CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1a - Participatieverslag ontwerp Omgevingsvisie en planMER DEFINITIEF

Raad Besluitvorming 25 november 2021, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie met bijbehorende Plan MER53.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

53

Gebiedsprofiel Natuur- en recreatielandschap

54

Zinsnede: Bij combineren hun veehouderijen met een natuurgericht beheer.

47

47

47 50

Pagina 87

Vervangen door: De parkachtige werklocaties bieden niet alleen een thuis voor vooral lokaal gerichte bedrijven, maar ook voor flexwerkplekken; coach- en vergaderruimte; pakketpunten en een lunchroom of koffiebar op de hoek nabij knooppunten van (openbaar)vervoer. Vervangen door: Deze toenemende variatie heeft, op bescheiden schaal, geleid tot nieuwe vormen van werkgelegenheid wat zich buiten vertaalt naar bijvoorbeeld ontmoetingsruimtes voor bestaande en nieuwe ondernemers en in toenemende mate ZZP-ers en innovatieve, aan de digitale economie verwante bedrijven. Vervangen door: Een mooi opgeknapte werklocatie (2.5) Toevoegen na: …..bedrijventerreinen. Daarbij is en blijft het belangrijk om passende afstanden aan te houden tussen risicobronnen als inrichtingen en bedrijven enerzijds en (groepen) mensen anderzijds. Daardoor kunnen beide goed naast elkaar functioneren, zonder elkaar tot last te zijn. Vervangen door: Moderne bedrijvenparken Vervangen door: Op deze bedrijvenparken vinden we naast lokale, ook meer regionaal georiënteerde bedrijven Vervangen door: Onze natuurgerichte, duurzame, circulaire en groene wooneconomie is een aantrekkelijke en regionaal onderscheidende vestigingsfactor gebleken waardoor nieuwe vormen van bedrijvigheid en ondernemerschap zich hebben gevestigd op deze bedrijvenparken die in 2020 nog volop in ontwikkeling zijn.

Vervangen door: Op deze moderne bedrijvenparken wordt gewerkt, dat betekent dat er meer licht, geluid en geur is dan in een woonomgeving. Door rekening met passende afstanden tussen risicobronnen als inrichtingen en bedrijven enerzijds en (groepen) mensen anderzijds kunnen beide goed naast elkaar functioneren, zonder elkaar tot last te zijn. Vervangen door: Duurzame bedrijvenparken (4.1) & Groen en klimaatbestendigheid (4.2) In de rustige woonwijken zien we vooral grondgebonden woningen. Er zijn weinig andere functies te vinden. Toevoegen: een bolletje in het profiel aangegeven waaruit blijkt dat we ons ook hier inzetten voor ecologie en biodiversiteit Toevoegen: een bolletje in het profiel aangegeven waaruit blijkt dat we ons ook hier inzetten voor ecologie en biodiversiteit Vervangen door: Lokale boeren combineren hun veehouderijen met een natuurgericht beheer.

55

57

58 63

66

Tekst: De omgevingswet betekent dus dat we de beschikking krijgen over nieuwe instrumenten. Daarbij hoort ook een nieuwe manier van werken en denken bij. Dat is voor ons als gemeente een grote verandering, maar ook voor de (maatschappelijke) partners en in het bijzonder onze inwoners en ondernemers. Het zal in het begin best even wennen zijn en gelukkig hebben we ook nog een paar jaar voordat alles helemaal overeenkomstig Zinsnede: Bij de opzet van de structuur voor de omgevingsprogramma’s maken we ook een planning.

Zinsnede: Zo dragen de tuinders bij aan een Tekst: Kostenverhaal geldt straks voor kostenverhaalplichtige activiteiten zoals het bouwen van woningen, kantoren en winkels. Er moet een functionele samenhang bestaan tussen de activiteit en ontwikkeling waarvoor een bijdrage wordt gevraagd. Pijnacker-Nootdorp kiest er straks voor om voor verschillende type ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en activiteiten ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en realisatie van maatschappelijke functies uit de Omgevingsvisie, kosten te verhalen. Om welke projecten en investeringen het exact gaat en wat de precieze kostendragers zijn wordt in de programma’s en de Nota kostenverhaal opgenomen. Gedacht kan worden aan de herstructurering van de glastuinbouwgebieden en bedrijventerreinen; herinrichting van de dorpscentra, woonwijken en recreatiegebieden; verduurzaming, klimaatadaptatie en de energietransitie; de realisatie van maatschappelijke voorzieningen en de bouw van sociale woningen. Bijlage 2

Pagina 88

Verwijderen, staat er twee maal in

Vervangen door: We werken aan het opzetten van een structuur voor de omgevingsprogramma’s. Een eerste versie daarvan is toegevoegd aan het raadsvoorstel ter vaststelling van de omgevingsvisie. Daarin zien we onder andere omgevingsprogramma’s voor de omgevingskwaliteit (waaronder licht, geluid, stilte, waterkwaliteit, luchtkwaliteit), de ondergrond en het groen in en om de kernen. Deze structuur is nog niet gereed en zal in de komende periode, in overleg met de gemeenteraad, verder worden uitgewerkt en voorzien worden van een planning. Dat maakt duidelijk wanneer met welk omgevingsprogramma gestart zal worden. Vervangen door: Zo dragen de tuinders bij aan een veerkrachtige leefomgeving. Wordt verwijderd

Toegevoegd: kaart met ruimtelijke structuur Pijnacker-Nootdorp in 2050

12. Zienswijzen planMER 12.1 Benutting van energie en de kosten van energie Het planMER bevat onvoldoende kwantitatieve informatie over de rendementen en de gevolgen van investeringen. Geld kan immers maar één keer worden uitgegeven. Zo is het een toevoeging om te bekijken hoeveel geld en energie er wordt bespaard wanneer er één euro wordt geïnvesteerd in de isolatie van woningen en wat de rendementen zijn van zowel windenergie als zonne-energie. Daarnaast is het ook belangrijk om te kijken wat het maatschappelijk nut is van de geïnvesteerde energie. Zo is het kweken van eten veel nuttiger dan het kweken van sierplanten of bloemen. Daarbij moeten ook de kosten van het transport worden meegenomen. Specifiek voor Pijnacker-Nootdorp geldt dat het rendement van windmolens beperkt wordt door de aanwezigheid van het vliegveld in Rotterdam (zienswijze 3). 12.2 Windenergie Er is (blijkens recent onderzoek van het CBS dat op 4 juni 2021 in het nieuws was) veel weerstand tegen windenergie. Slechts 20% van de mensen wil windmolens in de directe omgeving, terwijl meer dan 80% zonne-energie wel ziet zitten. Zelfs wanneer de afstand tot woningen meerdere kilometers is, worden nog negatieve gezondheidseffecten ervaren. In het planMER wordt hier te weinig aandacht aan besteed Pagina 89

(zienswijze 3). Ook zienswijze 134 gaat over windenergie. Hierin wordt aangegeven dat omdat in de Omgevingsvisie windenergie niet is opgenomen, dit ook niet in de planMER terug zou moeten komen. Concreet is betrokkene van mening dat de verwijzingen naar windenergie op pagina 17, 73, 132, 135, 138, 172, 176, 179, 180 en 231 verwijderd dan wel aangepast moeten worden.

Beantwoording Een planMER heeft een breder doel dan de Omgevingsvisie. Zoals in het advies van de commissie m.e.r. (paragraaf 10.3) gaat deze systematiek uit van een verkenning van alternatieven. In Pijnacker-Nootdorp heeft dat proces op een andere wijze plaats gevonden, de alternatieven zijn in de aanloop naar de Omgevingsvisie besproken. Daarbij is geconstateerd dat windenergie niet past bij Pijnacker-Nootdorp. Desondanks kan er in het planMER niet aan voorbij worden gegaan dat windenergie objectief gezien een alternatieve, duurzame energiebron is. Daarom kan niet volledig aan de zienswijze tegemoet worden gekomen. Hoewel de paginanummering verschilt ten opzichte van de ingediende zienswijze wordt de planMER op de onderstaande punten aangepast.

Conclusie De verwijzing in paragraaf 14.3.1 (op pagina 124 van de factsheet Glastuinbouw) in de bijlage bij de planMER zal, via het addendum, worden aangepast. In plaats van ‘De toepasbaarheid van windmolens zou ook overwogen moeten worden in relatie tot de effecten op het zoveel mogelijk behouden van gronden voor de glastuinbouw’ zal de volgende zin worden opgenomen: Hoewel windmolens waarschijnlijk meer ruimte laten voor het realiseren van netto glastuinbouwareaal dan zonnepanelen, is hier niet voor gekozen”. De verwijzing in paragraaf 14.4 (op pagina 126 van de factsheet Glastuinbouw) in de bijlage bij de planMER zal, via het addendum, worden aangepast. In plaats van ‘De toepasbaarheid van windmolens zou ook overwogen moeten worden in relatie tot de effecten op het zoveel mogelijk behouden van gronden voor de glastuinbouw en volgens mij ook de hogere opbrengsten’ zal de volgende zin worden opgenomen: ‘Hoewel windmolens waarschijnlijk meer ruimte laten voor het realiseren van netto glastuinbouwareaal dan zonnepanelen en ook gedurende de nacht energie opwekken, is hier niet voor gekozen’. De verwijzing in paragraaf 17.3.4 (op pagina 163 van de factsheet Energietransitie) zal, via het addendum, worden aangepast.

In plaats van ‘Helemaal aangezien wind (voorlopig) geen optie is” zal de volgende zin worden opgenomen: “Dit rekening houdend met de keuze van de gemeenteraad dat tot 2050 geen mogelijkheden zijn voor windenergie in Pijnacker-Nootdorp’.

12.3 Afval zonnepanelen In zienswijze 134 wordt ook aandacht gevraagd voor een tweetal effecten van zonnepanelen die ontbreken in het planMER. Als eerste is niet beschreven in welke mate zonnepanelen bijdragen aan de hittestress door warmteafgifte van de panelen aan de lucht. Daarnaast ontbreekt het aan inzicht aan de wijze waarop met het afval van zonneparken wordt gedaan. Het merendeel van de zonneparken wordt door buitenlandse investeerders gerealiseerd die miljarden euro’s aan Nederlandse subsidies hebben opgestreken. Over (de kosten van) het afval is echter niets bekend.

Beantwoording Het planMER brengt de effecten voor de leefomgeving in beeld. In het Besluit m.e.r. is aangegeven wanneer het verplicht is om voor een plan (zoals de Omgevingsvisie) of een project een dergelijk rapport op te stellen. De door betrokkene genoemde onderwerpen gerelateerd aan zonnepanelen (hittestress en afval) maken daar geen deel van uit.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het planMER

Pagina 90

12.4 Verkeersafwikkeling, - veiligheid en geluid In zienswijze 162 wordt de conclusie onderschreven dat de toename van het aantal woningen zal leiden tot een toenemende drukte op wegen en fietspaden, effect kan hebben op de verkeersveiligheid en meer overlast van verkeersgeluid kan ontstaan. Met name de route Tuindersweg-Europalaan-Nootdorpseweg wordt extra belast. Daarbij wordt als korte samenvatting geschreven dat de aanleg van een extra rondweg van de Kommerweg naar de Sportlaan moet worden onderzocht omdat anders het verkeer in de kern vast zal lopen. Dat leidt tot de vraag of deze rondweg financieel haalbaar is en of deze gelet op de woon- en leefomgeving en natuur- en landschappelijke waarden gewenst is. Hiervoor is onvoldoende aandacht in de Omgevingsvisie. De indieners van de zienswijze gaan graag in gesprek met de gemeente over de verkeerssituatie op de Westlaan/Europalaan en de maatregelen om dit te verbeteren (o.a. door een het creëren van een 30 km-zone).

Beantwoording Het onderzoek laat zien dat de verkeersstructuur van Pijnacker-Nootdorp de realisatie van de nieuwe woningen in principe goed aankan. Wel kunnen er een aantal knelpunten ontstaan. Een voorbeeld daarvan is de rotonde Westlaan/Europalaan/ Nootdorpseweg. Deze enkelstrooksrotonde met tweerichtingen fietspaden rondom de rotonde wordt vooral in de avondspits zwaar belast Door met name de woningbouw op de locaties Rijskade en Overgauw neemt de verkeersdruk op dit punt toe. Hoewel in het onderzoek ook wordt benoemd dat wellicht een dergelijke extra weg kan worden onderzocht, staan er in het onderzoek ook andere en minder ingrijpende maatregelen die de druk kunnen verlichten. Zo wordt geadviseerd om vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling te onderzoeken of voor dit kruispunt een andere vormgeving tot de mogelijkheden behoort. Onze inzet is hierop gericht en niet op het realiseren van een extra weg. Uiteraard zullen we bij eventuele aanpassingen van de weg hierover in overleg treden met de omwonenden.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het planMER

12.5 Beoordeling en effecten In zienswijze 195 wordt aangegeven dat zowel in het beoordelingskader als in de analyse van de effecten gebruik is gemaakt van respectievelijk het criterium voldoende als smileys. Het criterium voldoende is subjectief en daarmee onnavolgbaar. De smileys zwakken de effecten van het voorgenomen beleid af en een toelichtende tekst ontbreekt.

Beantwoording Wij betreuren het dat betrokkene dit als zodanig ervaart. Wij zijn van mening dat het planMER een uitgebreid en volledig inzicht geeft in zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling en in beeld brengt wat de effecten zijn van het beleid dat in (het ontwerp van) de Omgevingsvisie is opgenomen. Het is gebruikelijk om in een dergelijke uitgebreide analyse van een visie voor de komende 30 jaar te werken met dergelijke beoordelingen. Niet alles is al in objectieve cijfers te vangen. Dit is gemakkelijker wanneer het gaat om een project. De smileys zijn toegelicht op pagina 8 van het rapport. Wanneer de indiener van zienswijzen benieuwd is naar de onderbouwing van de smileys dan wordt verwezen naar de factsheets 1 tot en met 27. Deze zijn terug te vinden van pagina 97 tot en met 240 van het rapport. Hierin is per indicator een uitgebreide toelichting opgenomen.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het planMER

Pagina 91

12.6 Beoordeling aantal m2 groen per inwoner In zienswijze 195 wordt gevraagd naar de definitie van het begrip groen. Wat wordt daar onder verstaan? Daarnaast ontbreken een aantal elementen in de beoordeling. Zo kan de afname van het groenareaal niet worden gecompenseerd door een groene opzet van de transformatiegebieden, is de woningbouwontwikkeling in Delft niet meegenomen, staat er geen bronvermelding bij de bewonerswaardering voor het openbaar groen en is niet beeld gebracht wat er gebeurt met de waardering als groene gebieden worden bebouwd met woningen.

Ontwikkelingen in de buurgemeente Delft worden inderdaad niet meegenomen. Daar gaan wij namelijk niet over. Ten aanzien van de gevolgen voor de waardering van de bewoners wanneer groene gebieden worden bebouwd, kunnen we betrokkene geruststellen. In de Omgevingsvisie wordt een harde groene contour opgenomen. Dat betekent dat binnen deze contour geen ruimte is voor verstedelijking zoals woningbouw en/of bedrijventerreinen. Dat geldt ook voor grootschalige zonnevelden en windmolens. De oppervlakte van het groene buitengebied blijft dus gelijk in de visie. Ontwikkelingen die de kwaliteit van natuur en landschap versterken, zijn in de visie wel mogelijk.

Conclusie Beantwoording Wij nemen aan dat betrokkene in het kader van het planMER verwijst naar het openbaar groen. In factsheet 4 wordt hier uitgebreid op ingegaan (pagina 119 tot en met 128 van het planMER). Daar staat ook wat er onder groen wordt verstaan. Dit is de oppervlakte aan groen (natuur en recreatiegebied) dat per inwoner beschikbaar is. Binnen de gemeente bedraagt dit ongeveer 95m2 (CBS-data). In dit cijfer is het agrarisch gebied niet meegenomen als ‘groen’. Het agrarisch gebied in veel gevallen immers niet openbaar toegankelijk, terwijl dit voor natuur- en recreatiegebieden doorgaans wel het geval is. De bron voor de waardering van het groen staat eveneens genoemd in de factsheet. Dat is de Leefbarometer die ieder jaar wordt uitgevoerd.

De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het planMER

12.7 Groenstrook Emerald ontbreekt in het planMER De indiener van zienswijze 210 constateert dat in het planMER geen rekening lijkt te zijn gehouden met de gevolgen van het mogelijk verdwijnen van de ijsbaan en het omliggende groengebied. Aangezien deze zone een aantal functies vervult, bijvoorbeeld voor het watersysteem en als buffer tegen de A13, lijkt dit een grote omissie.

Beantwoording Het klopt dat dit niet expliciet is meegenomen in het planMER. Het Besluit m.e.r. beschrijft wat er in een planMER moet worden opgenomen. Een relatief kleine ontwikkeling zoals dit hoeft niet in het planMER te worden opgenomen.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het planMER

Pagina 92

12.8 Advies van de commissie m.e.r. De gemeente heeft commissie m.e.r. gevraagd om een advies uit te brengen over het milieueffectrapport dat is opgesteld bij het ontwerp van de Omgevingsvisie. De commissie m.e.r. adviseert over de juistheid en volledigheid van het MER. In het algemeen constateert de commissie dat het MER uitgebreid is en een duidelijke structuur heeft met een uitgebreide beschrijving van de huidige situatie en algemene gegevens over de gemeente. Op een tweetal punten adviseert de commissie om het MER aan te vullen zodat het milieu nog beter kan worden meegegeven in het besluit over de vaststelling van de visie. Het betreft: 12.8.1 Alternatievenonderzoek Het is in een MER gebruikelijk om alternatieven op te stellen zodat inzicht ontstaat in meerdere opties om de gestelde doelen te halen en eventueel botsende ambities en belangen te analyseren. Dat vindt de commissie niet terug in het MER. Een voorbeeld daarvan is dat er geen alternatieve woninglocaties in beeld zijn gebracht, die aan de orde kunnen komen als de herstructurering van de glastuinbouwgebieden niet slaagt. Daarom adviseert de commissie om alternatieven in beschouwing te nemen of, indien eerder alternatievenonderzoek heeft plaatsgevonden, dit proces te omschrijven en aan te geven hoe en welke milieueffecten hierbij een rol hebben gespeeld.

Beantwoording Het ontwerp van de Omgevingsvisie zoals deze aan de commissie m.e.r. is gezonden, is een resultante van een proces van twee jaar, waarin onderzoek is gedaan, ambities zijn geformuleerd, de samenleving is betrokken en uiteindelijk keuzes zijn gemaakt. In een addendum op het planMER zal worden beschreven hoe dit proces plaats heeft gevonden en op welke (milieu)ambities zijn gewogen bij deze keuze.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt tot een aanvulling van het planMER. Dit is opgenomen als bijlage 2 bij dit Participatieverslag.

12.8.2 Klimaat, energie en circulariteit De commissie m.e.r. constateert dat PijnackerNootdorp is gelegen in lage polders en daardoor kwetsbaar is voor klimaatverandering in de vorm van stijging van de zeespiegel, extreme neerslag en/of extreme droogte. Hier moet in het planMER meer aandacht aan worden besteed, zodat beter inzichtelijk wordt of de grenzen van het bodem- en watersysteem bereikt zijn. Ten aanzien van de vraag naar duurzame energie wordt aanbevolen om de regionale energiestrategie en het (concept) energietransitieplan te betrekken bij het schatten van de ruimteclaim.

Beantwoording De gemeente Pijnacker-Nootdorp ligt, net als een groot deel van het westen van Nederland, ruim onder zeeniveau. De bescherming tegen de stijging van de zeespiegel is dan ook een onderwerp dat op een ander schaalniveau dan de gemeente moet worden geadresseerd en opgelost. Onze gemeente kan dit niet (alleen) oplossen. Samen met het Hoogheemraadschap van Delfland werken wij aan het op orde brengen en houden van het watersysteem. Daarbij is aandacht voor voldoende mogelijkheden om het water op te vangen, vast te houden en af te voeren, ook bij een verandering van het klimaat. Om dit systeem steeds te verbeteren en klaar te maken voor de veranderingen in het klimaat en de toenemende bebouwing in de regio worden allerlei maatregelen genomen en projecten uitgevoerd.

Pagina 93

Zo is er een extra watergang aangelegd in de Zuidpolder van Delfgauw, waarmee het water kan worden afgevoerd naar de Schie. Dit is een aanvulling op de vaart langs de Delftsestraatweg. Nieuwe gemalen worden gerealiseerd (bijvoorbeeld in Keijzershof) en er wordt geëxperimenteerd met ondergrondse waterberging (bijvoorbeeld in Klapwijk). Dit zijn echter allemaal maatregelen die niet thuishoren in de Omgevingsvisie, maar in een omgevingsprogramma en omgevingsplan. In de Omgevingsvisie benoemen we de verandering van het klimaat als één van de grote opgaven waar we voor staan (pagina 14 van het ontwerp van de Omgevingsvisie). Dat werken we uit in ambities zoals het behoud van het groen én blauw binnen en buiten de kernen (pagina 8, 20 en van het ontwerp van de Omgevingsvisie) waar veranderingen in het klimaat kunnen worden opgevangen. De wijze waarop dat er buiten uit kan zien is verbeeld in de gebiedsprofielen. Wij zijn van mening dat er voldoende aandacht is gegeven aan dit thema in zowel (het ontwerp van) de Omgevingsvisie en het planMER. Het Hoogheemraadschap van Delfland onderschrijft dit in haar zienswijze en kijkt er naar uit om dit samen met ons te realiseren. De ondergrond is ook één van de opgaven voor de fysieke leefomgeving die we hebben benoemd in de Omgevingsvisie.

De ondergrond of bodem heeft verschillende functies en is in sommige opzichten in toenemende mate kwetsbaar. We gebruiken de ondergrond voor steeds meer functies: van kabels en leidingen tot energiesystemen. De ondergrond reguleert (stabiliteit, waterberging), produceert (grondwater, energie) en de kwaliteit is essentieel voor de natuur.

Al met al vragen we steeds meer van de bodem en wordt het steeds drukker in de ondergrond. Dit, in combinatie met het feit dat Pijnacker-Nootdorp grotendeels in een bodemdalingsgevoelig gebied ligt, maakt dat het steeds belangrijker wordt de ondergrond mee te nemen bij ontwikkelingen. Dat vraagt onderzoek, keuzes en nadere uitwerking op een veel groter detailniveau dan de Omgevingsvisie. Daarom zullen we de Omgevingsvisie en het planMER niet aanvullen, maar gaan we hiervoor een apart omgevingsprogramma opstellen. De commissie m.e.r. adviseert ook om de regionale energiestrategie en het (concept) van het energietransitieplan te betrekken bij het planMER om zo de ruimteclaim in te kunnen schatten. We hebben er bewust voor gekozen om de Omgevingsvisie en het energietransitieplan tegelijkertijd op te stellen, juist om de wisselwerking tussen de energiebehoefte en de daarvoor benodigde ruimte te optimaliseren. In het ontwerp van de Omgevingsvisie is dan ook rekening gehouden met de ruimteclaim voor duurzame energie zoals deze is opgenomen in het regionale energiestrategieplan en het energietransitieplan.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het planMER

12.8.3 Landschap, cultuurhistorie en natuur De commissie m.e.r. beveelt aan om ambities voor landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit concreet te maken door inzicht te bieden in de te behouden, te herstellen of te versterken waarden op alle drie deze terreinen. Zo wordt het belang hiervan beter geborgd in de na de Omgevingsvisie volgende besluiten.

Beantwoording Wij zijn het helemaal eens met de commissie m.e.r. dat het belangrijk is om de huidige waarden te benoemen, om aan te geven waar deze hersteld moeten worden omdat ze verloren zijn gegaan of waar we de lat juist hoger leggen en inzetten op versterking van de kwaliteit. Dat biedt niet alleen veel inzicht, maar geeft ook houvast bij nieuwe ontwikkelingen. We beschikken al over veel informatie, maar deze is nu vaak nog over verschillende documenten verspreid. Voorbeelden daarvan zijn de Lintenvisie Pijnacker-Nootdorp, de welstandsnota 2014, het rapport over de rode bouwstenen, het rapport over de groene bouwstenen en natuur op de kaart. Graag willen we dit vastleggen in omgevingsprogramma’s. Daar kunnen we niet alleen de huidige kwaliteiten benoemen, maar bijvoorbeeld ook de maatregelen (en bijbehorende financiële middelen) om de kwaliteit te verbeteren. Verder bieden de omgevingsprogramma’s een uitstekende basis voor vertaling naar de regels van het omgevingsplan. Daarin kunnen bijvoorbeeld monumenten worden beschermd en ecologische zones worden aangeduid.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het planMER.

12.8.4 Monitoring en evaluatie De commissie m.e.r. beveelt aan om aan de hand van meetdoelen te monitoren of het nodig is om in de loop van de tijd acties aan te passen of aan te vullen met extra maatregelen. Daarbij wordt geadviseerd om ook verantwoordelijkheden en prioriteiten te benoemen. Hoe eerder dit wordt opgesteld hoe beter sturing kan worden gegeven.

Beantwoording De aanbeveling van de commissie m.e.r. om door middel van monitoring en evaluatie te beoordelen of doelen daadwerkelijk gerealiseerd worden of dat bijsturing noodzakelijk is, onderschrijven wij geheel. Wij willen deze monitoring echter breder trekken dan het planMER of de Omgevingsvisie, maar hierbij ook de omgevingsprogramma’s betrekken. Zo krijgen we straks een compleet beeld van de gehele fysieke leefomgeving. Het opzetten van een dergelijk systeem is complex en vraagt tijd. Daarom gaan we hier direct na de vaststelling van de Omgevingsvisie mee aan de slag, zoals beschreven op pagina 62 van de Omgevingsvisie. Begin 2022 doen we een voorstel komen waarin de dynamische beleidscyclus, zoals die is beschreven in de Omgevingswet, wordt toegesneden op PijnackerNootdorp. De frequentie (of mijlpalen zoals de commissie m.e.r. die noemt) die we voor ogen hebben is eens per twee jaar.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het planMER.

Pagina 94

12.8.5 Sociale inclusiviteit en verbondenheid De commissie m.e.r. ziet dat Pijnacker-Nootdorp als één van de weinige gemeenten in Nederland de sociale effecten heeft opgenomen in het planMER. Aangezien ook andere partijen hier nog veel over moeten leren, geeft de commissie m.e.r. een aantal tips zoals het uitbreiden van het aantal indicatoren. De commissie heeft in maart 2021 een handreiking geschreven waar inspiratie kan worden opgedaan. Door sociale inclusiviteit in meer onderdelen van de fysieke leefomgeving mee te nemen kan de ambitie van een hechte samenleving dichter bij worden gebracht. Daarbij vraagt de commissie m.e.r. bijzondere aandacht voor arbeidsmigranten naar aanleiding van het gebiedsprofiel voor de glastuinbouwgebieden. Verder doet de commissie suggesties voor het ophalen van informatie bij diverse doelgroepen en beveelt ze aan om randvoorwaarden op te nemen bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken.

Pagina 95

Beantwoording Het is inderdaad nog een zoektocht op welke wijze we de hechte samenleving een plek geven in de fysieke leefomgeving. Specifiek voor het planMER geldt dat het ook nog eens extra lastig is om er meetbare gegevens aan te koppelen (indicatoren). Van onze inwoners en belangenorganisaties die mee hebben gedacht gedurende het hele proces van de Omgevingsvisie hebben we veel tips gekregen: van kleine ingrepen tot grotere ontwikkelingen. Voorbeelden zijn: • Herkenbare tegels in de stoep die ouderen de weg helpen vinden; • Het uitzetten van een rondje door de wijk met plekken om te rusten en/of te praten in de schaduw van een boom (hittestress); • Wooncomplexen voor ouderen met extra aandacht voor een begaanbare buitenruimte; • Ruimte voor jongeren om elkaar te ontmoeten zonder dat ze anderen tot last zijn; • Voldoende mogelijkheden voor ongeorganiseerde sporters om te fietsen, wandelen, mountainbiken of bootcampen. Met het gebiedsprofiel voor de glastuinbouw willen we verbeelden dat we arbeidsmigranten graag een goed, veilig en betaalbaar thuis willen bieden. Momenteel werken we aan een beleidsnota. Die moet handvatten geven voor plekken waar arbeidsmigranten in bestaande of in nieuw te realiseren gebouwen kunnen verblijven.

Wij zijn het met de commissie m.e.r. eens dat de plek van de huisvesting invloed heeft op de mate waarop de arbeidsmigranten deel uit gaan maken van de samenleving. Gezien de tijdelijke aard van het verblijf (vaak minder dan een jaar) is de betrokkenheid bij de lokale samenleving vaak laag. Wanneer arbeidsmigranten langer blijven dan neemt de betrokkenheid toe. De suggesties van de commissie m.e.r. voor het betrekken van doelgroepen hebben we vrijwel allemaal toegepast. We hebben les gegeven op middelbare scholen, het Panorama 2020 is neergezet bij de SWOP in Keijzershof, er zijn kleine versies van het Panorama 2020 gedrukt om uit te delen aan de senioren en we hebben op verschillende manieren contact gezocht met arbeidsmigranten. Voor een gesprek zijn twee partijen nodig, soms heeft men geen tijd of mogelijkheid om mee te denken over een toch wat abstract product als de Omgevingsvisie. Wij zijn blij alle bijdragen die we gedurende dit proces hebben mogen ontvangen en met de hoge bezoekerscijfers van het Panorama 2050 en de vele zienswijzen die we in juni/juli 2021 hebben ontvangen.

Conclusie De ontvangen zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het planMER.

Bijlage 1: lijst met ontvangen zienswijzen en verwijzing naar beantwoording NUMMER 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.

INDIENER ZIENSWIJZEN P.M.M. van Ostaijen & fam. Van Laar Els van Leur A.J.R. Maas C.A. Aangenendt E. Verkade J.M.F. de Haan Nicolien Lugtigheid J.K.J. Ruigrok A.J.C. Verspuy Herman Lansink Hans Zweekhorst Michael van Dam Peter de Jong Bewonersvereniging Delfgauw, dhr. Molenbroek H. Stoelhorst D.M.T. Oosthoek NMP, dhr. R.M.T. Smokers

ONDERWERP Woningbouw in glastuinbouwgebied Noukoop overlast sportvelden in de kern kosten energietransitie computerproblemen ontwikkelingen in en rond de kern Nootdorp betaalbare woningen voor inwoners foto's van Noordeindseweg ontbreken blij met aandacht voor het groen glastuinbouw gaat ten koste van woonklimaat positief en benieuwd naar de uitvoering ambitie mag hoger en concreter aandacht voor scholen en wegen onderzoekslocatie gronddepot onderzoekslocatie A13 woonwensen ouderen scheiding tussen woningbouw en glastuinbouw(conflict) Onderscheidend groen

18.

Mirjam Schouw

19.

Job Vink

20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27.

M.E. Hijman P. Banciu M.E. Hijman A.A.H. Teunissen C.E.W. van Engelen W.J.M. Boonekamp I.F.A.J. van Elk F. Mostert

28.

R. Schouwstra-Bakhuis

29. 30.

E. Bothof-Vollebregt E.M. Bothof

31. 32.

C. Guguţā E.P. van den Oever

Kaartje niet heel duidelijk. Visie niet realistisch ivm woningbouwbehoefte woningbouw RKDEO velden en voetbal verplaatsen naar Dwarskade Initiatief Nieuwe Kooltuin Duurzaamheid en samenwerking Initiatief Nieuwe Kooltuin Woningbouw, mobiliteit en sport Woningbouw glastuinbouwgebied Nouwkoop Aanvullende punten op recreatie en groen Wonen voor ouderen en junioren op de sportvelden RKDEO Tegen verdere bebouwing in het groen rondom Delfgauw n.a.v. mogelijke uitbreiding langs A13. Tegen verdere bebouwing in het groen rondom Delfgauw n.a.v. mogelijke uitbreiding langs A13. uitlaat gebied en ijsbaan moeten blijven in Emerald. Tegen bouw huizen in groene gebied tussen Rijksstraatweg, Penningpad en Gildepad groene omgeving is belangrijk (Emerald) Gebied tussen Azijnmakerstraat en A13 niet bestempelen als onderzoekslocatie voor woningbouw

Pagina 96

VERWIJZING NAAR PAGINA 55 75 89 82 30, 43, 44, 46, 49, 69 49, 82 77 82 56 82 77, 81 43, 44, 82 36 15, 18 49 57 30, 32, 33, 35, 36, 38, 39, 40, 46, 53, 66, 68, 69, 70, 72, 73, 76, 78, 79, 82 46 75 58, 59 40, 68, 80 58, 59 36, 38, 45, 49, 78 55 33, 37, 70 75 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 15 8 t/m 17

33. 34. 35. 36. 37. 38.

R.M. Vierling B. Haring-Hoevenaar D.F. van Santen C.J. van Santen-Bakker A.C. van Beest H.W.P.G. Lubbers-Maarssen

39. 40.

H.J.A. Hendriks E. Rog

41. 42. 43.

Cero Invest B.V. Adriaan van Erk W.J.C. Hoogeveen

44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61.

T. Koster K. Remery-Jacobs J. Meinen M. Poelman M. Mansier J.C.C.A. Wagenaar C. Bons L.E.A. Koster M.L. Hoogland M. Wubben H.M. van Overdam L.N.M. Middelplaats I. Brandsma A.W. Cammeraat Sportplatform T. Beemer E.M. van der Weeger L.J.M. Mourits

62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72.

A. van Sluis H.M.M. Engelen S.C. van Leeuwen H. van Benten M.J. Limburg A.F. Zomerschoe Cumela Nederland Nicole v.d. Bosch J. Hagen M. Goorsenberg P. Jorritsma

Pagina 97

tegen verdere bouw langs groenstrook A13 Laat wandelgebied in Emerald groen blijven Laat transformatiegebied A13 groen blijven Bezwaar tegen het volbouwen van groenstrook in Emerald Tegen besluit! Zonde van het groen in Delfgauw Sportvelden hart van Nootdorp verplaatsen naar rand van het dorp Reflectieverhaal ontwerp Omgevingsvisie Tegen transformatiezone Penningpad, Gilde pad en Rijksstraatweg in Emerald Verkenning Rijksstraatweg 11 Natuurbegraafplaats Ruijven Tegen bouw van woningen op groenstrook A13. Laat groen groen. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. zorgen voor een goed vestigingsklimaat voor sporters Groen gebied langs A13 groen laten. Eens met visie H. Hendriks ons gaan richten kleinschaligheid, regionale landbouw, lokale ondernemers ipv export Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten.

Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten.

8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 75, 76 18 t/m 23 8 t/m 17 16 34 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 36 8 t/m 17 18 t/m 23 18 15 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 61 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17

73. 74. 75. 76. 77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90. 91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101. 102. 103. 104. 105. 106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115.

Pagina 98

K. Timmermans D. Greeve J. van Rijn D. Treebusch M.H.T. Schreuder I. van Loon R. de Haan G.J.R. Prins R. Haring M.P. Alsemgeest L. Wang P. Jansen C. Jense E.M. Waarle H. van den Bos S. van den Bos A.W. Diets M. de Vries R. Rossel S. Rose M. Mebius E. Wijs E. Zegwaard R. Kunz E. Hartog T. van Halem A.B. Post Grootenboer H.F. Broekhuizen N.C. van den Nieuwendijk J.H.M. Visser S. Quellhorst E. Scharp I. van Dipten A.H. Hughes N. Neeleman A.C. van Zwet J.M. van der Zwan A.M. Tiedink P.J. de Jager P. de Lange V.M. van Linge R. van Mourik K. Geris

Groen gebied langs A13 groen laten. recreëren en ontspannen in natuur is belangrijk Mist duidelijke visie Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten.

Pijnacker groot en vol genoeg Groen gebied langs A13 groen laten. Natuur en omgevingskwaliteit Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten.

8 t/m 17 30, 49, 68 77, 78 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 46, 47 8 t/m 17 18 8 t/m 17 8 t/m 17

116. 117. 118. 119.

A.J. van Langen S. van der Zanden D.S.B.W. van Norden M.A.H. Stift

120. 121. 122. 123. 124. 125. 126. 127.

D.A. Dissel R.J. Warouw M. den Daas E. Karsonopoero P. van Dijk C. v.d. Graaf P.J.C. van Arum R.J.W. Termorshuizen

128. 129. 130. 131. 132. 133. 134. 135. 136. 137. 138. 139. 140. 141. 142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150. 151. 152. 153. 154. 155. 156. 157.

D.J.J.M. Heye T.M.F. Bosschieter M.S. Hoek I.A. van Walraven A.T. van Vliet J. van der Hoeven K. Mantjes G. Collu B. Maat E.Y.M. Kerklaan L.G.M. Huisman F.J. van der Ham L.P. van Leeuwen E.M.C. van Veen A. Hoogerdijk H.W. Meijerrathken J.P.E. Troost H. Knippels M. Rossi H.G.T. van 't Hart J. Groote S. van Driel A. Houtman MML Lupker B.C. Roeleveld D.Hendriks E. van Tuinen fam. Lugthart D. Eijgenraam D. v.d. Voorde

Pagina 99

Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Ruimte maken voor de toekomst: Jeugd, biodiversiteit, houden aan milieuwetgeving Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. duidelijkheid over herindeling duurzame innovatieve glastuinbouw Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Reactie op MER Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Woongenot, milieu, geluid en veiligheid Natuurlijk Delfland visie Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten.

Groen gebied langs A13 groen laten. Groen moet groen blijven Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten.

8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 71 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 59, 60 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 89, 90 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 51, 66, 71 29, 30, 58, 66, 68, 71 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 30, 31, 32, 35 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17

158. 159. 160. 161. 162.

Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Aanduiding Wijk, Nieuwbouw, verkeersveiligheid

8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 90

Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Zienswijzen bedrijvenparken

8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 61 t/m 65, 74, 76, 80

173. 174. 175. 176. 177. 178. 179. 180. 181. 182. 183. 184. 185. 186.

L.B. Lam M.M. Veer A.J. Jongeleen M. Jansen Vreeling huiseigenarenvereniging Dokter W. v.d. Horstlaan Pijnacker M.G. Dillingh P. Bouman Y. Wang W.D. de Vries R.H.J. ten Westenend H. Kattevilder M. Valstar G. van Draanen S. Post N. Bakker, namens Heron, Oostambacht, Ruyven en De Boezem B. Weijers P.M. Jacobs A. Lijst P.C. Alkemade A.J.C. van Grunsven P.J. Schoenmakers R.G. Nankoe A. Bink (inclusief handtekeningenlijst) M.W. Tijsma F.T.J. van den Berg A. Bakker P. de Haan D. Gode Milieuplatform

Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Reactie Milieuplatform

187. 188. 189. 190. 191. 192. 193. 194. 195. 196. 197. 198.

W. Meuter A. Baak Y. Yu L. Ke L. XIA H.I.M.M. The E. Havik en A. Klokke T. van Veldhuizen M.R. Sweeb R.W. Ramkisoen J.H. Korver P.C. Alberts en T. Wilmer

Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten. Groen gebied langs A13 groen laten.

8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 39, 40, 42, 46, 47, 54, 64, 66, 70, 71, 78, 79, 80 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17 8 t/m 17

163. 164. 165. 166. 167. 168. 169. 170. 171. 172.

Pagina 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10790414/1