CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting

Raad Besluitvorming 23 september 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: g. Voorontwerpbestemmingsplan Ackerswoude 202112.212 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25

gemeente Pijnacker-Nootdorp

De beperkte verantwoording dient in ieder geval in te gaan op de volgende onderdelen: I. de aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding; II. de omvang van het groepsrisico; III. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; IV. de mogelijkheden van personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de risicobron om zichzelf in veiligheid te brengen. Overige voor Pijnacker-Nootdorp relevante besluiten op het gebied van externe veiligheid Activiteitenbesluit Dit besluit en de bijbehorende regeling zijn de opvolger van een groot aantal AMvB's. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, waaronder veiligheidsafstanden (voor bijvoorbeeld propaantanks, ammoniak koelinstallaties en gasontvangststations) waaraan voldaan moet worden. Vuurwerk besluit Dit besluit reguleert de gehele keten rondom vuurwerk. In bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit zijn veiligheidsafstanden tot kwetsbare en geprojecteerde kwetsbare objecten opgenomen. De aan te houden afstand is afhankelijk van het type vuurwerk en de hoeveelheid vuurwerk dat wordt opgeslagen. De regels voor het vervoer van vuurwerk zijn een uitwerking van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs).

Risicovolle bedrijven binnen/nabij het plangebied Binnen/nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen met een plaatsgebonden risicocontour buiten de inrichting. Het plangebied ligt ook niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting.

Tabel invloedsgebieden Inrichtingen

Transport gevaarlijke stoffen binnen/nabij het plangebied Transport gevaarlijke stoffen over rijkswegen Uit de risicokaart blijkt dat voor de A4 de PR 10-6 contour per wegvak verschilt van 0 tot maximaal 23 meter. De A4 heeft een plasbrandaandachtsgebied. Uit de risicokaart blijkt dat de A12 een PR 10-6 contour heeft van 0 meter. De A12 heeft geen plasbrandaandachtsgebied. Uit de risicokaart blijkt dat de wegvakken van de A13 een PR 10-6 contour hebben die varieert van 6 tot 17 meter. De A13 heeft ook een plasbrandaandachtsgebied. Het plangebied ligt niet binnen deze contouren. Het plangebied ligt ook niet binnen het invloedsgebied van de A4, de A12 of de A13.

26

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Tabel invloedsgebieden Rijkswegen

Transport gevaarlijke stoffen over provinciale wegen Een klein deel van de N470 is aangewezen als gemeentelijke route voor het transport van gevaarlijke stoffen. Over dit gedeelte wordt voornamelijk LNG vervoerd, naar een locatie op het bedrijvenpark Ruyven. Op basis van de vergunde jaarlijkse doorzet zijn er 260 transportbewegingen te verwachten. Het overige deel van de N470 is niet aangewezen als route transport gevaarlijke stoffen. Er kan incidenteel wel transport van gevaarlijke stoffen plaats vinden, via een ontheffing. Dit zal met name de bevoorrading van (kleine) propaantanks in het buitengebied betreffen. De tankstations binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp verkopen geen LPG, ook ESSO aan de Rijksweg A13 niet. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico's van transport van gevaarlijke stoffen conform het vigerende beleid geanalyseerd moeten worden. In HART zijn vuistregels opgenomen ten aanzien van de noodzaak om te rekenen aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het gebruik van deze handleiding is verplicht. De vuistregels uit de HART geven aan dat voor een weg buiten de bebouwde kom (zoals de N470) geldt dat er geen PR-10-6 contour aanwezig is als het aantal tankauto's van de stofcategorie GF3 (propaan, LPG, LNG) lager is dan 500.

Voor de N470 binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn geen tellingen beschikbaar, wel voor het deel in Delft (GF3: 75) en in Zoetermeer (GF3: 73). Gezien het feit dat in Pijnacker-Nootdorp geen LPG geleverd wordt maar alleen propaan zal het aantal transporten GF3 op het niet aangewezen deel van de N470 vergelijkbaar of lager zijn. Op het aangewezen deel van de N470 komen daar de transporten LNG bij (260). Opgeteld zal het totaal aantal transporten GF3 beduidend lager zijn dan 500. Daarmee wordt voldaan aan de vuistregels voor het plaatsgebonden risico. Er is ook gekeken of er voor de N470 sprake is van overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Om dit te bepalen is getoetst of het aantal GF3 transporten onder de drempelwaarden in tabel 1-6 (overschrijding 10% van de oriëntatiewaarde voor wegen buiten de bebouwde kom, eenzijdige bebouwing) en tabel 1-7 (overschrijding 10% van de oriëntatiewaarde voor wegen buiten de bebouwde kom, tweezijdige bebouwing) zit en of met dit plan ook onder deze drempelwaarde wordt gebleven. Van belang is de afstand tussen de bebouwing en de N470, het aantal personen per hectare en het aantal transporten GF3 over de N470. Ter hoogte van dichte en tweezijdige bebouwing (Emerald en Ruyven) is de afstand tussen de as van de weg en de bebouwing minimaal 30 meter.

Hier is ook het aantal transporten het hoogst, vanwege het bevoorraden van het LNG-tankstation op Ruyven: 260. Tabel 1-7 laat zien dat de drempelwaarde voor de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt pas overschreden bij een bevolkingsdichtheid van 90 personen per hectare. Dat is daar niet aan de orde. Elders langs de N470 (zo ook ter hoogte van dit wijzigingsplan) ligt de bebouwing wel dichterbij (mimimaal 15 meter) maar daar is sprake van eenzijdige bebouwing. Hiervoor wordt gekeken naar tabel 1-6. Over dit deel van de N470 wordt alleen sporadisch propaan vervoerd. In combinatie met de lagere bevolkingsdichtheid zal ook hier de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet worden overschreden. De N470 ligt op ongeveer 1200 meter van het plangebied. Tabellen 1-6 en 1-7 gaan tot een afstand van 200 meter. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART hoeven namelijk geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een

27

gemeente Pijnacker-Nootdorp

route of tracé ligt. Een berekening van (de toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. Voor de N470 geldt vanwege het transport van GF3 een invloedsgebied van 355 meter. Omdat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van de N470 ligt hoeft geen berekening of (beperkte) verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden.

Gemeentelijke route voor transport gevaarlijke stoffen Het transport van alle gevaarlijke stoffen rust op een belangrijk basisprincipe: diegene die met een voertuig via de weg gevaarlijke stoffen vervoert is, op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS), verplicht als zodanig de bebouwde kommen van gemeenten te vermijden. Als het vervoer binnen de bebouwde kom noodzakelijk is ten behoeve van het laden en lossen of omdat er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar is, mag de chauffeur van dit basisprincipe afwijken. Op deze manier wordt het transport van gevaarlijke stoffen door de bebouwde kom geminimaliseerd. De gemeente Pijnacker-Nootdorp beschikt over een aangewezen wegennet voor routeplichtige stoffen op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. De route voor gevaarlijk transport is gelegen op bedrijventerrein Ruijven, ligt op ruime afstand (ongeveer 3.500 meter) van het plangebied en vormt dus geen belemmering. Transport gevaarlijke stoffen over spoor en water Het spoor (NS Den Haag - Gouda; Randstadrail Den Haag - Rotterdam) wordt niet gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen. Rondom deze spoorbanen bevindt zich daarom geen risicocontour in het kader van externe veiligheid. Er vindt ook geen transport van gevaarlijke stoffen over water plaats.

Buisleidingen binnen/nabij het plangebied

Tabel invloedsgebieden Buisleidingen

Aardgas Het plangebied ligt niet binnen de 1% of de 100% letaliteitsgrens van een hoge druk aardgasleiding. Deze leidingen vormen dan ook geen belemmering in het kader van externe veiligheid.

Brandbare vloeistoffen Er loopt een brandstofleiding (K2) van Defensie Pijpleidingorganisatie (DPO) door de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De PR 10-6 contour ligt op de leiding. De leiding ligt op ruime afstand van het plangebied en vormt daarom geen belemmering.

28

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

CO2 Er loopt een CO2-leiding door de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Naar aanleiding van ontwikkelingen nabij dezelfde CO2-leiding in Zoetermeer is in 2007 door RIVM en TNO uitgebreid onderzoek gedaan naar de risico's en effecten van vrijkomend CO2 bij leidingbreuk. Hierbij is door het RIVM geconcludeerd dat de risico's en letale effecten zich niet voordoen buiten een afstand van 4 meter van de buisleiding. VROM onderschrijft dit onderzoek en deze conclusie (brief VROM, datum 24 augustus 2007, kenmerk DGM/EV2007082989). Ook recent onderzoek aan de leiding De CO2 leiding (Tebodin, documentnummer 3413682, 7 april 2014) bevestigt dit. De rapportage van Arcadis “QRA Vervoersknoop Bleizo (1 februari 2016, kenmerk D04011.000122) stelt “De ondergrondse leidingdelen leiden niet tot externe veiligheidsrisico.” De buisleiding ligt ook op ruime afstand van het plangebied en is dan ook geen belemmering in het kader van externe veiligheid. Conclusie Alle aspecten van externe veiligheid zijn beschreven en beoordeeld. Er is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden.

4.5

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. In onderhavig bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt ten opzichte van de geldende plannen. De afweging voor een goed woon- en leefkomaat op het aspect geluid is dan ook al in deze plannen onderzocht/onderbouwd. Ook vinden er geen ontwikkelingen plaats die een geluidsbron vormen. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek is niet nodig.

4.6

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In het plangebied zijn geen planologische relevante kabels en leidingen aanwezig.

29

gemeente Pijnacker-Nootdorp

4.7

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Conform de NSL-monitoringstool 2019 (rekenjaar 2020) bedraagt de luchtkwaliteit in het midden van het plangebied (rekenpunt 15637951, ter plaatse van de Brinkrijk) 18,6 µg/m3 NO2, 17,3 µg/m3 PM10 en 10,2 µg/m3 PM2,5. Daar wordt ruim onder de grenswaarde van de jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m3 voor NO2 en PM10 gebleven en onder de grenswaarde van de jaargemiddelde concentratie van 20 µg/m3 voor PM2,5. Ook ter plaatse van de Klapwijkseweg (rekenpunt 15636687), blijven de concentraties van respectievelijk 21,5 µg/m3, 18,4 µg/m3 en 10,8 µg/m3 ver onder de eerder genoemde grenswaarden.

In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In onderhavig bestemmingsplan worden geen extra woningen mogelijk gemaakt ten opzichte van de geldende plannen en dus de al geplande woningbouw. Het aantal woningen dat nog gebouwd moet worden in het plangebied bedraagt minder dan 1.500 woningen. Het uitvoeren van een nader luchtkwaliteitsonderzoek is niet nodig. De grenswaarden worden niet overschreden.

4.8

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Natura2000-gebieden In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen Natura2000-gebieden gelegen. Het dichtstbij gelegen Natura2000-gebied betreft Meijendel & Berkheide en ligt op een afstand van circa 12 kilometer. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die - ook gezien de grote afstand - negatieve effecten hebben op de habitattypen in Natura2000-gebieden. NatuurNetwerk Nederland In het plangebied zijn geen gebieden aanwezig die deel uitmaken van het NatuurNetwerk Nederland. Ook in de omgeving van het plangebied zijn geen natuurgebieden aanwezig die behoren tot het NatuurNetwerk Nederland. Ecologie De groenrand aan de oostzijde en de waterpartijen in de zuidoosthoek van het plangebied zijn ecologisch waardevol. Deze gronden hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie'. De waterpartij in de zuidoosthoek is aangegeven als 'zone water en moeras' op de gemeentelijke ecologiekaart uit 2009. De plannen voor de woonwijk Ackerswoude waren op dat moment nog in ontwikkeling.

In het rapport bij de gemeentelijke ecologiekaart is aangegeven dat in het gebied kansen zijn voor het versterken van het ecologische netwerk. Dit heeft zijn uitwerking gevonden in een groenzone met watergang aan de oostzijde van het plangebied, welke de zuidelijke waterpartij met de noordelijke waterpartij (Boezemzoom) verbindt.

30

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Afbeelding 4 | Uitsnede kaart Ecologische structuur bebouwd gebied Pijnacker (bron: Ecologische kaart, 2009)

4.9

Verkeer en parkeren

De ontsluiting van de wijk Ackerswoude vindt plaats op de hoofdontsluitingsweg Klapwijkseweg en Vlielandseweg. De interne stratenstructuur is zodanig ontworpen dat het noordelijk deel van de wijk via de Lange Campen wordt ontsloten en het zuidelijke deel via de Monnikenweg. Door middel van langzwaamverkeersverbindingen zijn de twee delen met elkaar verbonden. Een solitair fietspad in de as van Ackerswoude verbind de wijk direct richting het centrum en de Randstadrailhalte Pijnacker Centrum. In de wijk zelf is een verfijnd fietsnetwerk doordat gebruik gemaakt kan worden van de woonstraten, die in de gehele wijk zijn ingericht als 30 km/h-straten. Omdat Ackerswoude ingeklemd ligt tussen de Zijdeweg, als oostelijke randweg, en het centrum van Pijnacker worden maatregelen genomen om sluipverkeer te weren. Hiervoor wordt in beide wegen een knip opgenomen. De verschillende woonvelden binnen de wijk zijn daarmee wel onderling te bereiken, maar op deze manier wordt sluipverkeer tegen gegaan. Voor het noordelijk deel van de wijk is middels een verkeersbesluit in 2019 de knip in de Lange Campen bekrachtigd. Voor de Monnikenweg is dit nog niet het geval. Om doorgaand verkeer door het zuidelijk deel van het plangebied tegen te gaan dient een barrière voor gemotoriseerd verkeer te worden aangebracht in de Monnikenweg.

De planning (zomer 2021) is dat na verkeerstellingen het verkeersbesluit hierover in 2022 in procedure wordt gebracht. De barrière kan vormgegeven worden door een 'harde' knip (afsluiting) of inrichtingsmaatregelen om doorgaand verkeer te weren. Hierdoor krijgt de Monnikenweg, gelijk de Lange Campen, een verkeersluw karakter en wordt hij alleen gebruikt voor de ontsluiting van het plangebied. De weg kan dan ingericht worden als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/h. Hierdoor neemt de woon- en leefkwaliteit binnen het gebied niet af en vraagt de Monnikenweg relatief weinig ruimte voor het wegprofiel. Het parkeren vindt bij vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen hoofdzakelijk op eigen terrein plaats. Voor de bewoners van rijwoningen is voorzien in parkeerhofjes achter de woningen. Aan de voorzijde is voorzien in parkeergelegenheid door middel van langsparkeren.

31

gemeente Pijnacker-Nootdorp

4.10

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020 Het beleidsdocument 'Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020 heeft de gemeente samen met het Hoogheemraadschap van Delfland opgesteld. Het bevat de opgave voor de gemeente bij de klimaatverandering, en de maatregelen daarvoor in de komende jaren. Voor de wijk Ackerswoude zijn geen knelpunten of maatregelen aangegeven. Wel zijn de volgende twee kansrijke maatregelen aangeduid ter plaatse van de Klapwijkseweg: Het Oude Kerkpad: extra verbinding onder RandstadRail. Oost- en Westlaan: herstructurering van het watersysteem. Waterkeringen Ten noorden van het plangebied is een regionale waterkering gelegen. De bijbehorende beschermingszone valt deels binnen de begrenzing van het plangebied. Ter plaatse is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Hoofdwatergangen In het plangebied zijn meerdere hoofdwatergangen aanwezig.

Deze watergangen zijn als 'Water' bestemd. Het gaat om de hoofdwatergangen in het noorden en zuiden van het plangebied. Deze watergangen dienen onder andere voor het doorvoeren van water vanuit het oosten naar het westen.

32

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Afbeelding 5 | Uitsnede Legger hoogheemraadschap van Delfland

Waterberging In het plangebied zijn twee waterpartijen aanwezig die voorzien in de waterberging van de woonwijk. Diverse watergangen zijn hierop aangesloten. Ook maakt een deel van deze waterpartijen deel uit van ecologische verbindingszones. Waterstructuur Ackerswoude Voor de ontwikkeling van de wijk Ackerswoude is in 2014 een hydraulische toets uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport Waterstructuur Ackerswoude. Deze is als Bijlage 2 bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd. De toets is uitgevoerd ter onderbouwing van de watertoets.

4.11

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging

33

gemeente Pijnacker-Nootdorp

van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe activiteiten (ten opzichte van de geldende plannen) mogelijk die genoemd zijn in onderdeel D van het Besluit m.e.r.. Een beoordeling of besluit is dan ook niet benodigd.

34

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het vastleggen van verleende omgevingsvergunningen voor woningen. De vergunningen zijn verleend op basis van regels van de onderliggende bestemmingsplannen. Voor de delen waarvoor nog geen vergunningen zijn verleend is de geldende bestemming (Woongebied) overgenomen. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe woningen of andere bouwplannen mogelijk ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen. Het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet aan de orde. Het gebied Ackerswoude wordt in kleine delen ontwikkeld. Voor de gehele ontwikkeling is een globale grondexploitatieraming opgesteld. De kosten hiervoor zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting. Per half jaar wordt de stand van zaken opgemaakt en wordt bekeken in hoeverre de begroting hierop moet worden aangepast.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Vooroverleg

Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio.

5.2.2

Inspraak voorontwerpbestemmingsplan

Conform de Wet ruimtelijke ordening is het niet verplicht om een inspraakprocedure te volgen. De gemeente is vrij om toch inspraak te verlenen. Het voorontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid een inspraakreactie in te dienen.

5.2.3

Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan

Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10477430/1