Bijlage 1a - OBP Ruimte voor Ruimte Toelichting (oude versie)
Tekst van het document
nee > 8.300 m ja nee > 7.500 m ja ja ± 1.800 m ja
nee > 8.200 m ja nee ± 7.500 m ja ja ± 1.900 m ja
nee > 8.100 m ja nee ± 7.400 m ja ja ± 2600 m ja
nee ± 6.300 m ja nee > 6.100 m ja ja > 950 m ja
nee > 6.000 m ja nee ± 1.100 m ja nee > 6.500 m ja
Tabel invloedsgebieden rijkswegen
Transport gevaarlijke stoffen over provinciale wegen Een klein deel van de N470 is aangewezen als gemeentelijke route voor het transport van gevaarlijke stoffen. Over dit gedeelte wordt voornamelijk LNG vervoerd, naar een locatie op het bedrijvenpark Ruyven. Op basis van de vergunde jaarlijkse doorzet zijn er 260 transportbewegingen te verwachten. Sporadisch zal er transport van ammoniak (GT3) plaatsvinden, naar het distributiecentrum van Albert Heijn op het bedrijventerrein Ruyven. Het overige deel van de N470 is niet aangewezen als route transport gevaarlijke stoffen. Er kan incidenteel wel transport van gevaarlijke stoffen plaats vinden, via een ontheffing. Dit zal met name de bevoorrading van (kleine) propaantanks in het buitengebied betreffen. De tankstations binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp verkopen geen LPG, ook ESSO aan de Rijksweg A13 niet. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen conform het vigerende beleid geanalyseerd moeten worden. In de HART zijn vuistregels opgenomen ten aanzien van de noodzaak om te rekenen aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het gebruik van deze handleiding is verplicht als wordt afgezien van een berekening.
De vuistregels uit de HART geven aan dat voor een weg buiten de bebouwde kom (zoals de N470) geldt dat er geen PR-10-6 contour aanwezig is als het aantal tankauto’s van de stofcategorie GF3 (propaan, LPG, LNG) lager is dan 500. Voor de N470 binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn geen tellingen beschikbaar, wel voor het deel in Delft (GF3: 75) en in Zoetermeer (GF3: 73). Gezien het feit dat in Pijnacker-Nootdorp geen LPG geleverd wordt maar alleen propaan zal het aantal transporten GF3 op het niet aangewezen deel van de N470 vergelijkbaar of
datum referentie
30 november 2022 222036_AdB_RAP_0001_v3.0
P 47/55
lager zijn. Op het aangewezen deel van de N470 komen daar de transporten LNG bij (260). Opgeteld zal het totaal aantal transporten GF3 beduidend lager zijn dan 500. Daarmee wordt voldaan aan de vuistregels voor het plaatsgebonden risico. Er is ook gekeken of er voor de N470 sprake is van overschrijding van de 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. In vrijwel alle gevallen wordt het groepsrisico bepaald door GF3. Om dit te bepalen is getoetst of het aantal GF3 transporten onder de drempelwaarden in tabel 1-6 (wegen buiten de bebouwde kom, eenzijdige bebouwing) en tabel 1-7 (wegen buiten de bebouwde kom, tweezijdige bebouwing) zit en of met dit plan ook onder deze drempelwaarde wordt gebleven. Van belang is de afstand tussen de bebouwing en de N470, het aantal personen per hectare en het aantal transporten GF3 over de N470. Ter hoogte van dichte en tweezijdige bebouwing (Emerald en Ruyven) is de afstand tussen de as van de weg en de bebouwing minimaal 30 meter. Hier is ook het aantal transporten het hoogst, vanwege het bevoorraden van het LNG-tankstation op Ruyven: 260. Tabel 1-7 laat zien dat de drempelwaarde voor de 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden wordt. Elders langs de N470 ligt de bebouwing wel dichterbij (mimimaal 15 meter) maar daar is sprake van eenzijdige bebouwing. Hiervoor wordt gekeken naar tabel 1-6.
Over dit deel van de N470 wordt alleen sporadisch propaan vervoerd. In combinatie met de lagere bevolkingsdichtheid zal ook hier de 10% van de oriëntatiewaarde niet worden overschreden. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. Voor GF3 geldt een invloedsgebied van 355 meter. Alleen plangebied Zuideindseweg 66 ligt op minder dan 355 meter van de N470. Tabellen 1-6 en 1-7 gaan tot een afstand van 200 meter. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) hoeven namelijk geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Vanwege de verwaarloosbare mogelijke toename van het groepsrisico (<10%) door de voorgenomen ontwikkeling hoeft alleen worden ingegaan op bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. RUIMTE VOOR RUIMTE N470 Binnen invloedsgebied N470 (355m) Afstand N470 - Deelgbied Afstand = meer dan 200m
ONDERWEG 3
ONDERWEG 5
MOLENDIJK 3
BOVENMOLENWEG 6
OUDE LEEDEWEG 159
ZUIDEINDSEWEG 66
KEULSEWEG 47
nee > 2.000 m ja
nee > 2.000 m ja
nee > 2.000 m ja
nee > 2.000 m ja
nee ± 1.900 m ja
ja ± 180 m nee
nee > 600 m ja
Tabel invloedsgebieden N470
Gemeentelijke route voor transport gevaarlijke stoffen Het transport van alle gevaarlijke stoffen rust op een belangrijk basisprincipe: diegene die met een voertuig via de weg gevaarlijke stoffen vervoert is, op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS), verplicht als zodanig de bebouwde kommen van gemeenten te vermijden. Als het vervoer binnen de bebouwde kom noodzakelijk is ten behoeve van het laden en lossen of omdat er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar is, mag de chauffeur van dit basisprincipe afwijken. Op deze manier wordt het transport van gevaarlijke stoffen door de bebouwde kom geminimaliseerd. De gemeente Pijnacker-Nootdorp beschikt over een aangewezen wegennet voor routeplichtige stoffen op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. De route voor gevaarlijk transport is gelegen op bedrijventerrein Ruijven en ligt op ruime afstand van alle plangebieden, op Zuideindseweg 66 na. Het is een 50km/uur weg en hiervoor geeft HART aan dat er geen PR-10-6 contour aanwezig is. Kijkend naar tabel 1-8 (wegen binnen de bebouwde kom, eenzijdige bebouwing) en tabel 1-9 (wegen binnen de bebouwde kom, tweezijdige bebouwing) blijkt dat de drempelwaarde voor 10% van de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden.
Vanwege de verwaarloosbare mogelijke toename van het groepsrisico (<10%) door de voorgenomen ontwikkeling hoeft alleen worden ingegaan op bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid.
datum referentie
30 november 2022 222036_AdB_RAP_0001_v3.0
P 48/55
RUIMTE VOOR RUIMTE ROUTE TGS GEMEENTE Binnen invloedsgebied (355m) Afstand N470 - Deelgbied Afstand = meer dan 200m
ONDERWEG 3
ONDERWEG 5
MOLENDIJK 3
BOVENMOLENWEG 6
OUDE LEEDEWEG 159
ZUIDEINDSEWEG 66
KEULSEWEG 47
nee > 1.700 m ja
nee > 1.600 m ja
nee ± 1.700 m ja
nee > 1.700 m ja
nee ± 1.500 m ja
ja ± 190 m nee
nee ± 6.500 m ja
Tabel invloedsgebieden gemeentelijke route transport gevaarlijke stoffen
Transport gevaarlijke stoffen over spoor en water Het spoor (NS Den Haag - Gouda; Randstadrail Den Haag - Rotterdam) wordt niet gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Rondom deze spoorbanen bevindt zich daarom geen risicocontour in het kader van externe veiligheid. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen over water plaats. Buisleidingen binnen/nabij het plangebied Aardgas Geen van de plangebieden liggen binnen het invloedsgebied van een hoge druk aardgasleiding. Deze buisleidingen vormen dan ook geen belemmering. Brandbare vloeistoffen Er loopt een brandstofleiding (K2) van Defensie Pijpleidingorganisatie (DPO) door de gemeente PijnackerNootdorp. De PR 10-6 contour ligt op de leiding. Omdat er maximaal ‘minder dan 1 slachtoffers’ kunnen vallen is er dus, conform art. 1 van het Bevb, formeel geen sprake van een groepsrisico voor de K2-leiding. De leiding ligt bovendien op voldoende afstand van de plangebieden en vormt daarom geen belemmering. CO2 Er loopt een CO2-leiding door de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Naar aanleiding van ontwikkelingen nabij dezelfde CO2-leiding in Zoetermeer is in 2007 door RIVM en TNO uitgebreid onderzoek gedaan naar de risico’s en effecten van vrijkomend CO2 bij leidingbreuk. Hierbij is door het RIVM geconcludeerd dat de risico’s en letale effecten zich niet voordoen buiten een afstand van 4 meter van de buisleiding.
VROM onderschrijft dit onderzoek en deze conclusie (brief VROM, datum 24-08-2007, kenmerk DGM/EV2007082989). Ook recent onderzoek aan de leiding De CO2 leiding (Tebodin, documentnummer 3413682, 7 april 2014) bevestigt dit. De rapportage van Arcadis “QRA Vervoersknoop Bleizo (01-02-2016, kenmerk D04011.000122) stelt “De ondergrondse leidingdelen leiden niet tot externe veiligheidsrisico.” De buisleiding ligt ook op voldoende afstand van de plangebieden en is dus geen belemmering in het kader van externe veiligheid. RUIMTE VOOR RUIMTE BUISLEIDINGEN Aardgas - Binnen 100%? Aardgas - Binnen 1%? Aardgas - Afstand tot deelgebied CO2- Binnen 100%? CO2- Binnen 1%? CO2- Afstand tot deelgebied K2- Binnen 100%? K2 - Binnen 1%? K2 - Afstand tot deelgebied
ONDERWEG 3
ONDERWEG 5
MOLENDIJK 3
BOVENMOLENWEG 6
OUDE LEEDEWEG 159
ZUIDEINDSEWEG 66
KEULSEWEG 47
nee nee ± 2.200 m nee nee ± 440 m nee nee > 460 m
nee nee ± 2.200 m nee nee > 500 m nee nee ± 530 m
nee nee > 2.500 m nee nee > 150 m nee nee > 160 m
nee nee ± 2.500 m nee nee > 260 m nee nee ± 280 m
nee nee ± 2.400 m nee nee > 60 m nee nee > 6300 m
nee nee ± 2.100 m nee nee ± 1.200 m nee nee ± 1.100 m
nee nee > 450 m nee nee ± 2.000 m nee nee ± 2.200 m
Tabel invloedsgebieden buisleidingen
BEREIKBAARHEID, BESTRIJDBAARHEID EN ZELFREDZAAMHEID VANWEGE TRANSPORT GEVAARLIJKE STOFFEN OVER DE A13, N470, GEMEENTELIJKE ROUTE TRANSPORT GEVAARLIJKE STOFFEN EN MPM OIL Bij de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) is advies gevraagd. PM Het advies (e-mail, datum 19-09-2022, kenmerk 2022090549406) geeft een opsomming van de plangebieden die binnen het invoedsgebied liggen van de A13 en MPM Oil en verwijst voor eventueel te treffen maatregelen ter verbetering van de veiligheid in het plangebied naar de notitie “ADVISERING EV - VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN invulling van de adviesrol bij ruimtelijke plannen, versie 2.3, datum 11 mei 2021”. Hierin staan per risicobron mogelijke maatregelen opgenomen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de eisen uit het Bevi, het Bevb en het Bevt.
datum referentie
30 november 2022 222036_AdB_RAP_0001_v3.0
P 49/55
Bijna alle plangebieden liggen binnen het invloedsgebied (1% letaliteit) van de A13 maar op meer dan 200 meter. Er vindt over de A13 transport van gevaarlijke stoffen plaats. Daarom moet aandacht worden besteed aan het bestrijden en het beperken van de omvang van een ramp of een zwaar ongeval. Als op grond van het bestemmingsplan de bouw, vestiging of aanleg van nog niet gerealiseerde (beperkt) kwetsbare objecten wordt toegestaan moet ook worden ingegaan op zelfredzaamheid. Dit is hier het geval. Eén plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de N470 en de gemeentelijke route voor het transport van gevaarlijke stoffen. Deze wegen worden ook beschouwd in het kader van bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Voor de volledigheid worden in deze paragraaf ook de belangrijkste scenario’s die kunnen optreden bij transport van gevaarlijke stoffen over de weg benoemd. Daarnaast liggen bijna alle plangebieden binnen het invloedsgebied (1% letaliteit) van MPM Oil. Voor de VRH is dit een Bevi-inrichting met giftige effecten en de in dit kader geadviseerde maatregelen zullen ook aan de orde komen. Scenario’s Wat betreft de A13 is meest waarschijnlijke scenario is een lekkage van een tankwagen met gevaarlijke stoffen. Hierbij komt een kleine hoeveelheid van de vervoerde stof vrij.
Hoe groot de effecten naar de omgeving zullen zijn, is afhankelijk van de stof (mate van giftigheid) en de hoeveelheid die is vrijgekomen. Bij de meeste stoffen zal de omgeving uit voorzorg worden ontruimd, maar zullen er, buiten irritatie aan luchtwegen en ogen en/of stankoverlast, weinig problemen zijn. Het ergst denkbare scenario is een lekkage of het ineens vrijkomen van de totale hoeveelheid gevaarlijke stoffen van een (tank)wagen met een giftige vloeistof of giftig gas. Hoe groot de effecten naar de omgeving zullen zijn, is onder andere afhankelijk van de soort stof en de hoeveelheid die is vrijgekomen. Daarbij hebben ook de weersomstandigheden een grote invloed op de verspreiding. In het ergste geval kan dit leiden tot een invloedsgebied van meer dan 4.000 meter. De kans op dit scenario is zeer klein. Voor de N470, waarover in principe alleen brandbare gassen (propaan, LNG) worden vervoerd, zijn een warme BLEVE en een wolkbrand de ergst denkbare scenario’s. Een ander scenario is de koude BLEVE. Door het instantaan falen, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, komt de inhoud spontaan en explosief vrij. Er ontstaat overdruk en warmtestraling. Bij een warme BLEVE wordt een tank door een externe brand opgewarmd, waardoor deze door oplopende interne druk faalt. Hierdoor komt de inhoud onder zeer grote druk explosief vrij en ontbrandt direct.
De warmtestraling en overdruk in de omgeving is direct dodelijk zowel binnen als buiten gebouwen. Op grotere afstand zullen aanwezigen (brand)wonden oplopen. Daarnaast ontstaat schade aan gebouwen als gevolg van de druk. Tijdens het transport kan een wolkbrand kan ontstaan doordat na een botsing de losslang van de LNG-tank afbreekt. Hierdoor stroomt het LNG er uit. Er vormt zich dan een brandbare wolk die zich in eerste instantie over de grond verspreidt en eenvoudig kan worden ontstoken. Dit ontsteken leidt tot een kortdurende vlammenzee en mogelijk een drukgolf, een gaswolkexplosie, ontstaan (als de brandbare wolk is ingesloten en dan ontstoken raakt).De kans op een wolkbrand als gevolg van een ongeval met een LNG-tankwagen is klein. Aangezien met het voorliggende ruimtelijke plan geen maatregelen aan de risicobron kunnen worden getroffen, zijn genoemde maatregelen gericht op de beheersing en vermindering van de effecten van een incident. Maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid Bij een toxische vloeistof is bronbestrijding mogelijk door de vloeistofplas af te dekken met een schuimvormend blusmiddel. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Dit is ook een mogelijkheid voor effectbestrijding. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien de oorzaak een lekkage is. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten.
Effectbestrijding is mogelijk door de concentratie proberen te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is, zodat de toxische vloeistof nog niet volledig is uitgestroomd en verdampt. Als de oorzaak het ineens vrijkomen van de gehele inhoud is zal effectbestrijding zeer lastig zijn. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding
datum referentie
30 november 2022 222036_AdB_RAP_0001_v3.0
P 50/55
plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. De koude BLEVE treedt plots op als gevolg van bijvoorbeeld een mechanische beschadiging van de tankauto en heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er eigenlijk geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. Voor de wolkbrand geldt hetzelfde als voor de koude BLEVE, ondanks de iets langere ontwikkeltijd. Ook hier zal de effectbestrijding gericht zijn op het bestrijden van eventuele secundaire branden. Bij een warme BLEVE is bronbestrijding mogelijk mits de koeling van de tankwagen snel genoeg gestart wordt. Zolang de tankwagen niet faalt is er tijd om het gebied te ontruimen. Voorwaarde hierbij is dat de brandweer voldoende snel ter plaatse kan zijn en dat er bluswatervoorzieningen beschikbaar zijn. Indien de warme BLEVE optreedt zijn er geen mogelijkheden om het primaire effect te beperken. De inzet van de brandweer zal dan vooral gericht zijn op de bestrijding van secundaire branden. Voor wat betreft de giftige effecten van de Bevi-inrichting adviseert de VRH afschakelbare ventilatie in de nieuw te bouwen woningen.
Mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van ‘dagelijkse incidenten’, zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende zijn. Voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid is door de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) is de ‘Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (januari 2020)’ ontwikkeld. Deze wordt door gemeente PijnackerNootdorp gehanteerd en nageleefd. De veiligheidsregio Haaglanden heeft eisen geformuleerd ten aanzien van de bereikbaarheid en de bluswatervoorziening. In het algemeen geldt dat een woonhuis tot op 40 meter bereikbaar moet zijn voor een brandweervoertuig. De wegen en bruggen er naar toe moeten ook een bepaalde belasting aankunnen, een bepaalde doorgangshoogte en rijbaanbreedte hebben en een zekere binnenbocht- en buitenbochtstraal hebben. Wat betreft de bluswatervoorziening geldt dat er binnen een straal van 100 meter van het object een bluswatervoorziening aanwezig moet zijn. Een bluswatervoorziening kan zijn: open water, ondergrondse brandkraan (opbrengst minimaal 30 m3 / uur) of geboorde put.
Voor wat betreft de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van bluswatervoorzieningen geldt dat deze in de huidige situatie en onder normale omstandigheden voldoende is. Risicocommunicatie Het advies van de Veiligheidsregio Haaglanden geeft aan dat om ervoor te zorgen dat mensen goed voorbereid zijn en weten hoe ze moeten, het van belang is dat zij hier vooraf over worden geïnformeerd. De gemeente deelt het advies dat informatie verstrekken aan personen van belang is. Het betreft de handelingsperspectieven om de veiligheid te verhogen. Op de website van de gemeente www.pijnacker-nootdorp.nl kunnen burgers hierover veel informatie vinden bij het thema “veiligheid”. Ook op de landelijke website www.crisis.nl en op de regionale site http://www.haaglandenveilig.nl kan men veel informatie vinden. Daarnaast vindt, indien zich een ongeval voordoet dat effect op de omgeving heeft of nog kan hebben, afhankelijk van de aard en omvang van deze effecten, crisiscommunicatie plaats naar de in het effectgebied liggende bedrijven en bewoners. Bij een eenvoudig incident met geringe effecten zal de communicatie voor zover nodig op reguliere wijze en dus routinematig plaatsvinden door de ter plaatse aanwezige functionarissen van de hulpverleningsdiensten.
Indien een incident zich ontwikkelt tot een groot incident of ramp zal binnen de regio Haaglanden, en dus ook binnen de gemeente, zogeheten opschaling plaatsvinden. Van een routinematige aanpak zal overgegaan worden naar een meer gecoördineerde aanpak. Deze gecoördineerde aanpak is beschreven in het crisisbeheersingsplan (rampenplan) van de gemeente. Er is ook een regionaal crisisplan. Het rampenplan en het regionaal crisisplan voorzien onder meer in: * het waarschuwen van bewoners en de naastgelegen bedrijven (het attenderen van de bevolking op een gevaar of dreigend gevaar en het daarbij geven van een eerste gedragsadvies); * voorlichting: het verzamelen, het verwerken en verstrekken van informatie, met als doel het beperken of voorkomen van de directe gezondheidsgevolgen voor de betrokkenen door een ongeval.
datum referentie
30 november 2022 222036_AdB_RAP_0001_v3.0
P 51/55
Conclusie (P.M. na advies VRH) Alle aspecten van externe veiligheid zijn beschreven en beoordeeld. Er is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Zij hebben de risico’s beschouwd en maatregelen benoemd ter verdere bevordering van de veiligheid. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen binnen de plangebieden. 5.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader Op basis van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer dient onderzoek naar luchtkwaliteit te worden uitgevoerd. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit (Wlk). De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Op grond van de Wet mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de normen (grenswaarden) die aan een aantal verontreinigende stoffen zijn gesteld. Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen.
Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • • •
•
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een plan leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een plan draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging (meer dan 3%) ten opzichte van de grenswaarde (een grenswaarde van 3% staat gelijk aan de bouw van circa 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorruimte met één ontsluitingsweg); een plan past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Naast de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit, moet worden bezien of er voor de te realiseren woningen voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Om te bepalen of de plaatselijke luchtkwaliteit voldoet aan de normen voor een goed woon- en leefklimaat is gebruik gemaakt van de RIVM kaarten welke weergeven staan op www.atlasleefomgeving.nl. Indien uit de monitoring blijkt dat de doelstellingen van het NSL niet worden gehaald, kunnen extra maatregelen worden getroffen. Beoordeling De ontwikkelingen zijn dusdanig beperkt van omvang dat er ruimschoots onder de aantallen gebleven wordt zoals genoemd in de 'Regeling niet in betekende mate bijdragen' (NIBM). Via de NSL-Monitoringstool zijn de concentraties ter plaatse van het plangebied afgelezen. In de verkeersmodellen die gebruikt worden bij de NSL-monitoringstool is de verkeersgeneratie in de omgeving reeds opgenomen in het model. Er zijn derhalve geen aanpassingen doorgevoerd aan de data afkomstig uit de NSL-rekentool. NO2 Uit de resultaten blijkt dat de concentraties voor NO2 in alle gevallen ver onder de grenswaarden zitten voor 2020. In geen van de gevallen wordt de jaargemiddelde grenswaarde (40 µg/m3) overschreden.
datum referentie
30 november 2022 222036_AdB_RAP_0001_v3.0
P 52/55
PM10 Uit de resultaten blijkt dat de concentraties voor PM10 in 2020 ver onder de grenswaarden (40 µg/m3) blijven. PM2,5 Uit de resultaten blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarde (25 µg/m3) in geen geval wordt overschreden. Ook de jaargemiddelde richtwaarde voor 2020 (20 µg/m3) wordt in geen geval overschreden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavige bestemmingswijzigingen. 5.11 Verkeer en parkeren De voorgenomen ontwikkelingen betreffen kleinschalige ontwikkelingen, die betrekking hebben op de realisatie van een beperkt aantal woningen. Deze ontwikkelingen brengen geen noemenswaardige toename van het aantal verkeersbewegingen met zich mee. Parkeren wordt in beginsel overal op eigen terrein opgevangen. Met betrekking tot de aspecten verkeer en parkeren zijn derhalve geen problemen te verwachten. In de regels is gewaarborgd dat alle bouwplannen moeten voldoen aan het gemeentelijke parkeerbeleid.
datum referentie
30 november 2022 222036_AdB_RAP_0001_v3.0
P 53/55
datum referentie
30 november 2022 222036_AdB_RAP_0001_v3.0
P 54/55
6
Uitvoerbaarheid
6.1
Algemeen
De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil middels haar beleid ruimte bieden en uitnodigen om te ondernemen en de woonomgeving te verbeteren, om zodoende samen invulling te geven aan de ruimte binnen de gemeente. Door ruimte te bieden voor de ontwikkelingen die dit verzamelplan mogelijk maakt, wordt hieraan concreet invulling gegeven. 6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om een voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage te leggen voor een inspraakperiode van zes weken. Dit inspraakmoment maakt geen onderdeel uit van de ‘formele’ procedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De resultaten van het vooroverleg zullen te zijner tijd worden verwerkt in onderhavige toelichting. Zienswijzen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in een zienswijzenota. Hierin zullen tevens de eventuele wijzigingen ten opzichte van het ontwerp worden verwoord.
De resultaten van de tervisielegging zullen te zijner tijd worden verwerkt in onderhavige toelichting waarna het aan de gemeenteraad is om een besluit over vaststelling te nemen. 6.3
Economische uitvoerbaarheid
Er wordt een anterieure overeenkomst gesloten waarin afspraken worden gemaakt over de voorgenomen ontwikkelingen, alsmede alle financiële kaders waaronder mogelijke planschade, de exploitatiebijdrage en de daadwerkelijke investeringskosten van de beoogde ontwikkelingen. Op basis van deze overeenkomst wordt het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar geacht. Het kostenverhaal zal geen belemmering vormen voor uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan.
datum referentie
30 november 2022 222036_AdB_RAP_0001_v3.0
P 55/55
Bijlage 1 Watersleutel HHD
04-11-2022 16:22
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 4-11-2022
Onderweg 3 Pijnacker
17 116 0 0 11
Omschrijving
Watersysteem Oude Leede
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
23.5
mm/etmaal
GPG2008BKL VII
kaart
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
0
0
onverhard stedelijk
m²
0
0
verhard glasgebied
m²
2251
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
Huidig, actueel klimaat, T50
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
650
onverhard landelijk
m²
0
1601
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
2251
Water
Totaal
Gebiedskenmerken aangepast
HUIDIG
2251 1
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-5.00
-4.69
maatgevend peil
NAP m
-5.89
-5.89
m
0.89
1.2
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050, T100
Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling
kruimelgeval
huidig aanwezig
-99
0
0
99
0
-99
99
0.0%
-4.4%
4.4%
totaal te realiseren aandeel plangebied
Klimaat 2050
0
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
kruimelgeval
Ontwikkeling 0.0
-58.8
Klimaat 2050 58.8
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
09-11-2022 12:32
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 9-11-2022
Onderweg 5 Pijnacker
17 181 1 0 44
Omschrijving
Watersysteem Oude Leede
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
23.5
mm/etmaal
GPG2008BKL VII
kaart
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
0
0
onverhard stedelijk
m²
0
0
verhard glasgebied
m²
8975
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
Huidig, actueel klimaat, T50
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
800
onverhard landelijk
m²
0
8175
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
8975
Water
Totaal
Gebiedskenmerken aangepast
HUIDIG
8975 1
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-4.50
-4.69
maatgevend peil
NAP m
-5.89
-5.89
m
1.39
1.2
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050, T100
Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling
kruimelgeval
huidig aanwezig
-394
0
0
394
0
-394
394
0.0%
-4.4%
4.4%
totaal te realiseren aandeel plangebied
Klimaat 2050
0
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
kruimelgeval
Ontwikkeling 0.0
-234.5
Klimaat 2050 234.5
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
09-11-2022 13:39
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 9-11-2022
Molendijk 3 Pijnacker
18 168 10 0 44
Omschrijving
Watersysteem Akkerdijksche Polder Glas
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
28.7
mm/etmaal
GPG2007AKP III
kaart
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
0
0
onverhard stedelijk
m²
0
0
verhard glasgebied
m²
23820
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
Huidig, actueel klimaat, T50
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
1020
onverhard landelijk
m²
0
22800
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
23820
Water
Totaal
Gebiedskenmerken aangepast
HUIDIG
23820 1
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-3.00
-2.42
maatgevend peil
NAP m
-3.62
-3.62
m
0.62
1.2
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050, T100
Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling
kruimelgeval
huidig aanwezig totaal te realiseren aandeel plangebied
Klimaat 2050
0
-2338
0
0
2338
0
-2338
2338
0.0%
-9.8%
9.8%
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
kruimelgeval
Ontwikkeling 0.0
-747.7
Klimaat 2050 747.7
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
09-11-2022 13:42
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 9-11-2022
Oude Leedeweg 159 Pijnacker
18 168 4 0 44
Omschrijving
Watersysteem Akkerdijksche Polder Glas
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
28.7
mm/etmaal
GPG2007AKP III
kaart
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
0
0
onverhard stedelijk
m²
0
0
verhard glasgebied
m²
8356
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
Huidig, actueel klimaat, T50
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
340
onverhard landelijk
m²
0
8016
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
8356
Water
Totaal
Gebiedskenmerken aangepast
HUIDIG
8356 1
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-3.00
-2.42
maatgevend peil
NAP m
-3.62
-3.62
m
0.62
1.2
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050, T100
Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling
kruimelgeval
huidig aanwezig totaal te realiseren aandeel plangebied
Klimaat 2050
0
-820
0
0
820
0
-820
820
0.0%
-9.8%
9.8%
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
kruimelgeval
Ontwikkeling 0.0
-262.3
Klimaat 2050 262.3
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
09-11-2022 13:48
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 9-11-2022
Zuideindseweg achter 66 Delfgauw
13 60 7 0 11
Omschrijving
Watersysteem Zuidpolder van Delfgauw
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
23.1
mm/etmaal
GPG2011ZPD XXII
kaart
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
0
0
onverhard stedelijk
m²
0
0
verhard glasgebied
m²
1587
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
Huidig, actueel klimaat, T50
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
170
onverhard landelijk
m²
0
1417
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
1587
Water
Totaal
Gebiedskenmerken aangepast
HUIDIG
1587 1
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-2.00
-1.30
maatgevend peil
NAP m
-2.5
-2.5
m
0.5
1.2
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050, T100
Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling
kruimelgeval
huidig aanwezig totaal te realiseren aandeel plangebied
Klimaat 2050
0
-211
0
0
211
0
-211
211
0.0%
-13.3%
13.3%
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
kruimelgeval
Ontwikkeling 0.0
-42.1
Klimaat 2050 42.1
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
09-11-2022 13:56
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 9-11-2022
Bovenmolenweg 6 Pijnacker
17 116 1 0 11
Omschrijving
Watersysteem Oude Leede
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
23.5
mm/etmaal
GPG2008BKL VII
kaart
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
0
0
onverhard stedelijk
m²
0
0
verhard glasgebied
m²
10874
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
Huidig, actueel klimaat, T50
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
510
onverhard landelijk
m²
0
10364
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
10874
Water
Totaal
Gebiedskenmerken aangepast
HUIDIG
10874 1
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-5.00
-4.69
maatgevend peil
NAP m
-5.89
-5.89
m
0.89
1.2
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050, T100
Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling
kruimelgeval
huidig aanwezig totaal te realiseren aandeel plangebied
Klimaat 2050
0
-478
0
0
478
0
-478
478
0.0%
-4.4%
4.4%
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
kruimelgeval
Ontwikkeling 0.0
-284.1
Klimaat 2050 284.1
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
09-11-2022 14:04
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 9-11-2022
Keulseweg 47 Pijnacker
15 206 2 0 44
Omschrijving
Watersysteem Droogmaking van de Oude Polder van
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
23.1
mm/etmaal
Groenzoom C
kaart
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
0
0
onverhard stedelijk
m²
0
0
verhard glasgebied
m²
7995
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
Huidig, actueel klimaat, T50
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
510
onverhard landelijk
m²
0
7485
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
7995
Water
Totaal
Gebiedskenmerken aangepast
HUIDIG
7995 1
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-3.50
-4.05
maatgevend peil
NAP m
-5.25
-5.25
m
1.75
1.2
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050, T100
Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling
kruimelgeval
huidig aanwezig totaal te realiseren aandeel plangebied
Klimaat 2050
0
-452
0
0
452
0
-452
452
0.0%
-5.7%
5.7%
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
kruimelgeval
Ontwikkeling 0.0
-230.2
Klimaat 2050 230.2
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
09-11-2022 12:38
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 9-11-2022
Onderweg 0 Pijnacker
17 158 0 0 44
Omschrijving
Watersysteem Oude Leede
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
23.5
mm/etmaal
GPG2008BKL VII
kaart
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
0
0
onverhard stedelijk
m²
0
0
verhard glasgebied
m²
0
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
Huidig, actueel klimaat, T10
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
150
onverhard landelijk
m²
150
0
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
150
150 1
Water
Totaal
Gebiedskenmerken aangepast
HUIDIG
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
-4.67
-4.69
maatgevend peil
NAP m
-5.89
-5.89
m
1.22
1.2
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050, T100
Oppervlaktewater in m² Totaal
Ontwikkeling
Klimaat 2050
extra te realiseren
22
20
huidig aanwezig
0
0
22
20
3
14.8%
13.1%
1.8%
totaal te realiseren aandeel plangebied
3
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
Ontwikkeling 13.3
11.8
Klimaat 2050 1.6
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
Bijlage 2 Quickscan Wet natuurbescherming
Quickscan Wet natuurbescherming Bestemmingsplanwijziging diverse plangebieden Pijnacker Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Wet natuurbescherming Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Veldbiologische Werken Ecologisch onderzoek en advies VBW r 2022-99 r
Colofon Opdrachtgever
Aveco de Bondt BV Dhr. Ing. M. Volbeda Postbus 64 7450 AB Holten
Bureau Mentink Dhr. Drs. M.A. Beke Mozartlaan 416a 2625 CR Delft
Locatieonderzoek
J.C. Knotters
Datum uitvoering veldonderzoek
01 augustus en 05 augustus 2022
Rapportage
J.C. Knotters
Status rapportage
concept
Datum rapportage
14 augustus 2022
Rapportnummer
VBW r 2022-99 r
Aantal pagina’s
51 (inclusief bijlagen)
Foto’s/Afbeeldingen
J.C. Knotters (tenzij anders vermeld)
2de Lezing
R.K. van Ast
Rapportage citeren
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING ZUID-HOLLANDSE OMGEVINGSVERORDENING BESTEMMINGSPLAN WIJZIGINGEN DIVERSE PLANGEBIEDEN PIJNACKER RAPPORT VBW R 2022-99 R - VELDBIOLOGISCHE WERKEN VOF
Administratieve bedrijfsinformatie Veldbiologische Werken Contactpersoon Adres Mobiel: Email: http:
Coen Knotters (ing. J.C. Knotters) Nieuwe Markt 65c, 4701 AD Roosendaal 06-20431422 info@veldbiologischewerken.eu www.veldbiologischewerken.eu
BTW-nummer: KVK-nummer:
NL84188812 NL863126182B01
Veldbiologische Werken is een ecologisch onderzoeks- en adviesbureau dat werkt conform de werkwijzen welke voorgeschreven worden in Kennisdocumenten, Soortenprotocollen en onderzoeksrichtlijnen Netwerk Groene Bureaus. Veldbiologische Werken werkt objectief en consequent, is natuurlijk praktisch en pragmatisch met oog voor communicatie en educatie ten behoeve van bescherming, behoud, beheer en ontwikkeling van onze levende natuur. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee dit rapport is samengesteld, zijn Veldbiologische Werken V.O.F. en de auteurs niet aansprakelijk voor eventuele fouten of onvolkomenheden en eventueel daaruit voortvloeiende schade.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
2 van 51
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
4 4 5
Aanleiding Quickscan Wet natuurbescherming Voorgenomen ingrepen plangebieden Doel Quickscan Wet natuurbescherming
Wettelijk kader 2.1 2.2 2.3
6
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Natuurnetwerk Soortenbescherming
6 6 6
3
Methoden van onderzoek / Werkwijze
8
4
Omschrijving plangebieden
9
5
Resultaten Quickscan / Toetsing aan wet en regelgeving
27
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Vaatplanten Zoogdieren Vogels Reptielen Vissen en Amfibieën Libellen en dagvlinders Overige ongewervelden Gebiedsbescherming
27 28 32 35 36 37 37 38
6
Conclusies en aanbevelingen
39
7
Literatuur en bronnen
41
7.1 7.2
Literatuur Bronnen
41 42
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
– Wettelijk kader Weerrapport – NDFF-gegevens beschermde soorten plangebieden – Lijst van nationaal beschermde soorten – Lijst van soorten die op bijlage IV van de habitatrichtlijn, bijlage II van Bern en/of bijlage I van Bonn staan Bijlage 6 – Overzicht soorten vogelrichtlijn
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
3 van 51
1
Inleiding
Deze Quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. 1.1
Aanleiding Quickscan Wet natuurbescherming
Op juli 2022 heeft Veldbiologische Werken VOF opdracht ontvangen via de heer Ing. M. Volbeda, Aveco de Bondt BV voor het uitvoeren van een Quickscan Wet natuurbescherming ten behoeve van de ruimtevoor-ruimte ontwikkelingen in Pijnacker. Initiatiefnemer betreft de heer Drs. M.A. Beke, Bureau Mentink. Het betreft de volgende plangebieden in de Gemeente Pijnacker-Noordorp. -
Bovenmolenweg 6 Molendijk 3 Keulseweg 47 Nieuwkoopseweg 30 Onderweg 3 Onderweg 5 Oude Leedeweg 159 Zuideindseweg (achter nr. 66)
De initiatiefnemer is voornemens aanwezige bedrijfshallen, glastuinbouwbedrijven te slopen en ruimte te maken voor nieuwbouw van woningen. Bestaande bedrijfswoningen (incl. tuinen en toebehorende opstallen) blijven behouden. Aangezien de voorgenomen aanpassingen tot ruimtelijke ontwikkeling behoren en daarmee mogelijk (negatief) effect kan hebben op de omgeving en mogelijk daar voorkomende (beschermde) plant- en diersoorten, dient formeel te worden aangetoond dat ter plaatse geen beschermde soorten aanwezig zijn, dan wel redelijkerwijs Kaart 1: Ligging plangebieden binnen de Gemeente Pijnacker-Nootdorp. kunnen worden uitgesloten. Deze soorten kunnen verstoord worden door de geplande ingreep. Door middel van deze Quickscan zal inzichtelijk worden gemaakt of beschermde soorten gebruik maken van het plangebied en of de geplande ingrepen wet overtredend zijn ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Met deze Quickscan wordt tevens een advies gegeven ten aanzien van ecologisch waardevolle componenten in het plangebied en mogelijkheden om deze te consolideren en te versterken. 1.2
Voorgenomen ingrepen plangebieden
Binnen de verschillende bovengenoemde plangebieden ligt het in de bedoeling dat bestaande bedrijfshallen, glastuinbouwkassen te slopen. Op de vrijgekomen ruimte zullen nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd, alsmede ruimte voor gras-/weide. Bestaande bedrijfswoningen inclusief tuinen en toebehorende opstallen (schuren, garages, e.d.) blijven behouden. Bij de voorgenomen ingreep zullen geen bomen en/of opgaande lijnvormige groene landschapsstructuren worden gekapt en zullen geen sloten/watergangen worden gedempt of verlegd.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
4 van 51
Globaal de voorgenomen ingrepen in het plangebied betreffen puntsgewijs: 1. 2. 3. 4. 5. 1.3
Sloop opstallen (bedrijfshallen, glastuinbouwkassen, waterreservoirs, etc.), Verwijderen groenstructuren (tuinbeplantingen van sierheesters, struiken, plantenborders, gazons en jonge sierbomen), Bouwrijp maken vrijgekomen ruimte (o.a. aanleg ondergrondse infrastructuur van kabels en leidingen), Realiseren nieuwbouwwoningen (per plangebied x-aantal – zie schetsontwerpen), Afwerking ruimte met aanleg nieuwe groenbeplanting, verharding en verlichting. Doel Quickscan Wet Natuurbescherming
Voor activiteiten, zoals de initiatiefnemers van de plangebieden voornemens zijn, dient conform Nationale en Europese wet- en regelgeving eerst onderzoek gedaan te worden naar (potentiële) aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten of beschermde gebieden die mogelijk negatief beïnvloed worden door de voorgenomen plannen. Deze Quickscan Wet natuurbescherming geeft hier uitsluitsel over. De Quickscan bestaat uit een bronneninventarisatie en locatieonderzoek naar aanwezigheid of potentiële aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Voor de volledigheid wordt de Omgevingsverordening ZuidHolland getoetst. Indien beschermde plant- en diersoorten aanwezig zijn, of in potentie aanwezig kan zijn, is nader onderzoek nodig naar mogelijk negatieve effecten van de voorgenomen activiteiten op deze soorten (verstorings-/verslechteringstoets). Tevens wordt dan onderzocht of de voorgenomen activiteiten mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming en/of Omgevingsverordening ZuidHolland inhouden. Ook wordt onderzocht welke mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig zijn om conform wet en regelgeving het project doorgang te laten vinden. De Quickscan kan tevens aanleiding zijn voor aanvullend onderzoek naar (functioneel gebruik door) beschermde soorten.
Ook wordt nagegaan of er negatieve effecten op nabijgelegen beschermde gebieden zijn dan wel dat nadere toetsing in dit kader nodig is.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
5 van 51
2
Wettelijk kader
2.1
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Rolverdeling Provincies en Rijk: Sinds 1 januari 2017 zijn Provincies bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. Vergunnings- en Ontheffingsverlening is eveneens taak van de Provincies. De Rijksoverheid is bevoegd gezag van grote wateren en Internationaal beleid. In de (interim) omgevingsverordeningen, die per Provincie kunnen verschillen, staan alle wetsbepalingen weergegeven. Deze regels gelden zowel voor Natura 2000-gebieden, in het wild levende dieren en houtopstanden. 2.2
Natuurnetwerk
Naast door het Rijk aangewezen natuurgebieden die onder de Natura 2000-richtlijnen vallen zijn er ook andere beschermde gebieden in Nederland vallend onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor de Provincie Zuid-Holland geldt het Natuurnetwerk Zuid-Holland(NNZH) dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Het NNN is een door heel Nederland opgezet plan dat de biodiversiteit ten gunste moet komen. De verschillende gebieden fungeren als stapstenen en corridors voor soorten waardoor verspreiding en genetische uitwisseling tussen gebieden mogelijk is. Dit netwerk van verbindingszones mag niet door een ingreep worden aangetast. Effecten van een geplande ingreep of activiteit binnen het Natuurnetwerk Zuid-Holland moeten worden getoetst aan de gestelde natuurwaarden. Ook voor de NNN-gebieden is de Provincie bevoegd gezag. 2.3
Soortenbescherming
In de Wet natuurbescherming staan verbodsbepalingen ten aanzien van soorten. Zo zijn activiteiten die schadelijk zijn voor dier- en plantsoorten verboden. Dit noemt men de Zorgplicht, deze geldt voor alle vrij in het wild voorkomende soorten van Nederland. Specifiek kent de soortbescherming zwaardere beschermingsregimes voor speciaal aangewezen soorten. De soortenwetgeving is dusdanig vormgegeven dat eenieder die redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn of haar handelen negatieve effecten heeft op beschermde soorten deze moet laten. In sommige gevallen is een ontheffing of vrijstelling mogelijk.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
6 van 51
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (2019) Een aantal soorten zijn in de Provincie Zuid-Holland vrijgesteld op het gebied van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling, bestendig beheer of onderhoud en bestendig gebruik
In bijlage 1 vindt u een uitgebreide uitleg over de Wet natuurbescherming.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
7 van 51
3
Methoden van onderzoek / Werkwijze
Op 01 augustus 2022 en 05 augustus 2022 jl. zijn de plangebieden door de heer J.C. Knotters van Veldbiologische Werken VOF onderzocht. Weercondities waren gunstig (weerrapport zie Bijlage 2). Op deze data zijn de verschillende plangebieden en de omliggende terreinen te voet onderzocht in het kader van deze Quickscan. De volgende methoden van onderzoek/werkwijzen zijn gebruikt: -
-
-
-
Inventarisatie te velde van de in het plangebied voorkomende ruimtelijke structuren en ecotopen met behulp van: o verrekijker; o zaklamp; o endoscoop/holtecamera; o spiegelstok (voor zicht in/achter holtes); o fotocamera; o verzamelpotjes (voor samples ter nadere determinatie van faeces o.a. muizen/vleermuizen); o bat-detector (Petterson D400 hetrodyne met time expansion). Samples/laboratorium determinaties: o Determinaties faeces (o.a. muizen/vleermuizen) uit samples m.b.v. Euromex binoculair. Literatuuronderzoek/bronnenonderzoek: o Check van (recente) waarnemingen van beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied; o Check van (recente) waarnemingen vermeld in verspreidingsatlassen; o Check van (recente) waarnemingen op websites. Onderzoek ligging plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden, zoals Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het plangebied is getoetst aan de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland. Naar aanleiding van de inventarisatie te velde en het literatuur/bronnenonderzoek is een inschatting gemaakt van het (mogelijke) voorkomen van beschermde flora en fauna en de (mogelijke) functies voor deze in het plangebied.
Op basis van deze voorgenomen ingreep is een inschatting gemaakt van de (redelijkerwijs) te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies. Mogelijke negatieve effecten zijn getoetst aan de Wet natuurbescherming. Vaststellen leemtes/onduidelijkheden. Hiermee is bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat nog een aanvullende toetsing noodzakelijk is.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
8 van 51
4
Omschrijving plangebieden
Omschrijving plangebied Bovenmolenweg 6 Kaart 2 toont een globaal overzicht van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp en de ligging van het plangebied Bovenmolenweg 6. Kaart 3 toont een meer gedetailleerd beeld van de ligging en opbouw van het plangebied Bovenmolenweg 6 te Pijnacker.
Locatie plangebied
Kaart 2: Locatie plangebied Bovenmolenweg 6 te Pijnacker in het streekgebied.
Kaart 3: Ligging en opbouw plangebied Bovenmolenweg 6 te Pijnacker.
Kenmerken Bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen, glastuinbouwkassen en waterreservoirs zijn thans nog in gebruik voor teelt biologische groente-/fruitproducten en zaadwinning biologische groentezaden. Bij de bedrijfsbebouwing horen twee schuren, één van houten constructie (schuur/paardenstal) en één van stenen constructie (opslag en jeugdactiviteit). Aan zuidzijde ligt een smalle, met water- en oeverplanten dichtgegroeide sloot. Aan westzijde ligt een vaart, welke gescheiden is van het plangebied door een lage polderdijk en een gedeelte intensief beheerd grasland. Alleen bij de tuin van de bedrijfswoning zijn enkele bomen aanwezig. Deze blijven behouden. Onderstaande foto’s geven een impressie van het plangebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
9 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
10 van 51
Omschrijving plangebied Molendijk 3 Kaart 4 toont een globaal overzicht van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp en de ligging van het plangebied Molendijk 3. Kaart 5 toont een meer gedetailleerd beeld van de ligging en opbouw van het plangebied Molendijk 3.
Locatie plangebied
Kaart 4: Locatie plangebied Molendijk 3 te Pijnacker in het streekgebied.
Kaart 5: Ligging en opbouw plangebied Molendijk 3 te Pijnacker.
Kenmerken Bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen, glastuinbouwkassen en waterreservoir zijn thans nog in gebruik voor teelt komkommers (hydrocultuur). Aan noord- en zuidzijde is een smalle, met water- en oeverplanten dichtgegroeide sloot aanwezig. Aan westzijde ligt een bredere sloot waarvan de oever (perceelsgrens) beschoeid is. Aan de oostzijde ligt een vaart, welke gescheiden is van het plangebied door de met asfalt verharde Molendijk. Alleen in de tuin van de bedrijfswoning zijn enkele jonge bomen aanwezig. Deze blijven behouden. Onderstaande foto’s geven een impressie van het plangebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
11 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
12 van 51
Omschrijving plangebied Keulseweg 47 Kaart 6 toont een globaal overzicht van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp en de ligging van het plangebied Keulseweg 47. Kaart 7 toont een meer gedetailleerd beeld van de ligging en opbouw van het plangebied Keulseweg 47.
Locatie plangebied
Kaart 6: Locatie plangebied Keulseweg 47 te Pijnacker in het streekgebied.
Kaart 7: Ligging en opbouw plangebied Keulseweg 47 te Pijnacker.
Kenmerken De bedrijfswoning (met tuin) wordt thans nog bewoond en blijft behouden. De glastuinbouwkassen zijn thans niet meer in gebruik en verkeren in een vervallen staat. Dit geldt met name voor de oude houten glastuinbouwkas in het oostelijk deel van het plangebied. Deze kas is deels reeds ingestort. De bedrijfsloods aan de zuidzijde is in gebruik als opslagplaats. Aan zuidzijde is een smalle, met wateren oeverplanten dichtgegroeide sloot aanwezig. Aan noordzijde ligt een brede vaart, waarvan de oever langs de gehele perceelsgrens met het plangebied is beschoeid. Binnen het plangebied is geen opgaand groen aanwezig. Onderstaande foto’s geven een impressie van het plangebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
13 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
14 van 51
Omschrijving plangebied Nieuwkoopseweg 30 Kaart 9 toont een globaal overzicht van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp en de ligging van het plangebied Nieuwkoopseweg 30. Kaart 9 toont een meer gedetailleerd beeld van de ligging en opbouw van het plangebied Nieuwkoopseweg 30.
Locatie plangebied
Kaart 8: Locatie plangebied Nieuwkoopseweg 30 te Pijnacker in het streekgebied.
Kaart 9: Ligging en opbouw plangebied Nieuwkoopseweg 30 te Pijnacker.
Kenmerken Het plangebied bestaat uit een bedrijfsloods die thans gebruikt wordt voor opslag materialen. De gevels van de bedrijfsloods bestaan uit een steens onderbouw met daarboven metalen opbouw. Het dak van de bedrijfsloods is van (asbest) golfplaten. In dakbedekking en gevel zijn openingen aanwezig (ventilatie en verval). Op omliggend erf is eveneens opslag van materialen, met een rommelig karakter. Enkele portocabins en containers zijn op het erf geplaatst. Het plangebied is grotendeels verhard, maar met langs de randen opgaande ruigtevegetatie. Langs de randen van het plangebied is opgaande begroeiing van bomen en struiken aanwezig. Het plangebied grenst aan natuurgebied ‘De Balij en Bieslandse Bos’. Onderstaande foto’s geven een impressie van het plangebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
15 van 51
Foto 10:
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Foto 11:
Foto 12:
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
16 van 51
Omschrijving plangebied Onderweg 3 Kaart 10 toont een globaal overzicht van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp en de ligging van het plangebied Onderweg 3. Kaart 11 toont een meer gedetailleerd beeld van de ligging en opbouw van het plangebied Onderweg 3.
Locatie plangebied
Kaart 10: Locatie plangebied Onderweg 3 te Pijnacker in het streekgebied.
Kaart 11: Ligging en opbouw plangebied Onderweg 5 te Pijnacker.
Kenmerken Bedrijfswoning met tuinen is thans bewoond en in gebruik. De bedrijfswoning (incl. tuin) blijft behouden.. Het bedrijfsgebouw is thans nog in gebruik als werkplaats en voor opslag materialen. De glastuinbouwkas is in gebruik voor hobbyteelt bijzondere paprika- en tomatenrassen, alsmede kleinschalige hobbyteelt snijbloemen. In het noordwestelijk deel van het plangebied is een ruime en intensief onderhouden tuin aanwezig met borderplanten, sierheesters en stroken bloemenmengsel (bijen-/vlinders). Aan zuid- en westzijde is een smalle sloot aanwezig. Deze blijft behouden. Ten noorden van het plangebied ligt een perceel grasweide welke aan de noordzijde wordt begrenst door enkele knotwilgen en houtrillen. Alleen in de tuin aan de zuidzijde (langs Onderweg) zijn enkele jonge bomen (fruitbomen) aanwezig. Onderstaande foto’s geven een impressie van het plangebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
17 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
18 van 51
Omschrijving plangebied Onderweg 5 Kaart 12 toont een globaal overzicht van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp en de ligging van het plangebied Onderweg 5. Kaart 13 toont een meer gedetailleerd beeld van de ligging en opbouw van het plangebied Onderweg 5.
Locatie plangebied
Kaart 12: Locatie plangebied Onderweg 5 te Pijnacker in het streekgebied.
Kaart 13: Ligging en opbouw plangebied Onderweg 5 te Pijnacker.
Kenmerken Bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen, glastuinbouwkassen en waterreservoir zijn thans nog in gebruik voor teelt van tulpen (hydrocultuur). De vegetatie tussen bedrijgsgebouw, langs glastuinbouwkassen en bij de waterreservoirs wordt frequent kort gemaaid om ruigtevorming te voorkomen. Aan de oostzijde van de glastuinbouwkassen en bedrijfsgebouw is het perceel verhard en is enige opslag van materieel aanwezig. Alleen aan de zuidzijde (langs de Onderweg) en in het zuidwestelijk deel (langs tuin bedrijfswoning) is een smalle sloot met kort gemaaide oevervegetatie aanwezig. Deze blijft behouden. Aan noordzijde ligt een bredere vaart waarvan de oever (perceelsgrens) beschoeid is. Alleen in de tuin van de bedrijfswoning zijn enkele jonge bomen aanwezig. Deze blijven behouden. Ander opgaand groen is afwezig. Onderstaande foto’s geven een impressie van het plangebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
19 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
20 van 51
Omschrijving plangebied Oude Leedeweg 159 Kaart 14 toont een globaal overzicht van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp en de ligging van het plangebied Oude Leedeweg 159. Kaart 15 toont een meer gedetailleerd beeld van de ligging en opbouw van het plangebied Oude Leedeweg 159.
Locatie plangebied
Kaart 14: Locatie plangebied Oude Leedeweg 159 te Pijnacker in het streekgebied.
Kaart 15: Ligging en opbouw plangebied Oude Leedeweg 159 te Pijnacker.
Kenmerken Bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen, glastuinbouwkassen en waterreservoirs zijn thans nog in gebruik voor teelt van komkommers (hydrocultuur). Aan de west- en zuidzijde is een smalle sloot aanwezig met een smalle oever van ruigtekruiden welke frequent gemaaid wordt om doordringen van ruigtekruiden tot in glastuinbouwkas te voorkomen. De sloten blijven behouden. De tuin bij de bedrijfswoning wordt intensief onderhouden alsmede de ruimtes tussen de twee waterreservoirs (gazongemaaid). Alleen in de tuin van de bedrijfswoning is één enkele jonge boom aanwezig. Deze blijft behouden. Ander opgaand groen betreft een korte, frequent gesnoeide haag tussen waterreservoirs en aangrenzend perceel. Onderstaande foto’s geven een impressie van het plangebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
21 van 51
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2022-99 r
Quikscan Wet natuurbescherming; diverse plangebieden Pijnacker
22 van 51
Omschrijving plangebied Zuideindseweg (achter nr. 66) Kaart 17 toont een globaal overzicht van de Gemeente Pijnacker-Nootdorp en de ligging van het plangebied Zuideindseweg (achter nr. 66). Kaart 17 toont een meer gedetailleerd beeld van de ligging en opbouw van het plangebied Zuideindseweg (achter nr. 66).
Locatie plangebied
Kaart 16: Locatie plangebied Zuideindseweg (achter nr. 66) te Delfgauw in het streekgebied.
Kaart 17: Ligging en opbouw plangebied Zuideindseweg (achter nr. 66) te Delfgauw.
Kenmerken Aan de Zuideindseweg achter huisnr. 66 is een oude glastuinbouwkas gesitueerd die reeds jaren niet meer in gebruik is en thans in ernstig verval is met veel glasbreuk. In de kas is verdroogde ruigtevegetatie aanwezig, alsmede achtergelaten materiaal (potten, schaduwdoek, lege verpakkingsmaterialen, etc.). In het voorste deel is enige opslag van materiaal aanwezig. De glastuinbouwkas grenst niet aan open water. Aan de noordzijde is een opgaande begroeiing van knotwilg en Zwarte els aanwezig met een ondergroei van bramen. Deze begroeiing blijft aanwezig. Aan west- en oostzijde zijn bijgebouwen geplaatst behorend bij aangrenzende percelen Onderstaande foto’s geven een impressie van het plangebied.