CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Uitvoeringsagenda Cultuurnota 2026-2030

Raad Oordeelvorming 15 januari 2026, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 16309767.369 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CULTUURNOTA

UITVOERINGSAGENDA

2026-2030

Cultuurnota 2026 Uitvoeringsagenda 2026-2030 Gemeente Pijnacker-Nootdorp

2

Inleiding De Cultuurnota 2026 vormt het strategisch kader voor de ontwikkeling van kunst en cultuur in Pijnacker-Nootdorp. Deze Uitvoeringsagenda 2026–2030 vertaalt dat kader naar concreet handelen: wat we de komende jaren gaan doen, met welke partners, in welk tempo en met welk beoogd resultaat. Waar de cultuurnota richting geeft, maakt deze agenda zichtbaar hoe die richting werkelijkheid wordt. De uitvoeringsagenda is geen statisch boekwerk, maar een praktisch werkdocument voor bestuurders, beleidsmedewerkers, instellingen, verenigingen en initiatiefnemers. Het biedt duidelijkheid over prioriteiten, over samenhang tussen partners en over de manier waarop cultuur in onze gemeente de komende jaren wordt versterkt. Tegelijkertijd blijft er ruimte om flexibel in te spelen op nieuwe inzichten, ontwikkelingen of financiële veranderingen. De komende jaren kennen meerdere belangrijke mijlpalen. De ontwikkeling van het nieuwe Sociaal Cultureel Centrum (SCC) in Pijnacker is daarvan de grootste. Deze agenda laat zien welke stappen nodig zijn om dat centrum te verbinden met het bredere culturele ecosysteem. Ook beschrijft de agenda hoe we werken aan meer zichtbaarheid, toegankelijkheid, talentontwikkeling en een sterker cultureel netwerk. Elke actie in deze uitvoeringsagenda is gekoppeld aan één van de zeven strategische thema’s uit de Cultuurnota 2026.

Daarmee blijft de samenhang helder. Per thema worden de doelstellingen herhaald, de indicatoren benoemd en de acties opgenomen die nodig zijn om voortgang te realiseren. Daarnaast geven we inzicht in de gemeentelijke dienstverlening op het gebied van subsidies, promotie, informatie en netwerkvorming. We maken zichtbaar wat culturele partners van de gemeente mogen verwachten en wat niet. Financiële duidelijkheid is een essentieel onderdeel van uitvoering. Deze agenda bevat daarom een financiële paragraaf waarin wordt uitgelegd hoe de middelen worden ingezet, welke onderdelen structureel zijn, welke onzekerheden spelen in 2027–2029 en hoe we omgaan met indexatie, subsidieregelingen en toekomstige landelijke ontwikkelingen zoals de nieuwe bibliotheekwet. Een realistische uitvoeringsagenda vraagt om eerlijkheid over beperkingen. Capaciteit, financiën en afhankelijkheden bepalen mede het tempo waarin ontwikkelingen mogelijk zijn. Zulke beperkingen confronteren ons met noodzakelijke keuzes. Ze dwingen tot prioritering en maken duidelijk dat een klein team niet alles tegelijk kan doen. Juist daarom is een gedeelde visie en een lange-termijnkoers cruciaal: het kompas dat richting geeft wanneer we moeten kiezen. Ambitie blijft leidend. Ondanks beperkingen kiezen we voor een aanpak die realistisch én vernieuwend is.

Deze uitvoeringsagenda houdt vast aan het wenkend perspectief van de Cultuurnota 2026 – een toegankelijk, herkenbaar en toekomstbestendig cultureel PijnackerNootdorp – en beschrijft de stappen die nodig zijn om daar de komende jaren in tastbare resultaten naartoe te groeien.

3

Structuur en opzet De uitvoeringsagenda is opgebouwd als een realistisch, doelgericht en financieel onderbouwd instrument dat de visie en ambities van de Cultuurnota 2026 vertaalt naar concrete stappen tot en met 2030. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe deze agenda is vormgegeven, welke strategische keuzes daaraan ten grondslag liggen en hoe we omgaan met de interne en externe voorwaarden die het beleid beïnvloeden. Bij het opstellen van de uitvoeringsagenda hebben we eerst gekeken naar wat er de komende jaren op ons afkomt. De gemeente opereert in een context waarin de ambities in cultuur groeien, maar de interne capaciteit en budgettaire ruimte begrensd zijn. Tegelijkertijd beïnvloeden landelijke ontwikkelingen, zoals wijzigingen in subsidieregelingen, de nieuwe bibliotheekwetgeving en het beëindigen van tijdelijke middelen, de financiële ruimte op langere termijn. Daarom hebben we een strategie geformuleerd die enerzijds uitgaat van focus, efficiëntie en samenwerking, en anderzijds ruimte biedt voor groei en innovatie. We versterken de dienstverlening op kunst en cultuur door de organisatie te positioneren als partner, verbinder en aanjager. Door intensiever samen te werken met andere afdelingen en door slim gebruik te maken van bestaande netwerken en expertise, vergroten we onze uitvoeringskracht zonder structurele uitbreiding van de ambtelijke formatie.

Ook in de samenwerking met de culturele sector zetten we in op gedeeld eigenaarschap. Het beschikbare uitvoeringsbudget en de verschillende subsidieregelingen worden verdeeld over de zeven strategische thema’s uit de Cultuurnota. Hierdoor worden middelen thematisch geoormerkt en doelgerichter ingezet. Ook onderzoeken we een nieuwe subsidieregeling, waarmee verdere ruimte kan ontstaan voor initiatieven vanuit het culturele veld. Daardoor neemt de gezamenlijke uitvoeringskracht toe en wordt het mogelijk om met relatief beperkte gemeentelijke inzet toch substantiële impact te realiseren. Deze strategische keuzes zijn vertaald naar de financiële paragraaf van de uitvoeringsagenda, waarin alle posten inzichtelijk zijn gemaakt: van het uitvoeringsbudget tot de afzonderlijke subsidiestromen, inclusief de koppeling aan de zeven strategische thema’s. De financiële opzet laat zien hoe middelen worden verdeeld en welke flexibiliteit nodig blijft zolang landelijke financiering nog in beweging is. De inhoudelijke hoofdstukken van de uitvoeringsagenda volgen de structuur van de cultuurnota. Per strategisch thema worden eerst de doelstellingen herhaald. Daarna is uitgewerkt welke acties we in de periode 2026–2030 ondernemen, welk deelbudget hiervoor wordt ingezet en wie de relevante samenwerkingspartners kunnen zijn binnen de gemeente en in het veld.

Per thema zijn daarnaast indicatoren geformuleerd die inzicht geven in voortgang en succes. Hiermee maken we het beleid beter meetbaar én bestuurbaar, zonder de ruimte voor kwalitatieve ontwikkeling te verliezen. Tot slot beschrijven we hoe we de uitvoering monitoren. Eens in de twee jaar actualiseren we deze uitvoeringsagenda en rapporteren we over de voortgang, knelpunten en kansen. Zo blijft de uitvoeringsagenda actueel, uitvoerbaar en in lijn met de financiële en maatschappelijke realiteit van dat moment.

4

Planning en fasering De uitvoeringsagenda kent een meerjarige opbouw waarin realisme, focus en wendbaarheid centraal staan. In de eerste fase – de jaren 2026 en 2027 – richten we ons op het versterken van de basis. Dit betekent dat we de bestaande subsidies en beschikbare middelen zo gericht mogelijk inzetten, met aandacht voor het vergroten van kwaliteit, bereik en samenhang binnen de culturele sector. We bouwen in deze fase nadrukkelijk op slimme samenwerkingen, coproducties en gedeeld eigenaarschap met het culturele veld en maatschappelijke partners. Door actief in te zetten op verbinding, kennisdeling en co-creatie vergroten we onze uitvoeringskracht op een manier die past bij de schaal van de gemeente en de ambities uit de Cultuurnota 2026. Deze eerste twee jaar staan ook in het teken van het anticiperen op financiële onzekerheden. Vanaf 2027 en 2028 veranderen diverse landelijke regelingen en verdwijnen enkele tijdelijke financieringsstromen. De exacte gevolgen hiervan zijn nog niet volledig te overzien, maar wel bepalend voor de financiële ruimte vanaf 2028. De nieuwe Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), de structurele middelen voor bibliotheken, wijzigingen in landelijke cultuursubsidies en het mogelijk wegvallen van tijdelijke fondsen, creëren een situatie waarin meerjarige budgettering pas verantwoord is zodra de landelijke kaders vaststaan.

Deze onzekerheden begrenzen de uitvoeringsmogelijkheden na 2027 en maken dat de jaren 2026 en 2027 vooral worden benut om fundament en richting te borgen, terwijl we flexibiliteit behouden voor de periode erna. Om deze onzekerheden het hoofd te bieden, richten we de uitvoeringsagenda bewust in twee blokken in. De eerste fase (2026–2027) bevat concrete acties die binnen de huidige budgettaire kaders uitvoerbaar zijn. Vervolgens actualiseren we de uitvoeringsagenda. Deze actualisatie is expliciet gepland om koers, prioriteiten en middelen opnieuw te wegen op basis van de dan geldende financiële realiteit, de evaluatie van de strategische thema’s en de behaalde resultaten. Hiermee zorgen we voor een uitvoeringsagenda die niet alleen ambitieus is, maar ook bestuurlijk en financieel houdbaar. Het jaar 2028 vormt een natuurlijke mijlpaal door de verwachte opening van het nieuwe Sociaal Cultureel Centrum (SCC). Dit markeert het begin van een nieuwe ontwikkelfase voor de culturele infrastructuur. De komst van het SCC heeft directe impact op repetitie- en presentatieruimte, programmering, talentontwikkeling en samenwerking tussen partners. De periode 2028–2030 wordt vervolgens benut om verder te bouwen op de gerealiseerde basis en om nieuwe stappen te zetten richting zichtbaarheid, inclusie, talentontwikkeling, culturele infrastructuur en ondernemerschap.

In deze fase kijken we opnieuw naar de haalbaarheid en actualiteit van de doelstellingen, en bepalen we welke doelen zijn bereikt, welke versneld kunnen worden en welke bijstelling vragen. Zo blijft het beleid toekomstbestendig en sluit het aan op de ontwikkelingen in de sector, de behoeften van inwoners en de financiële omstandigheden van de gemeente. Deze gefaseerde aanpak zorgt voor helderheid én wendbaarheid: een stevige start in 2026 en 2027, actualisatie eind 2027, begin 2028, en een resultaatgerichte afronding van deze agenda in 2029 en 2030 richting een sterk, duurzaam en toegankelijk cultureel PijnackerNootdorp.

5

Overzicht externe financiële wijzigingen De komende jaren wordt het culturele domein in Pijnacker-Nootdorp sterk beïnvloed door een aantal grote financiële ontwikkelingen op landelijk niveau. Verschillende regelingen en wetten die nu de basis vormen onder de lokale cultuurfinanciering staan aan de vooravond van ingrijpende wijzigingen. Deze veranderingen hebben directe consequenties voor de financiële ruimte van het lokale cultuurbeleid, maar zijn op dit moment nog te onzeker om meerjarig te begroten. Daardoor ontstaat een situatie waarin de gemeente afhankelijk blijft van landelijke besluitvorming en waarin adaptief en zorgvuldig financieel beleid noodzakelijk is om stabiliteit, continuïteit en ontwikkelruimte te kunnen blijven waarborgen.

Nieuwe Wsob De nieuwe Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) is nog niet aangenomen door de Tweede Kamer. Daardoor zijn de financiële gevolgen voor gemeenten onzeker. De effecten van de wetswijziging kunnen substantieel zijn, omdat het Rijk structurele financiering voor bibliotheekvoorzieningen via het Gemeentefonds wil vormgeven. Zolang de wet niet is vastgesteld, kunnen deze bedragen niet in de begroting worden opgenomen en blijven zij buiten de financiële doorkijk.

Rijksmiddelen voor bibliotheken De middelen die gemeenten in 2025 en 2026 ontvangen via de decentralisatie-uitkeringen zijn tijdelijk. Zodra de nieuwe wet in werking treedt, worden deze specifieke bedragen vervangen door structurele financiering via het Gemeentefonds en kunnen de bedragen per gemeente wijzigen op basis van verdeelmodellen. Zodra de wet definitief is, wordt een (financiële) impactanalyse opgesteld, zodat een volledig beeld ontstaat van de structurele effecten.

Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) Voor de uitvoering van Cultuureducatie met Kwaliteit ontvangt Pijnacker-Nootdorp middelen via Kunstgebouw. Deze middelen worden als subsidie doorgegeven aan Bibliotheek Oostland, die het programma lokaal uitvoert en samenwerkt met scholen en culturele partners. Deze systematiek verandert niet tot het einde van de huidige programmaperiode in 2028. Na 2028 is er geen zekerheid over de voortzetting van CmK. Het Rijk werkt aan een nieuwe landelijke regeling, maar voorwaarden, bedragen, partners en looptijd zijn nog onbekend. Hierdoor kan de gemeente geen bedragen opnemen voor de periode na 2028. De uitvoeringsagenda benoemt deze onzekerheid expliciet, zodat duidelijk is dat structurele continuïteit niet kan worden gegarandeerd.

Combinatiefunctionarissen Cultuur (Team4Talent) De cultuurcoaches zijn ondergebracht bij Team4Talent, onderdeel van Bibliotheek Oostland. De landelijke regeling voor cultuurcoaches vervalt op 16 juli 2027 en de toekomst van deze functie is nog onduidelijk. Omdat de financiering grotendeels afhankelijk is van landelijke middelen en deze niet structureel zijn, kunnen de kosten niet worden doorgetrokken na 2027. Hierdoor ontstaat onzekerheid over de voortzetting van deze taak in de lokale cultuurketen.

6

Strategie en dienstverlening We willen onze dienstverlening op peil houden en het culturele veld ondersteunen in zijn ontwikkeling. Dat vraagt om duidelijke keuzes in wat we wel en niet doen, en om een werkwijze waarin we onze inzet richten op wat de sector nodig heeft om vervolgens zelf verder te kunnen. Door onze basisinzet slim te organiseren, kunnen we met beperkte middelen meer effect bereiken. Daarom versterken we de interne samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie.

Dienstverlening De gemeente ondersteunt het culturele veld. De inhoud blijft bij de makers, verenigingen en instellingen. Wij scheppen voorwaarden zodat partners hun werk beter kunnen doen. Door het culturele veld te vertrouwen, resultaten zichtbaar te maken en actief verbinding te leggen met onderwijs, sociaal domein, ondernemers en andere gemeentelijke afdelingen, ontstaat een stevige basis waarop initiatieven kunnen groeien. In de uitvoering nemen we een actieve rol om samenwerking en samenhang te versterken. De gemeente brengt waar nodig afdelingen bij elkaar zoals communicatie, ruimte, jeugd, onderwijs en sociaal domein. We signaleren kansen, verbinden partners en zetten onze interne kennis en netwerken in. Deze proactieve aanpak is essentieel in een gemeente met beperkte capaciteit en maakt het mogelijk om ambities wél waar te maken. Onze dienstverlening is transparant, voorspelbaar en goed benaderbaar. Partners en initiatiefnemers weten waar zij aan toe zijn: welke middelen beschikbaar zijn, welke ondersteuning de gemeente biedt en wat kunnen zij zelf organiseren. Deze duidelijkheid helpt om keuzes te maken en voorkomt onnodige administratieve lasten bij zowel gemeente als partners. Zo blijft cultuur dicht bij de makers en blijft de gemeente een praktische, toegankelijke partner die meedenkt en meewerkt binnen duidelijke kaders.

Bij verschillende acties worden medewerkers van onder meer communicatie, ruimte en sociaal domein expliciet betrokken, zodat zij met hun expertise kunnen bijdragen aan uitvoering en ondersteuning. Tegelijkertijd investeren we in het vergroten van netwerken, het verkennen en benutten van fondsen en het stimuleren van cofinanciering en matching. Wanneer initiatieven niet volledig uit het gemeentelijk cultuurbudget kunnen worden gedekt, onderzoeken we actief of aanvullende middelen van regionale of landelijke fondsen mogelijk zijn. De thematische focus in deze cultuurnota helpt daarbij: doordat de budgetten zijn geordend rond zeven strategische thema’s, verwachten we gerichter fondsen te kunnen werven per thema. Daarnaast zetten we in op het verminderen van administratieve lasten, zowel voor culturele partners als voor de gemeente. Voor instellingen zoals Bibliotheek Oostland, CulturA & Zo en in de toekomst het Sociaal Cultureel Centrum werken we toe naar meerjarige subsidieafspraken, gebaseerd op vertrouwen en professionaliteit. Dit geeft stabiliteit aan het culturele fundament en vergroot de ruimte om te programmeren en te ondernemen.

Inzet cultuurcoördinator Er is al jarenlang structurele inzet van de cultuurcoördinator als verbinder tussen beleid, werkveld en inwoners. Subsidieaanvragen zijn hierdoor laagdrempelig, aanvragers krijgen ondersteuning bij fondsenwerving, en er is aandacht voor kennisdeling binnen het culturele netwerk. Bijvoorbeeld via het Cultuurbakkie. De cultuurcoördinator is de proactieve netwerker en organisator. 7

Netwerk vergroten De gemeente zet haar lokale, regionale en landelijke netwerk gericht in om de culturele sector te versterken, kansen te vergroten en de uitvoering van de cultuurnota te ondersteunen. Regionaal werkt Pijnacker-Nootdorp samen met aangrenzende gemeenten en provinciale partners zoals Kunstgebouw en Erfgoedhuis Zuid-Holland, onder andere voor deskundigheid, educatie, erfgoedzorg en gedeelde projecten.

Fondsen verkennen en benutten Op landelijk niveau benut de gemeente kennis, programma’s en financieringsmogelijkheden via het Kenniscentrum voor cultuureducatie en amateurkunst (LKCA), het Fonds voor Cultuurparticipatie, het VSBfonds en andere landelijke fondsen. Door deze netwerken strategisch te verbinden, ontstaat een krachtig samenhangend werkveld waarin Pijnacker-Nootdorp kan leren, ontwikkelen, opschalen en waar nodig ondersteuning kan organiseren die lokaal niet beschikbaar is.

Inzetten op cofinanciering en matching Cofinanciering speelt een centrale rol in het lokale cultuurbeleid. De gemeentelijke bijdrage dient vaak als startmotor voor projecten die financieel worden versterkt door fondsen. Hierdoor kan met een relatief beperkt gemeentelijk bijdrage substantieel meer impact worden gerealiseerd in cultuureducatie, jongerenprojecten, participatieprogramma’s en talentontwikkeling.

Ruimtes voor cultuur actief inventariseren Ruimtegebrek is een van de grootste zorgen in de sector. Regie is noodzakelijk om vraag en aanbod in beeld te brengen en kansen te benutten. De gemeente inventariseert al doorlopend welke ruimtes en gebouwen er beschikbaar zijn (publiek, maatschappelijk, particulier) en onderhoudt actief contact met eigenaren en beheerders. Vanaf 2026 ondersteunt de gemeente, indien kansrijk en mogelijk, culturele partijen en creatieve initiatieven bij het vinden van geschikte ruimte, tijdelijk of permanent.

Actief communiceren over kunst en cultuur De gemeente communiceert zichtbaar en frequent over activiteiten in de gemeente, successen en verhalen uit de sector, gemeentelijke regelingen en mogelijkheden, kansen voor deelname en initiatief. Dit draagt bij aan publieksbereik, een gevoel van waardering binnen de culturele sector Coördinatie van gezamenlijke promotie, afstemming van activiteiten, en opbouw van een lokaal netwerk van partners. UIT-agenda en promotionele ruimte in lokale media.

Meerjarige subsidieafspraken met onmisbare culturele instellingen. We geven vertrouwen aan de professionele culturele instellingen in onze gemeente en onderzoeken om in de subsidievoorwaarden gezamenlijk lange termijn doelstellingen op te nemen. Dit vermindert de administratieve last aan beide kanten, creëert rust en zekerheid.

Subsidieregelingen Om de doelen uit de uitvoeringsagenda te kunnen bereiken is inzet en initiatief vanuit de sector noodzakelijk. Om dit te stimuleren is subsidie beschikbaar. Voor de uitvoering van deze cultuurnota zijn twee subsidieregelingen van belang: De Subsidieregeling Cultuurknip Pijnacker-Nootdorp 2026 ondersteunt vernieuwende culturele activiteiten van inwoners, makers en instellingen, met een laagdrempelige bijdrage tot maximaal € 500. Deze regeling stimuleert experiment, nieuwe initiatieven en kleinschalige

8

culturele programmering binnen de gemeente. In totaal zit er 5.000 euro in dit budget, dat geheel ten goede komt aan kunst en cultuur. Daarnaast is de Subsidieregeling voor vrijwilligersorganisaties 2026 van groot belang voor de cultuursector, omdat deze evenementen en incidentele en structurele activiteiten ondersteunt. Veel cultuurinitiatieven vallen binnen de reikwijdte van deze regeling. Het is een van de instrumenten die de gemeente heeft om initiatieven te ondersteunen, richting te geven aan gewenste impact, bereik, samenwerking met maatschappelijke partners. In totaal zit er 127.000 euro in dit subsidiebudget. Het wordt gedeeld met andere aanvragers en organisatoren uit o.a. sport en evenementen.

Hiaat in subsidiemogelijkheden oplossen Veel projecten vallen niet binnen de voorwaarden van de twee bovenstaande regelingen. Professionele kunstenaars of makers passen er bijvoorbeeld niet, in omdat zij niet als vrijwilliger (willen) worden gezien, en voor grotere initiatieven is maximaal 500 euro niet toereikend voor hun project. De uitnodiging is gericht aan projecten die direct bijdragen aan de uitvoering van de zeven strategische thema’s. Om dat mogelijk te maken is een nieuwe subsidieregeling nodig. In 2026 onderzoeken we of een nieuwe subsidieregeling voor het culturele veld kan worden ontwikkeld, waarmee externe partijen -makers, verenigingen, organisatoren en kunstenaarsondersteund en gefaciliteerd worden, die met hun projecten bijdragen aan de zeven strategische thema’s. Hiermee versterken we eigenaarschap, initiatief en ondernemerschap binnen het culturele veld, terwijl de gemeente gericht blijft faciliteren waar dat het meeste verschil maakt.

9

Financieel overzicht De cultuurbegroting 2026–2030 vormt het financiële fundament onder het gemeentelijke cultuurbeleid. In dit overzicht wordt zichtbaar hoe de gemeente haar culturele ambities structureel borgt, waar ontwikkelruimte in de begroting aanwezig is en op welke financiële wijze de zeven strategische thema’s worden ondersteund. Daarnaast maakt dit hoofdstuk helder welke onderdelen afhankelijk zijn van landelijke regelingen en cofinanciering, en welke posten na 2027 onzeker zijn. Zo ontstaat een realistisch, transparant en bestuurbaar financieel kader: financieel verantwoord, maar tegelijk voldoende wendbaar om in te spelen op nieuwe kansen, samenwerkingen en ontwikkelingen in de culturele sector. Beschikbaar cultuurbudget, gemeentelijke kosten en cofinanciering Het grootste deel van het cultuurbudget is structureel vastgelegd bij Bibliotheek Oostland, Stichting CulturA & Zo en via gemeentelijke subsidies voor vrijwilligersorganisaties, cultuureducatie, cultuurparticipatie en monumentenzorg. Deze vaste posten vormen de stabiele basis van het lokale culturele stelsel. Ze garanderen de continuïteit van voorzieningen, het behoud van expertise en het dagelijks functioneren van verenigingen, makers en vrijwilligers. Een belangrijk uitgangspunt in deze begroting is het onderscheid tussen het beschikbaar cultuurbudget en de gemeentelijke kosten.

Het beschikbaar cultuurbudget omvat de middelen die beleidsmatig kunnen worden ingezet voor nieuwe initiatieven, projectsubsidies en programmatische accenten binnen de zeven strategische thema’s. Dit is de ruimte waarin jaarlijks keuzes worden gemaakt voor talentontwikkeling, zichtbaarheid, diversiteit en inclusie, netwerkvorming, innovatie en samenwerking. Daartegenover staan gemeentelijke kosten die voortkomen uit structurele verplichtingen en bestaande afspraken. Ze omvatten de exploitatiebijdragen aan Bibliotheek Oostland en CulturA & Zo, de bijdrage aan de lokale publieke omroep, cultuurcoördinatie, activiteitenregelingen voor vrijwilligersorganisaties, monumentensubsidies en de uitvoering van landelijke programma’s zoals Cultuureducatie met Kwaliteit en de cultuurcoaches. Door dit onderscheid expliciet te maken blijft helder welke middelen al belegd zijn, en welke ruimte daadwerkelijk beschikbaar is voor beleidsmatige keuzes en nieuwe initiatieven. Vast en flexibel deel van de begroting De cultuurbegroting maakt duidelijk onderscheid tussen structurele en flexibele posten.

Het grootste deel bestaat uit vaste lasten: de exploitatiebijdragen aan Bibliotheek Oostland en CulturA & Zo, de bijdrage aan de lokale omroep, de subsidies voor monumenten, de activiteitenregeling voor vrijwilligersorganisaties, cultuurcoördinatie en de bijdragen aan Jeugdfonds en Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Deze posten keren jaarlijks terug en zijn sterk verbonden aan wettelijke taken, contracten en bestaande raadsbesluiten. Daartegenover staat een kleiner, flexibel deel van de begroting dat jaarlijks kan worden aangepast. Dit betreft onder meer projectsubsidies, matchingbudgetten, stimuleringsregelingen voor talentontwikkeling, diversiteit en inclusie, presentaties en zichtbaarheid, netwerkvorming, evenals de middelen voor marketing en de Uitagenda. Ook externe bijdragen uit fondsen of incidentele rijksbijdragen behoren tot dit flexibele segment. Deze middelen worden jaarlijks bijgesteld op basis van sectorbehoeften, ingediende aanvragen, cofinanciering en externe ontwikkelingen.

10

Het financiële overzicht geeft inzicht in de middelen die per strategisch thema beschikbaar zijn binnen het bestaande cultuurbudget van de Programmabegroting 2026-2029, waarbij rekening is gehouden met: - De Brede Regeling Combinatiefuncties die loopt tot en met 2026. Het is nog onduidelijk of de regeling wordt verlengd. - Het vervallen van de decentralisatie uitkeringen en SPUK in 2027. Hier komt mogelijk de nieuwe Bibliotheekwet voor in de plaats, maar het is nog onduidelijk of en welke middelen daarbij worden uitgekeerd door het Rijk. - De bekostiging voor de Cultuurtrein tot en met 2028. - De opening van het nieuwe SCC in 2028.

Strategisch thema Versterken culturele infrastructuur Subsidie culturele organisaties Decentralisatie uitkeringen en SPUK Stimulering kunsten, exposities en presentaties Cultuureducatie en talentontwikkeling Cultuurtrein Combinatiefunctionarissen Cultuur Talentontwikkeling en jongerenprojecten Zichtbaarheid en participatie Subsidie media organisatie Marketing en promotie Cultureel erfgoed en identiteit Open Monumentendag Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Samenwerking, verbinding en impact Netwerk- en kennisbijeenkomsten Toegankelijkheid, inclusie en diversiteit Diversiteit en inclusie Eigen kracht, impact en ondernemerschap Matching programma’s en projecten Algemeen Cultuurcoördinator Werkbudget Cultuurplatform Cultuurprijs Subsidieregeling Cultuurknip Subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties

2026

2027

2028

2029

€1.645.499 € 1.404.875 € 225.624 € 15.000

€ 1.536.645 € 1.521.645 € 15.000

€ 1.886.520 € 1.871.520 € 15.000

€ 1.886.520 € 1.871.520 € 15.000

€ 210.500 € 63.000 € 122.500 € 25.000 € 53.793 € 38.793 € 15.000 € 49.000 € 3.000 € 46.000

€ 88.000 € 63.000 € 25.000 € 53.793 € 38.793 € 15.000 € 49.000 € 3.000 € 46.000

€ 88.000 € 63.000 € 25.000 € 53.793 € 38.793 € 15.000 € 49.000 € 3.000 € 46.000

€ 25.000 € 25.000 € 53.793 € 38.793 € 15.000 € 49.000 € 3.000 € 46.000

€ 5.000 € 5.000 € 4.000 € 4.000 € 10.000 € 10.000 € 170.000 € 36.000 € 1.600 € 400 € 5.000 € 127.000

€ 5.000 € 5.000 € 4.000 € 4.000 € 10.000 € 10.000 € 170.000 € 36.000 € 1.600 € 400 € 5.000 € 127.000

€ 5.000 € 5.000 € 4.000 € 4.000 € 10.000 € 10.000 € 170.000 € 36.000 € 1.600 € 400 € 5.000 € 127.000

€ 5.000 € 5.000 € 4.000 € 4.000 € 10.000 € 10.000 € 170.000 € 36.000 € 1.600 € 400 € 5.000 € 127.000

Indexatie en meerjarenraming Vanaf 2027 is indexatie niet vooraf opgenomen in de meerjarenraming. De indexatiepercentages worden jaarlijks bepaald binnen de gemeentebrede P&C-cyclus en zijn afhankelijk van inflatie, cao-ontwikkelingen en landelijke afspraken. Omdat deze factoren niet voorspelbaar zijn, zou het opnemen van fictieve percentages schijnzekerheid creëren. Door indexatie pas jaarlijks vast te stellen blijft de begroting realistisch en consistent met gemeentelijke kaders.

11

De ambities in de Cultuurnota 2026 zijn richtinggevend voor de komende jaren, maar we realiseren ons dat we voor financiële uitdagingen staan. Financiële ondersteuning is daarom niet vanzelfsprekend. We stimuleren mede-eigenaarschap en gedeelde verantwoordelijkheid binnen het culturele veld, hetgeen onder andere blijkt uit cofinanciering door regionale, landelijke en private partners. Uitvoeringsbudgetten per strategisch thema De uitvoeringsbudgetten in het overzicht zijn een essentiële motor voor vernieuwing, programmatische ontwikkeling en netwerkversterking. Hierbij hebben relatief kleine investeringen een groot effect op kwaliteit, bereik en samenwerking. Thema’s die al substantieel worden gedragen door structurele partners -zoals de culturele infrastructuur- vragen minder inzet uit deze budgetten. Andere thema’s, zoals zichtbaarheid en participatie, samenwerking en impact, talentontwikkeling en toegankelijkheid, leunen juist sterk op dit deel van de begroting. Uit de uitvoeringsbudgetten worden onder meer de cultuurcoördinatie, het werkbudget van het Cultuurplatform, Open Monumentendag, de Cultuurprijs, netwerk- en kennisbijeenkomsten, stimuleringsbudgetten voor diversiteit en inclusie, talentontwikkeling en presentaties, matchingbudgetten en de marketing en redactie van de Uitagenda gefinancierd.

Zo ontstaat een evenwichtige verdeling waarin structurele partners stabiliteit krijgen en het uitvoeringsbudget ruimte biedt voor experiment, samenwerking en nieuwe initiatieven. Posten met onzekerheden na 2027 De cultuurbegroting benoemt expliciet een aantal posten waarvan de toekomst na 2027 of 2028 onzeker is. Dit betreft vooral onderdelen die afhankelijk zijn van landelijke regelingen. Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK4) loopt tot en met 2028. De regeling voorziet via Kunstgebouw in middelen voor cultuureducatie die de gemeente vervolgens doorgeeft aan Bibliotheek Oostland. Of en in welke vorm een opvolger na 2028 wordt ingericht is nu onbekend. Structurele ramingen zijn daarom niet mogelijk. De combinatiefunctionarissen en cultuurcoaches, die verbonden zijn aan onderwijs en cultuurparticipatie, vallen onder een landelijke regeling die in juli 2027 afloopt. Zonder zekerheid over vervolgfinanciering kunnen deze posten niet structureel worden opgenomen, terwijl de inhoudelijke betekenis voor de lokale infrastructuur groot is. De nieuwe Wsob is nog niet vastgesteld. De huidige decentralisatie-uitkeringen in 2025 en 2026 worden na inwerkingtreding van de wet omgezet in structurele financiering via het Gemeentefonds. Omdat zowel het juridische kader als het verdeelmodel nog in ontwikkeling zijn, kunnen de budgettaire gevolgen niet worden verwerkt in de meerjarenraming.

Ook middelen voor het Informatiepunt Digitale Overheid kunnen wijzigen. Door deze onzekerheden expliciet te vermelden blijft duidelijk dat sommige posten na 2027 niet gegarandeerd zijn. De gemeente voorkomt hiermee dat verwachtingen ontstaan, die later niet houdbaar blijken en kan tijdig keuzes voorbereiden indien landelijke financiering wijzigt.

12

Thema 1 - Toegankelijkheid, inclusie en diversiteit We verlagen praktische, sociale en financiële drempels en brengen cultuur dichterbij inwoners via wijkgerichte programmering en toegankelijke locaties. De bibliotheek, CulturA & Zo en het toekomstige Sociaal Cultureel Centrum functioneren als laagdrempelige publieke voorzieningen. Partners worden ondersteund bij inclusieve communicatie en programmering (Code Diversiteit & Inclusie). Cultuur wordt actief gekoppeld aan maatschappelijke partners voor projecten rond taal, gezondheid, basisvaardigheden en ontmoeting.

Doelstellingen 1. Alle inwoners kunnen culturele activiteiten bezoeken of eraan deelnemen, ongeacht achtergrond, leeftijd, inkomen of beperking; culturele gebouwen zijn sociaal en fysiek toegankelijk. 2. Culturele instellingen ontwikkelen diverse, inclusieve programmering en bereiken nieuwe groepen. 3. Cultuur wordt structureel ingezet voor maatschappelijke opgaven zoals taal, mentale gezondheid en kansengelijkheid.

1. Financiële drempels verlagen  

Bekendheid en gebruik Jeugdfonds/Volwassenenfonds vergroten; gerichte communicatiecampagne. Inzet op groepen met lage cultuurdeelname op basis van Culturele Doelgroepenmodel.

Resultaten Meer deelname van inwoners met lagere inkomens; hogere benutting fondsen. Einddatum: doorlopend; revisie regelingen 2027. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Jaarlijkse gebruik fondsen.  Campagneresultaten (bereik/aanmeldingen).

2. Sociale en fysieke toegankelijkheid verbeteren   

Toegankelijkheidstoets toepassen vanuit Lokale Inclusie Agenda (vergunningverlening, locaties). Programma “Divers en inclusief programmeren” voor culturele partners. Verbetering toegankelijke communicatie.

Resultaten: Voorzieningen aantoonbaar toegankelijk; nieuw divers aanbod; groter publieksbereik. Einddatum: toegankelijkheidsnormen geborgd in 2028. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal locaties dat voldoet aan toegankelijkheidscriteria.  Deelname aantal partners aan ontwikkeltraject.

3. Cultuur koppelen aan maatschappelijke opgaven  

13

Bibliotheek Oostland en SCC/CulturA & Zo als basisvoorzieningen voor taal, digitale vaardigheden, cultuurparticipatie. Cultuurmakers koppelen aan jeugd-, welzijns- en gezondheidsorganisaties.

Wijkgerichte projecten rond taal, kansengelijkheid en mentale gezondheid.

Resultaten: Meer culturele projecten gericht op maatschappelijke thema’s; structurele samenwerking sociaal domein. Einddatum: doorlopend. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal maatschappelijke opdrachten/projecten per jaar.  Jaarlijkse deelname taal- en basisvaardighedenprogramma’s.  Cijfers bibliotheek/SCC-bezoek.

Samenwerkingspartners Bibliotheek Oostland, CulturA & Zo, SCC Pijnacker, amateurkunstverenigingen, makers, scholen, welzijnsorganisaties, jeugdteams, vrijwilligersorganisaties, gemeentelijke afdelingen (sociaal domein, communicatie, evenementen), Jeugdfonds/Volwassenenfonds, Kunstgebouw, LKCA.

Financiële middelen Inzet binnen bestaande culturele middelen, bibliotheekbudget (Wsob/IDO/dBos/BoekStart), campagnes binnen communicatiebudget, toegankelijke programmering en wijkactiviteiten binnen reguliere budgetten van partners. Strategisch thema Cultuurnota 2026 Toegankelijkheid, inclusie en diversiteit Diversiteit en inclusie

14

2026 € 4.000 € 4.000

2027 € 4.000 € 4.000

2028 € 4.000 € 4.000

2029 € 4.000 € 4.000

Thema 2 - Cultuureducatie en talentontwikkeling Cultuureducatie wordt duurzaam versterkt door samenwerking met onderwijs, kinderopvang, BSO’s, culturele instellingen, bibliotheek en CmK-partners uit te bouwen. De gemeente stimuleert de ontwikkeling van scenario’s voor structurele borging na 2028, wanneer financiële zekerheid mogelijk verandert. Talentontwikkeling wordt verankerd in culturele centra door ruimte te bieden voor repetitie, coaching, experiment en presentatie, uitgevoerd door kunstvakdocenten, verenigingen en makers. Nieuwe media, urban arts en digitale kunstvormen krijgen een volwaardige plek; jongeren worden medeproducent en medeprogrammeur.

Doelstellingen 1. Alle kinderen en jongeren hebben toegang tot kwalitatieve cultuureducatie binnen én buiten school. 2. Structurele borging van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) na 2028, samen met scholen, culturele sector en coördinerende partijen. 3. Ontwikkeling van activiteiten en programmering waarmee inwoners van alle leeftijden hun talent kunnen ontdekken en ontwikkelen. 4. Talentontwikkeling sluit aan op nieuwe kunstvormen zoals digitale media, urban arts en gaming; jongeren worden actief betrokken bij programmering en inhoudelijke keuzes.

1. Continueren en versterken van programma’s voor jeugd   

Voortzetten van CmK 2025–2028 via Cultuurtrein; onderhouden samenwerking met scholen en kunstvakdocenten. Uitvoering van Kijk|Kunst-voorstellingen in CulturA & Zo. Jaarlijkse edities van PitchParade en TalentSchool stimuleren voor presentatie, experiment en talentontwikkeling.

Resultaten Doorlopende leerlijnen in cultuureducatie; jaarlijks bereik van alle scholen; structureel platform voor jonge makers. Einddatum: doorlopend, met jaarlijkse programmering. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal deelnemende scholen per jaar  Aantal gerealiseerde projecten/voorstellingen.  Aantal deelnemers aan PitchParade/TalentSchool.

2. Scenario’s voor cultuureducatie na 2028   

Uitwerken van scenario’s met bibliotheek (Cultuurtrein), Team4Talent en scholen voor structurele borging cultuureducatie. Betrekken van scholen als mede-eigenaar. In kaart brengen van benodigde inzet cultuurcoaches en combinatiefunctionarissen.

Resultaten Heldere scenario’s voor voortzetting CmK-structuur en cultuurcoaches na 2028. Einddatum: 2027–2028. Indicatoren/mijlpalen  Scenario’s opgeleverd eind 2027.  Bestuurlijke besluitvorming 2028. 15

3. Talentontwikkeling voor alle leeftijden   

SCC, bibliotheek en CulturA & Zo benutten als plekken voor coaching, repetitie en presentatie. Makers, verenigingen en kunstvakdocenten koppelen aan maatschappelijke partners en scholen. Ontwikkelen van aanbod rond digitale media, urban arts, gaming en nieuwe kunstvormen; jeugd medeontwikkelaar.

Resultaten Meer ruimte voor experiment en presentatie; verbeterde doorlopende leerlijnen; nieuw eigentijds aanbod dat aansluit bij jeugd. Einddatum: doorlopend. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal talentontwikkelprojecten per jaar.  Aantal nieuwe urban/digitale programma’s.  Deelnemersaantallen jeugd en jongvolwassenen.

Samenwerkingspartners Scholen, kinderopvang, BSO’s, Bibliotheek Oostland (Cultuurtrein), Team4Talent, CulturA & Zo, SCC Pijnacker, kunstvakdocenten, amateurkunstverenigingen, lokale makers, Kunstgebouw, cultuurcoaches, maatschappelijke partners.

Financiële middelen Financiering binnen bestaande middelen voor CmK t/m 2028; inzet cultuurcoaches en combinatiefunctionarissen binnen huidige budgetten; na 2028 scenario-afhankelijk financiering via scholen/partners; talentontwikkeling via reguliere middelen van SCC, bibliotheek, CulturA & Zo en partners. Strategisch thema Cultuurnota 2026 Cultuureducatie en talentontwikkeling Cultuurtrein Combinatiefunctionarissen Cultuur Talentontwikkeling en jongerenprojecten

16

2026 € 210.500 € 63.000 € 122.500 € 25.000

2027 € 88.000 € 63.000 € 25.000

2028 € 88.000 € 63.000 € 25.000

2029 € 25.000 € 25.000

Thema 3 - Versterking culturele infrastructuur We bouwen aan een duurzaam netwerk van culturele plekken, waarin het nieuwe Sociaal Cultureel Centrum Pijnacker een centrale schakel vormt, samen met CulturA & Zo en de bibliotheken. Deze voorzieningen zijn open, laagdrempelig en ingericht voor cultuur, educatie, digitale vaardigheden en talentontwikkeling. Makers, verenigingen en jongeren worden actief gefaciliteerd om beschikbare ruimtes te benutten. De gemeente werkt tegelijkertijd aan het vergroten van aanvullende permanente en tijdelijke ruimtes en signaleert actief kansen in de kernen. Via een netwerkbenadering worden locaties programmatisch verbonden, met gezamenlijke agenda’s en communicatie, zodat inwoners een herkenbaar en toegankelijk cultureel aanbod ervaren.

Doelstellingen 1. Realiseren van een samenhangende culturele infrastructuur bestaande uit SCC Pijnacker, CulturA & Zo en de bibliotheekvestigingen, met toegankelijke plekken voor leren, creëren, presenteren en ontmoeten. 2. Vergroten van beschikbaarheid, betaalbaarheid en geschiktheid van ruimtes voor repetitie, experiment en presentatie voor makers, verenigingen, jongeren en nieuwe initiatieven. 3. Versterken van samenwerking tussen locaties en aanbieders, met complementaire programmering, gezamenlijke communicatie en activiteiten op basis van het Culturele Doelgroepenmodel.

1. Bibliotheken als huiskamer van de samenleving  

Bibliotheek Oostland als community library voor taal, digitale vaardigheden, ontmoeting en cultuur. Uitvoering van de vernieuwde Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) als wettelijke taak.

Resultaten: Bibliotheek versterkt basisvoorziening; groei in participatie en programma’s. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting):  Cijfers aantal bezoekers  Aantal activiteiten  Deelname basisvaardighedenprogramma’s.

2. Realisatie en inrichting van het Sociaal Cultureel Centrum (SCC)  

Ontwikkeling van een multifunctionele plek voor cultuur, ontmoeting en educatie. Communitybuilding: co-creatie met gebruikers en mix van functies.

Resultaten: SCC functioneert als nieuw cultureel hart van Pijnacker. Einddatum: realisatie 2028; programmering doorlopend. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting):  Oplevering SCC  Aantal activiteiten en bezoekers  Aantal gebruikersgroepen dat structureel ruimte vindt.

3.Ruimte voor makers, verenigingen en jongeren  

17

Beschikbaar maken van geschikte repetitie-, experiment- en presentatieruimtes, vast en tijdelijk. Actieve ondersteuning bij het vinden van ruimte; signaleren van kansen in vastgoed, onderwijs, wijklocaties.

Koppelen van makers, verenigingen en jongerenvoorzieningen aan culturele locaties.

Resultaten: Meer structurele ruimte voor actieve beoefening; minder knelpunten in huisvesting. Indicatoren/mijlpalen (nulmeting in 2026):  Aantal beschikbare ruimtes  Aantal gebruikers  Vermindering knelpunten.

4. Netwerkbenadering en samenwerking   

Gezamenlijke programmering, agenda’s en doelgroepbenadering vanuit SCC, CulturA & Zo en bibliotheken. Inzetten van inzichten uit Culturele Doelgroepenmodel voor publieksbereik en programmering. Gezamenlijke marketingcommunicatie voor lokaal cultureel aanbod.

Resultaten: Herkenbaar cultureel netwerk; beter bereik van actieve cultuurdoelgroepen die nu uitwijken naar andere steden. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting):  Aantal gezamenlijke programma’s/communicatiecampagnes.  Groei in lokaal publieksbereik van intensieve cultuurgebruikers.

Samenwerkingspartners Bibliotheek Oostland, CulturA & Zo, SCC Pijnacker, makers, verenigingen, jongereninitiatieven, scholen, vastgoed- en wijkpartners, Kunstgebouw, maatschappelijke partners, gemeentelijke afdelingen (vastgoed, sociaal domein, communicatie).

Financiële middelen Inzet bestaande investeringen voor realisatie SCC; structurele middelen voor bibliotheek (incl. Rijksbijdragen Wsob/IDO/dBos); werkbudgetten voor programmering en communitybuilding in SCC en CulturA & Zo; inzet binnen reguliere middelen voor ruimte, ondersteuning en netwerkontwikkeling. Strategisch thema Cultuurnota 2026 Versterken culturele infrastructuur Subsidie culturele organisaties Decentralisatie uitkeringen en SPUK Stimulering kunsten, exposities en presentaties

18

2026

2027

2028

2029

€ 1.645.499 € 1.404.875 € 225.624 € 15.000

€ 1.536.645 € 1.521.645 € 15.000

€ 1.886.520 € 1.871.520 € 15.000

€ 1.886.520 € 1.871.520 € 15.000

Thema 4 - Zichtbaarheid en participatie We maken cultuur zichtbaar door een herkenbare en gedeelde communicatiestrategie met de uitagenda als centraal platform. Een visueel herkenbaar merk, consequente communicatie en inzet van sociale media zorgen voor een groter en diverser publieksbereik. Partners stemmen programmering af zodat activiteiten elkaar versterken en op plekken plaatsvinden waar inwoners al komen. Door bewoners actief te betrekken bij projecten, presentaties en festivals ontstaat eigenaarschap, trots en een levendig cultureel klimaat dat deel uitmaakt van het dagelijks leven.

Doelstellingen 1. Eén herkenbare, centrale en actuele informatievoorziening voor cultuur, waarin alle activiteiten samenkomen en aansluit op verschillende doelgroepen. 2. Vergroten van de zichtbaarheid van cultuur in de publieke ruimte en het dagelijks leven via kunstwerken, erfgoedmarkeringen, evenementen en programmering dichtbij inwoners. 3. Versterken van actieve participatie door inwoners, via buurtprojecten, amateurkunst, jongerenactiviteiten en initiatieven van inwoners zelf.

1. Centrale communicatie en uitagenda  

Uitbouw van de uitagenda als primair kanaal voor kunst, cultuur en erfgoed. Structurele communicatie via gemeentelijke kanalen, sociale media en partners.

Resultaten Herkenbare culturele informatievoorziening; groter bereik van inwoners. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Bezoekcijfers Uitagenda;  Bereik via sociale media.

2. Zichtbaarheid in de publieke ruimte   

Exposities en kunstpresentaties in gemeentelijke gebouwen en publieke ruimtes. Programmering van wisselende kunstprojecten in de openbare ruimte. Stimuleren van literaire programmering in samenwerking met CulturA & Zo en Bibliotheek Oostland.

Resultaten Meer zichtbaar cultureel aanbod in het straatbeeld en dagelijks leven. Indicatoren  Aantal exposities, kunstprojecten en publieke presentaties per jaar.  Publieksbereik van literaire activiteiten.

19

3. Jaarlijkse culturele hoogtepunten  

Jaarlijkse seizoenopening in september, gekoppeld aan festival De Verbeelding. Organisatie en communicatie van de Cultuurprijs Pijnacker-Nootdorp als moment van waardering en zichtbaarheid.

Resultaten Versterkt cultureel profiel van de gemeente; grotere betrokkenheid van inwoners. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting):  Bezoekcijfers festival en seizoenopening.  Aantal inzendingen en bereik Cultuurprijs.

Samenwerkingspartners Bibliotheek Oostland, CulturA & Zo, SCC Pijnacker, amateurkunstverenigingen, makers, scholen, communicatiepartners, lokale media, maatschappelijke partners en organisatoren van culturele evenementen.

Financiële middelen Binnen reguliere middelen voor communicatie, uitagenda, publieksprogrammering en festivals; inzet van bestaande budgetten van bibliotheek, CulturA & Zo, SCC en gemeentelijke communicatie; aanvullende middelen voor kunst in de openbare ruimte binnen bestaande beleidskaders. Strategisch thema Cultuurnota 2026 Zichtbaarheid en participatie Subsidie media organisatie Marketing en promotie

20

2026

2027

2028

2029

€ 53.793 € 38.793 € 15.000

€ 53.793 € 38.793 € 15.000

€ 53.793 € 38.793 € 15.000

€ 53.793 € 38.793 € 15.000

Thema 5 - Samenwerking, verbinding en maatschappelijke impact We bouwen aan een stevig cultureel ecosysteem waarin cultuur niet op zichzelf staat, maar nauw verweven is met het sociaal domein, onderwijs, zorg, wijken en vrijwilligerswerk. De cultuurcoördinator speelt een sleutelrol als verbinder tussen beleid en praktijk. Kunst en cultuur worden bewust ingezet in wijken en bij maatschappelijke vraagstukken. Kleine, buurtgerichte initiatieven van inwoners en verenigingen krijgen ondersteuning, zodat eigenaarschap, ontmoeting en saamhorigheid groeien.

Doelstellingen 1. Het versterken van het culturele ecosysteem door structurele samenwerking tussen culturele partijen, onderwijs, sociaal domein, zorg en wijkpartners. 2. Kunst en cultuur structureel inzetten voor maatschappelijke thema’s zoals duurzaamheid, identiteit, diversiteit, mentale gezondheid en eenzaamheid. 3. Het stimuleren en ondersteunen van buurtgerichte initiatieven die bijdragen aan ontmoeting, sociale cohesie, inclusie en activering.

1. Versterken van het culturele ecosysteem  

Inzetten van de cultuurcoördinator als schakel tussen beleid en praktijk: partners verbinden, trajecten initiëren, voortgang bewaken. Structureel overleg tussen culturele instellingen, bibliotheek, scholen, welzijn en jongerenwerk.

Resultaten Een beter verbonden netwerk; meer gezamenlijke programma’s en minder versnippering. Einddatum Doorlopend 2026–2030. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting):  Aantal structurele overlegmomenten per jaar.  Aantal gezamenlijke projecten met meerdere domeinen.

2. Kunst en cultuur als aanjager van verbinding en welzijn   

Inzetten van kunst, muziek, theater, dans, beeldende kunst en erfgoed om ontmoeting, begrip en saamhorigheid te versterken. Projecten koppelen aan thema’s als duurzaamheid, identiteit, diversiteit, mentale gezondheid en eenzaamheid. Extra aandacht voor wijken met een kwetsbare sociale basis.

Resultaten Meer inwoners bereiken via cultuur rond maatschappelijke thema’s; zichtbaar effect op ontmoeting en welzijn. Einddatum Doorlopend, met jaarlijkse projectcyclus. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting):  Aantal projecten gekoppeld aan maatschappelijke thema’s.  Deelname door doelgroepen uit het sociaal domein (bijv. ouderen, jongeren, nieuwkomers).

21

3. Buurtgerichte initiatieven met maatschappelijke impact  

Ondersteunen van kleinschalige buurtinitiatieven die bijdragen aan ontmoeting, sociale cohesie, inclusie of activering. Ruimte bieden aan initiatieven van inwoners, amateurkunst en jong creatief talent (praktische ondersteuning, kleine subsidies, ruimte).

Resultaten Meer initiatieven van onderop; versterkte gemeenschapsvorming en lokale betrokkenheid. Einddatum Doorlopend 2026–2030. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal ondersteunde buurtinitiatieven per jaar.

Samenwerkingspartners Bibliotheek Oostland, CulturA & Zo, SCC Pijnacker, culturele verenigingen en makers, welzijnsorganisaties, zorg- en gezondheidsorganisaties, scholen, jongerenwerk, wijk- en buurtinitiatieven, vrijwilligersorganisaties, gemeentelijke afdelingen (sociaal domein, wijken, onderwijs).

Financiële middelen Inzet binnen bestaande middelen voor wijkgericht werken, cultuurparticipatie, sociaal domein en kleine initiatieven; cultuurcoördinator binnen bestaande formatie; ondersteuning buurtinitiatieven via bestaande subsidieregelingen en werkbudgetten van bibliotheek, CulturA & Zo en SCC. Strategisch thema Cultuurnota 2026 Samenwerking, verbinding en impact Netwerk- en kennisbijeenkomsten

22

2026

2027

2028

2029

€ 5.000 € 5.000

€ 5.000 € 5.000

€ 5.000 € 5.000

€ 5.000 € 5.000

Thema 6 - Cultureel erfgoed en identiteit De gemeente versterkt het erfgoedbeleid door behoud, zichtbaarheid en kennis te combineren. Erfgoed wordt beter toegankelijk gemaakt via digitale middelen, markeringen in de openbare ruimte en koppeling aan lokale cultuurprogramma’s. In samenwerking met erfgoedpartners voert de gemeente de inventarisatie en beoordeling van erfgoed uit, met het oog op toekomstige aanwijzingen. Deze beweging sluit aan op landelijke wetgeving en lokale ambities rond identiteit, leefomgeving en gebiedskwaliteit. Erfgoed krijgt een vaste plek in het omgevingsplan, waarbij alle monumenten uiterlijk in 2032 zijn opgenomen.

Doelstellingen 1. Erfgoed duurzaam behouden en ondersteunen, zodat monumenten, historische gebouwen en landschapselementen voor toekomstige generaties worden veiliggesteld. 2. Historie zichtbaar en beleefbaar maken via fysieke markeringen, verhalen, beeldmateriaal en programmering. 3. Het inventariseren, beoordelen en classificeren van erfgoed, met als doel om waardevolle objecten en gebieden aan te wijzen als gemeentelijk monument of beschermd dorpsgezicht. 4. Erfgoed structureel verankeren in ruimtelijk beleid door opname in het omgevingsplan, in lijn met Erfgoedwet en Omgevingswet.

1. Behoud en ondersteuning van erfgoed 

Jaarlijks verstrekken van restauratie- en onderhoudssubsidies voor monumenten.

Resultaten Monumenteneigenaren worden ondersteund; behoud staat structureel op orde. Einddatum Doorlopend 2026–2030. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal verstrekte subsidies per jaar.  Aantal gerestaureerde of onderhouden objecten.

2. Zichtbaarheid en beleving van historie   

Ontwikkelen en plaatsen van informatieve monumentenschildjes en -borden. Digitale ontsluiting van erfgoedfoto’s en materiaal via een beeldbank. Erfgoedverhalen koppelen aan toeristische routes en lokale programmering (met o.a. bibliotheek, verenigingen en evenementen).

Resultaten Erfgoed wordt zichtbaar en beleefbaar in straatbeeld en online; groeiend gebruik van beeldbank. Einddatum Gefaseerd: start 2026, uitbreiding t/m 2030. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal geplaatste borden/schildjes.  Gebruikscijfers beeldbank.  Aantal programma’s en routes met erfgoedcomponent.

23

3. Erfgoed inventariseren en beoordelen  

Inventarisatie van erfgoedlocaties; beoordeling op erfgoedwaarde. Voorbereiden van aanwijzing als gemeentelijk monument of beschermd dorpsgezicht.

Resultaten Actuele erfgoedkaart; duidelijke prioriteiten voor aanwijzing. Einddatum Eerste inventarisatie 2027; besluitvorming 2028–2030. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal beoordeelde objecten.  Aantal dossiers gereed voor aanwijzing.

4. Inbedding in ruimtelijk beleid (Omgevingsvisie)  

Erfgoedlocaties opnemen als aparte laag in omgevingsplan (in lijn met Erfgoedwet, Omgevingswet). Start opname van monumenten; volledige opname uiterlijk 2032.

Resultaten Erfgoed goed geborgd in ruimtelijk beleid; meer helderheid voor eigenaars en initiatiefnemers. Einddatum Start in deze beleidsperiode; planning 2026–2030. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting):  Aantal monumenten opgenomen in het omgevingsplan.  Aantal erfgoedlocaties verwerkt in ruimtelijke instrumenten.

Samenwerkingspartners Monumenteneigenaren, historische verenigingen, Bibliotheek Oostland, CulturA & Zo, SCC Pijnacker, Erfgoedhuis Zuid-Holland, Kunstgebouw, Cultuur Support PN, lokale erfgoedexperts, stedenbouw en omgevingsrecht, maatschappelijke partners en toeristische organisaties.

Financiële middelen Jaarlijkse middelen voor monumentensubsidies; bestaande budgetten voor erfgoedcommunicatie, beeldbank en markeringen; inzet van reguliere middelen van bibliotheek en culturele partners; uitvoering opname erfgoed in het omgevingsplan binnen ruimtelijke begrotingskaders. Strategisch thema Cultuurnota 2026 Cultureel erfgoed en identiteit Open Monumentendag Subsidieverordening gemeentelijke monumenten

24

2026

2027

2028

2029

€ 49.000 € 3.000 € 46.000

€ 49.000 € 3.000 € 46.000

€ 49.000 € 3.000 € 46.000

€ 49.000 € 3.000 € 46.000

Thema 7 - Eigen kracht, impact en ondernemerschap De gemeente ondersteunt culturele partijen bij het versterken van ondernemerschap, het vinden van nieuwe financieringsbronnen en het vergroten van organisatiekracht. We benutten de energie van lokale ondernemers en regionale partners, stimuleren fondsenwerving en zorgen voor regelmatige ontmoetingsmomenten voor makers en organisaties. Initiatiefnemers worden begeleid richting meer zelfstandigheid en duurzame verdienmodellen, waarbij de gemeente ondersteunt, maar geen eigenaarschap neemt.

Doelstellingen 1. Versterken van ondernemerschap en organisatiekracht binnen de lokale culturele sector. 2. Vergroten van financieringsmogelijkheden via samenwerking met ondernemers, fondsen en regionale partners. 3. Creëren van een actief netwerk van makers, verenigingen en instellingen dat samenwerkt, kennis deelt en nieuwe initiatieven ontwikkelt. 4. Stimuleren van zelfredzaamheid, mede-eigenaarschap en duurzame projectontwikkeling binnen de sector.

1. Ondernemerschap en financiering versterken  

Samenwerking met lokale ondernemers voor partnerschap, kennisdeling en coproductie. Actief verkennen en benutten van regionale en landelijke fondsen (bijv. Fonds voor Cultuurparticipatie, VSBfonds).

Resultaten Meer projecten met externe financiering; sterkere inhoudelijke en zakelijke samenwerking. Einddatum Doorlopend. Indicatoren/mijlpalen (nulmeting in 2026)  Aantal succesvolle fondsaanvragen.  Aantal samenwerkingen met lokale ondernemers.

2. Netwerk en kennisdeling   

Jaarlijkse netwerkbijeenkomst door het Cultuurplatform. Gemeente organiseert meerdere ontmoetings- en kennisdelingsmomenten per jaar. Verbinden van makers, verenigingen, instellingen en ondernemers.

Resultaten Sterker cultureel netwerk; groeiende samenwerking tussen partners. Einddatum Jaarlijkse cyclus. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal netwerkbijeenkomsten  Aantal deelnemers  Aantal nieuwe samenwerkingsprojecten.

25

3. Zelfredzaamheid en initiatief stimuleren  

Verenigingen en makers stimuleren om organisatiekracht te versterken, nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen en projecten mede te financieren. Gemeente ondersteunt en co-financiert alleen wanneer het leidt tot meer zelfstandigheid en duurzaam cultureel aanbod.

Resultaten Sector wordt minder afhankelijk van gemeentelijke middelen; meer initiatief van onderop. Einddatum Doorlopend 2026–2030. Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)  Aantal projecten met gedeelde financiering.  Mate van continuïteit van projecten zonder gemeentelijke bijdrage.

Samenwerkingspartners Makers, culturele verenigingen en instellingen, Cultuurplatform, lokale ondernemers, Bibliotheek Oostland, CulturA & Zo, SCC Pijnacker, regionale fondsen, landelijke cultuurfondsen, welzijnspartners, onderwijs en gemeentelijke afdelingen (onderwijs, sociaal domein, economie).

Financiële middelen Binnen bestaande middelen voor cultuurondersteuning, kleine subsidies en cofinanciering; inzet van reguliere middelen voor netwerk- en professionaliseringsactiviteiten; aanvullende financiering via fondsen en partnerschappen buiten de gemeentelijke begroting. Strategisch thema Cultuurnota 2026 Eigen kracht, impact en ondernemerschap Matching programma’s en projecten

26

2026 € 10.000 € 10.000

2027 € 10.000 € 10.000

2028 € 10.000 € 10.000

2029 € 10.000 € 10.000

Monitoring Om de voortgang van het cultuurbeleid te waarborgen, wordt doorlopend bekeken hoe de doelstellingen worden gerealiseerd. De resultaten en indicatoren die per strategisch thema zijn geformuleerd worden nagelopen, en waar mogelijk wordt bijgestuurd. Het eerste jaar van deze Uitvoeringsagenda zal vooral in het teken staan van een nulmeting van de genoemde indicatoren. Daarmee wordt de basis gelegd voor het monitoren van de uitvoering de komende jaren. De gemeente rapporteert over de voortgang van de Uitvoeringsagenda Cultuurnota 20262030 via de reguliere planning- en controlcyclus. Eens in de twee jaar wordt de Uitvoeringsagenda geactualiseerd.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16482046/1