Bijlage 1b - Ontwerpnota Parkeernormen 2021 - Staat van wijzigingen
Tekst van het document
Staat van wijzigingen Nota Parkeernormen 2021 De nota Parkeernormen 2021 bevat de volgende inhoudelijke aanpassingen ten opzichte van de 1e wijziging nota Parkeernormen 2012 (uit 2015). 1. Op pagina 3, onderaan paragraaf 1.1 Doel van de nota Parkeernormen wordt de volgende paragraaf toegevoegd: “Indien niet aan de nota Parkeernormen 2021 wordt voldaan maar het college wenst alsnog dat het initiatief door kan gaan en de hardheidsclausule is niet van toepassing, dan is er sprake van afwijking van deze nota en dient het initiatief gemotiveerd aan de raad te worden voorgelegd.” Deze uitleg verduidelijkt dat het voorleggen van een initiatief aan de raad een gebruikelijke procedure is als het initiatief niet past binnen de normen en werkwijze van deze nota. Het structureert de wijze waarop nieuwe kennis binnen het vakgebied van parkeren een plaats kan krijgen in ruimtelijke initiatieven. Het maakt tevens duidelijker dat de hardheidsclausule er enkel is voor situatie die niet voorzien hadden kunnen worden. 2. Op pagina 4 is de wijze van bepaling van de gemeentelijke parkeernormen op basis van de kencijfers van het CROW uitgelegd. Deze is niet gewijzigd. Enkel zijn de gemeentelijke normen aangepast aan de laatste kencijfers van het CROW. Deze vindt zijn uitwerking in tabel 3 Parkeernormen.
Voor woningen zijn in tabel 3de begrippen goedkoop/middel/duur geobjectiveerd met koop- en huurprijzen. Deze grenzen zijn bepaald door de NHG-grens, uit de Nota Grondprijzen en op basis van de Huisvestigingsverordeningen (HVO) van Den Haag. Tevens is de lijst met verschillende functies in tabel 3 uitgebreid om meer gericht op specifieke ontwikkelingen in te kunnen spelen. 3. Op pagina 5 is de loopafstand tussen parkeerlocatie en woonfunctie gewijzigd van 150 naar 250 meter. Dit op basis van de Visie op duurzame mobiliteit 2016 waarin al gesteld is dat een grotere loopafstand meer acceptabel is. In de informatienota Nachtelijk parkeeronderzoek woonwijken van 19 juni 2018 is de loopafstand van 250 meter voor het eerst concreet genoemd als beleidslijn. 4. Op pagina 5 is de tabel berekeningsaantallen per type parkeervoorziening gesplitst in een tabel berekeningsaantallen per type parkeervoorziening en een tabel afmetingen parkeervoorziening bij een woning. Deze splitsing geeft meer overzicht. Tevens zijn hiermee alle typen voorzien van minimale lengtes en breedtes. Tevens zijn minimale afmetingen voor garagedeuren opgenomen om ervoor te zorgen dat de steeds bredere auto’s ook gebruik kunnen maken van een garage. Als laatste is toegevoegd de eis dat de toegang naar een woning ook bruikbaar moet zijn voor minder validen als van de oprit of carport gebruik wordt gemaakt.
Dat wil zeggen dat als men via de oprit naar de voordeur moet dat de oprit dan 3,30 meter breed moet zijn in plaats van 2,50 meter. 5. In hoofdstuk 4 op pagina’s 7 en 8 is naast enkele tekstuele aanscherpingen opgenomen in paragraaf 4.2 een voorrangsrecht voor de gemeente in het geval dat de gemeente een initiatief in voorbereiding heeft en een andere initiatiefnemer gebruik wil maken van dezelfde beschikbare parkeercapaciteit in de openbare ruimte. “De gemeente houdt zich het recht voor om door de gemeente geïnitieerde projecten voorrang te geven op beschikbare parkeercapaciteit in de
openbare ruimte. Het gebruik van dit recht vindt plaats op grond van het gemotiveerd afwegen van de verschillende belangen waarbij het algemene belang voorop staat.” Waar normaliter geldt dat degene die als eerste een omgevingsvergunning aanvraagt deze plaatsen kan claimen bepaalt deze regeling dat in deze gevallen de gemeente een afweging moet maken op algemene belangen hoe hiermee om te gaan. Het is daarmee geen absoluut recht. 6. Aan hoofdstuk 4 is onderaan pagina 8 paragraaf 4.4 Afrondingen toegevoegd. Onderaan de streep is er meestal bij de berekening van de parkeerbehoefte een cijfer achter de komma. Deze wordt naar boven afgerond. Volgt uit de berekening dat er 15,1 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd dan is de eis 16 parkeerplaatsen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de waarde van type parkeerplaats volgens tabel 1. Er is één uitzondering op deze regel. Bij een enkel vrijstaand koop- of huurhuis met daarbij een dubbele oprit met garage of met carport mag naar beneden worden afgerond onder de volgende voorwaarden: - Er is sprake van een initiatief voor één enkel huis. - Dit initiatief maakt geen onderdeel uit van een groter plan. Een voorbeeld van een groter plan is de situatie waarin een ontwikkelaar diverse bij elkaar gelegen kavels verkoopt of heeft verkocht voor zelfbouw.
Doel van deze regel is dat uit meerdere kleine ontwikkelingen geen opeenstapeling van afrondingen naar beneden volgt en dus dat een gezamenlijk tekort aan parkeerplaatsen wordt voorkomen. Met deze uitzondering wordt voorkomen dat bij de realisatie van één enkele woning enkel voor bezoek een derde parkeerplaats op eigen terrein moet worden aangelegd. Dit is in een stedelijke omgeving qua niet wenselijk qua aanzien en het bij voorkeur benutten van die ruimte voor tuin. Tevens is ogenschijnlink in de meeste gevallen binnen de loopafstand van 250 meter voor bezoek parkeerruimte aanwezig. Dit hoeft met deze uitzondering dan niet te worden aangetoond.