Bijlage 1 - POK-bestedingsplan 2023
Tekst van het document
Bestedingsplan POK-middelen
Inhoudsopgave Inleiding 1. Aanleiding 2. Doel van de middelen/opdracht aan gemeenten 3. Uitgangspunten voor besteding 4. Lokale situatie Pijnacker-Nootdorp 5. Voorstel inzet POK-middelen 6. Toelichting per maatregel 7. Financiële paragraaf
pagina 2/16
Inleiding Dit plan beschrijft hoe we in Pijnacker-Nootdorp de POK-middelen willen besteden en welke uitgangspunten we daarbij hanteren. Het plan begint met een korte introductie waarin de aanleiding en het doel van de middelen beschreven worden en de uitgangspunten die we hanteren voor besteding. Daarna volgt een schets van de lokale situatie, wat samengevat leidt tot een aantal voorstellen om de middelen te besteden. Aan het einde van het plan is een financiële paragraaf opgenomen.
1. Aanleiding Naar aanleiding van het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) over de kinderopvangtoeslagenaffaire neemt het kabinet maatregelen om de dienstverlening vanuit de overheid fundamenteel te verbeteren. De verbetering van de dienstverlening is een gezamenlijke opdracht voor het Rijk, uitvoeringsorganisaties en medeoverheden. Om deze opdracht uit te kunnen voeren, zijn structurele middelen beschikbaar gesteld die verdeeld zijn langs acht actielijnen. Pijnacker-Nootdorp ontvangt circa € 200.000 per jaar tot en met 2027. Om te kunnen beoordelen of en hoe de toekenning van de middelen na 2027 kan worden voortgezet is door de fondsbeheerders als voorwaarde gesteld dat uiterlijk in 2027 een evaluatie van de inzet van de middelen is afgerond. Dit kan leiden tot een herziening van het budget of een aanpassing in de verdeling. De middelen zijn vanuit het kabinet als een structurele bijdrage beschikbaar gesteld. In de financiële paragraaf wordt verder ingegaan op de middelen en de verdeling langs iedere actielijn.
2. Doel van de middelen / opdracht aan gemeenten De middelen zijn bedoeld om de dienstverlening van de overheid op alle onderdelen te kunnen verbeteren, waarbij de focus ligt op mensen in kwetsbare posities en het voorkomen dat mensen in zo’n positie terecht komen. Tussen de VNG en het Rijk is een verdeling langs acht actielijnen uitgewerkt (zie hieronder).
pagina 3/16
Acht actielijnen POK-middelen 1. Digitale overheid: ondersteuning van mensen die digitaal minder vaardig zijn 2. Rechtsbescherming: versterking van de rechtsbescherming van inwoners, bijvoorbeeld door sociale raadslieden en versterking gemeentelijke ombudsfunctie 3. Versterken leervermogen aanpak kwetsbare wijken: lessen uit de stedelijke vernieuwingsgebieden worden gedeeld 4. Versterking wijkteams: extra middelen voor uitvoeringscapaciteit in de sociale wijkteams 5. Integraal werken in het sociaal domein: voorbereiding op wet Wams (Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein) 6. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming: middelen om het Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming in de regio in te voeren 7. (Hoog) risicovol verward gedrag: Zorg- en Veiligheidshuizen ontvangen middelen voor versterking van de gecoördineerde aanpak voor mensen met meervoudige problematiek op het grensvlak zorg en veiligheid 8. Gemeentelijk ondersteuningsprogramma: ondersteuning VNG bij effectief inzetten POKmiddelen
Het geld dat gemeenten krijgen is specifiek verdeeld langs actielijnen 2, 3, 4 en 5. De gemeentelijke POK-middelen zijn toegekend in het kader van: 1. Meer capaciteit voor de uitvoering van de dienstverlening binnen de gemeente; 2. Extra ondersteuning voor mensen met complexe problematiek; 3. Bij meervoudige problematiek betere coördinatie tussen de uitvoerders in de gemeente; 4. Versterken van het leervermogen in de gemeente om de uitvoering continu te verbeteren. Inhoudelijk gaat het dus om een brede doelgroep: van lichte ondersteuning, bijvoorbeeld aan digitaal minder vaardige mensen bij het invullen van digitale formulieren (in de bibliotheken) tot zware ondersteuning in bijvoorbeeld de coördinatie voor gezinnen met meervoudige complexe problemen. Het staat gemeenten vrij de middelen desgewenst ook te besteden aan inzet op de andere actielijnen. We stellen de gemeenteraad voor om ook middelen beschikbaar te stellen ter verbetering van de digitale dienstverlening.
3. Uitgangspunten voor besteding We hanteren de volgende uitgangspunten bij het besteden van de POK-middelen: -
-
De toeslagenaffaire heeft laten zien dat rechtvaardige dienstverlening en goede rechtsbescherming geen vanzelfsprekendheden zijn. In Pijnacker-Nootdorp willen we, vanuit de visie op het sociaal domein, de inwoner en het gezin centraal te stellen. We willen de middelen gebruiken om hier verder op in te zetten. Zo stelt het maatwerkbudget ons bijvoorbeeld in staat om te zorgen voor een doorbraak in het geval van een zeer complexe casus. Door de steeds complexer wordende regels, systemen en organisaties staat onder andere het vertrouwen dat mensen in de overheid hebben onder druk. Mensen raken in de knel. In Pijnacker-Nootdorp vinden we het belangrijk de menselijke maat te hanteren. We willen onze inwoners ondersteunen bij de hulpvragen die ze
pagina 4/16
-
-
hebben door lokaal maatwerk te bieden en te werken aan een sterke, integrale gemeentelijke uitvoering. De middelen helpen ons dit verder te versterken. De Rijksoverheid en de VNG geven aan dat om de kwaliteit van de dienstverlening daadwerkelijk te verbeteren, het niet volstaat om alleen extra uitvoeringscapaciteit te organiseren. Het is ook nodig om continu te leren van de uitvoeringspraktijk en te reflecteren op eigen handelen als gemeente. Ook hier besteden we aandacht aan in de uitvoering van de gekozen maatregelen. Daarnaast is de oproep gedaan om aan te sluiten bij het Programma Maatwerk Multiproblematiek (PMM), dit stellen we ook voor om te doen. We gaan er vooralsnog vanuit dat de middelen structureel zijn (in 2027 wordt bekend wat precies de invulling wordt voor de periode na 2027). Er mag geschoven worden met de budgetten van de actielijnen. Dit bestedingsplan sluit daarop aan.
4. Lokale situatie Pijnacker-Nootdorp Om te bepalen welke doelen we willen bereiken met de inzet van deze middelen heeft in eerste instantie een intake plaatsgevonden met het management van de afdelingen Beleid en Sociaal Domein, de gemeentesecretaris en de verantwoordelijk bestuurder. Vervolgens is gesproken met verschillende medewerkers van de afdelingen Beleid, Wijkzaken en Sociaal Domein, over de gemeentelijke actielijnen. Uitgangspunt van deze gesprekken was: 1. Waar staan we nu voor wat betreft de vier gemeentelijke actielijnen? 2. Waar is verbetering nodig? 3. Wat is de gewenste situatie en hoe komen we daar? Aanvullend en naar aanleiding van de brainstorm zijn er ook nog overleggen geweest met medewerkers van andere afdelingen binnen de gemeente. Ook extern met SBJ SamenSterk (bibliotheek Oostland, de SWOP en Gro-up/ jeugd- en jongerenwerk). Ook zijn de wijkmanagers hierin betrokken. Deze gesprekken hebben (kort samengevat) het volgende opgeleverd: ▪
Veel overheidszaken worden digitaal geregeld, waaronder het aanvragen van toeslagen, het indienen van een belastingaangifte en het regelen van zorg (zoals een coronavaccinatie). Het is daarom van belang dat inwoners digitaal vaardig zijn. Dit is niet voor iedereen haalbaar.
▪
De gemeente Pijnacker-Nootdorp streeft ernaar dat iedereen, naar vermogen, kan meedoen aan de samenleving. We zijn mensgericht en bieden passende oplossingen voor jongeren, ouderen en inwoners in een kwetsbare positie. Systemen laten we niet leidend zijn en we gaan uit van de goede intenties van onze inwoners. Hoewel we bovengenoemde uitgangspunten toepassen in de gemeentelijke uitvoering, lopen inwoners soms aan tegen strakke wetgeving en meerdere loketten (overheidsinstanties). Door de complexiteit van het systeem kunnen inwoners hierin verloren raken.
▪
In de voorliggende periode zijn grote stappen gezet met betrekking tot integraal werken en maatwerkdienstverlening (denk hierbij aan dat de afdeling sociaal
pagina 5/16
domein al geruime tijd één afdeling is, de pop-up gesprekken1 en de ophoging van het maatwerkbudget). Dit zien we ook terug in het lage aantal klachten en bezwaarschriften. Desondanks lopen ook onze medewerkers soms aan tegen de strakke wetgeving en de complexiteit van het systeem. Dat maakt dat het soms makkelijker is systeemgericht te werken dan mensgericht te handelen. We willen de handelingsruimte verder vergroten en de vraag van de inwoner nog meer centraal laten staan. ▪
De complexe wetgeving rondom het uitwisselen van privacygegevens (met in- en externe partners) wordt als struikelblok ervaren voor het bieden van tijdige en juiste hulp aan gezinnen waarin veel sociaal domein problematiek voorkomt. Het wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (WAMS) 2 moet het voor gemeenten makkelijker maken om gegevens uit te wisselen. Dit om integraal werken verder te bevorderen. We zouden graag vooruitlopend op de WAMS (nog) meer domeinonafhankelijk willen werken.
▪
De afdeling sociaal domein functioneert als integrale afdeling op het gebied van Participatie, Jeugd en WMO en bundelt veel primaire en ondersteunende taken en verantwoordelijkheden in het brede sociale domein. Het sociaal domein staat voor verschillende opgaven, waarbij het ondersteuning bieden aan kwetsbare inwoners en ervoor zorgen dat zij het ondersteuningsaanbod in Pijnacker-Nootdorp weten te vinden de belangrijkste taak is.
▪
Om een volgende stap te kunnen zetten op het gebied van wijkgericht werken, is het nodig dat er meer gekoppelde data op meerdere niveaus (wijk, buurt, straat) beschikbaar komt.
5. Voorstel inzet POK-middelen Deze paragraaf bevat de maatregelen die we per actielijn willen inzetten en waaraan we de POK-middelen willen besteden. In paragraaf 6 worden de maatregelen inhoudelijk toegelicht.
Actielijn 1: Digitale overheid ➢ Maatregel 1: Het opstellen van een werkbudget voor het verbeteren van de digitale dienstverlening, naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamercommissie. Dit budget gebruiken we om stappen te kunnen zetten in het verbeteren van de digitale dienstverlening.
Actielijn 2 en 3: Rechtsbescherming en bescherming van kwetsbare inwoners ➢ Maatregel 1: Het aanbieden van ondersteuning voor (her)intreders op de arbeidsmarkt. De ondersteuning helpt (her)intreders wennen aan hun nieuwe situatie en zorgt voor een goed begin.
1 Dit zijn twee vaste momenten per week die gereserveerd staan in de agenda’s van alle medewerkers uit
het sociaal domein. Wanneer een casus daartoe aanleiding geeft, kan er snel geschakeld worden en kan de casus met de juiste mensen aan tafel besproken worden. 2 WAMS is het wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein. Deze wet is bedoeld om de drempels bij het domeinoverstijgend delen van persoonsgegevens weg te halen. Op die manier wordt het makkelijker voor gemeenten om breed en integraal te werk te gaan. Naar verwachting zal de wet op 1 januari 2024 in werking treden. pagina 6/16
➢ Maatregel 2: Verstevigen interne klachtenprocedure en onderzoek motie lokale ombudsman. We kijken hoe we de interne klachtenprocedure verder kunnen verstevigen en onderzoeken de mogelijkheid van een gemeentelijke ombudsfunctie. ➢ Maatregel 3: Training conflicthantering / toepassen mediationvaardigheden. Als gemeente kun je mediation inzetten als inwoners tegen een besluit of beschikking in het geweer (willen) komen. Doel hiervan is dat je samen met de inwoner ergens probeert uit te komen zonder (juridische) procedures. Daarnaast dient de training om de menselijke maat (meer) in het oog te houden en medewerkers mee te geven dat het naleven van de wet- en regelgeving geen doel op zich is, maar een middel om een inwoner zo goed mogelijk te helpen.
Actielijn 4 en 5: Versterking wijkteams en integraal werken in het sociaal domein ➢ Maatregel 1: doorontwikkeling Wijken die Werken. Bij de herziening van het beleidskader Wijken die Werken wordt ingegaan op wat er voor nodig is om tot een verbeterde gebiedsgerichte samenwerking te komen. ➢ Maatregel 2: Binnen de organisatie starten we een project om te verkennen of het mogelijk is om cijfers op wijkniveau beschikbaar te kunnen stellen en te kunnen delen. Om een verdere stap te zetten op het gebied van integraal (gebiedsgericht) werken, moet er een stap op datagebied gezet worden. ➢ Maatregel 3: Toegankelijker maken van informatie en verbeteren van de dienstverlening voor alle inwoners, met specifieke aandacht voor inwoners met laaggeletterdheid en/of een beperking3. Om onze overheidsinformatie toegankelijker te maken worden medewerkers getraind in schrijven op A2/1F- niveau en zetten we Taalambassadeurs in – dit zijn ervaringsdeskundigen – om onze gemeente hierin te adviseren. Ook starten we een project ‘Duidelijke Overheidscommunicatie in Pijnacker- Nootdorp’ waarin de schriftelijke communicatie organisatie breed wordt verbeterd. ➢ Maatregel 4: We werven in 2023 een maatwerkfunctionaris om aan te stellen in het kernteam (1 fte) en sluiten ons aan bij Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek (PMM).
De maatwerkfunctionaris komt in beeld bij een gezin wanneer blijkt dat er meervoudige en complexe problemen spelen, waarbij de bestaande handelingsprotocollen en methodieken te kort schieten. Indien er geen doorbraak bereikt wordt in een casus, kan de maatwerkfunctionaris de casus opschalen naar het PMM. ➢ Maatregel 5: We gaan in 2024 een evaluatieve pilot uitvoeren om inzicht te krijgen in waar winst te behalen is m.b.t. de hulp aan gezinnen met complexe problematiek. In de pilot kijken we gericht naar de begeleiding van gezinnen waarin
3 Een voorbeeld van een maatregel die wij nemen om laaggeletterde inwoners te ondersteunen is
dat we als gemeente Pijnacker-Nootdorp meedoen aan een project van de Erasmus Universiteit Rotterdam over laaggeletterdheid. Dit project wordt gesubsidieerd door ZonMW. In het project wordt onderzocht hoe de basisvaardigheden van bijstandsgerechtigde inwoners versterkt kunnen worden en wat het effect hiervan is op de arbeidsparticipatie, de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Voor dit onderzoek wordt van ten minste 300 bijstandsgerechtigden inwoners uit het zogenaamde 'zittende bestand' vastgesteld wat hun taal-, reken- en digitale vaardigheden zijn. De screening hiervan zal na de zomer van start gaan. De looptijd van het project is t/m 2024. pagina 7/16
complexe problematiek speelt.
6. Toelichting per maatregel In deze paragraaf worden de maatregelen inhoudelijk toegelicht.
Actielijn 1: Digitale overheid Maatregel 1: Werkbudget voor het verbeteren van de digitale dienstverlening, naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamercommissie Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) Om digitale inclusie te bevorderen zijn in 2019 de informatiepunten digitale overheid (IDO’s) tot stand gekomen. IDO’s zijn laagdrempelige, eerstelijnshulploketten in lokale bibliotheken, waar inwoners en ondernemers terecht kunnen met vragen over de digitale overheidsdienstverlening. In Pijnacker-Nootdorp biedt Bibliotheek Oostland op de locatie Buurt & Zo in Pijnacker een IDO4. Het IDO organiseert inloopspreekuren in Pijnacker en in Nootdorp waar inwoners met al hun vragen i.v.m. de overheid terecht kunnen. Bijvoorbeeld met belastingen, toeslagen, werk, inburgering en zorg. Deze ondersteuning is gratis en beschikbaar voor iedereen. Een lidmaatschap van de bibliotheek is geen vereiste. Onderzoek Rekenkamercommissie naar digitale dienstverlening Recentelijk heeft de Rekenkamercommissie onderzoek gedaan naar de digitale dienstverlening van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. We willen de adviezen uit het Rekenkamerrapport gebruiken om onze digitale dienstverlening te verbeteren. Zo zal in 2023 gestart worden met het herijken van de visie op de digitale dienstverlening. Inmiddels is ook een functioneel beheerder digitale dienstverlening aangetrokken.
Hij zal als eerste met de bevindingen/aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek aan de slag gaan. Via het werkbudget kan er extra ondersteuning ingehuurd worden om hem te helpen bij deze werkzaamheden. Deze ondersteuning kan op meerdere manieren plaatsvinden. Denk aan extra inhuur van de leverancier voor het onderhouden van de formulieren en/of aanschaf van slimme (hulp)middelen voor de website.
Actielijn 2 en 3: Rechtsbescherming en bescherming van kwetsbare inwoners Maatregel 1: Het aanbieden van ondersteuning voor (her)intreders op de arbeidsmarkt. Om de dienstverlening voor inwoners die net uitstromen uit een uitkering te verbeteren, stellen we voor om ondersteuning te bieden in dit proces. We merken in de praktijk dat voor inwoners die een tijd niet actief zijn geweest op de arbeidsmarkt, het lastig kan zijn weer te herintreden. Naast het wennen op de werkvloer, is er ook een nieuwe financiële situatie om aan te wennen. Ook heeft de werkaanvaarding vaak consequenties voor toeslagen en andere regelingen. Dit kan hen onzeker maken. Om deze mensen beter te ondersteunen en hierbij goed te begeleiden, is aan Humanitas gevraagd of zij met een dienstverleningsaanbod voor deze doelgroep kunnen komen. De vrijwilligers van
4Vanuit het rijk wordt via de Regeling specifieke uitkering voor Informatiepunten Digitale
Overheid een bedrag aan Pijnacker-Nootdorp beschikbaar gesteld. Deze zogenaamde specifieke uitkering wordt voor de uitvoering van het IDO verstrekt aan Bibliotheek Oostland. pagina 8/16
Humanitas kunnen uitleg geven waar mensen op moeten letten, meelezen met brieven, en hen wegwijs maken met betrekking tot de toeslagen. In de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn er circa 80 (her)intreders op jaarbasis. We schatten in dat voor grofweg de helft van deze groep ondersteuning vanuit Humanitas nodig is, variërend van slechts één of een paar korte gesprekken (vinger aan de polsgesprekken) tot aan maximaal een half jaar begeleiding. Mensen maken zelf de keuze of ze hiervan gebruiken willen maken. Het is een aanbod, geen plicht. Maatregel 3: Verstevigen interne klachtenprocedure en onderzoek motie lokale ombudsman. Wanneer inwoners een probleem ervaren met de gemeente Pijnacker-Nootdorp of een klacht hebben, kunnen zij deze bij ons indienen. Als een inwoner niet tevreden is over de afhandeling van de klacht, dan kan deze terecht bij de Nationale Ombudsman (NO). Er zijn 265 Nederlandse gemeenten aangesloten bij de Nationale Ombudsman, zo ook de buurgemeenten Delft, Lansingerland en Zoetermeer. De NO is de tweedelijns klachtenbehandelaar. De NO kan, indien ze daar aanleiding toe ziet, een onderzoek instellen naar de klacht. De NO kan de klacht ook doorverwijzen naar een derde partij of terugverwijzen naar de gemeente.
In het Hoofdlijnenakkoord Bouwen aan de toekomst 2022-2026 is aangegeven dat een mogelijke uitkomst van de inzet van de POK middelen de installatie van een lokale ombudsman is. Hier is ook een motie over aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen om een voorstel uit te werken voor de introductie van een lokale ombudsfunctie. Om dit onderzoek op een gedegen manier te kunnen doen is meer tijd nodig. In Q2 2023 wordt de raad geïnformeerd over de te kiezen mogelijkheden voor de versterking van de ombudsfunctie/rechtsbeginsel voor onze inwoners. We geven hierbij inzicht in de voordelen en nadelen, onafhankelijkheid, positie, omvang, ervaring en kosten van huidige situatie (aansluiting bij de Nationale Ombudsman). 1. We geven inzicht in wat de mogelijkheden zijn voor de realisatie van een lokale ombudsfunctie. Er wordt ingegaan op de voordelen en nadelen, ervaringen, onafhankelijkheid, positie, omvang en kosten van een lokale ombudsfunctie. Er zijn meerdere gemeenten in de provincie Zuid-Holland die gebruik maken van een lokale ombudsman. De gemeente Den Haag heeft een Gemeentelijke Ombudsman. Ook de gemeente Leidschendam- Voorburg maakt gebruik van de Gemeentelijke Ombudsman Den Haag. De gemeente Rotterdam heeft ook een eigen ombudsman. Ook bij de Ombudsman Rotterdam zijn er meerdere regiogemeenten – zoals Nissewaard, Krimpen a/d IJssel en Capelle a/d IJssel –aangesloten.
We zullen in het voorstel uitgaan van een lokale ombudsfunctie die aansluit bij een gemeentelijke ombudsman, bijvoorbeeld de Gemeentelijke Ombudsman Den Haag. Dit gezien het aantal meldingen dat de lokale ombudsmannen krijgt op jaarbasis vanuit inwoners uit deze gemeenten. Ter illustratie geven we inzicht in deze aantallen. In 2021 zijn er 20 meldingen geweest van inwoners uit de gemeente Leidschendam- Voorburg (75.425 inwoners). In Capelle a/d IJssel (67.255 inwoners) waren er in 2021, 24 klachten en meldingen. En in de gemeente Nissewaard (84.797 inwoners) waren er in 2021, 47 klachten en meldingen. 2. We nemen ook de mogelijkheden van sociale raadslieden, die inwoners wegwijs maken in wet- en regelgeving mee. Sociaal raadslieden zijn sociaal- juridische dienstverleners die kosteloos hun diensten aanbieden aan inwoners. De inzet van sociaal raadslieden kan desgewenst gecombineerd worden met een ombudsfunctie. pagina 9/16
De gemeenteraad zal los van het POK bestedingsplan een voorstel krijgen. De bevindingen uit het onderzoek worden in Q2 in een voorstel met de raad gedeeld, waarbij de drie bovengenoemde onderwerpen als verschillende opties door de gemeenteraad besproken kunnen worden om tot komen tot een besluit. Maatregel 4: training conflicthantering / toepassen mediationvaardigheden De training conflicthantering / toepassen mediationvaardigheden is erop gericht om op constructieve wijze om te gaan met belangen en conflicten. In de training leren medewerkers o.a. probleemoplossende methoden, begrip voor en omgaan met emoties en gesprekstechnieken. De training geeft medewerkers mediationvaardigheden, waarbij medewerkers leren hoe ze conflicten en misverstanden kunnen voorkomen en leren inwoners anders te benaderen. Met deze maatregel willen we medewerkers van afdelingen die veel inwonercontact hebben, zoals het KCC, Wijkzaken, Belastingen en het Sociaal Domein, de mogelijkheid geven hun vaardigheden op dit vlak verder te vergroten.
Actielijn 4 en 5: Versterking wijkteams en integraal werken in het sociaal domein Maatregel 1: doorontwikkeling Wijken die Werken Het integraal werken binnen Pijnacker-Nootdorp is onder andere vormgegeven in het gedachtegoed rondom wijkgericht werken. Wijkgericht werken is ooit in de gemeente Pijnacker-Nootdorp gestart vanuit een initiatief van de gemeenteraad. Wijkgericht werken is een manier van integraal samenwerken tussen gemeente, maatschappelijke partners en inwoners. Daarnaast richt wijkgericht werken zich op het inspelen op ideeën, denkkracht en actieve betrokkenheid van inwoners. De wijkmanagers zijn de verbindende factor in het wijkgericht werken. Zij hebben de taak vragen van inwoners te inventariseren, verbindingen te leggen tussen bewoners, partners, ambtenaren en de politiek. De wijkmanager brengt verschillende partijen bij elkaar als er problemen en/of vragen zijn in zijn wijk. Het is niet de verantwoordelijkheid van de wijkmanager om voor een oplossing van de problemen te zorgen, daar moeten de betrokken partijen gezamenlijk uitkomen. Naast dat de wijkmanagers de schakel zijn tussen inwoners, organisaties en de gemeente is er in het beleidskader Wijken die Werken een initiërende en regisserende rol toegekend aan SBJ SamenSterk. SBJ SamenSterk wordt geïnitieerd door de SWOP, de Bibliotheek Oostland en het Jongerenwerk van Gro-Up Buurtwerk.
SBJ SamenSterk heeft de opdracht om projecten en ontwikkelprocessen te initiëren en te ontplooien rondom de thema’s bestaanszekerheid/financiële zelfredzaamheid, kansengelijkheid/participatie en goede gezondheid/gezonde leefstijl en deze wijkgericht in te zetten. Hiervoor gaan zij onder andere datagericht te werk en verzamelen, delen en analyseren zij kwantitatieve data op kernniveau die de basis vormt voor de te bepalen acties. Ook spelen zij een belangrijke rol in netwerkversterking binnen de kernen en de samenwerking in de kernen. Voor het verder brengen van het integraal werken is SBJ SamenSterk daarom ook een belangrijke partner. Om een verdere stap te zetten op het gebied van integraal wijkgericht werken, moet er een stap op datagebied gezet worden. Het gaat hierbij vooral om het beter samenbrengen, analyseren en bruikbaar maken van de data die we op dit moment nog te versnipperd verzamelen. Daarnaast moet er een stap gezet worden in de interne samenwerking die ervoor zorgt dat medewerkers elkaar onderling beter kunnen vinden en signalen op de juiste plek terechtkomen. Bij de herziening van het beleidskader Wijken die Werken wordt er ingegaan op wat er voor nodig is om tot een verbeterde gebiedsgerichte samenwerking te komen.
pagina 10/16
Maatregel 2: Binnen de organisatie starten we een project om te verkennen of het mogelijk is om cijfers op meerdere niveaus (wijk, buurt en straatniveau) beschikbaar te kunnen stellen en te kunnen delen. Met deze maatregel starten we een project om meer data op gebiedsniveau beschikbaar te stellen. In het project gaan we onderzoeken op welk niveau het mogelijk en wenselijk is om te rapporteren. In een later stadium gaan we kijken of het mogelijk en haalbaar is ook data uit andere gegevensbronnen hierbij te betrekken, zoals de Gezondheidsmonitor van de GGD en het Leefbaarheidsonderzoek (LEMON). De focus van het project zal liggen op het genereren van managementinformatie. Resultaten die wij met dit project willen bereiken zijn onder andere: - De informatie over de tijd uitzetten om: o trends te ontdekken o effecten van gebeurtenissen en initiatieven zichtbaar te maken o uiteindelijk voorspellingen te kunnen doen. Onder de data/ gegevens die wij via dit project gekoppeld willen krijgen vallen: - Postcode -> wijken (BRP en/of wat nu al geregistreerd wordt binnen Civision) - WMO gebruik, schuldhulpverlening, energietoeslag - Jeugdhulp (wat betekent een koppeling met gezinssamenstelling) - Participatie, werk & inkomen Voor dit project zal nog een projectuitwerking volgen.
Voor het project gestart kan worden zal eerst in kaart gebracht moeten worden wie stakeholders zijn voor het project, welke informatie we beschikbaar hebben, waar het staat, hoe we deze gaan ontsluiten, hoe we de gegevens gaan koppelen en een format bepalen. Bij het opstarten van het project moet goed gekeken worden naar privacy en capaciteit. De reservering van € 125.000 voor vier jaar is bedoeld om binnen het project de vrijheid te houden de middelen in te zetten wanneer deze nodig zijn. Maatregel 3: Toegankelijker maken van informatie en verbeteren van de dienstverlening voor alle inwoners, met specifieke aandacht voor inwoners met laaggeletterdheid en/of een beperking5. Met deze maatregel willen we de schriftelijke communicatie voor alle inwoners – met specifieke aandacht voor inwoners met laaggeletterdheid – verbeteren. Dit reikt verder dan het sociaal domein, maar gaat over de communicatie van de gemeente in de volle breedte. Maar in de prioritering beginnen we bij het versterken van de schriftelijke communicatie van het Sociaal Domein. Hiervoor zetten we een project ‘Duidelijke Overheidscommunicatie Pijnacker-Nootdorp’ in. In aansluiting op het project ‘Duidelijke Overheidscommunicatie’ van de VNG. In 2020 heeft Sira Consulting voor de VNG een 5 Een voorbeeld van een maatregel die wij nemen om laaggeletterde inwoners te ondersteunen is
dat we als gemeente Pijnacker-Nootdorp meedoen aan een project van de Erasmus Universiteit Rotterdam over laaggeletterdheid. Dit project wordt gesubsidieerd door ZonMW. In het project wordt onderzocht hoe de basisvaardigheden van bijstandsgerechtigde inwoners versterkt kunnen worden en wat is het effect hiervan is op de arbeidsparticipatie, de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Voor dit onderzoek wordt van ten minste 300 bijstandsgerechtigden inwoners uit het zogenaamde 'zittende bestand' vastgesteld wat hun taal-, reken- en digitale vaardigheden zijn. De screening hiervan zal na de zomer van start gaan. De looptijd van het project is t/m 2024. pagina 11/16
gids gemaakt om gemeenten hierbij te ondersteunen. Deze gids zullen we hiervoor gebruiken. Hierin worden tevens alle (automatisch gegenereerde) beschikkingen en brieven van het Sociaal Domein opnieuw beoordeeld en verbeterd, inclusief juridische toets. Volgens de beschikbare data van Geletterdheid InZicht is 9% van de inwoners van onze gemeente laaggeletterd. Deze inwoners hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Daarnaast heeft deze groep inwoners vaker beperkte digitale vaardigheden. Het is van groot belang dat de communicatie van de gemeente ook deze groep inwoners goed bereikt. Zo dat de informatie goed leesbaar en begrijpbaar is. Ook inwoners met een beperking (verstandelijk of fysiek) kunnen moeite hebben met de (wijze van) beschikbaarheid van de informatie van onze gemeente. Er zijn in Nederland ongeveer 1,17 miljoen (2022) mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb). Zij hebben soms moeite om zichzelf te redden. Er wordt geadviseerd om voor deze groep mensen taalgebruik aan te passen en ook visuele middelen te gebruiken. 1,17 miljoen inwoners, dat is ongeveer 6,5% van de totale populatie. Als we dat afzetten tegen onze populatie, dan hebben ongeveer 3.682 inwoners een lvb. Uit data van het CBS blijkt (2020) dat in onze gemeente 115 inwoners een lvb- indicatie hebben. Stichting Lezen en Schrijven adviseert gemeenten om te schrijven op niveau A2/1F.
Niveau 1F is het eindniveau van groep 8. We gaan de expertise van onze gemeente versterken op het schrijven van onze informatie op A2/1F- niveau. Om dit te bereiken worden medewerkers getraind en zetten we Taalambassadeurs in – dit zijn ervaringsdeskundigen – om onze gemeente hierin te adviseren. Maatregel 4: We werven in 2023 een maatwerkfunctionaris om aan te stellen in het kernteam (1 fte) en sluiten ons aan bij Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek (PMM). Casussen waarbij er sprake is van meervoudige en complexe problemen binnen een gezin, waarbij de bestaande handelingsprotocollen en methodieken te kort schieten, vragen vaak om meer tijd, betrokkenheid en flexibiliteit van hulpverleners, in vergelijking tot wat de ‘reguliere’ caseload vraagt. Er zijn gemiddeld in de lopende caseload tientallen van deze complexe casussen. Deze casussen vragen vaak structurele en langdurige betrokkenheid van de kernteam- medewerkers, waardoor deze casussen in tijd zwaar meewegen in de reguliere caseload. Een maatwerkfunctionaris is een medewerker die extra expertise toevoegt op het gebied van meervoudige problematiek. Ook heeft de medewerker voor deze inwoners, extra tijd voor vraagverheldering, onderzoek en analyse (triage). Tevens is deze medewerker voor de collega’s beschikbaar om mee te denken en mogelijkheden aan te reiken m.b.t. het handelingsperspectief in deze casussen.
Door deze maatwerkfunctionaris toe te voegen aan het kernteam, willen we ervoor zorgen dat het mogelijk wordt om in deze casussen tot meer maatwerk te komen. De maatwerkfunctionaris krijgt bij zulke casuïstiek de regierol om tot een aanpak te komen die passend is voor het gezin en uiteindelijk leidt tot een duurzaam hulpaanbod. Wanneer het niet lukt om tot een doorbraak in een casus te komen, schaalt de maatwerkfunctionaris op naar het programma Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek (PMM). PMM is een programma dat is opgericht om gemeenten, sociaal werkers en andere professionals die inwoners helpen, met complexe en urgente sociale problemen, te ondersteunen. In het PMM werken het Rijk, gemeenten en landelijke uitvoeringsorganisaties samen om professionals en gemeenten te helpen vastgelopen casuïstiek te doorbreken. Dit gaat om casuïstiek waarin al van alles geprobeerd is om tot een doorbraak te komen, maar helaas zonder resultaat. De maatwerkfunctionaris kan in pagina 12/16
het geval van zo’n casus opschalen naar het PMM en gebruik maken van hun expertise en instrumenten. Maatregel 5: We gaan in 2024 een evaluatieve pilot uitvoeren om inzicht te krijgen in waar winst te behalen is m.b.t. de hulp aan gezinnen met complexe problematiek Naast dat we in 2023 een maatwerkfunctionaris willen aanstellen en ons willen aansluiten bij het PMM, willen we in 2024 starten met een evaluatieve pilot, waarbij we gericht gaan kijken naar de begeleiding van gezinnen waarin complexe problematiek speelt. Het doel van de evaluatieve pilot is om ervaringsgericht en ontwikkelgericht te leren van de praktijk. Waar valt nog winst – in kwaliteit, maar ook gerichtere inzet van zorg/ ondersteuning – te behalen in de aanpak van multiproblematiek? Hoe kunnen we in het geval van complexe problematiek mogelijkheden creëren die – nog meer – aansluiten op de individuele situatie van het betreffende gezin? Waarbij de gezinsleden benaderd worden vanuit hun kracht, betrokken worden bij de oplossing en regie houden. Er zijn gemeenten in Nederland die dergelijke pilots gehouden hebben, we hebben hierover informatie opgevraagd bij het Instituut voor Publieke Waarden. Om de pilot behapbaar te houden, willen we de focus leggen op 10 gezinnen in onze gemeente waar veel ‘sociaal domein’ problematiek speelt, de zogenoemde ‘veelgebruikers’.
In overleg met de kernteammedewerkers worden deze casussen gekozen. De pilot focust zich alleen op de werkwijze van de interne gemeentelijke organisatie.
7. Financiële paragraaf Voor het verbeteren van de dienstverlening stelt de Rijksoverheid in totaal € 150 miljoen per jaar beschikbaar t/m 2027. Pijnacker-Nootdorp ontvangt hiervan voor genoemde periode circa € 200.000 per jaar. De verdeling van de middelen gebeurt via het gemeentefonds. De verwachting is dat de benodigde transitie in de dienstverlening niet in 2027 zal zijn voltooid. De VNG blijft daarom in gesprek met het Rijk over de financiering voor de periode na 2027. Pijnacker-Nootdorp ontvangt de middelen via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Bij de decembercirculaire van 2021 zijn de eerste middelen voor 2021 ontvangen. Naar aanleiding daarvan heeft er in het voorjaar van 2022 een intakegesprek plaatsgevonden met het management van de afdelingen Beleid en Sociaal Domein, gemeentesecretaris en bestuurder. Vervolgens is een brainstorm georganiseerd met verschillende medewerkers van de afdelingen Beleid, Wijkzaken en Sociaal Domein, waarin gesproken is over de gemeentelijke actielijnen. Omdat 2022 een jaar was van ingrijpende gebeurtenissen, hebben we prioriteiten moeten stellen en ervoor gekozen het jaar 2022 als verkennend jaar te gebruiken voor de inzet van de POK middelen. Begin 2023 is de input uitgewerkt tot dit bestedingsplan.
De middelen voor 2022 staan gereserveerd op een stelpost en worden, net als de middelen voor 2023 en verder, betrokken bij dit bestedingsplan. De middelen voor 2021 zijn vrijgevallen in de algemene reserve. Wij stellen de raad voor om deze middelen weer beschikbaar te stellen voor het POK-bestedingsplan. In de tabel hieronder is aangegeven hoe we de middelen over de maatregelen verdelen en of er sprake is van structureel geld voor een maatregel of incidenteel. Er is in totaal € 1.500.000 te besteden (ruim € 200.000 per jaar vanaf 2021 t/m 2027). Bij een groot deel van de maatregelen is voor 2023 een budget opgenomen. Dat betekent dat in 2023 begonnen wordt met het uitvoeren van deze maatregel. Andere maatregelen starten vanaf 2024. Voor de maatregel ‘Doorontwikkeling Wijken die Werken’ is geen budget vereist. Deze maatregel start in 2024 wanneer het huidige beleidskader wordt geëvalueerd en herzien. pagina 13/16
Maatregel
2023
2024
2025
2026
2027
Werkbudget t.b.v. het verbeteren van de digitale dienstverlening
€
25.000
€
25.000
-
Ondersteuning voor (her)intreders op de arbeidsmarkt
€
16.000
€
16.000
€
16.000
€
16.000
€
16.000
Verstevigen interne klachtenprocedure en onderzoek motie ombudsfunctie / sociale raadslieden
€
65.000
€
65.000
€
65.000
€
65.000
€
27.000
Training conflicthantering / toepassen mediationvaardigheden
€
15.000
€
15.000
€
15.000
€
15.000
€
15.000
Doorontwikkeling Wijken die Werken
n.v.t.
-
n.v.t.
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Project cijfers op wijkniveau
€
-
€
50.000
€
25.000
€
25.000
€
25.000
Toegankelijker maken informatie en verbeteren dienstverlening voor laaggeletterden/inwoners met een beperking
€
20.000
€
86.000
€
80.000
€
80.000
€
80.000
Werven maatwerkfunctionaris en aansluiten bij PMM
€
80.000
€
80.000
€
80.000
€
80.000
€
80.000
Uitvoering evaluatieve pilot complexe problematiek
€
-
€
80.000
€
-
€
-
€
-
Nog nader in te vullen budgettaire ruimte
€
25.000
€
25.000
€
25.000
€
25.000
€
25.000
Totaal per jaar
€
246.000
€
442.000
€
306.000
€
306.000
€
268.000
Totale uitgaven
€ 1.568.000
Voor de middelen uit het gemeentefonds geldt dat deze eenmalig beschikbaar worden gesteld. Om flexibiliteit te houden in het benutten van deze middelen, kunnen deze benut worden wanneer nodig en hoeft niet het bedrag dat er staat in één jaar opgemaakt te worden, maar mag er over de jaren geschoven worden. Bijvoorbeeld: voor de maatregel ‘project cijfers op wijkniveau’ is in totaal € 125.000 beschikbaar voor vier jaar. Dit is nu verdeeld door € 50.000 toe te wijzen aan 2024 en € 25.000 aan de jaren 2025, 2026 en 2027. Deze verdeling kan ook anders worden als blijkt dat er in een jaar meer geld nodig is (bijv. € 75.000 in 2024, dan blijft er voor de andere jaren nog € 50.000 in totaal over om te benutten). Om deze wijze van bekostiging te kunnen uitvoeren worden de beschikbare middelen in een nieuw te vormen bestemmingsreserve Versterking dienstverlening gestort. Jaarlijks wordt uit de reserve onttrokken wat ook daadwerkelijk is ingezet. Het totale budget voor alle POK maatregelen blijft dus wel € 1.500.000.
pagina 14/16
Nieuw te vormen reserve: Beschikbare middelen (bedragen in € 1.-)
2023
2024
2025
2026
2027
toegekende middelen in decembercirculaire 2021
€
214.574
€
211.695
€
219.552
€
219.552
€
219.552
voorgestelde resultaatbestemming JR 2022
€
210.548
€
-
€
-
€
-
€
-
toevoeging vrijgevallen POK middelen 2021 uit AR (rekeningresultaat 2021)
€
272.829
Totaal beschikbaar Bestemmingsreserve Versterking dienstverlening
€
697.951
€
211.695
€
219.552
€
219.552
€
219.552
Monitoring uitvoering De opgenomen maatregelen zijn met de kennis van vandaag de dag opgesteld. Omdat de samenleving veranderlijk is en we niet weten hoe de toekomst eruit gaat zien, volgt in 2025 een eerste monitoringsmoment van het POK plan, waarin naar de uitvoering van de maatregelen wordt gekeken en wordt doorgekeken naar 2028 en verder. Naar verwachting is er dan ook meer bekend over of en hoe de structurele financiering vanuit de Rijksoverheid wordt gecontinueerd. Tevens kijken we dan of de maatregelen nog steeds actueel zijn en/of dat er wijzigingen nodig zijn, dan wel in inhoud of budget. Verantwoording middelen Conform de uitgangspunten van financiering via het gemeentefonds is er geen centrale sturing vanuit het rijk op de besteding van de middelen die via het gemeentefonds worden verdeeld. Er is richting het rijk geen aparte verantwoording op de inzet van de middelen. Het is aan de gemeenteraad om toe te zien op de juiste en effectieve inzet van de middelen. De raad wordt over de voortgang van de POK maatregelen geïnformeerd via de P&C cyclus.
pagina 15/16
pagina 16/16