bijlage 1. ontwerp Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp WSP SOB011007 RAP001 Digi
Tekst van het document
OPDRACHTGEVER GEMEENTE PIJNACKER-NOOTDORP
BODEMKWALITEITSKAART GEMEENTE PIJNACKER-NOOTDORP 20 JULI 2021
WSP RINGWADE 41, 3429 LM, NIEUWEGEIN
PROJECTNUMMER SOB011007
088-9102000
DOCUMENTNUMMER SOB011007.RAP001
wsp.com/nl-NL
COLOFON GEMEENTE PIJNACKER-NOOTDORP Afdeling Wijkzaken, Team Veiligheid en Handhaving, Vakgebied Bodem CONTACTPERSONEN WSP Jeroen Spronk Karin Reezigt-Struijk
AUTORISATIE PROJECTNUMMER
DOCUMENTNUMMER
STATUS
SOB011007
SOB011007.RAP001
Definitief
OPGESTELD DOOR
FUNCTIE
DATUM
Jeroen Spronk
Senior adviseur
20 juli 2021
COLLEGIALE TOETS DOOR
FUNCTIE
DATUM
Karin Reezigt-Struijk
Adviseur
20 juli 2021
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
PARAAF
PARAAF
WSP 20 juli 2021 pagina 2/26
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doelstelling
5
2
BODEMFUNCTIEKLASSENKAART
7
3
BODEMKWALITEITSKAART
9
3.1
Stap 1: Opstellen programma van eisen
9
3.2
Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden
10
3.3
Gegevensverzameling en gegevensverwerking
11
3.3.1
Selecteren beschikbare gegevens
11
3.3.2
Het samenvoegen van punt- en mengmonsters
11
3.3.3
Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet
11
3.3.4
Het opsporen van uitbijters
12
3.4
Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied
12
3.4.1
Aantal en spreiding meetgegevens
12
3.4.2
Splitsen van deelgebieden
13
3.5
Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden en bodemkwaliteitszones
13
Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones
13
3.7
Stap 8: Bodemkwaliteit
15
3.7.1
Inleiding
15
3.7.2
Kaart met uitgesloten locaties en gebieden
15
3.7.3
Ontgravingskaart
16
3.7.4
Toepassingskaart
17
3.8
Bijzondere omstandigheden
19
3.9
Evaluatie eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart
19
4
EMISSIETOETS
21
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
23
3.6
BRONVERMELDINGEN
26
OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1
— Begrippenlijst Bijlage 2
— Selectie dataset bodemkwaliteits-kaart SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 3/26
Bijlage 3
— Specificatie uitbijters Bijlage 4A
— Statistische parameters bodemkwaliteits-zones (waarden standaardbodem) Bijlage 4B
— Statistische parameters PFAS-verbindingen (gemeten waarden)
OVERZICHT KAARTBIJLAGEN Kaartbijlage 1 —
Bodemfunctieklassenkaart
Kaartbijlagen 2 —
Ligging bodemkwaliteitszones
Kaartbijlagen 3 —
Ontgravingskaarten
Kaartbijlagen 4 —
Toepassingskaarten
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 4/26
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp vinden grondstromen plaats (ontgraven en toepassen van grond) en wordt grond tijdelijk opgeslagen. Hierbij maakt de gemeente gebruik van een eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer[1]. In § 1.2.4 van de nota bodembeheer is aangegeven dat de bodemkwaliteitskaart na 5 jaar wordt geëvalueerd. Dit sluit aan bij artikel 4.3.5 van de Regeling bodemkwaliteit[2] (hierna ‘de Regeling’) waarin staat dat een bodemkwaliteitskaart een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar heeft. Om deze reden wil de gemeente de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart actualiseren. Ook wil de gemeente de eerder vastgestelde bodemfunctieklassenkaart [1] aanpassen. Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader inwerking getreden voor hergebruik van PFAS 1-houdende grond en baggerspecie[3]. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Het tijdelijk handelingskader is op 29 november 2019 en op 2 juli 2020 geactualiseerd. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties.
Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd. De gemeente wil daarom PFAS-verbindingen in de bodemkwaliteitskaart opgenomen hebben. In deze rapportage staat beschreven volgens welke werkwijze de bodemkwaliteitskaart is geactualiseerd en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1.
1.2
DOELSTELLING
Het doel van het aanpassen van de bodemfunctieklassenkaart, is om de gebieden met de ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ beter weer te geven. Het doel van de bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit van de gemeente. De achterliggende doelstelling is de wens van de gemeente om met de bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit bodemkwaliteit [4] (hierna ‘het Besluit’) biedt: — als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); — bij het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie op en in de landbodem; — als bewijsmiddel bij kleinschalig grondverzet; 1
Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 5/26
— om gebiedsspecifiek grondstromenbeleid te voeren; — bij de aanvragen van omgevingsvergunningen (activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming); — bij de interpretatie van een eindsituatie onderzoek na beëindiging van bodemverontreinigende activiteiten als geen nulsitiatieonderzoek is uitgevoerd.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 6/26
2 BODEMFUNCTIEKLASSENKAART In het Besluit is opgenomen dat elke gemeente in Nederland een bodemfunctieklassenkaart moet hebben opgesteld. Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'industrie' en 'wonen' aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor het: — mede bepalen van de eisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.7.4); — vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming [5]. De eerder vastgestelde bodemfunctieklassenkaart[1] is aangepast. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ beter weergegeven. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’ vallen. Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen BODEMFUNCTIEKLASSE
GEBRUIKSVORM
Industrie
— De volgende wegen en bijbehorende (onverharde) bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding): rijkswegen, provinciale wegen, Langelandseweg, Nieuwkoopseweg, Laakweg, Overgauwseweg, Zuideindseweg, Oude Leedeweg, Wilgenweg, Verlengde Komkommerweg (tussen N470 en Delftsestraatweg) en Zijdeweg. — De spoorzone (spoorgebonden gronden). — Metro (RET) gebonden gronden. — (Toekomstige) industrie- en bedrijfsterreinen. — (Toekomstige) percelen in het buitengebied met de bestemming ‘Industrie’.
Wonen
— — — —
(Toekomstige) woonwijken. Lintbebouwing. Sportvelden binnen de bebouwde kom. (Toekomstige) Percelen in het buitengebied met de bestemming ‘Wonen’.
Landbouw/natuur
— — — —
Kassen. Recreatieterreinen in het buitengebied. Landbouw. Natuur.
Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur 2.1): — de erfgrens of; — de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; — de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; — als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 7/26
Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 8/26
3 BODEMKWALITEITSKAART Deze bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten [6]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Stap 2: Stap 3: Stap 4: Stap 5: Stap 6: Stap 7: Stap 8:
Opstellen programma van eisen. Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Controle indeling van het bodembeheergebied. Verzamelen aanvullende informatie. Vaststellen bodemkwaliteitszones. Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart).
3.1
STAP 1: OPSTELLEN PROGRAMMA VAN EISEN
Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: — Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. — De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte. — De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: • De rijkswegen en provinciale wegen inclusief de wegbermen (andere beheerorganisatie). • Aangewezen gemeentelijke wegen: Langelandseweg, Nieuwkoopseweg, Laakweg, Overgauwseweg, Zuideindseweg, Oude Leedeweg, Wilgenweg, Verlengde Komkommerweg (tussen N470 en Delftsestraatweg) en Zijdeweg. • • •
• • • • •
2 3 4 5
Spoorgebonden gronden: spoorlijnen en emplacementen, inclusief spoorbermen en terreinen in eigendom van Rail Infra Trust en NS-Vastgoed (andere beheerorganisatie). Metro (RET) gebonden gronden. Locaties met, of die verdacht zijn voor, een lokale, sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende2 en verwerkende bedrijven3) , inzet blusschuim4 en secundaire bronnen5) én locaties die verdacht zijn op het diffuus voorkomen van bestrijdingsmiddelen. Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Voormalige stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Waterbodems (ander bevoegd gezag; het Hoogheemraadschap van Delfland). De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. Ook het grondwater wordt uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.
Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers).
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 9/26
— De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen6 vastgesteld. — De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente (d.d. 6 oktober 2020) en extra aangeleverde bodemonderzoeken (d.d. 12 januari en 25 februari 2021). Om meetgegevens van de PFAS-verbindingen te verzamelen is gebruik gemaakt van diverse uitgevoerde bodemonderzoeken[7].
3.2 STAPPEN 2 EN 4: ONDERSCHEIDENDE GEBIEDSKENMERKEN EN INDELEN BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden kan verschillen als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Hierbij is in overleg met de gemeente uitgegaan van de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart. De grenzen van een aantal deelgebieden is aangepast vanwege de doorgevoerde wijzigingen in de bodemfunctieklassenkaart. Het is de verwachting dat er geen clustering van hogere of lagere PFAS-gehalten voorkomt in de gemeente. Met deze verwachting worden voor de PFAS-verbindingen in het horizontale vlak de eerder benoemde deelgebieden samengevoegd waardoor 1 PFAS-deelgebied ontstaat. Op basis van ervaringen van WSP en bekende gegevens binnen de gemeente wordt vooralsnog geen onderscheid gemaakt in humusrijke gronden/veengronden en overige gronden 7. PFAS-verbindingen kunnen voor komen in de geroerde bodemlagen. Hierbij is tot 1 meter diepte aangehouden.
De bodemlaag dieper dan 1 meter is vooralsnog niet verdacht voor PFAS-verbindingen. In het verticale vlak worden voor de PFAS-verbindingen 2 bodemlagen onderscheiden: (1) vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte en (2) vanaf 0,5 meter tot 1,0 meter diepte onderscheiden. Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, aangegeven met de code ‘B’), een tussenlaag (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte, aangegeven met de code ‘T’) en de ondergrond (traject vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte, aangegeven met de code ‘O’). Voor de tussenlaag en de ondergrond is de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld. De volgende deelgebieden zijn onderscheiden: — B1/T1/O1. Historische bebouwing en kassen. — B2/T2/O2. Bebouwing na 1945. — B3/T3/O3. Kassen 1945-1970 en wonen na 1990. — B4/T4/O4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970.
6 7
Het betreft 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. Formeel gezien moet het gemeten gehalte aan een PFAS-verbinding in een bodemtype met een organisch stofgehalte van meer dan 10% worden gecorrigeerd naar standaardbodem.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 10/26
3.3 GEGEVENSVERZAMELING EN GEGEVENSVERWERKING 3.3.1 SELECTEREN BESCHIKBARE GEGEVENS De gegevens voor deze bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. In bijlage 2 staat hoe de dataset voor deze bodemkwaliteitskaart is opgebouwd. Ook is een overzicht gegeven van de selecties die zijn uitgevoerd om een representatieve analysegegevens voor de dataset voor deze bodemkwaliteitskaart uit het bodeminformatiesysteem te selecteren. Op 12 januari en 25 februari 2021 heeft de gemeente nog extra bodemonderzoeken aangeleverd. Om meetgegevens van de PFAS-verbindingen te verzamelen is gebruik gemaakt van diverse uitgevoerde bodemonderzoeken[7].
3.3.2 HET SAMENVOEGEN VAN PUNT- EN MENGMONSTERS De dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens [8]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen.
3.3.3 HET VERVANGEN VAN WAARDEN BENEDEN DE DETECTIELIMIET Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 11/26
3.3.4 HET OPSPOREN VAN UITBIJTERS Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. De extreme gehalten die in de voorgaande bodemkwaliteitskaart al als uitbijter waren aangemerkt, zijn ook nu weer uit de dataset verwijderd. Voor de resterende uitbijters is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden of als niet-representatief zijn in vergelijking met de andere resultaten van dat deelgebied. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters.
3.4 STAP 5: CONTROLE INDELING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED 3.4.1 AANTAL EN SPREIDING MEETGEGEVENS De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: — Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. — De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: • Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. • Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. In overleg met de gemeente is vastgesteld dat geen sprake is van een niet-aaneengesloten deelgebied als gebieden worden gescheiden door: — een watergang; en/of — een weg. Door (de aanleg van) deze watergangen en/of wegen zijn deze niet-aaneengesloten deelgebieden ontstaan maar het gebruik van de gebieden is hetzelfde gebleven. De niet-aaneengesloten deelgebieden hebben dus een gelijke bodemopbouw en gebruikshistorie. Daarom staat de gemeente toe dat minder dan 3 meetgegevens in dit type nietaaneengesloten deelgebied aanwezig mag zijn. Voor de PFAS-verbindingen wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het eventueel uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart voor de stoffen kobalt, molybdeen en PCB.
Verspreid over het bodembeheergebied moeten minimaal 30 meetgegevens beschikbaar zijn. Deze systematiek mag conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond[9] ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt. Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 3.3.1),de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4), blijkt dat het aantal gegevens per deelgebied en bodemlaag ruimschoots voldoet. Een enkel niet-aaneengesloten deelgebied voldoet niet aan de minimumeis van 3 beschikbare meetgegevens die representatief zijn voor de bodemkwaliteitskaart: — B3/T3/O3. Kassen 1945-1970 en wonen na 1990: Gebied omsloten door de Overgauwseweg, Dokter W. van der Horstlaan, Europalaan en Tuindersweg in Pijnacker.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 12/26
3.4.2 SPLITSEN VAN DEELGEBIEDEN Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van WSP bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen, minerale olie en PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. De overzichten van de variatiecoëfficiënten staan in de bijlagen 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat bij de meeste deelgebieden voor PAK en soms ook voor molybdeen, PCB of minerale olie sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden.
3.5 STAP 6: VERZAMELEN AANVULLENDE INFORMATIE EN VASTSTELLEN DEFINITIEVE DEELGEBIEDEN EN BODEMKWALITEITSZONES Stap 6 ‘verzamelen aanvullende informatie’ is in overleg met de gemeente niet uitgevoerd. Zoals in § 3.4.1 is gesteld, Enkele niet-aaneengesloten deelgebieden voldoen niet aan de minimumeis van 3 beschikbare meetgegevens (zie § 3.4.1) en worden niet gezoneerd. De deelgebieden die voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeente. Vanwege de mogelijke verschillen in gehalten van PFAS-verbindingen is er een scheiding gemaakt tussen de bovengrond en de tussenlaag. Voor de tussenlaag en de ondergrond is de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld. Voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, aangegeven met de code ‘B’), een tussenlaag (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte, aangegeven met de code ‘T’) en de ondergrond (traject vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte, aangegeven met de code ‘O’) zijn de volgende bodemkwaliteitszones onderscheiden (zie ook de kaartbijlagen 2): — B1/T1/O1. Historische bebouwing en kassen. — B2/T2/O2. Bebouwing na 1945. — B3/T3/O3.
Kassen 1945-1970 en wonen na 1990. — B4/T4/O4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970.
3.6 STAP 7: VASTSTELLEN EN KARAKTERISEREN BODEMKWALITEITSZONES De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie de bijlagen 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling én de toepassingswaarden die zijn benoemd in het ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie’. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 13/26
ontgravingsklasse (zie ook § 3.7.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. In de gemeente Pijnacker-Nootdorp doet dit zich voor in de bodemkwaliteitszone van de bovengrond (0-0,5 m-mv) ‘B1. Historische bebouwing en kassen’. In tabel 3.1 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In de bijlagen 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.7.4). Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeente nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv.
Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt in de gemeente Pijnacker-Nootdorp niet voor. Voor PFAS-verbindingen zijn er geen interventiewaarden beschikbaar, maar er zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOS, PFOA en GenX 8 [10] vastgesteld. De 95-percentielwaarden liggen zeer ruim onder de INEV’s (factor 66 tot 714). Ook zijn de 95-percentielwaarden van de PFAS-verbinding nagenoeg gelijk of liggen ruim onder de toepassingswaarden voor de bodemfuncties Wonen en Industrie (factor 1,8 tot 6,7). Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1. In de gemeente Pijnacker-Nootdorp is in de bodemkwaliteitszones van de bovengrond sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen (zie tabel 3.1). De overzichten van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staan in de bijlagen 4 (kolom 'Heterogeniteit').
Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner. Voor de bodemkwaliteitszones zijn ruim voldoende meetgegevens aanwezig om het gemiddelde gehalte (en dus de kwaliteit) goed te beschrijven. Hierdoor is de heterogeniteit voor de gemeente geen aanleiding om aanvullend onderzoek voorafgaand aan het grondverzet te eisen.
8
INEV’s: PFOS: 110 µg/kg ds; PFOA: 1.100 µg/kg ds; GenX: 97,0 µg/kg ds.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 14/26
Tabel 3.1 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag STERKE HETEROGENITEIT KWALITEITSBEPALENDE [AANTAL BODEMKWALITEITSZONE BODEMKWALITEITSKLASSE STOF MEETGEGEVENS] Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1. Historische bebouwing en kassen.
Wonen
Koper, kwik, lood, molybdeen, zink, PAK
Koper [149], lood [163], zink [167], PFOS-lineair [37]
B2. Bebouwing na 1945.
Wonen
Kwik, lood, PAK
Lood [272], PFOS-lineair [37]
B3. Kassen 1945-1970 en wonen Wonen na 1990.
Cadmium, kwik, lood, molybdeen, zink, PAK
PFOS-lineair [37]
B4. Buitengebied incl. recreatie Landbouw/natuur en kassen na 1970.
-
PFOS-lineair [37]
Tussenlaag en ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte) # T1/O1. Historische bebouwing en kassen.
Wonen
Kwik, lood, molybdeen, PAK
-
T2/O2. Bebouwing na 1945.
Landbouw/natuur
-
-
T3/O3. Kassen 1945-1970 en wonen na 1990.
Landbouw/natuur
-
-
T4/O4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970.
Landbouw/natuur
-
-
#
De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden (2 juli 2020) vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. De ondergrond (1,0-2,0 m-mv) heeft naar verwachting een vergelijkbare of betere kwaliteit als de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv.
3.7 STAP 8: BODEMKWALITEIT 3.7.1 INLEIDING De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.
3.7.2 KAART MET UITGESLOTEN LOCATIES EN GEBIEDEN De uitgesloten niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszones zijn op de ontgravings- en toepassingskaarten weergegeven (zie de kaartbijlagen 3 en 4). Een deel van de uitgesloten locaties en gebieden is niet op kaart afgebeeld. Soms vanwege het dynamische karakter van een locatie of een gebied en/of het relatief kleine oppervlak. Een volledig overzicht is opgenomen in hoofdstuk 4.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 15/26
Deze bodemkwaliteitskaart kan niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven ter plaatse van de uitgesloten locaties en gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In § 4.14.1 en § 6.2 van de nota bodembeheer[11] wordt hier nader op ingegaan.
3.7.3 ONTGRAVINGSKAART De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In § 6.1.2 van de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie de bijlagen 4, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling én de toepassingswaarden die zijn benoemd in het ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.6).
De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.2 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is weergegeven op de kaartbijlagen 3. De kleuren in tabel 3.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 16/26
Tabel 3.2 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone VERWACHTE BODEMKWALITEITSZONE ONTGRAVINGSKLASSE
KWALITEITSBEPALENDE 95-PERCENTIELWAARDE STOF > INTERVENTIEWAARDE
Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1. Historische bebouwing en kassen.
Industrie
Zink
-
B2. Bebouwing na 1945.
Wonen
Kwik, lood, PAK
-
B3. Kassen 1945-1970 en wonen Wonen $ na 1990. *
Cadmium, kwik, lood, molybdeen, zink, PAK
-
B4. Buitengebied incl. recreatie Landbouw/natuur en kassen na 1970.
-
-
Tussenlaag en ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte) ## T1/O1. Historische bebouwing en kassen.
Wonen
Kwik, lood, molybdeen, PAK
-
T2/O2. Bebouwing na 1945.
Landbouw/natuur
-
-
T3/O3. Kassen 1945-1970 en wonen na 1990. *
Landbouw/natuur
-
-
T4/O4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970.
Landbouw/natuur
-
-
#
De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassingen van grond. ## De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassingen van grond. De ondergrond (1,0-2,0 m-mv) heeft naar verwachtring een vergelijkbare of betere kwaliteit als de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv. $ Deze bodemkwaliteitszone is verdacht voor (diffuus) verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen. * In deze zone is een deelgebied niet gezoneerd
3.7.4 TOEPASSINGSKAART De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In § 6.1.2 van de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. In tabel 3.3 is de toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op de kaartbijlagen 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.3 komen overeen met de gebruikte kleuren op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1) en de toepassingskaarten (zie de kaartbijlagen 4).
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 17/26
Tabel 3.3 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit
BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIE
TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER BESLUIT BODEMKWALITEITSKLASSE BODEMKWALITEIT @
Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # Industrie B1. Historische bebouwing en kassen.
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie B2. Bebouwing na 1945.
Wonen
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Wonen Landbouw/natuur
B3. Kassen 1945-1970 en wonen Wonen na 1990. Landbouw/natuur
Wonen
Industrie B4. Buitengebied incl. recreatie Wonen en kassen na 1970. Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Tussenlaag en ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte) ## Industrie T1/O1. Historische bebouwing en kassen.
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Wonen Landbouw/natuur
Industrie T2/O2. Bebouwing na 1945.
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur T3/O3. Kassen 1945-1970 en wonen na 1990.
Wonen Landbouw/natuur Industrie
T4/O4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970.
Wonen Landbouw/natuur
#
De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. ## De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. De ondergrond (1,0-2,0 m-mv) heeft naar verwachtring een vergelijkbare of betere kwaliteit als de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv. @ De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 18/26
3.8 BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In § 6.1.2 van de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. Voorbeelden hiervan zijn gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS): www.zuid-holland.nl).
3.9 EVALUATIE EERDER VASTGESTELDE BODEMKWALITEITSKAART De eerder vastgestelde bodemfunctieklassenkaart is op enkele punten aangepast waarmee de bodemfuncties ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’ beter worden weergegeven. Vanwege de aanpassingen in de bodemfunctieklassenkaart zijn ook wijzigingen doorgevoerd in de deelgebieden. Enkele gebieden vallen nu in de bodemfunctie ‘Industrie’ (was ‘Wonen’) en zijn de Zijdeweg en de Verlengde Komkommerweg (tussen N470 en Delftsestraatweg) op de kaarten aangegeven (bodemfunctie ‘Industrie’ en uitgesloten van de bodemkwaliteitskaarten). Ook is voor enkele gebieden de bodemfunctie veranderd in ‘Wonen’ (was ‘Landbouw/natuur’) of ‘Landbouw/natuur’ (was ‘Wonen’). In vergelijking met de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart zijn de te verwachten ontgravingsklassen en de generieke toepassingseisen in een aantal bodemkwaliteitszones gewijzigd. Deze zijn weergegeven in tabel 3.5. Een reden voor het wijzigen van de kwaliteitsklasse is dat de gemiddelde gehalten, die worden gebruikt bij de classificatie van de kwaliteit, in de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart soms weinig verschillen van de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen en/of de landelijke achtergrondwaarden. Een relatief klein verschil kan er dan voor zorgen dat een bodemkwaliteitszone dan in een andere kwaliteitsklasse valt.
Omdat bij deze bodemkwaliteitskaart veel meer meetgegevens beschikbaar zijn dan de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart, wordt de bodemkwaliteit beter onderbouwd. Ook zijn er weinig wijzigingen in de toepassingseisen in het generiek kader van het Besluit bodemkwaliteit. Tot slot zijn enkele voorheen niet-gezoneerde gebieden in deze bodemkwaliteitskaart wél gezoneerd.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 19/26
Tabel 3.5 Verschil verwachte ontgravingskwaliteit en toepassingseisen eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart en deze bodemkwaliteitskaart VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE 2014 [AANTAL TOEPASSINGSEIS MEETGEGEVENS] 2014
VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE 2021 [AANTAL TOEPASSINGSEIS MEETGEGEVENS] 2021
B2. Bebouwing na 1945.
Landbouw/natuur [47-178]
Landbouw/natuur
Wonen [86-272]
Afhankelijk van functie: Wonen Landbouw/natuur
B3. Kassen 19451970 en wonen na 1990.
Industrie [27-126]
Afhankelijk van functie: Wonen Wonen [119-221] Landbouw/natuur
Afhankelijk van functie: Wonen Landbouw/natuur
BKK-ZONE
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 20/26
4 EMISSIETOETS Binnen het Besluit is een verbijzondering opgenomen: het toetsingskader voor het toepassen van grond in grootschalige toepassingen. In de kern van de grootschalige toepassing mag grond tot en met de (ontgravings-) kwaliteitsklasse ‘Industrie’ worden toegepast. Er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem. Wel geldt als eis dat de uitloging van de toegepaste grond aan de eisen van het Besluit en de Regeling moet voldoen. Concreet houdt dat in dat, bij gehalten groter dan de emissietoetswaarden, een uitloogonderzoek moet plaatsvinden. De resultaten van dit uitloogonderzoek worden vervolgens getoetst aan de eisen die het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit hieraan stellen. In het kader van deze bodemkwaliteitskaart zijn alleen de gemiddelde waardes van de bodemkwaliteitszone ‘B1. Historische bebouwing en kassen’, waar de gemiddelde ontgravingskwaliteitsklasse ‘Industrie’ is vastgesteld, getoetst aan de emissietoetswaarden uit de Regeling (zie bijlage B, tabel 1). De gemiddelde ontgravingskwaliteit van de andere bodemkwaliteitszones vallen in de klassen ‘Wonen’ of ‘Landbouw/natuur’. Deze kwaliteitsklassen voldoen aan de emissietoetswaarden. De emissietoetswaarden zijn in tabel 4.1 weergegeven. De toetsresultaten van de bodemkwaliteitszone ‘B1. Historische bebouwing en kassen’ zijn ook in tabel 4.1 weergegeven.
Hieruit blijkt dat de gemiddelde waarde van de bodemkwaliteitszone ‘B1. Historische bebouwing en kassen’ van alle relevante stoffen lager zijn dan de emissietoetswaarde. Dit betekent dat er geen belemmering is om vrijkomende grond in de gemeente Pijnacker-Nootdorp, van gezoneerde gebieden en niet-verdachte locaties, toe te passen in een grootschalige bodemtoepassing. In het tijdelijk handelingskader voor het toepassen van PFAS-houdende grond zijn ook toepassingswaarden voor grootschalige toepassingen opgenomen. De toepassingswaarden voor PFAS-houdende grond die wordt verwerkt in de kern van de grootschalige bodemtoepassing boven grondwaterniveau9 moeten voldoen aan de toepassingswaarden voor de bodemfunctieklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’, of een betere kwaliteit: — PFOA: 7,0 µg/kg ds. — Alle andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. De toepassingswaarden voor PFAS-houdende grond die wordt verwerkt in het lichaam van de grootschalige bodemtoepassing onder grondwaterniveau10 moeten voldoen aan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden: PFOA: 1,9 µg/kg ds en de andere PFAS-verbindingen: 1,4 µg/kg ds. Oók moet worden aangetoond dat de PFAS-houdende grond die wordt verwerkt in de leeflaag van de grootschalige bodemtoepassing voldoet aan de toepassingswaarden van de locatie waar de grootschalige bodemtoepassing wordt gerealiseerd.
9 10
Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: Op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 21/26
Tabel 4.1 Overzicht emissietoetswaarden en resultaten emissietoets bodemkwaliteitszone ‘B1. Historische bebouwing en kassen’ STOF
GEMIDDELDE WAARDE (IN MG/KG DS)
EMISSIETOETSWAARDE (IN MG/KG DS)
OVERSCHRIJDING EMISSIETOETSWAARDE
cadmium
0,52
4,3
Nee
kobalt
11,0
130
Nee
koper
43,0
113
Nee
kwik
0,37
4,8
Nee
lood
139,7
308
Nee
molybdeen
1,64
105
Nee
nikkel
24,6
100
Nee
zink
211,8
430
Nee
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 22/26
5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES Voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp is de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart geactualiseerd. Op de bodemkwaliteitskaart wordt de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit van de gemeente weergegeven (ontgravingskwaliteit) als ook de toepassingseis als grond of gerijpte baggerspecie wordt toegepast. In de bodemkwaliteitskaart van de gemeente zijn op basis van gebruik(shistorie) en bodemkwaliteit in totaal 4 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, 4 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden en ook 2 bodemkwaliteitszones voor PFASverbindingen (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv; zie de kaartbijlagen 2). De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen11 vastgesteld. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeente nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen.
Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter van een vergelijkbare of betere kwaliteit is als de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv. De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: — De rijkswegen en provinciale wegen inclusief de wegbermen (andere beheerorganisatie). — Aangewezen gemeentelijke wegen: Langelandseweg, Nieuwkoopseweg, Laakweg, Overgauwseweg, Zuideindseweg, Oude Leedeweg, Wilgenweg, Verlengde Komkommerweg (tussen N470 en Delftsestraatweg) en Zijdeweg. — Spoorgebonden gronden: spoorlijnen en emplacementen, inclusief spoorbermen en terreinen in eigendom van Rail Infra Trust en NS-Vastgoed (andere beheerorganisatie). — Metro (RET) gebonden gronden. — Locaties met, of die verdacht zijn voor, een lokale, sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende12 en verwerkende bedrijven13) , inzet blusschuim14 en secundaire bronnen15) én locaties die verdacht zijn op het diffuus voorkomen van bestrijdingsmiddelen. — Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). — Een enkel niet-aaneengesloten gebied van de bodemkwaliteitskaart als gevolg van een tekort aan meetgegevens die representatief zijn voor de bodemkwaliteitskaart: • B3/T3/O3.
Kassen 1945-1970 en wonen na 1990: Gebied omsloten door de Overgauwseweg, Dokter W. van der Horstlaan, Europalaan en Tuindersweg in Pijnacker — Voormalige stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). — Waterbodems (ander bevoegd gezag; het Hoogheemraadschap van Delfland). — De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. — Ook het grondwater wordt uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. 11
12 13 14 15
Het betreft 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers).
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 23/26
In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en bodemlagen een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. De kleuren in tabel 4.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op de bodemfunctieklassen, ontgravings- en toepassingskaart (respectievelijk de kaartbijlagen 1, 3 en 4). Een bijzondere positie kennen de zogenaamde grootschalige bodemtoepassingen. In deze toepassingen mag grond tot en met de (ontgravings-) kwaliteitsklasse Industrie worden toegepast. Er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem. Wel moet de toe te passen grond voldoen aan de eisen die gesteld worden aan de uitloging. Uit deze bodemkwaliteitskaart blijkt dat in alle bodemkwaloiteitszones de gemiddelde waarden voor alle stoffen lager zijn dan de emissietoetswaarden. Dit betekent dat er geen belemmering is om vrijkomende grond in de gemeente Pijnacker-Nootdorp, van gezoneerde gebieden en niet-verdachte locaties, toe te passen in een grootschalige bodemtoepassing. Toe te passen PFAS-houdende grond moet voldoen aan de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader PFAS-houdende grond en baggerspecie (zie hoofdstuk 4).
Evaluatie eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart De eerder vastgestelde bodemfunctieklassenkaart is op enkele punten aangepast waarmee de bodemfuncties ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’ beter worden weergegeven. Vanwege de aanpassingen in de bodemfunctieklassenkaart zijn ook wijzigingen doorgevoerd in de deelgebieden. Enkele gebieden vallen nu in de bodemfunctie ‘Industrie’ (was ‘Wonen’) en zijn de Zijdeweg en de Verlengde Komkommerweg (tussen N470 en Delftsestraatweg) op de kaarten aangegeven (bodemfunctie ‘Industrie’ en uitgesloten van de bodemkwaliteitskaarten). Ook is voor enkele gebieden de bodemfunctie veranderd in ‘Wonen’ (was ‘Landbouw/natuur’) of ‘Landbouw/natuur’ (was ‘Wonen’). In vergelijking met de eerder vastgestelde zijn de te verwachten ontgravingsklassen en de generieke toepassingseisen in een aantal bodemkwaliteitszones gewijzigd. Deze zijn weergegeven in tabel 3.5. Omdat bij deze bodemkwaliteitskaart veel meer meetgegevens beschikbaar zijn dan de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart, wordt de bodemkwaliteit beter onderbouwd. Ook zijn er weinig wijzigen in de toepassingseisen in het generiek kader van het Besluit bodemkwaliteit. Tot slot zijn enkele voorheen niet-gezoneerde gebieden in deze bodemkwaliteitskaart wél gezoneerd.
Tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij de voorkomende bodemfunctie conform het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond.
BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIE
VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE
TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER BESLUIT BODEMKWALITEIT @
Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # Industrie B1. Historische bebouwing en kassen.
Wonen
Industrie 1)
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie B2. Bebouwing na 1945.
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur B3. Kassen 1945-1970 en wonen Wonen na 1990. * Landbouw/natuur
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Wonen 1)
Wonen Landbouw/natuur
Wonen $
Wonen Landbouw/natuur
WSP 20 juli 2021 pagina 24/26
Vervolg tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij de voorkomende bodemfunctie conform het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAShoudende grond.
BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIE
VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE
TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER BESLUIT BODEMKWALITEIT @
Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # Industrie B4. Buitengebied incl. recreatie Wonen en kassen na 1970. Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Tussenlaag en ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte) ## Industrie T1/O1. Historische bebouwing en kassen.
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Wonen Landbouw/natuur
Industrie T2/O2. Bebouwing na 1945.
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur T3/O3. Kassen 1945-1970 en wonen na 1990. *
Wonen Landbouw/natuur Industrie
T4/O4. Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970.
Wonen Landbouw/natuur
1) De toets om de bodemkwaliteitsklasse (mede bepalend voor de toepassingseis) en de ontgravingsklasse te bepalen verschilt.). De toetsingsmethodiek voor de ontgravingsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse. Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden zoals in de bodemkwaliteitszone van de bovengrond (0-0,5 m-mv) ‘B1. Historische bebouwing en kassen’. # De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassingen van grond.
## De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassingen van grond. De ondergrond (1,0-2,0 m-mv) heeft naar verwachtring een vergelijkbare of betere kwaliteit als de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv. @ De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. $ Deze bodemkwaliteitszone is verdacht voor (diffuus) verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen. * In deze zone is een deelgebied niet gezoneerd
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 25/26
BRONVERMELDINGEN [1]
[2] [3] [4] [5] [6] [7]
[8] [9] [10] [11]
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Pijnacker-Nootdorp, projectcode: 11K140, CSO Adviesbureau voor MilieuOnderzoek B.V., 15 december 2014. Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, projectcode: 11K140, CSO Adviesbureau voor MilieuOnderzoek B.V., 15 december 2014. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en 2 juli 2020. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Bodemonderzoek Oude Polder te Pijnacker, projectcodes opdrachtgever 1905077BU, 1905077BU-01, 1905077BU-02, 1905077BU-03, Tritium. Bodemonderzoek Tuindershof, projectcode opdrachtgever PYTU20200282. Bodemonderzoek BKK PFAS Pijnacker-Nootdorp, projectcode opdrachtgever 190745-B01, Koenders & partners, 28 mei 2020. Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998.
Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari 2020. Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020. Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, herzien definitief, WSP, 2021.
SOB011007 – Bodemkwaliteitskaart gemeente Pijnacker-Nootdorp SOB011007.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Pijnacker-Nootdorp
WSP 20 juli 2021 pagina 26/26
OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1
— Begrippenlijst Bijlage 2
— Selectie dataset bodemkwaliteitskaart Bijlage 3
— Specificatie uitbijters Bijlage 4A
— Statistische parameters bodemkwaliteits-zones (waarden standaardbodem) Bijlage 4B
— Statistische parameters PFAS-verbindingen (gemeten waarden)
BIJLAGE
1
Bijlage 1 - Begrippenlijst
BEGRIPPENLIJST
pagina 1/11
BIJLAGE 1 - BEGRIPPENLIJST Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. De gemeente heeft voor het toepassen op of in de landboden hiervoor strenger beleid vastgesteld. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.