CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1a - Participatieverslag ontwerp Omgevingsvisie en planMER DEFINITIEF

Raad Beeldvorming 16 november 2021, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie met bijbehorende Plan MER53.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

energietransitie kan in de toekomst worden uitgebreid als WKK’s niet meer met aardgas worden gestookt, maar met groengas of waterstof.

Beantwoording Het klopt dat de Omgevingsvisie niet ingaat op het gebruik van specifieke energiebronnen, wanneer deze niet direct een effect hebben op de fysieke leefomgeving. Eventueel gebruik van het aardgasnetwerk voor waterstoftransport is vanuit het oogpunt van energietransitie heel belangrijk, maar verandert weinig aan hoe het er buiten uitziet. Vandaar dat daar in de Omgevingsvisie niets over staat. De visie van de gemeente over waterstof is terug te vinden in het energietranstieplan. In aansluiting op de regionale energiestrategie Rotterdam-Den Haag zien we een kleine rol voor waterstof (en voor groengas) bij de verwarming van gebouwen en kassen. Beiden zijn nu namelijk nog niet grootschalig voorradig en in de komende tien jaar zal dat (naar verwachting nog) niet veranderen. Daarom willen we dit alleen in willen zetten voor gebouwen en gebieden die heel moeilijk te verwarmen zijn met andere energiebronnen of bij het opvangen van een piek in de warmtevraag. De rol van WKK’s wordt daarbij meegenomen.

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

Pagina 69

8.1.6 hoe gaan we de emissie van stikstof en CO₂ verlagen? In de zienswijzen wordt gevraagd naar de wijze waarop Pijnacker-Nootdorp de emissie van CO₂ en stikstof gaat verlagen (zienswijze 5). NMP voegt daar aan toe dat er weliswaar in 2025 een sluitend OCAP-netwerk is, maar dat dit in 2050 niet meer het geval zal zijn. Tegen die tijd zijn er in Amsterdam en Rotterdam geen bronnen van CO₂ meer in de industriegebieden. Waar komt dan de CO₂ voor de glastuinbouw vandaan (zienswijze 17).

De mogelijke opslag van CO₂ onder de Noordzee is een bedreiging voor dit systeem, waardoor de glastuinbouwsector weer afhankelijk kan worden van zelf geproduceerde CO₂. Er wordt ondertussen gewerkt aan innovatieve oplossingen om CO₂ uit de lucht te halen en te gebruiken in de kas. De aanpak waarmee stikstof wordt teruggedrongen is momenteel een landelijk thema. De rijksoverheid werkt samen met de provincies en sectoren aan een groot pakket maatregelen om de natuur te versterken en de hoeveelheid stikstof te verlagen. Zodra hierover meer duidelijkheid is, zal worden gekeken of en op welke manier Pijnacker-Nootdorp hier een bijdrage aan kan leveren.

Beantwoording Zowel landelijk (Nationaal Klimaatakkoord) als lokaal (energietransitieplan) hebben we als doelstelling om in 2050 CO₂-neutraal te zijn. Dat doen we door het gebruik van energie terug te dringen en alleen nog CO₂-vrije energie te gebruiken. De wijze waarop we in PijnackerNootdorp de komende 30 jaar (dus tot 2050) stap voor stap willen doen staat beschreven in het energietranstieplan. Voor de glastuinbouw is CO₂ een noodzakelijke voorwaarde voor teelt. Door CO₂ die vrij komt bij industriële bronnen via een netwerk van leidingen te brengen naar de glastuinbouw hoeft er in de glastuinbouw geen verbranding van fossiele brandstoffen plaats te vinden om CO₂ te produceren. Glastuinbouw Nederland en OCAP (de organisatie die CO₂ vanuit de industrie naar de glastuinbouw brengt) werken samen om een nieuwe, grote bron te ontsluiten die, middels een seizoensbuffer, zorgt voor voldoende CO₂ in het leveringsgebied van OCAP .

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

8.2 Een klimaatbestendige gemeente De leefomgeving in Pijnacker-Nootdorp kan in 2050 de gevolgen van klimaatsverandering goed opvangen. De ecologisch, bodem- en watersystemen kunnen tegen een stootje en bewegen mee met extreem weer. 8.2.1 Bewustwording en samenwerking In zienswijze 25 wordt opgemerkt dat het lijkt alsof de klimaatverandering niet erg leeft bij de inwoners. Het is opgevallen dat veel mensen tijdens corona hun tuin zijn gaan opknappen en bijna iedereen koos voor tegels. Hoe gaat de gemeente de inwoners zover krijgen dat ze deze visie gaan delen?. NMP voegt daar in zienswijze 17 aan toe dat het voor klimaatbestendigheid en biodiversiteit essentieel is dat tuinen groener worden. Voorlichting alleen is daarvoor onvoldoende. Voorgesteld wordt om te onderzoeken of en hoe eisen kunnen worden gesteld aan het maximaal percentage te verharden grondoppervlak en het heffen van belasting op basis van het aandeel waterdoorlatend oppervlak van een bebouwd perceel. Het Milieuplatform (zienswijze 186) voegt daar aan toe dat naast communicatie en voorlichting ook gekeken moet worden naar financiële stimulansen of kwantitatieve regels. Het Hoogheemraadschap (zienswijze 297) herkent het belang van en de opgave om klimaatbestendig te worden. Daarom wil zij graag samenwerken aan en meedenken met de verdere uitwerking daarvan in een omgevingsprogramma of ander instrument.

Pagina 70

Beantwoording De verandering van het klimaat merken we allemaal. Het is vaker heel warm, er vallen hevige regenbuien en soms is het juist een langere periode heel droog. Daarom werkt de gemeente zelf, vaak samen met Hoogheemraadschap van Delfland, aan het vergroenen van wijken en het vasthouden en bergen van water. Communicatie over en bewustwording van de klimaatverandering is daarbij heel belangrijk. De gemeente en het hoogheemraadschap kunnen het niet alleen. De regen valt niet alleen op onze gronden, maar ook bij inwoners en bedrijven. Daarom moeten we ons met elkaar aanpassen aan en voorbereiden op het veranderende klimaat door bijvoorbeeld te accepteren dat er soms water staat of ook in de eigen tuin of op het eigen bedrijf maatregelen te nemen om water vast te houden en te bergen. We zijn het eens met de analyse dat het belangrijk is dat tuinen groener worden. In het in 2021 door de gemeenteraad vastgestelde programma Water en Klimaat 2021-2024 staat bijvoorbeeld dat we bewoners stimuleren om hun tuin te vergroenen. Het hoogheemraadschap heeft daarnaast een stimuleringsregeling waar inwoners gebruik van kunnen maken. We zijn nog niet zover dat we over willen gaan tot het stellen van regels omtrent een maximaal te verharden percentage van particulier eigendom.

Dat is bovendien een afweging die bij het omgevingsprogramma en het omgevingsplan gemaakt moet worden. Dit (en andere voorstellen die in de zienswijzen worden gedaan) zijn immers maatregelen die te maken hebben met de uitvoering en realisatie van de ambitie. Graag maken we gebruik van het aanbod van het hoogheemraadschap om samen te werken aan een verdere uitwerking in zowel een omgevingsprogramma als het omgevingsplan.

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

8.3 Een goede omgevingskwaliteit De leefomgeving in Pijnacker-Nootdorp kan in 2050 de gevolgen van klimaatsverandering goed opvangen. De ecologische, bodem- en watersystemen kunnen tegen een stootje en bewegen mee met extreem weer. 8.3.1. Licht en donker In zienswijze 119 wordt gesteld dat er sprake is van een overschrijding van de normen voor lichtemissie, met name langs de Zuideindseweg. Om die reden wordt opgeroepen om het areaal en de glastuinbouwbedrijven te verkleinen. Natuurlijk Delfland gaat (in zienswijze 147) nog een stap verder. Zij vinden dat de gemeente niet goed om gaat met assimilatiebelichting en te veel toelaat. Daarom wordt voorgesteld om de ontheffingen van Pijnacker, Westland en Lansingerland in beeld te brengen en vervolgens elke denkbare maatregel (zoals nieuwe verlichtingstechnologie, stopzetten/afname belichtingsnoodzakelijke teelten, uitplaatsing en investeringsondersteuning) om de normoverschrijding te stoppen. De NMP vraagt eveneens aandacht voor de overlast van assimilatiebelichting. Concreet wordt opgeroepen om te stoppen met maatwerkvergunningen (waardoor uitstel wordt verleend voor het voldoen aan wettelijke normen) zodat de hinder voor mensen en natuur (bv weidevogels) wordt verminderd. Het Milieuplatform vraagt eisen te stellen aan lichthinder en om de gebieden waar een donkerteregime heerst concreet op de kaart aan te geven (zienswijze 186).

Glastuinbouw Nederland (zienswijze 241) stelt dat het, ook bij Pagina 71

strikte toepassing van de regels, onvermijdelijk is dat er in bepaalde perioden sprake is van zichtbare lichtuitstoot. Er wordt onderzoek gedaan die er hopelijk op afzienbare termijn toe moet leiden dat de belichting minder warmte produceert (en dus de schermen en kasramen gesloten kunnen blijven). Glastuinbouw Nederland gaat ervan uit dat de gemeente tot die tijd, wanneer dat noodzakelijk is, maatwerk wordt verleend.

Beantwoording Om de groei van sommige gewassen in kassen te bevorderen worden de gewassen kunstmatig belicht. Deze zogenoemde assimilatiebelichting is vanuit het oogpunt van de ondernemer noodzakelijk. Sommige inwoners en groene belangenorganisaties kijken echter heel anders aan tegen deze verlichting. Zij zien het als overlast voor mens en dier, zoals blijkt uit de ontvangen zienswijzen. Deze belangenafweging wordt op dit moment grotendeels gemaakt in het Activiteitenbesluit (paragraaf 3.5.1.) en gaat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet over in het Besluit activiteiten leefomgeving (paragraaf 4,75). De hierin opgenomen eisen inzake afscherming en lichtsterkte moeten lichthinder voor omwonenden voorkomen en de duisternis en het donkere landschap beschermen. Deze eisen gelden alleen tussen zonsondergang en zonsopgang (dus niet overdag.

In de komende periode willen wij een omgevingsprogramma opstellen waarin allerlei aspecten van de kwaliteit van de leefomgeving een plek krijgen. Hierin zullen we de mogelijkheden verkennen en onze (weliswaar geringe) beleidsvrijheid rondom assimilatieverlichting invullen. Daarbij zoeken we naar een balans tussen het economisch belang en de behoefte aan donkerte. Zoals op de kaart bij deze ontwikkelingslijn is aangegeven streven we naar het beperken van licht in de groene gebieden (zoals de Zuidpolder van Delfgauw) en zien we op andere plekken meer ruimte voor, onder andere, licht.

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Wel wordt toegezegd dat in een omgevingsprogramma de afwegingsruimte van de gemeente voor assimilatiebelichting zal worden uitgewerkt.

8.3.2 Geluid en luchtkwaliteit Geluid is nog te vaak een ondergeschoven kindje aldus zienswijze 146. De kwaliteit van leven en het groen worden beter wanneer de geluidsoverlast afneemt. Concrete maatregelen daarvoor zijn bijvoorbeeld een hogere geluidswal langs de N470 bij Tolhek en het verbieden van lawaaierige scooters/brommers. Ook de GGD benadrukt (zienswijze 208) dat luchtverontreiniging en geluidhinder factoren zijn die de meeste aan milieu gerelateerde ziektelast veroorzaken, ook wanneer aan de wettelijke normen wordt voldaan.

Momenteel ondervinden de bewoners van circa 4600 woningen een geluidsbelasting hoger dan 55 dB met de bijbehorende nadelige gezondheidseffecten. Met het ondertekenen van het Schone Lucht Akkoord onderschrijft de gemeente de ambitie om de luchtkwaliteit verder te verbeteren ten einde in 2030 uit binnenlandse bronnen 50% gezondheidswinst te behalen. Het beperken van blootstelling aan luchtverontreiniging en het verminderen van (ernstige) geluidshinder zouden dan ook moeten opgenomen worden als ambitie en meegenomen worden bij nieuwe ontwikkelingen. Uitwerking in een omgevingsprogramma verdient aanbeveling zodat concrete maatregelen kunnen worden benoemd. Het Milieuplatform voegt daar aan toe dat in de natuur- en groengebieden voor permanente en tijdelijke stiltegebieden moet worden gezorgd. Beantwoording Wij zijn ons bewust van de effecten die geluid kan hebben op de gezondheid van mensen en dieren. Het is dan ook zeker een onderwerp waar we aandacht voor hebben en actie op ondernemen. Zo gaan we door met het aanpakken van woningen met een hoge geluidbelasting, voorkomen we nieuwe overlastsituaties en zetten we ons bestaande gebiedsgericht beleid voort.

Pagina 72

In het Actieplan Geluid (2019-2023) staan concrete maatregelen die zorgen voor een vermindering van het aantal woningen waar het geluid hoger is dan de gemeentelijke ambitie van 65 dB. Dit ambitieniveau ligt momenteel dus lager dan de 55dB die in de zienswijzen wordt aangehaald. In de zienswijzen worden ook onderwerpen benoemd waar de gemeente niet zelf over gaat, zoals de N470 en brommers. Hiervoor geldt dat we de overlast monitoren en indien nodig dit bespreken met het bevoegd gezag. Voor stiltegebieden hebben wij op dit moment nog geen beleid. We erkennen en herkennen het belang van stilte voor mens en dier. Daarom hebben we in dit in de Omgevingsvisie ook benoemd. In de komende periode willen wij een omgevingsprogramma opstellen waarin allerlei aspecten van de kwaliteit van de leefomgeving een plek krijgen . Hierin zullen we de mogelijkheden verkennen en onze ambities op het gebied van stilte concreet te maken en mogelijkheden om deze te realiseren te verkennen . Zoals op de kaart bij deze ontwikkelingslijn is aangegeven streven we naar stilte in de groene gebieden (zoals de Zuidpolder van Delfgauw of het Bieslandse Bos ) en zien we op andere plekken zoals op de bedrijventerreinen en in het centrum meer ruimte voor, onder andere, geluid. In hetzelfde omgevingsprogramma zal tevens aandacht worden besteed aan luchtkwaliteit.

De luchtkwaliteit in onze gemeente wordt erg bepaald door de omgeving waarin de gemeente ligt (midden in Randstad omringt door snelwegen). Hoewel we hier dus niet direct invloed op hebben, dringen we bij andere partijen (die dit wel hebben) aan op maatregelen.

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Wel wordt toegezegd dat in een omgevingsprogramma de ambities en maatregelen op het gebied van geluid, stilte en luchtkwaliteit zullen worden uitgewerkt.

8.3.3 Waterkwaliteit Natuurlijk Delfland constateert in haar zienswijze (147) dat de waterkwaliteit zorgelijk is en er nog veel te verbeteren valt. Daarbij is er een rol voor de glastuinbouw, voor het Hoogheemraadschap, maar nadrukkelijk ook voor de gemeente zelf. Bijvoorbeeld door een alerter eigen maai- en oeverbeheer. Ook NMP (zienswijze 17) is van mening dat de Omgevingsvisie en het bijbehorend planMER te optimistisch zijn over waterkwaliteit. Dit vraagt om meer ambitie en concreet beleid van zowel het Hoogheemraadschap als de gemeente. Ook de provincie (zienswijze 296) vraagt aandacht voor waterkwaliteit en voegt daar het aspect grondwater aan toe.

Beantwoording De waterkwaliteit is een kerntaak van het hoogheemraadschap. Als gemeente leveren we daar onze bijdrage aan en werken we intensief samen met het hoogheemraadschap. Concrete maatregelen staan benoemd in het programma Water en Klimaat (2019-2024).

Voorbeelden zijn het verwijderen van kroos en gebladerte uit enkele watergangen, het aanleggen van (bergende) natuurlijke dan wel natuurvriendelijke oevers of een pilot rondom baggeren. Ook blijven we ons (samen met het hoogheemraadschap) inzetten door het verrichten van metingen, het bezoeken van bedrijven en het uitwisselen van informatie de emissieloze kas. Over het algemeen wordt de kwaliteit van het water in Pijnacker-Nootdorp steeds beter en zien we meer planten en dieren terug in het water. Dat betekent niet dat de waterkwaliteit al op orde is, zoals in de zienswijzen ook al wordt benoemd. De klimaatverandering maakt het lastiger om daarvoor aangewezen waterlichamen in de Zuidpolder van Delfgauw aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water te laten voldoen. In een op te stellen omgevingsprogramma (waarin allerlei aspecten van de kwaliteit van de leefomgeving een plek krijgen) verkennen we de mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit op lange termijn, aangevuld met maatregelen voor de korte en middellange termijn.

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Wel wordt toegezegd dat in een omgevingsprogramma de mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit op lange termijn worden verkend, aangevuld met maatregelen voor de korte en middellange termijn.

Pagina 73

8.3.4 Bodemkwaliteit Aandacht voor bodemkwaliteit is een te magere ambitie, volgens de NMP in zienswijze 17. Een goede bodemkwaliteit is essentieel voor een goede kwaliteit. Dit moet dan ook worden vertaald naar concrete doelen of door een omgevingsprogramma op te stellen.

Beantwoording Wij zijn het met betrokkene eens dat het belangrijk is om voor de bodem een omgevingsprogramma op te stellen. Grofweg zijn er vier kwaliteiten toe te kennen aan de bodem. Als eerste de draagkwaliteit: de draagkracht om (ondergronds) te bouwen, kabels, leidingen, riolering en buisleidingen in te leggen en om stoffen in op te slaan. De productiekwaliteit ziet vooral toe op de groei van gewassen, voorraad drink- en grondwater en geothermie. Daarnaast heeft de bodem regulerende kwaliteiten in de vorm van een schone bodem, waterberging, waterfiltering en een levende bodem. Als laatste levert de bodem ons informatie in de vorm van archeologie, landschap en ecologie. Wij zijn voornemens om de regulerende kwaliteiten op te nemen in een omgevingsprogramma waarin allerlei aspecten van de kwaliteit van de leefomgeving een plek krijgen. De draagkracht en productie willen we opnemen in een nieuw op te stellen programma voor de ondergrond. De informatie die de bodem ons levert hoort meer thuis bij ontwikkelingslijn 1 en 2.

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Wel wordt toegezegd dat de bodem in een tweetal omgevingsprogramma’s zal worden opgenomen. Hierin worden meer concrete maatregelen opgenomen.

8.3.5 Milieuzoneringen De gezamenlijke bedrijvenparken vragen in zienswijze 172 aandacht voor passende afstanden tussen bedrijven, risicobronnen en groepen mensen. Er moeten goede cirkels worden getrokken voor geluid, licht en geur om onderlinge hinder te voorkomen.

Beantwoording Wij zijn het met betrokkene eens dat ook bij een verdere verbinding en menging van functie voldoende afstand moet worden gehouden tussen bedrijven en risicobronnen enerzijds en kwetsbare groepen anderzijds. Dit is dan ook benoemd in het toekomstbeeld op pagina 13, in paragraaf 2.5 een gezonde en veilige leefomgeving, in paragraaf 4.3 waarin een goede omgevingskwaliteit centraal staat en in het gebiedsprofiel Moderne bedrijvenparken. Op basis van de reactie van betrokkene zullen wij deze voorwaarde ook toevoegen aan het gebiedsprofiel Parkachtige werklocaties.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. In het gebiedsprofiel Lokale Bedrijvenparken wordt benoemd dat het belangrijk is om passende afstanden aan te houden tussen risicobronnen als inrichtingen en bedrijven enerzijds en (groepen) mensen anderzijds. Daardoor kunnen beide goed naast elkaar functioneren, zonder elkaar tot last te zijn.

Pagina 74

9. Zienswijzen gebiedsprofielen 9.1 Functiemenging in de kern RKDEO en SV Nootdorp liggen in het hart van de kern Nootdorp. Dit leidt tot overlast in de omliggende woonwijken. De kantines, kleedkamers en velden grenzen vrijwel direct aan woningen. De herrie die hier gemaakt wordt is een bron van stress voor omwonenden en is ongezond (zienswijze 2). Aan de afstandsnormen wordt niet voldaan en de vraag is of die wel voldoende zijn. Daarom wordt benadrukt dat deze grote fout niet nogmaals gemaakt moet worden. Sportvelden moeten op voldoende afstand van woonwijken worden gelegd. In aanvulling daarop wordt in zienswijze 19 uitgesproken dat het onbegrijpelijk is dat de sportvelden in het centrum van Nootdorp (RKDEO) niet zijn ingetekend als een plek voor woningbouw. De locatie ligt heel centraal ten opzichte van openbaar vervoer, snelwegen, gezondheidsvoorzieningen en winkelcentra. De mooiste plek om een bijdrage te leveren aan de woningbehoefte. De sportvelden zijn van kunstgras en dragen niet bij aan een goed leefklimaat, de fietspaden zijn niet goed en 85% van de week wordt er geen gebruik gemaakt van deze plek. Voorgesteld wordt om de sportvelden te verplaatsen naar het Dwarskadegebied. Dat is goed bereikbaar vanuit de kernen, maar ook vanuit de omliggende steden met zowel de fiets, auto als bus. Een vergelijkbaar voorstel wordt gedaan in Pagina 75

zienswijze 26. Ook daar wordt aangegeven dat verplaatsing van de sportvelden naar het Dwarskadegebied ruimte maakt voor woningen voor ouderen, jongeren en alleenstaanden op loopafstand van alle voorzieningen. Ook in omliggende steden zoals Den Haag en Delft liggen sportvelden nooit in het midden van het centrum. In de zienswijze van KBO-PCOB (zienswijze 295) wordt eveneens gepleit voor een onderzoek naar de mogelijkheid om de sportvelden in het Hart van Nootdorp te bestemmen voor wonen, voorzieningen en groen. Hier kan een dorpse woonwijk met (maatschappelijke) voorzieningen en een duurzame inrichting wordt gerealiseerd. De nabijheid van voorzieningen maakt het ideaal voor ouderen, alleenstaanden en jongeren. Als alternatieve locatie voor de sportvelden wordt eveneens gekeken naar Dwarskade. Ook in zienswijze 26 wordt gepleit voor het realiseren van woningen op de sportvelden van RKDEO. Het is een concreet voorstel om 400 prefab stacaravans rug aan rug te plaatsen met een garage erbij. Dat wekt de indruk van een vakantiepark en is voor jongeren en senioren en heel aantrekkelijke plek om te wonen, zonder dat dit gepaard gaat met hoge stichtingskosten. Door laagbouw blijven de kosten eveneens laag en blijft het dorpse karakter behouden. Een integratie met het plan Hart van Nootdorp maakt dat er ook daar nog enkele van deze woningen gerealiseerd

zouden kunnen worden. De sporters kunnen naar twee andere, bestaande locaties in de directe omgeving: de Brasserskade en De Poort. De indiener van de zienswijze merkt op dat deze woonvormen overigens ook heel goed passen aan de randen van het Balijbos en de Dobbeplas. Er worden dan prachtige overgangsgebieden gevormd door groen en laagbouw vrijstaande woningen.

Beantwoording Van oudsher liggen de voetbalverenigingen in het hart van de kern Nootdorp. Hoewel enkele bewoners dit als overlast ervaren, is het ook een aanwinst voor de kern. Een levendige vereniging waar jong en oud samen sporten, bewegen en elkaar ontmoeten. Dat draagt bij aan de sociale samenhang en de hechte samenleving. Hoewel we begrijpen dat deze twee locaties voldoen aan veel van de wensen rondom nieuwbouw van woningen, willen we ook de herkenbare woonomgeving in stand houden. Ook in andere dorpen en steden zijn sportverenigingen in de kernen zijn gevestigd, maar deze plekken zijn (en dan met name RKDEO) een traditioneel en herkenbaar element in Nootdorp. Daarom kiezen we er op dit moment voor om deze twee locaties niet aan te wijzen als transformatiegebieden en hebben we op dit moment geen concrete plannen om de beide verenigingen te verplaatsen naar Dwarskade (zoals in de zienswijzen wordt geopperd).

Wanneer we voor doelgroepen als ouderen, jongeren en alleenstaanden willen bouwen in Dwarskade dan stelt dat extra eisen aan de voorzieningen in die nieuwe wijk en aan de verbinding te voet en per fiets met de voorzieningen in bijvoorbeeld De Parade en het openbaar vervoer (tram 15).

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

9.2 Ecologie en biodiversiteit in verschillende gebiedsprofielen NMP (zienswijze 17) is van mening dat versterking van ecologie en biodiversiteit ook een doelstelling moet zijn voor de recreatiegebieden en de gebouwde omgeving. Om die reden verzoeken ze deze doelstelling ook expliciet op te nemen in de andere gebiedsprofielen.

Beantwoording De gebiedsprofielen laten een samenhangend beeld zien waarbij we aangegeven hebben wat de accenten zijn: waar gaan we voor in deze gebieden? Het is inderdaad belangrijk dat ecologie en biodiversiteit binnen verschillende gebieden een plek krijgt. Een verbonden netwerk is voor het ecologisch functioneren immers essentieel. In het ontwerp worden groene verbindingen met kansen voor biodiversiteit benoemd in de gebiedsprofielen: Moderne en innovatieve (glas)tuinbouwgebieden, Agrarisch veenweidelandschap, natuurlandschap. In de gebiedsprofielen buurtschappen en natuur- en recreatielandschap zullen we deze doelstelling toevoegen. De andere gebiedsprofielen laten ook een vergroening zien ten opzichte van de huidige situatie met als voorbeeld het parkachtig bedrijventerrein, dorpse gemengde woonwijken en rustige woonwijken. Dit groen kan zeker een bijdrage leveren aan ecologie en biodiversiteit, maar niet alles kan een plek krijgen in het gebiedsprofiel. Vandaar dat we daar hebben gekozen voor andere accenten.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. In de gebiedsprofielen Buurtschappen en Natuur- en recreatielandschap wordt door middel van een bolletje in het profiel aangegeven dat we hier gaan voor ecologie en biodiversiteit.

Pagina 76

9.3 Moderne bedrijvenparken of functionele bedrijvenparken De gezamenlijke bedrijvenparken merken in zienswijze 172 op dat op pagina 47 wordt gesproken over moderne bedrijvenparken. In de tien profielen zoals op pagina 44 genoemd komt de term moderne niet voor. Wij verzoeken u deze term aan te passen naar functionele bedrijvenparken.

Beantwoording In het ontwerp van de Omgevingsvisie zit inderdaad een ommissie. De beschrijving van het moderne bedrijventerrein of het functionele bedrijventerrein wordt door elkaar gebruikt. Dat leidt tot verwarring. In combinatie met het verzoek dat in paragraaf 5.1.5 is gedaan, zal bij de vaststelling de gehele tekst van de Omgevingsvisie, inclusief de gebiedsprofielen, worden aangepast naar parkachtige werklocaties en moderne bedrijvenparken.

10. Zienswijzen algemeen 10.1 Onderwerpen die gemist worden in de Omgevingsvisie In deze eerste paragraaf gaan we in op reacties waarin aangegeven wordt dat er zaken gemist worden in de Omgevingsvisie. Het gaat dan om onderwerpen of plekken die, in de ogen van de indieners van de zienswijzen, onvoldoende aandacht hebben gekregen. 10.1.1 Delfgauw mist in de beelden In zienswijze 7 wordt opgemerkt dat het mooiste stukje van Pijnacker-Nootdorp ontbreekt en dat is Delfgauw! In de foto’s komt er niets van Delfgauw voor, is dat omdat daar niets verandert?

Beantwoording Zeker niet! De foto’s die ter illustratie in de Omgevingsvisie zijn opgenomen, hebben we bijna allemaal gekregen van inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties via het Panorama 2020. Daarin hebben we geen foto’s van Delfgauw ontvangen. Fijn dat u ons daarop attent maakt, in de vast te stellen Omgevingsvisie zullen we ook foto’s van Delfgauw toevoegen. In dit participatieverslag hebben we eveneens een aantal foto’s van Delfgauw opgenomen.

Pagina 77

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. In definitieve Omgevingsvisie (en in het participatieverslag) worden foto’s van Delfgauw toegevoegd.

10.1.2 Ambitie In zienswijze 11 wordt gevraagd om de doelen strakker te omschrijven en meer ambitie naar voren te brengen. In zienswijze 75 wordt geconstateerd dat, zonder de visie te hebben gelezen, vanuit de plaatjes de indruk ontstaat dat het een plan voor 2030 is waarin geen duidelijke wijzigingen of visie zijn opgenomen. Het is een oppervlakkige ambitie en een irreëel toekomstbeeld met betrekking tot energietransitie, woningbouw, klimaat en biodiversiteit. Gemist wordt een visie op windenergie, hoogbouw, biodiversiteit en klimaat. Door minimaal landelijk te denken (en eigenlijk op Europees niveau) kan de ambitie veel hoger gelegd worden. Daarom wordt geadviseerd om de titel te wijzigen naar 2030 en opnieuw te beginnen met een reëel plan voor 2050.

Beantwoording De Omgevingsvisie een strategische visie voor het hele fysieke domein voor de komende dertig jaar. Daar vloeit uit voort dat het een visie op hoofdlijnen is. Concrete uitwerking vindt plaats in andere instrumenten zoals het omgevingsprogramma of het omgevingsplan. Wij zijn van mening dat de Omgevingsvisie zeker niet oppervlakkig is of een duidelijke richting mist. Op alle door de indiener van zienswijze 75 aangedragen punten geeft de Omgevingsvisie een antwoord. Zo staat er bijvoorbeeld wat onze ambitie is voor de energietransitie en heeft dit een ruimtelijke vertaling gekregen. Een ander voorbeeld betreft de woningbouw. Het aantal woningen, de doelgroepen waar we op focussen en de plekken die we daarvoor willen vrijmaken zijn benoemd in de Omgevingsvisie. Landelijke trends zijn vertaald naar lokaal niveau en waar nodig geldt dit ook voor Europese regelgeving. De adviezen inzake het wijzigen van de titel en het opnieuw beginnen met een visie voor 2050 wordt niet gevolgd.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

wordt daarom geadviseerd om voor 2050 met gemeentes en provincie in gesprek te gaan over natuurlijke grenzen.

Beantwoording Goed om te lezen dat het panorama PijnackerNootdorp 2050 als een mooi beeld wordt gezien. Voor wat betreft het advies over de aanpassing van de grenzen van gemeente willen we het volgende meegeven. De grenzen van de gemeente zijn deels historisch bepaald. De grens met Lansingerland wordt bijvoorbeeld gevormd door de kronkelende Strikkade. Er zijn zelfs mensen die hun perceel deels in onze gemeente hebben en deels in Lansingerland. De snelwegen A12 en A13 maken ook deel uit van de gemeentegrens. Het is mooi dat de grenzen een deel van het verhaal van de gemeente vormen. Denk daarbij, naast de Strikkade, bijvoorbeeld ook aan de aanpassingen die bij de fusie hebben plaatsgevonden. Het betekent dat wij, als overheden moeten zorgen voor een goede afstemming zodat inwoners prettig en veilig wonen in de nabijheid van voorzieningen. De begrenzing hoeft dan ook geen onderwerp van gesprek met de buurgemeenten en/of de provincie te zijn.

Conclusie 10.1.3 De gemeentegrenzen worden niet ter discussie gesteld Het panorama laat naast een mooi beeld, ook zien dat de gemeente geen natuurlijke logische grenzen heeft. De A13 zou een meer natuurlijke grens zijn en de woningen aan het eind van de Katwijkerlaan zijn meer op Zoetermeer gericht. In zienswijze 23 Pagina 78

De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

10.1.4 Monitoring en evaluatie In diverse zienswijzen (bv zienswijze 17), maar ook in het advies van de commissie voor de milieueffectrapportage, komt de vraag naar monitoring en evaluatie terug. Halen we de gestelde doelen en waarom lukt dat wel of niet? Wat kunnen we doen als doelen niet gehaald worden? Het Milieuplatform (zienswijze 186) stelt voor om te toetsen aan een helder lijstje met vooraf vastgestelde criteria. Ook wordt voorgesteld om vooraf aan te geven met welke frequentie de Omgevingsvisie wordt geëvalueerd en bijgesteld.

Beantwoording Dit is een heel terechte vraag. De vaststelling van de Omgevingsvisie is niet het eindpunt, maar vormt het begin van de realisatie. Het is dan ook van belang om goed te monitoren in hoeverre doelen en ambities worden gehaald, welke maatregelen eventueel kunnen worden genomen om deze alsnog te halen of dat het misschien nodig is om de Omgevingsvisie bij te stellen. Op pagina 62 van de Omgevingsvisie staat beschreven dat we begin 2022 met een voorstel komen waarin de dynamische beleidscyclus, zoals die is beschreven in de Omgevingswet, wordt toegesneden op PijnackerNootdorp. De frequentie die we voor ogen hebben is eens per twee jaar.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

10.1.5 aanvulling en verduidelijking van de kaarten in de Omgevingsvisie NMP (zienswijze 17) vraagt om verduidelijking van de kaarten en aansluiting bij de teksten. Soms missen aanduidingen op kaarten (zoals bijvoorbeeld De Groene Keijzer en delen van de Zuidpolder als NNN-gebied), soms zijn er aanduidingen waarvan de betekenis onduidelijk is (bijvoorbeeld de ecologische verbindingen) en in andere gevallen staan er aanduidingen op de kaart die niet in de tekst zijn benoemd (bijvoorbeeld de onderzoekslocaties voor woningbouw).

Beantwoording De kaart van ontwikkelingslijn 1: onderscheidend groen wordt (op basis van diverse zienswijzen) op verschillende punten aangepast. Daarmee wordt al tegemoet gekomen aan een aantal van de verzoeken om verduidelijking en aanvulling van de kaart. De Groene Keijzer wordt eveneens toegevoegd als NNN-gebied. Ook ten aanzien van de geconstateerde ontbrekende verbindingen tussen de tekst en de kaart zijn er aanpassingen gedaan. Hier is met name in paragraaf 3.1.1. aandacht aan besteed.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. De Groene Keijzer wordt toegevoegd als NNN-gebied.

Pagina 79

10.2 De uitvoering van de Omgevingsvisie In de tweede paragraaf van dit hoofdstuk zijn alle reacties met betrekking tot de uitvoering van de Omgevingsvisie gebundeld. Daarin gaat het onder andere over de omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan, de rol van de gemeente bij diverse onderwerpen en de wijze waarop inwoners en ondernemers betrokken zijn en worden bij de (uitvoering van de) Omgevingsvisie 10.2.1 Uitwerking van de Omgevingsvisie naar omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen NMP (zienswijze 17) is zich bewust van het feit dat een deel van de zienswijze niet enkel betrekking heeft op de Omgevingsvisie, maar al verder kijkt naar de uitvoering van de Omgevingsvisie in producten (zoals omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen) en processen (zoals samenwerking met buurgemeenten, gebiedsbeheerders en inwoners). Een voorbeeld hiervan is dat NMP voorstelt om een pilot voor een omgevingsplan te maken voor Buytenhout. Dit omdat daar al een basis voor is gelegd in de vorm van de gebiedsvisie die door betrokken bewoners van dit gebied is opgesteld. Dit voorstel wordt gesteund door het Milieuplatform (zienswijze 186), terwijl de provincie Zuid-Holland (zienswijze 296) voorstelt om er een gebiedsprogramma van te maken. Ook is NMP van mening dat omgevingsplannen die zich uitstrekken over gemeentegrenzen afgestemd moeten worden met de betrokken gemeenten.

Het Hoogheemraadschap (zienswijze 297) is blij met het voornemen om een omgevingsprogramma te

maken voor de ondergrond en adviseert hierbij ook de onderwerpen oppervlaktewater en grondwater bij te betrekken. De provincie (zienswijze 296) is eveneens verheugd over dit voornemen en biedt aan hierover mee te denken. Bovendien wil het Hoogheemraadschap hierover graag meedenken en wil zij graag vroegtijdig betrokken worden bij de pilot voor het omgevingsprogramma Tolhek.

Beantwoording De Omgevingswet heeft drie kerninstrumenten: de visie, het programma en het plan. Deze drie kunnen niet los van elkaar worden gezien. De visie beschrijft wat we op lange termijn willen bereiken in de fysieke leefomgeving. Daar worden de ambities gesteld, kaders beschreven en de samenhang geborgd. De omgevingsprogramma’s werken dit uit naar een concreet, tactisch en uitvoerend niveau. Het heeft een kortere looptijd en bevat de maatregelen die genomen worden om de gestelde ambities te bereiken. In het plan staan de daarbij behorende (bindende) regels waarmee functies evenwichtig worden toegedeeld aan locaties en zo (mede) zorgen voor het bereiken van de ambities. Het klopt dat in een aantal zienswijzen al verder wordt gekeken en gevraagd wordt naar de uitwerking op perceelsniveau of concrete maatregelen. Dat doen we later. Een eerste opzet van de structuur van de omgevingsprogramma’s is bij het raadsvoorstel over de vaststelling van de Omgevingsvisie gevoegd. We benadrukken dat dit een eerste opzet is, die nog kan wijzigen.

Deze eerste opzet voorziet in een programma Groen en recreatie. Hierin komen alle groene buitengebieden aan de orde. Dit sluit aan bij andere zienswijzen die we hebben ontvangen, waarin wordt gevraagd naar een uitwerking van de gemeentelijke visie op het groen. We voorzien op dit moment dan ook geen apart programma voor Buytenhout. Uiteindelijk krijgen alle maatregelen die nodig zijn om de ambities te bereiken een plek in een omgevingsprogramma. Dat geldt dus ook voor oppervlaktewater en grondwater, maar bijvoorbeeld ook voor waterkwaliteit (zie ook paragraaf 6.3.3).

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Toegevoegd wordt dat we werken aan het opzetten van een structuur voor de omgevingsprogramma’s. Een eerste versie daarvan is toegevoegd aan het raadsvoorstel ter vaststelling van de omgevingsvisie. Daarin zien we onder andere omgevingsprogramma’s voor de omgevingskwaliteit (waaronder licht, geluid, stilte, waterkwaliteit, luchtkwaliteit), de ondergrond en het groen in en om de kernen. Deze structuur is nog niet gereed en zal in de komende periode verder worden uitgewerkt en voorzien worden van een planning. Dat maakt duidelijk wanneer met welk omgevingsprogramma gestart zal worden.

Pagina 80

10.2.2 De rol van de gemeente bij de uitvoering van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie gaat uit van de eigen kracht van inwoners en het omzien naar elkaar. Toch kunnen er tegenstellingen zijn tussen inwoners. In zienswijze 21 wordt als voorbeeld gegeven dat de ene inwoner graag een bijdrage wil leveren aan een duurzame en klimaatbestendige gemeente. De voortuin wordt groen, bloemrijk en onverhard ingericht. Wanneer de buurman er echter voor kiest om de tuin te verharden en daar een auto op fossiele brandstoffen te parkeren is dat niet in lijn met de visie en het uitzicht van de buurman. Hoe zal worden omgegaan met dergelijke conflicten? De gezamenlijke bedrijvenparken verwachten een andere rol van de gemeente bij de uitvoering van de Omgevingsvisie. Zij doen in zienswijze 172 het verzoek om in de Omgevingsvisie op wordt genomen dat de gemeente in principe geen nee zegt tegen plannen van ondernemers, ondernemersverenigingen of coöperaties van ondernemers (pagina 60 en 61).

Beantwoording Wij herkennen de tegenstellingen die worden beschreven. De ene inwoner of ondernemer omarmt ambities direct omdat deze bijvoorbeeld aansluiten bij een persoonlijke motivatie. Daarmee inspireren ze wellicht ook andere inwoners of ondernemers, die dit veel minder vanzelfsprekend doen of vinden.

Per onderwerp kijken we wat onze rol als gemeente is of kan zijn om ambities onder de aandacht te brengen, maatregelen te stimuleren of wellicht zelf te nemen. Soms is communicatie en inspiratie de juiste manier en in andere gevallen wordt het vertaald in regels waar iedereen zich aan moet houden. Bijvoorbeeld regels in het omgevingsplan. Om recht te doen aan iedere situatie, zullen we per geval bekijken hoe we daar het beste mee om kunnen gaan. Het participatiebeleid, waar zoals beschreven op pagina 60 van de Omgevingsvisie momenteel aan wordt gewerkt, geeft straks houvast en duidelijkheid. De Omgevingsvisie schetst een uitnodigend beeld van de gemeente over dertig jaar. Samen gaan we aan de slag om dit te realiseren. Dat betekent echter niet dat de gemeente in principe altijd ja zegt tegen een plan van een ondernemer, ondernemersvereniging of coöperatie van ondernemers. Daarmee zouden we voorbij gaan aan de belangenafweging die plaats moet vinden. Uiteraard kijken we vanuit een positieve grondhouding naar plannen van ondernemers én inwoners. Elke vierkante meter heeft echter een functie en vertegenwoordigt één of meerdere waarden voor iets of iemand. We moeten dan ook afgewogen beslissingen nemen over het gebruik van de ruimte met aandacht voor alle aspecten van leefomgeving. Integrale keuzes zorgen voor een fijne gemeente waar het goed wonen, werken, ondernemen en leven is.

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

10.2.3 Participatie nu en straks In zienswijze 282 wordt opgeroepen om burgerparticipatie serieus te nemen. Gemeente, bewoners en bedrijven moeten samenwerken. Samen dragen we de verantwoordelijkheid voor de leefomgeving. Geld en economie kunnen niet de enige drijfveer zijn. Daarbij is vanuit de kant van de gemeente visie en daadkracht nodig, maar moet er ook geluisterd worden naar de verwachtingen en toekomstbeelden van bedrijven. We moeten zorgen voor woningen voor jongeren en ouderen, waarbij we van individualisme naar collectivisme gaan. De gemeente kan bijdragen door de juiste voorzieningen te bieden en te luisteren naar inwoners. In zienswijze 11 wordt gevraagd hoe mensen zonder computer of mensen met een leesprobleem mee kunnen beslissen en/of reageren. Als inwoner van Vrijenban in Delfgauw is betrokkene tegen de ontwikkeling van 40 woningen in Vrijenban, maar voor het plan van de Nieuwe Kooltuin. Het feit dat de gemeente ondanks de weerstand toch een overeenkomst heeft getekend voor de realisatie geeft de indruk dat de georganiseerde avond alleen was bedoeld voor informatie en niet voor participatie. Het Milieuplatform heeft in haar zienswijze (186) een aantal punten benoemd die betrekking hebben op burgerparticipatie.

De Omgevingsvisie moet niet alleen gebruikt worden om een stabiele koers aan te houden, maar ook om nieuwe wegen in te slaan waarmee nieuwe doelen (die door inwoners zijn aangegeven) kunnen worden bereikt. Tevens wordt gevraagd om in de Omgevingsvisie al Pagina 81

op te nemen wat de rol van burgerparticipatie zal zijn bij zowel (toekomstige) kansen, bedreigingen en dilemma’s als bij evaluatie en bijstelling van de Omgevingsvisie. Verder roept het Milieuplatform op om lokale expertise over de sterke en zwakke punten van de natuur van Pijnacker-Nootdorp vaker te benutten. De gezamenlijke bedrijvenparken vragen in hun zienswijze (172) om goed betrokken te worden bij verschillende onderwerpen zoals: het vaststellen van omgevingswaarden, het opstellen van omgevingsprogramma’s en functiemenging.

Beantwoording De Omgevingsvisie hebben we samen met inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties opgesteld. Ook aan mensen zonder computer of mensen met een leesprobleem hebben we gedacht in het participatie- en communicatietraject. De kaart die bij iedereen thuis is bezorgd, de borden langs de weg en de themapagina’s in de Telstar zijn onafhankelijk van digitale middelen als computers, tablets en smartphones. Reageren kon ook per brief of mondeling. Voor mensen met leesproblemen is er op de website de mogelijkheid om de Omgevingsvisie voorgelezen te krijgen. Binnenlopen in het gemeentekantoor was met corona soms wat lastiger, maar via het telefoonnummer in de publicatie kon iedereen contact opnemen. Voordat het ontwerp van deze visie is geschreven, hebben we al gevraagd naar wat er belangrijk is om te behouden, wat we vooral moeten beschermen,

wat er nog ontwikkeld moet worden en wat we willen voorkomen. We hebben een schat aan informatie gekregen. Daar zijn we heel blij mee, net als met alle zienswijzen die we nu hebben ontvangen. Samen maken we de visie en samen gaan we aan de slag met de uitvoering. Dat betekent niet dat we alleen maar reacties hebben gekregen die met elkaar in overeenstemming zijn. De één hecht meer belang aan groen, terwijl de ander graag meer nieuwe woningen ziet. Iemand anders vraagt om een nieuwe weg, terwijl de volgende juist vraagt om rust en stilte. Als gemeente willen we naar iedereen luisteren, ook naar de mensen die zich niet vaak mengen in het gesprek. We luisteren naar alle inbreng, maar we kunnen niet aan iedere oproep of verzoek gehoor kunnen geven. Steeds moeten we een afweging maken zoals bijvoorbeeld: nieuwe woningen om het tekort aan woningen voor jongeren en ouderen te verminderen of de ruimte gebruiken voor iets anders (zoals groen, bedrijven, kassen). Het feit dat de gemeente soms niet het standpunt van een inwoner, ondernemer of (maatschappelijke) organisatie volgt, betekent niet dat niet geluisterd is. Soms is een groter gewicht toegekend aan een ander belang en vindt een ontwikkeling toch plaats. De Omgevingsvisie vormt het kader dat we gebruiken om nieuwe plannen en ideeën tegen aan te houden.

Daarbij stellen we ons vragen als: Past een plan binnen de Omgevingsvisie? Draagt het plan bij aan waarden die in de Omgevingsvisie worden nagestreefd?

De Omgevingsvisie is op hoofdlijnen en er is dus nog veel ruimte om die met elkaar vorm te geven. Het ligt niet voor de hand om mee te werken aan plannen die niet passen in de Omgevingsvisie. De wijze waarop inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties betrokken worden bij de uitvoering, aanpassing en inkleuring van de Omgevingsvisie (en andere instrumenten uit de nieuwe Omgevingswet) nemen we niet op in de Omgevingsvisie zelf. Dit onderwerp is zo belangrijk dat we een apart participatiebeleid op gaan stellen, zoals beschreven staat op pagina 60 van de Omgevingsvisie.

Conclusie De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.

Pagina 82

10.3.4. Complimenten Het is fijn om te lezen dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners zich in belangrijke mate herkenden in het ontwerp van de Omgevingsvisie. In diverse zienswijzen zagen we dan ook waardering terug (o.a. zienswijze 6, 11, 12, 25, 208, 293, 296, 297 ). Soms over de vorm en de wijze waarop de visie is gepresenteerd, maar vaker nog inhoudelijk. Bijvoorbeeld voor de aandacht die wordt besteed aan natuur en klimaat (zienswijze 8), de prioriteit die wordt gegeven aan het onderscheidend groen en het behoud daarvan (zienswijze 17) of duurzaamheid (zienswijze 12). NMP benadrukt in zienswijze 17 dat zij de inspanningen van de gemeente op gebied van natuur en ecologie binnen en buiten de kom waarderen. Net als de samenwerking die de gemeente daarbij opzoekt. Dat laat onverlet dat er vanuit de grotere opgave die de achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland ook opgaven zijn voor Pijnacker-Nootdorp. Dat is de achtergrond van de ingediende zienswijze. In zienswijze 10

krijgen we van een inwoner die hier pas vier weken woont een spiegel voorgehouden. Wat een mooi beeld laat hij ons zien van de hechte gemeenschap! Het is hem opgevallen dat er sprake van een dorpse sfeer, waar mensen elkaar groeten en de tijd nemen voor een praatje. Dat is niet vanzelfsprekend. Het is een ambitieuze visie waarin actuele ontwikkelingen als klimaatverandering en huisvesting van arbeidsmigranten een plek hebben gekregen, maar ook hechte gemeenschap. Juist die combinatie maakt dat deze nieuwe inwoner hierin de kracht ziet om de visie ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Van één inwoner hebben we bericht gehad dat er technische problemen waren bij het digitaal indienen van een zienswijze (zienswijze 4). Het is vervelend dat betrokkene deze problemen heeft ervaren. Gelukkig hebben we daar verder geen meldingen van gekregen en betrof het blijkbaar een incident.

11. Staat van wijzigingen & ambtshalve wijzigingen ontwerp Omgevingsvisie Hieronder zijn de wijzigingen voor het ontwerp van de Omgevingsvisie in beeld gebracht: blz

Heeft betrekking op: Algemeen

1 2 8

Voorblad Omgevingsvisie Inleiding Vervangen zinsnede: Er zijn zes, nabij de kernen gelegen, bedrijvenparken waar mogelijkheden zijn voor lokaal, regionaal of internationaal georiënteerde ondernemingen. Vervangen zinsnede: Het glastuinbouwcluster in Pijnacker is met ruim 20% van zowel het totaal aantal banen als het totaal aantal vestigingen een onmisbare economische factor Vervangen zinsnede: In de afgelopen jaren heeft zich een groei van de bedrijvigheid en werkgelegenheid voorgedaan in sectoren als (groot)handel, bouw, nijverheid, zakelijke dienstverlening en gezondheidszorg. Zowel op de bestaande als op de in ontwikkeling zijnde bedrijventerreinen vinden veel lokaal georiënteerde en kleinere regionaal opererende bedrijven een plek.

11

11

13

Alinea verwijderen

18

Opnemen ambitie om een omgevingsprogramma te maken

19

Hoofdstuk 1.1: vervangen zinsnede “Dat betekent dat we geen woningen bouwen in het groene buitengebied”

Pagina 83

Verandert in: Omissies gecorrigeerd: type- en stijlfouten aangepast en zinsopbouw verbeterd en teksten aangepast die betrekking hebben op de fase (vaststelling in plaats van ontwerp). Aanpassing voorblad naar huisstijl Aanpassen inleiding van ontwerp naar vaststelling Nieuwe zinsnede: Er zijn vijf, nabij de kernen gelegen, bedrijvenparken waar mogelijkheden zijn voor lokaal, regionaal of internationaal georiënteerde ondernemingen Nieuwe zinsnede: Het glastuinbouwcluster in Pijnacker is met ruim 20% van het totaal aantal vestigingen een onmisbare economische factor. Nieuwe zinsnede: : In de afgelopen jaren heeft zich een groei van de bedrijvigheid en werkgelegenheid voorgedaan in sectoren als (groot)handel, bouw, nijverheid, zakelijke dienstverlening en gezondheidszorg. Het aantal banen op de bedrijventerreinen bedraagt op dit moment meer dan 4.500. Zowel op de bestaande als op de in ontwikkeling zijnde bedrijventerreinen vinden vooral lokaal georiënteerde en kleinere regionaal opererende bedrijven een plek, maar zijn ook landelijk en zelfs internationale opererende bedrijven te vinden. Verwijderen tekst: “Een lokaal voorbeeld is (glas)tuinbouw die direct naast een woonwijk staat.

Inwoners die geen beeld en belang hebben bij de activiteiten van de buren hebben minder of geen begrip voor de (economische) noodzaak van bijvoorbeeld assimilatiebelichting en ervaren dit eerder als overlast”. Toevoeging na:….kernen: Dit wordt nader uitgewerkt in een omgevingsprogramma waarin concrete maatregelen zijn opgenomen waarmee we de ambities voor het groen willen realiseren . “Binnen deze contour is geen ruimte voor verstedelijking zoals woningbouw en/of bedrijventerreinen. Dat geldt ook voor grootschalige zonnevelden en windmolens. Dit betekent dat het oppervlakte van het groene buitengebied gelijk blijft in de visie.

19 20

Hoofdstuk 1.1: aanvulling over Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland. Hoofdstuk 1.2, aanvulling over de verkoop van snippergroen.

21

Hoofdstuk 1.3, aanvulling over de omgang met recreatiedruk en evenementen in het groene buitengebied.

22

Hoofdstuk 1.4, aanvulling met een zinsnede over dat water een belangrijk aspect is bij de ambitie voor ecologie. Kaart: het ecologisch netwerk wordt verduidelijkt op de kaart, waarbij ook extra ecologische pijlen worden toegevoegd.

23

23

Kaart: wijzigen onderzoeksgebied Delfgauw

23

Kaart: de Klapwijkse Knoop heeft de aanduiding veenweidelandschap.

23

Kaart: de Groene Keijzer

23

Kaart: wijzigen onderzoeksgebied Gronddepot

25& 29 26

Ontbreken beelden van Delfgauw in de Omgevingsvisie Zinsnede: Er zijn nieuwe woonvormen toegevoegd die het voor de groter wordende groep senioren mogelijk maakt om in of nabij hun vertrouwde omgeving te blijven wonen.

Pagina 84

Ontwikkelingen die de kwaliteit van natuur en landschap versterken, zijn in de visie wel mogelijk.” “Samen met de partners van de Gebiedstafel BPL hebben wij een visie gemaakt voor dit landschap (mei 2021), als input voor onze Omgevingsvisie.” “De verkoop van snippergroen mag niet ten koste gaan van onze groene ambitie. Het beleid hiervoor passen we aan.” Toevoegen na:…… woongebieden: “Daarbij hebben we aandacht voor de toegenomen recreatiedruk op het groene buitengebied door een diversiteit aan recreanten. Een goede zonering van recreatie draagt bij aan de omgang met de recreatiedruk op de groene gebieden. Wanneer evenementen in het groene buitengebied plaatsvinden, dan moet rekening worden gehouden met natuur – en landschapswaarden.” Toevoeging na:….biodiversiteit in de gemeente “Ecologie en water zijn daarbij sterk met elkaar verbonden, waarbij de ambities elkaar kunnen versterken.” Op de kaart behorende bij ontwikkelingslijn 1 (pagina 23) wordt het ecologisch netwerk duidelijker aangegeven door onder andere ecologische pijlen toe te voegen bij de Katwijkerlaan (Groenzoom-De Balij), bij de Laan van Floris V, bij de locatie Ridderspoor /Lobelia, en ter hoogte van de groenstrook tussen Delfgauw en de A13. Ook voegen we twee ecologische pijlen toe die een verbinding maken met ons groengebied en de groengebieden over de A12 en de A13 heen.

Op deze kaart komt het onderzoeksgebied en transformatiegebied niet meer terug. Er wordt wel aangegeven wat de relatie van dit gebied is met het groene netwerk in de kernen, door middel van een tweetal pijlen. De Klapwijkse Knoop maakt deel uit van het natuur- en recreatielandschap Groenzoom. Dit wordt aangepast. De Groene Keijzer maakt deel uit van het NNN, daarom wordt dit op de kaart alszodanig aangegeven. Op deze kaart komt het onderzoeksgebied en transformatiegebied niet meer terug. Er wordt wel aangegeven wat de relatie van dit gebied is met het groene buitengebied, door middel van een pijl. In de Omgevingsvisie worden enkele beelden van Delfgauw toegevoegd. Er zijn op diverse plekken in de bestaande kernen en in de nog te realiseren woonwijken, nieuwe woonvormen toegevoegd die het voor de groter wordende groep senioren mogelijk maakt om in of nabij hun vertrouwde omgeving te blijven wonen.

28

Toevoegen tekst over onderzoeksgebied Emerald

28

Toevoegen tekst over woningbouwplanning

28

Zinsnede: Minimaal 30% van de woningen is een (sociale) huurwoning.

29

Veiligheid

29

Zinsnede: Een deel van de fysieke veiligheid ligt buiten de invloedssfeer van de fysieke leefomgeving en wordt vooral via preventie en repressie beïnvloed

30

Kaart: wijzigen aanduiding onderzoekslocatie Emerald

30

Kaart: Wijzigen aanduiding Vrijenban II

32

Relatie leggen tussen paragraaf 3.1 en paragraaf 2.5 voor het aspect veiligheid.

33

Vervangen zinsnede: Er is daar op bescheiden schaal ruimte ontstaan voor andere vormen van werkgelegenheid in bijvoorbeeld de vorm van ontmoetingsruimtes voor ZZP-ers en innovatieve, aan de digitale economie verwante bedrijven

Pagina 85

In Emerald wordt een onderzoeksgebied aangewezen. Dat betekent dat er wordt onderzocht of er op een deel van deze locatie (het meest noordelijke, rond het tuincentrum) mogelijkheden zijn voor het toevoegen van woningen voor doelgroepen, waarbij rekening wordt gehouden met de algemene waardering voor het groen en de mede daaruit voortvloeiende waarde die het gebied nu heeft voor ontmoeten, bewegen, honden uitlaten, wandelen en spelen (het meest zuidelijke deel). De relatie met de A13, in de vorm van bijvoorbeeld luchtkwaliteit en geluidshinder, moet deel uit maken van het onderzoek. Toevoegen na…… wonen. De volgorde van de te ontwikkelen locaties en het (jaarlijks) aantal te bouwen woningen per locatie wordt nader uitgewerkt in een woningbouwplanning. Minimaal 30% van de woningen is een sociale (huur)woning. Toevoegen zin: De bereikbaarheid voor hulpdiensten en de beschikbaarheid van bluswater is op orde. Door een goed ontwerp en goede inrichting van de openbare ruimte maakt dit een vanzelfsprekend en onopvallend onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Nabij complexen waar veel ouderen wonen, is extra aandacht besteed aan de inrichting van de ruimte. Zo kunnen ook minder zelfredzame mensen bij een calamiteit toch een veilige plek vinden.

Criminaliteit, inbraak en diefstal zijn risico’s voor de fysieke veiligheid die grotendeels buiten de invloedssfeer van de fysieke leefomgeving liggen. Daar wordt vooral ingezet op preventie en repressie. Het gehele gebied wordt aangeduid als onderzoeksgebied, maar alleen het noordelijk deel wordt gearceerd vanwege onderzoek naar een mogelijke functieverandering. De legenda wordt hierop aangepast. Vrijenban II opnemen binnen de grenzen van de bestaande kern, met een witte arcering van transformatiegebied Toevoegen zin: De aspecten rond fysieke veiligheid zoals beschreven in paragraaf 2.5 (denk aan criminaliteit, maar ook bescherming tegen risicobronnen) zijn een onderdeel van een aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat. In aanvulling daarop zijn we bovendien alert op ondermijnende criminaliteit en treden daar direct tegen op. Nieuwe zinsnede: Er is daar op bescheiden schaal ruimte ontstaan voor andere vormen van werkgelegenheid in bijvoorbeeld de vorm van ontmoetingsruimtes voor bestaande en nieuwe ondernemers en toenemende mate ZZP-ers en innovatieve, aan de digitale economie verwante bedrijven.

33

Vervangen zinsnede: Werk is niet alleen belangrijk om te voorzien in levensonderhoud, het draagt ook bij aan de mentale gezondheid van mensen

34

Vervangen zinsnede: Op bedrijventerreinen vinden we lichte, lokale ambachtscentra waar verschillende initiatieven slim zijn gecombineerd en de circulaire economie wordt bevorderd Kaart Aantrekkelijk Economisch Vestigingsklimaat Kaart Aantrekkelijk Economisch Vestigingsklimaat Kaart Aantrekkelijk Economisch Vestigingsklimaat

35 35 35 38 39 39

Zinsnede: zonnepanelen op daken van woningen en bedrijfsgebouwen zijn vanzelfsprekend geworden. Definities circulair en natuurinclusief bouwen

40

Zinsnede: Na een zware bui staat er dan in een deel van de groene openbare ruimte. Externe veiligheid

41

Kaart Veerkrachtige leefomgeving

44

Kaart gebiedsprofielen: Wijzigen onderzoeksgebied Emerald

44

Kaart gebiedsprofielen: Wijzigen onderzoeksgebied Gronddepot

44 46 46

Titel gebiedsprofielen: Functionele- en Parkachtige bedrijventerreinen Titel gebiedsprofiel: Parkachtige bedrijventerreinen Zinsnede: Op deze bedrijventerreinen vindt dan ook een deel van het leren in de praktijk plaats

Pagina 86

Nieuwe zinsnede: Werk is niet alleen belangrijk om te voorzien in levensonderhoud, het draagt ook bij aan de mentale en sociale gezondheid van mensen in een inclusieve samenleving waar ook aandacht is voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (brede welvaart). Nieuwe zinsnede: Op bedrijventerreinen vinden we lichte, lokale, circulaire ambachtscentra waar verschillende initiatieven slim zijn gecombineerd en de circulaire economie wordt bevorderd. Legenda aanpassen door de woorden ‘en woonwijken’ te verwijderen. Bij bedrijvenpark Oostambacht aanduidingen toevoegen. Bij alle bedrijvenparken de aanduidingen voor: goede digitale connectiviteit, fysieke ruimte voor verduurzaming en circulariteit, energietransitieplannen toevoegen Aanvullen met: ook aan de gevels van woningen, bedrijfsgebouwen en kassen zien we (soms) zonnepanelen terug. We weten dat ontwikkelingen snel gaan en definities regelmatig geactualiseerd moeten worden. Dat nemen we mee bij de monitoring en evaluatie Vervangen door: Na een zware bui staat er dan in een deel van de groene openbare ruimte water. Toevoegen: na…… verkleinen. Daarnaast overwegen we in een omgevingsprogramma of en waar we het ambitieniveau voor een voorschriftgebied kunnen verhogen. Denk dan bijvoorbeeld niet alleen aan de verplichte afstanden tot zeer kwetsbare locaties en gebouwen, maar ook tot kwetsbare locaties en gebouwen.

Zeker bij nieuwe ontwikkelingen is onze ambitie dat we door een zorgvuldige keuze van functies ten opzichte van risicobronnen voorkomen dat nieuwe voorschriftgebieden moeten worden aangewezen. In het omgevingsplan wijzen we, waar nodig, voorschriftgebieden, aan voor zeer kwetsbare gebouwen. Op de kaart en in de legenda wordt de 380 kV-hoogspanningsverbinding toegevoegd. Aansluitend op de kaart op pagina 30 heeft dit gebied een aparte aanduiding gekregen (onderzoekslocatie). De legenda wordt hierop aangepast. Aansluitend op de kaart op pagina 30 heeft dit gebied een aparte aanduiding gekregen (onderzoekslocatie). De legenda wordt hierop aangepast. Vervangen door: Parkachtige werklocaties en moderne bedrijvenparken Vervangen door: Parkachtige werklocaties Vervangen door: Op deze parkachtige werklocaties vindt dan ook een deel van het leren in de praktijk plaats.

46

46

46 46

47 47

Zinsnede: De parkachtige bedrijventerreinen bieden niet alleen een thuis voor lokaal en regionaal gerichte bedrijven, maar ook voor flexwerkplekken; coach- en vergaderruimte; pakketpunten en een lunchroom of koffiebar op de hoek nabij knooppunten van (openbaar)vervoer. Zinsnede: Deze toenemende variatie heeft, op bescheiden schaal, geleid tot nieuwe vormen van werkgelegenheid wat zich buiten vertaalt naar bijvoorbeeld ontmoetingsruimtes voor ZZP-ers en innovatieve, aan de digitale economie verwante bedrijven. Zinsnede: Een mooi opgeknapt bedrijventerreinen (2.5) Afstanden tussen functies

51

Titel gebiedsprofiel: Moderne bedrijventerreinen Zinsnede Op deze bedrijventerreinen vinden we naast lokale, ook meer regionaal georiënteerde bedrijven Zinsnede: Onze natuurgerichte, groene, duurzame en circulaire economie groene wooneconomie is een aantrekkelijke en regionaal onderscheidende vestigingsfactor gebleken waardoor nieuwe vormen van bedrijvigheid en ondernemerschap zich hebben gevestigd op deze moderne terreinen die in 2020 nog volop in ontwikkeling zijn. Zinsnede: Op deze terreinen wordt gewerkt, dat betekent dat er meer licht, geluid en geur is dan in een woonomgeving. Door rekening te houden met passende afstanden tussen risicobronnen als inrichtingen en bedrijven enerzijds en (groepen) mensen anderzijds kunnen beide goed naast elkaar functioneren, zonder elkaar tot last te zijn. Zinsnede: Duurzame bedrijventerreinen (4.1) & Groene en klimaatbestendige bedrijventerreinen (4.2) Zinsnede: De rustige woonwijken hebben vooral een woonfunctie met veel grondgebonden woningen. Gebiedsprofiel Buurtschappen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10790374/3