, < 2,5 MW
10
0
30 10
2
1
32
- gas, 2,5 - 75 MW
30
0
50 30
3.1
1
32
- gas, >= 75 MW
30
0
200 50
4.1
1
32
- olie, < 2,5 MW
30
0
30 10
2
1
32
- olie, 2,5 - 75 MW
30
10
50 30
3.1
1
32
- olie, >= 75 MW
50
30
200 50
4.1
1 B L
32
- kolen, 2,5 - 75 MW
30
100 100 30
3.2
1
L
32
- kolen, >= 75 MW
50
300 300 50
4.2
2
L
32
stoomwerktuigen
0
0
50 30 D
3.1
1
33
luchtcompressoren
10
10
30 10 D
2
1
34
liftinstallaties
0
0
10 10
1
1
35
motorbrandstofpompen zonder LPG
30
0
30 10
2
2 B
36
afvalwaterbehandelingsinstallaties < 100.000 i.e. 200 10
100 10 D
4.1
1
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
L
gemeente Pijnacker-Nootdorp
274
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Bijlage 2
Stiltegoed
275
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Bijlage 3
Inrichtingen wet geluidhinder
277
79
Bijlage 4 Inrichtingen wet geluidhinder Categorieën van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals aangewezen in Bijlage I, onderdeel D, van het Besluit omgevingsrecht. Categorie 1 *) 1. inrichtingen waar een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer; 2. inrichtingen voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen van 75 MW of meer, waarbij buiten beschouwing blijven inrichtingen voor het verstoken van biomassa waarvan het equivalente geluidsniveau (LAr, LT), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige vast opgestelde toestellen en installaties, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten op de grens van het bedrijventerrein niet meer bedraagt dan: a. 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; b. 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; c. 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur; 3. inrichtingen voor het beproeven van: 1°. verbrandingsmotoren waarbij voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het afremmen van een gezamenlijk motorisch vermogen van 1 MW of meer; 2°. straalmotoren of -turbines met een stuwkracht van 9 kN of meer; 4.
inrichtingen voor het vervaardigen van petrochemische producten of chemicaliën met een niet in een gesloten gebouw geïnstalleerd motorisch vermogen van 1 MW of meer; voor zover van toepassing, blijven bij de hiervoor bij 1 t/m 4 bedoelde inrichtingen veiligheidsfakkels ten behoeve van de opsporing of winning van aardgas buiten beschouwing; Categorie 2 5. aardgasbehandelingsinstallaties en gasverzamelinrichtingen, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.000.000 m³ per dag (bij 1 bar en 273 K) of meer, voorzover het betreft aardgasbehandelingsinstallaties bij aardgaswinputten en gasverzamelinrichtingen; 6. luchtscheidingsbedrijven, met een benodigde hoeveelheid lucht ten behoeve van het eindproduct van 10.000 kg per uur of meer; Categorie 4 7. inrichtingen voor het vervaardigen van methanol met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000.000 kg per jaar of meer; Categorie 5 8. inrichtingen voor het raffineren, kraken of vergassen van aardolie of aardoliefracties met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.000.000.000 kg per jaar of meer; Categorie 6 9. inrichtingen voor het vervaardigen van oliën en vetten uit dierlijke of plantaardige grondstoffen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 250.000.000 kg per jaar of meer; 10.
inrichtingen voor het vervaardigen van vetzuren of alkanolen uit dierlijke of plantaardige oliën of vetten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 50.000.000 kg per jaar of meer; Categorie 9 11. inrichtingen voor het vervaardigen van melkpoeder, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.500 kg per uur of meer; 12. inrichtingen voor het vervaardigen van consumptiemelk, consumptiemelkproducten of
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
80
geëvaporiseerde melk of melkproducten met een melkverwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 55.000.000 kg per jaar of meer; 13. inrichtingen voor het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.000 kg per uur of meer; 14. inrichtingen voor het vervaardigen van veevoeder met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000 kg per uur of meer; 15. inrichtingen voor het drogen van groenvoer met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 10.000 kg per uur of meer; 16. inrichtingen voor het opslaan of overslaan van veevoeder met een verwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 500.000 kg per uur of meer; 17. inrichtingen voor het vervaardigen van suiker uit suikerbieten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 2.500.000 kg suikerbieten per dag of meer; 18. inrichtingen voor het vervaardigen van gist met een capaciteit ten aanzien daarvan van 5.000.000 kg per jaar of meer; 19. inrichtingen voor het vervaardigen van zetmeel of zetmeelderivaten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.000 kg per uur of meer; 20. inrichtingen voor het opslaan of overslaan van granen, meelsoorten, zaden, gedroogde peulvruchten, mais of derivaten daarvan met een verwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 500.000 kg per uur of meer; Categorie 11 21.
inrichtingen voor het opslaan of overslaan van ertsen, mineralen of derivaten van ertsen of mineralen met een oppervlakte voor de opslag daarvan van 2000 m² of meer; 22. inrichtingen voor het malen, roosten, pelletiseren of doen sinteren van ertsen of derivaten daarvan met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.000.000 kg per jaar of meer; 23. inrichtingen voor het vervaardigen van: 1°. cement of cementklinker met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000.000 kg per jaar of meer; 2°. cement- of betonmortel met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000 kg per uur of meer; 3°. cement- of betonwaren met behulp van persen, triltafels of bekistingstrillers met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000 kg per dag of meer; 4°. glasvezel, glazuren, emailles, glaswol of steenwol met een capaciteit ten aanzien daarvan van 5.000.000 kg per jaar of meer; 5°. asfalt of asfaltproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000 kg per uur of meer; 6°. cokes uit steenkool met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000.000 kg per jaar of meer; 24. inrichtingen voor het vergassen van steenkool met een capaciteit ten aan-zien daarvan van 100.000.000 kg per jaar of meer; 25. inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken of verwerken van glas of glazen voorwerpen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.000 kg per uur of meer; 26.
inrichtingen voor het winnen van steen, met uitzondering van grind en mergel, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000 kg per uur of meer; 27. inrichtingen voor het breken, malen, zeven of drogen van: 1°. zand, grond, grind of steen, met uitzondering van puin en mergel; 2°. kalkzandsteen, kalk; 3°. steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000.000 kg per jaar of meer, indien zodanige inrichting niet een inrichting is voor zand- of grindwinning, waarvoor op grond van artikel 3 van de Ontgrondingenwet een vergunning is vereist;
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
81
Categorie 12 28. inrichtingen voor het vervaardigen van ruw ijzer, ruw staal of primaire nonferrometalen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.000.000 kg per jaar of meer; 29. inrichtingen waar een of meer warmband- of koudwalsen aanwezig zijn voor het tot platen omvormen van metalen of hun legeringen, waarvan het smeltpunt hoger is dan 800 K, en waarbij de dikte van het aangevoerde materiaal groter is dan 1 mm en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m² of meer bedraagt; 30. inrichtingen waar een of meer wals- of trekinstallaties aanwezig zijn voor het tot profiel- of stafmateriaal omvormen van metalen of hun legeringen, waarvan het smeltpunt hoger is dan 800 K en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m² of meer bedraagt; 31. inrichtingen waar een of meer wals-, trek- of lasinstallaties aanwezig zijn voor het produceren van metalen buizen en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m² of meer bedraagt; 32. inrichtingen voor het smeden van ankers of kettingen en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m² of meer bedraagt; 33. inrichtingen voor het produceren, renoveren of schoonmaken van metalen ketels, vaten, tanks of containers en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m² of meer bedraagt; 34.
inrichtingen voor het samenvoegen van plaat-, profiel-, staf- of buismaterialen door middel van smeden, klinken, lassen of monteren en waar het niet in een gesloten gebouw ondergebrachte productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m² of meer bedraagt; 35. inrichtingen voor het smelten of gieten van metalen of hun legeringen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 4.000.000 kg per jaar of meer, voor zover het smeltpunt van de metalen of hun legeringen hoger is dan 800 k; Categorie 13 36. inrichtingen voor het bouwen, onderhouden, repareren of het behandelen van de oppervlakte van metalen schepen met een langs de waterlijn te meten lengte van 25 m of meer; Categorie 14 37. inrichtingen voor het samenstellen van treinen of treinonderdelen door middel van het stoten of heuvelen van spoorvoertuigen, bestemd voor goederenvervoer, voor zover een rangeerheuvel aanwezig is; Categorie 16 38. inrichtingen waar 50 of meer mechanisch aangedreven weefgetouwen aanwezig zijn; 39. inrichtingen voor het vervaardigen van papier of celstof met een capaciteit ten aanzien daarvan van 3.000 kg per uur of meer; Categorie 19 40.
terreinen, geen openbare weg zijnde, die bestemd of ingericht zijn voor het in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden rijden met gemotoriseerde voertuigen, en die daartoe acht uren per week of meer opengesteld zijn; Categorie 20 41. transformatorstations, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren, met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer; Categorie 24 42. inrichtingen voor het vervaardigen van koolelektroden met een capaciteit ten aanzien daarvan van 50.000.000 kg per jaar of meer; Categorie 27
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
82
43. inrichtingen voor het reinigen van afvalwater door middel van waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, onder a, van de Waterwet. *) Voor zover deze bijlage inhoudelijk afwijkt van het Besluit omgevingsrecht, is de inhoud van dat besluit beslissend. Bij de categorie-vernummering in deze bijlage is de vernummering in Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht aangehouden.
Standaardregels Pijnacker-Nootdorp 2012
gemeente Pijnacker-Nootdorp
282
od205 | bestemmingsplan Balij-Bieslandse Bos 2022
Bijlage 4
Nota parkeernormen
283
Nota Parkeernormen 2012 Versie waarin het ontwerpbesluit tot 1e wijziging is verwerkt
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Inleiding Het aantal parkeerplaatsen dat ten behoeve van een te ontwikkelen functie of gebied dient te worden gerealiseerd, wordt bepaald aan de hand van parkeernormen. Een parkeernorm geeft het aantal parkeerplaatsen bij een functie. De binnen de Gemeente Pijnacker-Nootdorp gebruikte parkeernormen lagen voorheen vast in het Integraal Parkeerbeleidsplan, vastgesteld op 26 oktober 2006. De Nota Parkeernormen is tegenwoordig een aparte beleidsregel en wordt als bijlage opgenomen in bestemmingsplannen en de standaardregels stedelijk gebied. Daarnaast wordt de nota ook als bijlage opgenomen in de Bouwverordening die nog altijd een aanvullende werking heeft als (m.n. oudere) bestemmingsplannen niet voorzien in parkeernormen.
Doel van de Nota Doel van de Nota is te zorgen dat bij nieuwbouw of functiewijzigingen van een gebouw of terrein voldoende parkeerruimte op eigen terrein aanwezig is voor de eigen parkeerbehoefte en daarmee parkeeroverlast in de openbare ruimte te voorkomen.
Hoogte van de parkeernormen De parkeernormen in deze nota zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW1 (CROWpublicatie 182 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’). De kencijfers van het CROW zijn nagenoeg de enige kencijfers die landelijk door verkeerskundigen worden gebruikt en die met enige regelmaat worden herzien op basis van parkeeronderzoeken voor de diverse functies. De cijfers hebben daardoor een hoge betrouwbaarheid. Het CROW gebruikt kencijfers en bandbreedtes voor verschillende gebiedstyperingen. Het CROW hanteert verschillende klassen voor de stedelijkheidsgraad van de gemeente. De Gemeente PijnackerNootdorp is daarbij ingedeeld in ‘matig stedelijk’. Daarnaast maakt de CROW binnen de gemeente onderscheid tussen verschillende gebiedstyperingen. Voor de Gemeente Pijnacker-Nootdorp is bepaald dat de hele gemeente in ‘rest bebouwde kom’ valt.2 De reden om van het gemiddelde kencijfer uit te gaan en binnen de gemeente niet verder onderscheid te maken in gebiedstyperingen is dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp een relatief hoog autobezit kent. Er is echter geen reden om als gemeente midden in de Randstad met een zekere mate van verstedelijking en redelijk openbaar vervoer, maar ook met veel buitengebied, het hoogste of het laagste kencijfer als norm te hanteren. Minder realiseren dan de vaste norm mag niet. De parkeernormen zijn in de tabel 2 opgenomen.
Deze Parkeernormen inclusief de tabel voor parkeren op eigen terrein zijn afkomstig uit het Integraal Parkeerbeleidsplan, vastgesteld door de Raad op 26 oktober 2006. Een wijziging van deze normen dient ook vastgesteld te worden door de Raad.
1 CROW staat voor Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Het
is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. 2 De verstedelijkingsgraad van de gemeente en de locatie binnen de gemeente bepalen welke kencijfers toegepast moeten worden: de gemeente Pijnacker-Nootdorp wordt door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) gecategoriseerd als ‘matig stedelijk’ Tevens is er onderscheid in soort gebied (centrumgebied, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom). Het aanbod en kwaliteit van andere vervoerswijzen dan de auto is bepalend voor de keuze van het soort gebied en is derhalve gesteld op ‘rest bebouwde kom’.
2
Gebruik van de parkeernormen Ten aanzien van het gebruik van de parkeernormering zijn de volgende kaders aangegeven: Het goed kunnen parkeren bij de woonfunctie is van belang. Het streven daarbij is onder normale omstandigheden binnen circa 1 à 2 minuten lopen van de voordeur (ca. 150 meter). Parkeernormen worden in nieuwe situaties toegepast, evenals bij verbouw en functiewijzigingen. De parkeercapaciteit moet voldoen aan de parkeernorm en parkeerplaatsen moeten op eigen terrein of binnen het te ontwikkelen plangebied worden aangelegd. De in tabel 2 aangegeven parkeeraantallen voor bezoekers dienen openbaar toegankelijk te zijn. Voor diverse parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen berekeningsaantallen uit tabel 1 worden gehanteerd. Bedacht moet worden dat het hanteren van deze berekeningsaantallen een zeker risico met zich meebrengt: als bewoners de eigen parkeerplaats (tuinparkeerplaats/carport/ garage/oprit) niet als zodanig gebruiken, dan ontstaan parkeertekorten. De gemeente zal indien parkeerproblemen gemeld worden moeten onderzoeken op het kunnen gebruiken van de eigen parkeerplaats van bewoners, om daarmee een goede parkeerbalans te behouden of te herstellen.
Om vooraf problemen te voorkomen dient verplicht te worden gesteld dat bewoners van een koop- of huurwoningen verplicht een parkeerplaats in het complex zelf huren of kopen, zodat extra parkeerdruk in de omgeving wordt voorkomen.
Parkeervoorziening
Berekeningsaantal Opmerking
Enkele oprit zonder garage/carport
0,8
oprit minimaal 6,0 meter diep3
Lange oprit zonder garage/carport
1,0
oprit minmaal 10 meter diep
Dubbele oprit zonder garage/carport
1,7
oprit minimaal 4,5 meter breed
Garage/carport zonder oprit (bij woning)
0,4
Garagebox (niet bij woning)
0,5
Garage/carport met enkele oprit
1,0
oprit minimaal 6,0 meter diep 4
Garage/carport met lange oprit
1,3
oprit minmaal 10 meter diep
Gezamenlijk parkeerterrein of parkeergarage onder wooncomplex
1,0
Garage/carport met dubbele oprit
1,8
oprit minimaal 4,5 meter breed
Tabel 1. Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen (Bron: CROW, publicatie 182)
Bij de uitgifte van parkeervergunningen wordt het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering gebracht op het aantal vergunningen dat uitgegeven kan worden. Op deze wijze wordt de beschikbare parkeercapaciteit zowel op eigen terrein maximaal benut en wordt de capaciteit op maaiveld uitsluitend gebruikt door voertuigen die niet op eigen terrein geparkeerd kunnen worden. Door de kadastrale koppeling kan door de gemeente snel worden gecontroleerd of het perceel beschikt over eigen parkeerplaatsen of niet.
3 Dit cijfer wijkt bewust af van het cijfer
in de CROW publicatie 182. Gebleken is dat een oprit van 5 meter te kort is om als volwaardige parkeerplaats te kunnen meetellen 4 Ook dit cijfer wijkt bewust af van het cijfer in de CROW publicatie 182.
3
Te volgen stappen in verschillende situaties
Toevoegen nieuwe functie inclusief grootschalige ontwikkelingen Bij een nieuwe functie dient de parkeerbehoefte te worden berekend en dienen de berekende plaatsen door de ontwikkelde partij te worden gerealiseerd. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de norm uit tabel 2. Alle parkeerplaatsen ten behoeve van het plan worden betaald door de ontwikkelende partij. Dit zijn dus de parkeerplaatsen die uiteindelijk op eigen terrein worden gerealiseerd en de parkeerplaatsen die uiteindelijk in openbaar gebied komen te liggen. De plaatsen in openbaar gebied zijn onder meer bedoeld voor bezoekers, waarbij sprake kan zijn van dubbelgebruik van parkeerplaatsen door verschillende functies.
Vervanging bestaande functie door nieuwe Bij functiewijziging wordt de parkeersituatie getoetst aan de parkeernorm in het bestemmingsplan als: De functie past binnen het bestemmingsplan, maar de gebruiksfunctie wijzigt en/of er vindt een wijziging van aantal m² bvo of het aantal woningen plaats. De parkeerbehoefte moet worden opgevangen op eigen terrein waarbij de parkeernormen worden gehanteerd uit tabel 2. De functie niet past binnen het bestemmingsplan: er is een wijziging nodig van het bestemmingsplan waarbij de parkeernorm uit de vigerende Nota Parkeernormen wordt gehanteerd. Bij functiewijziging of sloop van bestaande functies komt de parkeerbehoefte van de nieuwe functie in de plaats van de parkeerbehoefte van de oude functie. In principe mag de behoefte van de oude functie worden afgetrokken van de parkeerbehoefte van de nieuwe functie. De benodigde parkeerplaatsen moeten op eigen terrein worden gerealiseerd. Hierbij gelden de volgende kanttekeningen: De parkeerbehoefte van de oude functie is niet altijd bekend omdat deze lang geleden met oude (meestal lagere) normen is vastgesteld. Voor de oude functie worden vaak bestaande parkeerplaatsen (al of niet in het openbaar gebied) gebruikt, die ook door andere te handhaven functies in het gebied worden gebruikt, vaak in dubbelgebruik.
Bij het vervangen van een oude door een nieuwe functie moet daarom altijd de parkeerdruk uit de omgeving in beeld zijn om vast te stellen in hoeverre bestaande parkeerplaatsen de druk van de nieuwe functie kunnen opvangen. Bij het bepalen van de behoefte van de nieuwe functie dienen de volgende stappen te worden gevolgd: 1. Wat is de parkeerbehoefte van de oude functie? Als deze niet meer te achterhalen is dient deze te worden bepaald aan de hand van de meest recente norm. 2. Wat is de parkeerbehoefte van de nieuwe functie? Hiervoor de norm uit de Nota Parkeernormen gebruiken die is opgenomen in het bestemmingsplan. Als hierin geen norm is opgenomen geldt de norm uit de bouwverordening. 3. Is de behoefte van de nieuwe functie groter dan de oude functie, dan moeten deze extra plekken op eigen terrein worden gerealiseerd. 4. Is de behoefte van de nieuwe functie lager dan de oude functie, dan hoeven in principe geen extra plekken op eigen terrein te worden aangelegd. Als de resterende behoefte voor de nieuwe functie in openbaar gebied moet worden gevonden, dient gekeken te worden of die resterende plekken in openbaar gebied daadwerkelijk aanwezig en beschikbaar zijn. Anders dienen alsnog extra plekken op eigen terrein te worden gerealiseerd. 5.
In hoeverre ligt de behoefte van de oude functie die ook voor de nieuwe functie geldt op eigen terrein of in openbaar gebied? Als dit plekken in openbaar gebied zijn dan kunnen zij alleen aan de nieuwe functie worden toegerekend als andere functies in de omgeving deze plekken niet nodig hebben. Anders dienen alsnog extra plekken op eigen terrein te worden gerealiseerd. De parkeerdruk en de mate van dubbelgebruik van functies uit de omgeving dient dus bekend te zijn.
4
Kleine functiewijzigingen Bij kleine functiewijzigingen die passen binnen het bestemmingsplan kunnen de volgende stappen worden onderscheiden: 1. Wat is de parkeerbehoefte na functiewijziging? Hiertoe de parkeerbehoefte uitrekenen aan de hand van de Nota Parkeernormen die is opgenomen als bijlage in het bestemmingsplan. 2. Maak een inschatting van de te verwachten extra parkeerdruk. Op welke momenten treedt die op en om welk soort voertuigen gaat het? 3. Bestaat de mogelijkheid om op eigen terrein deze parkeerdruk op te vangen? Zo ja, dan zijn er geen belemmeringen. Zo nee of slechts gedeeltelijk, dan moet de inschatting worden gemaakt of door dubbelgebruik van bestaande parkeerplaatsen geen parkeeroverlast van de functiewijziging is te verwachten. Bij dubbelgebruik vormen aanwezigheidspercentages die zijn opgenomen in bijlage 3 een hulpmiddel. Als er geen overlast is te verwachten, dan zijn er geen belemmeringen, behalve dan dat de gemeente een beperking kan stellen aan het aantal vrije openbare plaatsen (door het hanteren van het maximale kencijfer voorzien van een aannemelijke onderbouwing) voor die nieuwe functie. Dit laatste biedt de mogelijkheid om ook aan anderen die op een later tijdstip een functiewijziging aanvragen, kans te bieden op beschikbare openbare parkeerplaatsen.
Het is belangrijk om bij de vergunning aan te geven welke parkeerafspraken er zijn gemaakt. Indien er wel parkeeroverlast te verwachten is, dan kan dat een reden zijn om de aanvraag af te wijzen.
Eigenschappen van parkeerplaatsen Naast het realiseren van voldoende parkeerplaatsen in de verschillende hierboven genoemde gevallen is het van belang dat de parkeerplaatsen daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Hiervoor is het noodzakelijk dat ze van voldoende afmeting zijn, over voldoende manoeuvreerruimte om in te parkeren beschikken en vanaf de openbare weg goed bereikbaar zijn. De afmetingen van parkeerplaatsen zijn: ten minste 2,00 m. bij 5,50 m. bij langsparkeerplaatsen; ten minste 2,50 m. bij 5,00 m. bij insteekparkeren; ten minste 3,50 m. bij 5,00 m. bij een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte (voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst). Voor de manoeuvreerruimte gelden de richtlijnen uit de ASVV 2004 5.
Hardheidsclausule ex. Artikel 4.84 Awb Het college handelt overeenkomstig de Nota Parkeernormen, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze Nota Parkeernormen te dienen doelen. Bovendien dient de toepassing van de hardheidsclausule zo beperkt mogelijk te worden gehouden en een algemeen belang te dienen.
5 ASVV staat voor de publicatie “Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom” van de
CROW.
5
Tabel 2 Parkeernormen Parkeernormen woningen Stedelijke zone rest bebouwde kom Woning duur [per woning] 1) norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
2,0
0,3 pp per woning
zowel koop als huur
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,8
0,3 pp per woning
zowel koop als huur
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,55
0,3 pp per woning
zowel koop als huur
matig stedelijk Woning midden [per woning] 1) matig stedelijk Woning goedkoop [per woning]
1)
matig stedelijk
Kleine woning tot maximaal 65 m2 gebruiksvloeroppervlakte norm
aandeel bezoekers
1,2
0,3 pp per woning
norm
aandeel bezoekers
0,45
0,3 pp per woning
norm
aandeel bezoekers
0,4
0,2 pp per woning
matig stedelijk
opmerkingen
Serviceflat/aanleunwoning 2) [per woning] matig stedelijk
opmerkingen
Kamer verhuur [per kamer] matig stedelijk
opmerkingen
Koopprijsgrenzen “goedkoop, “midden” en “duur” zoals jaarlijks vastgesteld door het stadsgewest Haaglanden bij de regionale prestatieafspraken woningbouw. 2) Zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen (veel gereserveerde gehandicaptenplaatsen, dus minder gecombineerd gebruik mogelijk).
1)
Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen (Bron: CROW, publicatie 182) Parkeervoorziening Enkele oprit zonder garage/carport
Berekeningsaantal Opmerking
Lange oprit zonder garage/carport
0,8 1,0
oprit minimaal 6,0 meter diep6 oprit minmaal 10 meter diep
Dubbele oprit zonder garage/carport
1,7
oprit minimaal 4,5 meter breed
Garage/carport zonder oprit (bij woning)
0,4
Garagebox (niet bij woning)
0,5
Garage/carport met enkele oprit Garage/carport met lange oprit
1,0 1,3
Gezamenlijk parkeerterrein of parkeergarage onder wooncomplex
1,0
Garage/carport met dubbele oprit
1,8
6 Dit cijfer wijkt bewust af van het cijfer
oprit minimaal 6,0 meter diep 7 oprit minmaal 10 meter diep
oprit minimaal 4,5 meter breed
in de CROW publicatie 182. Gebleken is dat een oprit van 5,0 meter te kort is in volwaardige parkeerplaats te kunnen meetellen. 7 Ook dit cijfer wijkt bewust af van het cijfer in de CROW publicatie 182.
6
Parkeernormen winkels Stedelijke zone rest bebouwde kom Binnensteden/hoofdwinkelgebieden [per 100 m2 bvo1)] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
3,3
85%
1 arbeidsplaats = 40 m2bvo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
3,25
85%
1 arbeidsplaats = 40 m2bvo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
7,0
85%
1 arbeidsplaats = 40 m2bvo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,7
35%
1 arbeidsplaats = 30 -50 m2bvo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
0,2
85%
1 m2 marktkraam = 6 m2 bvo (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder extra)
2
Wijk-, buurt- en dorpscentra [per 100 m bvo] matig stedelijk
Grootschalige detailhandel2 [per 100 m2 bvo] matig stedelijk 2
Showroom [per 100 m bvo] matig stedelijk 2
(Week)markt [per 1 m marktkraam]
matig stedelijk 1
bvo = bruto vloeroppervlak; 100 m2 bvo = 60-80 m2 vvo (verkoop (netto) vloeroppervlak). Grootschalige detailhandel: winkelformules die vanwege de omvang en aard van het assortiment een groot oppervlak nodig hebben en welke bij voorkeur gelegen zijn op perifere locaties (bijvoorbeeld grote publiekstrekkende tuin/meubelcentra met (boven)regionale functie. Het gaat niet om standaard bouwmarkten of tuincentra, waarvoor een norm van 2,2 – 2,7 pp per 100 m2 bvo kan worden aangehouden). Perifeer: alle terreinen of locaties binnen de bebouwde kom die niet binnen of nabij een bestaand of gepland winkelgebied liggen. 2
Parkeernormen werkgelegenheid Stedelijke zone rest bebouwde kom (Commerciële) dienstverlening (kantoren met baliefunctie) [per 100 m2 bvo] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen
20%
1 arbeidsplaats = 25 - 35 m2bvo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,75
5%
1 arbeidsplaats = 25 - 35 m2bvo
3,05 2
Kantoren zonder baliefunctie [per 100 m bvo] matig stedelijk
Arbeidsextensieve/bezoekersextensieve bedrijven (loods, opslag, groothandel, transportbedrijf, et cetera) [per 100 m2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
0,85
5%
1 arbeidsplaats = 30 - 50 m2 vo
Arbeidsintensieve/bezoekersextensieve bedrijven (industrie, garagebedrijf, laboratorium, werkplaats, et cetera) [per 100 m 2 bvo] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
2,65
5%
1 arbeidsplaats = 25 - 35 m2 vo
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,25
10%
1 arbeidsplaats = 25 - 35 m2bvo
2
Bedrijfsverzamelgebouw [per 100 m bvo] matig stedelijk
7
Parkeernormen onderwijsvoorzieningen Stedelijke zone Rest bebouwde kom Beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, WO, HBO) [per collegezaal] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen totale parkeervraag = collegezalen + leslokalen collegezaal = circa 150 zitplaatsen
20,0
Beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, WO, HBO) [per leslokaal] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen totale parkeervraag = collegezalen + leslokalen leslokaal = circa 30 zitplaatsen
6,0
Voorbereidend dagonderwijs (VWO, HAVO, VMBO) [per leslokaal] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
0,75
opmerkingen leslokaal = circa 30 zitplaatsen
Avondonderwijs [per student] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen
aandeel bezoekers
opmerkingen
0,75
Basisonderwijs [per leslokaal] norm matig stedelijk
leslokaal = circa 30 zitplaatsen exclusief Kiss & Ride (zie [6.14])
0,75
Crèche/peuterspeelzaal/kinderdagverblijf [per arbeidsplaats] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
opmerkingen arbeidsplaats = maximaal gelijktijdig aanwezig aantal werknemers exclusief Kiss & Ride (zie [6.14])
0,7
Parkeernormen zorgvoorzieningen Stedelijke zone rest bebouwde kom Ziekenhuis1) [per bed] norm matig stedelijk
aandeel bezoekers
1,6
opmerkingen bij vaste bezoektijden het maximum hanteren
Verpleeg-/verzorgingstehuis2) [per wooneenheid] matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
0,6
60%
opmerkingen
Arts/maatschap/therapeut/kruisgebouw [per behandelkamer]
matig stedelijk
norm
aandeel bezoekers
opmerkingen
1,75
65%
met minimum van 3 parkeerplaatsen per praktijk huisartsenpost ook in avond parkeervraag
1
Voor meer gedetailleerde kencijfers: Bouwmaatstaven voor parkeervoorzieningen in de zorgsector (College voor ziekenhuisvoorzieningen). 2 Niet zelfstandige woning met zorgvoorzieningen. Kencijfers zijn inclusief personeel.
8