bijlage 1a Inwonerspeiling Pijnacker-Nootdorp 2024
Tekst van het document
Inwonerspeiling afvalinzameling in 2024 in opdracht van gemeente Pijnacker-Nootdorp
Dossiernummer: 23CC130 Tilburg, 2 mei 2024
5
Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................. 3 1.
Vraagstelling en onderzoeksopzet ................................................................ 5
2.
Typering respondenten .................................................................................... 7
3.
Huidige afvalinzameling .................................................................................. 8
3.1
Rapportcijfers ............................................................................................... 8
3.2
Scheidingsgedrag en scheidingsregels ................................................... 9
3.3
Formaat containers aan huis en inzamelfrequentie .............................. 9
3.4
Wegbrengen afval naar (ondergrondse) containers .............................. 9
3.5
Afval aanbieden in inpandige containers ...............................................10
3.6
Inzameling grof afval en snoeiafval aan huis .......................................10
3.7
Bezoeken milieustraten .............................................................................10
3.8
Informatiebronnen .....................................................................................11
4.
Voorkeuren afvalinzameling .........................................................................12
4.1
Belangrijkste onderdeel afvalinzameling ...............................................12
4.2
Voorkeuren ..................................................................................................12
5.
Stellingen ..........................................................................................................14
6.
Ideeën, suggesties en meedenken ..............................................................16
1. Contact ........................................................................................... 17
2
Samenvatting
In het kader van de doorontwikkeling van het afvalbeleid zijn inwoners van de gemeente Pijnacker-Nootdorp geraadpleegd over de afvalinzameling. Alle inwoners konden via een online enquête laten weten wat ze vinden van de afvalinzameling.
De cijfers voor de inzameling van KCA en elektrische apparaten liggen net onder of boven de 6,0. Grof afval scoort in alle gebieden een onvoldoende (4,8 tot 5,4).
De inzameling van glas en textiel scoort in laagbouw 1 en 2 beter dan bij appartementen en het buitengebied. De cijfers lopen uiteen van 6,3 tot 7,4.
B.
Scheidingsgedrag en scheidingsregels
In alle vier de gebieden houdt meer dan 80% papier/karton en glas altijd gescheiden. Voor deze respondenten zijn de scheidingsregels ook duidelijk.
66% tot 77% houdt PMD altijd gescheiden, terwijl de scheidingsregels voor slechts 40% tot 49% duidelijk is.
Voor GFT-afval zijn er duidelijke verschillen tussen de vier gebieden. In het buitengebied houdt 70% GFT-afval altijd apart, in laagbouw 1 is dit 62%, in laagbouw 2 52% en bij de appartementen 33%.
59% tot 66% houdt textiel altijd apart. Voor KCA is dit 68% tot 78% en voor elektrische apparaten 73% tot 78%.
C.
Formaat containers aan huis en inzamelfrequentie
Dat het onderwerp afvalinzameling leeft blijkt uit het feit dat 5.618 inwoners de moeite hebben genomen om de enquête in te vullen (25% van alle huishoudens er van uitgaande dat elke respondent een huishouden vertegenwoordigt). 51% van alle respondenten heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om ideeën mee te geven voor de afvalinzameling en communicatie. Ook heeft zich een groot aantal inwoners gemeld om mee te denken over het afvalbeleid en de kwaliteit van het GFT-afval en PMD (1.309 respondenten = 23% van alle respondenten). Binnen de gemeente zijn vier gebieden te onderscheiden met elk hun eigen mix aan inzamelmiddelen voor GFT-afval, PMD, papier/ karton en restafval. Laagbouw 1
Containers aan huis voor GFT-afval, PMD en papier/ karton en restafval wegbrengen naar een ondergrondse container.
Laagbouw 2
Ondergrondse containers voor GFT-afval, PMD, papier/karton en restafval
Appartementen
Ondergrondse of inpandige container voor GFT-afval, PMD en papier/ karton + ondergrondse container voor restafval.
Vrijwel iedereen in laagbouw 1 en buitengebied is tevreden met het formaat van de containers aan huis.
Buitengebied
Containers aan huis voor GFT-afval, PMD, papier/ karton en restafval.
Voor de meeste respondenten (73% tot 83%) is de inzamelfrequentie van GFT-afval en PMD (om de twee weken) voldoende.
Voor papier/ karton (inzameling één keer per maand) ligt het percentage tevredenen met deze frequentie in laagbouw 1 met 64% lager dan in het buitengebied (74%).
In het buitengebied vindt 57% de inzamelfrequentie van restafval (om de vier weken) onvoldoende.
D.
Wegbrengen afval naar (ondergrondse) containers Vrijwel alle respondenten vinden het belangrijk dat ze op elk tijdstip hun afval kwijt kunnen.
80% van de respondenten uit laagbouw 1 en 2 en 70% uit appartementen heeft geen problemen met de loopafstand tot de containers.
Huidige afvalinzameling A.
Waardering inzameling aan de hand van een rapportcijfer
De inzameling van PMD en papier/ karton scoort in alle gebieden het beste met rapportcijfers die liggen tussen de 7,5 en 8,0. De inzameling van GFTafval scoort met uitzondering van de appartementen (6,9) vergelijkbaar.
Laagbouw 1 heeft met een 7,5 het hoogste cijfer voor de inzameling van restafval. Laagbouw 2 heeft het laagste cijfer, een 6,8. De cijfers van de andere gebieden zitten hier tussenin.
3
Ongeveer de helft van de respondenten is van mening dat mensen hun afval niet netjes in de container doen.
Als de container kapot of vol is nemen de meeste respondenten het afval weer mee naar huis.
E.
Afval aanbieden in inpandige containers 47% van de respondenten in appartementen met inpandige containers heeft stankoverlast van GFT-afval. Voor PMD en papier/ karton zijn de percentages respectievelijk 31% en 14%.
Vrijwel alle respondenten uit appartementen met inpandige containers vinden het geen probleem om samen met anderen containers te gebruiken. Voor GFT-afval is 82% deze mening toegedaan, voor PMD 84% en voor papier/karton 93%.
F.
G.
Voorkeuren afvalinzameling
In laagbouw 1, laagbouw 2 en buitengebied noemen respondenten ‘hoge service’ en ‘goed voor het milieu’ het meest en ook in gelijke mate als belangrijkste onderdeel van de afvalinzameling. Respondenten uit appartementen benoemen de drie onderdelen in vrijwel gelijke mate.
In de enquête is gevraagd naar de voorkeuren van inwoners als het gaat over het inzamelen van GFT-afval, PMD, papier/ karton en restafval. In alle gebieden geven respondenten vooral de voorkeur aan het bestaande inzamelmiddel.
Stellingen
60% van de respondenten maakt zich zorgen over de hoeveelheid afval die we met z’n allen veroorzaken.
Inzameling grof afval en snoeiafval aan huis Respondenten maken in zeer beperkte mate gebruik van de mogelijkheid om grof huishoudelijk afval en snoeiafval aan te laten ophalen. De kosten (duur) spelen hierbij een grote rol.
71% is van mening dat ze een verschil kunnen maken door afval zoveel mogelijk te scheiden.
56% vindt dat inwoners die afval goed scheiden en dus minder restafval hebben minder afvalstoffenheffing hoeven te betalen. 23% vindt dit juist niet. 21% staat hier neutraal in.
Bezoeken milieustraten 88% van de respondenten uit laagbouw 1 bezoekt de milieustraat. In laagbouw 2, appartementen en buitengebied is dit respectievelijk 86%, 71% en 85%.
65% vindt afval scheiden niet moeilijk. Wel geeft 82% aan afval beter te scheiden als ze het gemakkelijk kwijt kunnen.
20% vindt een lage afvalstoffenheffing belangrijker dan dat ze al hun afval gemakkelijk kwijt kunnen, 43% vindt dit juist niet. 37% staat hier neutraal in.
48% geeft aan dat Avalex goed communiceert over waar inwoners het afval kunnen laten en wanneer het wordt ingezameld. 17% vindt van niet.
De meeste respondenten, en dat geldt voor alle vier de gebieden, bezoeken meestal de milieustraat in Delft.
7% tot 14% heeft dit jaar afval ingeleverd bij de mobiele milieustraat.
H.
Informatiebronnen De meeste respondenten (61% tot 81%) raadplegen wel eens de gemeente, Avalex of een andere informatiebron voor informatie over de scheidingsregels of de afvalinzameling.
De gemeente als informatiebron is vooral via de website. Een enkeling belt met de gemeente. Avalex als informatiebron is vooral via de Afvalwijzer app, website en in mindere mate bellen.
4
1. Vraagstelling en onderzoeksopzet Binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn vier groepen/ gebieden te onderscheiden met elk hun eigen mix aan inzamelmiddelen voor GFTafval, PMD, papier/ karton en restafval. Groep/ gebied Laagbouw 1 11.000 woningen
Laagbouw 2 4.600 woningen
Inzamelmiddelen Ondergrondse container voor restafval Minicontainer voor: GFT-afval (inzameling 1 x 2 weken) papier en karton (inzameling 1 x maand) PMD (inzameling 1 x 2 weken)
Ondergrondse container voor:
restafval GFT-afval papier en karton PMD
Appartementen 4.800 woningen
Ondergrondse container voor restafval Ondergrondse of inpandige container voor:
Buitengebied 1.800 woningen
GFT-afval Papier en karton PMD Minicontainer voor: restafval (inzameling 1 x 4 weken) GFT-afval (inzameling 1 x 2 weken) papier en karton (inzameling 1 x maand) PMD (inzameling 1 x 2 weken)
Vraagstelling In het kader van de doorontwikkeling van het afvalbeleid wenst de gemeente Pijnacker-Nootdorp inwoners te raadplegen over de afvalinzameling. De raadpleging bestaat uit een enquête onder inwoners en verdiepende gesprekken met inwoners in wijken waar ze GFT-afval, PMD, papier/karton en restafval moeten wegbrengen naar (ondergrondse) containers. Het betreft dus laagbouw 2 en appartementen (deel heeft voor GFT-afval, PMD en papier/ karton inpandige containers). Onderzoeksopzet Doel van de enquête is het verkrijgen van inzicht in de kennis, de motivatie en het gedrag van de inwoners ten aanzien van het scheiden van afval. Zijn inwoners gemotiveerd om hun afval te scheiden, welke problemen ervaren ze, hoe tevreden zijn ze over de voorzieningen en de dienstverlening en welke maatregelen om afvalscheiding te stimuleren kunnen op draagvlak rekenen van de inwoners (is een tariefprikkel er een van)? De AfvalSpiegel voerde in maart 2024 een inwonerspeiling uit. Alle huishoudens in Pijnacker-Nootdorp hebben een uitnodiging ontvangen om via een link of barcode online een enquête in te vullen. De uitnodiging is verstuurd in de vorm van een ansichtkaart. Inwoners die liever een papieren versie wensten te ontvangen konden deze opvragen bij de gemeente.
Betrouwbaarheid De vraag is in hoeverre de enquêteresultaten overeenkomen met de mening van alle inwoners van elk te onderzoeken gebied en de gemeente Pijnacker-Nootdorp als geheel. Niet iedere inwoner heeft namelijk de enquête ingevuld. Hoe effectief de enquête is meten we aan de hand van de foutmarge. Hoe kleiner de foutmarge, hoe meer we op de resultaten kunnen vertrouwen. Hoe groter de foutmarge, hoe minder zeker het is dat we de mening van de totale populatie in het betreffende gebied hebben. 5
Op basis van het totaal aantal deelnemers ten opzichte van de totale populatie in elk van de gebieden en de gemeente Pijnacker-Nootdorp als geheel) kunnen we de foutmarge berekenen afgemeten aan het aantal respondenten. Bij een betrouwbaarheidsniveau van 95% is de foutmarge als volgt: Aantal woningen
Aantal respondenten
Respons
Foutmarge
Laagbouw 1
3 containers aan huis
11.000
3.028
28%
+/- 1,5%
Laagbouw 2
Ondergrondse containers
4.600
1.562
34%
+/- 2,0%
4.800
556
12%
+/- 3,9%
Appartementen Appartementen Buitengebied
4 containers aan huis
1.800
472
26%
+/- 3,9%
Totaal
gemeente
22.200
5.618
25%
+/- 1,1%
Tabel 1.1 Respons en foutmarge
Het betrouwbaarheidsniveau is de mate van onzekerheid die je wil toelaten. Een betrouwbaarheidsniveau van 95% betekent dat je voor 95% zeker weet dat het werkelijke resultaat binnen de foutmarge valt. Dus als 60% van de respondenten bij laagbouw 1 kiest voor antwoord ‘ja’ dan weten we voor 95% zeker dat 58,5% tot 61,5% van de totale populatie in dat gebied antwoord ‘ja’ geeft. Op basis van het aantal respondenten per gebied kunnen we stellen dat de resultaten binnen acceptabele marges een betrouwbaar beeld geven van de werkelijkheid binnen elk gebied.
6
Binnen de groep respondenten (totaal) is de leeftijdscategorie 25 tot en met 44 jaar ondervertegenwoordigd ten opzichte van de werkelijke verdeling op gemeenteniveau. De categorieën 45 tot en met 65 jaar en 65 jaar en ouder zijn iets oververtegenwoordigd.
2. Typering respondenten De gebieden worden getypeerd aan de hand van leeftijd en aantal personen per huishouden. Het totaal van alle respondenten vergelijken we met de verdeling op gemeenteniveau.
Aantal personen per huishouden Binnen de groep respondenten (totaal) is het aantal eenpersoons huishoudens ondervertegenwoordigd ten opzichte van de werkelijke verdeling op gemeenteniveau.
Leeftijdsopbouw De groep onder 25 jaar is buiten beschouwing gelaten (heeft in veel gevallen geen eigen huishouden). In totaal over alle gebieden zijn er 41 respondenten uit deze leeftijdsgroep. 62%
28%
54%
50%
46% 26%
Laagbouw 1: 3 containers aan huis
20%
29%
25% 25%
18%
49%
43%
34%
26%
25%
23%
16%
Laagbouw 2: ondergrondse containers
Appartementen
25 tot en met 44 jaar
Buitengebied: 4 containers aan huis
Totaal
45 tot en met 64 jaar
Gemeente werkelijk
65 jaar en ouder
Figuur 2.1 Leeftijd 90%
92%
90%
87%
74% 46%
54%
26% 10% Laagbouw 1: 3 containers aan huis
10%
8%
Laagbouw 2: ondergrondse containers
Appartementen
1 persoons
Figuur 2.2 Aantal personen per huishouden
Buitengebied: 4 containers aan huis
13% Totaal
Gemeente werkelijk
meerpersoons 7
3. Huidige afvalinzameling
7,7
7,8
7,8 7,5
Om een beeld te krijgen van de huidige situatie voor wat betreft de belangrijkste afvalsoorten zijn in de enquête de volgende vragen gesteld: 1. Welk rapportcijfer geven inwoners de inzameling van verschillende afvalsoorten? 2. Wat is het scheidingsgedrag en zijn de scheidingsregels duidelijk? 3. Voor gebieden waarvoor dit geldt: Wat vinden inwoners van het wegbrengen van restafval en/ of GFT-afval, PMD en papier/ karton naar een ondergrondse container in de wijk? 4. Voor gebieden waarvoor dit geldt: Wat vinden inwoners van de inzamelfrequentie van GFT-afval, PMD, papier/ karton en/ of restafval en is de grootte van de minicontainer voldoende? 5. In welke mate maken inwoners gebruik van de mogelijkheden om grof huishoudelijk afval en/ of snoeiafval te laten ophalen? 6. Van welke milieustraten maken inwoners gebruik? 7. Welke bronnen raadplegen inwoners voor informatie over afvalscheiding en de afvalinzameling?
3.1 Rapportcijfers
7,4
7,8 7,5
7,5
7,7
7,5
7,5 7,2
Laagbouw 1: 3 containers aan huis
7,1
6,9
6,8
Laagbouw 2: ondergrondse containers
GFT-afval
PMD
Appartementen
Papier en karton
Buitengebied: 4 containers aan huis Restafval
Figuur 3.1 Rapportcijfers GFT-afval, PMD, papier/ karton en restafval
De cijfers voor de inzameling van KCA en elektrische apparaten liggen net onder of boven de 6,0. Grof afval scoort in alle gebieden een onvoldoende (4,8 tot 5,4). De inzameling van glas en textiel scoort in laagbouw 1 en 2 beter dan bij appartementen en het buitengebied. De cijfers lopen uiteen van 6,3 tot 7,4. Deze scores zijn in lijn met het gemiddelde landelijk beeld. 7,4
7,2 7,0
7,0
6,2 6,1
6,0 5,9
4,9
De inzameling van PMD en papier/ karton scoort in alle gebieden het beste met cijfers die liggen tussen de 7,5 en 8,0. De inzameling van GFTafval scoort met uitzondering van de appartementen vergelijkbaar. Respondenten in laagbouw 2 waarderen de inzameling van restafval iets beter dan in de andere gebieden. De cijfers in Pijnacker- Nootdorp zijn grotendeels in lijn met landelijke cijfers uit onderzoeken van De AfvalSpiegel. Los van de methodiek scoren GFT-afval en PMD gemiddeld landelijk elk een 7,5, papier/karton een 7,9 en restafval een 7,3.
7,7
Laagbouw 1: 3 containers aan huis Glas
6,8 6,6 5,4
Laagbouw 2: ondergrondse containers Textiel
KCA
6,5 6,3
5,7 5,6
5,8 5,8
4,8
Appartementen Elektrische apparaten
5,2
Buitengebied: 4 containers aan huis Grof afval
Figuur 3.2 Rapportcijfers overige afvalsoorten
8
3.2 Scheidingsgedrag en scheidingsregels
In alle vier de gebieden houdt een zeer ruime meerderheid van de respondenten papier/karton en glas altijd gescheiden (meer dan 80%). Voor deze respondenten zijn de scheidingsregels ook duidelijk.
Een ruime meerderheid houdt PMD altijd gescheiden (tussen de 66 en 77%), terwijl de scheidingsregels voor een minderheid duidelijk zijn (40 tot 49%).
Voor GFT-afval zijn er duidelijke verschillen tussen de vier gebieden. In het buitengebied houdt 70% GFT-afval altijd apart, in laagbouw 1 is dit 62%, in laagbouw 2 52% en bij de appartementen 33%.
Textiel wordt door 59 tot 66% van alle respondenten altijd apart gehouden. Voor KCA is dit 68 tot 78% en voor elektrische apparaten 73 tot 78%. Afvalsoort
Scheidingsregels duidelijk 40% tot 49% 59% tot 64% 63% tot 74%
Houdt altijd gescheiden 66% tot 77% 68% tot 78% 33% tot 70%
textiel elektrische apparaten
70% tot 74% 73% tot 75%
59% tot 66% 73% tot 78%
papier/ karton glas
84% tot 89% 84% tot 89%
84% tot 89% 81% tot 85%
PMD KCA GFT-afval
Tabel 3.1 Scheidingsregels duidelijk
Ook in andere gemeenten scoren papier/ karton en glas het beste als het gaat om scheidingsgedrag en duidelijkheid van de scheidingsregels, zijn de scheidingsregels voor PMD niet voor iedereen duidelijk, wordt textiel gemeentebreed en GFT-afval bij appartementen door een aanzienlijk percentage niet altijd gescheiden gehouden.
3.3 Formaat containers aan huis en inzamelfrequentie Vrijwel alle respondenten in laagbouw 1 en buitengebied zijn tevreden met het formaat van de minicontainers voor GFT-afval, PMD, papier/ karton en restafval (geldt alleen voor buitengebied). Voor de meeste respondenten in beide gebieden is de inzamelfrequentie van GFT-afval en PMD voldoende. Voor papier/ karton geldt dit ook voor het buitengebied. In laagbouw 1 ligt dit percentage tevredenen met 64% lager. In het buitengebied vindt 57% de inzamelfrequentie van restafval onvoldoende. Afvalsoort GFT-afval PMD Papier/ karton Restafval
Inzamelfrequentie 1 x 2 weken 1 x 2 weken 1 x maand 1 x 4 weken
Laagbouw 1 79% 83% 64% nvt
Buitengebied 73% 79% 74% 57%
Tabel 3.2 Inzamelfrequentie voldoende
3.4 Wegbrengen afval naar (ondergrondse) containers Op basis van een aantal stellingen is aan inwoners gevraagd wat zij vinden van de ondergrondse containers en van de inpandige containers (voor GFT-afval, papier/karton en PMD in een deel van de appartementen). Altijd afval kwijt kunnen Vrijwel alle respondenten vinden het belangrijk dat ze op elk tijdstip hun afval kwijt kunnen. Dit geldt voor alle gebieden en alle afvalsoorten in vrijwel gelijke mate (90% tot 97% is deze mening toegedaan). Loopafstand tot container In laagbouw 2 en appartementen heeft respectievelijk 80% en 70% geen problemen met de loopafstand tot de containers voor GFT-afval, PMD, papier/karton en restafval. Voor laagbouw 1 die hun restafval ook moeten aanbieden in een ondergrondse container heeft 80% geen problemen met de loopafstand.
9
Afval netjes in container doen Iets meer dan de helft van de respondenten in laagbouw 1, laagbouw 2 en appartementen met inpandige containers is van mening dat de meeste mensen hun afval netjes in de container doen. Voor respondenten uit appartementen die niet alleen hun restafval, maar ook GFT-afval, PMD en papier/ karton aanbieden in een ondergrondse container is iets minder dan de helft deze mening toegedaan. Afval meenemen naar huis als container kapot of vol is 85% van de respondenten uit laagbouw 2 neemt het afval weer mee naar huis als de container kapot of vol is. Voor respondenten uit appartementen die gebruik maken van ondergrondse containers is dit 70%. In laagbouw1 die restafval aanbiedt in de ondergrondse container is dit 79%.
3.7 Bezoeken milieustraten 88% van de respondenten uit laagbouw 1 bezoekt de milieustraat. In laagbouw 2, appartementen en buitengebied is dit respectievelijk 86%, 71% en 85%. De meeste respondenten, en dat geldt voor alle vier de gebieden, bezoeken meestal de milieustraat in Delft. Gemiddeld 10% bezoekt meer dan één milieustraat, vandaar dat het totaalpercentage per gebied meer dan 100% is. De mobiele milieustraat staat met ingang van 2024 één dag in de maand op verschillende dagen in de kernen Pijnacker, Nootdorp en Delfgauw. Een enkeling (minder dan 0,5%) komt op de milieustraat in Wassenaar. Dit resultaat is buiten beschouwing gelaten. 70%
70%
60%
59%
3.5 Afval aanbieden in inpandige containers Aan bewoners van appartementen die GFT-afval, PMD en papier/ karton aanbieden in inpandige containers is gevraagd of deze afvalsoorten voor stankoverlast zorgen. 47% van de respondenten heeft stankoverlast van GFT-afval, Voor PMD en papier/ karton zijn de percentages respectievelijk 31% en 14%. Vrijwel alle respondenten uit appartementen met inpandige containers vinden het geen probleem om samen met andere containers te gebruiken. Voor GFT-afval is 82% deze mening toegedaan, voor PMD 84% en voor papier/karton 93%.
29% 12%
7%
Laagbouw 1: Laagbouw 2: 3 containers aan huis ondergrondse containers Rijswijk
42%
35%
29%
Delft
14%
Appartementen
7%
Buitengebied: 4 containers aan huis
Mobiele milieustraat
Omdat meerdere antwoorden mogelijk waren is het totaal per gebied meer dan 100%. Figuur 3.3 Bezoek milieustraten
3.6 Inzameling grof afval en snoeiafval aan huis Respondenten geven aan in zeer beperkte mate gebruik te maken van de mogelijkheid om grof huishoudelijk afval en snoeiafval aan huis te laten ophalen. Dit loopt uiteen van 10% in buitengebied tot 19% in laagbouw 2. Voor de helft van deze groep, en dat geldt voor alle gebieden, zijn de ervaringen met deze ophaalservice positief. De andere helft heeft negatieve ervaringen die vooral te maken hebben met de kosten (duur). 10
Zoeken naar informatie over afvalinzameling 80% van de respondenten uit laagbouw 1 zoekt wel eens naar informatie over de afvalinzameling. In laagbouw 2, appartementen en buitengebied is dit respectievelijk 63%, 61% en 81%.
3.8 Informatiebronnen De meeste respondenten raadplegen wel eens de gemeente, Avalex of een andere informatiebron voor informatie over de scheidingsregels of de afvalinzameling.
Ook hier is het zo dat een deel van de respondenten verschillende bronnen gebruikt voor informatie over de afvalinzameling. De mate van gebruik van de verschillende informatiebronnen voor informatie over afvalinzameling is vergelijkbaar met het gebruik van die bronnen voor informatie over afvalscheiding. Andere wijzen van informatie verzamelen zijn bij afvalinzameling minder aan de orde.
Zoeken naar informatie over scheidingsregels 70% van de respondenten uit laagbouw 1 zoekt wel eens naar informatie over de scheidingsregels. In laagbouw 2, appartementen en buitengebied is dit respectievelijk 69%, 63% en 67%. Een deel van de respondenten gebruikt verschillende bronnen voor informatie over de scheidingsregels. Het totaalpercentage per gebied is dan ook meer dan 100%.
69%
De gemeente als informatiebron is vooral via de website. Een enkeling belt met de gemeente. Avalex als informatiebron is vooral via de Afvalwijzer app, website en in mindere mate bellen. De keuze ‘andere wijze’ is voor een deel herhaling van een ander antwoord (gemeente of Avalex) en zoeken via andere websites. Laagbouw 1 en buitengebied (met containers aan huis) maken vaker gebruik van Avalex, terwijl Laagbouw 2 en appartementen vaker de gemeente raadplegen. 59%
54%
56%
Laagbouw 1: 3 containers aan huis
Laagbouw 2: ondergrondse containers
gemeente
Laagbouw 1: 3 containers aan huis
Avalex
Laagbouw 2: ondergrondse containers
website gemeente
Appartementen
AfvalWijzer app
8%
Buitengebied: 4 containers aan huis
andere wijze
Omdat respondenten meerdere opties hebben s het totaal% per gebied meer dan 100%.
25%
Appartementen
12%
11%
10%
36% 22%
20%
43% 35%
34%
42%
40%
61%
43%
51%
46%
66%
61%
21%
Figuur 3.5 Raadplegen informatiebronnen over afvalinzameling
Buitengebied: 4 containers aan huis
andere wijze
Omdat respondenten meerdere opties hebben is het totaal% per gebied meer dan 100%. Figuur 3.4 Raadplegen informatiebronnen over scheidingsregels 11
4. Voorkeuren afvalinzameling
4.2 Voorkeuren
In de enquête is gevraagd naar de voorkeuren van inwoners als het gaat over het inzamelen van GFT-afval, PMD, papier/ karton en restafval. Het gaat dus niet over de huidige inzamelwijze, maar over een toekomstige situatie als inwoners zouden kunnen kiezen.
In alle gebieden geven respondenten vooral de voorkeur aan het bestaande inzamelmiddel voor GFT-afval, PMD, papier/karton en restafval. Dit is een beeld dat we ook bij onderzoeken in andere gemeenten zien. Inwoners kiezen in eerste instantie vaak voor het inzamelmiddel dat ze kennen en al in gebruik hebben.
4.1 Belangrijkste onderdeel afvalinzameling
GFT-afval In laagbouw 1 en buitengebied is het bestaande inzamelmiddel voor GFT-afval de minicontainer aan huis en in laagbouw 2 de ondergrondse container in de wijk.
Voordat we de voorkeuren voor de afvalinzameling bespreken gaan we in op wat inwoners het belangrijkste onderdeel vinden van de afvalinzameling: lage kosten, hoge service (mogelijkheden die de gemeente biedt voor afvalscheiding) of dat gescheiden inzameling goed is voor het milieu.
Bij appartementen is de inpandige container aan huis of de ondergrondse container het bestaande inzamelmiddel. 28% van de respondenten in appartementen wil het GFT-afval niet gescheiden houden. In de andere gebieden ligt dit percentage ruim lager.
In laagbouw 1, laagbouw 2 en buitengebied noemen respondenten ‘hoge service’ en ‘goed voor het milieu’ het meest en ook in gelijke mate. Respondenten uit appartementen benoemen de drie onderdelen in vrijwel gelijke mate. 42%
37% 38%
39%
38%
37% 31%
4% 2% 9%
22%
19%
8% 6%
11% 3%
40%
44%
32%
25%
8% 2%
74%
andere voorkeur
72% 78%
weet niet
wegbrengen
15%
container aan huis 11% Laagbouw 1: 3 containers aan huis
Laagbouw 2: ondergrondse containers
lage kosten
hoge service
Figuur 4.1 Belangrijkste onderdeel afvalinzameling
Appartementen
Buitengebied: 4 containers aan huis
goed voor het milieu
6% 13%
28%
niet scheiden 7%
Laagbouw 1
Laagbouw 2 Appartementen Buitengebied
container aan huis
inpandig/ ondergrondse ondergrondse container container
container aan huis
Huidig
Figuur 4.2 Voorkeur inzamelen GFT-afval
12
PMD Voor Laagbouw 2 en buitengebied zijn de percentages vrijwel gelijk aan die bij de voorkeuren voor het inzamelmiddel voor GFT-afval. Bij laagbouw 1 en appartementen liggen de percentages voorkeur voor het bestaande inzamelmiddel iets lager dan bij GFT-afval. 10% tot 15% wil het PMD niet gescheiden houden. 3% 1% 16%
5% 2%
6% 3%
11% 3%
Papier en karton In laagbouw 1 waar inwoners in de huidige situatie een container aan huis hebben heeft 28% de voorkeur voor wegbrengen naar een ondergrondse container in de wijk. In het buitengebied (thans ook een container aan huis) ligt dit percentage met 16% lager. 7% 1%
7% 1%
7% 1%
28%
8% 3% 16% andere voorkeur
61%
55% 66%
78%
84%
andere voorkeur 77%
weet niet
61%
wegbrengen 22%
14%
4% 11%
15%
Laagbouw 1
Laagbouw 2 Appartementen Buitengebied
container aan huis
inpandig/ ondergrondse ondergrondse container container
container aan huis
niet scheiden
3% Laagbouw 1
container aan huis
Huidig
5% 5% 3% 3% Laagbouw 2 Appartementen Buitengebied
inpandig/ ondergrondse ondergrondse container container
wegbrengen container aan huis
26%
container aan huis 10%
weet niet
70%
container aan huis
niet scheiden
Huidig
Figuur 4.4 Voorkeur inzamelen papier en karton
Figuur 4.3 Voorkeur inzamelen PMD
13
Fijn restafval Aan inwoners die in de huidige situatie hun restafval moeten wegbrengen naar een ondergrondse container is gevraagd welke inzamelwijze hun voorkeur heeft. In laagbouw 1 waar inwoners al ervaring hebben met een container aan huis voor GFT-afval, PMD en papier/ karton heeft 33% een voorkeur voor een restafvalcontainer aan huis. Voor deze respondenten is een vierde container aan huis geen probleem. In laagbouw 2 is weinig animo voor een ander inzamelmiddel. 20% van de respondenten uit de appartementen heeft een voorkeur voor een container aan huis. 5% 2%
6% 1%
61%
5% 2%
73% 89%
5. Stellingen Aan inwoners zijn diverse stellingen voorgelegd. De uitkomsten van de stellingen zeggen onder meer iets over de motivatie onder inwoners. Uit de resultaten blijkt dat er over het algemeen weinig verschillen zijn in antwoorden tussen inwoners uit de verschillende gebieden. We laten dan ook het gemiddelde resultaat zien. Daar waar significante verschillen per gebied zijn benoemen we deze. Zie voor een compleet overzicht figuur 5.1 op de volgende pagina. Samengevat zijn de resultaten als volgt:
60% van de respondenten maakt zich zorgen over de hoeveelheid afval die we met z’n allen veroorzaken.
71% is van mening dat ze een verschil kunnen maken door afval zoveel mogelijk te scheiden.
56% vindt dat inwoners die afval goed scheiden en dus minder restafval hebben minder afvalstoffenheffing hoeven te betalen. 23% vindt dit juist niet. 21% staat hier neutraal in.
65% vindt afval scheiden niet moeilijk. Wel geeft 82% aan afval beter te scheiden als ze het gemakkelijk kwijt kunnen.
20% vindt een lage afvalstoffenheffing belangrijker dan dat ze al hun afval gemakkelijk kwijt kunnen, 43% vindt dit juist niet. 37% staat hier neutraal in.
48% geeft aan dat Avalex goed communiceert over waar inwoners het afval kunnen laten en wanneer het wordt ingezameld. 17% vindt van niet. Onderscheiden naar gebieden zijn hier wel verschillen. In laagbouw 1 en buitengebied waar inwoners containers aan huis hebben en derhalve meer te maken hebben met Avalex zijn naar verhouding meer respondenten positief dan in de beide andere gebieden.
andere voorkeur
weet niet wegbrengen
33%
20% 4%
Laagbouw 1
Laagbouw 2
Figuur 4.5 Voorkeur inzamelen restafval
container aan huis
Appartementen
14
Stellingen Stelling 1: Stelling 2:
Stelling 5: Ik maak mij zorgen over de hoeveelheid afval die we met z’n allen veroorzaken.
Afval scheiden lukt beter als ik het gemakkelijk kan aanbieden.
Stelling 6:
Ik kan een verschil maken door afval zoveel mogelijk te scheiden.
Een lage afvalstoffenheffing is belangrijker dan dat ik al mijn afval makkelijk kwijt kan.
Stelling 7:
Avalex communiceert goed over waar ik afval kan laten en wanneer het wordt ingezameld.
Stelling 3:
Inwoners die afval goed scheiden en dus minder restafval hebben betalen minder afvalstoffenheffing.
Stelling 4:
Ik vind afval scheiden moeilijk.
Stelling 1
21%
39%
Stelling 2
29%
Stelling 3
26%
Stelling 4
4%
42%
20%
7%
Stelling 7
7%
12%
11%
11%
37%
32%
41%
mee eens
34%
neutraal
6%
24% 43%
13%
sterk mee eens
21%
5%
8%
41%
39%
Stelling 6
8% 15%
30%
11%
Stelling 5
27%
mee oneens
5%
3%
11%
11%
6%
sterk mee oneens
Figuur 5.1 Stellingen
15
6. Ideeën, suggesties en meedenken Respondenten hadden de mogelijkheid om ideeën of suggesties te benoemen die de afvalinzameling of communicatie kunnen verbeteren. 51% van alle respondenten heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De verdeling over de verschillende gebieden is zoals benoemd in tabel 6.1 Alle ideeën en suggesties zijn opgenomen in een separate bijlage. Aantal Aantal respondenten respondenten met opmerkingen
Percentage
Laagbouw 1
3 containers aan huis
3.028
1.543
51%
Laagbouw 2
Ondergrondse containers
1.562
891
57%
Appartementen Appartementen
556
236
42%
Buitengebied
4 containers aan huis
472
212
45%
Totaal
gemeente
5.618
2.882
51%
Tabel 6.1 Aantal en percentage respondenten met ideeën of suggesties
Aan inwoners van laagbouw 2 en appartementen is gevraagd of zij via een dialoogavond willen meedenken over hoe de gemeente de kwaliteit van het gescheiden ingezamelde GFT en PMD kan verbeteren. Aantal aanmeldingen met emailadres: Laagbouw 2 380 waarvan 358 met een emailadres Appartementen 107 waarvan 95 met een emailadres Aan inwoners uit laagbouw 1 en buitengebied is gevraagd of ze willen meedenken over het afvalbeleid. Aantal aanmeldingen met emailadres: Laagbouw 1 718 waarvan 697 met een emailadres Buitengebied 104 waarvan 102 met een emailadres
16
Contact tDe AfvalSpiegel Kraaivenstraat 21-15 5048 AB Tilburg 085 773 19 95 www.deafvalspiegel.nl
17