Bijlage 1. Kadernota 2027 (nieuwe versie)
Tekst van het document
Kadernota Begroting
Planning & Control-cyclus
Jaarrekening
rin
e nak ko or
gsa gen
Bedr
d
ge
oe
lij n
ra
o Ui
tv
ad
Ho
fd
o da c
ijf s p la n D
T
Kadernota 2027
ll e
Najaarsnota
Inhoudsopgave 3 1. Inleiding 10 2. Bepalingen kaders bij begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 11 3. Kadernota - Financiële actualisatie meerjarenperspectief 11 13 16
3.1. De exploitatie in meerjarenperspectief 2027-2030 3.2. Mutaties per programma 3.3 Ontwikkeling bestaand beleid per programma
24 4. Ontwikkeling vermogenspositie 24 25 27
4.1. Vermogenspositie per januari 2027 4.2. Actualisatie vermogenspositie (algemene reserve) 4.3. Overzicht mutaties reserves en voorzieningen
30 5. Bijlagen 31 39 42
2
5.1. Reserves en voorzieningen 5.2 Informatievoorziening: Reserves 5.3 Actualisatie Investeringsplanning
1. Inleiding 1.1 De planning en controlcyclus De planning- en controlcyclus heeft als doel het plannen, volgen en verantwoorden van het gemeentelijk beleid en het financiële beheer. De cyclus is ingericht conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Financiële verordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2025 (artikel 212 van de Gemeentewet). De kadernota is binnen deze cyclus de opmaat naar de begroting voor het volgende jaar. Tot vorig jaar werden de kadernota en voorjaarsnota als één gecombineerd document aangeboden aan de gemeenteraad. Voor een duidelijker onderscheid naar het doel van de producten worden ze met ingang van dit jaar separaat aangeboden. In de basis geeft de kadernota een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De Kadernota 2027 is echter grotendeels beleidsarm opgesteld vanwege de huidige bestuurlijke fase.
Kadernota 2027 De Kadernota 2027 vormt het financiële en beleidsmatige vertrekpunt voor de Programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028–2030. In deze nota worden de belangrijkste financiële ontwikkelingen, risico’s en uitgangspunten voor de komende jaren in beeld gebracht. Daarmee biedt de kadernota richting voor de verdere uitwerking van de begroting en ondersteunt zij de gemeenteraad bij het maken van integrale afwegingen over de inzet van middelen en beleidsprioriteiten. De Kadernota 2027 is opgesteld in een periode van financiële en bestuurlijke onzekerheid. Gemeenten worden geconfronteerd met aanhoudende druk op de financiële positie als gevolg van ontwikkelingen binnen het gemeentefonds, stijgende kosten in het sociaal domein, inflatie en toenemende investeringsopgaven. Tegelijkertijd blijft de gemeente Pijnacker-Nootdorp groeien, wat vraagt om blijvende investeringen in voorzieningen, beheer van de openbare ruimte, mobiliteit, duurzaamheid en maatschappelijke ondersteuning.
3
Vanwege de huidige bestuurlijke fase heeft deze kadernota een overwegend beleidsarm karakter. De nota richt zich primair op het actualiseren van de financiële kaders en het inzichtelijk maken van de structurele ontwikkelingen en risico’s die relevant zijn voor de opstelling van de Programmabegroting 2027. Nieuwe beleidskeuzes en intensiveringen zijn daarom beperkt opgenomen. Waar mogelijk zijn autonome ontwikkelingen, reeds vastgesteld beleid en onvermijdelijke financiële effecten verwerkt. Daarnaast geeft de kadernota inzicht in de financiële ruimte en de ontwikkelingen van reserves, voorzieningen en investeringen. Ook worden belangrijke onzekerheden benoemd die de komende jaren van invloed kunnen zijn op het financieel perspectief van de gemeente. Hiermee vormt de nota een belangrijke basis voor toekomstige bestuurlijke keuzes en een solide financieel beleid.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de financiële en technische uitgangspunten voor de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028–2030 opgenomen, zoals de verwachte groei van woningen en inwoners en de gehanteerde prijsindexaties. Hoofdstuk 3 bevat de financiële actualisatie van het meerjarenperspectief en geeft inzicht in de belangrijkste mutaties binnen de programma’s. Vervolgens wordt ingegaan op de ontwikkeling van reserves, voorzieningen en investeringen. De nota sluit af met diverse financiële bijlagen.
Financieel vertrekpunt Deze kadernota heeft een overwegend beleidsarm karakter en richt zich primair op het actualiseren van het bestaande financiële beeld. Daarbij zijn autonome ontwikkelingen, eerder genomen besluiten en onvermijdelijke financiële effecten verwerkt. Het financiële beeld blijft de komende jaren onder druk staan. Met name ontwikkelingen binnen het sociaal domein, stijgende uitvoeringskosten, prijsontwikkelingen en onzekerheden binnen het gemeentefonds zorgen voor een verslechtering van het meerjarig perspectief. Tegelijkertijd blijft de gemeente investeren in de groei van de gemeente en het in stand houden van voorzieningen en dienstverlening. Onderstaand overzicht geeft de belangrijkste financiële mutaties weer die in deze kadernota zijn verwerkt. Bedragen x € 1.000
Mutatie
Programma Prog. 1 ruimte en wonen
Bedrag 2027
Project Hofland / saldo verrekening in exploitatie
2028
133
Overige mutaties
2029
2030
133
133
133
-40
-40
-40
Prog. 2 economie en glastuinbouw
Overige mutaties
-12
-12
-12
-12
Prog. 3 mobiliteit
Verwachte subsidie inkomsten stimuleringsregeling SPV
144
-
-
-
Verkeersveiligheid/ verkeersonderzoek
-31
-16
-16
-16
Overige mutaties
10
10
10
10
Prog. 4 groen en recreatie
-
-
-
-
Prog. 5 onderwijs en kinderopvang
-
-
-
-
Prog. 6 collectieve voorzieningen
Bijraming huurinkomsten
174
174
174
174
Prog. 7 individuele voorzieningen
Kosten uitvoering Participatiewet
-211
-275
-360
-358
Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid
Veiligheidsregio
-204
-205
-205
-205
Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering
Gemeenteleges reisdocumenten en rijbewijzen
277
-
-
-
Contributieverhoging VNG
-50
-50
-50
-50
Kosten verzekeringen en bestuur
-85
-85
-85
-85
Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen Div. Facilitaire zaken
-358
-358
-358
-358
Informatiebeveiliging
-193
-186
-186
-186
Div. HRM/personeel
-245
-225
-120
-120
Gemeenschappelijke regeling archief
-53
-53
-53
-53
Overige mutaties
-19
11
11
11
-723
-1.177
-1.157
-1.155
Totaal
4
De hiervoor opgenomen mutaties zijn, mét de actualisatie van de kapitaallasten vanuit de Jaarrekening 2025, de financiële mutaties op de begrotingssaldi voor de periode 2027–2030. Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de begrotingssaldi zien na verwerking van de actualisaties en mutaties uit deze kadernota. Bedragen x € 1.000 (-/- is nadelig)
2027
2028
2029
2030
Saldo primaire Begroting 2026-2030 + aangenomen amendementen
0
Effecten sept- en decembercirculaire
-341
-411
-488
-488
Saldo start VJN26/KN27
-341
-6.369
-9.428
-10.761
1. Actualisatie kapitaallasten uit staat van activa JR25 en herziene investeringsplanning
130
690
708
372
2. Uitwerking collegebesluiten en actualisatie budgetten
-723
-1.177
-1.158
-1.155
Saldo kadernota 2027
-934
-6.856
-9.878
-11.544
-5.957
-8.940
-10.272
Uit het meerjarig beeld blijkt dat de financiële druk in de periode 2027–2030 verder toeneemt. Hoewel incidentele voordelen tijdelijk verlichting bieden, blijven de structurele lasten harder stijgen dan de beschikbare middelen. Vooral vanaf 2028 blijft een fors negatief structureel begrotingssaldo bestaan. Tegen deze achtergrond blijft behoedzaam financieel beleid noodzakelijk. Daarbij blijft de gemeente in belangrijke mate afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen binnen het gemeentefonds, de compensatie vanuit het Rijk en de beheersing van kosten binnen het sociaal domein.
Onzekerheden en risico's Boven op het huidige financiële beeld bestaat daarnaast nog een aantal belangrijke ontwikkelingen, onzekerheden en risico’s die de komende jaren van invloed kunnen zijn op de financiële positie van de gemeente. Het betreft hier onder meer: • • • • • • • •
Ontwikkeling gemeentefonds Herverdeeleffect VNG Begrotingsadvies 2027-2030 Lokale belastingcapaciteit (OZB) Kosten(beheersing) Sociaal domein Prijsontwikkeling Winstneming Grexen Vervangingsinvesteringen wagenpark
Ontwikkeling gemeentefonds De financiële ontwikkeling van het gemeentefonds blijft ook voor de periode 2027–2030 gekenmerkt door aanzienlijke onzekerheid. In de meest recente rijksstukken wordt verwezen naar eerder overeengekomen aanvullende middelen voor gemeenten, gericht op het gedeeltelijk verzachten van de financiële terugval vanaf 2026 en het opvangen van de druk binnen het sociaal domein. De structurele opgave voor gemeenten blijft daarmee onverminderd aanwezig. Het beeld dat het zogenoemde “ravijnjaar” volledig is opgelost, is genuanceerd. De aanvullende middelen bieden vooral tijdelijke verlichting, terwijl vanaf 2028 opnieuw sprake kan zijn van oplopende financiële druk. De ontwikkeling van het gemeentefonds blijft daarnaast afhankelijk van macro-economische ontwikkelingen, accresvorming en keuzes binnen de rijksbegroting, waardoor de voorspelbaarheid beperkt is. Binnen het sociaal domein blijven gemeenten geconfronteerd worden met stijgende kosten voor Jeugdzorg en Wmo als gevolg van toenemende zorgvraag, vergrijzing en arbeidsmarktkrapte. Het is nog onzeker in hoeverre rijksmiddelen deze kostenontwikkeling structureel dekken. Meicirculaire 2026 Bij het opstellen van de Kadernota 2027 is nog geen rekening gehouden met de effecten van de meicirculaire 2026.
Deze kan aanleiding geven tot bijstelling van het financieel beeld, onder meer door actualisatie van indexaties, maatstaven en accresontwikkeling, evenals mogelijke taakmutaties.
5
Daarnaast wordt meer duidelijkheid verwacht over het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) inzake de herverdeling van het gemeentefonds en de inzet van de VNG. Eventuele vertraging of aanpassing van het ingroeipad kan voor de gemeente een meerjarig incidenteel positief effect hebben op het begrotingssaldo. De meicirculaire wordt begin juni verwacht en kan niet meer volledig worden verwerkt in de Kadernota 2027. De raad wordt daarom via een informatienota nader geïnformeerd over de uitkomsten en financiële effecten. Slotbeeld De structurele toereikendheid en voorspelbaarheid van het gemeentefonds blijven onder druk staan. Behoedzaam financieel beleid blijft noodzakelijk, gezien de aanhoudende onzekerheid over omvang en stabiliteit van rijksmiddelen in 2027–2030.
Herverdeeleffect Vanaf 2023 wordt het totale gemeentefonds via een nieuw verdeelmodel over de gemeenten verdeeld. De reden hiervoor is dat de verdeling sinds 1997 niet meer integraal is herzien. In de tussentijd is er veel veranderd, bijvoorbeeld in het sociaal domein en in samenwerkingen tussen gemeenten. Daarom is onderzocht hoe de middelen uit het gemeentefonds beter verdeeld kunnen worden. Doel hiervan is om recht te doen aan de veranderde kostenstructuren van gemeenten. Dit heeft geleid tot herverdeling: sommige gemeenten ontvangen sinds 2023 meer inkomsten uit het gemeentefonds, terwijl andere gemeenten minder ontvangen. Onze gemeente is hierbij als forse nadeelgemeente uit de bus gekomen met een daling van de inkomsten van € 171,- per inwoner (peildatum 1 januari 2021), in totaal € 9,5 miljoen. Hiervan is tot en met 2025 € 37,50 per inwoner in mindering gebracht op onze inkomsten algemene uitkering (€ 7,50 per 2023, € 22,50 in 2024 en € 37,50 in 2025). Dit heeft geleid tot een oplopende korting voor onze gemeente van € 2,1 miljoen structureel. Voor het nadeeleffect dat nog niet is geëffectueerd worden nadeelgemeenten tijdelijk gecompenseerd door middel van een 'suppletie-uitkering herverdeeleffect'. Deze suppletie-uitkering wordt door het Rijk bekostigd uit de extra inkomsten van voordeelgemeenten.
Hierbij wordt hetzelfde jaarlijkse ingroeipad toegepast, maar dan met een positief gevolg voor de betreffende gemeenten. In de informatienota ‘Verdeelmodel gemeentefonds’ van 11 maart 2025 is de raad ook geïnformeerd over het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds en het bijbehorende ingroeipad dat per 2023 is gestart. Daarbij is aangegeven dat vanaf 2027 een volgende stap in dit ingroeipad zou worden gezet (2026 is voor één jaar bevroren), uitgaande van een verdere doorvoering met € 15 per inwoner. Dit zou voor onze gemeente leiden tot een daling van de algemene uitkering van circa € 0,8 miljoen in 2027, oplopend tot ongeveer € 3,3 miljoen in 2030. Op grond van de meest recente informatie van BZK en op basis van de BBV-regels is het ingroeipad vooralsnog doorgevoerd in de meerjarenraming. De effecten kunnen op langere termijn verder toenemen. In 2035 zou dan het volledige nadeel van € 9,5 miljoen zijn verwerkt in onze inkomsten algemene uitkering. Het verdeelmodel is dus reeds ingevoerd en wordt via een meerjarig ingroeipad gefaseerd doorgevoerd om herverdeeleffecten te dempen. De snelheid en omvang van de jaarlijkse stappen binnen dit ingroeipad zijn nog onderwerp van nadere besluitvorming. Hierdoor zijn de financiële effecten nog onzeker en kunnen deze per jaar en in de tijd verschuiven ten opzichte van eerdere ramingen.
Uit recente stukken van de fondsbeheerders blijkt dat de verdere uitwerking van het model en het ingroeipad vanaf 2027 nog niet definitief is vastgesteld. Het Rijk beziet daarbij onder meer de werking van het model, de herverdeeleffecten voor individuele gemeenten en de aansluiting op de feitelijke kostenontwikkeling binnen het gemeentelijk takenpakket. De ROB benadrukt dat herverdeling zorgvuldig en geleidelijk moet plaatsvinden en goed moet aansluiten op de werkelijke kosten en taken van gemeenten. De ROB waarschuwt voor te grote en te snelle herverdeeleffecten die de financiële stabiliteit kunnen raken. De VNG pleit in dat verband voor meer stabiliteit en voorspelbaarheid en voor voldoende demping en overgangstijd. Voor de meerjarenbegroting 2027–2030 blijft het herverdeeleffect een belangrijk financieel risico en aandachtspunt, omdat wijzigingen in het ingroeipad en verdeelmodel direct van invloed kunnen zijn op
6
de structurele financiële ruimte van de gemeente. Op grond van de meest recente informatie van BZK en op basis van de BBV-regels is het ingroeipad vooralsnog doorgevoerd in de meerjarenraming.
VNG Begrotingsadvies 2027-2030 Sinds 2023 (voor de Begroting 2024-2027) verstrekt de VNG door middel van een ledenbrief een begrotingsadvies. Met deze adviezen beoogt de VNG gemeenten een gezamenlijke handelingslijn te bieden bij het opstellen van hun begrotingen en meerjarenramingen. 19 mei 2026 hebben wij de ledenbrief 'Begrotingsadvies 2027-2030' ontvangen. Hierin bevestigt de VNG dat gemeenten zich nog steeds in een financieel onzekere tijd bevinden. Primair veroorzaakt door eerdere rijksbezuinigingen, de vanaf 2028 ingeboekte besparingen in de jeugdzorg en de nog onduidelijke uitwerking van voorgenomen wijzigingen binnen de Wmo. Verder geeft de VNG aan dat begin 2027 pas duidelijkheid verwacht van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (Commissie-Van Ark) over de haalbaarheid van de ingeboekte besparingsmaatregelen en de verhouding tussen kosten en beschikbare middelen voor jeugdzorg. Omdat gemeenten tegelijkertijd hun meerjarige financiële kaders voor 2027–2030 moeten opstellen, acht de VNG een eenduidige begrotingslijn noodzakelijk. De VNG adviseert gemeenten daarbij de volgende uitgangspunten te hanteren: 1.
“Maak de begroting voor 2027 sluitend.” De VNG adviseert om ten minste het begrotingsjaar 2027 structureel en reëel sluitend te maken, zodat wordt voorkomen dat de toezichthouder de gemeente onder preventief toezicht plaatst.
2.
“Breng vanaf 2028 baten en lasten voor jeugdzorg in balans met stelposten, waarbij u de lasten voor jeugdzorg zo realistisch mogelijk raamt.” Hierbij wordt uitgegaan van een realistische raming van de jeugdzorgkosten vanaf 2028, aangevuld met specifieke stelposten voor bestaande onzekerheden. Dit betreft: A. de stelpost aanvullende maatregelen, gebaseerd op maatregelen uit de Voorjaarsnota 2025, waaronder de eigen bijdrage en verkorting van de trajectduur; B. de stelpost “Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd”, voor het resterende tekort na realistische raming van de jeugdzorgkosten en verwerking van de aanvullende maatregelen. Ten aanzien van de eerste stelpost heeft de toezichthouder aangegeven deze stelpost toe te staan. Met de tweede stelpost gaat de toezichthouder niet akkoord, zolang geen expliciete toezegging van het kabinet bestaat dat de kosten naar aanleiding van de uitkomsten van de deskundigencommissie volledig worden gecompenseerd.
3.
“Gebruik een stelpost voor de huishoudelijke hulp Wmo.” Vanaf 2029 is een structurele korting op het Gemeentefonds verwerkt vanwege het voornemen van het kabinet om huishoudelijke hulp als algemene voorziening grotendeels af te schaffen. Omdat de beleidsmatige uitwerking hiervan nog ontbreekt, adviseert de VNG deze korting via een stelpost “Afschaffing huishoudelijke hulp” budgettair neutraal te verwerken. De toezichthouders hebben aangegeven dat deze stelpost mogelijk wordt toegestaan, maar dat hierover nog bestuurlijke besluitvorming moet plaatsvinden. Totdat hierover duidelijkheid bestaat, is afstemming met de toezichthouder noodzakelijk.
4.
"Neem passages op over de stelposten in de risicoparagraaf." De VNG adviseert om de financiële risico’s die samenhangen met deze stelposten expliciet te verwerken in de risicoparagraaf en het weerstandsvermogen.
Tot slot wijst de VNG op de mogelijkheid om, na toestemming van de toezichthouder, specifieke stelposten voor onderuitputting toe te passen.
7
We betrekken het VNG Begrotingsadvies 2027-2030 bij het opstellen van de Programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. Het advies om de begroting voor 2027 sluitend te maken, sluit daarbij aan op onze uitgangspunten. We stellen voor om in de nieuwe bestuursperiode een keuze te maken ten aanzien van het inzetten van stelposten in de begroting.
Lokale belastingcapaciteit (OZB) Ten opzichte van het (generieke) kortingspercentage dat het Rijk hanteert in de verdeling van het gemeentefonds voor de lokale belastingcapaciteit, liggen de OZB-tarieven in onze gemeente relatief laag. De totale WOZ-waarde binnen de gemeente is veel hoger dan het landelijk gemiddelde. Hierdoor int de gemeente minder OZB dan de korting op de algemene uitkering op basis van de ‘eigen belastingcapaciteit’. Binnen de systematiek van het gemeentefonds wordt gewerkt met zogenoemde rekentarieven voor de OZB die hoger liggen dan de tarieven die onze gemeente toepast. Indien de gemeentelijke tarieven worden gelijkgesteld aan deze rekentarieven, leidt dit tot hogere OZB-opbrengsten en staan deze beter in verhouding tot de korting in de verdeling van het gemeentefonds. Hetzelfde geldt voor het normatieve niveau dat in het kader van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet wordt gehanteerd. Wanneer die worden gevolgd komen de tarieven nog hoger te liggen. Het Rijk volgt de ontwikkeling van de lokale belastingruimte als onderdeel van de financiële verhouding met gemeenten. Eventuele aanpassingen in de normering van de belastingcapaciteit of in de ruimte voor lokale belastingheffing zijn op dit moment niet vastgesteld, maar kunnen in de toekomst gevolgen hebben voor de financiële ruimte van gemeenten.
Kosten(beheersing) Sociaal domein Binnen het sociaal domein (Jeugdzorg en Wmo) is sprake van autonome kostenontwikkeling. Deze wordt veroorzaakt door een toenemende en complexere zorgvraag, demografische ontwikkelingen en tariefstijgingen bij zorgaanbieders die doorgaans hoger uitvallen dan de indexatie en compensatie via het gemeentefonds. We voeren actief beleid op kostenbeheersing binnen het sociaal domein. Dit heeft de afgelopen jaren geleid tot structurele besparingen, maar deze worden deels tenietgedaan door de autonome kostenstijgingen. Voor de periode 2027–2030 blijven de financiële effecten binnen Jeugdzorg en Wmo onzeker. De landelijke beleidsontwikkeling en financiering vanuit het Rijk zijn hierbij bepalend. Gemeenten bevinden zich in afwachting van verdere rijksbesluitvorming en mogelijke herijking van taken, middelen en sturingsafspraken binnen het sociaal domein. De tekorten ten aanzien van Jeugdzorg en Wmo worden gepresenteerd in onderstaande tabel, maar zijn niet cijfermatig verwerkt in de Kadernota 2027. Het uitgangspunt is hierover de ontwikkelingen binnen het rijk af te wachten en bestuurlijke afspraken (met bijbehorende maatregelenpakket) hierover op te stellen en deze te verwerken in de programmabegroting. Tekorten WMO en Jeugdzorg Jeugdhulp - sociale verstrekkingen in natura aan personenJeugdhulp - sociale verstrekkingen in natura aan personen Jeugdhulp vervoer
2027
2028
2029
2030
-1.529.000
-3.129.000
-3.129.000
-3.129.000
-223.000
-223.000
-223.000
-223.000
Verwachte overschrijding Wmo begeleiding (afgekort BG).
-1.046.000
-1.046.000
-1.046.000
-1.046.000
Verwachte overschrijding op budget hulp bij huishouden (afgekort Hbh)
-628.000
-628.000
-628.000
-628.000
Regiotaxi Wmo
-18.000
-18.000
-18.000
-18.000
Wmo voorzieningen en hulpmiddelen
-200.000
-200.000
-200.000
-200.000
-3.644.000
-5.244.000
-5.244.000
-5.244.000
TOTAAL
Prijsontwikkeling Geopolitieke en economische ontwikkelingen kunnen leiden tot aanhoudende onzekerheid in prijsontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van energie, materialen en uitvoering van werken. Hierdoor
8
kunnen in de loop van het jaar aanvullende financiële bijstellingen noodzakelijk zijn. Eventuele gevolgen voor 2027 en verder worden verwerkt in de Programmabegroting 2027.
Winstneming Grexen In het knoppenboek is de “Begrotingsknop Winstneming GREXEN (toevoeging winst aan algemene reserve)” aangedragen als keuzemogelijkheid, op basis waarvan de gemeenteraad ‘politiek-bestuurlijke keuzes kan maken om de inkomsten en uitgaven in balans te krijgen vanaf het boekjaar 2028’. Na actualisatie van de grondexploitaties zijn onderstaande winstnemingen voorzien: Bedragen x € 1.000 (-/- is nadelig) Winstneming Grexen (na actualisatie grexen)
2027 3.925
2028
2029 657
2.842
2030 0
Binnen het huidige financiële beleid worden winsten uit de grexen via de begroting direct geboekt op de algemene reserve en maken geen deel uit van het begrotingsresultaat. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zouden op basis van de gehanteerde POC-methode de winsten als structurele opbrengsten moeten worden meegenomen in het resultaat. Na vaststelling door de raad van de Nota Reserves en voorzieningen 2026-2029 in december 2025 is formeel ook het beleid van de gemeente Pijnacker-Nootdorp de winsten/ verliezen in het exploitatieresultaat te laten belanden. Wel heeft de raad nog de keuze in hoeverre de raad deze winsten wil reserveren of laten ‘opgaan’ in de exploitatie. Omdat de begrotingsknop voorligt bij de gemeenteraad wordt dit pas verwerkt nadat dit door de gemeenteraad (bijvoorbeeld door op te nemen in een coalitieakkoord) is voorgesteld.
Vervangingsinvesteringen wagenpark Er wordt momenteel een extern onderzoek uitgevoerd naar de doelmatigheid en duurzaamheid van het gemeentelijk wagenpark, inclusief de eigendomsvorm (koop of lease) en de inrichting van het beheer. Op basis hiervan worden voorstellen voorbereid voor toekomstige keuzes en vervanging. Uit de eerste bevindingen blijkt dat een substantieel deel van het wagenpark aan vervanging toe is. De exacte vervangingsopgave wordt in 2026 verder uitgewerkt. De verwachting is dat de besluitvorming over vervanging eind 2026 kan plaatsvinden, waarna de benodigde investeringen vanaf 2027 aan de orde zijn. De omvang van deze investeringsopgave wordt in de verdere uitwerking geconcretiseerd en betrokken bij het investeringsprogramma voor de Programmabegroting 2027.
9
2. Bepalingen kaders bij begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 Bij het opstellen van het meerjarenperspectief is het van belang om de diverse uitgangspunten te benoemen en vast te leggen. Deze uitgangspunten vormen de basis voor het meerjarenperspectief. De volgende uitgangspunten voor de jaren 2027-2030 zijn opgenomen. Aantallen per 1-1 Woningen Groei woningen * Inwoners
2027
2028
2029
2030
23.398
23.506
23.531
108
25
228
23.759 316
59.082
59.352
59.415
59.985
Groei inwoners
270
63
570
790
Areaaluitbreiding (t.o.v. voorgaande jaar)
0,5%
0,5%
0,1%
1,0%
* Bovenstaande groei is gebaseerd op de verkoopprognoses uit de geactualiseerde gemeentelijke grondexploitaties per 1 januari 2026 en particuliere initiatieven.
De verwachte areaaluitbreiding is gedaald van 0,9% naar 0,5% ten opzichte van de prognose bij de Kadernota 2026, veroorzaakt door gedurende 2025 een hogere toename van de woningvoorraad dan verwacht. Bij het bepalen van de prijsindexaties op de budgetten wordt gebruik gemaakt van de informatie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) zoals dat jaarlijks door het CPB wordt gepubliceerd. In dat CEP worden de indexpercentages gepresenteerd welke het Rijk zelf ook toepast en waarop de toezichthouder van de gemeente (Provincie Zuid-Holland) onze begroting toetst. Van de kostensoorten 'loonvoet sector overheid' en 'Prijs materiële overheidsconsumptie' worden de indexpercentages uit het CEP (gecombineerd) toegepast. Voor de gemeenschappelijke regelingen is de prijsindex van 3,8% uit de kaderbrief gemeenschappelijke regelingen begroting 2027 in de regio Haaglanden toegepast. De prijs- en areaalindexpercentages zoals die naar de huidige inzichten worden voorgesteld om in de programmabegroting 2027 toe te passen voor de jaren 2027-2030: Prijsstijging t.o.v. het voorgaande jaar
2027
2028
2029
2030
Personeel gerelateerde budgetten
4,2%
4,0%
3,6%
3,5%
Goederen en diensten (uitgaven)
2,1%
2,6%
2,3%
2,5%
Gemeenschappelijke regelingen
3,8%
3,5%
3,2%
3,2%
Subsidies en sociaal domein
3,5%
3,5%
3,2%
3,2%
Goederen en diensten (inkomsten)
2,1%
2,6%
2,3%
2,5%
Areaalstijging t.o.v. het voorgaande jaar
2027
2028
2029
2030
Personeel gerelateerde budgetten
0,5%
0,5%
0,1%
1,0%
Goederen en diensten (uitgaven)
0,5%
0,5%
0,1%
1,0%
Gemeenschappelijke regelingen
0,5%
0,5%
0,1%
1,0%
Subsidies en sociaal domein
0,5%
0,5%
0,1%
1,0%
De gevolgen van de voorgestelde prijsindexpercentages zijn niet opgenomen in het financiële beeld van de Kadernota 2027. De reden hiervoor is dat het CEP, waarop de percentages zijn gebaseerd, is opgesteld op een moment waarop de conflicten in het Midden-Oosten nog niet in volle omvang waren uitgebroken. De gevolgen hiervan raken inmiddels de gehele wereldeconomie en daarmee ook de inflatieverwachtingen. Voor 2027 willen we met zo realistisch mogelijke indexpercentages rekenen, maar tegelijk een beslag op de gemeentelijke begroting leggen dat in lijn is met de compensatie die daarvoor door het Rijk wordt verstrekt. Hiervoor kijken we naar de meicirculaire gemeentefonds 2026. Indien de inhoud hiervan daartoe aanleiding geeft, worden de prijsindexpercentages die nu in deze Kadernota worden voorgesteld aangepast.
10
3. Kadernota - Financiële actualisatie meerjarenperspectief 3.1. De exploitatie in meerjarenperspectief 2027-2030 Bij deze kadernota worden kaders meegegeven voor de begroting 2027. Voor een deel bestaan deze kaders uit financiële en cijfermatige kaders, voor een ander belangrijk deel bestaan deze kaders uit het maken van beleidskeuzes en het uitspreken van ambities welke bij de begroting dienen te worden uitgewerkt. In de kadernota geven we aan welke belangrijke plannen, projecten en/of beleidsontwikkelingen de komende jaren (2026-2029) worden verwacht. Ook staat er welke financiële middelen daarvoor nodig zijn en zijn er richtinggevende uitspraken van de gemeenteraad opgenomen over welke plannen meegenomen moeten worden in de begroting. Daarmee vormt de Kadernota de basis voor de begroting van volgend jaar. De mutaties in de Kadernota 2027 bestaan uit de volgende categorieën: Bedragen x € 1.000 (-/- is nadelig)
2027
2028
2029
2030
Saldo primaire Begroting 2026-2030 + aangenomen amendementen
0
Effecten sept- en decembercirculaire
-341
-411
-488
-488
Saldo start VJN26/KN27
-341
-6.369
-9.428
-10.761
1. Actualisatie kapitaallasten uit staat van activa JR25 en herziene investeringsplanning
130
690
708
372
2. Uitwerking collegebesluiten en actualisatie budgetten
-723
-1.177
-1.158
-1.155
Saldo kadernota 2027
-934
-6.856
-9.878
-11.544
Onderstaand wordt per categorie een toelichting gegeven op de mutaties.
11
-5.957
-8.940
-10.272
Bedragen x € 1.000
Mutatie
Programma Prog. 1 ruimte en wonen
Bedrag 2027
Project Hofland / saldo verrekening in exploitatie
2028 133
Overige mutaties
2029
2030
133
133
133
-40
-40
-40
Prog. 2 economie en glastuinbouw
Overige mutaties
-12
-12
-12
-12
Prog. 3 mobiliteit
Verwachte subsidie inkomsten stimuleringsregeling SPV
144
-
-
-
Verkeersveiligheid/ verkeersonderzoek
-31
-16
-16
-16
Overige mutaties
10
10
10
10
Prog. 4 groen en recreatie
-
-
-
-
Prog. 5 onderwijs en kinderopvang
-
-
-
-
Prog. 6 collectieve voorzieningen
Bijraming huurinkomsten
174
174
174
174
Prog. 7 individuele voorzieningen
Kosten uitvoering Participatiewet
-211
-275
-360
-358
Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid
Veiligheidsregio
-204
-205
-205
-205
Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering
Gemeenteleges reisdocumenten en rijbewijzen
277
-
-
-
Contributieverhoging VNG
-50
-50
-50
-50
Kosten verzekeringen en bestuur
-85
-85
-85
-85
Div. Facilitaire zaken
-358
-358
-358
-358
Informatiebeveiliging
-193
-186
-186
-186
Div. HRM/personeel
-245
-225
-120
-120
Gemeenschappelijke regeling archief
-53
-53
-53
-53
Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen
Overige mutaties Totaal
-19
11
11
11
-723
-1.177
-1.157
-1.155
1. Actualisatie staat van activa Onder 6.3 staat het overzicht Actualisatie Investeringsplanning. Hierin staan de geraamde investeringsbudgetten voor 2026 (en verder), inclusief de restantbudgetten die vanuit de Jaarrekening 2025 worden doorgeschoven naar 2026. Ten opzichte van dit overzicht worden twee nieuwe investeringsbudgetten aangevraagd. Het betreft een investeringsbudget voor het starten met planmatige vervanging van het inbouwpakket en meubilair ad € 928.000 over een periode van tien jaar. Daarnaast is vervanging van de keuken noodzakelijk. Ook hiervoor wordt een investeringsbudget van € 101.000 aangevraagd.
12
3.2. Mutaties per programma Bedragen x € 1.000
2027 primair
2028
mutaties
actueel
primair
mutaties
actueel -21.271
lasten Prog. 1 ruimte en wonen
-8.047
-15.078
-23.125
-5.804
-15.467
-797
-8.070
-8.867
-797
-13
-810
Prog. 3 mobiliteit
-9.165
-37
-9.202
-9.505
-25
-9.530
Prog. 4 groen en recreatie
-7.969
-103
-8.072
-8.199
28
-8.171
Prog. 5 onderwijs en kinderopvang
-7.476
-212
-7.688
-7.682
-198
-7.880
Prog. 6 collectieve voorzieningen
-16.542
-714
-17.256
-16.990
686
-16.304
Prog. 7 individuele voorzieningen
-48.819
-455
-49.274
-48.642
-443
-49.085
Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid
-23.824
-1.467
-25.291
-24.133
-928
-25.061
Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering
-6.791
-520
-7.311
-6.789
-108
-6.897
subtotaal programma's
-129.430
-26.655
-156.085
-128.541
-16.466
-145.007
Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen
-10.070
0
-10.070
-16.150
0
-16.150
overhead
-21.110
-2.464
-23.574
-21.386
-2.453
-23.839
heffing VpB
-69
0
-69
-182
0
-182
bedrag onvoorzien
-30
0
-30
-30
0
-30
-160.709
-29.119
-189.828
-166.289
-18.919
-185.208
-1.432
1.126
-306
-935
907
-28
-162.141
-27.993
-190.134
-167.224
-18.012
-185.236
Prog. 2 economie en glastuinbouw
resultaat voor bestemming dotaties reserves Totaal saldo van lasten inclusief dotaties reserves baten
6.213
14.015
20.228
3.735
14.709
18.444
Prog. 2 economie en glastuinbouw
Prog. 1 ruimte en wonen
620
8.057
8.677
631
0
631
Prog. 3 mobiliteit
218
194
412
218
50
268
Prog. 4 groen en recreatie
275
35
310
275
35
310
1.529
224
1.753
1.581
223
1.804
Prog. 6 collectieve voorzieningen
1.640
-15
1.625
1.640
-15
1.625
Prog. 7 individuele voorzieningen
10.475
0
10.475
10.929
0
10.929
Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid
17.373
857
18.230
17.270
988
18.258
Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering
790
590
1.380
790
0
790
subtotaal programma's
39.133
23.956
63.089
37.069
15.990
53.059
Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
117.259
1.259
118.518
118.367
1.253
119.620
resultaat voor bestemming
156.392
25.215
181.607
155.436
17.242
172.678
5.791
1.802
7.593
5.930
-229
5.701
162.183
27.017
189.200
161.366
17.014
178.380
42
-976
-934
-5.858
-998
-6.856
Prog. 5 onderwijs en kinderopvang
onttrekkingen reserves Totaal saldo van baten inclusief onttrekkingen reserves BEGROTINGSSALDO NA BESTEMMING
13
Bedragen x € 1.000
2029 primair
2030
mutaties
actueel
primair
mutaties
actueel -28.029
lasten Prog. 1 ruimte en wonen
-5.765
-24.183
-29.948
-5.765
-22.264
-797
-13
-810
-797
-13
-810
Prog. 3 mobiliteit
-9.676
-48
-9.724
-9.676
-277
-9.953
Prog. 4 groen en recreatie
-8.395
-135
-8.530
-8.395
-194
-8.589
Prog. 5 onderwijs en kinderopvang
-7.556
-196
-7.752
-7.556
-113
-7.669
Prog. 6 collectieve voorzieningen
-17.765
-43
-17.808
-17.765
9
-17.756
Prog. 7 individuele voorzieningen
-48.691
-472
-49.163
-48.691
-470
-49.161
Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid
-24.082
-1.367
-25.449
-24.082
-2.201
-26.283
Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering
-6.787
-108
-6.895
-6.787
-108
-6.895
subtotaal programma's
-129.514
-26.564
-156.078
-129.514
-25.630
-155.144
Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen
-21.802
0
-21.802
-21.802
0
-21.802
overhead
-21.005
-2.001
-23.006
-21.005
-1.863
-22.868
heffing VpB
-182
0
-182
-182
0
-182
bedrag onvoorzien
-30
0
-30
-30
0
-30
-172.533
-28.565
-201.098
-172.533
-27.493
-200.026
-340
312
-28
-340
312
-28
-172.873
-28.253
-201.126
-172.873
-27.181
-200.054
Prog. 2 economie en glastuinbouw
resultaat voor bestemming dotaties reserves Totaal saldo van lasten inclusief dotaties reserves baten
3.112
24.020
27.132
3.112
22.102
25.214
Prog. 2 economie en glastuinbouw
Prog. 1 ruimte en wonen
644
0
644
644
0
644
Prog. 3 mobiliteit
218
50
268
218
50
268
Prog. 4 groen en recreatie
275
0
275
275
0
275
1.632
224
1.856
1.632
224
1.856
Prog. 6 collectieve voorzieningen
1.585
-9
1.576
1.585
-9
1.576
Prog. 7 individuele voorzieningen
10.939
0
10.939
10.939
0
10.939
Prog. 8 veiligheid en duurzaamheid
17.397
1.538
18.935
17.397
2.102
19.499
Prog. 9 bestuur en bedrijfsvoering
790
0
790
790
0
790
subtotaal programma's
36.592
25.823
62.415
36.592
24.469
61.061
Prog. 10 algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
122.286
1.241
123.527
122.286
422
122.708
resultaat voor bestemming
158.878
27.064
185.942
158.878
24.890
183.768
5.156
150
5.306
4.656
86
4.742
164.034
27.214
191.248
163.534
24.977
188.511
-8.839
-1.039
-9.878
-9.339
-2.205
-11.544
Prog. 5 onderwijs en kinderopvang
onttrekkingen reserves Totaal saldo van baten inclusief onttrekkingen reserves BEGROTINGSSALDO NA BESTEMMING
Toelichting op grootste mutaties:
1) Project Hofland / saldo verrekening in exploitatie In 2018 is uit de algemene reserve budget beschikbaar gesteld voor de huisvesting Hofland (statushouders). Vanaf 2018 wordt een structurele storting in de algemene reserve gedaan op basis het saldo van inkomsten en uitgaven voor de huisvesting statushouders. De omvang is vanaf 2021 structureel bepaald op € 132.987. Voorgesteld wordt om deze dotatie te laten vervallen omdat het saldo van baten en lasten lager is geworden; het saldo van baten en lasten via het begrotingssaldo zichtbaar wordt en de dotatie in de algemene reserve niet benodigd is.
3) Verwachte subsidie inkomsten stimuleringsregeling SPV In het kader van het Fietsplanproject “Vergevingsgezinde fietspaden” om de veiligheid van fietspaden te verbeteren waaronder ook schoolfietsroutes, hebben we een subsidie aangevraagd uit de stimuleringsregeling SPV (strategisch plan verkeersveiligheid) van het Rijk. Dit is 50% subsidie en MRDH vult dit aan met
14
40%. Onze eigen bijdrage is daarmee 10%, die we van 2026 t/m 2028 willen inzetten uit het budget Kleine verkeersmaatregelen.
6) Huuropbrengsten binnensport en kinderopvang Bij de jaarrekening 2025 was al een stijging van de huurinkomsten bij binnensport waarneembaar. Deze stijging is structureel van aard en wordt veroorzaakt door verschillende factoren, namelijk: indexering CBS, extra verhuur nieuwe gymzaal Hoge Noord, extra inkomsten door grotere Jan Jansenhal en extra verhuur sportbox Ackerswoude. Door middel van deze mutatie worden de huurinkomsten bijgesteld naar het nieuwe begrote bedrag.
7) Beschut werken Sinds 2023 is sprake van een tekort van ongeveer € 100.000 op beschut werk. Tot en met 2025 is dit tekort opgevangen binnen het brede programma, maar de middelen zijn niet meer toereikend. Het tekort is ontstaan doordat de taakstelling en de Rijksbijdrage voor beschut werk jaarlijks stijgen, gemiddeld met één plek per jaar. Dit is abusievelijk niet toegerekend aan het brede programma. Daarnaast is de kostprijs voor beschut werk gestegen naar € 24.500 per plek (2026). Dit leidt tot toenemende druk op het sociaal domein en risico’s voor de uitvoering van de wettelijke taak. Voorgesteld wordt om het budget vanaf 2026 structureel te verhogen zodat het toereikend is om de wettelijke taak uit te voeren (19 beschut werkplekken × € 24.500 minus huidig begrotingsbudget). Om te voorkomen dat er opnieuw een tekort ontstaat, wordt verder voorgesteld om het budget mee te laten groeien met de taakstelling en jaarlijks te indexeren, zodat een realistische en duurzame financiële basis ontstaat. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om beschutte werkplekken te creëren tegen lagere kosten.
8) Veiligheidsregio In de kaders die gemeenten voor gemeenschappelijke regelingen hebben opgesteld, komt naar voren dat de financiële perspectieven van gemeenten somber zijn. Gelet hierop, heeft het bestuur van de VRH gezocht naar mogelijkheden om de VRH-begroting te verlagen zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheidszorg in de regio. Deze mogelijkheden zijn de afgelopen periode gevonden door scherper te begroten, hetgeen een structurele besparing van 1% oplevert. Daarnaast zijn bestemmingsreserves gevormd waarmee in 2026 en 2027 de gemeentelijke inwonerbijdragen incidenteel met 3% zijn verlaagd. Ondanks de genomen maatregelen zal de gemeentelijke bijdrage voor de gemeenten stijgen. De Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) is een wettelijk verplichte gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert op het gebied van brandweerzorg (inclusief de meldkamer), de GHOR en regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing. De gemeenten uit de regio nemen deel aan de VRH en de gemeentelijke bijdragen zijn veruit de grootste inkomstenbron voor de VRH.
9) Contributieverhoging VNG Het begrote budget voor lidmaatschap VNG en bijdrage aanvullende diensten vanuit de bijdrage Gemeenschappelijke gemeentelijke uitvoering (GGU) is door stijgende kosten ontoereikend. De stijgingen van zowel contributie als bijdrage GGU zijn de afgelopen jaren hoger geweest dan de indexatie (volgens CPB) die is toegepast waardoor overschrijding van de begrotingspost ontstaat. Daarom is bijstelling van het budget voor 2026 met € 50.000 noodzakelijk en vanaf 2027 bedraagt de ophoging €80.000 per jaar.
9) Gemeenteleges reisdocumenten en rijbewijzen Tot en met 2027 is er sprake van een piek in de aanvragen van nieuwe paspoorten en rijbewijzen. Een deel van de legesvergoedingen op deze producten komt ten gunste van Publiekszaken waar ook de kosten van afhandeling worden gemaakt.
10) Div. Facilitaire zaken Uit analyse is gebleken dat facilitaire kosten historisch versnipperd, niet geïndexeerd of incidenteel zijn verwerkt. Hierdoor gaf de begroting geen realistisch beeld van de werkelijke kosten. Zo is er sprake van onvermijdelijke en onuitstelbare kostenstijgingen die voortvloeien uit wettelijke verplichtingen waar de organisatie aan moet voldoen, zoals keuringen en veiligheidseisen. Daarnaast moeten diverse contracten opnieuw aanbesteed worden en bij heraanbesteding blijken de huidige marktprijzen structureel hoger te liggen dan de historische tarieven. Ook is er achterstallig onderhoud waarbij het vanuit veiligheidseisen niet langer mogelijk is om dit uit te stellen. Voor het jaar 2026 wordt dan ook voorgesteld het budget met € 244.000 op te hogen en voor 2027 en verder wordt een bijstelling van € 358.000 voor het facilitair budget voorgesteld.
15
Naast deze budgetophogingen worden er twee investeringsbudgetten aangevraagd voor het starten met planmatige vervanging van het inbouwpakket en meubilair ad € 928.000 over een periode van tien jaar. Daarnaast is vervang van de keuken noodzakelijk. Ook hiervoor wordt een investeringsbudget van € 101.000 aangevraagd.
10) Informatiebeveiliging Om informatiebeveiliging systematisch en fundamenteel aan te pakken is een investering in diverse ICTsystemen en hardware noodzakelijk. Deze investering is de minimale investering die noodzakelijk is om een stevig fundament voor digitale weerbaarheid te leggen, waarbij leiderschap, risicomanagement, samenwerking en continu verbeteren centraal staan. De investering bedraagt € 186.000 structureel. De implementatie brengt in 2026 en 2027 incidentele kosten met zich mee. Daarom wordt er voor die jaren € 200.000 (2026) en € 193.000 (2027) aangevraagd.
10) Div. HRM/personeel De uitvoeringskracht van de gemeente wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit, beschikbaarheid en inzetbaarheid van mensen. De vraag is niet alleen of de gemeente voldoende medewerkers heeft, maar ook of zij met het huidige HRM-beleid in staat is om: • • • • •
mensen aan te trekken in een krappe arbeidsmarkt; nieuwe medewerkers goed te ontvangen en te behouden; leidinggevenden te ondersteunen in hun rol; tijdig te sturen op werkdruk, verzuim en uitstroom; en de organisatie voor te bereiden op toekomstige ontwikkelingen, zoals digitalisering en AI.
Voor het duurzaam versterken van de uitvoeringskracht is een integrale doorontwikkeling van HR noodzakelijk, gebaseerd op de werkgeversvisie en HR-strategie (welke medio 2026 gereed is). Dit vraagt om samenhangende investeringen in onder meer ontwikkelcapaciteit en essentiële HR-thema’s, zoals strategische personeelsplanning, leren en ontwikkelen, arbeidsmarktpositionering en HR-data. In 2027 leiden deze ontwikkelingen tot extra benodigd budget van € 245.000. Dit budget kent deels een incidenteel karakter. Voor het project HR-ontwikkeling wordt voor de jaren 2027 en 2028 een budget van resp. € 125.000 en € 105.000 geraamd.
10) Gemeenschappelijke regeling archief Deelname aan de nieuwe centrumregeling archiefbeheer, uitgevoerd door de centrumgemeente Delft heeft een structurele kostenstijging tot gevolg. Hiermee voldoen we aan het minimum van de wettelijke eisen van uitvoering.
3.3 Ontwikkeling bestaand beleid per programma Hieronder is beschreven welke belangrijke plannen, projecten en/of beleidsontwikkelingen per programma worden verwacht, inclusief de daarbij behorende financiële middelen. Onderdeel van dit overzicht vormen de plannen, projecten en/of beleidsontwikkelingen die reeds aan het college zijn voorgelegd, maar waarover nog een financieel besluit moet worden genomen.
Programma 1: ruimte en wonen Behouden en ontwikkelen van een herkenbare en passende woon- en leefomgeving Bestaand beleid Omgevingwetbestendig maken De gemeente heeft veel beleidsnota’s die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Graag willen we dat beleid zo snel en efficiënt mogelijk omzetten naar een vorm die beter aansluit op de eisen van de Omgevingswet. Daarvoor willen we een deel van de middelen die de raad heeft vrijgemaakt voor omgevingsprogramma’s gebruiken. Daarom wordt voorgesteld om een bedrag van €50.000 te onttrekken aan de reserve omgevingsprogramma’s (FCL 644010). Deze middelen stonden gereserveerd voor het
16
omgevingsprogramma Wonen en ontwikkeling, maar dit krijgt met de verwachte inwerkingtreding van de wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting een andere invulling en daar zijn in 2026 rijksmiddelen voor ontvangen.
Uitbreiden van de woningvoorraad Voor het realiseren van woningen voor aandachtsgroepen, zoals statushouders en woonwagenbewoners zijn verschillende financiële regelingen opgesteld door zowel het rijk als de provincie Zuid-Holland. Voorbeelden zijn de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT), de Realisatiestimulans, regeling Flexwoningen, Knelpuntenpot Sociale huur en de Vliegende Brigade. Bij de uitwerking van zowel de tweede locatie flexwonen als de woonwagenlocatie Klapwijkseweg zullen wij onderzoeken of en in welke mate deze financiële regelingen benut kunnen worden. Realisatie tweede locatie flexwoningen In aanvulling op het budget dat bij de Voorjaarsnota is gevraagd voor het starten van het project en het uitvoeren van onderzoeken, verwachten wij in 2027 ook middelen nodig te hebben voor de uitvoering van het project. Zodra de locatie bekend is en daarmee een concreter beeld kan worden geschetst van de kosten en eventuele bijdragen vanuit bovengenoemde financiële regelingen, gaan wij hierover verder met de raad in gesprek. De in de Voorjaarsnota gevraagde financiële middelen zullen deel uit gaan maken van dit toekomstige project. Woonwagenlocaties Na het door de raad vaststellen van het woonwagen- en standplaatsenbeleid in mei 2025 is gestart met een onderzoek naar de mogelijkheden voor uitbreiding en herinrichting van de locatie Klapwijkseweg.
Dit onderzoek wordt gedekt uit de bestaande begroting. Voor de herontwikkeling van deze locatie zijn in 2027 financiële middelen nodig. Bij de begroting 2027 zullen wij de raad daarvoor een voorstel doen. Wij verwachten dat dit in de vorm van een investering zal zijn, die wordt gedekt door de baten.
Benutten van de woningvoorraad voor (lokale) doelgroepen Bewoners ‘t Hofland De gemeente en de eigenaar van ’t Hofland hebben afgesproken om de overeenkomst met minimaal één jaar te verlengen. Dat betekent dat de bewoners een jaar langer in ’t Hofland kunnen blijven wonen. Daarvoor wordt ook een BOPA doorlopen. Na afloop van deze termijn zullen de bewoners van de 64 kamers elders moeten gaan wonen. We gaan kijken of en hoe de bewoners daarbij ondersteund kunnen worden.
Programma 2: economie en glastuinbouw Herstructurering en innovatie glastuinbouw Hierover zijn geen bijzonderheden te vermelden.
Meer menging van functies in de centra Hierover zijn geen bijzonderheden te vermelden.
Versterken economische vernieuwing Hierover zijn geen bijzonderheden te vermelden.
Programma 3: Duurzame mobiliteit Infrastructuur duurzaam veilig (her)inrichten en stimuleren verkeersveilig gedrag Katwijkerlaan De gemeente heeft gronden verworven voor de toekomstige ontwikkeling van de Balijade bij de Katwijkerlaan. Een beperkt deel van deze gronden is daarnaast benodigd voor de realisatie van een steunberm binnen het project Katwijkerlaan. De gronden zijn met gebruikmaking van de Wet voorkeursrecht gemeenten verworven. Inmiddels is het voorkeursrecht komen te vervallen en zijn nog niet alle benodigde percelen verworven, waardoor het project
17
Katwijkerlaan momenteel niet beschikt over de vereiste gronden. Twee grondeigenaren hebben aangegeven uitsluitend bereid te zijn hun perceel integraal te verkopen, hetgeen volledige verwerving noodzakelijk maakt. Indien hiervan wordt afgezien, dient te worden uitgeweken naar een kostbaarder alternatief in de vorm van een damwandconstructie. Binnen de financiële kaders van het project Katwijkerlaan is echter uitsluitend budget beschikbaar voor de verwerving van de strikt benodigde grondstroken. De additioneel aan te kopen gronden worden daarom aangemerkt als strategische verwervingen, met het oog op de toekomstige ontwikkeling van woningbouwlocatie Balijade. De verwachting is dat de gemeenteraad na de zomer hierover een voorstel ontvangt. Klimaatbestendig Klapwijk Dit project startte in 2020, met de vaststelling van de visie Klimaatbestendig Klapwijk door de gemeenteraad. Aanleiding voor het project was de verzakking die zich in de wijk voordeed. Hierdoor moest het riool worden vernieuwd. Deze werkzaamheden werden gecombineerd met het klimaatbestendiger maken van Klapwijk. De financiële dekking van deze werkzaamheden vond plaats vanuit verschillende beheer- en onderhoudsbudgetten. Dit budget is inmiddels niet meer toereikend door de zeer forse prijsstijgingen in de grond-weg-en waterbouw.
De raad is met de informatienota van 24 februari 2026 (zaaknummer 1638415) op de hoogte gesteld van de problematiek. Indien de extra middelen niet wordt toegekend, kunnen de resterende fases 5 en 6 niet worden uitgevoerd. De extra benodigde investering bedraagt € 4,5 mln. De invloed van de extra benodigde investering op het begrotingssaldo (vanwege de jaarlijkse lasten van rente en afschrijving) loopt in de begrotingsperiode 2026-2029 van € 7.000 (2026) tot € 88.000 (2029). Verlengde Komkommerweg In 2023 heeft de gemeenteraad besloten om de verlengde Komkommerweg aan te leggen. Op basis van nieuwe inzichten wordt de gemeenteraad in het tweede kwartaal van 2026 vertrouwelijk geïnformeerd over de voortgang van de werkzaamheden en de financiële stand van zaken. De planning is erop gericht om eind 2026 een voorstel ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. S-bocht Delfgauw Er wordt op dit moment een variantenstudie gemaakt voor de ophoging van de kering door het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente binnen de technische en financiële mogelijkheden. Op basis van een haalbare variant voor het ophogen van de kering, kan de inrichting van de openbare ruimte rondom de S-Bocht uitgewerkt worden. Zodra er een beeld hiervan is, wordende varianten en de benodigde financiële middelen ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Dit zal naar verwachting in 2027 zijn.
Stimuleren van duurzamere vormen van mobiliteit MFR Delft-Rotterdam Alexander Metropolitane fietsroutes (MFR’s) zijn snelle, comfortabele, regionale fietsroutes die woonwerkbestemmingen met elkaar verbinden. Deze routes maken langere afstanden per fiets aantrekkelijker en vormen daarmee een alternatief voor de auto. De gemeenteraad heeft op 23 november 2024 (zaaknummer 1450771) besloten om de MFR Delft-Rotterdam Alexander te realiseren. Onderdeel van deze route is een nog te realiseren fietsecoduct over de A13. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) betaalt 70% van de kosten van dit ecoduct. De resterende 30% wordt gezamenlijk gedragen door onze gemeente en de gemeente Delft. Voor onze bijdrage aan het fietsecoduct is € 205.000 nodig om aan onze financiële verplichtingen te kunnen voldoen. De raad is hierover geïnformeerd met de informatienota van 24 maart 2026 (zaaknummer 169065). De afschrijvingslast van deze aanvulling bedraagt € 5.125 per jaar. Daarnaast wordt over investeringen een rente van 0,5% berekend. Voor de aanvullende investering komt dit neer op € 1.025 in het eerste jaar. Deze rentekosten moeten in de reguliere begroting worden verwerkt.
Duurzaam en doelmatig beheren van de Openbare Ruimte Hierover zijn geen bijzonderheden te vermelden.
18
Samen met de MRDH werken aan de instandhouding van een dekkend netwerk aan ov-voorzieningen Hierover zijn geen bijzonderheden te vermelden.
Faciliteren van de keuze voor schoon vervoer Hierover zijn geen bijzonderheden te vermelden.
Programma 4: groen en recreatie Het uitvoeren van regulier beheer en onderhoud voor het dagelijks beheer en onderhoud van groen, water, oevers en speelvoorzieningen in de openbare ruimte In 2026 willen wij een volgende stap zetten in de doorontwikkeling van het beheer van de openbare ruimte. We willen toewerken naar een werkwijze die beter aansluit op het integrale beleidskader dat onder de Omgevingswet wordt gevraagd. Wij informeren de raad hierover na de zomer. Daarbij wordt uiteengezet hoe de gemeente in de toekomst een meer integrale afweging kan maken binnen de beheerplannen. Tot het moment van de besluitvorming hierover, blijven wij het beheer en onderhoud uitvoeren op basis van de huidige beheerplannen, binnen de beschikbare budgetten en met behoud van de bestaande beeldkwaliteit. Het beheerplan Spelen en het beheerplan Oevers lopen in 2026 af en worden in 2026 verlengd. Hiermee blijft de continuïteit van het beheer geborgd, in afwachting van de verdere besluitvorming van de raad. Als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen zien wij een risico van extra prijsstijgingen bij het beheer (zie hiervoor de risicoparagraaf). Bij de doorontwikkeling van het beheer nemen we dit risico mee.
Het opstellen en uitvoeren van beleid en maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit en dierenwelzijn Hier zijn geen bijzonderheden over te melden.
Het opstellen en uitvoeren van beleid en maatregelen ter bevordering van ontmoeten, recreëren, bewegen en spelen in de kernen Hier zijn geen bijzonderheden over te melden.
Het opstellen en uitvoeren van beleid en maatregelen ter bevordering van natuur en landschap, en recreëren in het buitengebied Beheer Dobbeplas De provincie Zuid-Holland heeft per 1 januari 2026 een nieuwe subsidieregeling vastgesteld voor het beheer van regionale recreatiegebieden. Hierdoor wordt de provinciale subsidie voor (voorheen recreatieschap) de Dobbeplas vanaf 2026 teruggebracht van 80% naar 40% subsidie. De verwachting is dat medio 2026 meer informatie bekend wordt over de definitieve hoogte van de subsidietoekenning voor 2026. Ook zal de provincie een overgangsregeling voor gemeenten met nadeel instellen. Nadat de gevolgen van deze besluiten bekend zijn, wordt bepaald of in 2026 de reserve beheer Dobbeplas moet worden aangesproken om een tekort te dekken. Voor het meerjarenperspectief na 2027 wordt in eerste instantie ingezet op versoberingsmaatregelen. Ook dit is afhankelijk van de duidelijkheid over de subsidietoekenning van de provincie.
Het opstellen en uitvoeren van maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering te ondervangen Hier zijn geen bijzonderheden over te melden.
Programma 5: onderwijs en kinderopvang Realiseren basisvoorzieningen in de eigen woon- en leefomgeving De realisatie van basisvoorzieningen voor onderwijs en (kinder)opvang vindt plaats volgens het Integraal Huisvestingsplan Kindcentra 2023 (IHPK). Op 15 april 2026 heeft de Rijksoverheid de wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting aangenomen. Deze nieuwe wet kan aanleiding geven tot een actualisatie van het IHPK in 2026. Een dergelijke actualisatie kan gevolgen hebben voor de prioritering, planning en omvang van toekomstige huisvestingsopgaven en daarmee mogelijk financiële consequenties hebben.
19
Oprichting VO‑afdeling Casa
Schoolbestuur Casa heeft eind 2025 kenbaar gemaakt een initiatief in te dienen volgens de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen (Wmrvns) voor het oprichten van een VO-afdeling (Voortgezet Onderwijs). De Wmrvns maakt het mogelijk om op basis van belangstelling van ouders een school te kunnen stichten en voor bekostiging in aanmerking te brengen. Casa dient voor 1 juli 2026 het initiatief voor de VO-afdeling aan te melden bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Vooruitlopend op het indienen van het initiatief dient Casa gesprekken te voeren met de gemeente, de schoolbesturen en het samenwerkingsverband in de regio. Vanaf 1 juli wordt het initiatief van Casa op de DUO website gepubliceerd en start het verzamelen van ouderverklaringen. Wanneer Casa voldoet aan het aantal ouderverklaringen (ca. 600), neemt het ministerie van OCW uiterlijk 1 juni 2027 een besluit.
Programma 6: collectieve voorzieningen Sportzaal Koningshof (het Baken) In 2024 is het Accommodatieplan binnensport 2024 vastgesteld. Eén van de actiepunten is een onderzoek naar de toekomstbestendigheid van sportzaal Koningshof. Dit onderzoek is vorig jaar uitgevoerd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek stellen wij een notitie toekomst sportzaal Koningshof op. De verwachting is dat deze notitie in het laatste kwartaal van 2026 voor besluitvorming aan de raad kan worden aangeboden. In de meerjarenbegroting 2027 en verder is nog geen rekening gehouden met de financiële consequenties als gevolg van mogelijke toekomstscenario's voor sportzaal Koningshof. Voor 2027 verwachten wij geen grote vervangingsinvesteringen. Afgaande op de huidige staat van onderhoud van de sportzaal is de verwachting dat eventueel onderhoud gedekt kan worden uit bestaande budgetten en dat de sportzaal in 2027 op veilige en verantwoorde wijze ingezet kan worden voor het bewegingsonderwijs en andere activiteiten.
Technisch beheerplan gebouwen 2027-2030 Het Technisch beheerplan gebouwen 2023-2026 is aan het einde van zijn looptijd. In de tweede helft van dit jaar wordt het Technisch beheerplan gebouwen 2027-2030 opgesteld en voor besluitvorming aangeboden aan de raad. Eventuele (vervangings)investeringen voor 2027 die voortkomen uit het nieuwe beheerplan kunnen echter niet meer worden verwerkt in de Programmabegroting 2027 en komen ten laste van de reguliere budgetten.
Pilot sociaal raadslieden In 2025 is, naar aanleiding van een aangenomen motie, gestart met een pilot sociaal raadslieden. Sociaal raadslieden helpen inwoners bij vragen over (bijv.) belasting, een uitkering, toeslagen of bij het opstellen van een brief of advies. De pilot loopt aan het einde van dit jaar af. De raad heeft gevraagd om bij het vaststellen van de Programmabegroting 2027 te kunnen besluiten over het vervolg. Door middel van een evaluatie presenteren wij de cijfers en de resultaten, zodat de raad een afweging kan maken bij het vaststellen van de begroting 2027.
Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) Naar verwachting treedt eind 2026 of begin 2027 de nieuwe Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen in werking. Als gevolg van de nieuwe wet krijgt elke gemeente een zorgplicht om tenminste één volwaardige bibliotheekvoorziening te realiseren en in stand te houden. Momenteel beschikt Bibliotheek Oostland over twee locaties in onze gemeente: één in Nootdorp en één in Pijnacker. De subsidie aan Bibliotheek Oostland bedraagt € 1.031.770 (2026). Wat de financiële gevolgen zijn van de wetswijziging, is op dit moment nog niet bekend.
Programma 7: individuele voorzieningen We bieden laagdrempelige en doelmatige oplossingen voor jongeren, ouderen, gezinnen en inwoners in een kwetsbare positie Welzijnsondersteuner ouderen Er is een evaluatie van de welzijnsondersteuner ouderen met DSW in het tweede kwartaal van 2026 afgesproken, waarbij wordt besloten over continuering en de passende verdeling van de kosten tussen de gemeente en DSW. Abonnementstarief Wmo
20
Het huidige abonnementstarief van de Wmo wordt per 1 januari 2028 omgezet naar een inkomensafhankelijke bijdrage. In 2027 worden de voorbereidingen gestart om deze wijziging uit te voeren. Participatiewet in balans De eerste maatregelen van de Participatiewet in Balans zijn op 1 januari 2026 ingaan. De overige set maatregelen gaan in op 1 januari 2027. Inkoop jeugdhulp 2027 De regionale inkoopstrategie dient als kader voor de invulling van het gezamenlijke inkoopproces. Deze nieuwe inkoopstrategie leidt tot nieuwe contractafspraken met jeugdhulpaanbieders. Met de doorontwikkeling van het stelsel creëren we de voorwaarden om de jeugdhulp beter te organiseren. De voorbereidingen voor de Europese aanbesteding zijn nu bezig. De huidige contracten worden in 2027 met een jaar verlengd. Het voornemen is per januari 2028 nieuwe contractafspraken met jeugdhulpaanbieders te hebben. Nieuwkomers De gemeentelijke opgave rond nieuwkomers blijft ook richting 2027 onverminderd actueel. De versnelling van huisvesting van statushouders in 2026 heeft een duidelijke doorwerking in 2027. Daarnaast loopt de gemeente in 2026 achter met de asielopgave op grond van de Spreidingswet. Het ministerie heeft in april 2026 interbestuurlijk toezicht aangekondigd op gemeenten met onvoldoende voortgang.
Naar verwachting zal dit ook in 2027 doorwerken via aanvullende bestuurlijke afspraken en verhoogde verantwoordingsdruk (zie ook programma 1). Oekraïense ontheemden Voor Oekraïense ontheemden bestaat op het moment onzekerheid over de landelijke kaders na 2026. De huidige RTB‑regeling wordt naar verwachting met één jaar verlengd, terwijl de invoering van de transitieregeling waarschijnlijk opnieuw wordt uitgesteld. Met de invoering van de transitieregeling kunnen Oekraïense ontheemden die nu onder de RTB vallen een tijdelijk transitiedocument krijgen (3 jaar), met rechten en plichten vergelijkbaar met die van andere ingezeten, waaronder huisvesting, arbeid en onderwijs. De regeling biedt een meerjarig perspectief gericht op zelfredzaamheid en duurzame participatie in de samenleving. Voor gemeenten betekent dit enerzijds meer duidelijkheid en stabiliteit in opvang en integratie, maar anderzijds ook langduriger inzet op huisvesting, participatie, onderwijs en ondersteuning binnen het sociaal domein.
We continueren de maatregelen om de kosten te beheersen en de kwaliteit te borgen Na vaststelling van het definitieve pakket van maatregelen in het interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025-2028, hebben wij een gefaseerde implementatie uitgevoerd. Jaarlijks rapporteren wij via een voortgangsrapportage over de implementatie en opbrengsten van het interventieplan. Daarnaast zullen wij waar mogelijk op zoek blijven gaan naar kansen om te innoveren en kosten te beheersen.
Programma 8: veiligheid en duurzaamheid We werken samen met inwoners, organisaties, ondernemers, brandweer en politie aan de veiligheid en leefbaarheid in onze wijken en kernen Integraal Veiligheidsplan 2027- 2030 In 2027 wordt een nieuw Integraal Veiligheidsplan (IVP) voor de periode 2027-2030 vastgesteld. In het IVP worden de prioritaire thema’s en doelstellingen op de gebieden van veiligheid, handhaving openbare ruimte, APV-vergunningverlening en toezicht sociaal domein voor de komende vier jaar vastgesteld. Daarnaast wordt ook een uitvoeringsprogramma vastgesteld waarin de activiteiten opgenomen worden die nodig zijn om doelstellingen en prioriteiten (uit het IVP) te kunnen behalen. Beleidskader Wijken die werken