CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1. Overzicht wijzigingen ten opzichte van de oude verordening

Raad Besluitvorming 28 oktober 2021, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Verordening gemeentegarantie geldleningen 20213.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OVERZICHT WIJZIGINGEN NIEUWE VERORDENING TEN OPZICHTE VAN OUDE Oud

Nieuw

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvraag: een verzoek als bedoeld in artikel 4:1 van de Algemene wet bestuursrecht aan het college om als gemeente borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichtingen die de instelling aan de geldverstrekker verschuldigd is; onder een aanvraag valt een rechtstreekse garantie; b. ongewijzigd

1. aanvraag: een verzoek als bedoeld in artikel 4:1 Algemene wet bestuursrecht aan het college om als gemeente borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichtingen die de instelling aan de geldverstrekker verschuldigd is; onder een aanvraag valt een rechtstreekse garantie- of een tertiaire achtervang. 2. aanvrager: een geldnemer die de gemeente verzoekt om borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichtingen die de geldnemer uit hoofde van een geldleningsovereenkomst aan de geldverstrekker verschuldigd is; 3. besluit: het besluit zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht borg te staan tegenover een geldverstrekker; 4. borg staan: instaan jegens een geldverstrekker voor de aan een geldlening verbonden betalingsverplichtingen van een geldnemer voor zover hiermee de geldnemer in gebreke blijft; 5. college: College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente PijnackerNootdorp; 6. garantie: een financieringsinstrument waarbij de gemeente zich krachtens een overeenkomst tegenover een geldverstrekker verplicht in te staan tot nakoming van de aan een geldlening verbonden rente en aflossingsverplichtingen indien de geldnemer in gebreke is; garantie wordt verleend in de vorm van: a.

Rechtstreekse garantie - individuele lening waar de gemeente voor 100% aansprakelijk kan worden gesteld, voor lening waar de gemeente samen met een waarborgfonds garant staat; b. Tertiaire achtervang - de gemeente fungeert als achtervang voor een waarborgfonds. Pas als het waarborgfonds niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen worden Rijk en gemeenten als borg aangesproken (Waarborgfonds Sociale Woningbouw). 7. geldnemer: een instelling ten behoeve waarvan de gemeente een borgstelling heeft verstrekt ten aanzien van de betaling van rente en aflossing indien deze instelling in gebreke is; 8. geldverstrekker: een bancaire instelling die aan een geldnemer een lening heeft verstrekt waarvan de gemeente de betaling van rente en aflossing waarborgt;

1

c.

besluit tot garantieverlening: een besluit als bedoeld als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht borg te staan tegenover een geldverstrekker; d. borg staan: instaan tegenover een geldverstrekker voor de aan een geldlening verbonden betalingsverplichtingen van een geldnemer voor zover de geldnemer in gebreke blijft hieraan te voldoen; e. ongewijzigd

f.

garantie: een financieringsinstrument waarbij de gemeente zich krachtens een overeenkomst tegenover een geldverstrekker verplicht in te staan tot nakoming van de aan een geldlening verbonden rente en aflossingsverplichtingen indien de geldnemer in gebreke is

g.

ongewijzigd

h. ongewijzigd

Oud

Nieuw

9. ratio: kengetallen waarvan de norm is vastgesteld door het WSW; solvabiliteit, dekkingsratio, ICR (Interest Coverage Ratio), DSCR (Debt Service Coverage Ratio) en LTV (Loan to Value

vervallen

10. waarborgfonds: een nationaal fonds dat onder meer borgstellingen verstrekt. Artikel 2. Reikwijdte van de verordening 1. Deze verordening is van toepassing op het verlenen van een garantie door de gemeente voor de activiteiten die worden verricht door instellingen die een gemeentelijke publieke taak dienen. (nieuwe eerste lid, onder a)

2. Deze verordening is alleen van toepassing op de gemeente als garantsteller voor leningen met betrekking tot de bouw, verbouw, verwerving of instandhouding van onroerende zaken; overige bestedingsdoelen zijn uitgesloten. 3. De garantie is een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht, waarop deze wet van toepassing is voor zover daarvan in deze verordening niet wordt afgeweken. (nieuwe vierde lid) 4. Deze verordening is slechts van toepassing op het verlenen van een garantie verbonden aan een geldlening waaromtrent niet is voorzien bij of krachtens de voorschriften van het Rijk of de provincie. (nieuwe derde lid) 5. De Algemene subsidieverordening 2015 is niet van toepassing.

6. Deze verordening is van toepassing op aanvragen om subsidie in de vorm van het verstrekken van een garantie op grond van een wettelijk voorschrift. (nieuwe eerste lid, onder b) Artikel 3. De aanvraag voor garantieverstrekking 1. Een aanvraag voor de verstrekking van een garantie wordt schriftelijk bij het college ingediend, tenminste drie maanden voor het tijdstip waarop een geldlening wordt opgenomen.

2

i. instelling: een rechtspersoon die werkzaam is in de gemeente; j. rechtstreekse garantie: individuele lening waar de gemeente voor 100% aansprakelijk kan worden gesteld, voor lening waar de gemeente samen met een waarborgfonds garant staat; (was zesde lid, onder a) k. ongewijzigd

Artikel 2 - Reikwijdte van de verordening 1. Deze verordening is van toepassing op: a. het verlenen van een garantie door de gemeente voor de activiteiten die worden verricht door instellingen die een gemeentelijke publieke taak dienen; (oude eerste lid); b. aanvragen om subsidie in de vorm van het verstrekken van een garantie op grond van een wettelijk voorschrift. (oude zesde lid) 2. ongewijzigd

3. Deze verordening is slechts van toepassing op het verlenen van een garantie verbonden aan een geldlening waarin niet is voorzien bij of krachtens de voorschriften van het Rijk of de provincie. (oude vierde lid) 4. De garantie is een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht, waarop deze wet van toepassing is voor zover daarvan in deze verordening niet wordt afgeweken. (oude derde lid) 5. Op besluiten tot garantieverlening krachtens deze verordening is de geldende gemeentelijke algemene subsidieverordening niet van toepassing. Zie eerste lid, onder b

Artikel 3 - De aanvraag voor garantieverstrekking 1. Ongewijzigd

3

Oud

Nieuw

2. De aanvraag bevat, naast de in de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven gegevens, voor zover de aanvrager daarover redelijkerwijs de beschikking kan krijgen: a. een opgaaf van het gemeentelijk publieke belang van de activiteiten van de aanvrager waarop de garantie betrekking heeft; b. een afschrift van de statuten van de aanvrager; c. een opgave van de bestuurssamenstelling; d. een afschrift van de voorwaarden van de te sluiten geldlening en het ontwerp van de overeenkomst van geldlening; e. een afschrift van de jaarrekening (balans, winst- en verliesrekening, toelichting) van het aan de aanvraag voorafgaande jaar en indien nog niet beschikbaar van het jaar daarvoor; f. een afschrift van de lopende (gewijzigde) begroting en een sluitende meerjarenbegroting voor de aankomende drie jaar na de aanvraag, waarin de kapitaallasten van de investering en een voorziening voor groot-onderhoud zijn opgenomen; g. een omschrijving van de investering en specificatie van de bouwkosten en de financiering van deze kosten; h. een cashflow-overzicht waaruit blijkt dat de geldnemer in staat is zijn aflossing- en renteverplichtingen te kunnen voldoen; i. tenminste één offerte van een geldverstrekker; j. een taxatierapport na renovatie. 3.

Indien de aanvrager er niet in slaagt tijdig een offerte van een geldverstrekker te overleggen, kan in plaats van een offerte voorlopig volstaan worden met een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat deze bereid is een lening met een gemeentegarantie aan de aanvrager te verstrekken. 4. Het college is bevoegd andere gegevens te vragen die hij noodzakelijk acht om op de aanvraag te kunnen besluiten. 5. Voor aanvragen van woningbouwcorporaties geldt aanvullend een overzicht van de ratio’s. 6. Voor aanvragen van woningbouwcorporaties geldt niet lid 2 sub d en j.

2. ongewijzigd

ongewijzigd

3. Indien de aanvrager er niet in slaagt een offerte van een geldverstrekker te overleggen, kan in plaats van een offerte voorlopig worden volstaan met een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat deze bereid is een lening met een gemeentegarantie aan de aanvrager te verstrekken. 4. ongewijzigd

5. vervallen 6. vervallen

Oud

Nieuw

Artikel 4. Beslissingsbevoegdheid 1. Het college beslist op rechtstreekse garantieaanvragen bij bedragen niet groter dan € 250.000,-. 2. Bij rechtstreekse garantieaanvragen van bedragen groter dan € 250.000,- beslist het college niet dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen schriftelijk ter kennis van het college te brengen. 3. Het college beslist op tertiaire achtervangaanvragen van woningbouwcorporaties voor zover: a. de aanvraag betrekking heeft op Daebactiviteiten en/of b. de ratio’s voldoen aan de normen van het WSW en/of c. het garantiebedrag niet hoger is dan € 20.000.000,-. 4. Op tertiaire achtervangaanvragen van woningcorporaties die niet voldoen aan één van de voorwaarden genoemd in artikel 4, lid 3 beslist het college niet dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen schriftelijk ter kennis van het college te brengen.

Artikel 4 - Beslissingsbevoegdheid 1. Het college beslist op garantieaanvragen bij bedragen niet groter dan € 250.000,-.

vervallen

vervallen

5. Op herfinancieringsverzoeken beslist het college.

3. Op herfinancieringsverzoeken beslist het college. Daarbij beoordeelt het college opnieuw de gehele garantstelling.

Artikel 5. Absolute weigeringsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover naar het oordeel van het college: a. de door middel van de garantie te financieren zaak of activiteit geen gemeentelijke publieke taak dient als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening; b. de aanvrager van een rechtstreekse garantie aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening zoals een waarborgfonds; a. de garantie niet noodzakelijk is of niet het geëigende middel is voor het verkrijgen van een geldlening door de aanvrager;

Artikel 5 - Weigeringsgronden 1. Het college weigert de garantie voor zover naar zijn oordeel:

d. de geldlening reeds aan de aanvrager is verstrekt voor het garantiebesluit, tenzij dit een herfinanciering betreft van een eerder door de gemeente gegarandeerde lening; e. geen verklaringen door de aanvrager zijn overgelegd van een geldverstrekker waaruit blijkt dat er geen geldlening aan de aanvrager wordt verstrekt zonder garantie;

4

2. Bij garantieaanvragen van bedragen groter dan € 250.000,- beslist het college niet dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen schriftelijk ter kennis van het college te brengen.

a. de door middel van de garantie te financieren zaak of activiteit geen gemeentelijke publieke taak dient als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a van deze verordening; b. de aanvrager aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening zoals een waarborgfonds; vervallen

c. de geldlening reeds aan de aanvrager is verstrekt voor het besluit tot garantieverlening, tenzij dit een herfinanciering betreft van een eerder door de gemeente gegarandeerde lening is verplaatst naar de relatieve weigeringsgronden (tweede lid, onder e)

Oud

Ongewijzigd: is d geworden

g. gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager in strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde handelt;

Ongewijzigd: is e geworden

h. de garantieverlening in strijd is met het (Europese) recht;

Ongewijzigd: is f geworden

i. de aanvrager niet aannemelijk kan maken de geldlening ten behoeve waarvan de garantie wordt verleend, nodig te hebben. Aanvrager zelf beschikt niet over de middelen om de kosten van de activiteit te dekken, noch een derde partij;

Ongewijzigd: is g geworden

j. de aanvrager niet beschikt over de benodigde vergunningen om de activiteiten te verrichten of investeringen te plegen waarvoor de garantie wordt aangevraagd;

Ongewijzigd: is h geworden

k. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.

Is verplaatst naar de relatieve weigeringsgronden ( tweede lid, onder a)

2. Artikel 5, lid 1 sub e is niet van toepassing op woningbouwcorporaties.

5

Nieuw

f. de aanvraag betrekking heeft op het verlenen van andere zekerheden door de gemeente dan die van de betaling van rente en aflossing van een geldlening voor zover de aanvrager in gebreke blijf;

i. de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria voor garantieverlening die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld; (was relatieve weigeringsgrond: artikel 6, aanhef onder e) j. de garantstelling anderszins niet past in het gemeentelijk beleid. (was relatieve weigeringsgrond: artikel 6, aanhef onder h) vervallen

Oud

Nieuw

Artikel 6. Relatieve weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover naar haar oordeel: a. er geen sprake is van continuïteit in het voortbestaan van de instelling gedurende de looptijd van de garantie; b. redelijkerwijs kan worden verwacht dat de doelstellingen die met de garantie worden nagestreefd, niet zullen worden bereikt; c. het risico voor de gemeente niet acceptabel is; d. er geen sprake is van ‘goed bestuur’ van de aanvrager; e. de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria voor garantieverlening die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld; f. de liquiditeitspositie van de aanvrager niet toereikend is om de rente en aflossing van de geldlening gedurende de looptijd van de garantie te voldoen; g. garantie wordt aangevraagd omdat de kosten van garantstelling door de gemeente lager zijn dan de kosten van een garantstelling door andere instellingen; h. de garantstelling anderszins niet past in het gemeentelijk beleid; i. als woningbouwcorporaties niet voldoen aan de in artikel 1 lid 9 genoemde ratio’s en evenmin sprake is van voldoende zicht op herstel ervan in de eerste vijf jaren na de investering.

Artikel 5, tweede lid 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover naar zijn oordeel: a. redelijkerwijs kan worden verwacht dat er geen sprake is van continuïteit in het voortbestaan van de instelling gedurende de looptijd van de garantie; b. ongewijzigd

c. ongewijzigd d. ongewijzigd verplaatst naar artikel 5, eerste lid, onder j

vervallen

vervallen

verplaatst naar artikel 5, eerste lid, onder k nieuw: absolute weigeringsgrond vervallen

e. geen verklaringen door de aanvrager zijn overgelegd van een geldverstrekker waaruit blijkt dat er geen geldlening aan de aanvrager wordt verstrekt zonder garantie (was artikel 5, eerste lid, onder e oud: absolute weigeringsgrond); f. het eigen vermogen van de aanvrager minder bedraagt dan 20% van het totale vermogen; g. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. (was artikel 5, eerste lid, onder k oud: absolute weigeringsgrond) Artikel 7. Inhoud garantie en vergoeding garantstelling 1. In een garantie wordt geen afstand gedaan van de voorrechten die wettelijk aan een borg toekomen. 2. In een garantie worden geen bedingen opgenomen die de aansprakelijkheid van de gemeente verhogen of uitbreiden boven of naast de aan de geldleningsovereenkomst verbonden betaling van rente en aflossing.

6

Artikel 6 - Inhoud garantie ongewijzigd ongewijzigd

Oud

Nieuw

3. De rechtstreekse garantie wordt verleend tegen een door de geldnemer te betalen incidentele vergoeding. Deze vergoeding bedraagt een vaste vergoeding van € 500,- en een variabele vergoeding van 1,5% van de te verstrekken garantstelling met een maximum van € 25.000,- voor rechtstreekse garantieverzoeken. Voor tertiaire achtervang wordt geen vergoeding in rekening gebracht. 4. De garantie wordt verleend tegen de door de geldnemer ten behoeve van de gemeente te verstrekken (zakelijke) zekerheidsrechten. 5. De looptijd van de garantie is maximaal gelijk aan de technische levensduur van de objecten die de gemeente tot zekerheid strekken voor de verleende garantie waarop ook de lening is gebaseerd, tot een maximum van 30 jaar. Voor achtervang geldt geen maximum. 6. Indien de gemeente krachtens een garantie een betaling heeft verricht in de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering van de gemeente in een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft.

Vervallen

Artikel 8. Informatieplicht na garantieverstrekking bij rechtstreekse garantie 1. De geldnemer en geldverstrekker verschaffen het college tijdig alle benodigde informatie die relevant is voor de garantieverlening en de risicoontwikkeling van de garantie.

Artikel 7 - Informatieplicht na garantieverstrekking

2. De geldnemer dient jaarlijks, binnen zes maanden na het verstrijken van het boekjaar, de jaarrekening over het verstreken boekjaar bij het college in, bestaande uit de balans en de winst- en verliesrekening met toelichting en een accountantsverklaring of indien van toepassing een verklaring van de kascommissie. 3. De geldnemer dient jaarlijks, tenminste zes maanden voor aanvang van het boekjaar, een gespecificeerde exploitatiebegroting voor het volgende boekjaar bij het college in te leveren. 4. De geldverstrekker informeert het college jaarlijks, binnen zes maanden na het verstrijken van het boekjaar, of en in hoeverre de geldnemer zijn verplichtingen uit hoofde van de geldleningovereenkomst waarvoor de gemeente garant staat, is nagekomen. 5. De geldnemer verstrekt jaarlijkse rapporten van toezichtinstanties, voor zover een toezichtsinstantie aanwezig is.

7

3. Ongewijzigd

4. De looptijd van de garantie is maximaal gelijk aan de duur waarvoor de lening is verstrekt.

5. Ongewijzigd

1. De geldnemer en geldverstrekker verschaffen het college alle informatie die relevant is voor de garantieverlening en de risico-ontwikkeling van de garantie. De informatie die van belang is voor de risicoontwikkeling van de garantieverstrekking wordt verstrekt zodra deze beschikbaar is. 2. Ongewijzigd

3. Ongewijzigd

4. Ongewijzigd

5. Ongewijzigd

8

Oud

Nieuw

6. De geldnemer en geldverstrekker hebben een informatieplicht jegens de gemeente om zo spoedig mogelijk het college te berichten over: a. het niet nakomen door de geldnemer van de aan de geldlening verbonden betalingsverplichtingen waarvoor de gemeente garant staat; b. wezenlijke wijzigingen van de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om garantie zijn overgelegd; c. rapportages waaruit blijkt dat de resultaten van de (meerjaren) begroting significant nadeliger uitkomen; d. een balanspositie met een solvabiliteitsratio < 10% en bij afwijking van de in artikel 1 lid 9 genoemde ratio’s; e. een statutenwijziging van de geldnemer; f. een fusie van de geldnemer; g. ontbinding van de geldnemer. 7. Het college is bevoegd andere gegevens te vragen die van belang zijn om de risico-ontwikkeling die met de garantstelling samenhangt, te kunnen beoordelen en andere termijnen te hanteren dan de termijnen die in het tweede en derde lid zijn vermeld.

6. De geldnemer en geldverstrekker hebben een informatieplicht tegenover de gemeente om zo spoedig mogelijk het college te berichten over: a. ongewijzigd

Artikel 9. Algemene verplichtingen van de geldnemer 1. De geldnemer is verplicht van de objecten waarvoor een garantie is verleend en die de gemeente hiervoor tot zekerheid strekken, op basis van de herbouwwaarde tegen brand- en stormschade en andere risico’s of aanspraken te verzekeren en verzekerd te houden. 2. De geldnemer is verplicht een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering en een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. 3. De geldnemer is verplicht de objecten waarvoor een garantie is verleend en de objecten die de gemeente hiervoor tot zekerheid strekken in goede staat te houden. 4. Aan de objecten waarvoor een garantie is verleend en aan de objecten die de gemeente hiervoor tot zekerheid strekken, wordt slechts met toestemming van het college een andere bestemming gegeven. 5. De objecten waarvoor een garantie is verstrekt en de objecten die de gemeente hiervoor tot zekerheid strekken, mogen zonder toestemming van het college niet worden verzwaard of vervreemd. 6. De geldnemer is verplicht de lening waarvoor de gemeente garant staat, te bestemmen voor het doel waarvoor de lening is aangegaan.

Artikel 8 – Algemene verplichtingen van de geldnemer Ongewijzigd

b.

ongewijzigd

c.

ongewijzigd

d.

een balanspositie waarbij het eigen vermogen lager is dan 20% van het totale vermogen;

e. ongewijzigd f. ongewijzigd g. ongewijzigd 7. Ongewijzigd

9

Oud

Nieuw

Artikel 10. Stellen voorschriften Het college en voorzover het de raad aangaat, ook de raad, kan aan de beschikking tot garantieverlening voorschriften verbinden betreffende: a. de door de aanvrager aan de gemeente te bieden zekerheden voor verhaal van rente en aflossing van de te verlenen garantie; b. de uitoefening van toezicht op gedragingen en handelingen van de aanvrager ter bescherming van de positie van de gemeente als borg; c. de informatieverstrekking door de aanvrager aan de gemeente; d. overige aangelegenheden die strekken tot bescherming van de belangen van de gemeente als borg.

Artikel 9 - Stellen voorschriften Het college kan aan de beschikking tot garantieverlening voorschriften verbinden betreffende: Ongewijzigd

Artikel 11. Intrekking of wijziging van de garantie Een verleende garantie kan onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48 en 4:49 Algemene wet bestuursrecht worden ingetrokken of gewijzigd indien de overeenkomst van geldlening waarop de garantie betrekking heeft niet binnen drie maanden na verzending van het besluit tot garantieverlening tot stand komt.

Artikel 10 - Intrekking of wijziging van de garantie Ongewijzigd

Artikel 12. Hardheidsclausule 1. Besluiten op aanvragen tot garantieverlening in afwijking van deze verordening worden ter goedkeuring door het college aan de raad voorgelegd. 2. Afwijkingen worden na voorgelegd te zijn in de treasurycommissie (overeenkomstig artikel 13 van het treasurystatuut 2014), schriftelijk gemotiveerd en ter kennis gebracht aan de raad.

Artikel 11 - Hardheidsclausule Het college kan, op advies van de Treasurycommissie en na goedkeuring door de raad, in afwijking van deze verordening op aanvragen tot garantieverlening besluiten. Vervallen

Artikel 13. Overgangsbepaling Deze verordening is niet van toepassing op garanties die reeds zijn verleend of zijn vastgesteld voordat deze verordening in werking treedt. Een uitzondering hierop vormt de informatieplicht die ook van kracht wordt op reeds bestaande garantieverstrekkingen.

Artikel 12 - Overgangsbepaling Deze verordening is niet van toepassing op garanties die reeds zijn verleend of zijn vastgesteld voordat deze verordening in werking treedt.

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening gemeentegaranties Geldleningen 2015’. 3. De Verordening gemeentegaranties Geldleningen 2015, vastgesteld bij raadsbesluit van 31 mei 2012, wordt ingetrokken.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Ongewijzigd 2. Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening gemeentegaranties geldleningen 2021’. 3. De Verordening gemeentegaranties Geldleningen 2015, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 mei 2015, wordt ingetrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10535189/1