bijlage 1a - Participatieverslag ontwerp Omgevingsvisie en planMER, oktober 2021 (1)
Tekst van het document
Participatieverslag Ontwerp Omgevingsvisie en planMER Samenvatting en beantwoording van zienswijzen
Pagina 1
November 2021
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4.
4.1 Onderzoekslocatie Delfgauw 4.2 Reflectieverhaal ontwerp Omgevingsvisie 4.3 Burgerinitiatief Visie op groen
5.
6.4.1 uitbreiding van de woningvoorraad 6.4.2 Bouwtempo en ontwikkelvolgorde 6.4.3 woningtypes 6.4.4 de Dokter W. van der Horstlaan
Inleiding Communicatieaanpak en resultaten Samenvatting Thematische beantwoording van zienswijzen
6.5 een gezonde en veilige leefomgeving 6.5.1 Veiligheid 6.5.2 gezond en inclusief
7.
Zienswijzen ontwikkelingslijn 1: Onderscheidend groen
7.1 Vitale bedrijven, complementair aan de regio 7.1.1 (Binnen) De contouren van de duurzame glastuinbouwgebieden 7.1.2 Kansen voor de glastuinbouw 7.1.3 Huisvesting arbeidsmigranten 7.1.4 Ruimte voor cumelabedrijven in Pijnacker-Nootdorp 7.1.5 Bedrijventerreinen
5.1 een aantrekkelijk groen landschap 5.1.1 beschermen van en niet bouwen in het groen 5.1.2 ruimte voor ruimte 5.1.3 uitbreiden van het groen 5.1.4 natuurbegraafplaats in recreatiegebied Ruyven 5.1.5 beleven van het landschap 5.1.6 groen in de kernen 5.1.7 water in de Omgevingsvisie
7.2 Gezonde arbeidsmarkt en voldoende regionale werkgelegenheid 7.2.1 ZZP-ers, ontmoeten en horeca 7.2.2 Werkgelegenheid en gemengde economie
5.2 een aantrekkelijke, groene (openbare) ruimte 5.3 een beweegvriendelijke groene ruimte 5.3.1 uitbreidingsruimte voor sport 5.3.2 ruimte voor wandelen en fietsen 5.3.3 toegankelijkheid voor ouderen
5.4 een gezond ecosysteem met een hoge biodiversiteit 5.4.1 netto versterking van ecologie en biodiversiteit 5.4.2 overlast van dieren 5.4.3. ecologische verbindingen concreet aangeven 5.4.4 groene verbindingen, ecologie en glastuinbouw
6.
Zienswijzen ontwikkelingslijn 2: karakteristieke woon- en leefomgeving 6.1 een herkenbare woonomgeving 6.1.1 Identiteit van Pijnacker-Nootdorp
6.2 een hechte gemeenschap 6.2.1 levendige centra 6.2.2 maatschappelijke voorzieningen
6.3 een goede lokale en regionale bereikbaarheid 6.3.1 Drukke wegen 6.3.2 openbaar vervoer 6.3.3 elektrisch rijden en laadpalen 6.3.4 autoluwe straten
6.4 een evenwichtige woningvoorraad
Pagina 2
Zienswijzen ontwikkelingslijn 3: aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat
7.3 Duurzaam en circulair ondernemen 7.3.1 Realisatie duurzaamheidsambities
8.
Zienswijzen ontwikkelingslijn 4: veerkrachtige leefomgeving 8.1 een duurzame gemeente 8.1.1 reacties op de energiemix 8.1.2 de inpassing van zonne-energie in de glastuinbouwgebieden 8.1.3 energietransitie in oudere wijken en de gevolgen van aardgasvrij 8.1.4 Vragen over windenergie in Pijnacker-Nootdorp 8.1.5 Ideeën voor aanvullingen van de energiemix 8.1.6 hoe gaan we de emissie van stikstof en CO₂ verlagen?
8.2 een klimaatbestendige gemeente 8.2.1 bewustwording en samenwerking
8.3 een goede omgevingskwaliteit 8.3.1. licht en donker 8.3.2 geluid en luchtkwaliteit 8.3.3 waterkwaliteit 8.3.4 bodemkwaliteit 8.3.5 milieuzoneringen
9.
Zienswijzen gebiedsprofielen 9.1 functiemenging in de kern 9.2 ecologie en biodiversiteit in verschillende gebiedsprofielen 9.3 moderne bedrijvenparken of functionele bedrijvenparken
10. Zienswijzen algemeen 10.1 Onderwerpen die gemist worden in de Omgevingsvisie 10.1.1 Delfgauw mist in de beelden 10.1.2 ambitie 10.1.3 de gemeentegrenzen worden niet ter discussie gesteld 10.1.4 monitoring en evaluatie 10.1.5 aanvulling en verduidelijking van de kaarten in de Omgevingsvisie
10.2 De uitvoering van de Omgevingsvisie 10.2.1 uitwerking van de Omgevingsvisie naar omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen 10.2.2 de rol van de gemeente bij de uitvoering van de Omgevingsvisie 10.2.3 participatie nu en straks 10.3.4. Complimenten
11. Staat van wijzigingen 12. Zienswijzen planMER 12.1 Benutting van energie en de kosten van energie 12.2 Windenergie 12.3 Afval zonnepanelen 12.4 verkeersafwikkeling, - veiligheid en geluid 12.5 beoordeling en effecten 12.6 beoordeling aantal m2 groen per inwoner 12.7 groenstrook Emerald ontbreekt in het planMER 12.8 Advies van de commissie m.e.r 12.8.1 alternatievenonderzoek 12.8.2 klimaat, energie en circulariteit 12.8.3 landschap, cultuurhistorie en natuur 12.8.4 monitoring en evaluatie 12.8.5 sociale inclusiviteit en verbondenheid
Bijlage 1: overzicht ontvangen zienswijzen met index Bijlage 2: addendum planMER
1. Inleiding Voor u ligt het tweede Participatieverslag over de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050. Hierin vindt u de samenvatting van alle ingediende zienswijzen op het ontwerp van de Omgevingsvisie en het bijbehorende planMER. De zienswijzen zijn het antwoord van de samenleving op de vraag van de gemeente(raad) of het ontwerp van de Omgevingsvisie aantrekkelijk, herkenbaar en uitnodigend is. Wat hebben we veel reacties mogen ontvangen! Maar liefst 300 mensen en organisaties hebben hun zienswijze toegestuurd. Daar zijn we heel blij mee en we willen dan ook van de gelegenheid gebruik maken om iedereen te bedanken voor zijn of haar bijdrage. Het ontwerp van de Omgevingsvisie en het bijbehorende planMER heeft vanaf 3 juni tot en met 14 juli ter inzage gelegen. Helaas was het op dat moment nog niet mogelijk om fysieke bijeenkomsten te organiseren. Om toch zoveel mogelijk mensen te attenderen op de mogelijkheid om hun mening kenbaar te maken hebben we verschillende digitale en analoge communicatiemiddelen ingezet. Denk daarbij aan borden langs de weg, kaarten in de brievenbus,
Pagina 3
een pagina in de Telstar en natuurlijk social media. In hoofdstuk 1 staat op welke wijze we de communicatie hebben aangepakt. Hier vindt u ook meer informatie over de bezoekersaantallen aan het digitale Panorama 2050. Het is fijn om te zien dat er meer mensen hebben gekeken naar het Panorama 2050 dan naar het Panorama 2020. Ook het aantal zienswijzen is een aanwijzing dat er veel mensen en organisaties zijn die het ontwerp van de Omgevingsvisie hebben gelezen en hun reactie kenbaar hebben gemaakt. Het Participatieverslag is op dezelfde manier opgebouwd als (het ontwerp van) de Omgevingsvisie. Dat betekent dat de vier ontwikkelingslijnen en daarbij behorende ambities en doelstellingen centraal staan. Alle zienswijzen gaan over een ontwikkelingslijn zijn bij elkaar gezet in hoofdstuk 5 tot en met 8. Daardoor is het voor de lezer in één keer duidelijk hoeveel reacties er zijn ontvangen op een ontwikkelingslijn. Ook is zichtbaar welke reacties zijn gegeven op een bepaalde ambitie in een ontwikkelingslijn en wat de strekking is van deze reacties. Eronder staat het antwoord van de gemeente en is weergeven of en hoe dit heeft geleid tot aanpassing van de
Omgevingsvisie. Daarnaast hebben we ook zienswijzen gekregen waarvoor we in deze opzet geen passende plek konden vinden. Bijvoorbeeld omdat de zienswijze gaat over een aanduiding op de kaart of omdat de zienswijze een geheel andere opzet van de Omgevingsvisie beoogt. Deze zienswijzen vindt u terug in hoofdstuk 4. Aan het planMER hebben we een apart hoofdstuk gewijd. Dat is hoofdstuk 11. Heeft u geen tijd om het hele document te lezen? Lees dan de samenvatting in hoofdstuk 3 in combinatie met de Staat van Wijzigingen in hoofdstuk 9. Bent u alleen benieuwd naar het antwoord op uw eigen zienswijze? Kijk dan in de lijst van zienswijzen aan het eind van het Participatieverslag, daar vindt u op welke pagina’s delen van uw zienswijze aan de orde komen. De ter inzage legging van het ontwerp van de Omgevingsvisie en het bijbehorende planMER was de één na laatste stap in een proces van bijna twee jaar. Het is ook gelijk de voorbereiding op de laatste stap: de vaststelling door de gemeenteraad. Daarna gaan we met elkaar aan de slag met de uitvoering!
2. Hoe hebben we de communicatie aangepakt en wat zijn daarvan de resultaten? Wat hebben we gedaan? Het ontwerp van de Omgevingsvisie wilden we graag onder de aandacht brengen van zoveel mogelijk inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) partners. Onze insteek was en is dat iedereen mee moet kunnen denken en doen. Daarom hebben we een visueel en toegankelijk Panorama Pijnacker-Nootdorp 2050 gemaakt dat de Omgevingsvisie verbeeldt. Dit is door middel van de gebiedsprofielen verwerkt in het ontwerp van de Omgevingsvisie. De communicatie is breed ingezet met een toegankelijk palet aan communicatiemiddelen, passend bij de maatregelen rondom corona. Hieronder ziet u op welke wijze we hebben gecommuniceerd. Online Panorama Pijnacker-Nootdorp Het ontwerp van de Omgevingsvisie is verbeeld een Panorama PijnackerNootdorp 2050, zodat inwoners en belanghebbenden letterlijk een beeld mee kunnen geven voor de toekomst. Tekst en beeld zijn met elkaar verbonden, zodat het één het ander kan verduidelijken. Via het online panorama konden inwoners via een zienswijze aangeven of de visie herkenbaar, uitnodigend en compleet is.
Pagina 4
Themapagina en artikelen in de Gemeenteberichten in Telstar De themapagina beschrijft kort de inhoud van de visie, linkt naar het online panorama en kondigt de zienswijzeprocedure en de informatieavond aan. Webpagina gemeente Via de webpagina van de gemeente is verwezen we naar het ontwerp van de Omgevingsvisie, het online panorama en de mogelijkheid om digitaal, schriftelijk of mondeling een zienswijze in te dienen. Ansichtkaart in de brievenbus Ook nu zijn we alle inwoners persoonlijk uitgenodigd om het ontwerp van de Omgevingsvisie te bekijken en hier op de reageren door een ansichtkaart in de brievenbus. Posters langs de weg Via posters in de posterborden langs de weg, is aandacht aan besteed aan het ontwerp van de Omgevingsvisie, met een link naar de website www.panoramapn.nl
Digitale presentaties inwoners Via een digitale presentatie hebben we op 22 juni 2020 inwoners een toelichting gegeven op de visie met een mogelijkheid tot het stellen van vragen via de chat.
Digitale uitnodiging Via Facebook en Twitter is de samenleving met een (betaalde) advertentie uitgenodigd het ontwerp van de Omgevingsvisie te bekijken.
Wat zijn de resultaten? Het bezoek aan de website www.panoramapn.nl is cijfermatig goed in beeld te brengen. In totaal zijn er in de periode dat het ontwerp van de Omgevingsvisie en het bijbehorend planMER ter inzage lagen (3 juni tot en met 14 juli) 4428 unieke bezoekers geweest en is de pagina 5259 keer weergegeven. Bezoekers van de website hebben de tijd genomen om even rond te kijken. Gemiddeld is een bezoeker 2 minuten en 29 seconden op de pagina gebleven. Wanneer we kijken naar het verloop van de bezoekersaantallen dan zien we dat vanaf het moment dat de themapagina in de Telstar stond, de eerste bezoekers zich hebben gemeld. Een piek in het aantal bezoekers ontstaat wanneer de posters langs de weg staan en de ansichtkaarten in Nootdorp bezorgd zijn. In het eerste deel van de campagne is de website het meest bezocht. Toen zijn er 3700 bezoekers geweest. De piek in het
Pagina 5
aantal bezoekers loopt van 10 juni (726 bezoekers) tot en met 17 juni (250 bezoekers). Daarna loopt het aantal bezoekers langzaam af naar regulier bezoek. Het hoogtepunt van het aantal bezoekers valt ook samen met de periode waarin we als gemeente op veel verschillende manieren hebben gecommuniceerd. Ongeveer 66% van de bezoekers komt direct op de website www.panoramapn.nl terecht. Dat is inclusief bezoekers die via Google of een andere zoekmachine de pagina hebben gevonden. Ook Facebook heeft een aanzienlijk aandeel in het aantal bezoekers gehad. Ongeveer 35% van de bezoekers is via Facebook op het panorama terechtgekomen. Ook de kaart heeft daarbij een rol gespeeld. Aan het eind van de periode van zes weken wordt de website door gemiddeld 30 bezoekers per dag bezocht. Het effect van een losse advertentie in de gemeenteberichten leidt in
deze fase niet meer tot een zichtbare verandering in de bezoekersaantallen. De pagina wordt niet veel meer bekeken dan daarvoor. Aan eind van de periode van ter inzage legging zien we dat de bezoekersaantallen net weer wat stijgen. Dat komt deels door de aandacht die via een handtekeningenactie, een Facebookpagina en de lokale media wordt gegeven aan inwoners van Emerald die bezorgd zijn over het groene gebied langs de A13 dat is aangewezen als onderzoekslocatie. De bezoekerscijfers zijn hieronder in beeld gebracht. Conclusie Op basis van het aantal bezoekers en de pieken in bezoekersaantallen na een actie van de gemeente (toename gemiddeld aantal bezoekers met circa 30 per dag) kan worden gesteld dat deze combinatie van communicatiemiddelen succesvol is geweest in het bereiken van inwoners.
Bezoekers website www.panoramapn.nl van 1 juni tot 15 juli
3. Samenvatting In mei 2021 heeft de gemeenteraad het ontwerp van de Omgevingsvisie en het bijbehorend planMER vastgesteld en vrijgegeven voor zienswijzen. Daarna hebben de stukken van 3 juni tot en met 14 juli ter inzage gelegen. We hebben op verschillende manieren de inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisatie en overheidspartijen uitgenodigd om te reageren op de stukken. Ook hebben we de commissie m.e.r. om een advies gevraagd. De cijfers laten zien dat er ongeveer 600 meer bezoekers zijn geweest aan de website www.panoramapn.nl dan in de eerste fase van het project. In totaal hebben 4428 unieke bezoekers de site bezocht en is de pagina 5259 keer weergegeven. Bezoekers van de website hebben de tijd genomen om even rond te kijken. Gemiddeld is een bezoeker 2 minuten en 29 seconden op de pagina gebleven. Met ongeveer 300 zienswijzen hebben we dan ook in deze fase weer heel veel input gekregen om de Omgevingsvisie nog beter te maken. Daar zijn we heel blij mee. Een korte samenvatting doet geen recht aan de vele en soms heel uitgebreide reacties die we hebben mogen ontvangen. Graag nodigen we u als lezer dan ook uit om dit Participatieverslag helemaal te lezen. Mocht u daar geen tijd voor hebben, dan vindt u hier een impressie van de zienswijzen.
Pagina 6
Ontwikkelingslijn 1: Onderscheidend groen Ook nu valt weer op hoe belangrijk en waardevol iedereen het groen vindt. Over het algemeen is men dan ook blij met de aandacht die in de Omgevingsvisie aan dit onderwerp wordt gegeven. Er zijn vele ideeën, voorstellen en suggesties gedaan om het groen een nog betere plek te geven door meer gedetailleerde informatie op te nemen in de Omgevingsvisie. Voorbeelden zijn het precies aangeven van het ecologisch netwerk, het beheer van het groen in en om de kernen en de relatie met de historische bebouwingslinten. Deze waardevolle suggesties zijn echter vaak te gedetailleerd om op te nemen in een Omgevingsvisie. Die gaat namelijk alleen in op de hoofdlijnen van de visie voor de hele fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Gelukkig kunnen we al deze input meenemen bij de nog op te stellen omgevingsprogramma’s. De bescherming van het groen is een ander opvallend onderwerp. Diverse partijen vragen om een harde groene contour. Dat komt straks ook duidelijk in de Omgevingsvisie te staan. Tot slot zien we dat inwoners ook begaan zijn met het groen in hun wijk. Voorbeelden daarvan zijn de zorgen over het groen langs de A13 in Emerald, de oproep om te stoppen met de verkoop van snippergroen en het vergroenen van tuinen.
Ontwikkelingslijn 2: karakteristieke kernen Het is fijn om te merken dat inwoners hier, om verschillende redenen, graag willen (blijven) wonen. De hechte gemeenschap, de groene omgeving en de goede bereikbaarheid zijn daarin belangrijk. De keerzijde is dat het vooral voor jongeren en ouderen moeilijk is om een passende en betaalbare woning te vinden. Ruimte om woningen te bouwen is er niet, die moeten we maken door herstructurering van de glastuinbouwgebieden en door het toevoegen van woningen op passende plekken in de bestaande kernen. De provincie Zuid-Holland ziet ruimte om op korte termijn te starten met de ontwikkeling van Dwarskade in Nootdorp en Balijade in Pijnacker. Voor de deelgebieden Overgauw en Rijskade ziet zij voorlopig nog geen mogelijkheden voor transformatie. Hierover gaan we graag in gesprek met de provincie. Het voorstel om te onderzoeken of er ook in Delfgauw een bijdrage kan worden geleverd aan de woningbehoefte van jongeren en ouderen in deze kern heeft tot onrust en onduidelijkheid geleid. Het is nooit de bedoeling geweest om al het groen langs de A13 te bebouwen. Wel willen we graag onderzoeken of en op welke manier ook in Delfgauw de woningvoorraad kan worden aangevuld, rekening houdend met de waarden die het gebied heeft voor de bewoners van Emerald (en daarbuiten). Daarom zal dit onderzoek nader gedefinieerd worden in de definitieve Omgevingsvisie.
Ontwikkelingslijn 3: Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat Over de glastuinbouw hebben we veel reacties gekregen. Van het ene uiterste (uitbreiden van het areaal) tot het andere uiterste (halveren van het areaal) en alles daartussen in. Dit maakt dat het voor iedereen, inwoners, ondernemers, initiatiefnemers en overheden, belangrijk is dat we duidelijk zijn over onze ambities en de toekomst van de glastuinbouw in onze gemeente. Daarom maken we, net als bij het groen, nu een heldere keuze voor het leggen van een harde contour om de drie grote glastuinbouwgebieden PijnackerWest, Pijnacker-Oost en Noukoop. Deze zien we als een blijvend onderdeel van de Greenport West Holland. Herstructurering, modernisering en optimale benutting maken dit tot toonaangevende en innovatieve glastuinbouwbieden. Dit wordt gesteund door zowel de sector als de provincie. Wanneer door herstructurering en innovatie de ruimte in deze gebieden efficiënter wordt gebruikt, dan kan met name aan de randen mogelijk ruimte vrijkomen. Die benutten we dan in eerste instantie voor energieopwekking en groene dooraderingen. Dat betekent dat in de Omgevingsvisie nu geen ruimte is voor woningbouwinitiatieven in de glastuinbouwgebieden, zoals die worden voorgesteld bijvoorbeeld aan de ’s Gravenweg, langs de Kooltuin en tussen Ackerswoude en de Zijdeweg.
Meer over herstructurering, het gebiedsgerichte omgevingsprogramma en de daaruit voortvloeiende kansen kunt u lezen in hoofdstuk 7.1.1. Van de gezamenlijke bedrijvenparken hebben we een uitgebreide en Pagina 7
constructieve zienswijze ontvangen. Veel van de suggesties en ideeën die daarin naar voren zijn gebracht, hebben een plek gekregen in de vast te stellen Omgevingsvisie. De parkachtige werklocaties en de moderne bedrijvenparken leveren niet alleen nu al een belangrijke bijdrage aan de economie en het aantal banen in onze gemeente, er zijn ook veel kansen om te innoveren, te verduurzamen en de gebieden (verder) te verbinden met de samenleving. Ontwikkelingslijn 4: Veerkrachtige leefomgeving Uit de zienswijzen maken we op dat de gekozen lijn van een energiemix die hoofdzakelijk bestaat uit geothermie en zonne-energie wordt herkend door inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties. Dat betekent niet dat er geen zorgen zijn. Zo zijn bijvoorbeeld eigenaren van oudere huizen bezorgd over de (financiële) impact van de energietransitie. Aan de andere kant hebben we ook tips gekregen, bijvoorbeeld voor het plaatsen van zonnepanelen tegen de gevel van woningen en bedrijfsgebouwen. De glastuinbouw twijfelt of er voldoende ruimte is voor alle ambities en of aan de randvoorwaarden kan worden voldaan. De glastuinbouw geeft aan dat het mogelijk is om 50 hectare zonnepanelen geheel te realiseren door dubbel ruimtegebruik in de glastuingebieden. Wanneer dit kan, dan zijn wij daar heel blij mee.
Onze voorkeur gaat, net als bij de provincie ZuidHolland en Glastuinbouw Nederland, uit naar combinaties die ten dienste staan van de sector. Het meest genoemde voorbeeld is een waterbassin met daarop zonnepanelen. We laten echter ook
ruimte voor zon op land op plekken waar dit de (herstructurering van de) sector niet in de weg zit (overhoeken). Een gebiedsgericht omgevingsprogramma lijkt daarvoor een passend instrument te zijn. Daarnaast hebben we diverse reacties gekregen op allerlei aspecten van de omgevingskwaliteit. Voorbeelden daarvan zijn geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, waterkwaliteit en licht. Deze reacties hebben soms (zeer) verschillende doelen. De één wil graag voldoende ruimte hebben om te ondernemen (en het daarbij behorende geluid en licht te kunnen produceren), terwijl de ander juist graag het tegenovergestelde wil. Gezien de ligging in Randstad is het niet vreemd dat deze spanning zich ook in Pijnacker-Nootdorp voordoet. In een omgevingsprogramma willen we dit nader uitwerken, zodat er een balans kan worden gevonden tussen de verschillende belangen. Tot slot Dank aan iedereen die het Panaroma 2050 heeft bekeken, met ons in gesprek is gegaan en/of een zienswijze heeft ingediend. Ook al kunnen we niet aan ieders wensen tegemoet komen, dat betekent niet dat er niet naar geluisterd is of het niet mee gewogen is. Bovendien hebben we al bouwstenen gekregen voor de nog op te stellen omgevingsprogramma’s. Keuzes zijn helaas onvermijdelijk, maar alle informatie en ideeën hebben de visie beter, completer en herkenbaarder gemaakt!
4. Thematische beantwoording van zienswijzen In dit hoofdstuk staan de thematische zienswijzen centraal. Dat zijn zienswijzen die we niet konden scharen onder één van de ontwikkelingslijnen. Bijvoorbeeld omdat de zienswijze gaat over een aanduiding op de kaart (zoals in paragraaf 2.1) of omdat de zienswijze een andere opzet van de Omgevingsvisie beoogt (paragaaf 2.2). In dit hoofdstuk zijn deze zienswijzen samengevat en beantwoord.
4.1 Onderzoekslocatie Delfgauw In het ontwerp van de Omgevingsvisie is een deel van de strook langs de Rijksstraatweg opgenomen als onderzoekslocatie. Vanuit Delfgauw, Pijnacker en omliggende gemeenten als Delft en Den Haag zijn hier 231 zienswijzen op ontvangen. Eén zienswijze bevat een lijst met 1322 handtekeningen (zienswijze 43). De ondertekenaars geven daarmee aan de zienswijze te ondersteunen. In deze paragraaf zetten we alle argumenten die we hebben ontvangen op een rijtje. We hebben ook een initiatief ontvangen voor (een deel van) de onderzoekslocatie. Ook dat komt in deze paragraaf aan de orde. Tot slot wordt beschreven of en op welke wijze al deze zienswijzen leiden tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
4.1.1 Argumenten om de onderzoekslocatie te verwijderen van de kaart We hebben veel Genoemd in zienswijze: verschillende 14, 27, 32, 40, 52, 72, zienswijzen ontvangen. 117, 119, 170, 240, 243, Deze zienswijzen 244, 254, 273, 277, 291, 298 hebben echter ook veel met elkaar gemeen. We zien een grote eensgezindheid in de aangedragen argumenten. Per argument is aangegeven in welke zienswijze dit wordt aangehaald. Dit maakt het voor de indieners van de zienswijzen gemakkelijker om de reactie op hun argumenten terug te vinden. We beginnen met een algemene inleiding en gaan vervolgens in op de verschillende argumenten.
Beantwoording De zienswijzen gaan er vrijwel allemaal vanuit dat het groen (geheel) verdwijnt en plaats moet maken voor woningen en of bedrijfsgebouwen. Wij betreuren het dat deze indruk is ontstaan. In het ontwerp van de Omgevingsvisie is opgenomen dat de strook van het huidige tuincentrum Ranzijn tot de N470 een onderzoekslocatie is. Dat betekent dat wij graag willen kijken of en op welke wijze hier wellicht woningen kunnen worden toegevoegd. De aanleiding voor het onderzoek is meervoudig. Het tuincentrum heeft volgens de eigenaar op deze plek geen economisch robuuste toekomst. Daarnaast constateren we dat in Delfgauw onvoldoende woningen beschikbaar zijn voor met name jongeren en ouderen. Jongeren uit Delfgauw die willen starten op de woningmarkt vinden moeilijk een betaalbare en passende woning. Hetzelfde geldt voor ouderen die op zoek zijn naar bijvoorbeeld een levensloopbestendige of gelijkvloerse woning. In Delfgauw zien we daarnaast dat steeds meer studenten aan de TU Delft een plek zoeken in Delfgauw. Dat vergroot de druk op de lokale woningmarkt. In Pijnacker en Nootdorp zijn er, volgens het ontwerp van de Omgevingsvisie, op diverse plekken mogelijkheden voor uitbreiding van de woningvoorraad. In Delfgauw zijn deze mogelijkheden veel kleiner.
We willen echter ook proberen de kans op een woning voor jongeren en ouderen die graag in Delfgauw willen (blijven) wonen te vergroten. In het onderzoek nemen we vanzelfsprekend ook de waarde die de gronden nu hebben mee. Een groene plek die door veel inwoners van Emerald (en daarbuiten) wordt gewaardeerd. Het is dus nooit de bedoeling geweest om de indruk te wekken dat met dit ontwerp van de Omgevingsvisie de hele strook geheel wordt bebouwd. Wij zullen de tekst en de kaart van de Omgevingsvisie daar op aanpassen.
Conclusie De tekst van de Omgevingsvisie wordt aangepast, zodat duidelijk blijkt dat onderzocht zal worden of er op een deel van deze locatie (het meest noordelijke, rond het tuincentrum) Pagina 8 mogelijkheden zijn voor woningen voor doelgroepen. Daarbij wordt rekening gehouden met de algemene waardering voor het groen en de waarde die het gebied nu heeft voor ontmoeten, bewegen, honden uitlaten, wandelen en spelen (het meest zuidelijke deel). Dit wordt ook op de kaarten in de Omgevingsvisie aangepast.
15 oktober 2021: wandeling onderzoekslocatie Delfgauw
Pagina 9
4.1.1a. Er is een grote behoefte aan passende en betaalbare woningen, maar deze moeten elders gerealiseerd worden. In verschillende zienswijzen wordt herkend dat er een grote behoefte is aan passende en betaalbare woningen voor starters, doorstromers en ouderen. In Delfgauw ziet men in aanvulling daarop ook behoefte aan woningen voor studenten. Er komen namelijk steeds meer mensen in de wijk wonen. Sommigen vinden de cijfers die de woningbouwbehoefte uitdrukken in getallen onduidelijk. De gemeente moet er voor zorgen dat deze woningen er komen, maar deze moeten elders gebouwd worden. Hier is ruimte, groen, schone lucht en goede infrastructuur nodig en niet alleen maar stenen en glas. In de zienswijzen wordt gesteld dat er legio alternatieve locaties denkbaar zijn voor verdere verdichting of verstedelijking waar de effecten milder zijn of juist een kwaliteitsimpuls bieden. Voor het bouwen van meer woningen vindt men dat beter kan worden gekeken naar de nog te bebouwen gebieden. Door daar appartementengebouwen te realiseren van 5 tot 6 lagen hoog kan voldoende woningbouw worden gerealiseerd zonder daarvoor schaarse groenvoorzieningen op te heffen. Bijkomend voordeel is dat appartementencomplexen van nature energiezuiniger zijn en zorgen voor de gewenste sociale cohesie in de gemeente. De onderzoekslocatie in Delfgauw mag niet worden opgeofferd voor meer woningen of bedrijfsunits.
Beantwoording Er is inderdaad een grote behoefte aan woningen voor verschillende doelgroepen, zoals ook in de zienswijzen wordt omschreven. Voor met name ouderen en jongeren is het moeilijk om een lokale wooncarrière te doorlopen. Dat wil zeggen dat het vinden van een eerste huis lastig is en dat het aanbod van woningen dat aansluit bij de behoeften niet voldoende is. Specifiek voor Delfgauw zien we dat de behoefte aan studentenwoningen vanuit Delft terug te zien is in het aantal aanvragen dat we ontvangen om woningen in Delfgauw te verkameren en zo geschikt te maken voor studentenwoningen Wanneer we dit vertalen naar getallen dan betekent het dat we nog 3.000 tot 4.000 woningen moeten bouwen om aan de woningbehoefte tegemoet te komen. Dat is in aanvulling op de reeds geplande uitbreidingen zoals Tuindershof en De Scheg. Daarvoor hebben we mogelijk geschikte locaties in Pijnacker en Nootdorp, maar niet in Delfgauw. Dit terwijl er ook in Delfgauw ouderen en jongeren op zoek zijn naar nieuwe en/of andere woningen in Emerald. Deze zijn er echter (bijna) niet, in ieder geval niet genoeg om aan de vraag te voldoen. Gezien deze behoefte aan woningen in Delfgauw willen we graag onderzoeken of het mogelijk is om op (een deel van) de onderzoekslocatie (het meest noordelijke deel) langs de A13 woningen te bouwen.
Zo kunnen we wellicht een bijdrage leveren aan de jongeren en ouderen die op zoek zijn naar een woning en graag in Delfgauw willen blijven wonen. Verder willen we onderzoeken of het mogelijk is om ook voor studenten te bouwen. Dat kan de druk op de verkamering in Emerald mogelijk verlichten. Appartementengebouwen zijn zeker een goede suggestie. Niet alleen voor de locaties in Pijnacker en Nootdorp, maar ook voor Delfgauw. Ook daar is (vooral) vraag naar appartementen. Ouderen hebben dan een gelijkvloerse woning, maar ook voor jongeren en studenten biedt een appartement, studio of kamer kansen.
4.1.1b. Het enige groen in Emerald moet behouden blijven. Uit de zienswijzen komt naar voren dat dit het enige groen in de wijk is. Daarom wordt gevraagd om het kleine beetje groen dat er is, en wat nu eindelijk wat volwassen wordt, te behouden. Verder is er nergens groen, alleen langs de kanten van de weg. Het overige groen (zoals het gedeelte achter Ruyven) ligt veel te ver van de wijk af. Daarbij hoort ook de ijsvereniging. Wanneer het koud genoeg is om op natuurijs te schaatsen dan is de 125-jarige ijsvereniging Voorwaarts een populaire en veilige ontmoetingsplek voor jong en oud. Algemeen wordt gesteld dat de woonwijk niet voor niets Emerald heet. In de verkoopbrochures bij de bouw van Emerald is beloofd dat het een groene woonwijk zou zijn.
Beantwoording Wij zijn het met de indieners van zienswijzen eens dat groen om meerdere redenen (zie ook 2.1.1e) van belang is voor onder andere een goed woon- en leefklimaat. We verschillen echter van mening over de stelling dat dit de enige plek is in Delfgauw waar groen in de wijk is. In Emerald zien we naast het groen in de straten op verschillende plekken groene ruimtes en speelplekken. Hieronder zijn foto’s van inmiddels volwassen groene en blauwe plekken opgenomen die ruimte bieden voor bijvoorbeeld wandelen, spelen, ontmoeten. Daarnaast zijn er in Emerald en Delfgauw maar liefst zes uitrenterreinen en is in het recreatiegebied Ruyven een groot hondenlosloopgebied met speciaal hondenstrand. De strook langs de A13 is dan gelukkig ook niet de enige plek om honden uit te laten. De aanduiding onderzoekslocatie betekent overigens niet dat het hele
Genoemd in zienswijze: 17, 27, 29, 30, 33, 35, 37, 43, 45, 46, 47, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 59, 64, 65, 67, 69, 70, 71, 76, 77, 78, 81, 82, 84, 86, 89, 90, 92, 93, 94, 95,98, 100, 101, 103, 104, 106, 107, 108, 109, 119, 114, 115, 118, 122, 124, 126, 129, 130, 131, 132, 133, 135, 136, 137, 138, 139, 141, 142, 143, 144, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 163, 164, 165, 167, 169, 173, 182, 183, 184, 187, 189, 190, 191, 192, 193, 197, 198, 202, 203, 205, 206, 210, 211, 214, 215, 217, 218, 219, 221, 225, 226, 228, 230, 233, 234, 235, 238, 243, 244, 245, 246, 248, 250, 251, 254, 255, 256, 257, 259, 260, 262, 263, 267, 270, 271, 275, 277, 278, 279, 280, 281, 284, 285, 289, 290, 291
gebied vol wordt gebouwd met woningen en/of bedrijfsgebouwen. Het betekent dat we binnen de kaders van de ontwikkelingslijnen willen onderzoeken wat we kunnen doen om in de behoefte aan nieuwe woningen te voorzien. Met andere woorden: kunnen we woningen toevoegen zonder te breken met onze kernwaarden? Om dit duidelijker in de Omgevingsvisie op te nemen passen we de teksten en de kaarten aan zoals beschreven bij de conclusie onder 4.1.1.
Padmoes
Gildepad
Hollandse Tuyn
Pagina 10
Dijkgraafstraat
Kreekrug
4.1.1c. Onderzoeken mogelijkheid bebouwing staat haaks op groene ambities gemeente In de Omgevingsvisie staat dat de gemeente open ruimte, groen en ontspanning belangrijk vindt. Deze ambitie sluit niet aan bij het voornemen om onderzoek te doen naar mogelijke uitbreidingen op deze locatie. Hier zijn al deze kenmerken juist al aanwezig, zo staat in de zienswijzen. Dit relatief grote, groene gebied langs de A13 wordt niet alleen gebruikt door inwoners van Emerald, maar
ook door bewoners van omliggende kernen zoals Pijnacker of in Delft. Het is dan ook belangrijk om het groen te houden of zelfs uit te breiden naar meer groen zoals elders in de Omgevingsvisie wordt benoemd. Bovendien kan transformatie het landelijk karakter van de gemeente aantasten. Daarbij staat het ook nog eens haaks op de oproep van de gemeente en het Hoogheemraadschap om tuinen te vergroenen, wanneer de gemeente zelf bebouwing realiseert ten koste van het groen.
Sommigen zien wel ruimte voor herinrichting als onderscheidende groene zone of het nog mooier/rijker/diverser maken van de heuvel. Het verdwijnen van het groen hier zorgt voor meer druk op en verkeer naar andere groengebieden.
Genoemd in zienswijze: 32, 36, 40, 43,55, 73, 79, 80, 92, 93, 100, 102, 109, 110, 115, 122, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 151, 158, 164, 168, 170, 173,174, 178, 179, 180, 192, 193, 195,198, 200, 209, 210, 211, 213, 226, 229, 235, 236, 246, 254, 255, 261, 267, 271, 272. 274,277, 280, 281, 285, 294
Beantwoording De ambitie van de Omgevingsvisie is om verbindingen te realiseren en een balans tussen de verschillende ruimte vragende functies. We zien dat er behoefte is aan woningen voor ouderen en jongeren (waaronder studenten). Deze behoefte is ook in Delfgauw aanwezig en er zijn weinig plekken in deze kern die kansen kunnen bieden om aan deze behoefte te voldoen. De vraag naar en noodzaak voor groene ruimte voor ontspanning, ontmoeting, bewegen en klimaatbestendigheid is even belangrijk. We willen graag onderzoeken of er mogelijkheden zijn om beide belangen en behoeftes bij elkaar te brengen. We weten niet of dat kan, daarom is in het ontwerp van de Omgevingsvisie ook niet opgenomen dat de locatie gaat transformeren. Er staat dat we willen onderzoeken of en hoe deze strook een bijdrage kan leveren aan beide doelstellingen, waardoor de jonge en oudere inwoners van Delfgauw zowel meer kans hebben op een woning als een goed te gebruiken en waardevol groengebied kan blijven of wellicht zelfs beter kan worden. Om dit duidelijker in de Omgevingsvisie op te nemen passen we de teksten en de kaarten aan zoals beschreven bij de conclusie onder 4.1.1.
Pagina 11
4.1.1d. De Omgevingsvisie geeft onvoldoende concreet aan wat er gaat gebeuren Een aantal inwoners geeft aan dat het onduidelijk is wat de wijziging van het bestemmingsplan naar transformatiegebied nu concreet betekent. Daarom wordt er gebruik gemaakt van de kans om hier nu alvast wat over mee te geven. Vragen die leven zijn bijvoorbeeld: Komt er hoogbouw, laagbouw of industrie en wanneer en waarom komt dit er dan? Enkelen vinden het lijken op een vrijbrief voor de gemeente om omwonenden buiten spel te zetten zonder concrete plannen over de invulling van het gebied. Er zijn geen of onvoldoende mogelijkheden geweest voor participatie. Doordat het niet concreet is gemaakt kunnen de milieueffecten ook niet voldoende inzichtelijk zijn gemaakt in het planMER. Het is via een stille manier benoemd in een plan, zonder de bewoners ook echt te betrekken. Genoemd in zienswijze: 63, 140, 144, 156, 158, 161, 181, 185, 249, 259, 274, 281, 294
Pagina 12
Beantwoording Het klopt dat in de Omgevingsvisie niet concreet staat wat er komt, waarom en wanneer dat er komt. De Omgevingsvisie is immers een strategische visie voor de lange termijn en schetst het gewenste toekomstbeeld voor de hele gemeente. Alle ambities in de Omgevingsvisie nemen we mee in nieuwe ontwikkelingen. Voor Emerald geeft de Omgevingsvisie alleen aan dat we willen onderzoeken of er mogelijkheden zijn om deze strook (deels) te gebruiken voor woningen. Er is dan ook geen sprake van een wijziging van het bestemmingsplan. Ook is er nog geen onderzoek geweest. We weten dus nog niet of het daadwerkelijk kan, hoeveel woningen we zouden willen bouwen, in welk gedeelte van deze strook dat zou kunnen en welk type woningen dat zou kunnen worden. De inrichting van de openbare ruimte, zoals het groen, zal ook deel uitmaken van zo’n onderzoek. Om dit duidelijker in de Omgevingsvisie op te nemen, passen we de teksten en de kaarten aan zoals beschreven bij de conclusie onder 4.1.1. Om te bepalen hoe een gebied er
concreet komt uit te zien, is een uitgebreid proces nodig waarin zal worden bepaald wat er mogelijk is op een locatie en welke wensen er zijn. Hier worden ook omwonenden en andere betrokkenen in meegenomen. Omwonenden worden nu dan ook niet buiten spel gezet. Als antwoord op de reactie over de ontbrekende relatie met het planMER willen we graag het volgende toelichten: In het Besluit m.e.r staat dat een relatief kleine ontwikkeling zoals dit niet in het planMER hoeft te worden opgenomen.
4.1.1e. Het gebied heeft verschillende belangrijke functies die behouden moeten blijven In de zienswijzen wordt beschreven welke functies het groen heeft voor hoofdzakelijk de bewoners van Emerald. Het gaat om de volgende zes functies: 1. Genieten van het groen: In het gebied zijn wandelpaden waar mensen kunnen bewegen, elkaar ontmoeten, een praatje maken of juist tot rust kunnen komen. Hier wordt veel gebruik van gemaakt. Groen in de buurt is belangrijk voor de gezondheid van mensen en kan daardoor zelfs kosten verminderen van bijvoorbeeld obesitas. Genoemd in zienswijze: 14, 40, 43, 46, 47, 48, 53, 54, 55, 56, 57, 59, 66, 69, 70, 72, 77, 78, 79, 80, 81, 84, 85, 86, 87,88, 89, 91, 92, 93, 95, 96, 97, 98, 104, 107, 115, 117, 118, 120, 125, 126, 130, 132, 133, 138, 139, 140, 143, 144, 145, 149, 152, 155, 156, 157, 158, 161, 169, 173, 175, 176, 182, 187, 188, 190, 191, 192, 193, 194, 197, 198, 199, 200, 206, 210, 211, 212, 217, 218, 219, 221, 225, 228, 229, 231, 233, 236, 237, 244, 245, 246, 247, 248, 249, 250, 255,258, 259, 261, 262, 267, 268, 270, 274, 277, 281, 284, 285, 287, 289, 290, 291, 294, 298
2. Ruimte voor kinderen en jeugd Het groen wordt vaak en veel gebruikt als buitenspeelruimte voor kinderen en jeugd. Hier kunnen ze hun energie kwijt en batterij opladen. Bij de herinrichting van de speelplekken is hier een tafeltennistafel geplaatst zodat het ook aantrekkelijk is voor oudere kinderen. De speeltuin wordt intensief gebruikt. Wanneer er sneeuw valt dan wordt het gebruikt om te sleeën, bijvoorbeeld van de ‘berg van Krijn’. De Triangel geeft er lessen over natuur en er is kinderopvang. Ook zijn er veel beestjes en nestjes in de grote bomen. Die zijn belangrijk voor bijvoorbeeld insecten. Genoemd in zienswijze: 28, 30 31, 40, 43, 45, 48, 53, 54, 65, 66, 69, 71, 77, 81, 86, 89, 95, 96, 99, 102, 103, 104, 107, 110, 114, 118, 121, 122, 125, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 138, 139, 143, 144, 145, 148, 149, 150, 151, 155, 156, 158, 159, 167, 168, 169, 177, 182, 188, 190, 191, 193, 194, 198, 200, 203, 210, 225, 233, 235, 240, 243, 244, 246, 248, 250, 255, 259, 263, 270, 274, 284, 287, 288, 289, 290, 291, 294
3. Hondenuitlaatplaats Daarnaast is het de enige plek waar honden kunnen worden uitgelaten. Verder is er niets in de wijk. Dat betekent dat alle hondeneigenaren veel meer de wijk in zullen trekken en er veel overlast zal komen. Zelfs paarden lopen er een (semi) groen rondje. Genoemd in zienswijze: 34, 40, 47, 48, 49, 50, 59, 66, 69, 72, 77, 81, 83, 84, 86, 89, 91, 93, 99, 105, 107, 117, 118, 121, 130, 131, 132, 144, 145, 151, 155, 157, 158, 166, 167, 175, 176, 177, 182, 185, 188, 189, 190, 192, 193, 194, 196, 218, 220, 231, 232, 233, 235, 240, 243, 246, 248, 255, 263, 267, 273, 274, 278, 288, 291, 298
4. Plek voor vissen, vogels en andere dieren Karpervissers gooien graag hun hengel uit in het water rond dit gebied en bezoekers kijken naar de ijsvogels, de kleine karekiet, de rietzanger, bonte spechten, vlaamse gaaien, puttertjes, gierzwaluwen, lepelaars, ooievaars, reigers, spechten, krakeenden, huismussen, zwanen en fazanten. In het plangebied zijn ook padden, groene kikkers, salamanders, de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis aanwezig. Net als steenbreekvarens en tongvarens. Twee keer per jaar komen er schapen grazen. Een plezier voor mens en dier. Genoemd in zienswijze: 43, 77, 132, 133, 156, 166, 188, 192, 195, 210, 221, 229, 235, 238, 247, 248, 255, 262, 267, 270, 278, 284, 285
Pagina 13
5. Een buffer voor de A13 Het groen vangt CO₂, fijnstof en geluidshinder van de A13 nog enigszins op. De aanwezigheid van de snelweg betekent juist dat er meer groene plekken moeten zijn en niet minder. De te bouwen woningen langs de snelweg zullen last hebben van het geluid, maar dat geldt ook voor de bestaande woningen. Het geluid kan door nieuwe bebouwing anders vallen op de bestaande woningen, waardoor meer overlast kan ontstaan. Daarnaast is het ongewenst en ongezond om nog dichter op de snelweg te leven. Wellicht is het een idee om het geld dat zou worden besteed aan het bouwen te geven aan Rijkswaterstaat zodat zij groen kunnen planten tegen de geluidsschermen. Genoemd in zienswijze: 14, 17, 31, 40, 44, 46, 62, 65, 66, 78, 84, 86, 91, 95, 97, 99, 110, 118, 123, 124, 125, 144, 145, 148, 149, 156, 158, 159, 160, 161, 190, 194, 196, 198, 203, 210, 233, 246, 258, 259, 267, 270, 274, 275, 285
6. Belangrijk voor het watersysteem Het helofytenfilter is een essentieel onderdeel van het ecologisch watersysteem in en om de wijk. Wanneer dit vervalt of in kwaliteit vermindert dan ontstaat ecologische schade. Het systeem is al kritisch, met name als het enige tijd warm en droog weer is. Dat blijkt uit de vissterfte die zich in het verleden heeft voorgedaan. Bovendien is het ook heel belangrijk met het oog op de klimaatveranderingen. Het gebied (en de aansluitende openbare ruimte) voldoet al aan de ambities van de Omgevingsvisie op het gebied van groen, dus transformatie is niet noodzakelijk en zonde van het geld. Genoemd in zienswijze: 14, 17, 3, 40, 45, 62, 63, 64, 65, 67, 69, 70, 71, 79, 80, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 92, 93, 95, 98, 102, 107, 110, 114, 115, 116, 128, 129, 131, 133, 136, 138, 139, 143, 144, 145, 148, 149, 152, 155, 156, 158, 160, 161, 165, 166, 167, 169, 171, 173, 174, 176, 192, 194, 195, 197, 198, 203, 205, 206, 210, 211, 212, 213, 217, 219, 221, 225, 228, 229, 243, 244, 246, 255, 256, 260, 261, 267, 270, 274, 279, 280, 281, 284, 285, 287, 288, 289, 291, 294, 298
Beantwoording Goed om te lezen dat het gebied zo goed gebruikt en gewaardeerd door de bewoners van Emerald. De beschrijving van de belangrijke functies die dit gebied heeft voor de bewoners, de planten en dieren nemen we mee in het onderzoek. Als randvoorwaarden bij het uit te voeren onderzoek nemen we in de Omgevingsvisie op dat er ruimte moet zijn om te wandelen, sporten en ontmoeten in het groen, voor kinderen en jongeren om te spelen, om honden uit te laten, voor planten en dieren en dat de waterkwaliteit en het watersysteem op orde moet blijven. Om dit duidelijker in de Omgevingsvisie op te nemen passen we de teksten en de kaarten aan zoals beschreven bij de conclusie onder 4.1.1. In het onderzoek zal ook worden gekeken naar de relatie met de A13. Wel willen wij nog aanvullen dat los van de waarde van dit gebied voor Emerald, die zeker niet het enige groen in Emerald is. Er zijn gelukkig vele groene plekken in de wijk waar ruimte is om te wandelen, ontmoeten, spelen, honden uit te laten en te genieten van diverse beplanting en waterpartijen.
Conclusie De tekst en de kaarten van de Omgevingsvisie zullen worden aangepast zodat de gebruikswaarden van het groengebied als randvoorwaarden worden meegenomen bij het uit te voeren onderzoek, zoals beschreven bij de conclusie onder 4.1.1. Bovendien wordt toegevoegd dat de relatie met de A13, in de vorm van bijvoorbeeld luchtkwaliteit en geluidshinder, wordt Pagina 14 onderzocht.
4.1.1f. Ideeën voor alternatieven en zorgen over het woongenot In aanvulling op de bovenstaande argumenten zijn er nog diverse ideeën en zorgen naar voren gekomen. Zo wordt in zienswijze 62, 129 en 238 geopperd dat er al bedrijfspanden in overvloed zijn in de regio. De trend is nu al dat er door het vele thuiswerken een overschot aan bedrijfsruimte ontstaat. Daar wordt in een andere zienswijze aan toegevoegd dat door corona veel kantoorruimte leeg komt te staan. Beter is om die om te bouwen tot woningen. Zorgen over het woongenot komen naar voren in zienswijze 14, 32, 45, 54, 86, 150, 167 en 281.
Daarbij wordt aangedragen dat de inwoners aan de oostzijde van de wijk vooral zicht hebben op glastuinbouw. Aan deze kant is er juist nog enig zicht op groen. Het mogelijk bouwen van woningen op deze locatie leidt mogelijk tot aantasting van het woongenot en waardevermindering, met name door het verlies van het vrije uitzicht en de mogelijke inkijk in de tuin. Dit leidt ook tot een waardevermindering. Ook voor de ontsluiting wordt in zienswijze 62 en 108 aandacht gevraagd. Het gebied is alleen toegankelijk via de Rijksstraatweg. De verwachting is dat de gemeente Delft hier moeilijk over gaat doen. In Delft is betaald parkeren geïntroduceerd. Dat risico ontstaat hier dan ook en dat is een aanzienlijke
aantasting van het huidige woongenot. In zienswijze 31, 44, 129, 153, 226, 248 wordt gesteld dat het bouwen misschien een goede financiële beslissing is voor de gemeente, maar het niet getuigt van een gemeente die voor zijn inwoners zorgt. De gemeente moet luisteren naar haar bewoners en niet haar mening ten koste van alles en over de ruggen van haar bewoners door drammen. Het getuigt van weinig inzicht en zal zeker tot protest gaan leiden. In het verlengde hiervan wordt gesteld dat de projectontwikkelaar maar vast afgezegd moet worden, want er komt niets meer bij in Emerald.
Beantwoording Op dit moment is er nog geen sprake van een overschot van bedrijfspanden in de regio Haaglanden. Op de middellange tot lange termijn wordt er juist een tekort aan ruimte voor bedrijven verwacht. Met name voor klassiek kleinschalige bedrijven is meer ruimte nodig. In onze gemeente zetten we in op het optimaal benutten van de bestaande bedrijventerreinen (zie ontwikkelingslijn 3) en kiezen we niet voor uitbreiding van bedrijventerreinen. Kantoorpanden hebben we weinig in Pijnacker-Nootdorp en zeker niet in Delfgauw. De suggesties om bedrijfsgebouwen en/of kantoorpanden om te bouwen tot woningen zijn dan ook geen oplossing voor de woningbehoefte in onze gemeente in het algemeen en Delfgauw in het bijzonder. De zorgen over het woongenot nemen we eveneens mee in het nog uit te voeren onderzoek naar de mogelijkheden voor deze strook, net als de onder 4.1.1e genoemde gebruikswaarden. We treden in overleg met de gemeente Delft over de ontsluiting. Ten aanzien van de aanname dat het doen van onderzoek naar deze locatie wordt ingegeven door financiële overwegingen of dat er al afspraken zouden zijn met een projectontwikkelaar willen we heel duidelijk maken dat dit niet het geval is. Er is in Delfgauw behoefte aan woningen voor met name jongeren en ouderen die graag in hun vertrouwde en gewaardeerde buurt willen blijven wonen.
De ruimte is schaars en daarom willen we onderzoeken of op deze plek wellicht een bijdrage kan worden geleverd aan dit tekort, waarbij we rekening houden met de waarde die door de huidige bewoners aan dit gebied wordt gehecht. Het is echter wel zo dat we een balans moeten zoeken tussen verschillende behoeftes en ruimtevragers. Dat betekent niet dat we niet luisteren naar bewoners maar dat we met elkaar kansen moeten benutten en soms verandering moeten accepteren in het kader van het algemene belang.
Pagina 15
4.1.2 Initiatief om woningen te bouwen op een deel van de onderzoekslocatie In zienswijze 41 wordt een voorstel gedaan voor invulling van een deel van de onderzoekslocatie. De zienswijze is ingediend door de eigenaar van de gronden waarop momenteel een centrum voor tuin- en dierbenodigdheden is gevestigd (Ranzijn). Dit is de vijfde formule die in de afgelopen zeventien jaar aan de Rijksstraatweg is gevestigd. Geen van allen is echter succesvol gebleken, aldus de ingediende zienswijze. Daarom trekt de eigenaar de conclusie dat een tuincentrum op termijn geen evidente invulling meer is en is gekeken naar een alternatieve invulling. In een kansendocument is onderzocht of woningbouw, en met name studentenwoningen, een kansrijke
Pagina 16
ontwikkeling is. De resultaten daarvan zijn hieronder in beeld gebracht en opgenomen in het bijlagenboek waar alle (geanonimiseerde) zienswijzen in zijn opgenomen. De indiener van een zienswijze is van mening dat de ontwikkeling aansluit bij de Omgevingsvisie door een bijdrage aan het woningtekort voor starters en studenten, mogelijkheden voor doorstroming, aansluiting op het bestaande groengebied door een campusachtige opstelling van (studentenwoningen) en door de toevoeging van openbaar groen. Hiermee kan de locatie ruimtelijk en functioneel een overgang vormen tussen het kleinschalige, dorpse karakter van Delfgauw en het meer stedelijke karakter van Delft. Graag wil betrokkene de mogelijkheden verder onderzoeken.
Beantwoording De voorgestelde functieverandering van een tuincentrum naar woningen zal worden betrokken bij het nog uit te voeren onderzoek naar de toekomst van de hele strook. Het is nu nog te vroeg om uitspraken te doen over de voorgestelde uitwerking (inclusief bouwmassa, verschijningsvorm, ontsluiting en openbare ruimte). Zoals blijkt uit de ingediende zienswijzen vanuit de wijk Emerald (paragraaf 4.1) zijn de bewoners zeer betrokken bij hun wijk en de directe omgeving. Daarom zal het onderzoek zich richten op de hele strook. Graag doen we dit in overleg met de initiatiefnemer en de wijkbewoners. We verduidelijken de teksten en kaarten in de Omgevingsvisie zoals beschreven bij de conclusie onder 4.1.1.
4.1.3 Conclusie en voorstel voor de definitieve Omgevingsvisie De door de bewoners van Emerald ingediende zienswijzen gaan er vrijwel allemaal vanuit dat het groen (geheel) verdwijnt en plaats moet maken voor woningen en/of bedrijfsgebouwen. Dat is nooit de bedoeling geweest. De tekst van de Omgevingsvisie wordt aangepast zodat duidelijk blijkt dat onderzocht zal worden of er op een deel van deze locatie (het meest noordelijke deel) mogelijkheden zijn voor het toevoegen van woningen voor doelgroepen, waarbij rekening wordt gehouden met de algemene waardering
Pagina 17
voor het groen en de mede daaruit voortvloeiende waarde die het gebied nu heeft voor ontmoeten, bewegen, honden uitlaten, wandelen en spelen (het meest zuidelijke deel). Dit zal ook op de kaarten in de Omgevingsvisie worden aangepast. Bovendien wordt in de tekst toegevoegd dat de relatie met de A13, in de vorm van bijvoorbeeld luchtkwaliteit en geluidshinder, wordt meegenomen in het onderzoek. We hechten eraan om het onderzoek wel in de Omgevingsvisie te laten staan. Er is in Delfgauw behoefte aan woningen voor met name jongeren en ouderen die graag in hun vertrouwde en gewaardeerde buurt
willen blijven wonen. De ruimte is schaars en daarom willen we onderzoeken of op deze plek wellicht een bijdrage kan worden geleverd aan dit tekort, waarbij we rekening houden met de waarde die door de huidige bewoners aan dit gebied wordt gehecht. Dat houdt in dat we in het onderzoek een balans moeten proberen te vinden tussen verschillende behoeftes en ruimtevragers. Het initiatief voor de locatie van het tuincentrum wordt betrokken in het onderzoek. Uiteraard zal het onderzoek transparant en met de bewoners van Emerald worden uitgevoerd.
4.2 Reflectieverhaal ontwerp Omgevingsvisie Zienswijze 39 bevat een denkconcept als mogelijk kader voor de beantwoording en benutting van zienswijzen. Dit omdat dit kader naar het oordeel van indiener nu ontbreekt in de Omgevingsvisie. Deze bevat geen duidelijk gemotiveerd toekomstbeeld. Het ontwerp van de Omgevingsvisie is nogal behoudend en conserverend van aard. Indiener heeft kritisch bezien wat hij wil herschikken en herstellen van wat scheef is gegaan of waar de toekomst een ander licht op werpt. Om de gedachten voldoende helder, compleet en geordend te krijgen, zijn ook tal van andere bronnen geraadpleegd. Het reflectieverhaal, dan wel denkconcept, gaat uit van de prioriteiten die zijn opgehaald in de eerste fase van de Omgevingsvisie en plaatst vervolgens kanttekeningen bij het ontwerp van de Omgevingsvisie om af te sluiten met alternatieven. Indiener is bereid een korte inleidende presentatie te verzorgen aan de gemeenteraad, voorafgaand aan de behandeling. In zienswijze 60 en 61 wordt uitgesproken dat, op basis van een artikel in De Eendracht respectievelijk Telstar, het reflectieverhaal ondersteund wordt. De prioriteit moet liggen bij een groene leefomgeving met kleinschalige, regionale landbouw gericht op de lokale markt en niet op de export (zienswijze 61).
De aandachtspunten op pagina 15 en 16 van het reflectieverhaal worden ondersteund door de indieners van zienswijze 14. Ook in zienswijze 113 wordt aangesloten bij het reflectieverhaal. Pagina 18
Indiener benadrukt in de zienswijze het belang van groen, de zorg om de natuur en de druk op de recreatiegebieden, de noodzaak van een (op lange termijn) passende oplossing voor de behoefte aan woningen en doet een oproep voor het maken van een wenselijk ideaalplaatje. Dit alles in lijn met het reflectieverhaal waarvan de hoofdpunten hieronder zo goed mogelijk zijn samengevat. De zienswijzen 265, 266, 269 ondersteunen eveneens het reflectiedocument en dan met name op het gebied van de ruimte voor glastuinbouw en het daarbij behorende energiegebruik, CO₂-gebruik en fysiek ruimtebeslag. Zienswijze 242 ondersteunt eveneens een specifiek aspect van het reflectieverhaal. In deze zienswijze wordt ervoor gepleit om in de glastuinbouw op lange termijn alleen voedsel te produceren en andere tuinbouwproducten, zoals (exotische) snijbloemen uit te faseren. Het is geen goed idee om zoveel energie te stoppen in producten die maar zo kort meegaan. De Omgevingsvisie zou daarop moeten anticiperen.
Beantwoording Allereerst willen wij indiener danken voor de tijd en energie die is gestoken in het alternatieve denkconcept. Dit geeft ons inspiratie en wij zijn blij met betrokken inwoners. Hieronder gaan we in op de verschillende aspecten die in het reflectieverhaal naar voren komen.
1. De procedure Door te kiezen voor een zienswijzeprocedure is sprake van een juridificering van de communicatie met burgers. De (meerderheid van de) gemeenteraad gaat zelden in op zienswijzen maar berust in de beantwoording. Een (strakke) planning wordt strijdig geacht met de gewenste voorbereiding en kwaliteit van de besluitvorming. Ook de nationale overheid stelt haar planning bij.
Beantwoording De Omgevingsvisie is het resultaat van een proces van bijna twee jaar. In 2019 is de startnotitie vastgesteld. Daarin is het proces beschreven. Wij zijn van mening dat we, door deze periode van twee jaar te gebruiken, een balans hebben gevonden tussen het zorgvuldig voorbereiden, bespreken en delen van (tussen)producten enerzijds en een zekere voortgang anderzijds. Het is voor betrokken inwoners en ondernemers niet prettig als een reactie op de door hen ingebrachte punten heel lang op zich laat wachten. De communicatie en participatie met inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties heeft op verschillende manieren plaatsgevonden. Via het Panorama Pijnacker-Nootdorp 2020, waarin de mogelijkheid werd geboden om in woord en beeld input te geven voordat gestart werd met het schrijven van het ontwerp van de Omgevingsvisie, via themabijeenkomsten waarin het gesprek is aangegaan met circa 100 organisaties en uiteindelijk via het Panorama Pijnacker-Nootdorp 2050 en de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze.
Pagina 19
Wij zijn van mening dat we gedurende het hele proces op verschillende manieren de mogelijkheid hebben geboden om mee te denken over de Omgevingsvisie. Van het aanleveren van beelden tot het beantwoorden van vragen en van gesprekken tot en met een zienswijze. Het ter inzage leggen van het ontwerp van de Omgevingsvisie gaat inderdaad, op grond van bijvoorbeeld de inspraakverordening, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer, samen met de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze. Dat is in onze ogen geen juridificering van de communicatie met inwoners en ondernemers, maar een correcte invulling van met elkaar gemaakte afspraken en vastgestelde regels. Het oordeel over de wijze waarop de gemeenteraad zijn rol invult, laten wij geheel voor rekening van indiener.
2. De rol van participatie Het reflectieverhaal stelt dat de burgerparticipatie bestuurlijk ten volle moet worden omarmd en direct moet worden vertaald. Alleen dit maakt de Omgevingsvisie breed herkenbaar en van iedereen. De meest gekozen thema’s uit het panorama in oktober/november 2020 dienen daarbij leidend te zijn.
Beantwoording We zijn heel erg blij met alle reacties die we van onze inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties hebben gekregen in de verschillende fases van de Omgevingsvisie.
Hoewel we relatief veel mensen bereikt hebben via met name het Panorama, zijn er ook mensen die daar geen gebruik van hebben gemaakt. Als gemeente moeten en willen we handelen in het algemeen belang. De meest gekozen thema’s uit het Panorama Pijnacker-Nootdorp 2020, zoals dat door betrokkene wordt aangehaald, is één van de bouwstenen geweest. Wij zijn echter van mening dat enige nuance daarbij op zijn plaats is, aangezien niet iedereen zijn mening heeft laten horen en we een balans moeten vinden in de fysieke leefomgeving. Het geheel vormt meer dan de som der delen. Alleen door alle functies in samenhang met elkaar te blijven zien, krijgen (en houden) we een gemeente waar het prettig wonen, fijn recreëren en goed werken is.
3. Brainstormen In het document wordt opgeroepen om te brainstormen, denken over een ideaalplaatje waarbij we vanuit het niets en ongehinderd door het verleden kunnen dromen over een wensplaatje. Daarna kunnen we vanuit het heden op pragmatische wijze kijken hoe we naar dat wensplaatje toegroeien op de langere termijn. De positief ingestelde Omgevingsvisie vertroebelt het zicht en maakt niet duidelijk wat er echt moet, vooral gewenst is of ongewenst is. Men kan er in lezen wat men wil met alle gevolgen van dien. Betrokkene stelt zelf voor om ‘Verbonden dorpen in het groen’ als eindplaatje te hanteren.
Beantwoording Wij zien de gemeente niet als een blanco gebied. De geschiedenis heeft de fysieke ruimte en de samenleving gevormd. Dat willen we respecteren en vanuit daar verder kijken naar de toekomst. Het klopt dat we positief zijn in de Omgevingsvisie. Het gaat goed met onze gemeente en we hebben er vertrouwen in dat we de opgaven waar we voor staan, zoals energietransitie, woningbouw, verbetering van de biodiversiteit en behoud van de hechte samenleving, kunnen invullen. De Omgevingsvisie schetst daarvoor het beeld op de lange termijn. We verschillen van mening met betrokkene dat de Omgevingsvisie vertroebelt en geen keuzes maakt over wat er moet gebeuren en hoe we dat voor ons zien. Gezien het globale en strategische karakter van het document zijn deze keuzes niet op perceelsniveau gemaakt, maar zijn er wel prioriteiten benoemd. De voorgestelde titel ‘Verbonden dorpen in het groen’ lijkt op de titel van de Omgevingsvisie. Dat is ‘Verbonden met elkaar’. In lijn met het kompas van de Omgevingsvisie zijn wij van mening dat in deze laatste titel beter tot uitdrukking komt dat het niet alleen gaat om fysieke aspecten, zoals wonen en groen, maar dat we ook inzetten op het versterken van sociale structuren en optimalisatie van de (met regio verbonden) economische ontwikkeling. We zullen de titel van de Omgevingsvisie dan ook niet wijzigen.
4. Integraliteit In het reflectieverhaal staat dat de potentie en rol van de planMER onvoldoende is benut en niet tot zijn recht is gekomen. Door de Omgevingsvisie en het Energietransitieplan tegelijkertijd te bespreken Pagina 20
en hierover te besluiten is de behandeling lastig. In de Omgevingsvisie zou bijvoorbeeld ook een alternatief zichtbaar moeten zijn waaruit blijkt dat de doelstelling energieneutraal in 2050 niet wordt gehaald. In de Omgevingsvisie ontbreekt een gedeeld referentiebeeld voor de lange termijn. De stappen in het ontwerp komen ad-hoc over.
Beantwoording Wij zijn juist heel blij met de rol die het planMER heeft gespeeld bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Het planMER bevat heel veel informatie over een variëteit aan onderwerpen die samen het milieu vormen en beïnvloeden. Deze informatie heeft scherpte gebracht in de opgaven waar de Omgevingsvisie een antwoord op geeft en heeft inzichtelijk gemaakt aan welke onderwerpen we prioriteit moeten geven, zoals bijvoorbeeld de ordening van de ondergrond. Ook maakt het planMER duidelijk waar belangen met elkaar (kunnen) botsen en geeft het aanbevelingen hoe we daar bij de uitvoering van de Omgevingsvisie mee om kunnen gaan. De gelijktijdige behandeling van de Omgevingsvisie en het Energietransitieplan is in onze ogen juist een belangrijke meerwaarde. Daardoor kunnen we direct laten zien wat de ambities op het gebied van energie betekenen voor de fysieke leefomgeving. Wanneer de gemeenteraad van mening is dat een oplossing voor het opwekken van duurzame energie een te groot negatief effect heeft op de fysieke ruimte, dan kan direct de ambitie in het Energietransitieplan worden bijgesteld.