CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Toelichting ontwerpbestemmingsplan Hart van Nootdorp

Raad Beeldvorming 3 juni 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: c. Ontwerpbestemmingsplan Hart van Nootdorp22.559 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon

076 – 5225262

email

info@c5s.nl

internet

www.c5s.nl

kvk Breda

20083802

Gemeente PijnackerNootdorp Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” in Nootdorp

Projectnummer: Datum:

204645 11 mei 2021

Gemeente PijnackerNootdorp Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” in Nootdorp Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr.: NL.IMRO.1926.bp000210131-3001 d.d.: 10-05-2021

Projectleider: Status:

Dhr. ing. M.J. Volbeda Ontwerp

Toelichting

INHOUD

1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 3 4 6

2 2.1 2.2 2.3 2.4

PLANBESCHRIJVING Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogde situatie plangebied Parkeren & verkeer

8 8 8 10 17

3 3.1 3.2 3.3 3.4

BELEIDSKADER Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

24 24 24 27 34

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

38 38 38 39 42 43 45 47 49 53 63 65 65

5 5.1 5.2 5.3

JURIDISCHE PLANTOELICHTING Inleiding Opbouw van de regels Regels

68 68 68 68

6 6.1 6.2 6.3

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

73 73 73 73

7 7.1 7.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Vooroverleg Zienswijzen

75 75 75

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

1

BIJLAGEN Bijlage 1: Verkeersonderzoek ontwikkellocatie Hart van Nootdorp, SOAB, februari 2020; Bijlage 2: Gebiedsvisie; Bijlage 3: Historisch bodemonderzoek; Bijlage 4: Archeologisch bureau en verkennend bodemonderzoek, december 2020; Bijlage 5: Onderzoek stikstof Koningin Julianastraat 1, 12A, 12B en Sportparkweg 34 te Nootdorp, Econsultancy, november 2020; Bijlage 6: Ecologische quickscan sportpark en omgeving Meidoornlaan, Van der Helm milieubeheer, augustus 2019; Bijlage 7: Aanvullend ecologisch onderzoek PM; Bijlage 8: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, februari 2021; Bijlage 9: Akoestisch onderzoek ten behoeve van gebiedsontwikkeling Hart van Nootdorp, M+P, maart 2020.

Uitsnede topografische kaart. Het plangebied is globaal aangeduid met een gele ster. Bron: topotijdreis.nl, 2020

2

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel Aanleiding In het hart van Nootdorp is sprake van meerdere ontwikkelingen waarvan het wenselijk gevonden wordt dat deze plaatsvinden. De betreffende ontwikkelingen zijn de sloop en nieuwbouw van de Jan Janssenhal (sporthal) en het Kindcentrum Regenboog, de herontwikkeling van de locatie van de brandweerkazerne en de herontwikkeling van de peuteropvang en -speelzaal de Klauterbeer. Besloten is om de herontwikkeling van deze drie locaties in samenhang ter hand te nemen. De herontwikkeling is gestart met het opstellen en vaststellen van de startnotitie door de gemeenteraad in februari 2019. In de startnotitie zijn de eerste uitgangspunten vastgesteld alsmede de weg naar een integrale visie. In juni en juli 2019 zijn de bewoners in de gelegenheid gesteld om een online vragenlijst in te vullen. In deze vragenlijst konden de mensen aangeven wat men belangrijk vond bij deze ontwikkeling. Dit vormde samen met de randvoorwaarden vanuit de gemeente en ruimtelijke kwaliteiten de input voor de Nota van Uitgangspunten. De Nota van Uitgangspunten is in juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. De beoogde ontwikkelingen zijn: • Nieuwbouw van de sporthal Jan Janssenhal. • De bouw van 110 appartementen. • De bouw van een kindcentrum. De Gebiedsvisie Hart van Nootdorp is in maart 2021 vastgesteld en vormt de basis voor het onderhavige bestemmingsplan.

Doel In het vigerende ruimtelijke regime in de vorm van het bestemmingsplan “NootdorpNoord” is de bestemming ‘Maatschappelijk’ toegekend aan de gronden van de sporthal Jan Janssenhal. De sporthal kan niet gerealiseerd worden binnen het bestaande bestemmingsvlak en bouwmogelijkheden. Het vigerend regiem voor de andere ontwikkellocaties is het bestemmingsplan “Centrum Nootdorp”. De gronden hebben ook hier de bestemming ‘Maatschappelijk’. De gewenste ontwikkeling voor wonen is niet mogelijk op grond van deze bestemming. De kleine bouwvlakken die binnen de vigerende bestemming opgenomen zijn bieden onvoldoende ruimte voor het nieuwe kindcentrum. Om de voorgenomen ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Hiervoor is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in het centrum van Nootdorp. De beoogde ontwikkelingen liggen rond de wegen Sportparkweg en de Koningin Julianastraat met de Meidoornlaan als de grens aan de oostzijde. Het Mercato-complex vormt aan drie zijden de grens van het plangebied. De begrenzing is nader geduid op de volgende afbeelding.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

3

Luchtfoto met het plangebied in lichtblauw. Bron: gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2020

1.3

Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Het vigerende ruimtelijke regime wordt gevormd door twee bestemmingsplannen. De locatie van de sporthal Jan Janssenhal ligt binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Nootdorp-Noord”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 23 september 2010. In dit bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Maatschappelijk’. Daarnaast liggen de aanduidingen ‘sporthal’, ‘maximum bouwhoogte 10 meter’ en ‘maximum bebouwingspercentage 60’. Op de verbeelding is verder met een bouwvlak aangegeven waar gebouwd mag worden. Over het plangebied vallend onder deze bestemming ligt tot slot de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Voor de gronden van de sporthal is een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding. Het bestemmingsplan “Ypenburg Nieuwe Veen 2020” is op 1 november 2020 in ontwerp ter inzage gelegd. In het ontwerp bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als ‘Maatschappelijk’. Net zo als in het vigerend bestemmingsplan zijn de gronden voorzien van de aanduidingen ‘sporthal’ en ‘maximum bouwhoogte’. De laatste aanduiding is afgestemd op de feitelijke bouwhoogten in het gebouw. Verder is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen.

4

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Uitsnede bestemmingsplan "Nootdorp-Noord". Het plangebied is met een rode contour aangegeven. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020

Uitsnede ontwerp bestemmingsplan "Ypenburg Nieuwe Veen 2020". Het plangebied is met een rode contour aangegeven. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020

Het tweede bestemmingsplan “Centrum Nootdorp” is vastgesteld op 13 juni 2013. Dit plan beslaat het grootste deel van de betrokken gronden. De bestemmingen zijn ‘Maatschappelijk’, ‘Groen’, ‘Bedrijf’ met de aanduiding ‘nutsvoorziening’ en ‘Verkeer – wegverkeer’. Bouwen van gebouwen is binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ toegestaan daar waar een ‘bouwvlak’ is aangeduid. De maximale toegelaten bouwhoogte per bouwvlak is aangeduid met ‘maximum bouwhoogte’. Ook binnen de bestemming ‘Bedrijf’ is een bouwvlak opgenomen met een aanduiding ‘maximum

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

5

bouwhoogte’. Over de gronden ligt verder nog de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 3’.

Uitsnede bestemmingsplan "Centrum Nootdorp". Het plangebied is met rode contour aangegeven. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020

Beoordeling De bestemming ‘Maatschappelijk’ is de juiste bestemming voor het realiseren van de nieuwe sporthal en het kindcentrum. Ten behoeve van het realiseren van de sporthal is het bestaande bestemmingsvlak te klein voor de gewenste ontwikkeling. Het bestemmingsvlak voor het nieuwe kindcentrum is voldoende groot. De opgenomen bouwvlakken zijn echter van onvoldoende omvang om de gewenste ontwikkeling te faciliteren. Binnen de vigerende bestemmingen is wonen als functie niet toegestaan. Om de 110 geprojecteerde appartementen mogelijk te maken dient de bestemming wonen opgenomen te worden.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied niet mogelijk is op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In

6

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

7

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Inleiding Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op stedenbouwkundige inpassing en parkeren.

2.2

Beschrijving huidige situatie In de Gebiedsvisies een ruimtelijke inventarisatie en analyse gemaakt van het plangebied. Sterke en zwakke ruimtelijke elementen worden benoemd.

Kaart ruimtelijke analyse Gebiedsvisie Hart van Nootdorp. Bron: gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021

Hieronder wordt een korte uitleg gegeven over de legenda eenheden van de hierboven weergegeven Ruimtelijke analysekaart. Hoofdrichting Door het gebied loopt een aantal belangrijke structuren. De belangrijkste is de Laan van Nootdorp. Op een lager niveau de Koningin Julianastraat en de Meidoornlaan.

8

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Zichtrelatie Tussen de appartementengebouwen aan de Laan van Nootdorp zijn ruimtes aanwezig. Er ontstaan hierdoor vanaf de straatzijde zicht op de daarachter gelegen sportvelden. Deze zichtlijnen eindigen ter hoogte van de Jan Janssenhal en RKDEO (buiten plangebied). Ruimtelijke eenheid Rondom het Mercato complex is een aantal heldere openbare ruimtes te benoemen. Het gaat hierbij om de centrale pleinruimte in de grootste oksel van het gebouw en de op het noorden gerichte binnentuin in de kleinere oksel van het gebouw. Onduidelijke ruimte Er is in het gebied een aantal zones aanwezig die zich kenmerken door een onduidelijke ruimtelijke structuur of inrichting. De ruimtelijke kwaliteit van deze ruimtes is veelal beperkt. Het gaat hierbij om de parkeerplaats en de directe omgeving van de Jan Janssenhal en sporthal RKDEO, het gebied aan de Koningin Julianastraat ter hoogte van de voormalige brandweerkazerne, de zuidoosthoek van het Mercato gebouw en de openbare ruimte aan de Hagelaan, achter het Kindcentrum Regenboog. Ruimtelijk kader groen In het gebied is een aantal beeldbepalende groenstructuren aanwezig gelegen rondom de sportvelden en de zone rondom de Koningin Julianastraat. Voor de identiteit en sfeer van het gebied is dit groen van belang. De kwaliteit is veelal beperkt.

Achterkantsituaties In het gebied is een aantal achterkantsituaties naar het openbaar gebied aanwezig die onwenselijk zijn. Het gaat om de achterkanten van de Jan Janssenhal en RKDEO naar de aangrenzende parkeerplaats en de achterkanten van de woningen gelegen aan de prins Bernhardstraat grenzend aan de Hagelaan. Een aantal gebouwen en complexen in het gebied hebben een achterkant naar de openbare ruimte die met zorg ontworpen is. De gebouwen oriënteren zich echter niet naar deze zijde. Het gaat om het Mercato complex, de appartementen aan de Laan van Nootdorp en de patiowoningen rondom de sportvelden aan de Meester Steenwegpad en meester Overtoompad. Wandvorming De wandvorming in het gebied is veelal gekoppeld aan de straten. De Laan van Nootdorp is hiervan een sterk voorbeeld. Uitzondering in het gebied is het Kindcentrum Regenboog dat door de paviljoenachtige opzet van het gebouw geen duidelijke relatie heeft met de straat. Hoogte bebouwing In het gebied is een sterke verscheidenheid aan bebouwingshoogtes aanwezig. Het loopt uiteen van maximaal 6 lagen ter plaatse van het Mercato gebouw aflopend tot de één-laags bebouwing van Klauterbeer en het Kindcentrum Regenboog. Aan het plangebied grenzen grondgebonden woningen in verschillende typen. Deze zijn hoofdzakelijk 2 lagen met één kap hoog.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

9

Centrumgebied Ruimtelijk en functioneel is het centrumgebied een belangrijke zone die invloed heeft op het plangebied. Wat betreft mobiliteit is de tramhalte aan het einde van de Laan van Nootdorp een belangrijk vertrek- en aankomstpunt voor openbaar vervoer voor de bewoners van Nootdorp. Voor autoverkeer is de gratis parkeergarage onder het centrum van belang. Het plangebied hoort niet bij het centrum maar ligt wel in de invloedsfeer ervan. De ontwikkelingen die met de Gebiedsvisie beoogd worden vormen een nieuwe overgang van deze stedelijke bebouwing naar de veel kleinschaliger en rustiger woongebieden aan bijvoorbeeld de Meidoornlaan. Pleinruimtes rondom scholen en BSO Rondom de gebouwen van het Kindcentrum Regenboog, Klauterbeer en de voormalige brandweerkazerne zijn pleinruimtes aanwezig. De inrichting is functioneel, de ruimtelijke kwaliteit is matig. Met name de wandelroute langs de Hagelaan kan verbeterd worden. Ruimtelijke eenheid sportvelden Het sportpark vormt een duidelijke ruimte in het gebied. Ruimtelijk is het hoofdveld aan de zuidzijde van het sportpark gescheiden van de andere velden. De sporthal RKDEO en de Jan Janssenhal liggen min of meer centraal tussen de velden. Langzaamverkeer De langzaamverkeersroutes in het gebied zijn gekoppeld aan de wegen in het gebied. Fietsers rijden op de rijbaan.

Aan de noordzijde van Mercato is een klein stuk vrij liggend fietspad aanwezig. Wandelroutes zijn meestal trottoirs in het wegprofiel. De Omloop rondom Mercato wordt door alle verkeersdeelnemers gebruikt. 2.3

Beoogde situatie plangebied Vanuit de ruimtelijke analyse van de sterke en zwakke punten van het plangebied in relatie tot de omgeving is vervolgens de ambitie voor het gebied geformuleerd. De ambitie is vervolgens vertaald in een uitvoeringsprogramma. Ten behoeve van de gehele ontwikkeling is de Gebiedsvisie Hart van Nootdorp ontwikkeld welke in maart 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Onderdeel van de Gebiedsvisie is een Visiekaart die ingaat op de toekomstige inrichting en de daarvoor geformuleerde ambities en uitgangspunten. Deze uitgangspunten maken onderdeel uit van de regels behorende bij dit plan en zijn zo ook planologisch-juridisch gewaarborgd.

10

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Visiekaart Gebiedsvisie Hart van Nootdorp. Bron: gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2021

Het plangebied kent vier ontwikkelingskaders: 1. Locatie wonen aan de Hagelaan. 2. Locatie wonen en kindcentrum aan de Koningin Julianastraat. 3. Locatie Jan Janssensporthal. 4. Herinrichting van de openbare ruimte. 1. Locatie wonen aan de Hagelaan Deze locatie bestaat volledig uit woningbouw met circa 50 appartementen. De woningdichtheid is lager dan aan de andere zijde van de Koningin Julianastraat. De bouwhoogte loopt af van 4 bouwlagen aan de zijde van de Meidoornlaan naar 3 bouwlagen aan de zijde van de Prins Bernhardstraat. Aan de zijde van de Koningin Julianastraat is een hoogteaccent voorzien naar vijf bouwlagen.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

11

Visiekaart: wonen aan de Hagelaan. Bron: Gebiedsvisie Hart van Nootdrop, 2021

Voor de ontwikkeling van deze locatie gelden de hieronder volgende uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn ook geborgd in de regels van het bestemmingsplan: • Twee alzijdig (naar alle richtingen) georiënteerde gebouwen. • Er is een doorzicht tussen de gebouwen van de Hagelaan richting de Koningin Julianastraat. De ruimte tussen de gebouwen is groen ingericht met een langzaamverkeersverbinding. • Hoogte vier bouwlagen met een accent naar vijf bouwlagen, afbouwend naar drie lagen richting de Prins Bernhardstraat. • Het hoogteaccent van vijf lagen concentreert zich aan de zijde van de Koningin Julianastraat. • De bebouwing oriënteert zich naar de aanliggende straten en aangrenzende openbare ruimtes. • Speciale aandacht voor ligging aan nieuwe watergang aan Koningin Julianastraat. • Entrees aan de zijde van de Hagelaan. Deze zijn duidelijk herkenbaar vanaf de straat. • In de plint is plaats voor woningen, bergingen en parkeren. • De twee gebouwen zijn in uitstraling familie van elkaar. • In de gevels zijn natuurlijke elementen aanwezig zoals hout en groen. • Ruimte voor ca 50 wooneenheden.

2. Locatie wonen en kindcentrum aan de Koningin Julianastraat De beoogde invulling zal een betere aansluiting hebben op het Mercato-complex. Dit wordt primair bereikt door aan de zijde van het complex woningbouw te realiseren. Het kindcentrum wordt daar weer ten noorden van gerealiseerd. Secundair wordt eenheid in bebouwing gekregen door middel van een aflopende bouwhoogte. Het Mercatocomplex heeft 5 bouwlagen en naar mate de bebouwing dichter bij de Meidoornlaan komt zal de bouwhoogte afnemen naar maximaal 3 bouwlagen. Er zijn circa 60

12

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

appartementen voorzien. De basisschool zal 12 lokalen krijgen en de kinderopvang 3 lokalen.

Visiekaart: wonen en kindcentrum aan Koningin Julianastraat. Bron: Gebiedsvisie Hart van Nootdrop, 2021

Voor de ontwikkeling van deze locatie gelden de hieronder volgende uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn ook geborgd in de regels van het bestemmingsplan: Ruimtelijke uitgangspunten wonen: • Hoogte vijf bouwlagen, afbouwend naar drie lagen richting de Meidoornlaan. • Op een deel van het kindcentrum worden woningen gerealiseerd. • Aan de Koningin Julianastraat (zijde Mercato) is op de kop van het gebouw een accent mogelijk. • De bebouwing oriënteert zich naar de aanliggende straten en aangrenzende openbare ruimtes. • Hoofdentree aan de zijde van Mercato, deze is duidelijk herkenbaar vanaf de straat. • In de gevels zijn natuurlijke elementen aanwezig zoals hout en groen. • Ruimte voor ca 60 wooneenheden. Ruimtelijke uitgangspunten kindcentrum: • Hoogte deels twee bouwlagen. • Mogelijkheid voor dakterras aan zijde sportvelden, rekening houden met een uitbreidingsmogelijkheid van het kindcentrum. • De bebouwing oriënteert zich naar de aanliggende straten en aangrenzende openbare ruimtes. • Hoofdentree aan de zijde van de Meidoornlaan. • Deze entree is duidelijk herkenbaar vanaf de straat. • Het speelplein heeft een groene en natuurlijke uitstraling.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

13

•

In de gevels zijn natuurlijke elementen aanwezig zoals hout en groen.

3. Locatie Jan Janssensporthal De sporthal komt terug op de huidige locatie maar wordt vergroot in omvang. De rooilijn langs de Laan van Nootdorp blijft behouden waardoor de huidige zichtlijnen hun waarde behouden. De bebouwing zal circa 2.200 m2 BVO beslaan. Er zullen twee gelijke zaaldelen gerealiseerd worden van ieder 28 x 24 meter. De parkeersituatie en de verkeersontsluiting blijven ongewijzigd.

Visiekaart: nieuwe Jan Janssenhal. Bron: Gebiedsvisie Hart van Nootdrop, 2021

Voor de ontwikkeling van deze locatie gelden de hieronder volgende uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn ook geborgd in de regels van het bestemmingsplan: • Compact gebouw dat naar alle zijden georiënteerd is. • Entree aan zuid- of aan zuidoostzijde. • Het hogere zaaldeel staat aan de zijde van de sportvelden, zo ver als mogelijk van de appartementen aan de Laan van Nootdorp. • Mogelijk wordt een gedeelte van het lage deel aan de zijde van de parkeerplaatsen gebruikt voor een opbouw. • Het bouwvlak op de visiekaart is ruimer dan het programma van de sporthal voorschrijft. Binnen het bouwvlak kan met de positie van het gebouw geschoven worden. • Aan de zijde van de sportvelden is minimaal een loopruimte van vier meter aanwezig.

14

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

• •

Tussen de nieuwe Jan Janssenhal en RKDEO is circa zeven meter loopruimte aanwezig. Tussen de parkeerplaatsen en het gebouw is minimaal vier meter loopruimte.

4. Herinrichting van de openbare ruimte De herinrichting van de openbare ruimte speelt een grote rol bij het verbinden van de diverse onderdelen maar ook de leefbaarheid en beleving van het plangebied. In het ontwerp is de nodige aandacht voor de bereikbaarheid van het kindcentrum en de sporthal te voet en fiets. De Koningin Julianastraat wordt heringericht met goede en duidelijke oversteekmogelijkheden ter bevordering van de verkeersveiligheid. Langzaam verkeer fietsers Fietsers en met name schoolgaande kinderen moeten het kindcentrum en de sporthal veilig kunnen bereiken. Aan de hand van de eerdere onderzoeken waar kinderen en sporters vandaan komen is bekeken hoe de routes het meest veilig door het plangebied kunnen lopen. En daarbij wat de beste plek is voor een oversteek op de Koningin Julianastraat. Met een fietsenstalling tussen het kindcentrum en het voetbalveld wordt het fietsen op de Koningin Julianastraat door naar schoolgaande kinderen grotendeels voorkomen. Langzaam verkeer voetgangers De routes voor voetgangers zijn duidelijk en maken gebruik van de voetpaden langs wegen en door groene ruimtes in het plangebied. Een aantrekkelijke wandelroute door het plangebied verbindt de bestaande voetpaden in het aangrenzende gebied met elkaar.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

15

Structuurkaart: langzaam verkeer. Bron: Gebiedsvisie Hart van Nootdorp, 2021

Groen en water Rondom de bebouwing wordt een groene inrichting nagestreefd met zowel ruimte voor natuurwaarden en biodiversiteit als voor verblijf. Een eerste inventarisatie laat zien dat de kwaliteit van het groen en bomen in het plangebied over het algemeen niet zo hoog is. Waar mogelijk blijven bestaande waardevolle bomen behouden. Verder biedt het de kans voor nieuwe inrichting met kwalitatief beter en goed te beheren groen. In de omgeving zijn wel kwalitatief belangrijke groenzones te vinden. Het betreft hier de bomenrijen langs de sportvelden langs de Meidoornlaan en langs de Markt.

16

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Structuurkaart: water en groen. Bron: Gebiedsvisie Hart van Nootdorp, 2021

2.4

Parkeren & verkeer

2.4.1 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Op 29 januari 2015 heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp de nota Parkeernormen 2012 (gewijzigde versie uit 2015) vastgesteld. Hieronder wordt ingegaan op de parkeerbehoefte die ontstaat door de beoogde ontwikkeling en de wijze waarop hierin wordt voorzien.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

17

Parkeren locatie wonen aan de Hagelaan Op deze locatie zijn ca 50 wooneenheden in gestapelde vorm beoogd. Dit resulteert in een behoefte van: • 50 wooneenheden (25% hogere norm): 72 parkeerplaatsen. Van deze 72 benodigde parkeerplaatsen worden er 50 parkeerplaatsen gerealiseerd onder het te realiseren gebouw. De overige parkeerplaatsen worden gerealiseerd in de openbare ruimte. In de openbare ruimte komen in totaal 39 parkeerplaatsen. Hierbij is voorzien in de vervanging van 6 bestaande parkeerplaatsen langs de Hagelaan nabij de Koningin Julianastraat. Deze parkeerplaatsen zijn dag en nacht in gebruik. Dit in tegenstelling tot het parkeerterrein (21 parkeerplaatsen) aan de achterzijde van de Regenboog welke enkel tijdens schooltijden in gebruik zijn. Daarmee is, rekening houdend met dubbelgebruik en er is voldoende parkeercapaciteit voor de verschillende functies alhier. Het openbare parkeerterrein aan de zijde van het woonzorgcomplex Veenhage heeft zijn piekmoment in de ochtend. In de middaguren neemt daar de parkeerdruk af. De huidige parkeerplaatsen langs de Koningin Julianastraat en bij de voormalige brandweerkazerne worden momenteel ook nog gebruikt. Deze auto’s vinden in de nieuwe situatie een plaats op de parkeervoorzieningen van de nieuwe appartementen en langs de Meidoornlaan.

Parkeren locatie wonen en kindcentrum aan de Koningin Julianastraat Ten aanzien van deze locatie gelden verschillende parkeernormen voor het wonen en het kindcentrum. De parkeerbehoefte voor het wonen is gebaseerd op 60 wooneenheden in de sociale sector. Hiervoor geldt op basis van de nota Parkeernormen 2012 (gewijzigde versie uit 2015) een norm van 1,2 parkeerplaatsen per wooneenheid. Hiervan dienen in totaal 0,3 parkeerplaatsen per wooneenheid voor bezoekersparkeren gereserveerd te worden. De totale parkeerbehoefte komt daarmee uit op 72 parkeerplaatsen waarvan 18 parkeerplaatsen openbaar moeten zijn. De parkeerbehoefte wordt opgevangen door in het Mercato-complex 60 parkeerplaatsen voor de bewoners beschikbaar te stellen. Verder wordt een parkeerterrein binnen het plan gerealiseerd met 25 parkeerplaatsen aangelegd. In totaal worden dus 85 parkeerplaatsen voor de nieuwbouw gerealiseerd en wordt voldaan aan de parkeernorm. Voor het kindcentrum is de parkeerbehoefte mede gebaseerd op het aantal lokalen en het aantal scholieren. De vraag is als volgt opgebouwd: 1. voor de basisschool geldt een norm van 0,75 parkeerplaatsen per lokaal. 2. voor het kinderdagverblijf geldt een norm van 0,7 parkeerplaatsen per medewerker. 3. voor overige personeelsleden geldt een norm van 0,7 parkeerplaatsen per medewerker.

Het bovenstaande vertaald zich in de volgende parkeerbehoefte: ad 1: 9 parkeerplaatsen ad 2: peuterspeelzaal, één groep, 2 medewerkers is 1,4 parkeerplaatsen kinderdagverblijf, twee groepen met 6 medewerkers is 4,2 parkeerplaatsen.

18

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

ad 3: voor in totaal 4 overige medewerkers, 2,8 parkeerplaatsen. De totale behoefte aan parkeerplaatsen voor het kindcentrum komt daarmee uit op 17,4 parkeerplaatsen. Voor de medewerkers worden in totaal 18 parkeerplaatsen gereserveerd in het Mercato-complex zodat voldaan wordt aan de parkeerbehoefte van het kindcentrum ten aanzien van haar medewerkers. Naast de medewerkers ontstaat er ook parkeerdruk als gevolg van het halen en brengen van de kinderen. Door SOAB is een parkeerdruk onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. In dit onderzoek is onder andere gekeken naar het percentage van de kinderen dat met de auto gebracht en gehaald wordt. Hieronder is in tabelvorm het resultaat weergegeven.

Halen en brengen per auto. Bron: SOAB, 2020

Op deze tabel moet wel een correctie doorgevoerd worden. Op basis van de laatste gegevens (mei 2021) komen op het kinderdagverblijf in totaal 48 kinderen. Het aantal ‘Haal en breng plaasen’ wordt daarmee niet 4,9 maar 5.9 plaatsen. Deze berekening laat zien dat op de piekmomenten er 31 parkeerplaatsen nodig zijn voor het halen en brengen. Voor het halen en brengen zijn de volgende locaties voorzien: • Langs de Meidoornlaan zijn 25 parkeerplaatsen beschikbaar. • de zoen- en zoefstrook biedt opstelruimte voor 5 auto’s in de haalperiode en 10 auto’s in de brengperiode. Bij haalmomenten is de efficiëntie lager omdat dan gewacht moet worden op het op te halen kind, dit levert een opstopping op in de opstelruimte. Bij het wegbrengen hoeft enkel het kind uit te stappen waarna de ouder verder kan rijden. • Parkeren op het nieuwe parkeerterrein (39 plaatsen) aan de Hagelaan. Van deze plaatsen wordt, gezien de capaciteit op de Meidoornlaan en de Zoen en Zoef opstelruimte, één parkeerplaats meegerekend voor het halen en brengen van kinderen van het Kindcentrum. Het is wel te verwachten dat dit parkeerterrein meer dan deze enkele plaats gebruikt gaat worden omdat de locatie qua verkeer rustiger

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

19

is. Hierdoor is het aantrekkelijk om hier met je kind uit te stappen en naar school te lopen en omgekeerd. Dit kan er toe leiden dat rond het halen en brengen tijdelijk de parkeerplaatsen aan de Hagelaan allemaal bezet zijn. Het is de verwachting dat hierdoor minder gebruik gemaakt zal gaan worden van de parkeerplaatsen aan de Meidoornlaan.

Structuurkaart: verkeer en parkeren. Bron: Gebiedsvisie Hart van Nootdorp, 2021

Parkeren Jan Janssenhal Door SOAB is een parkeerdruk onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Het onderzoek heeft zich onder andere gericht op de parkeerdruk bij de Jan Jansenhal en sporthal RKDEO. Onderzocht is de bezetting van het parkeerterrein doordeweeks en op zaterdag. in de direct omgeving van de Jan Jansenhal en sporthal RKDEO zijn 334 tot 355 parkeerplaatsen aanwezig. Uit het onderzoek blijkt dat doordeweeks het parkeerterrein een bezettingsgraad heeft van 68% en op zaterdag 94%. Het oppervlak neemt toe van 1.150 m2 naar 2.200 m2 bvo. Rondom de Jan Janssenhal zijn twee piekmomenten qua parkeren. De vrijdagavondpiek wordt veroorzaakt door de gebruikers van de Jan Janssenhal zelf. Er wordt dan gevolleybald voor de competitie en er zijn bezoekende partijen uit de regio. Omdat op vrijdagavond er niet gevoetbald wordt bij RKDEO is er geen parkeerprobleem op de vrijdagavond.

20

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Op zaterdagochtend wordt er wel gevoetbald bij RKDEO en dan vooral door de jongere jeugd. Dit brengt een hoge parkeerdruk met zich mee. Op de zaterdagochtend wordt in de Jan Janssenhal recreatief badminton gespeeld. Deze gebruikers zijn lokaal en komen veelal met de fiets. Op het drukste moment zijn er nog 19 parkeerplaatsen beschikbaar. Op het piekmoment heeft dit een toename van de parkeerbehoefte van 31 parkeerplaatsen tot gevolg. Het onderhavig voornemen voorziet in vijf extra parkeerplaatsen aan de Sportparkweg. Daarmee zijn 24 van de 31 theoretisch benodigde parkeerplaatsen beschikbaar. En gezien het lage gebruik van de auto door gebruikers van de Jan Janssenhal op zaterdagochtend is dat voldoende om overlast vanuit die gebruikers in de omgeving te voorkomen. Algemeen Om daadwerkelijk te borgen dat voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig de parkeernota wordt in de regels van het bestemmingsplan, waarmee onderhavig planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk wordt gemaakt, een dynamische parkeerregeling opgenomen. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ zal concreet inzichtelijk moeten worden gemaakt waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd en wat de concrete parkeereis bedraagt. Het gemeentelijke parkeerbeleid vormt hiervoor een rechtstreeks toetsingskader.

Conclusie Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in de regels.

2.4.2 Verkeer De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de oorspronkelijke structuren: de Koningin Julianastraat Meidoornlaan en de Laan van Nootdorp. Het plangebied wordt geheel ingericht als 30km/uur gebied. Het plan voorziet niet in de aanleg van nieuwe wegen. Het onderzoek van SOAB (zie bijlage 1) heeft onderzocht op welke wijze scholieren van en naar het Kindscentrum komen en of dit nog knelpunten oplevert die aandacht behoeven bij het stedenbouwkundig ontwerp/inrichting van de openbare ruimte. Voor zover betrekking hebbende op het plangebied wordt met name de Koningin Julianastraat en de kruising Meiddoornlaan-Koningin Julianastraat genoemd als knelpunten. Beiden zullen worden heringericht in die zin dat het oversteken van deze wegen voor fietsers en voetgangers eenvoudiger en veiliger zal worden gemaakt. Naast het oversteken van de Koningin Julianastraat blijkt het afzetten van kinderen door ouders een belangrijk punt van aandacht. Uit het onderzoek blijkt dat bij slecht weer meer ouders hun kinderen met de auto brengen. Auto’s keren hierbij nogal eens op de Koningin Julianastraat. Ook de snelheid van het autoverkeer op de Koningin Julianastraat wordt genoemd als knelpunt.

Om dit punt eenvoudiger te maken wordt aan de Koningin Julianastraat een toegewijde ‘zoen & zoef’ strook ingericht in combinatie met een kortparkeermogelijkheid aan de Hagelaan en aan de Meidoornlaan (zie ook paragraaf 2.4.1). Naast de bovengenoemde maatregelen worden de voet- en

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

21

fietspaden heringericht en fijnmaziger gemaakt. Fietsroutes zijn in principe gecombineerd met de auto-ontsluiting.

Impressie: oversteekpunten. Bron: Gebiedsvisie Hart van Nootdorp, 2021

Met de komst van 110 nieuwe woningen neemt het verkeer op de Kon. Julianastraat toe. Volgens de verkeersgeneratiegegevens van het CROW genereert elke woning op deze locatie 5 motorvoertuigbewegingen per dag. In totaal zijn dat 550 extra voertuigbewegingen in verband met de woningen. Het kinderdagverblijf genereert met een oppervlak van 389 m2 bvo 129 motorvoertuigbewegingen per dag. Qua oppervlakte is dat een vermindering van de huidige situatie maar qua gebruik niet. Het CROW heeft geen verkeersgeneratie kencijfers voor basisonderwijs. Op basis van de parkeernormen en de cijfers van het halen en brengen kan een inschatting worden gemaakt. Er wordt verwacht dat het kindcentrum rond de 150 motorvoertuigbewegingen per dag zal gaan genereren. Dat is een verdubbeling ten opzichte van de huidige bewegingen. Dit is een aannemelijke verwachting aangezien in de huidige stiuatie slechts de helft van de school is gevestigd in het plangebied. Daarmee komt het aantal motorvoertuigbewegingen uit op 829 per dag. Hiervan is 625 een toename ten opzichte van huidige situatie. Met een huidige intensiteit van 3.133 motorvoertuigen per dag op de Koningin Julianastraat ter hoogte van het plangebied is 625 bewegingen een toename van 20%.

Het totaal van 3.758 motorvoertuigbewegingen is voor een 30 km/h-ontsluitingsweg acceptabel, de Koningin Julianastraat vervult hier niet de functie van een woonstraat.

22

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

De toekomstige verkeersgeneratie van de sporthal bedraagt 63 motorvoertuigen per dag. Dit aantal heeft geen wezenlijke invloed op de verkeersafwikkeling en -veiligheid in het gebied. Het meest drukke moment, de zaterdagochtend, vindt zijn oorzaak in de sporters en hun ouders van het buiten het plangebied gelegen sportterrein/hal RKDEO.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

23

3

BELEIDSKADER

3.1

Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.

Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet

24

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst.

3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van de radarstations op de locaties Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen geen

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

25

bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan worden geen windturbines mogelijk gemaakt en ook geen nieuwe bebouwing boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen. Vanuit het radarstation Woensdrecht gelden eveneens geen belemmeringen nu de maximale bouwhoogte 113 meter bedraagt voor alle bouwwerken. Deze bouwhoogte wordt niet bereikt met onderhavig planvoornemen.

Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht en Herwijnen. Met de rode aanwijzer wordt Pijnacker aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan 26

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast.

Beoordeling en conclusie In de Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 1 augusts 2020) van de provincie Zuid-Holland is, conform het Bro, de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 6.10 als verplicht te doorlopen 'stappenschema' ter onderbouwing van stedelijke ontwikkelingen. In paragraaf 3.3.2 wordt hier nader op ingegaan. 3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Toetsingskader Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland in werking getreden. De Omgevingsvisie maakt deel uit van het nieuwe Omgevingsbeleid, waarin de provincie voorsorteert op de Omgevingswet. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Ten opzichte van de Visie ruimte en mobiliteit (dat van toepassing was tot 1 april 2019) is het beleid alleen redactioneel gewijzigd. De beleidsinhoud in het nieuwe Omgevingsbeleid is niet veranderd. De provincie formuleert zes ambities voor de fysieke leefomgeving, namelijk: • naar een klimaatbestendige delta; • naar een nieuwe economie: the next level; • naar een levendige meerkernige metropool; • energievernieuwing; • beste bereikbare provincie; • gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid).

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

27

De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk. De kwaliteitskaart en de richtpunten gevenrichting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied De provincie wil de bebouwde ruimte beter benutten. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren.

Dit vertaald zich door gezamenlijk met de steden een fijnmazig groenblauw recreatief netwerk van groenblauwe schoolpleinen, groenblauwe daken, groenblauwe winkelcentra, groenblauwe bedrijfsterreinen en parken. Met de inzet voor beter benutten van de bebouwde ruimte volgt de provincie ontwikkelingen in de maatschappelijke behoefte. De vraag naar wonen en werken in of rond stads- en dorpscentra neemt toe. Die vraag verandert ook van karakter. Mede door technologische ontwikkelingen vervaagt de strikte scheiding tussen wonen en werken. Ruimtelijk staat daarom functiescheiding niet langer centraal. De onderbouwing conform de Ladder voor duurzame verstedelijking vormt een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van regionale visies. Als het plan qua regionale behoefteraming past in een actuele regionale visie die de instemming heeft van Gedeputeerde Staten, kan daarnaar worden verwezen bij de beschrijving van de behoefte als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Zie hiervoor paragraaf 3.3.2. Nieuwe verstedelijking moet passen past in regionale visies en de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit en andere in de visie en verordening aangegeven ruimtelijke kaders.

Kwaliteitskaarten Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor aardkundige en archeologische waarden, (het gebruiken van) de bestaande bodem, reliëf en het watersysteem, de natuurlijke dynamiek en landschapsvormende processen, mede met het oog op het versterken van de toekomstwaarde van Zuid-Holland. Deze aandacht betaalt zich terug in een duurzame, veerkrachtige en robuuste provincie.

28

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Kwaliteitskaart: Laag van de stedelijke occupatie. Het plangebied is met rode contour aangeduid. Bron: Provincie Zuid-Holland, 2020.

Voor de onderhavige ontwikkeling is de ‘Laag van de stedelijke occupatie’ kaderstellend. Voor de dorpen zoals Nootdorp richt het provinciale kwaliteitsbeleid zich op het ontwikkelen van zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Richtpunten: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. • Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt.

• Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. • Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

29

Beoordeling en conclusie De onderhavige ontwikkeling vindt plaats in het hart van Nootdorp. De ontwikkeling versterkt de structuur van het hart van Nootdorp door het herstructureren van een gebied dat nu grotendeels ingevuld is met een aantal losse objecten (brandweer, peuterspeelzaal en kindcentrum). De ontwikkeling brengt nieuwe samenhang in bebouwing waardoor het ruimtelijk beeld versterkt wordt. Naast het versterken van de stedenbouwkundige structuur wordt ook de openbare ruimte geherstructureerd. Hierbij is aandacht voor het fiets- en voetgangersnetwerk en de groene en blauwe infrastructuur. De beoogde ontwikkeling sluit daarmee aan op de Omgevingsvisie ZuidHolland.

3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Toetsingskader De Omgevingsverordening Zuid-Holland is samen met de Omgevingsvisie op 1 april 2019 in werking getreden. Op 1 augustus 2020 is een geconsolideerde versie gepubliceerd. De verordening bevat juridische doorwerking van het visiedeel van het Omgevingsbeleid en bevat regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. Voor de onderhavige locatie zijn de volgende artikelen relevant. Ruimtelijke kwaliteit De Omgevingsverordening hanteert een regeling voor ruimtelijke kwaliteit waaraan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen. Artikel 6.9 van de Omgevingsverordening stelt daaromtrent het volgende: Lid 1 Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: • de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); • als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii.

het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; • als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.

30

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Lid 2 Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën a. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien ineen ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder b en c gestelde voorwaarden; b. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien ineen ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programmaruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden.

Lid 4 Beeldkwaliteitsparagraaf Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn, of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. Stedelijke ontwikkelingen De Omgevingsverordening hanteert een regeling voor stedelijke ontwikkelingen. Artikel 6.10 van de Omgevingsverordening stelt daaromtrent het volgende: 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoetaan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stadsen dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectarenodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2.

Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

31

32

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Beoordeling Ruimtelijke kwaliteit De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft een herstructurering van diverse maatschappelijke functies in een overwegend woningbouwlocatie. Direct nabij de woningbouw wordt een kindcentrum gerealiseerd. In voorbereiding op de plannen is een Gebiedsvisie Hart van Nootdorp opgesteld. Deze Gebiedsvisie beschrijft de huidige kwaliteiten en geeft aan waar ruimtelijke kwaliteit wordt toegevoegd. De gebiedsvisie is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting en dient als leidraad voor het stedenbouwkundig ontwerp voor het plangebied. In de regels is als bijlage 2 ‘Ruimtelijke uitgangspunten Hart van Nootdorp’ opgenomen. De toekomstige (bouw)plannen dienen aan deze uitgangspunten getoetst te worden. Stedelijke ontwikkelingen De locatie ‘Hart van Nootdorp’ valt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) van het ruimtelijk beleid van de provincie Zuid-Holland. Het project is in de regionale woningbouwprogrammering opgenomen. Daar de ontwikkeling reeds is opgenomen heeft de kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling van de ontwikkeling in het kader van de Ladder duurzame verstedelijking al plaatsgevonden en is de ontwikkeling in overeenstemming met de Ladder en daarmee artikel 3.1.6 Bro. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de provinciale Omgevingsverordening. 3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Regionale Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017-2021 Toetsingskader Op 16 april 2008 heeft het algemeen bestuur van het Stadsgewest Haaglanden het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (hierna: RSP) vastgesteld. Het RSP is een integraal plan voor: • de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden; • het kader voor het regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie; • lokale plannen, zoals bestemmingsplannen. Het RSP kijkt naar 2020 (met een doorkijk naar 2030) en omvat de grote lijnen voor de ambities en ontwikkelingen op verschillende terreinen maar met name de woningbouwopgave in de regio. Aan de hand van een gezamenlijk woningbouwprogramma willen de regiogemeenten zo goed en efficiënt mogelijk inspelen op zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woningbehoeften van de regio Haaglanden. Een vast uitgangspunt daarbij is het zoveel mogelijk realiseren van de woonopgaven binnen bestaande stedelijke gebieden. Dit omwille van het in stand kunnen houden van de specifieke groene en blauwe kwaliteiten van de regio, die in belangrijke mate bijdragen aan het prettige woonklimaat van Haaglanden. Beoordeling en conclusie De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft het kader van de Regionale woonvisie benut om haar eigen woonvisie op te stellen. In de gemeentelijke woningbouwvisie wordt het

Bestemmingsplan “Hart van Nootdorp” te Nootdorp

33

regionale kader uitgewerkt naar lokale kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Zie paragraaf 3.5.3 voor de gemeente Woonvisie Pijnacker-Nootdorp 2020-2030.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Toekomstvisie Pijnacker-Nootdorp 2040 Toetsingskader Op 26 juni 2012 heeft de gemeenteraad de Visie op de toekomst van PijnackerNootdorp vastgesteld. In deze visie wordt een eenduidige en consistente koers voor Pijnacker-Nootdorp uitgezet met oog voor de omgeving en de rol van de gemeente. De nieuwe toekomstvisie laat zien wat voor gemeente Pijnacker-Nootdorp wil zijn, waar zij met haar ontwikkeling heen wil en welke rol zij daarbij pakt. Pijnacker-Nootdorp is een herkenbare gemeente in een landelijke omgeving waar de stad nooit ver weg is. Een gemeente die in de regio een uniek woonmilieu wil bieden, met het groen buitengebied meerwaarde geeft en met de glastuinbouw de economie versterkt. Een gemeente die in drie woonkernen de basisvoorzieningen voor leefbare kernen garandeert, bewoners en ondernemers uitnodigt en faciliteert om maatschappelijk initiatief te ontplooien en waar nodig de regie oppakt om een vangnet te bieden en/of noodzakelijke ontwikkelingen in gang te zetten. Met de visie op de toekomst verschuift de centrale ruimtelijke opgave van kwantiteit naar kwaliteit en van groei naar beheer, waarbij de rol van de gemeente in de ruimtelijke ontwikkeling verandert en nog meer varieert. Binnen de ruimtelijke kaders moeten de komende decennia ruimtelijke kwaliteitsverbeteringen tot stand komen die passen bij de eigenheid van en visie op Pijnacker-Nootdorp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10151966/1