bijlage 1 kaderstellende notitie Vitale Glastuinbouwgebieden, 9 april 2024 (na college)
Tekst van het document
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden Zaaknummer: 1501192 Verantwoordelijke afdeling: Beleid Beleidsprogramma: Economie en Glastuinbouw 1 Portefeuillehouder: Frank van Kuppeveld Versie: 9 april 2024
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
Inleiding Pijnacker-Nootdorp is van oudsher een glastuinbouwgemeente. De glastuinbouw vormt nog steeds een belangrijk deel van de identiteit van zowel onze gemeente als van de regio. Dit deel van het land is bij uitstek geschikt voor glastuinbouw. Dat komt onder andere door het klimaat, de nabijheid van veilingen en handelshuizen om producten af te zetten, de aansprekende kennis- en onderwijsinstellingen in onze regio en de korte afstand tot zowel Schiphol als de haven in Rotterdam. De producten die in de kassen worden geteeld kunnen hierdoor snel en effectief door het hele land worden verspreid en geëxporteerd naar veelal andere landen in Noord-Europa.
In deze kadernotitie worden de kaders gesteld die nodig zijn om het Omgevingsprogramma Glastuinbouw te kunnen maken. Deze kaderstellende notitie bevat inhoudelijke en procesmatige kaders die de raad meegeeft aan het college voor het opstellen van het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden. Hiermee bepaalt de raad onder andere de inhoudelijke doelen, de reikwijdte, de wijze van participatie en te zetten stappen om te komen tot een omgevingsprogramma.
Daarnaast speelt de glastuinbouw als sterke, innovatieve en hoogproductieve sector een rol van economische betekenis op nationaal en internationaal niveau. Zij is internationaal marktleider en is als topsector goed voor ruim 23 miljard aan toegevoegde waarde. Grofweg veertig procent hiervan komt uit de Greenport West-Holland. Pijnacker-Nootdorp vormt samen met de gemeenten Lansingerland, Waddinxveen en Zuidplas het Oostland. Het Oostland vormt samen met het Westland (inclusief Barendrecht, Ridderkerk en Voorne aan Zee) de Greenport West-Holland, hét samenwerkingsverband van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden, en is daarmee de grootste Greenport van Nederland en Europa op het gebied van versproducten, handel en techniek binnen de glastuinbouw. De glastuinbouw is daarmee ook een grote werkgever in onze gemeente en regio.
Figuur 1: ligging glastuinbouwgebieden Pijnacker-Nootdorp
De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil de glastuinbouwgebieden verder versterken, in overeenstemming met de Omgevingsvisie 2050. Er wordt gewerkt aan een omgevingsprogramma voor het scheppen van de juiste randvoorwaarden bij het verder ontwikkelen van de betreffende glastuinbouwgebieden naar kwalitatieve en efficiënte gebieden met ruimte voor innovatie, verduurzaming en modernisering van de glastuinbouw. Daarbij worden functies als water, bodem, milieu, economie, energie, verkeer, natuur en leefbaarheid niet vergeten. 2
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................. 2 Inhoudsopgave ....................................................................................................... 3 1.
Waarom een omgevingsprogramma? ...................................................... 4
2.
Grenzen omgevingsprogramma ............................................................... 5
3.
Doel van het omgevingsprogramma ........................................................ 6
4.
De omgevingsvisie is startpunt................................................................. 7
5.
Kaders omgevingsprogramma.................................................................. 8
6.
Proces ..................................................................................................... 16
7.
Participatie ............................................................................................. 18
8.
Financiën ................................................................................................ 19
Bijlage 1: participatietabellen ............................................................................... 20
3
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
1. Waarom een omgevingsprogramma? De Omgevingsvisie laat de mogelijkheid open om drie omgevingsprogramma’s te maken (voor ieder glastuinbouwgebied één) of juist één omgevingsprogramma voor alle glastuinbouwgebieden. In oktober 2023 is de gemeenteraad geïnformeerd (zaaknummer 1454581) over het voornemen om één omgevingsprogramma te maken voor alle drie de glastuinbouwgebieden. Enerzijds omdat de opgaven in de drie glastuinbouwgebieden Noukoop, Pijnacker-West, Pijnacker-Oost veelal van een gelijke orde zijn en daarom vragen om één aanpak. Anderzijds omdat de overstijgende integrale opgaven waar de glastuinbouw een bepalende rol in heeft, zo urgent zijn dat één samenhangend en integraal programma wenselijk is. Actuele ontwikkelingen zoals de transformatie (op termijn) van gebieden naar woningbouw, de energietransitie en afwijkend of strijdig gebruik bevestigen de noodzaak om nu met één gebiedsgericht omgevingsprogramma te starten.
(een veerkrachtige leefomgeving). Om de ambities in deze ontwikkelingslijnen te realiseren is het dan ook van belang om een omgevingsprogramma voor de vitale glastuinbouwgebieden op te stellen.
WAT IS EEN OMGEVINGSPROGRAMMA? Het omgevingsprogramma is één van de kerninstrumenten in de Omgevingswet. Hierin kunnen overheden beleid en maatregelen opstellen om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. Het omgevingsprogramma is een beleidskader en werkt de Omgevingsvisie uit in tactisch, uitvoerend beleid en maatregelen. Verder geeft het omgevingsprogramma input voor het omgevingsplan.
De redenen voor het opstellen van een omgevingsprogramma voor de vitale glastuinbouwgebieden zijn divers. Enerzijds wordt er uitvoering gegeven aan de prioriteiten die in het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 zijn gesteld. Daarin is namelijk opgenomen dat in deze bestuursperiode een omgevingsprogramma wordt opgesteld. Anderzijds is voor het behoud en de versterking van één van de drie belangrijkste pijlers van onze lokale economie belangrijk dat de randvoorwaarden voor toekomstbestendig ondernemen geborgd zijn. Daarnaast heeft de glastuinbouw directe relaties met de andere ontwikkelingslijnen uit de Omgevingsvisie zoals woningbouw (karakteristieke kernen), groene verbindingen (onderscheidend groen) en omgevingskwaliteit 4
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
2. Grenzen omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden gaat primair over de blauwe gebieden op de kaart (figuur 1). Dit zijn de gebieden waar we ook op de lange termijn de glastuinbouw zich zien ontwikkelen, moderniseren en herstructureren. Secundair kijken we ook naar de gebieden die op termijn van functie kunnen veranderen. Deze transformatiegebieden zijn door middel van een rode lijn aangegeven op de kaart hiernaast. We nemen deze gebieden mee omdat er op de korte tot middellange termijn in sommige gebieden de glastuinbouwfunctie zal blijven functioneren. Transformatie vindt, overeenkomstig de Omgevingsvisie plaats en heeft een horizon tot 2050. Bovendien willen we de bedrijven die daar nu zitten en willen blijven ondernemen een goede toekomst kunnen bieden in de vitale glastuinbouwgebieden. Deze ondernemers betrekken we bij de ontwikkeling van het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden.
Figuur 2: begrenzing van het omgevingsprogramma
5
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
3. Doel van het omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie. Met dit omgevingsprogramma willen we de economische kracht versterken en de ruimte in de (glas)tuinbouwgebieden efficiënter gebruiken. Daarom bevat het omgevingsprogramma concrete doelen voor de komende tien jaar en een overzicht van de wijze waarop we die doelen gaan bereiken. Het omgevingsprogramma maken we niet alleen en ook niet voor de gemeente alleen. Het is de basis voor samenwerkingen en moet duidelijkheid en richting bieden te midden van een snel veranderende omgeving. Bovendien is het omgevingsprogramma de basis voor het opstellen van regels in het omgevingsplan. AANLEIDING De aanleiding voor het maken van een omgevingsprogramma voor de Vitale Glastuinbouwgebieden is meervoudig. Enerzijds zijn deze algemeen zoals de implementatie van de omgevingswet en de uitvoering van de omgevingsvisie. Anderzijds zijn deze gebiedsspecifiek zoals het suboptimale ruimtegebruik, het afwijkend gebruik, de collectieve belangen (water, energie) en de wens tot het versterken van de economische kracht.
DOELEN ✓ ✓ ✓ ✓
Uitwerken omgevingsvisie; Borgen participatie; Uitvoerbaar toekomstverperspectief; Integrale benadering van verschillende opgaven.
RESULTATEN ❖ ❖ ❖
Op basis van analyse uitgewerkte doelen en regels; Gericht op versterking van de economische kracht en optimalisatie ruimtegebruik; Basis voor uitvoering, maatregelen, beheer, handhaving, ontwikkeling en omgevingsplan
6
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
4. De omgevingsvisie is startpunt De Omgevingsvisie schetst een wenkend perspectief voor de toekomst. In 2050 zijn er in Pijnacker-Nootdorp drie toonaangevende, moderne en innovatieve glastuinbouwgebieden. Daarmee horen we tot de top van de (inter)nationale glastuinbouw in Nederland en daarbuiten. De sector is economisch rendabel, duurzaam en innovatief. Na herstructurering zijn er emissieloze en circulaire kassen waarin wordt geteeld. Daarnaast wordt onder gesloten dek geteeld en is de bedrijfsvoering verbreed door onder andere ketenintegratie en vertical farming. De glastuinbouw is een goede buur van de natuur, inwoners en recreanten. Er zijn natuurvriendelijke groenstroken, producten zijn lokaal te koop en de gebieden beleefbaar. Verduurzaming vindt onder andere plaats door geothermiebronnen en emissieloze mobiliteit. In de Omgevingsvisie staat waar we voor gaan en hoe dat er uit kan zien: ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Passende huisvesting arbeidsmigranten (zie paragraaf 3.2 Omgevingsvisie) Lokale verkoop van producten (zie paragraaf 2.2 Omgevingsvisie) Groene verbindingen met kansen voor biodiversiteit (zie paragraaf 1.4 Omgevingsvisie) Herstructurering (zie paragraaf 3.1 Omgevingsvisie) Innovatieve bedrijven (zie paragraaf 3.3 Omgevingsvisie) Goede en duurzame bereikbaarheid (zie paragraaf 2.3 Omgevingsvisie) Duurzame energie (zie paragraaf 4.1 Omgevingsvisie) Goede omgevingskwaliteit (zie paragraaf 4.3 Omgevingsvisie)
7
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
5. Kaders omgevingsprogramma In het omgevingsprogramma voor de glastuinbouwgebieden komen alle fysieke, economische en sociale opgaven uit de Omgevingsvisie bij elkaar. In het omgevingsprogramma komen de volgende thema's afzonderlijk en in samenhang met elkaar aan de orde: 1. Water en bodem 2. Milieu 3. Economie 4. Innovaties 5. Ruimtegebruik 6. Energie 7. Verkeer 8. Natuur 9. Leefbaarheid
Figuur 3: samenhang tussen de thema’s
Deze thema’s staan niet op zichzelf, maar zijn op allerlei manieren verbonden met elkaar. Het onderstaande figuur verbeeldt deze complexiteit (figuur 2). Nieuwe inzichten en verbanden die tijdens het opstellen van het Omgevingsprogramma naar boven komen worden toegevoegd aan dit figuur.
8
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
5.1 water en bodem
5.2 milieu
De kwaliteit van het water in de glastuinbouwgebieden is (nog) niet goed genoeg en voldoet nog niet aan de daaraan gestelde eisen. Dat komt mede door de glastuinbouw. We streven ernaar om samen met de betrokken partijen, zoals de glastuinbouwbedrijven en het Hoogheemraad van Delfland, ervoor te zorgen dat de waterkwaliteit in 2027 voldoet aan de Kaderrichtlijn Water.
Lichthinder is een thema dat gemeenten onder de Omgevingswet zelf moeten afwegen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat daarom geen rijksinstructieregels voor lichthinder. Uitzondering daarop is de assimilatiebelichting. Hierover staan rijksregels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In de glastuinbouw wordt veel assimilatiebelichting toegepast om het productieproces te bevorderen. Dit levert in de avond of nachtelijke uren hinder op voor de nabije omgeving. Momenteel zijn er bedrijven die met een maatwerkvergunning meer lichtuitstraling mogen hebben. Inmiddels is het technisch mogelijk om geen lichtuitstraling meer te hebben door nieuwe technieken als led-verlichting. Onderdeel van het omgevingsprogramma is heroverwegen van dit maatwerk zodat er geen uitstraling is van assimilatiebelichting in de nacht.
Naast waterkwaliteit is het ook van belang dat er voldoende water beschikbaar is. Door de klimaatverandering moeten we ons instellen op langere droogteperiodes. Het tegengaan van verzilting van het oppervlaktewater is een opgave die de komende jaren aandacht gaat vragen. Glastuinbouwbedrijven gebruiken tussen de 4.000 en 12.000 m³ water per hectare per jaar 1. We stellen ons ten doel om de vraag naar water zoveel mogelijk te verminderen en om water zowel onder- als bovengronds op te slaan zodat er ook in droge tijden voldoende water van goede kwaliteit beschikbaar is. Daarbij komt dat door het waterpeil in de polders op peil te houden voorkomen we extra bodemdaling. Het wordt steeds drukker in de bodem. Dat geldt ook voor de glastuinbouwgebieden. Het gebruik van de verschillende bodemlagen voor bijvoorbeeld wateropslag, warmtekoude opslag en geothermie vraagt om optimale benutting én collectieve oplossingen. Ons doel is om de bodem optimaal en duurzaam te benutten
De ODH is belast met een deel van de vergunningverlening en met de controle van milieuregels. Daarbij is handhaving van overtredingen een belangrijk instrument. Het is in het belang van alle betrokkenen om de samenwerking tussen gemeente, ondernemers en ODH te optimaliseren. De luchtkwaliteit in de gemeente is mede door de glastuinbouw minder dan in de rest van Nederland. De WKK’s in de glastuinbouwgebieden zorgen voor een forse uitstoot van NOx. De glastuinbouw neemt meer dan 25% van de totale uitstoot van de NOx in de regio voor zijn rekening2.
Doelstellingen water en bodem: 1. Er is voldoende water van een goede kwaliteit beschikbaar voor de glastuinbouwbedrijven; 2. De waterkwaliteit van het oppervlaktewater voldoet aan de KaderRichtlijn Water; 3. De bodem wordt optimaal en duurzaam benut;
1
https://kringlooplandbouw.wur.nl/kringlooplandbouw/waterglastuinbouw#:~:text=Context,glastuinbouw%20dus%20van%20cruciaal%20belang.
Doelstellingen milieu: 4. Beëindigen maatwerk uitstraling assimilatiebelichting in de nacht; 5. Optimaliseren van de samenwerking met de ODH op het gebied van vergunningverlening en handhaving; 6. Verbeteren van de luchtkwaliteit;
2
Luchtverontreiniging in de regio Haaglanden, wat is de impact op de gezondheid van inwoners, september 2023, GGD Haaglanden
9
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
5.3 economie
5.4 innovaties
De glastuinbouwsector is, naast haar functie als productiecentrum, een belangrijke motor van innovatie en technologische vooruitgang. Dit speelt zowel lokaal als regionaal. Daarnaast acteert het glastuinbouwcluster op mondiaal niveau en moet het zich dus continu blijven ontwikkelen om zijn positie als topsector te ondernemers, onderzoekers, scholing en beleidsmakers nauw samenwerken om duurzame oplossingen te ontwikkelen.
De glastuinbouw is een innovatieve sector en moet zich door de (inter)nationale markt waarop het zich beweegt, continu blijven ontwikkelen om zijn positie als topsector te kunnen blijven behouden. Het bieden van ruimte voor innovatie is een belangrijke voorwaarde. Bedrijven moeten zich, naast de teeltactiviteiten, ook kunnen richten op nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld productie gerelateerde activiteiten als veredeling, be- en verwerking en verpakkingen) en trends (bijvoorbeeld crossovers, vertical farming, digitalisering en kunstmatige intelligentie), die nieuwe verdienmodellen kunnen opleveren. Alleen dan kan de glastuinbouw zich doorontwikkelen. Het doel is om de glastuinbouw (experimenteer)ruimte te bieden zodat de sector kan blijven innoveren en daarmee de positie als topsector kan behouden en versterken. In het omgevingsprogramma verkennen we welke maatregelen en regels daarvoor nodig zijn. Een voorbeeld daarvan is de heroverweging van de begripsomschrijving van glastuinbouw in het omgevingsplan.
De transformatie van de sector door automatisering en digitalisering heeft geleid tot een groeiende behoefte aan gekwalificeerd personeel. Om te voorzien in de behoeften van een snel veranderende arbeidsmarkt en het behoud van de kennis binnen de sector is samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid van belang. In het omgevingsprogramma verkennen we maatregelen zoals de samenwerking met de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal, het versterken van de banden met lokale werkgevers en het programma 'Werken, Werken aan en Meedoen'. Doelstellingen economie: 7. Behouden en versterken positie van de glastuinbouw als mondiale economische topsector; 8. Ontwikkelen en behouden van kennis binnen de sector; 9. Stimuleren van de samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid; 10. Er is voldoende personeel met passend opleidingsniveau beschikbaar;
Een specifieke vorm van innovatie is circulariteit. Onder circulaire glastuinbouw verstaan we een teeltsysteem waarin grondstoffen (zoals fossiele brandstoffen) niet worden uitgeput. Reststoffen worden volledig opnieuw ingezet in de teelt of als grondstof voor andere productieprocessen 3. Doelstelling van het omgevingsprogramma is om een concrete ambitie voor circulariteit te benoemen. Verder willen we in het omgevingsprogramma opnemen met wie we daarvoor samen gaan werken (andere sectoren, campussen en regionale partners) en wat er nodig is om deze doelstelling te bereiken. Doelstellingen innovatie: 11. Bieden van (experimenteer)ruimte om te kunnen blijven innoveren; 12. Concrete ambitie voor circulariteit inclusief maatregelen voor het bereiken van deze ambitie;
3
https://www.glastuinbouwnederland.nl/publiek/home/duurzaamheid/circulairekas/#:~:text=Wat%20is%20circulair%3F,als%20grondstof%20voor%20andere%20productieprocessen
10
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
5.5 ruimtegebruik Vanuit de Omgevingsvisie is gekozen om drie glastuinbouwgebieden binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp te behouden en te versterken. Pijnacker-West, Pijnacker-Oost en Noukoop zijn de aangewezen gebieden met tezamen een bruto oppervlakte van circa 550 hectare. Er zijn vier gebiedsdelen, die tot 2050 getransformeerd kunnen worden naar woningbouw. Dat zijn de Dwarskade, Balijade, Rijskade en Overgauw. Samen hebben deze gebieden een bruto oppervlakte van circa 100 hectare. Binnen de drie te behouden glastuinbouwgebieden is (schuif)ruimte aanwezig om de bestaande glastuinbouwbedrijven verder uit te breiden, is er ruimte voor uitplaatsers vanuit de transformatiegebieden en is er ruimte voor nieuwkomers van buitenaf. Het omgevingsprogramma heeft dan ook tot doel dat de gronden primair, doelmatig en optimaal gebruikt worden voor de glastuinbouw.
ruimte te creëren voor andere doelen binnen de glastuinbouwgebieden, zonder de sector te beperken. Denk bijvoorbeeld aan ruimte voor groene verbindingen, energietransitie en water.
Doelstellingen ruimtegebruik: 13. De gronden primair, doelmatig en optimaal gebruiken voor de glastuinbouw; 14. Ruimte creëren voor andere doelen binnen de glastuinbouwgebieden zonder dat de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken; 15. Beschikken over effectieve sturingsmethoden en financieringsmogelijkheden voor herstructurering met overheden en bedrijfsleven;
Het primair gebruiken van de gronden voor glastuinbouw in de drie glastuinbouwgebieden betekent ook dat ander gebruik niet is toegestaan en functies die niet in het gebied thuishoren moeten worden aangepakt. Wonen, anders dan door de eigen ondernemers, is een functie die niet in de glastuinbouw thuishoort en primair, doelmatig en optimaal gebruik in de weg kan staan. In het omgevingsprogramma verkennen we welke woningen in de weg staan voor de ontwikkeling van de glastuinbouw. Ook bevat het maatregelen op het gebied van handhaving, legalisatie, uitplaatsing of sanering. Tijdens de participatiesessie is door de sector opgeroepen: “Neem als gemeente meer regie bij herstructurering”. Voor het optimaal gebruiken van de gronden stellen we ons ten doel sturingsmethoden en financieringsmogelijkheden te ontwikkelen die de herstructurering ingang zet. Dat doen we met andere overheden (rijk, provincie, et cetera) maar nadrukkelijk ook met de sector. Wij verwachten ook juist van de sector dat zij zelf inspanningen doen om tot duurzame, innovatieve en toekomstbestendige glastuinbouwgebieden te komen. We zoeken samen met de sector naar manieren om eigenaren van leegstaande kassen en schuren te stimuleren om mee te doen aan herstructurering of verkoop aan gezonde en welwillende glastuinbouwondernemingen. Door de gronden zo doelmatig en optimaal te gebruiken stellen we ons ten doel om 11
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
5.6 energie In lijn met de ambities van het rijk4, de gemeente5 en de sector6 zelf is het doel van het omgevingsprogramma om in 2040 energie- en klimaatneutraal te zijn. Dat betekent dat de glastuinbouw dan alleen maar duurzame energie verbruikt. Op dit moment heeft de glastuinbouw, ondanks de al gerealiseerde reductie van verbruik van energie, nog steeds een hoge energievraag in de vorm van zowel warmte als elektriciteit. De energievoorziening wordt nu voor het grootste deel gevoed vanuit fossiele brandstoffen. De huidige aardwarmtebronnen voorzien nog maar voor een deel in de duurzame warmtevraag. Met de recent afgekondigde netcongestieproblematiek, vraagt de energietransitie in de glastuinbouw onorthodoxe maatregelen. In het omgevingsprogramma verkennen we maatregelen die kunnen bijdragen aan de doelstelling van energie- en klimaatneutraliteit zoals zon, warmte, waterstof en wind. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen om netcongestie te verkleinen, netwerkverzwaring, warmtenetten, energiecoöperaties en energie-uitwisseling. De glastuinbouw kan daarbij ook een belangrijke “startmotor” zijn van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving door koppeling van warmtenetten tussen de glastuinbouw en de kernen.
Doelstellingen energie: 16. De glastuinbouwsector is in 2040 energie- en klimaatneutraal; 17. Toekomstbestendige, duurzame en robuuste energievoorzieningen; 18. Heldere beschrijving van de rol van de glastuinbouw in de energievoorziening in Pijnacker-Nootdorp;
De glastuinbouw heeft ook een belangrijke positie in de elektriciteitsvoorziening voor het regionale en nationale net. Door de grote vraag naar elektriciteit die de glastuinbouw uitoefent en de mogelijkheid om zelf elektriciteit te produceren dragen zij bij aan de balancering van het landelijke elektriciteitsnetwerk. De andere kant is dat dit ook kan bijdragen aan netcongestie. In het omgevingsprogramma verkennen en benoemen we of en hoe de glastuinbouw een rol heeft bij de energievoorziening van de hele gemeente inclusief de daarvoor benodigde infrastructuur.
4
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/04/22/koers-naar-klimaatneutraleglastuinbouw-2040 5 https://www.pijnacker-nootdorp.nl/direct-regelen/bouwen-en-wonen/energietransitie/37518/
6
https://www.glastuinbouwnederland.nl/content/glastuinbouwnederland/ docs/Verantwoorde_Glastuinbouw/Visiedocumenten_2018/Visiedocument_Energie.pdf
12
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
5.7 verkeer Voor de glastuinbouw is het belangrijk dat de producten snel kunnen worden vervoerd naar hun bestemming. Zij maken daarvoor gebruik van de (hoofd)wegenstructuur van Pijnacker-Nootdorp, die vervolgens weer aansluit op de provinciale en landelijke wegenstructuur. Het doel is om een sluitende lokale hoofdwegenstructuur te realiseren, waardoor de woonkernen zoveel mogelijk worden ontlast. Dit kan door het toevoegen van ontbrekende schakels. Zo wordt momenteel al gewerkt aan de realisatie van de verlengde Komkommerweg. Het onderliggend wegennetwerk in de glastuinbouwgebieden is fijnmazig en brengt producten, goederen en werknemers van en naar de bedrijven. Een deel van het onderliggend wegennetwerk is smal en dat staat op gespannen voet met de steeds groter wordende vrachtwagens die de glastuinbouwbedrijven bezoeken. Ons doel is om het onderliggend wegennetwerk te optimaliseren en de maatregelen die daarvoor nodig zijn te benoemen.
en tegelijkertijd de leefkwaliteit in de gebieden positief beïnvloeden. Daarom stellen we ons ten doel om duurzame mobiliteit in de glastuinbouw te stimuleren. Doelstellingen verkeer: 19. Een sluitende, lokale hoofdwegenstructuur door het oplossen van ontbrekende schakels; 20. Een fijnmazig onderliggend wegennetwerk in de glastuinbouw is geschikt voor de vrachtwagens; 21. Veilige en aantrekkelijke langzaam verkeersroutes door de glastuinbouwgebieden voor (recreatieve) fietsers en werknemers; 22. Stimuleren duurzame mobiliteit;
Het ontbreekt aan veilige en aantrekkelijke, recreatieve fietsroutes door de glastuinbouwgebieden. Nu zijn de gebieden minder aantrekkelijk voor recreanten en fietsers. Dit draagt niet bij aan de verbinding tussen de samenleving en de sector. Door de wegen in de glastuinbouwgebieden ook geschikt te maken voor (recreatieve) fietsers worden bedrijven bereikbaar voor (lokale) werknemers, kunnen fietsers door het glastuinbouwgebied naar hun bestemming gaan en recreanten genieten van een veilige en aantrekkelijke route. We stellen ons ten doel om veilige en aantrekkelijke langzaam verkeersroutes door de glastuinbouwgebieden te realiseren. Op het gebied van duurzame mobiliteit staat de glastuinbouw én de regio voor een grote opgave om tot de gewenste CO2-reductie te komen. Onder duurzame mobiliteit valt een breed scala aan maatregelen. Denk aan het beter benutten van bestaande infrastructuur door minder, ander en schoner vervoer door samenwerking in transport met nieuwe transporttechnieken en collectief vervoer om onnodige kilometers te voorkomen. Ook schoner vervoer, met bijvoorbeeld elektrische vrachtauto’s, is een vorm van verduurzaming van mobiliteit. Slimme en duurzame logistiek kan bijdragen aan deze milieu- en mobiliteitsdoelstelling 13
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
5.8 natuur
5.9 leefbaarheid
De glastuinbouwgebieden zijn primair bedoeld voor de glastuinbouw. Zoals beschreven in paragraaf 6.5 stellen we ons ten doel op ruimte te maken voor groene verbindingen. Natuurlijke groen- en waterzones dragen bij aan de verbetering van de waterkwaliteit, een goede ruimtelijke inpassing van de glastuinbouw en het verbeteren van de biodiversiteit in én om de kas verbeteren. Dit laatste draagt weer bij aan het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen én het duurzaam imago van de glastuinbouw. Daarnaast kan het groen en het water in de glastuinbouw ook als verbindende recreatieve corridor voor de omliggende groengebieden of kernen fungeren.
In het omgevingsprogramma gaan we in op zowel de leefbaarheid in het gebied als de meerwaarde van het gebied voor de samenleving. Het glastuinbouwgebied is primair een gebied om te ondernemen. Hoewel er ook gewoond wordt is dat altijd verbonden met en ondergeschikt aan deze economische functie. Veel van de hierboven genoemde thema’s, zoals waterkwaliteit, biodiversiteit, hoofdwegenstructuur, dragen bij aan de leefbaarheid in en om het gebied.
Doelstellingen natuur: 23. Ruimte creëren voor groene verbindingen binnen de glastuinbouwgebieden zonder de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken; 24. Verbeteren van de biodiversiteit in en om de kas.
Daarnaast willen we met het omgevingsprogramma bijdragen aan verbinding van de glastuinbouwsector met de samenleving van Pijnacker-Nootdorp. PijnackerNootdorp is van oudsher een glastuinbouwgemeente. Door afname van glastuinbouw en toename van woningbouw met nieuwe bewoners van buitenaf is er meer onbegrip ontstaan over de glastuinbouw binnen de gemeente. Het is van belang om hier samen met de sector aandacht aan te besteden en de verbinding (sociaal, economisch, fysiek) te leggen. We willen daarmee bereiken dat de waarde van de sector breder bekend wordt en uitgelegd wordt en indien nodig hoe producten tot stand komen en welk doel het dient. Het omgevingsprogramma maakt inzichtelijk welke maatregelen daarvoor genomen kunnen worden.
Doelstellingen leefbaarheid: 25. Leefkwaliteit voor de bewoners (ondernemers) van de glastuinbouwgebieden is op peil; 26. Verbinden van de glastuinbouw met de samenleving van PijnackerNootdorp.
14
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
19.
5.10 samenhang tussen de de doelstellingen Zoals we in de eerste paragraaf van dit hoofdstuk al hebben aangegeven, hangen de thema’s en doelstellingen allemaal met elkaar samen. Iedere doelstelling staat bij het thema waar deze in hoofdzaak betrekking op heeft. Om verder te illustreren dat een doelstelling terug komt in of betrekking heeft op meerdere thema’s, hebben we onderstaand overzicht gemaakt. nr
doelstelling
paragraaf
1.
Er is voldoende water van een goede kwaliteit beschikbaar voor de glastuinbouwbedrijven; De waterkwaliteit van het oppervlaktewater voldoet aan de KaderRichtlijn Water; De bodem wordt optimaal en duurzaam benut; Beëindigen maatwerk uitstraling assimilatiebelichting in de nacht; Optimaliseren van de samenwerking met de ODH op het gebied van vergunningverlening en handhaving; Verbeteren van de luchtkwaliteit; Behouden en versterken positie van de glastuinbouw als mondiale economische topsector;
5.1, 5.3
2. 3. 4. 5. 6. 7.
8. 9. 10. 11. 12. 14. 15. 16. 17. 18.
Ontwikkelen en behouden van kennis binnen de sector; Stimuleren van de samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid; Er is voldoende personeel met passend opleidingsniveau beschikbaar; Bieden van (experimenteer)ruimte om te kunnen blijven innoveren; Concrete ambitie voor circulariteit inclusief maatregelen voor het bereiken van deze ambitie; De gronden primair, doelmatig en optimaal gebruiken voor de glastuinbouw; Ruimte creëren voor andere doelen binnen de glastuinbouwgebieden zonder dat de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken; Beschikken over effectieve sturingsmethoden en financieringsmogelijkheden voor herstructurering met overheden en bedrijfsleven; De glastuinbouwsector is in 2040 energie- en klimaatneutraal; Toekomstbestendige, duurzame en robuuste energievoorzieningen;
20. 21. 22. 23. 24.
5.1 25. 5.1, 5.3 5.2, 5.3 5.2, 5.3 5.2, 5.4 5.1, 5.3, 5.4, 5.5, 5.6, 5.7 5.3, 5.4 5.3
26. 27.
Heldere beschrijving van de rol van de glastuinbouw in de energievoorziening in Pijnacker-Nootdorp; Een sluitende, lokale hoofdwegenstructuur door het oplossen van ontbrekende schakels; Een fijnmazig onderliggend wegennetwerk in de glastuinbouw is geschikt voor de vrachtwagens; Veilige en aantrekkelijke langzaam verkeersroutes door de glastuinbouwgebieden voor (recreatieve) fietsers en werknemers; Stimuleren duurzame mobiliteit; Ruimte creëren voor groene verbindingen binnen de glastuinbouwgebieden zonder de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken; Verbeteren van de biodiversiteit in en om de kas.
Leefkwaliteit voor de bewoners (ondernemers) van de glastuinbouwgebieden is op peil; Verbinden van de glastuinbouw met de samenleving van PijnackerNootdorp.
5.4, 5.6 5.3, 5.7 5.3, 5.7 5.7 5.6, 5.7 5.3, 5.5, 5.8 5.1, 5.2, 5.5, 5.8, 5.9 5.1, 5.2, 5.9 5.3, 5.4, 5.6, 5.8, 5.9
5.3 5.2, 5.3, 5.4, 5.5 5.1, 5.4 5.3, 5.4, 5.5, 5.6 5.1, 5.5, 5.6 5.3, 5.4, 5.5 5.1, 5.6 5.2, 5.3, 5.6
15
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
6. Proces Om te komen tot een omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden volgen we het onderstaande proces. Per stap is aangegeven welk product wordt opgeleverd en wanneer dit product gereed is. Gezien de complexiteit van het proces en de vele stakeholders kan de planning in de loop van het proces aangepast moeten worden. De voortgang wordt gemonitord via de planning en control-cyclus (programma 2). De participatie is nader uitgewerkt in hoofdstuk 7.
1 2
3 4. 5.
• bestuursopdracht • deel I participatieverslag • kaderstellende notitie • ontwerp omgevingsprogramma • deel II participatieverslag • ontwerp omgevingsprogramma ter info aan raad en ter inzage • deel III participatieverslag • omgevingprogramma Vitale glastuinbouwgebieden • definitief participatieverslag
Stap 1: participatie (gereed) De bestuursopdracht is vastgesteld door het college. De raad is daarover via de actieve informatieplicht geïnformeerd. Daarna is het projectteam van start gegaan. Eén van de eerste acties is geweest het ophalen van informatie in de interne organisatie en bij de stakeholders in de glastuinbouw. Dat is gedaan in de vorm van inspiratiesessie. De inspiratiesessie met tuinders, belangenorganisaties en mede-overheden heeft plaatsgevonden op 6 februari 2024. Hiervan is een verslag gemaakt. Dit vormt deel I van het participatieverslag.
Stap 2: kaderstellende notitie (gereed) Met de informatie uit de inspiratiesessie en al het bestaande beleid voor de glastuinbouwgebieden is vervolgens de voorliggende kaderstellende notitie opgesteld. Hierin zijn de inhoudelijke en procesmatige kaders opgenomen. Dit document wordt vastgesteld door de gemeenteraad en vormt de basis waarlangs het omgevingsprogramma zowel op inhoud als qua proces zal worden gemaakt. In de kaderstellende notitie is tevens een participatieparagraaf opgenomen. Hierin staat op hoofdlijnen welke partijen we willen betrekken bij het opstellen van het omgevingsprogramma en welke rol de verschillende partijen in verschillende fasen hebben. Stap 3: ontwerp omgevingsprogramma (juni 2025) In deze stap gaan we daadwerkelijk aan de slag met het opstellen van het omgevingsprogramma. We werken toe naar een toekomstbeeld voor de glastuinbouw en een uitvoeringsagenda om het gewenste toekomstbeeld te bereiken. De gemeenteraad wordt betrokken bij het maken van de keuzes. We zijn voornemens om bij het opstellen van het ontwerp-omgevingsprogramma de methode van ontwerpend onderzoek te gebruiken. Dit is een werkwijze waarbij innovatieve ontwerpbenaderingen worden toegepast om tot duurzame en doelgerichte oplossingen te komen. Het bevat een grondige verkenning van ontwerpopties en ruimtelijke mogelijkheden die aansluiten bij de visie en ambities van het programma.
Door gebruik te maken van ontwerpend onderzoek worden creatieve ideeën gegenereerd en wordt geëxperimenteerd met verschillende scenario’s. Het onderzoek dient niet alleen als inspiratiebron, maar ook als middel om tastbare voorstellen te ontwikkelen die bijdragen aan een duurzaam en evenwichtige ontwikkeling van het gebied. Hierdoor wordt het ontwerpend onderzoek een waardevol instrument om de concrete implementatie van het omgevingsprogramma te ondersteunen, te verrijken met innovatieve oplossingen en stakeholders deel te laten nemen aan het ontwerpproces. Deze stap wordt afgesloten met het vaststellen van een ontwerp Omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouw door het college.
16
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
Stap 4: participatie over het ontwerp omgevingsprogramma (september 2025) Het ontwerp wordt ter informatie aangeboden aan de raad. De raad heeft de mogelijkheid om het ontwerp omgevingsprogramma te agenderen en te bespreken. Het college stelt in stap 5 (zie hieronder) het omgevingsprogramma vast. Ook wordt het ontwerp omgevingsprogramma ter inzage gelegd voor zienswijzen. Als laatste (en verplicht) onderdeel van de participatie wordt het ontwerp Omgevingsprogramma ter inzage gelegd. De samenleving krijgt daarmee de mogelijkheid om te laten weten hoe zij denkt over het ontwerp. Hoe wij omgaan met de reacties wordt opgenomen in een zienswijzen verslag. De reacties kunnen aanleiding zijn om aanpassingen te doen aan het ontwerp. Met deze aanpassingen stellen we de definitieve versie van het Omgevingsprogramma op.
SAMENWERKING TUSSEN COLLEGE EN RAAD Hoewel het omgevingsprogramma een bevoegdheid is van het college, werken college en raad samen bij opstelling en uitvoering van het omgevingsprogramma. De raad wordt op de volgende manier betrokken: ✓ Stap 2: raad stelt de kaderstellende notitie vast; ✓ Stap 3: raad wordt betrokken bij het maken van keuzes; ✓ Stap 4: ontwerp omgevingsprogramma wordt aangeboden aan de raad. De raad kan het ontwerp agenderen; ✓ Stap 5: raad ontvangt het vastgestelde omgevingsprogramma.
Stap 5: vaststelling en uitvoering (januari 2026) Voor het opstellen van het programma trekken het college en de raad samen op, maar het Omgevingsprogramma wordt vastgesteld door het college. Het Omgevingsprogramma wordt ter informatie aan de raad worden aangeboden. In het omgevingsprogramma staat ook op welke wijze de voortgang en effectiviteit van regels en maatregelen zal worden gemonitord en geëvalueerd. Na vaststelling van het Omgevingsprogramma start de uitvoering. Onderdeel van de uitvoering van het programma is de vertaling van het programma naar de juridische regels in het Omgevingsplan. Om omgevingsprogramma te verankeren in de praktijk, moet het worden vertaald naar het Omgevingsplan. In deze vertaalslag worden de doelstellingen, ambities en strategieën van het programma omgezet in specifieke ruimtelijke regelgeving. Het omgevingsplan fungeert als het juridisch bindende document dat de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen, functies, en gebruiksmogelijkheden in het betreffende gebied vastlegt.
17
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
7. Participatie De gemeente neemt het initiatief voor het omgevingsprogramma maar kan en wil niet zonder de samenleving dit omgevingsprogramma maken. De wijze waarop we participeren met de samenleving is beschreven in het participatiebeleid. Door dit beleid toe te passen op de specifieke kenmerken van het omgevingsprogramma voor de glastuinbouwgebieden, komen we tot het onderstaande participatieproces.
meewerken. Dit is hieronder nader uitgewerkt en verbonden met de thema’s die in hoofdstuk 5 van deze kaderstellende notitie zijn benoemd. De onderstaande lijst van stakeholders is niet limitatief. In de loop van het proces zullen we ongetwijfeld meer partijen tegenkomen die kennis, expertise of ideeën hebben. Deze partijen voegen we dan toe aan de onderstaande partijen en geven hun een vergelijkbare rol in het proces. ONDERWERP
STAKEHOLDERS MET KENNIS EN EXPERTISE OP ÉÉN OF MEERDERE ONDERWERPEN NMP, Natuurlijk Delfland, Hoogheemraadschap van Delfland
ROL
MILIEU ECONOMIE
NMP, Natuurlijk Delfland, ODH, GGD Glastuinbouw Nederland, Greenport West-Holland, Rabobank, OVPN, OFPN bestuursleden Pijnacker-West, Pijnacker-Oost en Noukoop, Tuinbouwjongeren Oostland, ondernemers
Meedenken Meedenken
INNOVATIES RUIMTEGEBRUIK ENERGIE
Glastuinbouw Nederland, TU Delft, InHolland, WUR, SOB Glastuinbouw Nederland, provincie Zuid-Holland, Stedin, Tennet, warmtecoöperatie Noukoop, WSO
Meedenken Meedenken Meedenken
VERKEER NATUUR LEEFBAARHEID
MRDH NMP, Natuurlijk Delfland Collectief wonen in buitengebied, bewonersverenigingen, inwoners Pijnacker-Nootdorp
Meedenken Meedenken Meedenken
ALGEMEEN
Gemeente Lansingerland, gemeente Westland, Hoogheemraadschap van Delfland, Omgevingsdienst Haaglanden, MRDH, Glastuinbouw Nederland, Greenport West-Holland, Provincie Zuid-Holland, Rijk
Meedenken
WATER EN BODEM
7.1 rol van de raad en samenleving Zowel de gemeenteraad als de inwoners, ondernemers en de samenleving weten en denken mee bij het opstellen van het omgevingsprogramma. In iedere stap zal dat anders worden vormgegeven. 7.2 Doel van de participatie Participatie is geen doel op zich, het is een middel om het omgevingsprogramma inhoudelijk te verbeteren, opgaven te benoemen en concreet te maken, oplossingen te zoeken en draagvlak te verkennen. Dat leidt tot de volgende doelen: ✓ Ophalen van kennis en ideeën bij de verschillende stakeholders zodat het omgevingsprogramma zo compleet mogelijk wordt; ✓ In beeld brengen van de belangen van diverse stakeholders zodat we kunnen zien waar deze elkaar kunnen versterken of waar deze elkaar tegenspreken. Dit helpt bij het onderbouwen van keuzes en het benoemen van maatregelen; ✓ Verbinden van verschillende stakeholders waarmee we kennis over en begrip voor elkaar en elkaars belangen kunnen vergroten. 7.3 niveau van participatie In het gemeentelijk participatiebeleid zijn vier participatieniveaus beschreven: meeweten, meedenken, meewerken en meebeslissen. Bij het opstellen van dit omgevingsprogramma zetten we in op een mix van meeweten, meedenken en
Meedenken
We zijn voornemens om in de fase van het ontwerpend onderzoek ook een aantal partijen te laten participeren op het niveau meewerken. In een later stadium wordt bepaald welke partijen hiervoor geschikt zijn en hoe we het samenwerken gaan vormgeven. Per fase in het proces bekijken we steeds welke participatiemethoden het meest geschikt zijn. Dat kan variëren van live themasessies tot een online enquête. De uitgangspunten (doelen, stakeholders en rollen) zijn in deze kaderstellende notitie beschreven en vormen de leidraad voor de verdere invulling van de participatie.
18
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
8. Financiën Voor het opstellen van de kaderstellende notitie zijn reeds financiële middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn bedoeld voor participatie, onderzoek en advies. Er zijn (nog) geen financiele middelen gevraagd of beschikbaar voor de maatregelen die voortvloeien uit het omgevingsprogramma. Gedurende het proces van het opstellen van het omgevingsprogramma zullen we de benodigde financiële middelen in beeld brengen. We gaan ervan uit dat financiën een belangrijke afweging zullen vormen voor het omgevingsprogramma. Zo kan het bijvoorbeeld zo zijn dat de financiële middelen die nodig zijn om een doelstelling voor 100% te halen, zo groot zijn dat de ambitie naar beneden bijgesteld moet worden. Dat proces van rekenen en tekenen doen we in de vorm van ontwerpend onderzoek. In het (ontwerp) omgevingsprogramma zal een kostenraming en een daarbij behorend dekkingsvoorstel worden opgenomen. Definitieve besluitvorming over de financiële middelen vindt plaats via de planning en controlcyclus door de gemeenteraad.
19
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
Bijlage 1: participatietabellen Op 6 november 2023 hebben we van vele ondernemers en organisatie input gekregen voor deze kaderstellende notitie. Dat is beschreven in het eerste deel van het participatieverslag. Hieronder is de waardevolle inbreng van de samenleving per thema/doelstelling gerangschikt, zodat goed zichtbaar is hoe de informatie is verwerkt in de voorliggende kaderstellende notitie. Thema 1: Water en bodem Er is voldoende water van een goede kwaliteit beschikbaar voor de glastuinbouwbedrijven;
De waterkwaliteit van het oppervlaktewater voldoet aan de gestelde eisen;
Input uit participatieavond • Waterkwantiteit • Waterkwantiteit t.b.v. glastuinbouw (hoe omgaan met droogte) • •
De bodem wordt optimaal en duurzaam benut
• • •
Thema 2: Milieu Beëindigen maatwerk uitstraling assimilatiebelichting in de nacht;
• • •
Verbeteren van de samenwerking met de ODH op het gebied van vergunningverlening en handhaving
• • •
Houden aan de Kaderrichtlijn water Waterkwaliteit samen aanpakken Waterbodemkwaliteit verbeteren Zit een bedrijf op de juiste plek; water/bodem/drainage Maatwerkpakket samenstellen t.b.v. effectiviteit ondergronds ruimtegebruik
•
• •
Verbeteren van de luchtkwaliteit
•
Licht in avond/nacht, donkerte beschermen Licht naar natuur beperken Licht naar woonwijken beperken Lichthinder beperken of geen lichthinder richting buitengebied ODH/HHD live terugbrengen Samenwerking ODH gaat moeizaam (buiten kijken) Handhaving: goeden niet onder de kwaden lijden Handhaving en bestrijding Handhaving van belang in duurzame glastuinbouwgebieden Slechte kwaliteit lucht
20
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
Thema 3: Economie Behouden en versterken positie van de glastuinbouw als mondiale economische topsector;
•
•
Ontwikkelen en behouden van kennis binnen de sector;
• •
• Stimuleren van de samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid;
• •
Er is voldoende personeel met passend opleidingsniveau beschikbaar
•
•
Zorgen voor innovatie zodat Nederland voorop blijft lopen in kennis en kunde Innovatie → veel meer test locaties promoten & kennis hierover delen (om de Nederlandse voorsprongen te behouden) Kennis behouden Als bedrijven stoppen, het personeel bij een ander bedrijf laten komen → kennis niet verloren laten gaan Hoogwaardige (kennis) arbeid Scholing kansen benutten bij bedrijven Intensievere en structurele samenwerking met MBO/HBO/WO Automatisering, digitalisering en robotisering → hoger opgeleiden Arbeidsdichtheid omhoog vanuit werkgelegenheid
Thema 4: Innovatie Bieden van (experimenteer)ruimte om te kunnen blijven innoveren;
•
• • Concrete ambitie voor circulariteit inclusief maatregelen voor het bereiken van deze ambitie
Thema 5: Ruimtegebruik De gronden primair, doelmatig en optimaal gebruiken voor de glastuinbouw;
Innovatie → veel meer test locaties promoten & kennis hierover delen (om de Nederlandse voorsprongen te behouden) Ruimte voor technische en sociale innovatie Ruimte om te ondernemen
•
Gemeente zet een ambitie voor de meest circulaire regio en faciliteer ondernemers die stappen willen zetten maximaal
•
Meer druk op de gronden die leeg liggen; hoe deze vrij te spelen voor glastuinbouw Helderheid over de toekomst van de gebieden Het bestaande cluster zoveel als mogelijk behouden, er is een minimum areaal nodig Ruimte gebruik beter benutten, vermenging van functies. Gemeente meer actieve regie op sturing
• •
Ruimte creëren voor andere functies/doelen binnen de glastuinbouwgebieden zonder de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken;
•
Beschikken over effectieve sturingsmethoden en financieringsmogelijkheden voor herstructurering met overheden en bedrijfsleven
•
21
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
Thema 6: Energie De glastuinbouwsector is in 2040 energie-en klimaatneutraal;
• • •
• Toekomstbestendige, duurzame en robuuste energievoorzieningen;
• • • • •
Heldere beschrijving van de rol van de glastuinbouw in de energievoorziening in Pijnacker-Nootdorp
• • •
CO2 uit buitenlucht Vergroenen Aardwarmte meer beschikbaar maken voor gezonde gemeente Schone energie Energievoorziening voor toekomst Schone energie Waterstof Windenergie Aardwarmte Toekomstvisie duidelijk → energie rotonde Helderheid over toekomst van de gebieden Duidelijkheid vanuit overheid! Planvorming na Omgevingsprogramma
Thema 7: Verkeer Een sluitende, lokale hoofdwegenstructuur door het oplossen van ontbrekende schakels;
•
• • • • • Een fijnmazig onderliggend wegennetwerk geschikt voor de vrachtauto’s die de glastuinbouwbedrijven bezoeken; Veilige en aantrekkelijke langzaam verkeerroutes door de glastuinbouwgebieden voor (recreatieve) fietsers en werknemers;
• •
Onderliggend wegennet Verkeersveiligheid
• •
Lopen en fietsen Beide kanten fietspad Nootdorpseweg Fietsen en utiliteit scheiden
• Stimuleren duurzame mobiliteit
Brede wegen voor verkeer → Noord-Pijnacker, Noukoop en Overgaauw Bredere wegen en passeer plekken Goede omleiding, niet door het dorp Bereikbaarheid Zuid-Holland Verbinding door Overgaauw Noukoop, Pijnacker-west en Pijnacker-oost verbindingen
• •
Lopen en fietsen Beide kanten fietspad Nootdorpseweg
22
Kaderstellende notitie omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden
Thema 8: Natuur Ruimte creëren voor groene verbindingen binnen de glastuinbouwgebieden zonder de ontwikkeling van de glastuinbouw te beperken;
•
•
•
• • Verbeteren van de biodiversiteit in en om de kas
• • •
•
•
Natuur groenblauwe corridors tuinbouwgebied draagt bij aan flora en fauna Gesubsidieerde groen/bijenstrook; verlengstuk groenstrook (uit ondernemersfonds) Eco.verbreding door oevergebieden ± 25m inrichting Landschappelijke inrichting rond gebieden Overhoeken groen inrichten Gestapelde kassen → ruimte voor groen Biodiversiteit Natuur groenblauwe corridors tuinbouwgebied draagt bij aan flora en fauna Gesubsidieerde groen/bijenstrook; verlengstuk groenstrook (uit ondernemersfonds) Landschappelijke inrichting rond gebieden
Thema 9: Leefbaarheid Leefkwaliteit voor de bewoners (ondernemers) van de glastuinbouwgebieden is op peil; Verbinden van de glastuinbouw met de samenleving van Pijnacker-Nootdorp
•
Kwaliteit van het bedrijf (uitstraling naar buiten)
•
Verbinding met de samenleving en draagvlak. Echt invulling aan gezondheid en geluk (regionale leefbaarheidsketens) De waarde van de sector blijven uitleggen, samen. Waarom doen we hoe we het doen? Moestuinen voor verbinding maatschappij (uit ondernemersfonds) Knooppunten route zoals in het Westland Speeltuinen Bankjes fietsen/wandelen
•
•
• • •
23