bijlage 1a - Participatieverslag ontwerp Omgevingsvisie en planMER, oktober 2021 (1)
Tekst van het document
Pagina 53
voor glas tot juist kleinere contouren, met zelfs een halvering van het huidige oppervlak aan glas wat van een deel van de indieners benut mag worden voor meer groen en van een ander deel voor woningbouw, huisvesting van arbeidsmigranten en zogenaamde cumelabedrijven. Daarnaast wordt gevraagd om meer aandacht voor de bedrijventerreinen en de wens om die parkachtig in te richten. 7.1.1 (Binnen) De contouren van de duurzame glastuinbouwgebieden Glastuinbouw Nederland (zienswijze 241) is blij dat in het ontwerp van de Omgevingsvisie het (economisch) belang van de glastuinbouwsector voor de gemeente, de regio en Nederland wordt erkend. In dat kader pleit ze ervoor om in de Omgevingsvisie niet te noemen dat het aantal en de omvang van de glastuinbouwgebieden niet wordt uitgebreid. Glastuinbouw Nederland ziet namelijk een aantal ontwikkelingen die leiden tot een grotere behoefte aan glastuinbouwareaal zoals: nieuwe teelten, verbreding, verplaatsing van verspreid liggend glas, resourcing, energietransitie en klimaatadaptatie. Per saldo verwachten zij een stijgende behoefte aan glastuinbouwgrond en vragen om deze groei mogelijk te maken als de markt daar om vraagt. NMP (zienswijze 17) stelt de vraag hoe herstructurering en mogelijkheden voor vergroting van het effectief teeltoppervlak samen
kunnen gaan met de ambities voor een betere ecologische dooradering en waterberging en of de gemeente Wvg kan leggen om groene dooraderingen te realiseren. Het Milieuplatform stelt in zienswijze 186 voor om een visie te onderzoeken die uitgaat van een halvering van oppervlak aan glastuinbouw. De vrijgekomen ruimte kan dan worden bestemd voor doeleinden die aansluiten bij de behoeften en wensen die inwoners hebben geuit in het kader van het participatieproces. Daarmee kan een nog aantrekkelijkere leefomgeving worden gerealiseerd met betere kansen voor wonen, werken, natuur en recreatie. Voor de glastuinbouw betekent dit mogelijk dat moet worden gestopt met schaalvergroting en massaproducten ten gunste van kleine en flexibele bedrijven met meer diversiteit in producten en diensten. De glastuinbouw moet passen bij ecologische structuren en bijdragen aan de omgeving. Minimaal moet voldoende ruimte over blijven voor onze bijdrage aan de voedselproductie in de regio. In zienswijze 265, 266, 269 staat dat er te veel ruimte wordt geboden aan de glastuinbouw. Hoewel dit historisch zo gegroeid is, concludeert men dat het deze vorm van bedrijvigheid niet meer passend is in deze regio vanwege het exorbitante energiegebruik, het gebruik van CO₂ en de fysieke beperking die deze bedrijfssector vormt voor groene ontwikkeling.
Daarom wordt voorgesteld om de ruimte voor de glastuinbouw met nog eens 50% te verkleinen ten opzichte van het ontwerp van de Omgevingsvisie om zo meer groen te Pagina 54
houden of realiseren voor de inwoners van Pijnacker-Nootdorp. De provincie is in zienswijze 296 kritisch over de mate van verdichting die door herstructurering bereikt kan worden. Zij gaat graag in gesprek om vanuit economisch perspectief te onderzoeken of een overaanbod aan braakliggend areaal wellicht noodzakelijk is om de sector goed te laten functioneren en bijvoorbeeld grondspeculatie voorkomt. De provincie stemt niet in met het transformeren van de deelgebieden Overgauw en Rijskade. Op langere termijn kan dit een mogelijkheid zijn, maar dat is afhankelijk van de benodigde ruimte voor het goed economisch functioneren van de totale Greenport WestHolland. Tegen transformatie van Dwarskade en Balijade bestaat geen bezwaar, dit is in overeenstemming met het werkboek Oostland.
Beantwoording We hebben veel verschillende reacties ontvangen op de glastuinbouw. Van een wens om het areaal te laten groeien aan de ene kant tot een oproep om het areaal te halveren aan de andere kant. Ook hebben we reacties ontvangen die zich richten op het onttrekken van een specifiek perceel of cluster van percelen aan de glastuinbouw.
Reagerend op de wens om het areaal te laten groeien, merken we op dat de Omgevingsvisie groei van de sector niet uitsluit. De huidige bruto-netto verhouding binnen contouren biedt die ruimte, net als toekomstige herstructurering en innovatie die leidt tot een efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte. Ook wij zien allerlei ontwikkeling in de glastuinbouw die naar onze verwachting niet een groter, maar juist een kleiner ruimte beslag tot gevolg hebben zoals vertical farming, gezamenlijke (ondergrondse) wateropslag (rainlevlr), zon op dak, zon op waterbassins en geothermie. Het huidige Noukoop laat al goed zien hoe een groene dooradering en glastuinbouw samen kunnen gaan. De ambities voor een toekomstige ecologische dooradering en waterberging op andere plekken binnen de glastuinbouwcontouren zijn in de toekomst onderdeel van een integrale herstructurerings-respectievelijk transformatieopgaven. Het huidige beleid voorziet erin dat het instrument Wvg daarbij terughoudend wordt toegepast. Onteigening heeft tot doel om gewenste bestemmingen te realiseren en zal enkel in het uiterste geval, indien daar noodzaak toe is, worden toegepast. De noodzaak voor een voorkeursrechtbeschikking met als grondslag de Omgevingsvisie, zien wij op dit moment niet.
Het halveren van het areaal zoals door het Milieuplatform wordt voorgesteld volgen wij niet. In de Omgevingsvisie maakt de (glas)tuinbouw blijvend deel uit van (de identiteit van) PijnackerNootdorp. Met de drie toonaangevende, moderne en innovatieve (glas)tuinbouwgebieden Noukoop, Fes/ Oostland en Pijnacker West blijft onze gemeente in de toekomst deel uit maken van de Greenport West Holland en behoren tot de top van de (glas)tuinbouw in Nederland en daarbuiten. De sector krijgt in de Omgevingsvisie de ruimte om zich te verbreden waardoor het cluster in onze gemeente een internationale speler wordt op het gebied van voedsel, gezondheid en welbevinden. Deze economische activiteiten vinden straks niet meer alleen in kassen plaats, maar ook onder gesloten dek. Door de herstructurering en modernisering met onder andere ketenintegratie, vertical farming en gezamenlijke wateropslag kunnen de glastuinbouwgebieden efficiënter worden benut waardoor ruimte kan worden gecreëerd voor groei van de sector, maar tegelijkertijd ook voor verduurzaming en verdere vergroening van de fysieke leefomgeving waarvoor met name aan de randen van de glastuinbouwcontouren mogelijk ruimte vrijkomt.
In aanvulling daarop merken we op dat in de Omgevingsvisie alles erop gericht is om via kwalitatieve versterking van de bestaande (glas)tuinbouw te komen tot een sector die ook in de toekomst aansluiting kan vinden bij de structuur van het natuurnetwerk van het groene buitengebied en het groen in de kernen en daarnaast bijdraagt aan de identiteit, economie, omgeving en samenleving van Pijnacker-Nootdorp en de regio.
Pagina 55
Een procentuele of getalsmatige reductie van het glastuinbouwareaal is daarbij niet het doel, maar kan de uitkomst zijn van een proces van herstructurering, modernisering en transformatie. Het is goed om te vernemen dat de provincie geen bezwaar heeft tegen de transformatie van Dwarskade en Balijade. Wij gaan bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor de glastuinbouw graag met de provincie in gesprek over de mogelijke transformatie van Overgauw en Rijskade in het licht van het economisch functioneren van deze gebieden.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
7.1.1a. ’s Gravenweg 36 en omgeving Door de eigenaren van het perceel ’s Gravenweg 36 aan de rand van het duurzaam glastuinbouwgebied Noukoop is, samen met de omliggende percelen, een zienswijze (zienswijze 1 en 24) ingediend. Hierin wordt verzocht om ruim 3 hectaren te onttrekken aan het duurzaam glastuinbouwgebied en in plaats daarvan de mogelijkheid te bieden om op deze percelen een woningbouwontwikkeling toe te staan. De reden daarvoor is dat de eigenaren het niet meer mogelijk achten om op deze percelen enige vorm van moderne glastuinbouw te realiseren. In zienswijze 24 wordt daaraan toegevoegd dat de
nieuwe eisen voor huisvesting van paarden betekenen dat het huidige gebouw moet worden gesloopt en een nieuw onderkomen moet worden gerealiseerd. Daarnaast komen er ook hogere eisen aan de vrije bewegingsruimte voor paarden. Momenteel beschikt het bedrijf over vier weides en vier kleine paddocks. De weides zijn alleen in de zomermaanden beschikbaar, waardoor in de overige maanden en bij slecht weer alleen de vier paddocks beschikbaar zijn. Dat is onvoldoende voor de huidige circa 35 paarden. Om tegemoet te komen aan de nieuwe eisen zal geïnvesteerd moeten worden in het opofferen van de weide om meer paddocks te maken, aangezien het aankopen van meer grond geen optie is. Ook dat vereist een aanzienlijke investering. Het is dan ook geen eenvoudige opgave om het huidige bedrijf te
moderniseren naar de toekomstige eisen. Bovendien is het een aantrekkelijke locatie voor het bouwen van woningen omdat het direct gelegen is naast halte Nootdorp. De locatie is daarmee goed bereikbaar met de metro. Het plan met de titel ‘Thuis voelen, blijven(d) wonen in Pijnacker-Nootdorp’ voorziet in het bouwen van 165 wooneenheden voor gezinnen, ouderen en jongeren.
Beantwoording In de Omgevingsvisie wordt het glastuinbouwgebied Noukoop gezien als een blijvend onderdeel van de Greenport West Holland. Herstructurering, modernisering en optimale benutting maken van Noukoop in de toekomst één van de drie toonaangevende en innovatieve glastuinbouwbieden binnen onze gemeente. Wij zien ons hierin gesteund door zowel de sector als de provincie. In de Omgevingsvisie wordt er vanuit gegaan dat herstructurering en innovatie leidt tot efficiënter gebruik, waarbij met name aan de randen van de glastuinbouwcontouren mogelijk ruimte vrijkomt. Ruimte die in eerste instantie zoveel als mogelijk moet worden benut voor energieopwekking, maar ook kan worden ingezet voor een groene dooradering. Pas in 2e instantie kan gedacht worden aan woningbouw, waarbij de voorkeur in de Omgevingsvisie uitgaat naar oplossingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten en voormalige bedrijfswoningen.
Pagina 56
In alle gevallen zal functieverandering binnen de contouren van de glastuinbouw, zoals met deze zienswijze wordt voorgesteld, niet autonoom kunnen plaatsvinden maar altijd onderdeel zijn van een brede herstructurerings- en moderniseringsopgave van de glastuinbouwsector waarbij op gebiedsniveau -in dit geval Noukoop als geheel- een integrale afweging dient plaats te vinden tussen de verschillende ruimtevragers en belangen. Omdat de (herstructurerings)opgave in de glastuinbouw omvangrijk is, zullen hiervoor bij de uitwerking van de Omgevingsvisie specifieke gebiedsgerichte programma’s worden opgesteld. Zienswijzen op het ontwerp van de Omgevingsvisie, gericht op functieverandering binnen de glastuinbouwcontouren, zullen in dat proces worden betrokken.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
7.1.1b. Ontwikkeling glastuinbouw Oude Polder Zienswijze 9 gaat ook in op het duurzaam glastuinbouwgebied. Aangegeven wordt dat het niet gewenst is om de gronden tegenover de Duikersloot (Oude Polder) te bebouwen met glastuinbouw. Dat is niet in overeenstemming met wat gepresenteerd is ten tijde van de realisatie van het opstijgpunt voor de 380 kVhoogspanningsverbinding. De glastuinbouw vervuilt het water met gifstoffen, er wordt veel maatschappelijk geld uitgegeven aan ontsluitingen zoals de Komkommerweg en er is veel
lichtoverlast. Gevraagd wordt dan ook om dit gebied groen te houden.
Beantwoording In de Omgevingsvisie maakt de (glas)tuinbouw blijvend deel uit van (de identiteit van) PijnackerNootdorp. De glastuinbouw staat in de toekomst dicht bij de lokale samenleving. In letterlijke zin omdat kassen naast woonwijken en natuur- en recreatiegebieden staan, maar ook in praktische zin. Ze zijn een goede buur van de natuur, inwoners en recreanten doordat er groene corridors zijn gerealiseerd en de hoogwaardige producten die in de kassen worden geproduceerd, ook lokaal te koop zijn. Door (gefaseerde) actieve herstructurering worden kassen steeds meer emissieloos en circulair en zijn ze aangesloten op regionale netwerken voor warmte en CO₂. De sector zal zich richting 2050 verder verbreden waardoor het cluster in onze gemeente een internationale speler wordt en blijft op het gebied van voedsel, gezondheid en welbevinden. Gedane investeringen in onder andere de Komkommerweg en de Zijdeweg dragen hieraan bij. Om de relatie tussen de glastuinbouw en de kernen te versterken zal ook gewerkt worden aan betere langzaamverkeer- en groenverbindingen, economische clustering, energie-uitwisselingen en de aanleg van groene zones.
Door de herstructurering en modernisering met onder andere ketenintegratie, vertical farming en gezamenlijke wateropslag kunnen de glastuinbouwgebieden efficiënter worden benut waarbij met name aan de randen van de glastuinbouwcontouren mogelijk ruimte vrijkomt.
De afweging om de gronden aan de rand van het glastuinbouwgebied tegenover de Duikersloot daarom nu alvast een groenbestemming te geven, kan echter niet op voorhand worden gemaakt. Het zal altijd onderdeel moeten zijn van een brede herstructurerings- en moderniseringsopgave van de glastuinbouwsector. Daarbij zal op gebiedsniveau, in dit geval Fes/ Oostland als geheel, een integrale afweging moeten plaatsvinden tussen de verschillende ruimtevragers en belangen. We voegen daar aan toe dat het huidige bestemmingsplan reeds voorziet in de mogelijkheid om hier glastuinbouw te realiseren, maar dat datzelfde bestemmingsplan ook rekening houdt met een groenstrook tussen de kassen en de Duikersloot. Omdat de (herstructurerings)opgave in de glastuinbouw omvangrijk is, zullen hiervoor bij de uitwerking van de Omgevingsvisie specifieke gebiedsgerichte programma’s worden opgesteld. Zienswijzen op het ontwerp van de Omgevingsvisie, gericht op functieverandering binnen de glastuinbouwcontouren zullen in dat proces worden betrokken.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
7.1.1c. Tussen Ackerswoude en de Zijdeweg In zienswijze 16 wordt door de eigenaar van een glastuinbouwbedrijf voorgesteld om de hele strook tussen de Zijdeweg (oostelijke randweg) en de rand van de kern Pijnacker (Ackerswoude, Klapwijk, Tolhek) te transformeren van Pagina 57
glastuinbouw naar een stevige groenzone met een aansluitend een uitbreiding van de woningbouw. De reden voor dit voorstel is dat het bedrijf steeds meer last heeft van omwonenden die schijnbaar last hebben van de bedrijfsactiviteiten. Verwacht wordt dat dit naar de toekomst toe alleen maar verder zal toenemen door ontwikkelingen zoals verduurzaming (afstappen van fossiele energie), schaalvergroting en/of de automatisering en belichting die nodig is voor intensieve kleinschalige teelt.
Beantwoording In de Omgevingsvisie maakt de (glas)tuinbouw blijvend deel uit van (de identiteit van) PijnackerNootdorp en staat zij in de toekomst dicht bij de lokale samenleving. In letterlijke zin omdat kassen naast woonwijken en natuur- en recreatiegebieden staan, maar ook in praktische zin. Ze zijn een goede buur van de natuur, inwoners en recreanten doordat er groene corridors zijn gerealiseerd en de hoogwaardige producten die in de kassen worden geproduceerd, ook lokaal te koop zijn. Om de relatie te versterken en de overlast die nu soms nog wordt ervaren om te zetten in begrip en waardering wordt in de Omgevingsvisie voorgesteld om te werken aan betere verbindingen tussen de kernen, het groen en de economische clusters in de vorm van onder andere fietspaden, groene zones, energieuitwisseling en maatwerk voor assimilatieverlichting.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
7.1.1d. Het lint van de Rijskade De eigenaren van enkele grote percelen langs de Rijskade willen (zienswijze 207) graag een aantal woningen bouwen in het lint van de Rijskade. Het toevoegen van enkele woningen past bij het karakter van het lint, leidt tot een toenemend gevoel van veiligheid en draagt bij aan de behoefte aan woningen. Een dergelijke ontwikkeling zal ook de toekomstige ontwikkeling van de glastuinbouw niet in de weg staan, aangezien deze bedrijven gericht zijn op de Vrederustlaan en de Hoefslag. Het verzoek is dan ook om de contouren van de glastuinbouwgebieden aan te passen zodat de bouw van enkele woningen mogelijk wordt.
Beantwoording In de Omgevingsvisie wordt het glastuinbouwgebied Pijnacker West gezien als een blijvend onderdeel van de Greenport West Holland. Herstructurering, modernisering en optimale benutting maken van Pijnacker West in de toekomst één van de drie toonaangevende en innovatieve glastuinbouwbieden binnen onze gemeente. Wij zien ons hierin gesteund door zowel de sector als de provincie.
In de Omgevingsvisie wordt er vanuit gegaan dat herstructurering en innovatie leidt tot efficiënter gebruik, waarbij met name aan de randen van de glastuinbouwcontouren mogelijk ruimte vrijkomt. Ruimte die in eerste instantie zoveel mogelijk moet worden benut voor energieopwekking, maar ook kan worden benut voor een groene dooradering. Pas in tweede instantie kan gedacht worden aan woningbouw, waarbij de voorkeur in de Omgevingsvisie uitgaat naar oplossingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten en voormalige bedrijfswoningen. In alle gevallen zal functieverandering binnen de contouren van de glastuinbouw, zoals met deze zienswijze wordt voorgesteld, niet autonoom kunnen plaatsvinden. Dit zal altijd onderdeel zijn van een brede herstructurerings- en moderniseringsopgave van de glastuinbouwsector. Hierbij zal op gebiedsniveau, in dit geval Pijnacker-West(noord) als geheel, een integrale afweging moeten plaatsvinden tussen de verschillende ruimtevragers en belangen. En daarbij moet ook rekening gehouden worden met bestaande beleidsuitgangspunten die voor de Rijskade van belang zijn, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in de ‘Lintenvisie Pijnacker-Nootdorp’ en ‘Natuur op de Kaart’. Omdat de (herstructurerings)opgave in de glastuinbouw omvangrijk is, zullen bij de uitwerking van de Omgevingsvisie specifieke gebiedsgerichte programma’s worden opgesteld.
Zienswijzen op het ontwerp van de Omgevingsvisie, gericht op functieverandering binnen de glastuinbouwcontouren zullen in dat proces worden betrokken.
Pagina 58
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
7.1.1e. Nieuwe Kooltuin in de Noordpolder van Delfgauw Natuurlijk Delfland (zienswijze 147) vindt de ontwikkeling van een woonwijk in plaats van de glastuinbouwbedrijven een positieve ontwikkeling en noemt daarbij als voorbeelden: afname van assimilatiebelichting, afname van vrachtwagens door het dorp, natuurinclusieve woningbouw, versterking van het lint en een beter toekomstperspectief voor tuinders elders. Er zijn ook zienswijzen ontvangen die juist het belang van het behoud van de contouren van de glastuinbouw benadrukken en tegen verkleining van de contouren zijn. In reactie op het initiatief om een deel van het glastuinbouwgebied Pijnacker-West (ook wel de Nieuwe Kooltuin genoemd) om te zetten naar een woonwijk, hebben we acht zienswijzen ontvangen. Zij ondersteunen de in de Omgevingsvisie opgenomen bestendiging van de huidige functie: glastuinbouw. In zienswijzen 20, 22, 201, 222, 223, 227, 252 en 253) wordt benadrukt dat het glastuinbouwgebied niet alleen economisch zeer belangrijk is, maar ook in belangrijke mate bijdraagt aan het unieke karakter van onze gemeente. Het agrarisch ondernemen is van oudsher een onderdeel van de cultuur van Delfgauw. Dit opofferen voor woningbouw betekent weer een verlies van het deel van het
karakter. Inpassing van een paar woningen zoals recent is gebeurt langs de Noordeindseweg is een prima keuze, in tegenstelling tot dit plan. Daarmee gaat het karakter van de Noordeindseweg verloren, net als eerder met de Zuideindseweg is gebeurd (zienswijze 252 en 253). Het is ongewenst om de bebouwing verder op te rekken naar een gebied waar bedrijven en groen zorgen voor een oase van rust. De glastuinbouw vormt in combinatie met de natuur een prachtig en uniek gebied dat veel recreanten aantrekt en daarmee van enorme maatschappelijke waarde is voor de inwoners van Delfgauw en de omliggende gemeenten. Hier krijg je een vakantiegevoel. Voor de bewoners aan die zijde van de Noordeindseweg betekent het bovendien dat er een weg direct achter de achtertuin komt. Hoewel het initiatief komt van glastuinbouwondernemers, is niet gebleken dat herstructurering, modernisering en optimale benutting niet mogelijk zijn. Ook kunnen de gronden prima worden gebruikt voor duurzame vormen van energie. Het plan lijkt ingegeven te zijn door het financiële belang van de grondeigenaren die hun gronden voor veel geld willen verkopen. De gronden worden immers fors meer waard wanneer er woningen gebouwd mogen worden in plaats van glastuinbouw. Het initiatief is ook geen groene woonwijk, maar een woonwijk met een groot aantal huizen en de daarbij behorende verkeersbewegingen.
Nog meer bewoners in deze landelijke omgeving leidt tot nog meer verkeersdrukte, terwijl er nu al dagelijks files staan (zienswijze 227). In zienswijze 223 en 227 wordt daar aan toe gevoegd dat ook de opzet van de wijk
vreemd overkomt. Het is immers het buitengebied, daar moet men zich aan strikte regels houden om de kwaliteit in de vorm van een landelijke tuindersomgeving te behouden. Het voorgestelde initiatief ziet echter toe op een drukke ‘Ypenburgse woonwijk’ met grotere bebouwing, inclusief hoogbouw. Daar wordt in zienswijze 22 nog aan toegevoegd dat het initiatief alle kenmerken heeft van een woonwijk die gevoelig is voor ondermijnende activiteiten. Dit omdat de woonwijk afgelegen is, een goede ontsluiting heeft naar de snelweg, woningen in een lager koopsegement en 30% sociale. Op basis van al deze argumenten zijn de indieners van zienswijzen tegen het initiatief van de Nieuwe Kooltuin.
Beantwoording In de Omgevingsvisie maakt de (glas)tuinbouw blijvend deel uit van (de identiteit van) PijnackerNootdorp. Met de drie toonaangevende, moderne en innovatieve (glas)tuinbouwgebieden Noukoop, Fes/ Oostland en Pijnacker West blijft onze gemeente in de toekomst deel uit maken van de Greenport West Holland. Daarmee behoort het tot de top van de (glas)tuinbouw in Nederland en daarbuiten. De sector krijgt in de Omgevingsvisie de ruimte om zich te verbreden waardoor het cluster in onze gemeente een internationale speler wordt op het gebied van voedsel, gezondheid en welbevinden.
Pagina 59
Deze economische activiteiten vinden straks niet meer alleen in kassen plaats, maar ook onder gesloten dek. Door de herstructurering en modernisering met onder andere ketenintegratie, vertical farming en gezamenlijke wateropslag kunnen de glastuinbouwgebieden efficiënter worden benut. Daardoor kan ruimte worden gecreëerd voor groei van de sector, maar tegelijkertijd ook voor verduurzaming en verdere vergroening van de fysieke leefomgeving, waarvoor met name aan de randen van de glastuinbouwcontouren mogelijk ruimte vrijkomt. Ruimte die in eerste instantie zoveel mogelijk moet worden benut voor energieopwekking, maar ook kan worden ingezet voor een groene dooradering. Pas in tweede instantie kunnen we denken aan woningbouw. Daarbij gaat de voorkeur in de Omgevingsvisie uit naar oplossingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten en voormalige bedrijfswoningen. In alle gevallen zal functieverandering binnen de contouren van de glastuinbouw, zoals met het initiatief van de Nieuwe Kooltuin wordt voorgesteld, niet autonoom kunnen plaatsvinden. Het zal altijd onderdeel zijn van een brede herstructurerings- en moderniseringsopgave van de glastuinbouwsector, waarbij op gebiedsniveau, in dit geval Pijnacker West (noord) als geheel, een integrale afweging moet plaatsvinden tussen de verschillende ruimtevragers en belangen.
Omdat de (herstructurerings)opgave in de glastuinbouw omvangrijk is, zullen hiervoor bij de uitwerking van de Omgevingsvisie specifieke gebiedsgerichte programma’s worden opgesteld.
Zienswijzen op het ontwerp van de Omgevingsvisie, gericht op functieverandering binnen de glastuinbouwcontouren zullen in dat proces worden betrokken.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
7.1.2 Kansen voor de glastuinbouw Er gebeuren mooie dingen in Pijnacker-Nootdorp en dan niet alleen qua wonen, werken en natuur. Ook de glastuinbouw speelt daarin een belangrijke rol en kan daarin een belangrijke rol blijven spelen, aldus een trotse en blije tuinder in zienswijze 127. Het is daarvoor wel belangrijk dat de mogelijkheden voor herindeling, duurzaamheid en innovatie in de glastuinbouw concreter worden gemaakt. Denk daarbij aan het financieel aantrekkelijk maken van herstructurering dan wel het toevoegen van woningen in bijvoorbeeld de oude linten in en langs de glastuinbouwgebieden zoals de Delftsestraatweg. Het zou een mooie stap vooruit zijn als de gemeente hiervoor actief bedrijven zou benaderen. De provincie ZuidHolland (zienswijze 296) onderschrijft het in de Omgevingsvisie opgenomen beeld en de ambities voor glastuinbouw. Transformatie is noodzakelijk. Enerzijds om toekomstbestendig te zijn, anderzijds zullen innovatieve en (ver)nieuwe(nde) bedrijfsmodellen vragen om een andere benaderingswijze vanuit de overheden en de
omgeving. De Omgevingsvisie laat deze verandering zien. Glastuinbouw Nederland (zienswijze 241) gaat zich, samen met lokale tuinders, verder inspannen om de banden tussen de sector en de inwoners aan te halen. Daarbij werken ze onder het nieuwe thema ‘Gezondheid en geluk’ aan het uitleggen van wat er in de kassen gebeurt, wat daarvoor nodig is en hoe de producten bijdragen aan de gezondheid en het geluk van mensen. Wel waarschuwt Glastuinbouw Nederland dat het bedienen van de lokale markt niet het primaire doel is van de glastuinbouwbedrijven. De kracht van de glastuinbouw is de gespecialiseerde, grootschalige productie van groenten en sierteeltproducten die in Europa en ver daar buiten worden verkocht. Deze afzet is economische basis, niet de lokale markt
Beantwoording Voor het toekomstbestendig houden van de grote (glas)tuinbouwsector in de gemeente is inzet nodig. Omdat de (herstructurerings)opgave in de glastuinbouw omvangrijk is, zullen hiervoor bij de uitwerking van de Omgevingsvisie specifieke gebiedsgerichte programma’s worden opgesteld. Hierin zullen de mogelijkheden voor herindeling, duurzaamheid en innovatie in de glastuinbouw concreter worden gemaakt.
Pagina 60
Wij zijn blij met de door Glastuinbouw Nederland aangekondigde inspanningen om de banden tussen de glastuinbouwsector en de inwoners aan te halen. Uiteraard zijn de mogelijkheden voor ieder bedrijf anders. Voor zowel (glastuinbouw)bedrijven met grootschalige productie voor de Europese of mondiale markt en meer lokaal georiënteerde bedrijvigheid zullen we moeten verkennen wat geschikte middelen zijn om de verbinding tussen de glastuinbouw en de (inwoners van de) kernen.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
7.1.3 Huisvesting arbeidsmigranten Glastuinbouw Nederland benadrukt in zienswijze 241 het belang van goede huisvesting voor (tijdelijke) medewerkers. Zij zijn ook op de langere termijn onmisbaar. De sector ziet dat het nauwelijks lukt om huisvesting voor deze doelgroepen in de kernen te realiseren. Daarom ziet zij kansen voor het realiseren van huisvesting in de glastuinbouwgebieden, mits deze herstructurering niet in de weg staan, de gronden de agrarische bestemming houden en de te huisvesten medewerkers werkzaam zijn in de glastuinbouw. Aangezien dit op basis van het provinciaal beleid niet mogelijk is, gaat zij in overleg met de provincie en vraagt de gemeente om ondersteuning in deze gesprekken. De provincie Zuid-Holland (zienswijze 296) constateert dat de gemeente serieus werkt aan het vraagstuk
huisvesting arbeidsmigranten. De doelstellingen sluiten aan bij het provinciaal beleid, maar huisvesting van arbeidsmigranten in de glastuinbouwgebieden past niet zonder meer in de verordening. De provincie gaat graag in gesprek over de concrete mogelijkheden op deze locaties.
Beantwoording Naast de woonkernen zijn de drie glastuinbouwgebieden Noukoop, Fes/ Oostland en Pijnacker West in de Omgevingsvisie aangewezen als zoekgebied voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het is goed om te vernemen dat Glastuinbouw Nederland kansen ziet voor het realiseren van huisvesting in de glastuinbouwgebieden. Bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor de glastuinbouw gaan we graag samen met Glastuinbouw Nederland in gesprek met de provincie over concrete mogelijkheden op deze locaties. In dit kader wijzen we ook op de notitie over de huisvesting van arbeidsmigranten die in voorbereiding is. Deze notitie wordt naar verwachting in december 2021 in de gemeenteraad besproken.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
7.1.4 Ruimte voor cumelabedrijven in PijnackerNootdorp Zienswijze 68 is ingediend door een branchevereniging die opkomt voor de belangen van cumelabedrijven in Nederland. Dat zijn bedrijven die met mensen en materieel als specialisten in de groen-, grond- en infrasector werken. De werkzaamheden bestaan onder andere uit (agrarisch) loonwerk, grondwerkzaamheden, cultuurtechnische werkzaamheden, infrastructurele projecten en onderhoud van (openbare) groenvoorzieningen, natuurgebieden en oppervlaktewater. Met de zienswijze wordt gevraagd om het bestaansrecht te erkennen van een groep unieke niet-agrarische bedrijven die werkzaamheden uitvoeren met zwaar rijdend materieel. Soms worden deze bedrijven ook wel aangeduid als agrarisch aanverwante bedrijven. De organisatie herkent zich in grote mate reeds in de Omgevingsvisie en wil graag erkend en zo nodig betrokken worden bij de uitvoering van de visie en de verder uitwerking van de instrumenten van de Omgevingswet. Als concreet voorbeeld wordt genoemd het niet verplaatsen van deze bedrijven naar bedrijventerreinen omdat de infrastructuur vaak niet berekend is op de zware en grote machines en het werk vaak in het buitengebied plaatsvindt. Dit is niet alleen veiliger, maar voorkomt ook extra verkeersbewegingen.
Beantwoording Het is goed om te vernemen dat Cumela Nederland zich in grote mate herkent in de Omgevingsvisie. Zoals de indiener al stelt is het werk in de cumelasector de afgelopen veel breder geworden. Nog maar 40% van het werk is agrarisch. Veel bedrijven hebben zich gespecialiseerd in aanneming in de grond-, weg- en waterbouw en de aanleg en het onderhoud van sportvelden, ook binnen de bebouwde de kom. Het is daarom moeilijk om aan te geven wat algemeen gezien de beste vestigingsplaats is. Dat verschilt per bedrijf en locatie. In het buitengebied zijn de wegen (linten) vaak smal en zijn er voor bedrijven nauwelijks mogelijkheden om uit te breiden of bij te bouwen. Bovendien wordt er steeds vaker gewerkt met grote, dure en technisch hoogwaardige machines, waarvoor een bedrijventerrein meer geschikt lijkt. In het ontwerp van de Omgevingsvisie is niet meegenomen om hoeveel bedrijven het gaat en waar deze zich in onze gemeente bevinden. Het detail- en abstractieniveau van de Omgevingsvisie is ook niet toereikend en biedt onvoldoende handvatten om uitspraken te doen over het wel of niet verplaatsen van bedrijven binnen deze sector. Instrumenten hiervoor zijn het omgevingsprogramma en het omgevingsplan waarin de Omgevingsvisie verder wordt uitgewerkt. Daarbij gaan we graag met Cumela Nederland in gesprek over de ruimte voor bedrijven binnen de sector.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
Pagina 61
7.1.5 Bedrijventerreinen In zienswijze 172 staat de reactie van drie verenigingen (bedrijvenpark De Boezem, bedrijvenpark Heron en bedrijvenpark Oostambacht) en de coöperatie bedrijvenpark Ruyven. Hoewel zij zich in grote lijnen uitstekend kunnen vinden in het ontwerp van de Omgevingsvisie zijn er nog een aantal punten waarop verbetering en aanpassing wordt voorgesteld. Als eerste zijn zij van mening dat er in het ontwerp van de Omgevingsvisie onvoldoende aandacht is voor de bedrijventerreinen, zeker in vergelijking met de glastuinbouw. De bedrijventerreinen zorgen voor veel werkgelegenheid en door de uitgifte van kavels op Boezem Oost en Heron zal dit in de toekomst alleen nog maar meer worden. Er zijn niet alleen lokale en regionale bedrijven gevestigd, maar ook landelijk en zelfs internationale bedrijven. Daarom wordt gevraagd om dit aan te passen, bijvoorbeeld door ook een intermezzo op te nemen over verbinding op de bedrijventerreinen en toevoegingen op pagina 31, 32 en 34. Ten tweede wordt gevraagd om niet meer te spreken over bedrijventerreinen, maar over bedrijvenparken. Dat sluit beter aan bij de wens om de gebieden in de toekomst meer parkachtig in te richten. Als derde verzoek wordt gevraagd om Boezem Oost en West te zien als één bedrijvenpark. Dat maakt dat er niet zes maar vijf bedrijvenparken zijn in de gemeente.
Zij zijn daarbij van mening dat de bedrijvenparken nu een goede omvang hebben. Met het oog op de verwachte behoefte aan kleinschalige, klassieke bedrijvenparken moet er in
de toekomst wellicht ruimte worden gemaakt voor een zesde of zelfs zevende bedrijvenpark. Dit leidt tot een spanningsveld met andere ambities in de Omgevingsvisie
Beantwoording De Omgevingsvisie gaat over de fysieke leefomgeving. De reden dat er op onderdelen -zoals met het intermezzo- in de Omgevingsvisie soms meer aandacht is voor de glastuinbouw ligt in het feit dat de glastuinbouw bijna 20% van die fysieke leefomgeving in onze gemeente in gebruik heeft. En dat in de herstructurering en transformatie van de glastuinbouwgebieden letterlijk de meeste ruimte wordt gevonden voor bijvoorbeeld nieuwe woningbouw, de energietransitie en uitbreiding van het groene buitengebied. Dat wil echter niet zeggen dat er geen oog is voor de positie en de betekenis van de bedrijventerreinen in onze fysieke leefomgeving. De bedrijventerreinen in de Omgevingsvisie worden niet voor niets vaak in één adem genoemd met de glastuinbouw als het gaat om de economische gezondheid en vitaliteit van onze inwoners en ondernemers, ruimte om te ondernemen, werkgelegenheid, een aantrekkelijk vestigingsklimaat, verduurzaming en de energietransitie. Om dit belang te benadrukken en de bedrijventerreinen in de Omgevingsvisie meer aandacht te geven, zal de tekst op onderdelen aan de zienswijze worden aangepast.
Pagina 62
We zullen de teksten van de Omgevingsvisie aanpassen in reactie op het verzoek om in de Omgevingsvisie te spreken over bedrijvenparken in plaats van bedrijventerreinen, in aansluiting op de wens om in de toekomst de locaties meer parkachtig in te richten. We zijn blij dat de drie verenigingen en de coöperatie zich herkennen in deze wens. Daarom zullen we in de Omgevingsvisie spreken over Parkachtige Werklocaties. Hierin komt de ambitie voor een andere inrichting terug, maar wordt ook nadruk gelegd op het feit dat de locatie wel bedoeld is om te werken en daar dus ook voldoende ruimte voor moet bieden. Het begrip moderne bedrijventerreinen zullen we vervangen door moderne bedrijvenparken. Zo komen we tegemoet aan de wens van betrokkene om het begrip ‘park’ in beide gebieden naar voren te laten komen en aan te sluiten bij het net andere karakter van de gebieden. Verder zal Boezem West en Oost als één geheel wordt gezien. We kiezen er in de Omgevingsvisie voor om de het aantal en de omvang van de bedrijventerreinen in onze gemeente, net als de glastuinbouwgebieden, niet verder uit te breiden. Ook blijven we met de regio samenwerken met het oog op een mogelijk toekomstige behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen binnen het gelijke speelveld van de MRDH en Businesspark Haaglanden.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden tot een aantal tekstuele aanpassingen van de Omgevingsvisie. Door de samenvoeging van Boezem Oost en West is er nog sprake van vijf nabij de kernen gelegen bedrijvenparken (in plaats van zes).
De term parkachtige bedrijventerreinen worden voortaan aangeduid als parkachtige werklocaties en de moderne bedrijventerreinen als moderne bedrijvenparken. Daarnaast vindt een correctie plaats van de tekst waardoor duidelijk wordt dat het glastuinbouwcluster in Pijnacker met ruim 20% van het totaal aantal vestigingen een onmisbare economische factor is en wordt er een verwijzing gemaakt naar de meer dan 4500 banen die momenteel te vinden zijn op de bedrijvenparken. Tot slot wordt het begrip circulair toegevoegd aan de ambachtscentra.
De provincie Zuid-Holland constateert in zienswijze 296 dat de Omgevingsvisie op het punt van de bedrijventerreinen aansluit bij het provinciaal beleid. Er is aandacht voor een balans tussen vraag en aanbod, de visie gaat uit van beter benutten en niet van uitbreiding en bevat diverse ideeën over het voorbereiden van de bedrijventerreinen op de toekomst in de vorm van verduurzaming, vergroening en klimaatadaptatie. De beoogde functiemenging en de ambitie voor een parkachtig bedrijventerrein zijn interessante ontwikkelingen. De GGD ondersteunt (zienswijze 208) de ambitie om wonen en werken meer de combineren. Daarbij vraagt ze wel aandacht voor het voorkomen van onderlinge hinder. De gezamenlijke bedrijvenparken zijn (zienswijze 172) niet per se een voorstander van functiemenging. Dit omdat bedrijven de (milieu)ruimte moeten behouden om hun bedrijfsvoering ongehinderd te kunnen uitvoeren, op afstand van gevoelige
functies. Functiemenging kan alleen wanneer wonen en werken in één pand zijn samengevoegd, zodat ze niet los van elkaar kunnen worden verkocht. Over ambachtscentra zijn de gezamenlijke bedrijvenparken zeer enthousiast en ze roepen op om deze gelijk circulair te maken.
Beantwoording Het is goed om te vernemen dat de provincie constateert dat de Omgevingsvisie op het punt van de bedrijventerreinen aansluit bij het provinciaal beleid en de GGD de ambitie om wonen en werken te combineren ondersteunt, waarbij zij net als de gezamenlijke bedrijvenparken terecht aandacht vraagt voor het voorkomen van onderlinge hinder. Wij gaan bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor de herstructurering van de bedrijventerreinen graag met de provincie, GGD en de gezamenlijke bedrijvenparken in gesprek over de beoogde functiemenging en de realisatie van circulaire ambachtscentra die past bij de ambitie voor parkachtige bedrijventerreinen.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
Pagina 63
7.2 Gezonde arbeidsmarkt en voldoende regionale werkgelegenheid Volgens het ontwerp van de Omgevingsvisie zijn onze economische activiteiten, uitgedrukt in het aantal banen, in 2050 lokaal en regionaal gegroeid, waarbij Pijnacker-Nootdorp op het gebied van de arbeidsmarkt en werkgelegenheid in de toekomst vooral ondersteunend is aan de regionale economie. Werk wordt daarbij niet alleen als belangrijk gezien om te voorzien in levensonderhoud, maar draagt volgens het ontwerp ook bij aan de mentale gezondheid van mensen. De visie houdt vooral rekening met de vestiging van meer woon-gerelateerde bedrijvigheid en de toename van het aantal ZZPers in onze gemeente. De zienswijzen richten zich vooral op de ruimte die juist wel of juist niet aan verschillende bedrijfssectoren geboden zou moeten worden in de Omgevingsvisie. 7.2.1 ZZP-ers, ontmoeten en horeca De gezamenlijke bedrijvenparken stellen in zienswijze 172 dat ZZP-ers geen ‘echte ondernemers’ zijn in de zin van de Belastingdienst en wat hen betreft dan ook los staan van de bedrijvenparken. Wanneer er, zoals in het ontwerp van de Omgevingsvisie staat, ontmoetingsruimtes voor ZZP-ers worden gerealiseerd op de bedrijvenparken dan moeten die niet alleen voor die groep en/of voor innovatieve aan de digitale economie verwante bedrijven te zijn. Deze ruimtes moeten dan voor alle ondernemers zijn die elkaar willen ontmoeten.
In het verlengde daarvan zou
het goed zijn als er op alle bedrijvenparken een vorm van horeca te vinden is, bijvoorbeeld in de genoemde ontmoetingsruimtes.
Beantwoording Wij verschillen met betrokkene van mening dat ZZPers geen ‘echte ondernemers’ zijn in de zin van de Belastingdienst en zijn van mening dat er ook voor hen ruimte is op de bedrijvenparken. De indieners merken terecht op dat de genoemde ontmoetingsruimtes niet alleen en exclusief voor ZZP-ers en innovatie aan de digitale economie gerelateerde bedrijven bedoeld en toegankelijk zijn, maar dat alle ondernemers daar welkom zijn. De tekst in de Omgevingsvisie zal op dit punt worden aangepast. De vestiging van een lunchroom of een koffiebar op de hoek nabij knooppunten van (openbaar) vervoer, wordt in de Omgevingsvisie al als mogelijkheid genoemd bij de bedrijventerreinen die het dichtstbij de kernen liggen, maar dit geldt in principe voor alle vijf door de indieners genoemde bedrijvenparken.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden tot de tekstuele aanpassingen van de Omgevingsvisie. Het voorbeeld van de ontmoetingsruimtes voor ZZP-ers wordt uitgebreid met andere doelgroepen zodat duidelijk wordt dat deze ruimtes ook voor bestaande en nieuwe ondernemers en toenemende mate ZZP-ers en innovatieve, aan de digitale economie verwante bedrijven bedoeld zijn.
7.2.2 Werkgelegenheid en gemengde economie Het behouden en creëren van werkgelegenheid heeft een positief effect op de sociale en mentale gezondheid, aldus de GGD in zienswijze 208. Het is de moeite waard om deze koppeling op te nemen in de Omgevingsvisie. Het Milieuplatform (zienswijze 186) is van mening dat meer ruimte moet worden gegeven aan ‘de nieuwe economie’. Dit biedt de gemeenschap als geheel de beste vooruitzichten. Goede regiocontacten bevorderen de vestiging van economische bedrijvigheid. In zienswijze 172 betogen de gezamenlijke bedrijvenparken juist dat er niet alleen moet worden gekeken naar de kenniseconomie. Ook voor traditionele bedrijven moet voldoende ruimte blijven. Dit draagt bij aan een breed palet aan werkgelegenheid in Pijnacker-Nootdorp. Ook zien zij dat het onderhoud van de bedrijvenparken en de individuele kavels kan worden uitbesteed aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die meerdere dagen per week op het terrein aanwezig zijn (huismeesterfunctie) en vragen om dit op te nemen in de Omgevingsvisie. Aanpassing van bedrijfssectoren en stimuleren van nieuwe sectoren kunnen de lokale vraag naar arbeid verbeteren en nieuwe werkgelegenheid creëren, aldus het Milieuplatform in zienswijze 186.
Pagina 64
Beantwoording De Omgevingsvisie beschrijft hoe het economisch en sociaal netwerk met elkaar zijn verbonden en hoe werk bijdraagt aan de mentale gezondheid. Het positieve effect van werkgelegenheid op de sociale gezondheid zal aan de tekst van de Omgevingsvisie worden toegevoegd, evenals de aandacht voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de Omgevingsvisie kiezen we ervoor om op het gebied van de arbeidsmarkt en werkgelegenheid in de toekomst ondersteunend te zijn aan de regionale economie en actief bij te dragen aan regionale initiatieven. Dit doen we door vanuit de eigenheid van een groene wooneconomie met de regio samen te werken. De Omgevingsvisie biedt daarbij zowel ruimte aan de ‘nieuwe economie’ als ook aan de meer ‘traditionele’ bedrijven door functiemenging, het aanbrengen van variatie en het faciliteren van andere vormen van werkgelegenheid. Het streven is erop gericht economische activiteiten, uitgedrukt in het aantal banen zo niet alleen lokaal maar ook regionaal te laten groeien.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden tot tekstuele aanpassingen van de Omgevingsvisie. Aangevuld wordt dat werk niet alleen belangrijk is om te voorzien in levensonderhoud, het draagt ook bij aan de mentale en sociale gezondheid van mensen in een inclusieve samenleving waar ook aandacht is voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (brede welvaart).
7.3 Duurzaam en circulair ondernemen Volgens het ontwerp van de Omgevingsvisie onderscheidt en profileert Pijnacker-Nootdorp zich richting 2050 in de regio als groene, duurzame en circulaire economie en is in 2050 heel ondernemend Pijnacker-Nootdorp overgegaan op duurzame energie. De zienswijzen hebben vooral betrekking op de uitvoering en de realisatie van deze ambities. 7.3.1 Realisatie duurzaamheidsambities Het Hoogheemraadschap (zienswijze 297) ziet kansen om nauwer samen te werken op het gebied van duurzaam en circulair ondernemen. Daarmee kunnen we gezamenlijk stappen maken in en rond het watersysteem. De provincie Zuid-Holland (zienswijze 296) is van mening dat er voldoende aandacht is voor circulariteit in de Omgevingsvisie. Wel stelt zij daarover nog een paar vragen zoals: wordt kringlooplandbouw de standaard, hoe wordt de omgang met afval- en reststromen van bedrijventerreinen verbeterd en hoe staat deze ambitie ten opzichte van de bouwactiviteiten in de gemeente? De gezamenlijke bedrijvenparken doen de suggestie om in de Omgevingsvisie de mogelijkheid van een dorpsmarinier op te nemen om snelheid te bewerkstellingen op gebieden als verduurzaming, circulariteit en veiligheid.
Beantwoording Het is goed om te vernemen dat de indieners positief staan tegenover de aandacht die circulariteit in de Omgevingsvisie krijgt; kansen zien in duurzaam en circulair ondernemen en snelheid willen bewerkstelligen op gebieden als verduurzaming, circulariteit en veiligheid. De vragen die de indieners daarbij stellen hebben vooral betrekking op de realisatie van deze ambities in zowel de glastuinbouwgebieden als op de bedrijventerreinen. We gaan bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in gebiedsgericht omgevingsprogramma’s voor deze gebieden daarom graag met de indieners in gesprek over concrete mogelijkheden voor verduurzaming en circulariteit in zowel de glastuinbouw, als op de bedrijventerreinen.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
Glastuinbouw Nederland (zienswijze 241) herkent zich in de Omgevingsvisie beschreven ambitie dat de glastuinbouw al in 2040 energieneutraal is, maar wijst op een aantal bedreigingen zoals de verhoogde ODE op elektriciteit, het feit dat het aantrekkelijker is om CO₂ op te slaan onder de Noordzee in plaats van deze beschikbaar te stellen voor de glastuinbouw en het verdwijnen van middelen vanuit ODE++ voor geothermieprojecten. De glastuinbouw kan haar ambities alleen realiseren wanneer daarvoor de juiste voorwaarden zijn gecreëerd en doet een beroep op de gemeente om hen te ondersteunen in deze lobby.
Beantwoording Beantwoording Het is goed om te vernemen dat Glastuinbouw Nederland zich herkent in de in Omgevingsvisie beschreven ambitie dat de glastuinbouw al in 2040 energieneutraal is. Wij begrijpen dat daarvoor wel de juiste randvoorwaarden nodig zijn en zullen de sector daarin waar mogelijk ondersteunen via onze inbreng en inzet voor de Greenport West-Holland.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
Pagina 65
7.4 Kaart aantrekkelijk vestigingsklimaat De drie bedrijvenparken en de coöperatie constateren in zienswijze 172 dat het bedrijvenpark Oostambacht geen aanduidingen heeft op de kaart op pagina 35. Verzocht wordt om de aanduidingen voor functiemenging, verbinding tussen onderwijs en bedrijvenparken toe te voegen. Daarnaast wordt gevraagd om op alle bedrijvenparken aanduidingen toe te voegen voor goede digitale connectiviteit, fysieke ruimte voor verduurzaming en circulariteit en energietransitieplannen
De kaart zal in lijn met de zienswijzen worden aangepast
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden tot aanpassingen op de kaart Aantrekkelijk Vestigingsklimaat in de Omgevingsvisie.
8. Zienswijzen ontwikkelingslijn 4: veerkrachtige leefomgeving In dit hoofdstuk gaan we in op de zienswijzen die we hebben ontvangen over de doelstellingen en ambities voor een veerkrachtige leefomgeving. Zienswijzen of delen van zienswijzen die betrekking hebben op de beschreven doelstellingen en ambities zijn gegroepeerd per paragraaf. Hierdoor ontstaat er een samenhangend beeld van de reacties die we hebben ontvangen en geven we antwoord op de vragen, ideeën en suggesties die we hebben ontvangen. Aan het eind van iedere paragraaf staat of en op welke wijze de zienswijze leidt tot een wijziging ten opzichte van het ontwerp van de Omgevingsvisie. 8.1 Een duurzame gemeente In 2050 maken we in Pijnacker-Nootdorp alleen nog maar gebruik van duurzame energie. Waar mogelijk en passend wekken we energie in de gemeente zelf op. Een deel van de energie, halen we uit of zelfs van buiten de regio. Zo zorgen we voor een robuust energiesysteem. 8.1.1 Reacties op de energiemix De indiener van zienswijze 146 ondersteunt de gemaakte keuzes voor het opwekken van duurzame energie. Door te kiezen voor zonnepanelen op daken en in het glastuinbouwgebied wordt het zo waardevolle woongenot in onze omgeving niet aangetast. Het Milieuplatform (zienswijze 186) is van mening dat energietransitie geen alles overheersende prioriteit Pagina 66
mag zijn, maar één van ontwikkelingen is die afgewogen moet worden binnen de Omgevingsvisie. De kwaliteit van de omgeving en de natuur mogen niet lijden onder de energietransitie, maar moeten er mee geholpen worden. Daarom wordt geadviseerd om natuur- en landschapsinclusief handelen als randvoorwaarde mee te nemen bij zowel het bepalen van de plek als het inrichten en gebruiken van energienetwerken. Aangezien sprake is van een gecombineerde zienswijze waarin zowel op de Omgevingsvisie als het energietransitieplan wordt gereageerd, benoemt het Milieuplatform ook nog diverse aspecten die met name betrekking hebben op het energietransitieplan. Natuurlijk Delfland (zienswijze 147) ziet weinig kansen voor zonnepanelen op de grond. In een drukbevolkt gebied als Pijnacker-Nootdorp zijn er meestal wel betere bestemmingen te vinden. Zonnepanelen in het buitengebied zullen de natuur, ecologie en beeldkwaliteit ernstig schade NMP (zienswijze 17) voegt daar aan toe dat op gronden zonder zonnepanelen veel meer biodiversiteit kunnen ontwikkelen dan gronden waarop zonnepanelen zijn geplaatst (zie pagina 38 van het ontwerp van de Omgevingsvisie). Zij zien zonnepalen op daken als goede optie. En zien een aanvullende mogelijkheid voor het plaatsen van zonnepanelen, net als zienswijze 213, aan de gevels van woningen. Dit zou voor hogere woningen een goede mogelijkheid zijn.
Beantwoording Wij zijn blij dat de gekozen lijn van een energiemix (hoofdzakelijk) bestaande uit geothermie en zonneenergie wordt herkend. Bij het maken van deze energiemix is reeds de kwaliteit van de omgeving (zowel gebouwd als onbebouwd) meegenomen. Zo wordt het niet mogelijk om in de groene buitengebieden zonnepanelen op de grond te leggen. In de bebouwde omgeving, waaronder de glastuinbouwgebieden, kijken we eerst naar het optimaal benutten van de daken. Daarna wordt gekeken naar meervoudig gebruik van gronden in de glastuinbouwgebieden. Bijvoorbeeld door een combinatie van een collectief waterbassin met daarop zonnepanelen. Pas in de laatste plaats komt de optie van zon op land in de glastuinbouwgebieden in beeld. Daarvoor mogen alleen gronden gebruikt worden die geen functie meer kunnen hebben voor de glastuinbouw (meestal aangeduid als overhoeken). Wanneer zich dit voordoet kijken we ook naar een plaatsing die biodiversiteit faciliteert. De wijze waarop de zonnepanelen worden geplaatst (iets verhoogd en meer uit elkaar) kan een aantrekkelijke biotoop creëren. Uiteraard is de ecologische waarde van een dergelijke locatie lager dan een volledig beplant en natuurlijk ingericht perceel, maar door goede plaatsing ontstaan er alsnog meer kansen. Zonnepanelen aan de gevels van woningen, maar ook bedrijfsgebouwen en/of kassen zijn een goede mogelijkheid.
We zien dit in de praktijk ook al terug.
Zo bestaat één wand van een nieuwe kas/bedrijfsgebouw langs de N470 uit zonnepanelen. We zullen deze optie toevoegen in de Omgevingsvisie. Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Toegevoegd wordt dat zonnepanelen niet alleen op daken kunnen worden gerealiseerd, maar ook aan de gevels van woningen, bedrijfsgebouwen en kassen.
8.1.2 De inpassing van zonne-energie in de glastuinbouwgebieden Glastuinbouw Nederland (zienswijze 241) verzoekt om de in de Omgevingsvisie aangehaalde mogelijkheden van nieuwe technieken die waarmee vrijwel onzichtbare zonnepanelen op kassen kunnen worden geplaatst, te verwijderen. Dit omdat het nog onzeker is of en wanneer die beschikbaar komen. Verder betwijfelt Glastuinbouw Nederland of er in 2050 50 ha zonnepanelen in de glastuinbouw gerealiseerd kan worden. Dit omdat het plaatsen van zonnepanelen op de grond een bedreiging vormt voor de herstructurering en modernisering. Dit wordt namelijk een aantrekkelijk verdienmodel dat bijvoorbeeld door stoppende tuinders wordt ingezet. Daarnaast is het ook niet nodig. De opgave kan door middel van zon op daken en waterbassins gerealiseerd worden. De provincie (zienswijze 296) staat kritisch ten opzichte van zonnepalen in de glastuinbouwgebieden. Alleen wanneer dit Pagina 67
gepaard gaat met dubbel ruimtegebruik, dat tevens ten dienste staat van de sector, vindt de provincie het verstandig dit toe te staan. Verder constateert de provincie dat de keuzes omtrent energie in overeenstemming zijn met de regionale energiestrategie Rotterdam-Den Haag. Zij vraagt aandacht voor netimpact van de keuze voor enkel zonnepanelen en adviseert daarover in gesprek te gaan met de netbeheerders. In zienswijze 204 wordt gevraagd om de 380kVhoogspanningsverbinding toe te voegen aan de kaarten. Dit omdat het significante ruimtevrager is en omdat daarmee beter geborgd is dat de belangen van de leiding worden meegewogen bij (nieuwe) ontwikkelingen. Een stabiel en toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk wordt nog meer noodzakelijk vanwege de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de opkomst van nieuwe energiebronnen. In de zienswijze worden diverse situaties aangegeven die de leveringszekerheid en veiligheid van bestaande infra (nadelig) kunnen beïnvloeden en daardoor uitval kunnen veroorzaken met alle maatschappelijke en economische ontwrichting die daardoor veroorzaakt kan worden.
Beantwoording De Omgevingsvisie kijkt vooruit naar 2050. Dat betekent dat we te maken hebben met onzekerheden. In veel gevallen weten we nog niet (zeker) hoe bijvoorbeeld technische ontwikkelingen zich gaan voltrekken.
Dat geldt ook voor de vrijwel onzichtbare zonnepanelen op kassen. De techniek ontwikkelt zich razendsnel en met het oog op de toekomst willen we deze optie graag blijven benoemen. Niet in het minst omdat door het grote oppervlak aan kassen in onze gemeente dit in substantiële mate bij zou kunnen dragen aan het opwekken van elektriciteit. Uiteraard begrijpen we dat de gevolgen voor de toetreding van licht essentieel zijn in de overweging om deze panelen in de toekomst toe te passen. Wanneer de genoemde 50 hectare geheel kan worden gerealiseerd door dubbel ruimtegebruik in de glastuingebieden, dan zijn we daar heel blij mee. Onze voorkeur gaat, net als bij de provincie Zuid-Holland en Glastuinbouw Nederland, uit naar combinaties die ten dienste staan van de sector. Het meest genoemde voorbeeld is een waterbassin met daarop zonnepanelen. Op voorhand willen we echter ruimte laten voor zon op land op plekken waar dit de (herstructurering van de) sector niet in de weg zit (overhoeken). We zijn, vanuit de energietransitie, in gesprek met de netbeheerders over de impact op het net en eventuele maatregelen die nodig zijn om het net te verzwaren of te stabiliseren. De in het verlengde hiervan gedane suggestie om de 380 kV hoogspanningsverbinding op te nemen op de kaart wordt overgenomen in de Omgevingsvisie.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Op de kaart van ontwikkelingslijn 4: een veerkrachtige leefomgeving, wordt de 380 kVhoogspanningsverbinding opgenomen.
8.1.3 Energietransitie in oudere wijken en de gevolgen van aardgasvrij In zienswijze 21 wordt gevraagd naar de relatie tussen de mogelijke groei van de gemeente met maximaal 3000 tot 4000 en de nog te kiezen oplossing voor een aardgasvrij Klapwijk. Heeft de groei van de gemeente daar invloed op? Als iedereen van het aardgas af moet dan neemt de vraag naar elektriciteit ook toe. Die moet dan worden opgevangen. Tot slot wordt in zienswijze 74 aangegeven dat het een bijzondere keuze is dat eigenaren zelf moeten opdraaien voor de kosten van energietransitie. Die zijn niet op te brengen en het kan dus eigenlijk onmogelijk worden verplicht. Daarbij komt dat een oudere woning niet warm te krijgen is met de nieuwe manieren van verwarming.
Beantwoording De mogelijke groei van de gemeente heeft geen invloed op de oplossing voor het aardgasvrij maken van Klapwijk. Overeenkomstig het energietranstitieplan wordt per wijk een plan gemaakt waarin inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze de betreffende wijk van het gas af kan. De beste oplossing is afhankelijk van vele factoren, waaronder de leeftijd van de woningen. Nieuwe woningen worden gasloos gerealiseerd. Daarvoor hoeft dus geen wijkplan te worden gemaakt. Het is juist dat de vraag naar elektriciteit toeneemt wanneer iedereen van het aardgas afgaat. Daar is bij de berekeningen van de toekomstige vraag naar elektriciteit rekening mee gehouden.
Pagina 68
Meer informatie hierover is te vinden in het energietransitieplan. Daar wordt ook ingegaan op de kosten die verbonden zijn aan de energietransitie. Het uitgangspunt is dat het haalbaar en betaalbaar moet zijn. Zoals gezegd verschilt de aanpak per wijk. De leeftijd van woningen en dus de warmtebehoefte is daarin een belangrijk aspect. Gelukkig kunnen oudere woningen ook met nieuwe manieren van verwarming voldoende warm worden.
Beantwoording
Conclusie
Hoewel NMP het niet uitsluit om windmolens te plaatsen wanneer dit nodig is voor het behalen van de klimaatdoelstellingen, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om in Pijnacker-Nootdorp tot 2050 geen windenergie toe te staan. Deze vorm van energieopwekking komt dan ook niet voor in energiemix en is ook niet opgenomen in deze Omgevingsvisie voor de gehele fysieke leefomgeving. Het antwoord op de vraag van NMP is dat in Pijnacker-Nootdorp grootschalige windenergie inderdaad is uitgesloten.
De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
8.1.4 Vragen over windenergie in PijnackerNootdorp Natuurlijk Delfland voegt daar in zienswijze 147 aan toe dat windturbines volgens onderzoeken grote nadelen voor de natuur met zich meebrengen. NMP constateert dat het onderwerp windenergie in zijn geheel niet voorkomt in de Omgevingsvisie. De vraag is dan ook of dit betekent dat windenergie is uitgesloten. NMP sluit in zienswijze 17 de plaatsing van windmolens binnen de gemeentegrenzen niet uit, wanneer dit nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen. Vanwege het groene karakter van onze gemeente is NMP van mening dat de voorkeur uitgaat naar vormen van energieopwekking die minder of geen negatieve impact hebben op de landschappelijke en natuurwaarden.
8.1.5 Ideeën voor aanvullingen van de energiemix De indieners van zienswijze 265, 266, 269 vragen naar de visie van de gemeente over waterstof als alternatief voor het aardgasnetwerk. Het rijk heeft recent de opdracht gegeven om het aardgasnetwerk geschikt te maken voor waterstoftransport. Hier wordt in de visie nagenoeg niet op ingegaan. Waterstof is één van de manieren om (overtollige) energie langdurig in op te slaan. De eerste plannen voor grootschalige opwekking van groene waterstof worden gemaakt en daar kan misschien ook op lokaal niveau winst worden geboekt. Glastuinbouw Nederland geeft aan dat WKK’s bij kunnen dragen aan de stabiliteit van het netwerk. Dat doen ze nu al, maar deze indirecte en veelal nog onbekende bijdrage aan de