CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Energie definitief

Raad Oordeelvorming 10 april 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 15706913.426 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsprogramma 'Energie' Kaderstellende notitie

Registratienummer: 1973642 Verantwoordelijk domein: Fysieke Leefomgeving Beleidsprogramma: Duurzaamheid en Veiligheid Portefeuillehouder: Frank Van Kuppeveld Opdrachtgever: Programmamanager: Opstellers: Versie: 1.0

1

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave .............................................................................................................................2 1

Inleiding ...............................................................................................................................3

2

Waarom een omgevingsprogramma energie? ..........................................................................5

3

De noodzaak van lokale snelheid ............................................................................................6 3.1

Risico's .........................................................................................................................7

4

kern van het Energietransitieplan 2025 ...................................................................................7

5

aanvullende inhoudelijke kaders .............................................................................................8

6

5.1

Duurzame mobiliteit ......................................................................................................8

5.2

Logistiek laden ..............................................................................................................8

5.3

Snelladen .....................................................................................................................8

De vertaling van ETP naar omgevingsprogramma Energie en uiteindelijk een Omgevingsplan.....9 6.1

Opzet omgevingsprogramma .........................................................................................9

6.2

Vertaling naar omgevingsplan ......................................................................................10

7

Participatie..........................................................................................................................10

8

Integrale werkwijze .............................................................................................................11

9

overzicht bijlages.................................................................................................................11

2

1 INLEIDING De energietransitie raakt ons allemaal. Het is een onderwerp dat de samenleving bezighoudt en waar bijna iedereen wel een mening over heeft. Wij definiëren het begrip energietransitie als: De overgang van energie uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas en steenkool, naar volledig duurzaam opgewekte energie. In 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie “Verbonden met elkaar” vastgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft diverse ontwikkelingslijnen, waarvan “Een veerkrachtige leefomgeving voor mensen, planten en dieren” er één is. De drie ambities die hiervoor zijn geformuleerd zijn: 1. Een duurzame gemeente; 2. Een klimaatbestendige gemeente; 3. Een goede omgevingskwaliteit. In dit kader is het Energietransitieplan (ETP) 2021 gemaakt en door de raad vastgesteld. In 2024 zijn zowel de Wet Gemeentelijk Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) als de Energiewet vastgesteld. De Wet Collectieve Warmte (WCW) zal naar verwachting in 2025 worden vastgesteld. De WGIW geeft gemeente de verantwoordelijkheid om het publieke kader te schetsen voor met name de warmtetransitie. Een van de verplichtingen hierin is het opstellen van een warmteprogramma. Dit is een verplicht programma onder de omgevingswet. In Pijnacker-Nootdorp hebben we een relatief grote warmtevraag. De wijze waarop we dit invullen raakt ook onze elektriciteitsvoorziening.

Wij vertalen daarom het verplichte warmteprogramma in een omgevingsprogramma Energie (We lichten dit later nader toe). Nog niet alle wetgeving is door vastgesteld. Deels zal deze uitwerking plaats vinden gedurende het opstellen van dit omgevingsprogramma. Mogelijk zal dit het proces en voorgestelde werkwijze veranderen en aanpassen. De belangrijkste uitwerking vindt plaats in het Besluit Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (BGIW). Hierin komt de betaalbaarheid aan de orde. In Pijnacker-Nootdorp vinden we dat de energietransitie eerlijk, haalbaar en betaalbaar moet zijn. We missen hiervoor nog de kaders en richting. De BGIW en de voorjaarnota 2025 moet hierin duidelijkheid gaan geven. Hieronder staat een overzicht weergegeven van de belangrijkste landelijke ontwikkelingen die van belang zijn voor het omgevingsprogramma. Ontwikkeling:

Doelen:

In werking:

Wet Collectieve

De ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te

01/01/2026

Warmte (WCW)

vergemakkelijken;

(verwacht)

waarborgen van betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmtelevering

3

Wet Gemeentelijke

Gemeenten de bevoegdheden geven die nodig zijn

Instrumenten

om regie te voeren in de wijk- of gebiedsgerichte

Warmtetransitie

aanpak van de warmtetransitie

01/01/2026

(WGIW) Besluit Gemeentelijke

Dit besluit zal meer duidelijkheid geven over de

Instrumenten

vereisten voor een warmteprogramma

01/07/2025

Warmtetransitie (BGIW) PBL publiceert nieuwe

De startanalyse helpt gemeenten bij de technisch

versie 'startanalyse

economische analyse voor het warmteprogramma.

2025

aardgasvrije wijken'

Het omgevingsprogramma is de uitwerking van de omgevingsvisie op tactisch en uitvoerend beleid en maatregelen. Wij stellen dus een omgevingsprogramma Energie voor, omdat warmte en elektriciteit in de energietransitie dermate met elkaar verweven zijn dat deze uitbreiding van het omgevingsprogramma gerechtvaardigd is. Het omgevingsprogramma is één van de kerninstrumenten in de Omgevingswet. Hierin kunnen overheden beleid en maatregelen opnemen waarmee ze de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving willen bereiken. Het omgevingsprogramma is een beleidskader en werkt de Omgevingsvisie uit in tactisch en uitvoerend beleid en maatregelen. Verder geeft het omgevingsprogramma input voor het omgevingsplan.

Het warmteprogramma is het vervolg op de transitievisie Warmte, gemeenten hadden de verplichting om een transitievisie warmte op te stellen en deze op te leveren in 2021. In de gemeente PijnackerNootdorp hebben we de transitievisie opgesteld als onderdeel van het Energietransitieplan 2021. Wij vonden toen al dat de opgave van warmte en elektriciteit binnen onze gemeente met elkaar waren verweven. Sinds 2021 is er veel veranderd in de energietransitie, o.a. de energiecrisis en wet- en regelgeving zijn hiervan voorbeelden. Het Energietransitieplan 2021is daarom ook geactualiseerd, gebaseerd op de nieuwe wet- en regelgeving, opgedane ervaringen, de actualiteit en nieuwe kennis. Het Energietransitieplan is daarmee het inhoudelijke kader van dit omgevingsprogramma. Voor u ligt dan ook een kaderstellende notitie die anders van opzet is dan gewoonlijk bij andere kaderstellende notities voor het opstellen van omgevingsprogramma's. Voor de inhoudelijke kaders verwijzen we naar het Energietransitieplan. We stellen de raad voor om bij de uitwerking van het omgevingsprogramma Energie, het Energietransitieplan 2025 (bijlage 1) vast te stellen om als inhoudelijke basis te dienen voor het omgevingsprogramma en het starten van de participatie en communicatie met de samenleving. De kaderstellende notitie bevat daarom alleen de aanvullingen ten opzichte van het Energietransitieplan 2025.

Dit betreft de procedure, een participatieproces en aanvullende inhoudelijke elementen. We beginnen eerst om uit te leggen waarom we een omgevingsprogramma opstellen, 4

geven we een toelichting op waarom we nu al willen starten en geven de kern van het Energietransitieplan weer. Daarna geven we een beeld van de aanvullende inhoudelijke elementen en doen we een voorstel voor participatie en planning. Het ETP 2025 geldt als kader voor het omgevingsprogramma Energie. Er zijn drie zaken die in het ETP 2025 niet behandeld worden, maar wel terug zullen komen in het Omgevingsprogramma: We vragen kaders voor 1. logistiek laden, 2. snelladen en 3. de juridische borging van de vertaling van het ETP 2025 in het omgevingsprogramma Energie. Hiermee bepaalt de raad de inhoudelijke doelen, de reikwijdte, de omgang met participatie en de opzet van het omgevingsprogramma. In de volgende hoofdstukken werken we de deze kaders dan ook uit.

2 WAAROM EEN OMGEVINGSPROGRAMMA ENERGIE? Het omgevingsprogramma is van belang om de energietransitie (Energietransitieplan 2025) juridisch te borgen en te kunnen verwerken in het omgevingsplan. De opgave is dus om het Energietransitieplan te verwerken in het omgevingsprogramma en omgevingsplan. Daarnaast stellen we voor om een uitgebreid participatietraject (bijlage 2) te doorlopen met de samenleving over de inhoud van het Energietransitieplan, de inhoud te verfijnen en aan te passen als dit uit participatie blijkt. Het Warmteprogramma, zoals in de Wet omschreven, gaat primair over Warmte en beschrijft de wijze waarop wijken en buurten aardgasvrij kunnen worden. In een warmteprogramma beschrijft een gemeente haar plannen voor de verduurzaming van wijken voor de komende 10 jaar. Er moet dus worden aangegeven welke wijken in de aankomende 10 jaar aardgasvrij worden gemaakt. Dit moet in samenspraak en dus participatief met de samenleving tot stand komen. Anders dan in andere omgevingsprogramma’s geeft de Omgevingswet richting aan de inhoud van het programma, het is dus niet geheel vormvrij. Het omgevingsprogramma zal een keer per 5 jaar worden herijkt, als laatste in 2040. Het programma is daarmee sturend in de warmtetransitie. Er wordt aan het omgevingsprogramma een aantal vormvereisten gesteld. de opgave van warmte is een regionale en landelijke opgave.

De gemeentelijke programma's moeten dus vergelijkbaar zijn. Daarnaast moet het programma voldoende informatie bevatten om een omgevingsplan op te stellen. Dit is voor de energietransitie nog nooit gedaan. Hiervoor zullen uitwerkingen nodig zijn en we zullen ook tegen zaken aanlopen waar we nu nog geen oplossing voor hebben. Elke gemeente heeft dezelfde opgave. Vanuit landelijke overheid en kenniscentra worden adviezen hierover gegeven (we hebben deze als bijlage 3 en bijlage 4 toegevoegd). De Omgevingswet geeft geen verplichting voor het onderdeel elektriciteit. De keuze voor een alternatieve warmteoplossing kan echter niet zonder naar de consequenties voor het elektriciteitsnetwerk te kijken. De regionale netbeheerder Stedin heeft op 1 september 2023 netcongestie voor teruglevering van elektriciteit binnen delen van de gemeente Pijnacker-Nootdorp afgekondigd. Op 5 december 2024 heeft de landelijke netbeheerder TenneT netcongestie voor de hele gemeente afgekondigd. Dit betekent dat grootverbruikers, d.w.z. met een aansluiting groter dan 3x 80 Ampère gecontracteerd vermogen, voor nieuwe aansluitingen en/of het verzwaren van bestaande aansluitingen op, op een wachtlijst komen te staan. Zowel het landelijke hoogspanningsnetwerk als het regionale hoog-, midden- en laagspanningsnetwerk moet structureel verzwaard worden om zaken 5

als woningbouw, de ontwikkeling van duurzame warmtebronnen, elektrisch rijden, warmtepompen en de opwek van elektriciteit blijvend te kunnen faciliteren. Het college vindt het dan ook logisch om de warmte oplossing en elektriciteit als één opgave te zien, en een omgevingsprogramma Energie op te stellen. daarom vragen we de raad om kaders voor het opstellen van een omgevingsprogramma Energie.

3 DE NOODZAAK VAN LOKALE SNELHEID Volgens de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie moeten gemeenten eind 2026 een vastgesteld omgevingsprogramma Warmte hebben. Het college is van mening dat we in PijnackerNootdorp niet zo lang kunnen wachten. Binnen onze gemeente zijn de glastuinbouwsector en de gebouwde omgeving nauw met elkaar verweven. In de glastuinbouw is men voor warmte momenteel afhankelijk van aardgas. Overheidsmaatregelen leiden tot verhoging van de gasprijzen in het glastuinbouwgebied, vooral door invoer van het emissierechtensysteem ETS-2 vanaf 2027. Als duurzaam alternatief worden voor de glastuinbouw warmtenetten ontwikkeld die gevoed worden met warmte uit geothermie. Deze netten zijn naar verwachting in 2028 gereed. Betaalbaarheid is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. Het is (kosten) efficiënter om de ontwikkeling van het warmtenet voor glastuinbouw te koppelen met de bebouwde omgeving. We zien daarnaast, dat in wijken en buurten waar warmtenetten de preferente warmteoplossing zijn, dat een klein deel van onze bewoners kiest voor elektrificatie; dit maakt warmtenetten voor de bebouwde omgeving duurder en minder haalbaar. Op het gebied van elektriciteit zal het elektriciteitsnetwerk versneld verzwaard moeten worden en zullen we kritisch moeten kijken naar het gebruik van het netwerk.

Hiervoor zijn ruimte en kaders nodig om de verzwaring uit te kunnen voeren. Binnen onze gemeente is dit urgent omdat we relatief veel elektriciteit nodig hebben (vanwege het elektriciteitsgebruik in de glastuinbouw). Het omgevingsprogramma wordt juridisch pas geborgd in het omgevingsplan. Om in 2028 aan de glastuinbouw en in de bebouwde omgeving aan de slag te kunnen met het leveren van warmte is

haast geboden met het omgevingsprogramma en -plan.

6

Voor de glastuinbouw is het essentieel dat de aanleg van een warmtenet in 2027 gerealiseerd is. Voor de betaalbaarheid is het essentieel dat deze warmte ook voor de bebouwde omgeving beschikbaar komt. We willen daarom op 1 januari 2027 een omgevingsplan in werking hebben. We zullen daarom nu moeten starten. Op de vorige pagina staat een schematische weergave van het tijdspad voor de komende jaren.

3.1 RISICO'S We doen dit in de wetenschap dat de randvoorwaarden kunnen veranderen door gewijzigde wet- en regelgeving. Met name de regelgeving rondom de betaalbaarheid (subsidies en kostenverdeling warmte) kunnen invloed hebben op het draagvlak. De gemeente voert de regie over de energietransitie. Dat betekent niet dat we hier financieel voor aan de lat staan. Het gemeentelijk standpunt is dat we het omgevingsprogramma realiseren met de door de overheid en overige instanties beschikbaar gestelde financiële middelen (specifieke uitkeringen en subsidies). Indien we merken dat de voortgang van ambities, dat de markt achterblijft of ondersteuning kan gebruiken zullen we hiervoor een apart voorstel doen. Het Energietransitieplan geeft een handelingsperspectief. Daarnaast hebben we inmiddels zoveel kennis en data dat we snel kunnen anticiperen op de actualiteit en daar onze inzet op kunnen aanpassen. Middels ons jaarlijks monitoringssysteem kunnen we bijsturen.

4 KERN VAN HET ENERGIETRANSITIEPLAN 2025 Ons inhoudelijk beleid is vastgesteld in het Energietransitieplan 2021. Dit plan geeft ons richting aan de Energietransitie en geeft inhoudelijk de kaders voor het omgevingsprogramma Energie. Het huidige Energietransitieplan is niet meer actueel. Dit komt vooral door de gevolgen van de energiecrises, waarvan netcongestie de meeste impact heeft. Daarnaast hebben we met ons project aardgasvrij Klapwijk veel ervaring opgedaan met het aardgasvrij maken van bestaande woonwijken. We hebben daarom eind 2024 het Energietransitieplan geactualiseerd naar het Energietransitieplan 2025. Het geactualiseerde Energietransitieplan geeft inhoudelijke richting aan het omgevingsprogramma Energie. We stellen daarom voor om het Energietransitieplan 2025 als inhoudelijk kader voor het omgevingsprogramma Energie te behandelen en vast te stellen. De belangrijkste aanpassingen ten opzichte van het Energietransitieplan 2021 zijn: 1. Herijking van de warmteoplossing per buurt op basis van ervaringen, nieuwe inzichten en berekeningen; 2. Herijking van hernieuwde energieopwekking met lokale bronnen; 3. Kaders en richting voor netcongestie; 4. Toevoeging Monitoringssysteem. Voor de inhoud verwijzen we naar het bijgevoegde Energietransitieplan 2025.

7

5 AANVULLENDE INHOUDELIJKE KADERS 5.1 DUURZAME MOBILITEIT Hoewel duurzame mobiliteit een onderdeel is van het omgevingsprogramma duurzame mobiliteit, hebben we in het geactualiseerde Energietransitieplan 2025 beperkt richting gegeven aan dit thema. Door de netcongestie is het van belang om hierin kaders mee te geven. Het Energietransitieplan 2025 houdt rekening met de toenemende vraag van elektrisch laden. Voor het openbaar laden is een laadvisie opgesteld. In deze visie is aangegeven dat voor logistiek laden en snelladen nog beleid moet worden opgesteld. Recent hebben diverse buurgemeenten emissieloze centrumzones aangewezen. Mede door het instellen van deze zero emissie zones in de ons omliggende steden en de bestaande verduurzamingsplannen van onze ondernemers, voorzien we een forse stijging van het aantal elektrische bestelbussen in de nabije toekomst. Al deze voertuigen moeten worden opgeladen. Doordat hierin beleid ontbreekt kunnen we dit de komende jaren onvoldoende faciliteren. We stellen daarom voor om logistiek laden en snelladen uit te werken in het omgevingsprogramma Energie.

5.2 LOGISTIEK LADEN Bedrijfsvoertuigen elektrificeren. Dit betreft o.a. heftrucks, bestelbussen en vrachtwagens. Heftrucks worden veelal inpandig opgeladen. Voor elektrische bestelbussen en vrachtwagens geldt dit niet. Elektrische bestelbussen worden deels opgeladen in woonwijken of op eigen terrein wanneer ondernemers of werknemers hun bus mee naar huis nemen. Door de huidige netcongestie is het niet mogelijk voor ondernemers om een grootverbruikersaansluiting te krijgen. Men komt dan op de wachtlijst van netbeheerder Stedin. De netbeheerders verwachten dat deze situatie voort zal duren tot tenminste 2032, maar waarschijnlijk langer. Ondernemers die moeten verduurzamen en geen aansluiting voor het laden op eigen terrein kunnen krijgen komen dan mogelijk in de problemen. Dit zou kunnen leiden tot een toename van het aantal bestelwagens dat in woonwijken op publieke laadpalen zal gaan laden. Dit is zeker niet gewenst. We willen stimuleren dat bedrijfsvoertuigen, waar mogelijk, buiten de gebouwde omgeving opladen. Bijvoorbeeld door het faciliteren van laadpleinen op bedrijventerreinen of langs het spoor. Leidpleinen kunnen een netcongestie verlagende functie vervullen waardoor deze prioriteit krijgen op de wachtlijst van netbeheerder Stedin.

5.3 SNELLADEN Elektrische vrachtwagens zijn voorzien van zeer grote accupakketten. ElaadNL gaat ervanuit dat de meeste vrachtwagens ’s nachts zullen opladen met een laadvermogen van ca. 50 kW. Dit betekent voor de meeste vrachtenwagens dat ze in 8 tot 12 uur opgeladen zijn. Er zijn ook bedrijven die hun vrachtwagens dag en nacht inzetten. Zij zullen afhankelijk worden van grotere snellaadvermogens van 250 kW tot 600kW. Snelladers beperken de oplaadtijd, maar vragen veel capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Iedere vorm van elektrisch laden vanaf 55 kW vraagt om een 8

grootverbruikersaansluiting. In de huidige situatie van netcongestie is dit bij een nieuwe aansluiting of verzwaring niet meer mogelijk. Mogelijk zijn er alternatieven in te zetten. De nieuwe Energiewet maakt het mogelijk om elektriciteit te leveren aan derden. Zo levert de RET recent elektriciteit aan derden. Ook kunnen we denken aan een rol voor de glastuinbouwsector. In het omgevingsprogramma Energie werken we ons beleid voor logistiek laden en snelladen verder uit. Dat begint bij een inventarisatie van de behoeften op onze bedrijventerreinen/glastuinbouw, afhankelijk daarvan bepalen we ons beleid en de mogelijke behoefte aan ruimte.

6

DE VERTALING VAN ETP NAAR OMGEVINGSPROGRAMMA ENERGIE EN UITEINDELIJK EEN OMGEVINGSPLAN

6.1 OPZET OMGEVINGSPROGRAMMA Zoals eerder aangegeven is het omgevingsprogramma's voor het warmtedeel niet vormvrij. Dit is anders dan bij andere omgevingsprogramma's. De Wet geeft hieraan richting maar ook verschillende kenniscentra geven richting aan de inhoud van het programma. In bijlage 2 hebben we hiervan een samenvatting gegeven. Ten opzichte van het Energietransitieplan 2025 die we als inhoudelijk kader vaststellen zijn ten aanzien van warmte minimaal de volgende toevoegingen nodig: 1. Warmtetransitie in de tijd, voor elke buurt/wijk zal in beeld worden gebracht wanneer de warmtetransitie plaats vindt. Voor met name de buurten en wijken, waarin een collectie warmtenet voorgesteld wordt is dit van belang. Voor wijken met een individuele oplossing is de tijdsplanning vrij, bewoners kunnen daar zelf beslissen wanneer zij aan de slag gaan. 2. Exacte definiëring van gebieden. Het omgevingsplan vraagt om een gedetailleerde bepaling van het gebied. In het Energietransitieplan 2025 zijn alleen buurten aangegeven. In het omgevingsplan zullen deze op kavelniveau uitgewerkt moeten zijn 3. Het bepalen van de kosten per gebied, waarbij alleen de bebouwde omgeving wordt beschouwd in de buurten/wijken waarin de komende 10 jaar een collectief warmtenetwerk wordt gerealiseerd. 4.

Inzet van de aanwijsbevoegdheid van de gemeenteraad, oftewel de datum waarop in een wijk geen aardgas meer geleverd mag worden. Dit wordt voorgesteld minimaal 8 jaar na de start aanleg van een betaalbaar collectief warmtenet. Met name de laatste 2 punten kunnen we op dit moment nog niet goed overzien. Het ETP geeft richting aan de warmteoplossing tegen de laagst maatschappelijke kosten. Dit is niet altijd de oplossing met de laagst kosten voor de eindgebruiker. Hiervoor is duidelijkheid nodig en wachten we landelijke regelgeving (BGIW) af. Pas dan kunnen we het uitwerken in het omgevingsprogramma.

9

6.2 VERTALING NAAR OMGEVINGSPLAN Het omgevingsprogramma wordt vertaald naar het omgevingsplan en is daarmee juridisch bindend. De Wet geeft aan dat alleen zaken opgenomen in het omgevingsprogramma opgenomen kunnen worden in het omgevingpslan. Zowel de wetgeving als het omgevingsprogramma zijn nieuw. Het is daarom niet op voorhand uit te sluiten dat er uitdagingen zullen ontstaan in de loop van het proces. Voorbeeld hiervan is dat in het omgevingsplan normen, locaties en gebiedsafbakeningen zo specifiek mogelijk opgenomen moeten worden terwijl dat nog niet alle benodigde ruimtelijke locaties op voorhand bekend zijn. We stellen daarom voor om bij het opstellen van het omgevingsprogramma direct een concept vertaling te maken naar een concept-omgevingsplan. Op deze wijze komen we in een vroeg stadium deze omissies tegen.

7

PARTICIPATIE

We hebben voor de participatie een procesvoorstel gedaan voor de participatie in het bijgevoegde participatie-/communicatieplan. We stellen een zo flexibel mogelijk proces voor. Dit vanwege de diversiteit van onderwerpen en om in te spelen op de actualiteit. Gemakshalve verwijzen we naar dit plan Procesomschrijving Om te komen tot een omgevingsprogramma Energie volgen we het proces dat op de volgende pagina is weergegeven. Per processtap wordt aangegeven welke producten worden opgeleverd. Ook wordt een indicatie van de planning weergegeven, We bevinden ons nu in de stap Energietransitieplan 2025 en kaderstellende notitie. Het is niet de bevoegdheid van de raad om het omgevingsprogramma vast te stellen. Vanwege de maatschappelijke impact die het programma op de samenleving heeft en de belangrijke randvoorwaarde van de inzet van de aanwijsbevoegdheid, willen wij u zo veel mogelijk bij het proces betrekken. Naast het vaststellen van de kaderstellende notitie stellen wij voor om een klank en meedenkgroep Energie op te zetten. Dit is overigens ook een advies vanuit het rekenkameronderzoek voor de energietransitie wat door de raad is overgenomen. Participatie is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet. Wanneer de gemeente een programma opstelt, dan moet bij het besluit tot vaststelling gemotiveerd worden hoe de samenleving en andere bestuursorganen betrokken zijn.

Daarom betrekken we de samenleving en stakeholders bij het gehele proces. Het betreft een thematisch programma dat de gehele gemeente betreft. Dat vraagt een zorgvuldig en uitgebreid proces, zoals omgeschreven in het bijgevoegde participatieplan. Op dit moment bevinden we ons aan het einde van de tweede fase, Energietransitieplan 2025 & Kaderstellende notitie.

10

Bestuursopdracht

Q1 2025

Deel I participatie ETP 2025 & verslag Kaderstellende

Deel Ontwerp II participatie

notitie

programma

Q4 2024 & Q1 2025

Q2-Q3 2025

ETP 2025 & Kaderstellende notitie

Ontwerp

Omgevings-

omgevings-

programma Energie

verslag omgevings-

Definitief participatie Omgevingsverslag programma energie Q1-2026

Rol van de Raad

Bestuursopdracht

programma

Geïnformeerd met

Vaststelling kaders

informatienota

en randvoorwaarden voor de inhoud (ETP en proces)

Klank- en

Actieve informeren

meedenkgroep Energie

8 INTEGRALE WERKWIJZE Het ETP 2025 en daarmee ook het omgevingsprogramma Energie is verweven met 5 omgevingsprogramma’s in uitvoering en heeft ook raakvlakken met toekomstige omgevingsprogramma’s. Het spreekt dan ook voor zich dat een integrale, procesmatige aanpak gewenst is bij het opstellen van het omgevingsprogramma Energie. We toetsen in de genoemde participatiescan (zie participatieplan) de raakvlakken met de overige omgevingsprogramma's en bepalen integraal op welke wijze we per onderdeel hier mee om gaan. Op deze wijze willen we de energietransitie integraal borgen en werken we dit uit in het omgevingsprogramma.

9 OVERZICHT BIJLAGES Bijlage 1 EPT 2025 met bijbehorende bijlagen Bijlage 2 Participatieplan Omgevingsprogramma Energie Bijlage 3 Richtlijnen Warmteprogramma Bijlage 4 Wettelijk vereiste onderdelen warmteprogramma Bijlage 5 resultaten enquête Denk mee platform

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15222996/5