Bijlage 10 - Ingekomen zienswijzen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Afwijkingsbevoegdheid in moederplan In de Wabo zijn de procedurele aspecten van deze toestemming geregeld. De (inhoudelijke) grondslag is geregeld via het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan kan een mogelijkheid opgenomen worden om in beperkte mate af te wijken van het plan (art. 3.6 lid 1 onder c Wro). Een afwijkingsbevoegdheid mag niet leiden tot een bestemmingswijziging. Bij deze bevoegdheden moeten ruimtelijk relevante voorwaarden opgenomen worden, die objectief toetsbaar zijn. Het gaat in het algemeen om kleine afwijkingen, waarvan de haalbaarheid eenvoudig is aan te tonen of niet nodig is, aangezien het om een beperkte uitbreiding van een bestaand gebouw gaat, waarbij bijvoorbeeld de woningaantallen en grondoppervlakte niet toenemen.
Beoordelen aanvraag De aanvraag om gebruik te maken van het binnenplans afwijken wordt getoetst aan: de afwijkingsregels in het moederplan goede ruimtelijke ordening de Awb (zorgvuldige belangenafweging) Ad 1 Afwijkingsregels in het moederplan Het bevoegd gezag heeft bij de toetsing van de aanvraag geen beleidsvrijheid. De beleidsafweging heeft al plaatsgevonden bij het opstellen van het bestemmingsplan (moederplan). Op basis daarvan heeft de gemeenteraad aangegeven wat er mogelijk is. Dit is vertaald in de afwijkingsregels. Als de aanvraag hieraan voldoet en niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening moet de omgevingsvergunning in principe verleend worden. Aan de andere kant is het wel een bevoegdheid die wordt gegeven. Het bevoegd gezag hoeft niet per definitie in te stemmen met een aanvraag die aan de afwijkingsregels voldoet. Op basis van een belangenafweging kan zij besluiten geen medewerking te verlenen. Hoe specifieker de afwijkingsbevoegdheid is omschreven in het bestemmingsplan hoe minder afwegingsruimte er is voor het bevoegd gezag. Ad 2 Goede ruimtelijke ordening In artikel 2.12, eerste lid, Wabo staat dat de toestemming tot afwijken bestemmingsplan (art 2.12, lid 1, onderdeel a, onder 1, Wabo) niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Hieraan moet men dus toetsen bij verlening van een dergelijke omgevingsvergunning.
Ad 3 Awb (zorgvuldige belangenafweging) In het kader van de Awb moet een zorgvuldige belangenafweging plaatsvinden. In principe heeft deze afweging reeds plaatsgevonden in het moederplan, maar er kunnen veranderende
omstandigheden zijn die leiden tot een andere afweging. Dit dient zorgvuldig gemotiveerd te worden door bevoegd gezag
Weigering omgevingsvergunningen