Bijlage 10. Ontwerpbestemmingsplan (incl. 3 bijlagen)
Tekst van het document
Bestemmingsplan "Oude Polder - Dierenpension" Gemeente Pijnacker-Nootdorp
datum projectnummer
11 januari 2023 203755
Bestemmingsplan “Oude Polder – Dierenpension”
Aveco de Bondt BV Boschstraat 35, 4811 GB Breda Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
www.avecodebondt.nl
Bestemmingsplan
project projectnummer projectleider
opdrachtgever
versie fase auteur
Oude Polder – Dierenpension Pijnacker 203755 Marcel Volbeda Gemeente Pijnacker-Nootdorp
4.0 Ontwerp Marcel Volbeda
paraaf gecontroleerd
Toby van Baast MSc
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
1 1 2 2 4
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Planbeschrijving Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogde situatie plangebied Beeldkwaliteitsparagraaf 2.4.1 Beschrijving ontwikkeling 2.4.2 Kwaliteitskaart 2.4.3 Beeldkwaliteit architectuur 2.4.4 Beeldkwaliteit terreininrichting 2.4.5 Beeldkwaliteit openbare ruimte Parkeren & verkeer 2.5.1 Parkeren 2.5.2 Verkeer
5 5 5 6 6 6 9 13 14 14 14 14 15
Beleidskader Inleiding Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050, Verbonden met elkaar 3.4.2 Beleidsplan ‘Natuur op de kaart’
17 17 17 17 18 19 24 24 27 32 32 33
Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie 4.6.1 Natuurgebieden 4.6.2 Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering
35 35 35 36 39 40 42 42 42 43 44
2.5
3 3.1 3.2
3.3
3.4
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
4.7 4.8
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
4.9
Externe veiligheid 4.9.1 Inleiding 4.9.2 Normstelling en beleid 4.9.3 Onderzoek Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
48 48 48 54 62 64 64
5 5.1 5.2 5.3
Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels 5.3.1 Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ 5.3.2 Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ 5.3.3 Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ 5.3.4 Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’
68 68 68 68 68 69 69 70
6 6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid
72 72 72 72
7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen
74 74 74
4.10 4.11 4.12
Bijlagen Bijlage 1 Beeldkwaliteitsprofielen Bijlage 2 Visie ontwikkeling Bijlage 3 Verkennend (water)bodemonderzoek Bijlage 4 Watersleutel Bijlage 5 Archeologisch onderzoek Bijlage 6 Ecologische risico-inspectie Bijlage 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 9 Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 10 Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding Globaal ten oosten van de Gantellaan en ten noorden van de N470 is sprake van onbebouwde cultuurgrond. De locatie is tot begin 2018 in gebruik geweest voor de tijdelijke opslag van o.a. grond die vrijgekomen is bij andere projecten in Pijnacker. Thans bestaat het voornemen om deze locatie te voorzien van een nieuwe passende invulling. Er is een schetsplan opgesteld welke uitgaat van de vestiging van een dierenpension inclusief een bedrijfswoning. Het dierenpension is daarbij gesitueerd op het oostelijke gedeelte van het perceel. Aan de zijde van de Gantellaan blijft een groene voorruimte bestaan alwaar ruimte kan worden geboden voor de realisatie van een groen uitloopgebied in combinatie met een buurttuin. Met de realisatie van het dierenpension wordt het bestaande dierenpension aan de Overgauwseweg 54 te Pijnacker verplaatst naar onderhavige locatie. Deze verplaatsing is noodzakelijk omdat het bedrijf op de huidige locatie niet kan voldoen aan de Wet milieubeheer. Doel In het vigerende ruimtelijke regime in de vorm van het bestemmingsplan “Oostland-Pijnacker” is aan de gronden de bestemming ‘Recreatie - Natuurgebied’ en ‘Water’ toegekend. De realisatie van het dierenpension is niet mogelijk op basis van het vigerende ruimtelijke regime. Ook aan het groengebied aan de voorzijde dient een passende bestemming te worden toegekend.
Om het voorgenomen initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Hiervoor is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.
Uitsnede topografische kaart omgeving Pijnacker. Met de gele ster is globaal het plangebied geduid. Bron: topotijdreis.nl, 2020.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 1/75
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern Pijnacker en grenst aan de wijken Klapwijk en Tolhek. Het gebied omvat een klein deel van de Oude Polder van Pijnacker tussen het opstijgpunt van de 380kV-leiding en de Schie in het verlengde van de Gantellaan. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Pijnacker, sectie B, perceelnummer 6179 (gedeeltelijk) en 6071 (gedeeltelijk). De begrenzing is nader geduid op de volgende afbeelding.
Uitsnede satellietfoto omgeving Gantellaan met rood omkaderd het plangebied. Bron: streetsmart, 2020.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Toetsingskader Het vigerende ruimtelijke regime betreft het bestemmingsplan “Oostland-Pijnacker” zoals vastgesteld op 27 juni 2013. In dit bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Recreatie - Natuurgebied’ en ‘Water’. Daarnaast ligt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - schooltuinen’ en ‘wro-zone wijzigingsgebied 2’ binnen het plangebied. Over het gehele plangebied ligt tot slot de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 2/75
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Oostland-Pijnacker”. Het plangebied is globaal aangeduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
Beoordeling De voor ‘Recreatie - Natuurgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere extensieve openluchtrecreatie, fiets- en voetpaden, groenvoorzieningen, instandhouding en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, instandhouding en ontwikkeling van watergangen, sloten en andere waterpartijen, en kades en water. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - schooltuin' zijn deze gronden eveneens bestemd voor schooltuinen. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor water met daarbij behorende taluds en oevers. De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. De aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 2' maakt het mogelijk het bestemmingsplan door middel van een wijzigingsplan onder voorwaarden te wijzigen ten behoeve van de aanleg van een tennispark. De realisatie van het dierenpension is niet mogelijk op basis van het vigerende ruimtelijke regime daar de gronden niet zijn bestemd voor deze functie. Tevens kennen de gronden geen bouwmogelijkheden voor gebouwen anders dan ten behoeve van een schooltuin. Binnen de bestemming ‘Recreatie - Natuurgebied’ is een groen uitloopgebied met buurttuin wel mogelijk.
Het heeft echter de voorkeur in het nieuwe bestemmingsplan voor de nieuwe invulling van het gebied een bestemming op maat te maken. Hierbij blijft een buurttuin mogelijk. Om de ontwikkeling in zijn geheel te realiseren dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 3/75
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. 1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 4/75
2
Planbeschrijving
2.1
Inleiding
Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op stedenbouwkundige inpassing en parkeren. 2.2
Beschrijving huidige situatie
De Oude Polder Het plangebied ligt aan de rand van het stedelijk gebied van Pijnacker, in de Oude Polder. De Oude Polder van Pijnacker onderscheidt zich van de naaste omgeving door een hogere ligging. De hogere ligging is geomorfologisch te verklaren als een jongere zeekleiafzetting die wordt omgeven door droogmakerijen met oudere afgeveende zeebodems. Door een proces van inversie is het gebied hoger komen te liggen. Direct gevolg van deze hogere ligging is de noodzaak de waterhuishouding voor het gebied afzonderlijk van de directe omgeving te organiseren. Afwijkend van de slagenverkaveling in de aangrenzende droogmakerijen heeft het deelgebied Oude Polder meer het kenmerk van een mozaïekverkaveling. Door een deel van de Oude Polder loopt het tracé voor de nieuwe 380 KV-hoogspanningsleiding. Het opstijgpunt van dit tracé ligt direct ten oosten van het plangebied. De aanleg van zowel de leidingen als het opstijgstation is omstreeks 2013 afgerond. Ten noorden en oosten van het opstijgpunt ligt de nieuwe oostelijke randweg met directe aansluiting op de N470. Plangebied Het plangebied (± 2 hectare groot) fungeert thans als overgangszone tussen de bebouwde kom van Pijnacker en het buitengebied en is vrij van bebouwing.
Zicht op het plangebied vanuit de Gantellaan/Schie (afbeelding links) en vanuit de N470 (afbeelding rechts). Bron: cyclomedia, 2020.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 5/75
Voor het plangebied is het ooit de ambitie geweest om ter plaatse te voorzien in een groengebied. Met het bestemmingsplan “Oostland-Pijnacker” is het beoogde groengebied echter verplaatst naar de zone rondom de Strikkade en is binnen het plangebied ruimte vrijgehouden ten behoeve van de realisatie van een tennispark. Voor dit park is een maximale omvang van 1,5 ha vrijgehouden welke door middel van het benutten van een wijzigingsbevoegdheid, na concreet worden van de plannen, zou kunnen worden ingevuld. Het destijds voorzien in deze wijzigingsbevoegdheid komt voort uit een nadere invulling van de gewenste invulling op basis van het Masterplan (FES) Oostland/Groenzoom Berkel-Pijnacker (juli 2009). De behoefte aan dit tennispark komt voort uit onderzoek naar uitbreiding van sportvoorzieningen in 2008 door Grontmij/Marktplan. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat bij de groei van Pijnacker-Nootdorp naar 65.000 inwoners er behoefte is aan in totaal 13 extra tennisbanen. Met het nieuwe complex binnen het plangebied zou kunnen worden volstaan met minimaal 6 en maximaal 8 banen, zowel buiten als binnen. Tot concrete plannen is het echter niet gekomen. Later zijn voor het plangebied plannen gepresenteerd voor de realisatie van een autobusmuseum. Ook deze plannen zijn niet doorgezet. 2.3
Beoogde situatie plangebied
In de beoogde situatie wordt het plangebied herontwikkeld ten behoeve van een dierenpension, dagopvang van honden, kattenopvang en een hondenschool met bedrijfswoning en een groen uitloopgebied. In deze toelichting zal verder gesproken worden over hondenpension waarmee alle genoemde activiteiten gemakshalve toegerekend worden. De concrete invulling ten aanzien van het dierenpension is inmiddels duidelijk. In het voorliggende bestemmingsplan is een bouwvlak opgenomen gebaseerd op het ontwerp waarbinnen de bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning kunnen worden gerealiseerd. Het maximaal bebouwd oppervlak is begrensd in de regels. Het voornemen bestaat de bedrijfswoning te realiseren op basis van de ruimte-voor-ruimteregeling. Voor de invulling en de vormgeving van het groengebied bestaan verschillende ideeën. Zo wordt gedacht aan school- of buurttuinen, een tiny-forest en ook wandelpaden voor een ommetje. Daarbij volgt uit de beoogde beeldkwaliteit (zie paragraaf 2.4 van dit bestemmingsplan) dat het gebied zal bestaan uit open en gesloten delen, waarbij ook ruimte is voor voldoende water. De exacte vormgeving van het groengebied wordt op en later moment uitgewerkt. Hierbij worden ook inwoners uit de naastgelegen woonwijk betrokken. De bestemmingsregeling is daarom zo gekozen dat deze ontwikkelruimte biedt voor de invulling. 2.4
Beeldkwaliteitsparagraaf
2.4.1 Beschrijving ontwikkeling Ten oosten van Pijnacker is sprake van onbebouwde cultuurgrond. Het voornemen is om voor deze locatie een passende invulling te voorzien. Deze beeldkwaliteitsparagraaf gaat uit van de ontwikkeling van een dierenpension met bedrijfswoning. De hier behandelde invulling wordt niet beoogd definitief te zijn. Zoals in voorgaande paragraaf is aangegeven wordt de definitieve invulling later vormgegeven. De beeldkwaliteitsparagraaf is vooral van belang als handvat voor de verdere uitwerking. Het plangebied maakte van oorsprong onderdeel uit van het slagenlandschap. Dit is een open weidelandschap met lange sloten en lijnvormige groene landschapselementen met een duidelijke richting. Er kan geconcludeerd worden dat de karakteristieke openheid en de strakke lange lijnen van het slagenlandschap in de huidige situatie niet meer te beleven zijn. Rondom het plangebied doorsnijden grote wegen het landschap en vormen de bebouwing en kassen harde randen. De karakteristieken van het landschap herstellen is het voornaamste uitgangspunt voor de inrichting van het plangebied.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 6/75
Kaart uit het jaar 2000. Het plangebied maakte nog onderdeel uit van het slagenlandschap
Voor Pijnacker biedt de groeninrichting van het gebied recreatieve voordelen door de aanleg van wandelpaden in het gebied. Rondom de bebouwing worden nieuwe rechte singels met bomen en heesters geplant die de bebouwing landschappelijk inpassen. De lange rechte singels benadrukken de lijnen van het landschap én voegen nieuwe natuurwaarden en biodiversiteit aan het gebied toe. Vanaf de N407 verandert de beleving van een open gebied met bebouwing en kassen aan de randen naar een groene stadsrand. Wanneer de bebouwing IN lijn met het landschap gesitueerd wordt met een passende, sobere architectuur en omringd met robuuste beplanting dan doet het dierenpension recht aan het landschap. Het plangebied dient daarmee als schakel tussen Pijnacker en het natuur- en recreatiegebied de Groenzoom. In bijlage 1 bij deze toelichting zijn profielen van de beoogde beeldkwaliteit weergegeven. De gewenste beeldkwaliteit zoals beschreven in de paragrafen 2.4.3, 2.4.4 en 2.4.5.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 7/75
Het plangebied in de omgeving; ingesloten tussen het toekomstige kassencomplex, de N407 en de plek waar de hoogspanningstracé boven de grond komt
Visiekaart; kleinschalige bebouwing in lijn met nieuwe landschapselementen die refereren aan het slagenlandschap
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 8/75
2.4.2 Kwaliteitskaart In deze paragraaf is beschreven hoe de ontwikkeling van het dierenpension aansluit op de kwaliteitskaart. De kwaliteitskaart is een beleidsdocument van de provincie (vastgesteld op 7 augustus 2021) waarin kwaliteitseisen voor het landschap, recreatie en stads- en dorpsranden staan beschreven. In onderstaande paragraaf zijn de kwaliteitseisen schuingedrukt opgesomd met bijpassende toelichting voor het wel of niet aansluiten erop.
Kwaliteitskaart; het plangebied behoort nog tot de arcering ‘ruimtelijke kwaliteit’. In de huidige situatie heeft het gebied deze ruimtelijke kwaliteiten niet. De ontwikkeling van het plangebied kan hierin een positief aandeel hebben.
Stads- en dorpsrand Het plan voldoet aan de volgende kwaliteitseisen: • “Stad en buitengebied brengen hun eigen eigenschappen maximaal tot expressie.”; • “Bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals wegen, paden, dijken, lanen, linten of waterlopen.”; • “Stad en ommeland blijven beide in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen.”; • “Tussen bebouwd gebied en landschap is een geleidelijke overgang. Stedelijke en landelijke programma’s vloeien in elkaar over.”; • “Er wordt een geïntegreerde ontwikkeling ontworpen van woon-, werk-, productie- en vrijetijdslandschappen die zoveel mogelijk aansluiten bij de ruimtelijke kwaliteiten van het omringende landschap en met een goede dooradering van recreatieve routes.” • “Een scherpe rand tussen bebouwing en land, waarbij de bebouwing en landschap ‘met het gezicht naar elkaar’ zijn gekeerd.”
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 9/75
De nieuwe bebouwing heeft een andere schaal en situering dan de bestaande bebouwing en is ondergeschikt aan het landschap
Om de koppeling tussen de Groenzoom en Pijnacker vorm te geven is gekozen om van het plan een overgangsgebied te maken. De inrichting van het plangebied is geënt op de strakke verkavelingsstructuur van het slagenlandschap wat gevisualiseerd zal worden door middel van watergangen, groensingels en de situering van de bebouwing. Door met deze elementen aan te sluiten op de landschapsstructuur wordt het karakter van het landschap versterkt en de bebouwing met het landschap verweven. Het verschil tussen stad en land blijft daarentegen herkenbaar door de harde begrenzing van het kassencomplex, de N407 én door de nieuwe bebouwing qua vormgeving, situering en massa (één laag met kap) ondergeschikt te laten zijn aan zowel de bestaande bebouwing als de groeninrichting van het gebied. Door middel van groensingels en een sobere architectuur zal de bebouwing landschappelijk ingepast worden met het landschap als drager. Recreatieve routes zijn de verbinding van het hele gebied ten zuidoosten van Pijnacker.
Recreatie Het plan voldoet aan de volgende kwaliteitseisen: • “Ontwikkelingen vergroten de diversiteit in ruimtelijke inrichting en programma tussen de verschillende recreatie- en groengebieden.”; • “Recreatieve routes dragen bij aan een betere verbinding van de buiten stedelijke groengebieden onderling en met de stedelijke groen- en waterstructuur.”; • “Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het binnenstedelijk en buiten stedelijk groen.”; • “(Her)inrichting van recreatiegebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen.”; • “Ontwikkelingen behouden of versterken de openbaarheid van recreatiegebieden.”
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 10/75
Conceptkaart; recreatieve verbinding tussen Pijnacker, het plangebied en de Groenzoom
De stadsrand van zuidoost Pijnacker ligt ingesloten tussen de N407, een kassencomplex en hoogspanningsmasten. In de huidige situatie is het plangebied aan de randen omzoomd met een fraaie groeninrichting. Echter, het plangebied zelf heeft geen kwaliteit. Pijnacker heeft aan de zuidoostzijde geen (aantrekkelijk) uitloopgebied. Bewoners moeten er met de fiets op uit terwijl er een kansrijk gebied naast de deur ligt. Er loopt een fietsroute langs het plangebied die men na circa 900 meter bij de Groenzoom brengt. Het plangebied is een ideale plek om de overgang tussen bebouwd en landelijk gebied te creëren in combinatie met recreatie. Door het plangebied te versterken met gebiedseigen landschapselementen en verder te laten ontwikkelen als natuur kan er een zeer waardevolle plek gecreëerd worden voor zowel recreatie als natuur. Het gebied biedt op zeer korte afstand een uitloop waar men een rondje kan wandelen of waar kinderen de natuur kunnen ervaren. Landschap Het plan voldoet aan de volgende kwaliteitseisen: • “Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden.”; • “Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen.”; • “Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden.”
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 11/75
Door middel van een inventarisatie en analyse is onderzocht of de ontwikkeling in het landschap en de omgeving past. Hieruit is gebleken dat de kenmerken van het slagenlandschap nauwelijks te ervaren zijn door de ligging van de N407, een kassencomplex en het boven de grond komen van de hoogspanning. Het landschap is in de huidige situatie onsamenhangend. Met het realiseren van het plan wordt de diversiteit aan verkavelingspatronen, de lengtesloten en karakteristieke landschapselementen teruggebracht die refereren aan het slagenlandschap.
Kaart toe te voegen landschapselementen voor het terugbrengen van de karakteristieken van het slagenlandschap
Het plan voldoet niet aan de volgende kwaliteitseisen: • “Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders.” De planontwikkeling voor het dierenpension is een uitzondering op bovenstaande regel. Echter, deze regel gaat uit van een veenweidepolder met landschappelijke en natuurlijk waarde. Zoals onder ‘landschap’ is beschreven, zijn deze waarden nauwelijks meer aanwezig en te beleven. Met de ontwikkeling van het dierenpension krijgt het gebied een landschappelijke kwaliteitsimpuls. Hierdoor wordt geïnvesteerd in natuur én aangesloten op de wensen van de gemeente om ecologische meer waarden binnen het plangebied te creëren. Daarnaast is door het toekomstige kassencomplex ten noorden van het plangebied de Duikersloot niet meer de bouwgrens. Ook is het situeren van een dierenpension dicht in de buurt van bestaande bebouwing niet wenselijk in verband met geluidshinder. De ontwikkeling van het pension ligt daarom op voldoende afstand van de bestaande woonwijk (100 meter) en blijft tot slot óók buiten de zone van de hoogspanning.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 12/75
2.4.3
Beeldkwaliteit architectuur
Sfeer • De bebouwing heeft een eenvoudige eigentijdse verschijningsvorm; • Alle bebouwing binnen het plangebied moet worden vormgegeven als één samenhangend ensemble passend binnen het landschap; Situering en oriëntatie • Alle bouwwerken worden in oost westelijke richting gesitueerd, wat refereert aan het slagenlandschap; • De rooilijn van het dierenpension ligt op minimaal 100 meter uit de Duikersloot in verband met geluidsoverlast. De bedrijfswoning mag wel op minder dan 100 meter uit de bebouwing langs de Duikersloot liggen. Wel rekening houdende met de gewenste groenstructuur; • De bedrijfswoning is georiënteerd op de Duikersloot; • De bebouwing wordt gesitueerd in twee bebouwingsstroken. Hierbij worden zichtlijnen in oost westelijke richting zo veel mogelijk behouden; • De groene dragers vanuit het noorden en westen moeten behouden blijven en indien mogelijk versterkt worden; Bouwmassa • De bouwmassa’s hebben een passende schaal en zijn ondergeschikt aan en voegen zich naar de structuren van het landschap; • De bouwmassa’s hebben een eenvoudige hoofdvorm en bestaan uit één bouwlaag met zadeldak; • De bedrijfswoning heeft een eenvoudige hoofdvorm en bestaat uit maximaal twee bouwlagen met zadeldak;
Kaart uitgangspunten beeldkwaliteit
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 13/75
Kleur- en materiaalgebruik • De gevels worden uitgevoerd in hout, baksteen of een combinatie van beide; • Indien gevelstenen worden gebruikt hebben deze een donkere kleur tussen muisgrijs en antraciet; • Dakbedekking door middel van dakpannen, dakshingels of leien in nagenoeg dezelfde kleur(tint) als de gevel; • Eventuele zonnepanelen op het dak worden in een regelmatig patroon gelegd en zijn afgestemd op de kapvorm; • Aan de bebouwing mogen eenvoudige en ingetogen detailleringen worden toegevoegd. 2.4.4 Beeldkwaliteit terreininrichting • De tuin rondom de bedrijfswoning mag gecultiveerd ingericht worden; • De tuin rondom de bedrijfswoning wordt omzoomd met een heg van een gebiedseigen soort; • Het zo veel mogelijk beperken van verharde oppervlaktes en waar mogelijk (half)open verharding gebruiken waarin water geïnfiltreerd en/of gebufferd kan worden; • De dierenbegraafplaats moet voldoen aan de regels van een natuurbegraafplaats; • Op de dierenbegraafplaats mogen enkel gebiedseigen plantsoorten geplant worden; • Parkeren gebeurd op het terrein tussen de bebouwing en dient landschappelijk ingepast te worden met behoud van de zichtlijn.
2.4.5 Beeldkwaliteit openbare ruimte • Nieuwe watergangen lopen in oost westelijke richting om het slagenlandschap te versterken; • Singels lopen parallel aan de watergangen in oost westelijke richting; • Het gebruik van enkel gebiedseigen en inheemse plantsoorten die de biodiversiteit in het gebied ten goede komen; • Door het gebied worden wandelpaden uitgezet ten behoeve van de recreatie. De paden worden vormgegeven met halfverharing of als gemaaid pad; • Het gebruik van verantwoorde en natuurlijke materialen in het recreatie/natuurgebied rondom de bebouwing; • Het zo veel mogelijk beperken van verharde oppervlaktes en waar mogelijk (half)open verharding gebruiken waarin water geïnfiltreerd en/of gebufferd kan worden; • De groene dragers vanuit het noorden en westen moeten behouden blijven; 2.5
Parkeren & verkeer
2.5.1
Parkeren
Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Op 5 maart 2022 heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp de Nota Parkeernormen 2021 vastgesteld. De Nota Parkeernormen geeft aan hoeveel parkeerplaatsen bij nieuwbouwontwikkelingen moeten worden gerealiseerd. Specifiek voor dierenpensions onderscheidt de nota geen parkeernormen. Voor onderhavige ontwikkeling wordt daarom aangesloten bij de norm zoals deze geldt voor ‘arbeidsextensief/bezoekersextensieve bedrijven’. Deze
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 14/75
norm sluit het best aan bij de beoogde functie van dierenpension. Voor de beoogde bedrijfswoning wordt aangesloten bij de norm voor ‘Woning duur’. Voor het voorziene groengebied behoeven geen parkeerplaatsen te worden aangelegd, daar van deze functie geen verkeersaantrekkende werking uitgaat. De Nota Parkeernormen bepaalt dat de parkeernorm voor arbeidsintensieve/bezoekersextensieve functies 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo bedraagt. Voor de beoogde bedrijfswoning geldt een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen. Het toekomstige bvo van het dierenpension is nog niet bekend. Uitgaande van een bvo van 2.000 m2 dienen in totaal (20 x 1,1) + 2,2 = 25 (naar boven afgerond) parkeerplaatsen te worden gerealiseerd ten behoeve van het dierenpension en de bijbehorende bedrijfswoning. Op basis van het schetsplan wordt voorzien in 25 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarmee wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Om daadwerkelijk te borgen dat voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig de parkeernota wordt in de regels van het bestemmingsplan, waarmee onderhavig planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk wordt gemaakt, een dynamische parkeerregeling opgenomen.
Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ zal concreet inzichtelijk moeten worden gemaakt waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd en wat de concrete parkeereis bedraagt. Het gemeentelijke parkeerbeleid vormt hiervoor een rechtstreeks toetsingskader. Conclusie Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in de regels. 2.5.2 Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in het buitengebied en te typeren als matig stedelijk (bron: Nota Parkeernormen). Bij de bedrijfswoning hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 8,6 per woning. Bij een ‘arbeidsextensief/bezoekersextensief’ bedrijf hoort een vpe van maximaal 5,7 per 100 m2 bvo. Uitgaande van een bvo van 2.000 m2 genereert het plan maximaal (5,7 x 20) + 8,6 = 122,6 vpe. Het plangebied wordt ontsloten op de kruising tussen de Schie en de Gantellaan, waarna het verkeer via deze wegen direct op de Parklaan of Miep Gieslaan komt. Beide wegen betreffen doorgaande wegen waarvan kan worden aangenomen dat deze het toenemend verkeer eenvoudig kunnen verwerken.
Een dergelijk lage toename aan vpe vanwege onderhavig planvoornemen vormt derhalve geen probleem ten aanzien van afwikkeling van verkeersstromen. Bovendien is voor de gronden binnen onderhavig plangebied in de huidige situatie een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van de realisatie van een tennishal. Voor deze functie geldt een maximaal aantal vpe van 4,9 per 100 m2 bvo. Deze potentiële verkeersgeneratie komt derhalve met onderhavig plan te vervallen daar de wijzigingsbevoegdheid ook komt te vervallen.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 15/75
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 16/75
3
Beleidskader
3.1
Inleiding
De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. 3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012
Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet.
Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit.
Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 17/75
in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst. 3.2.2
Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012
Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van de radarstations op de locaties Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan worden geen windturbines mogelijk gemaakt en ook geen nieuwe bebouwing boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen. Vanuit het radarstation Woensdrecht gelden eveneens geen belemmeringen nu de maximale bouwhoogte 113 meter bedraagt voor alle bouwwerken. Deze bouwhoogte wordt niet bereikt met onderhavig planvoornemen.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 18/75
Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht en Herwijnen. Met de rode aanwijzer wordt Pijnacker aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro)
Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 19/75
worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.
Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van een dierenpension mogelijk. Daarbij zal sprake zijn van gebouwen met een gezamenlijk ruimtebeslag van meer dan 500 m 2. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet ten aanzien van het dierenpension derhalve verder worden doorlopen. Voor wat betreft de groene voorruimte geldt dat aldaar niet wordt voorzien in de oprichting van nieuwe gebouwen of een besloten terrein. Het plangebied is bovendien reeds bestemd voor ‘schooltuinen’. Voor deze ontwikkeling is de Ladder derhalve niet van toepassing. b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte.
Het plangebied heeft thans de bestemming ‘Recreatie - Natuurgebied’ en ‘Water’. De bestaande functies zijn hiermee aangeduid. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van een dierenpension mogelijk. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en een groter planologisch beslag op de ruimte. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 20/75
Onderhavig plan ziet toe op de verplaatsing van een bestaand dierenpension. Het dierenpension is al een aantal jaren gevestigd in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en functioneert goed. Hiermee is de behoefte aan opvang en zorg voor huisdieren binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp bewezen. Daarnaast groeit de gemeente PijnackerNootdorp in de komende jaren met 2.000 woningen. Het type huishoudens waarvoor deze woningen gebouwd worden zijn voornamelijk gezinnen en behoren tot de doelgroep van het dierenpension. Het is dan ook de verwachting dat de behoefte verder zal toenemen. Ten behoeve van het dierenpension wordt eveneens voorzien in een bedrijfswoning. De bedrijfswoning is onlosmakelijk verbonden met het dierenpension en noodzakelijk in verband met een doelmatige bedrijfsvoering. De bedrijfswoning maakt onderdeel uit van de inrichting waarbij vaststaat dat de bewoner van de woning daadwerkelijk en duurzaam bij de dagelijkse bedrijfsvoering van het dierenpension is betrokken. Directe aanwezigheid van de eigenaar bij het dierenpension is noodzakelijk vanwege het ontvangen en uitgeven van dieren. Dit kan immers geschieden op wisselende tijdstippen. Daarnaast dienen de dieren gedurende de gehele dag te worden verzorgd en dient bij een calamiteit in het pension direct te worden opgetreden.
Wonen op afstand is daardoor niet mogelijk, ook in verband met het welzijn van de ontvangen dieren. Er is daarmee sprake van aantoonbare nut en noodzaak tot het oprichten van de bedrijfswoning. d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het voorgaande bestemmingsplan maakt binnen het plangebied (niet bij recht) geen stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk, maar enkel een groen uitloopgebied in combinatie met schooltuinen. Gelet daarop is het onderhavige plangebied gelegen buiten het ‘bestaand stedelijk gebied’ van Pijnacker. e. Is het mogelijk de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is concreet gezocht naar inbreidingslocaties. Er is uiteraard onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het bedrijf op deze locatie te behouden. Deze onderzoeken leiden tot de conclusie dat de benodigde maatregelen dusdanige gevolgen hebben dat deze als onwenselijk zijn aangemerkt. Dit wordt hieronder nader toegelicht.
Onderzoek bestaande locatie Geluidsschermen : ongewenst en onvoldoende oplossing Op basis van een akoestisch onderzoek is bekeken of er mogelijkheden zijn om op de locatie geluidswerende maatregelen te treffen waarmee het bedrijf alsnog milieutechnisch is in te passen. De conclusie hieruit is dat op de locatie geluidsschermen van tenminste vier meter noodzakelijk zijn om bij de omliggende bestaande woningen te voldoen aan de wettelijke geluidsnormen. Dergelijke schermen zijn stedenbouwkundig ongewenst binnen het bebouwingslint van de Overgauwseweg. Herplaatsing op locatie aan de Overgauwseweg : niet mogelijk In gesprekken met de provincie heeft deze de gemeente gevraagd naar de mogelijkheid van verplaatsing op het perceel, verder van de weg af. Dit is echter geen optie gebleken en niet alleen vanwege de eigendomssituatie. Vanaf de Overgauwseweg gezien ligt er achter het dierenpension nog een woning (Overgauwsweweg 56). Verplaatsing van het dierenpension naar het achtergelegen perceel leidt daarom niet tot een langere afstand tot omliggende woningen. Verplaatsing naar achteren zal ertoe leiden dat het pension dichter bij de woningen Overgauwseweg 56, 60, 62 en 64 komt waarmee het woon- en leefklimaat van deze woningen achteruit gaat. Het bedrijf nog verder naar achteren verplaatsen is niet mogelijk vanwege de aanwezigheid van een glastuinbouwbedrijf.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 21/75
Ook elders in de zone ten westen van de Overgauwseweg is geen ruimte aanwezig om het dierenpension naar toe te verplaatsen. Er zijn hier geen gronden aanwezig die op voldoende afstand liggen van de bestaande woningen waardoor geen verbetering van de situatie mogelijk is.
Luchtfoto met hierop geprojecteerd het bestemmingsplan “Duurzame glastuinbouwgebieden”. De locatie van het dierenpension, Overgauwseweg 54, is gemarkeerd. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, 2022
Verplaatsing dierenpension naar nieuwe locatie Omdat behoud of herplaatsing aan de Overgauwseweg geen optie is zijn de mogelijkheden bekeken voor een verplaatsing van het dierenpension. Hieronder wordt beschreven wat de bedrijfsmatige en de beleidsmatige aspecten zijn die een rol spelen bij en dergelijke verplaatsing. Ook geven we een groslijst van zoekgebieden/locaties die samen met de initiatiefnemer bekeken is op haalbaarheid. Bedrijfsmatige aspecten keuze nieuwe locatie Bij het zoeken naar alternatieve locaties speelt mee dat het pension een functie heeft voor veel inwoners van de kern Pijnacker. Bij een verplaatsing naar een locatie op grote afstand van de huidige locatie zullen veel van de cliënten afhaken en zoeken naar alternatieven. De ervaringscijfers vanuit de branche geven aan dat men voor dagopvang bereid is maximaal een kwartier te reizen. Daarom is een nieuwe locatie in de directe omgeving van Pijnacker gewenst.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 22/75
Mogelijkheden verplaatsing beleidsmatig bekeken Het vinden van een locatie voor een dierenpension is bijzonder lastig. In verband met geluid dat de dieren produceren dient er in beginsel een afstand van 100 meter (VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering geeft milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 meter aan) te worden aangehouden vanaf bestaande en nieuw te bouwen woningen. Daarom kan een dierenpension niet in een woonwijk worden gerealiseerd. Ook bedrijventerreinen komen niet in aanmerking voor vestiging. De eigenaar van het dierenpension dient bij het bedrijf te wonen voor een goede bedrijfsvoering. Maar op bedrijventerreinen wensen we geen nieuwe woningen te realiseren. Woningen kunnen immers een beperking vormen voor de bedrijfsvoering van andere ondernemers op het bedrijventerrein. In de glastuinbouwconcentratiegebieden is het niet wenselijk om ‘afwijkende’ bedrijven toe te staan. De daar aanwezige gronden dient zo veel mogelijk beschikbaar gehouden te worden voor de glastuinbouw. Zeker gelet op de reconstructieopgaves die worden voorzien in de glastuinbouwsector (Zie ook rapport Oostland). De vestiging van een dierenpension in één van de natuurgebieden, het weidevogelgebied of het stiltegebied rondom Oude Leede is voor ons bij voorbaat uitgesloten.
Ook de open poldergebieden in onze gemeente (Zuidpolder, Oude Leede) en ook de recreatiegebieden (Groenzoom, Ruyven, Balij, Bieslandse Bos) vallen voor ons ook af als locatie voor een dierenpension. Deze gebieden hebben hoge landschappelijke en recreatieve waarden die we willen behouden voor onze inwoners en voor de vele recreanten. Onderzochte locaties De gemeente is met de exploitant van het dierenpension in gesprek gegaan over de mogelijkheid tot verplaatsing van het bedrijf. Door de exploitant en ook vanuit de gemeente zijn hierbij zoekgebieden en locaties ingebracht om te beoordelen of deze wellicht het onderzoeken waard zijn. Locaties die aan de orde zijn gekomen zijn onder andere: Locatie
Vervolg
Zoekgebied Lange Campen / Monnikenweg, ten oosten van oostelijke rondweg
Afgevallen want duurzaam glastuinbouwgebied. Gebiedsvreemde functies niet gewenst.
Zoekgebied Lange Campen / Monnikenweg, ten westen van oostelijke rondweg
Afgevallen want duurzaam glastuinbouwgebied. Gebiedsvreemde functies niet gewenst.
Industrieterrein Boezem
Afgevallen want bouw bedrijfswoning niet mogelijk en niet gewenst
Hoogseweg 12
Afgevallen want duurzaam glastuinbouwgebied. Gebiedsvreemde functies niet gewenst.
Komkommerweg 6
Afgevallen want duurzaam glastuinbouwgebied. Gebiedsvreemde functies niet gewenst.
Schimmelpenninck van der Oyeweg
Afgevallen want duurzaam glastuinbouwgebied. Gebiedsvreemde functies niet gewenst.
Oude Polder nabij opstijgpunt
Nader onderzoeken mogelijkheden
In het onderhavig bestemmingsplan is aangetoond dat de locatie Oude Polder nabij opstijgpunt een geschikte locatie is voor het verplaatsen van het dierenpension.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 23/75
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte aan een dierenpension en is enkel te realiseren buiten het ‘bestaand stedelijk gebied’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Toetsingskader Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland in werking getreden. De Omgevingsvisie maakt deel uit van het nieuwe Omgevingsbeleid, waarin de provincie voorsorteert op de Omgevingswet. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Ten opzichte van de Visie ruimte en mobiliteit (dat van toepassing was tot 1 april 2019) is het beleid alleen redactioneel gewijzigd. De beleidsinhoud in het nieuwe Omgevingsbeleid is niet veranderd. De provincie formuleert zes ambities voor de fysieke leefomgeving, namelijk: • naar een klimaatbestendige delta; • naar een nieuwe economie: the next level; • naar een levendige meerkernige metropool; • energievernieuwing; • beste bereikbare provincie; • gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit.
In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk. De kwaliteitskaart en de richtpunten gevenrichting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Een deel van die vraag past qua kwaliteit niet daarbinnen. Daarnaast kunnen er kwantitatieve beperkingen zijn. Een randvoorwaarde bij beter benutten is namelijk dat de leefkwaliteit in de bebouwde ruimte behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt.
Ook kan de kwaliteit van de groene ruimte aanleiding zijn om een kwaliteitsverbetering te realiseren door middel van het toevoegen van stedelijke functies. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 24/75
Kwaliteitskaarten Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor aardkundige en archeologische waarden, (het gebruiken van) de bestaande bodem, reliëf en het watersysteem, de natuurlijke dynamiek en landschapsvormende processen, mede met het oog op het versterken van de toekomstwaarde van Zuid-Holland. Deze aandacht betaalt zich terug in een duurzame, veerkrachtige en robuuste provincie.
Kwaliteitskaart: laag van de cultuur- en natuurlandschappen. Bron: Provincie Zuid-Holland, 2020.
Het plangebied is gelegen in een veen(weide)landschap. De richtpunten zijn: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders.
Kwaliteitskaart: Laag van de stedelijke occupatie. Bron: Provincie Zuid-Holland, 2020.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 25/75
Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen een dorpsrand. Richtpunt aldaar is dat ontwikkelingen bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit.
Kwaliteitskaart: Laag van de beleving. Bron: Provincie Zuid-Holland, 2020.
Het plangebied is gelegen in een recreatiegebied. De richtpunten zijn: • Ontwikkelingen vergroten de diversiteit in ruimtelijke inrichting en programma tussen de verschillende recreatie- en groengebieden. • Recreatieve routes dragen bij aan een betere verbinding van de buitenstedelijke groengebieden onderling en met de stedelijke groen- en waterstructuur. • Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het binnenstedelijk en buitenstedelijk groen. • (Her)inrichting van recreatiegebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen. • Ontwikkelingen behouden of versterken de openbaarheid van recreatiegebieden. Beoordeling Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: • De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal.
Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat vaneen open veenweidepolder. • Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. • Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. • Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. Het onderhavige initiatief voorziet in de realisatie van een dierenpension met groen voorterrein. De ontwikkeling is daarmee een nieuwe ontwikkeling. In paragraaf 3.3.2 wordt aangetoond dat de ontwikkeling aanvaardbaar is vanuit het provinciale beleid.
datum referentie
11 januari 2023 203755_AdB_RAP_0001_v4.0
P 26/75
Conclusie Het planvoornemen is past niet binnen de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Nadere toetsing vindt plaats aan de hand van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 3.3.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Toetsingskader De Omgevingsverordening Zuid-Holland is samen met de Omgevingsvisie op 1 april 2019 in werking getreden. De verordening bevat juridische doorwerking van het visiedeel van het Omgevingsbeleid en bevat regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. Voor de toetsing in het kader van het onderhavige bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de geconsolideerde versie van 15 maart 2022. Voor de onderhavige locatie zijn de volgende artikelen relevant. Ruimtelijke kwaliteit De Omgevingsverordening hanteert een regeling voor ruimtelijke kwaliteit waaraan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen. Artikel 6.9 van de Omgevingsverordening stelt daaromtrent het volgende: Lid 1: Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Lid 2: Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap.