Bijlage 1: Interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025-2028
Tekst van het document
Interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025-2028
Mei 2025
Inhoud Samenvatting ..........................................................................................................................2 Hoofdstuk 1 - Inleiding en opdracht ..........................................................................................3 Hoofdstuk 2 - Context Pijnacker-Nootdorp ...............................................................................5 Hoofdstuk 3 - Trends en analyse van de kostenontwikkeling in het sociaal domein .....................7 Hoofdstuk 4 - Aan welke knoppen kunnen wij draaien? ........................................................... 16 Hoofdstuk 5 – Wat hebben wij al gedaan? ............................................................................... 17 Hoofdstuk 6 – Pakket nieuwe maatregelen .............................................................................. 18 Hoofdstuk 7 – Het vervolg ...................................................................................................... 20 Risicoparagraaf ..................................................................................................................... 22 Bijlage - tabel demografie (hoofdstuk 3).................................................................................. 23
1
Samenvatting Het interventieplan voor kostenbeheersing en innovatie in het sociaal domein van PijnackerNootdorp voor de periode 2025-2028 richt zich op het structureel beheersen van de stijgende kosten en het waarborgen van de kwaliteit van de dienstverlening in het sociaal domein. Dit plan bouwt voort op het eerdere interventieplan 'Grip op het sociaal domein' (2020-2022), dat succesvol was, maar niet voldoende om de huidige kostenstijgingen te beheersen. Dit nieuwe plan is noodzakelijk om de kosten te beheersen, maar de uitdagingen blijven groot. De druk op budgetten en middelen is hoog. Zonder compensatie van de rijksoverheid, zullen er in de toekomst mogelijk opnieuw maatregelen nodig zijn, terwijl de mogelijkheden hiertoe steeds meer afnemen en de impact voor inwoners waarschijnlijk steeds groter wordt. Een belangrijk element van het nieuwe plan is de zogenaamde nullijn. Bij het vaststellen van de begroting voor 2025 is een nullijn voor het sociaal domein vastgesteld. Deze nullijn is gebaseerd op de tarieven van 2023, zonder prijsindexering voor 2024. Hoewel de indexering voor 2024 is overgeslagen, stelt het college voor om deze alsnog mee te nemen, wat een structureel effect van 1,2 miljoen euro heeft.
De gemeenteraad heeft besloten deze indexatie op te nemen in de Najaarsnota 2024 en de programmabegroting 2025-2028, waarbij de kosten voor 2024 en 2025 volledig ten laste van het exploitatieresultaat komen, en vanaf 2026 deels ten laste van de reserve sociaal domein. Het doel van het nieuwe interventieplan is om de kosten structureel te beheersen en vanaf 2027 te voldoen aan de nullijn en de kwaliteit van de ondersteuning in het sociaal domein te waarborgen. De visie op een veerkrachtig sociaal domein en dit interventieplan voor kostenbeheersing en innovatie zijn nauw met elkaar verbonden. Dit interventieplan is onderdeel van het uitvoeren van de visie. De visie biedt een breed kader en geeft richting aan het sociaal domein, met nadruk op preventie, normaliseren, integraal samenwerken en het versterken van de sociale basis. Het interventieplan vertaalt deze principes naar concrete maatregelen die gericht zijn op innovatie, het beheersen van de kosten en het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de zorg en ondersteuning. Samen vormen ze een samenhangend geheel dat bijdraagt aan een veerkrachtig en toekomstbestendig sociaal domein. Het interventieplan bevat een pakket van 23 maatregelen met een totaal maximaal geschat besparingspotentieel van 1.892.000 euro in 2028.
Deze maatregelen zijn gericht op innovatie en kostenbeheersing en omvatten zowel technische als beleidsmatige aanpassingen. Deze maatregelen komen bovenop de in 2024 door het college en/of door de gemeenteraad vastgestelde maatregelen, met een totaal geschat besparingspotentieel van 1.391.000 euro in 2028. De combinatie van enerzijds de maatregelen van 2024 en anderzijds het nieuwe pakket maatregelen, bieden voldoende ruimte om aan de taakstelling van de nullijn te voldoen. Het nieuwe pakket maatregelen zal, na besluitvorming, in stappen worden geïmplementeerd, met aandacht voor zowel korte- als langetermijneffecten. Er wordt een implementatieplan opgesteld om de uitvoering goed te begeleiden. Jaarlijks zal over de voortgang en realisatie worden gerapporteerd.
2
Hoofdstuk 1 - Inleiding en opdracht Inleiding De betaalbaarheid van het sociaal domein staat in heel Nederland onder grote druk. De budgetten vanuit de rijksoverheid staan niet in verhouding tot de stijgende kosten en de toenemende vraag. Over 2024 verwachten wij in onze gemeente, net als in 2023, een tekort dat op basis van de huidige inzichten, dat de komende jaren verder oploopt. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdhulp. Het is van belang om manieren te vinden om de uitgaven structureel te beteugelen en om scherpe keuzes te maken. Naast de stijgende kosten moeten wij ook de steeds schaarser wordende mensen/professionals en middelen (hulp bij het huishouden, begeleiders, zorgmedewerkers etc.) goed verdelen naar de inwoners die het echt nodig hebben. Om meer grip te krijgen op de financiële ontwikkelingen binnen het sociaal domein, is eind 2020 het interventieplan 'Grip op het sociaal domein' vastgesteld. Dit plan kende een looptijd van 2020 tot en met 2022 en bevatte 28 maatregelen om kosten te beheersen en kwaliteit toe te voegen in de uitvoering van jeugdhulp en de Wmo. De beoogde besparing was destijds geraamd op 1.250.000 euro. Met de jaarrapportage 2022 is het interventieplan afgesloten, waarbij in 2022 een besparing van 2.487.000 euro is gerealiseerd.
De realisatie was dus 1.237.000 euro hoger dan geraamd. Ondanks het succes van het interventieplan zijn, was er in 2023 en 2024 opnieuw sprake van een scherpe kostenstijging in het sociaal domein. Daarom is er een nieuw interventieplan voor het sociaal domein opgesteld en wordt dit hierbij aan de gemeenteraad voorgelegd. Dit plan kent een belangrijke samenhang met het bredere project 'Toekomstbestendige gemeentefinanciën Pijnacker-Nootdorp' en de uitvoering van de nieuwe visie op een veerkrachtig sociaal domein. Voor het sociaal domein is richting de Kadernota 2025 een zogenaamde nullijn vastgesteld. Daarnaast wachten wij verdere landelijke ontwikkelingen af die kosten kunnen besparen in het sociaal domein, zoals de (her)invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor alle voorzieningen binnen de Wmo en de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd door de rijksoverheid. Nullijn Bij het vaststellen van de begroting 2025 is de nullijn voor het sociaal domein vastgesteld. De nullijn is bepaald op basis van de realisatie van 2023. Die realisatiecijfers zijn het startpunt voor de programmabegroting 2025. Het budget voor 2025 is gebaseerd op tarieven van 2023 terwijl op basis van tarieven 2025 ingekocht wordt. Zodoende is bij het bepalen van de nullijn de prijsindexering voor 2024 “overgeslagen”.
In het verleden werd dat gedurende het jaar bijgesteld, veelal bij de najaarsnota. Vanuit het perspectief van realistisch begroten is de indexatie voor 2024 alsnog meegenomen (met een structureel effect van de hiervoor genoemde 1,2 miljoen euro). Door de gemeenteraad is vastgesteld dat de indexatie voor 2024 in de Najaarsnota 2024 en voor 2025 en volgende jaren in de programmabegroting 2025 – 2028 structureel wordt. Dit is voor de jaren 2024 en 2025 volledig ten laste van het exploitatieresultaat van de begroting gebracht. Voor 2026 is dit voor 50% ten laste van de reserve Sociaal domein gebracht en voor 50% van dit bedrag is een taakstelling voor dit interventieplan opgenomen. Vanaf 2027 is voor het volledige bedrag (1,2 miljoen euro) in dit interventieplan het bedrag als taakstelling opgenomen.
3
De doelstelling van het nieuwe interventieplan is om de kosten binnen het sociaal domein structureel te beheersen, vanaf 2027 te voldoen aan de nullijn en de daarbij horende taakstelling én tegelijkertijd de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen. Kanttekening houdbaarheid kosten sociaal domein Hoewel in het eerste interventieplan 'Grip op het sociaal domein' de doelstellingen zijn behaald en zelfs zijn overtroffen, moeten we erkennen dat de omstandigheden sindsdien aanzienlijk zijn veranderd. De kosten in het sociaal domein blijven stijgen, ondanks eerdere succesvolle maatregelen. Dit nieuwe interventieplan is een noodzakelijke stap om de kosten opnieuw te beheersen, maar het is belangrijk om realistisch te blijven over de uitdagingen die voor ons liggen. Het is essentieel om te benadrukken dat we ons in een situatie bevinden waarin de druk op de budgetten en middelen onverminderd groot is. De nullijn die we hanteren, gebaseerd op de realisatiecijfers van 2023, is een ambitieuze doelstelling. Ondanks dat dit interventieplan een noodzakelijke stap is om de kosten in het sociaal domein te beheersen, moeten we ons realiseren dat het geen definitieve oplossing biedt. Als compensatie vanuit de rijksoverheid uitblijft, en wetgeving niet verandert, is het niet ondenkbaar dat we over enkele jaren weer in actie moeten komen.
Waarbij er wederom maatregelen moeten worden voorgelegd, terwijl de mogelijkheden daartoe afnemen en de impact voor inwoners waarschijnlijk (nog) groter wordt. In hoofdstuk drie is een analyse te lezen van de kostenstijging binnen het sociaal domein. Uitgangspunten Om de nullijn te hanteren én te realiseren, zijn er een aantal uitgangspunten waar wij ons als organisatie aan dienen te houden. Deze uitgangspunten zijn: -
We hanteren en dragen de nullijn uit op zowel lokaal als regionaal gebied; Financiële tegenvallers worden binnen het sociaal domein opgevangen. Financiële meevallers komen ook ten goede aan het sociaal domein; Middelen vanuit de rijksoverheid bestemd voor het sociaal domein, gaan ook naar het sociaal domein; We voeren geen nieuwe taken uit, zonder dat hier volledig dekkende middelen tegenover staan.
Nieuw pakket maatregelen Om de kosten binnen het sociaal domein verder te beheersen en de nullijn te kunnen hanteren, komen wij met behulp van dit interventieplan met een nieuw pakket maatregelen en innovaties. De maatregelen bestaan uit een balans tussen innovatie en besparing, zodat het ook op organisatorisch gebied uit te voeren is. Het pakket, horende bij dit interventieplan, bestaat uit totaal 23 maatregelen en zijn te vinden in de bijlage. De maatregelen hebben een totaal geschat netto besparingspotentieel van 1.892.000 euro. Deze maatregelen komen boven op een pakket maatregelen dat het college en/of de gemeenteraad in 2024 heeft vastgesteld, met een totaal geschat netto besparingspotentieel oplopend tot een kleine 1,4 miljoen euro vanaf 2028. De hoofdstukken vier, vijf en zes gaan hier verder op in.
4
Visie op het sociaal domein Het interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein verhoudt zich nauw met de in juni 2024 vastgestelde visie op een veerkrachtig sociaal domein. Hier wordt in hoofdstuk twee verder op ingegaan.
Hoofdstuk 2 - Context Pijnacker-Nootdorp Het sociaal domein Sinds de decentralisaties van de Jeugdwet, Wmo en de Participatiewet in 2015, hebben gemeenten een grotere verantwoordelijkheid gekregen voor ondersteuning en zorgtaken voor hun inwoners. Dit omvat zowel de uitvoering van taken als het dragen van financiële risico's. Het idee achter de decentralisaties was dat ondersteuning beter en goedkoper kon worden georganiseerd. Echter, de budgetten voor deze taken zijn aanzienlijk verkleind. Ook in de jaren hierna zijn de gemeentelijke taken verder vergroot, denk hierbij aan de nieuwe wet inburgering. In de eerste fase lag de focus op het soepel uitvoeren van de gedecentraliseerde taken, waarbij continuïteit van zorg en ondersteuning voor onze inwoners centraal stond. Nu bevinden we ons in de transformatiefase, waarin we werken aan het beter en anders organiseren van ondersteuning en zorg op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde visies en kaders. Innovaties en samenwerking met ketenpartners (zoals onze welzijnsorganisatie de SWOP, de jeugdgezondheidszorg en vrijwilligersorganisaties) zijn hierbij cruciaal.
Visie op een veerkrachtig sociaal domein Onze nieuwe visie op het sociaal domein, vastgesteld door de gemeenteraad in juni 2024, benadrukt een veerkrachtige samenleving waarin iedereen kan meedoen, gelijke kansen krijgt en in staat is om te gaan met de uitdagingen van het leven. De kernwaarden van deze visie zijn dat iedereen op een betekenisvolle manier kan deelnemen aan de samenleving, inwoners zich blijven ontwikkelen om met levensuitdagingen om te gaan, er ondersteuning wordt geboden wanneer de uitdagingen te groot worden, en er verantwoordelijkheid wordt genomen voor een toekomstbestendig sociaal domein. De basis voor het sociaal domein in Pijnacker-Nootdorp is als volgt: inwoners en hun directe omgeving zijn primair verantwoordelijk voor hun welzijn, waarbij de gemeente ondersteunt waar nodig en hierin samen optrekt met inwoners. Zelfredzaamheid en samenredzaamheid (van inwoners en in de samenleving) wordt gestimuleerd. We werken aan een inclusieve gemeente. Iedereen kan en mag meedoen, ongeacht leeftijd, afkomst, geslacht, geaardheid, geloofsovertuiging, beperking of financiële situatie. De vraag van onze inwoners staat centraal, met een integrale benadering van ondersteuning en hulp. De gemeente stuurt op resultaten en werkt met duidelijke doelen en meetbare uitkomsten.
De gemeente werkt lokaal waar mogelijk, maar zoekt regionale samenwerking voor complexe of grootschalige vraagstukken. De beschikbare middelen worden efficiënt en doelmatig ingezet. Het sociaal domein is één geheel, met een integrale benadering van sociale en maatschappelijke opgaven. Waar nodig wordt maatwerk toegepast om op inhoud een doorbraak in de (multi-) problematiek van inwoners te realiseren. Hier is ook een maatwerkbudget voor beschikbaar. Belangrijke speerpunten van de visie zijn: •
Preventie en vroegsignalering:
5
•
•
•
•
Voorkomen is beter dan genezen. Door vroegtijdig lichtere zorg en ondersteuning in te zetten, wordt zwaardere en duurdere zorg voorkomen. Proactieve en integrale aanpak: Actief op zoek gaan naar signalen van hulpbehoefte. We werken samen en over domeinen/schotten heen om de beste ondersteuning te bieden. Versterken van de sociale basis: Beter een goede buur die je kan helpen, dan een verre vriend. Faciliteren van ontmoetingen, versterken van buurten en wijken en ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers. Inclusiviteit en gelijke kansen: Als je gezien wordt, doe je meer mee. Iedereen moet kunnen meedoen en zich kunnen ontwikkelen. Toekomstbestendigheid: Het sociaal domein is een vangnet. Verantwoordelijkheid nemen we samen voor een duurzaam sociaal domein.
De visie op het sociaal domein en dit interventieplan voor kostenbeheersing en innovatie zijn nauw met elkaar verbonden en dit interventieplan is onderdeel van het uitvoeren van de visie. De visie biedt een breed kader en richting voor het sociaal domein, met nadruk op preventie, normaliseren, integraal samenwerken en het versterken van de sociale basis. Het interventieplan vertaalt deze principes naar concrete maatregelen die gericht zijn op innovatie, het beheersen van de kosten en het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de zorg en ondersteuning. Samen vormen ze een samenhangend geheel dat bijdraagt aan een veerkrachtig en toekomstbestendig sociaal domein. De visie op het sociaal domein en de kostenbeheersingsmaatregelen en innovaties kunnen elkaar versterken. Voorbeelden hiervan zijn: •
•
•
•
Preventie en vroegsignalering: Maatregelen zoals powerful ageing en collectieve inzet op scholen passen goed bij de visie om preventief te werken, veerkracht van inwoners te versterken en vroegtijdig problemen aan te pakken. Proactieve en integrale aanpak: Het begeleiden van zorgwekkende verzuimers vanuit leerplicht en het selecteren van voorkeursaanbieders bevorderen een integrale en efficiënte aanpak. Versterken van de sociale basis: Door de sociale basis te versterken, kunnen inwoners meer zelfredzaam worden, wat de vraag naar (dure) zorg vermindert. Toekomstbestendigheid: Door nu te investeren in efficiënte en preventieve maatregelen, kunnen toekomstige kostenstijgingen worden beperkt en schaarse professionals en vrijwilligers goed verdeeld worden.
De kostenbeheersingsmaatregelen zijn in lijn met de visie op het sociaal domein, maar het is belangrijk om een balans te vinden tussen kostenbesparing en het waarborgen van inclusiviteit en gelijke kansen voor alle inwoners. Dit interventieplan geeft hier uitvoering aan. Regionale kostenbeheersing jeugdhulp Ook in onze jeugdhulpregio wordt samengewerkt om kostenbeheersing te realiseren. Door de enorme stijging van de kosten in de regio, de maatschappelijke ontwikkelingen en de afloop van 6
de huidige contracten met de aanbieders van Jeugdhulp in de regio Haaglanden per 1 januari 2027, wordt opnieuw gekeken naar de huidige inrichting en manier van sturen op ons regionale zorglandschap. Conform de Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden 2021-2026 en de Hervormingsagenda Jeugd, investeren we in een duurzaam toekomstbestendig stelsel, waarbij passende en tijdige hulp aan de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen gegarandeerd is. Dat kan alleen als lichte (hulp)vragen door op een andere manier worden opgevangen, zodat de jeugdzorg alleen beschikbaar is voor kinderen met complexere vragen waar de jeugdzorg voor bedoeld is. Essentieel hierbij is dat gerichte doelstellingen en ontwikkelopgaven uit de Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden worden ingebed in het hele zorglandschap met daarbij een passende en effectieve manier van sturing en bekostiging. De regio Haaglanden gaat werken met een nieuwe ordening van het zorglandschap aan de hand van inhoudelijke segmenten, grotendeels overeenkomstig met het advies van de landelijke inkoop sociaal domein. Dit maakt het mogelijk gerichter te kunnen sturen op de gewenste transformatie. Deze regionale transformatie loopt parallel aan ons lokale traject van kostenbeheersing en innovatie. Waar nodig wordt hierbij de verbinding gezocht.
Hoofdstuk 3 - Trends en analyse kostenontwikkeling in het sociaal domein
van
de
In de volgende paragrafen beschrijven we de ontwikkeling van de kosten in het sociaal domein in de periode 2015 tot en met 2024 (op basis van voorlopige cijfers 2024). Daarna brengen we het tekort in beeld voor de komende jaren op basis van de nullijn, waarbij de begroting van het domein Samenleving jaarlijks alleen groeit met de organisatie brede index en het organisatie brede areaal. Voor de volledigheid bieden we inzicht in de reserve sociaal domein, waaruit incidentele uitgaven en tegenvallers voor het sociaal domein opgevangen moeten worden. Na dit algemene beeld van de financiële situatie werken we de oorzaken van de kostenstijging voor Jeugdhulp, Wmo en Participatie uit. We kijken eerst naar landelijk beleid en jurisprudentie en zoomen daarna in op de lokale situatie. Hiervoor brengen we de demografische ontwikkeling in beeld en kijken binnen Jeugd, Wmo en Participatie naar factoren die kosten beïnvloeden. Kostenontwikkeling in het sociaal domein sinds de decentralisatie In de tabel hieronder ziet u hoe de kostenontwikkeling in het sociaal domein zich heeft ontwikkeld:
7
8
We kijken in deze reeks vanaf het jaar 2017, omdat dit het eerste jaar is waarin de cijfers voor Jeugdhulp en Begeleiding Wmo niet vertekend zijn door declaraties van aanbieders uit voorgaande jaren. Gemiddeld stijgen de kosten voor Jeugdhulp met 7,8% per jaar in deze periode, met een bandbreedte van – 7,1% in 2022 tot 23,1% in 2023. Dat wil zeggen dat de trend een hoge onzekerheid heeft. Bij de Wmo geeft de groei een iets stabieler, maar sterker stijgend beeld met een gemiddelde groei van 14,3% per jaar. Vanaf 2018 is de stijging in de uitgaven voor hulp bij het huishouden opvallend. Dit is te verklaren, omdat dit het jaar is dat het abonnementstarief voor de eigen bijdrage Wmo door de rijksoverheid werd ingevoerd. Verder in dit hoofdstuk gaan we dieper in op de factoren die de kostenstijging bij Jeugdhulp en Wmo veroorzaken. Gezien de huidige trends en factoren die de kostenstijgingen beïnvloeden, is het onwaarschijnlijk dat deze stijgingen op lange termijn houdbaar zijn zonder ingrijpende maatregelen vanuit het Rijk. De ontwikkeling van de uitgaven die we hebben voor de bijstandsuitkeringen (BUIG), in de laatste regel van dit overzicht, is lastig te duiden, omdat de TONK en TOZO1 -verstrekkingen in de Covidperiode in de totaalbedragen tot uiting komen en ook de energietoeslag in 2023 en 2024.
In de paragraaf over de kostenontwikkeling BUIG brengen we deze kosten apart in beeld en lichten we dit toe welke factoren de omvang van bijstandsbestand beïnvloeden. Prognose kostenontwikkeling 2024-2028 vóór invoering van maatregelen
TONK is Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten. Tozo is Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers. 1
9
Onderstaande tabel geeft aan de hand van de cijfers jaarrekening 2024 het tekort op de nullijn in de begroting bij Jeugdhulp en Wmo weer. Zonder verdergaande kostenbeheersing en innovatie stijgen de kosten verder door en cumuleert het totale tekort naar ruim 7 miljoen euro in 2028.
Tekort Sociaal Domein (bedragen * €1.000 Tekort Jeugd Tekort WMO Tekort Participatie Comp. Demogr. Ontwikkelingen Taakstelling
2024
2025
2026
2027
2028
363 -535 -3 0 -0.175
-820 -536 0 0 -1.356
-1.093 -655 0 107 -1.641
-1.464 -878 0 229 -2.113
-1.464 -878 0 363 -1.979
Bovenstaande tekorten laten de opdracht zien waar we in het interventieplan voor staan. Reserve Sociaal Domein De reserve Sociaal Domein is in 2014 ingesteld om een buffer te vormen bij tegenvallers. Vanaf 2018 worden middelen die in het jaar niet besteed zijn, maar bestemd zijn voor het sociaal domein, voor nieuwe taken en innovatie ook toegevoegd aan deze reserve. Vanaf dat moment dekken we ook incidentele kosten voor innovatie en gebruiken we de reserve als buffer voor de financiering van grote woningaanpassingen in de Wmo. De stand van der reserve sociaal domein is per 31-12-2024, 3.568.000 euro. Landelijk beleid en algemene ontwikkelingen die de kosten in het sociaal domein beïnvloeden Landelijk beleid zorgt bij de Jeugdhulp en de Wmo voor problemen bij de controle op de uitgaven. De Jeugdwet De Jeugdwet is zeer beperkt gekaderd, waardoor een enorme variëteit aan vraagstukken binnen het kader van deze Wet en dus het gemeentelijk domein valt. Ook ontstaat een soort waterbedeffect, waar bijvoorbeeld de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en de Zorgverzekeringswet (ZVW) wel scherpe grenzen kennen. Alles wat buiten deze laatste twee wetten valt lijkt tot de Jeugdwet te behoren. We zagen al voor de decentralisatie van de Jeugdwet een sterke stijging van het aantal kinderen met jeugdhulp in Nederland en dat heeft sindsdien doorgezet.
In 2000 had in Nederland 1 op de 27 kinderen jeugdhulp, nu is dat ongeveer 1 op de 7 kinderen in Nederland. In het Advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd staat één van de mogelijke verklaringen hiervoor: 'In meerdere gesprekken kwam de discussie over jeugdhulp als recht of als voorziening aan de orde. Volgens de rijkspartners was het uitgangspunt in de decentralisatie dat jeugdhulp een voorziening is. Volgens betrokkenen is in de afgelopen jaren het accent verschoven en wordt jeugdhulp meer en meer als een recht gezien. Zij vragen zich af of dat in dit systeem kan worden omgebogen'. De Jeugdwet heeft ook de toegang tot de Jeugdvoorzieningen bij meerdere toegangen belegd. Naast de gemeente kunnen ook huisartsen, medisch specialisten, gecertificeerde instellingen en de rechter zelfstandig en direct verwijzen naar de Jeugdhulp zonder dat de gemeente zicht heeft op het hulptraject, in tijd en kosten, maar wel het gehele traject moet betalen.
10
Ook de wijze van contracteren en de wettelijke voorschriften voor het bepalen van reële tarieven en de jurisprudentie daarover hebben een kostenverhogend effect. Daarnaast zijn er beleidskeuzes gemaakt op landelijk niveau, die invloed hebben op de uitgaven bij gemeenten. Zoals de realisatie van alternatieven van gesloten jeugdhulp en verkleinen van groepen voor jeugdhulp met verblijf. De Wmo De kadering van de wet is bij de Wmo ook in de loop van de jaren ondergraven. Met name juridische uitspraken hebben de scope van de Wmo steeds verder opgerekt. Zoals het moeten toewijzen, dus betalen, van een elektrische fiets. Daarnaast heeft de rijksoverheid bepaald dat hulp bij het huishouden onder de cao Verpleging en Verzorging valt, wat tot heel andere tarieven leidt dan de cao voor de schoonmaakbranche. Daarbij is een Algemene maatregel van bestuur (Amvb) reële kostprijzen vastgesteld, waardoor prikkels tot concurrentie en optimalisering van de bedrijfsvoering weg worden genomen en de tarieven blijven stijgen. Ter illustratie: het tarief voor hulp bij het huishouden is tussen 2018 en 2025 gestegen van 23,60 euro per uur, naar 37,80 euro per uur. Een stijging van ruim 60%. Als laatste noemen we bij de Wmo het effect van de afschaffing van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage.
In plaats van een bijdrage die afhankelijk was van inkomen, vermogen en gebruik, betalen alle inwoners die gebruik maken van de Wmo 21 euro per maand. Deze landelijke maatregel heeft een sterke aanzuigende werking gehad op het gebruik van Wmo-voorzieningen. Met name bij hulp bij het huishouden en bij aanpassingen van woonvoorzieningen. Een tweede kleinere oorzaak van stijgingen, is het niet kunnen verwijzen naar een aangepaste woning omdat er te weinig woningen zijn. De ruimte die de rijksoverheid in de wetten heeft ingebouwd, staan niet in direct verband met het budget dat de gemeenten krijgen voor de uitvoering hiervan. Hierdoor neemt de druk op de gemeentelijke begroting steeds verder toe. Participatiewet De Participatiewet kent een scherper kader dan de Jeugdwet en de Wmo. De druk op dit taakveld neemt toe door de groei van specifieke doelgroepen, zoals statushouders/inburgeraars en doelgroepen met een zorgprofiel. We komen hierop terug in de paragraaf kostenontwikkeling BUIG. Algemene lokale ontwikkelingen demografie Pijnacker-Nootdorp ontgroent en vergrijst. Zie hiervoor ook de tabel, als bijlage aan het einde van dit document. De bevolkingsopbouw in Pijnacker-Nootdorp verandert snel, met een afname van het aandeel jongeren (ontgroening) en een toename van het aandeel ouderen (vergrijzing).
De vergrijzing gaat sneller dan de ontgroening, wat leidt tot een verschuiving in de zorgvraag. • • •
Het aantal ouderen van 75+ is tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025 met 1567 ouderen gegroeid. Dat is een toename van 52%. Jeugd tussen 0-17 jaar is in dezelfde periode gedaald met 583 jeugdigen, dit is – 4,55%. De groei van de leeftijdsgroep tussen 13-17 jaar is van 1 januari 2015 tot en met 1 januari 2025 met 362 jongeren toegenomen, dit is een groei van 9,6%. Vanaf 2022 neemt krimpt deze leeftijdsgroep in onze gemeente. 11
Onze gemeente blijft nog steeds een jonge gemeente en de zogenaamde grijze druk blijft relatief laag. Het vergrijzingsvraagstuk is in Pijnacker-Nootdorp een volumevraagstuk, met een hogere groei dan de meeste gemeenten in de regio Delfland, Westland, Oostland (DWO) en Maassluis, Vlaardingen, Schiedam (MVS) De komende vijf jaar blijft het aandeel jongeren nagenoeg gelijk, terwijl het aandeel ouderen in de leeftijdscategorieën 65-74 jaar en 75+ respectievelijk met 12,5% en 30% zal stijgen. In 2024 telt de gemeente Pijnacker-Nootdorp 57.932 inwoners, een stijging van 65% sinds 2002. Deze groei is gemiddeld 2,31% per jaar. De vergrijzing is duidelijk zichtbaar: in 2024 is 16% van de inwoners 65 jaar of ouder. Dit percentage zal naar verwachting blijven stijgen, wat een grotere vraag naar ondersteuning en zorg binnen het sociaal domein met zich meebrengt. De gevolgen van deze demografische ontwikkelingen voor de toekomst binnen het sociaal domein zijn significant. De vergrijzing leidt tot een grotere vraag naar zorg en ondersteuning, met name binnen de Wmo. Ouderen hebben vaker behoefte aan hulp bij dagelijkse activiteiten, medische zorg en sociale ondersteuning. Met de groei van het aantal ouderen neemt ook de druk op mantelzorgers en vrijwilligers toe. Er zal meer ondersteuning nodig zijn om deze groepen te ondersteunen en te ontlasten.
De stijgende zorgvraag en de noodzaak om meer complexe zorg te bieden, zullen de financiële druk op het sociaal domein vergroten. Dit vraagt om efficiënte inzet van middelen en mogelijk herziening van budgetten. Om de toenemende zorgvraag aan te kunnen, zal er meer nadruk liggen op innovatie en preventie. Dit omvat het gebruik van technologie, vroegsignalering en het versterken van de sociale basis om zwaardere zorg te voorkomen. De complexiteit van de zorgvraag zal een intensievere samenwerking tussen verschillende zorg- en welzijnsorganisaties vereisen. Regionale samenwerking en netwerken worden steeds belangrijker. Kostenontwikkeling per wet In de volgende drie paragrafen gaan we in op de factoren die de ontwikkeling van de kosten bepalen. We kijken hierbij naar de totale kosten en daarna naar het aantal klanten en naar de gemiddelde kosten per klant/inwoner in de jaren 2021, 2022, 2023 en de onvolledige cijfers voor 2024. (de cijfers worden actueel gemaakt zodra de cijfers van de jaarrekening bekend zijn). Kostenontwikkeling Jeugdhulp regionaal, landelijk en pgb in Pijnacker-Nootdorp Jaar
Kosten
Aantal klanten
Gemiddelde kosten p.klant 2021 11,7 mio 1718 € 6.810 2022 10,7 mio 1675 € 6.388 2023 13,5 mio 1783 € 7.571 2024 13,1 * mio 1693 * € 7.737 * *Voorlopig: Op basis van declaratie over 11 maanden en onvolledige cijfers Omdat de cijfers voor 2024 nog onvolledig zijn, geven we nog geen omschrijving van de trend. Dit zou tot een verkeerd beeld kunnen leiden. Kostenontwikkeling binnen de grootste productgroepen Jeugdhulp Soort zorg
2021
klanten
2022
klanten
2023
klanten
2024
klanten
Jeugd GGZ Ambulant
5.128* 1.874
1244 337
4.866 1.497
1284 287
6.226 2.212
1305 296
6.413 1.794
1245 290 12
Verblijf met 1.550 Behandeling Dag0.729 behandeling Kosten 9.281 *kosten in miljoenen
74
1.313
41
1.096
45
1.481
34
63
0.843
41
1.091
45
1.448
34
8.519
10.625
11.136
Jeugdhulp is ingedeeld in 14 hoofdproductgroepen. In de tabel brengen we de vier productgroepen (soorten zorg) in beeld met de hoogste kosten. Bij elkaar wordt rond de 80% van de kosten gemaakt binnen deze productgroepen. We zien de totale kosten voor de grootste vier productgroepen tussen 2021 en 2024 stijgen met twee miljoen euro. Jeugd GGZ is veruit de grootste productgroep. Verwijsstromen 2021
2022
2023
2024
982 1184 181
892 1035 93
887 887 99
823 691 72
280
204
178
123
Aantal verwijzingen Kernteam Huisarts Gecertificeerde instelling Overig
Om meer grip te krijgen op de verwijsstromen binnen de Jeugdhulp zet onze gemeente in op het beïnvloeden/verlagen van het aantal verwijzingen dat via andere kanalen loopt en door regie te voeren over verwijzingen. Dit verloopt via inzet van eigen medewerkers in de keten zoals Praktijk ondersteuners Jeugd (POJ), Schoolmaatschappelijk werk en voorschools maatschappelijk werk ((V)SMW). Zo zorgen we voor het oplossen van problemen door er vroeg bij te zijn en de vraagstukken klein te houden. Hierdoor is verwijzing naar een tweedelijnsorganisatie minder nodig. Het kernteam trekt ook de regie over verwijzingen meer naar zich toe, waardoor meer invloed ontstaat over de verwijzing en de casusregie (1 gezin, 1 plan, 1 casusregisseur). Vanaf 2023 geven wij de huisartsen meer inzicht in het effect van (mogelijk te snel) verwijzen naar de jeugdzorg. Los van de hoge maatschappelijke kosten binnen de jeugdzorg, hebben ouders/opvoeders mogelijk (eerst) andere hulp nodig. En zijn kinderen/jeugdigen/gezinnen op een andere manier passender en dus beter geholpen. Het kernteam kan die situaties eerst oppakken, samen met ouders/ verzorgers. Kostenontwikkeling Wmo in Pijnacker-Nootdorp Hieronder ziet u de kostenontwikkeling van de hoofdproductgroepen in de Wmo over de jaren 2021-2024. U ziet de kosten in euro’s, het aantal actieve klanten en de kosten per klant per jaar.
2021 Gedeclareerd Productgroep/ soort zorg
Actieve klanten
Kosten per klant
13
Begeleiding Hulp bij huishouden Rolstoel Vervoersvoorziening Woonvoorziening
2.427.000 3.265.000 350.000 461.000 394.000
497 1180 432 1570 477
4.882 2.767 809 294 825
2022 Productgroep
Gedeclareerd
Actieve klanten
Kosten per klant
Begeleiding Hulp bij huishouden Rolstoel Vervoersvoorziening Woonvoorziening
2.324.000 3.846.000 383.000 459.000 426.000
512 1283 436 1663 568
4.538 2.998 879 276 751
2023 Productgroep
Gedeclareerd
Actieve klanten
Kosten per klant
Begeleiding Hulp bij huishouden Rolstoel Vervoersvoorziening Woonvoorziening
2.412.000 4.243.000 435.000 579.000 699.000
583 1431 438 1725 616
4.137 2.965 993 336 1.134
2024 Productgroep
Gedeclareerd*
Actieve klanten
Kosten per klant
Begeleiding Hulp bij huishouden Rolstoel Vervoersvoorziening Woonvoorziening *Onvolledig.
2.158.000 4.562.000 313.00 601.000 611.000
500 1503 443 1751 600
4.316 3.035 706 343 899
Hierboven ziet u de ontwikkeling van de kosten over de periode 2021 tot en met 2023 (de trend voor 2024 laten we op dit moment buiten beschouwing omdat deze onvolledig is en tot een verkeerd beeld kan leiden). Bij de voorziening Begeleiding zien we de kosten stijgen en de gemiddelde kosten per klant dalen tussen 2021 en 2024. Maatregelen in het kader van het eerste interventieplan liggen hieraan ten grondslag.
14
Hulp bij het huishouden groeit verder in kosten en aantal klanten. De kosten per klant stijgen gematigd mee met de stijging van het tarief door indexatie en kostprijsonderzoek. In de periode 2015 tot en met 2023 verdubbelt het aantal inwoners dat gebruik maakt van hulp bij het huishouden. In deze periode stijgt ook het tarief met rond de 60%. Het aantal rolstoelvoorzieningen blijft stabiel. Wat te verwachten is bij deze voorziening. Het aantal vervoersvoorzieningen, zoals regiotaxi en scootmobielen stijgt door een toename van de vraag naar deze voorziening. De gemiddelde kosten per klant stijgen in 2023 vanwege de hoge index voor het taxivervoer en voor de hulpmiddelen dat jaar. Ook de vraag naar woningaanpassingen groeit, waarbij het beroep op trapliften en duurdere verbouwingen van bijvoorbeeld douchecellen opvallend is. Kostenontwikkeling Participatie De uitgaven die onze gemeente heeft door het verstrekken van uitkeringen fluctueren en hangen samen met de omvang en samenstelling van het uitkeringsbestand. Daarnaast fluctueren de inkomsten die wij van de rijksoverheid ontvangen voor het betalen van de uitkeringen en de loonkostensubsidie (BUIG) eveneens. Dit laatste komt omdat het landelijke budget groeit en krimpt en omdat de rijksoverheid de BUIG baseert op de uitgaven en de samenstelling van het uitkeringenbestand van twee jaar geleden, de zogenaamde T min 1-methode.
Het resultaat van het bewegen van inkomsten en uitgaven is dat we soms geld over houden op de BUIG en soms tekortkomen, zoals bijvoorbeeld in 2023. Hieronder
ziet
u
de
ontwikkeling
in
de
afgelopen
periode:
In de afgelopen drie jaren zien we het uitkeringsbestand licht groeien. Dit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een toename van de taakstelling voor het huisvesten van statushouders. Daarnaast zien we groei van het uitkeringsbestand op momenten dat nieuwe sociale huurwoningen in onze gemeente worden opgeleverd. Als laatste zien we dat binnen de Participatiewet steeds meer inwoners komen met een zorgvraag of beperking. Deze groep en de instroom van meer statushouders zorgt ervoor dat per werkzoekende inwoner relatief meer tijd besteed moet worden aan vraagstukken als huisvesting, taal en cultuur, zorgvragen en het organiseren van passende ondersteuning bij een beperkingen om volledig te werken. Hierdoor vertraagd de uitstroom uit de bijstandsuitkering, lopen de kosten voor de uitvoering en voor re-integratie activiteiten op en neemt de druk op de medewerkers binnen het uitvoerende team toe. 15
Hoofdstuk 4 - Aan welke knoppen kunnen wij draaien? In het vorige hoofdstuk is gekeken naar de oorzaken van de stijgende kosten in het sociaal domein. In dit hoofdstuk wordt beschreven welke maatregelen we kunnen nemen om deze kosten te beheersen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen oorzaken die we niet of nauwelijks kunnen beïnvloeden en oorzaken die we wel kunnen beïnvloeden. Autonome oorzaken: niet of nauwelijks beïnvloedbaar Sommige oorzaken kunnen we niet of nauwelijks beïnvloeden. Denk hierbij aan: •
Jaarlijkse prijsstijgingen, bijvoorbeeld door indexaties van tarieven.
•
Inkomsten en compensatie van de Rijksoverheid via het gemeentefonds.
•
Wijzigingen in wetgeving (zoals het abonnementstarief en de reële kostprijs voor de Wmo).
•
Maatschappelijke opvattingen/ veranderingen.
•
Demografische ontwikkelingen, zoals de groei van het aantal 75-plussers.
Beïnvloedbare oorzaken De totale kosten per product worden bepaald door drie factoren: •
Prijs (P): Wat kost een product?
•
Volume (Q): Hoeveel inwoners maken gebruik van het product?
•
Intensiteit (I): Wat is de zorgzwaarte en duur van het product?
Gemeenten hebben weinig invloed op de prijs, omdat deze vaak afhankelijk is van cao-afspraken. Onze invloed ligt vooral bij het beperken van het volume (Q) en de intensiteit (I). Voor de Wmo zien we een sterke toename in het volume vanwege de demografische ontwikkelingen. Hier zijn de knoppen waar we, met behulp van maatregelen, aan kunnen draaien: 1. Meer grip op de toegang tot jeugdhulp: Huisartsen en rechters/gecertificeerde instellingen zijn belangrijke verwijzers voor jeugdhulp. We hebben weinig invloed op hun beslissingen, behalve door vrijwillige samenwerking. Door preventieve maatregelen zoals praktijkondersteuners jeugd en voorschools maatschappelijk werk willen we meer grip krijgen op de toegang tot jeugdhulp. Daarnaast blijven wij in gesprek met huisartsen. 2. Stellen van normen: We moeten duidelijker afbakenen welke zorg en ondersteuning de gemeente biedt. Dit helpt uitvoerders bij gesprekken met inwoners en aanbieders. 3. Meer sturen op de zakelijke samenwerking met aanbieders: We moeten met een zakelijkere houding en professioneel contractmanagement sturen op de samenwerking met aanbieders. Dit betekent afspraken maken over de doelmatigheid, duur en intensiteit van zorg. 4. Minder individueel maatwerk door de inzet van basisvoorzieningen en collectief aanbod: Door innovaties zoals specialistische groepsbegeleiding, dagbesteding en 16
mantelzorgondersteuning willen maatwerkvoorzieningen opvangen.
we
de
groeiende
vraag
naar
individuele
5. Inwoners meer aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid: We willen inwoners meer aanspreken op hun eigen kracht en die van hun directe omgeving. Dit betekent eerst onderzoeken wat er in de eigen omgeving mogelijk is voordat professionele hulp wordt ingezet.
Hoofdstuk 5 – Wat hebben wij al gedaan? Vooruitlopend op de besluitvorming van het nieuwe interventieplan heeft het college in juli besloten vanaf Q4 2024 een zestal nieuwe kostenbeheersingsmaatregelen in uitvoering nemen. Het gaat hierbij om zogenaamde technische maatregelen (maatregelen die binnen bestaand beleid en bestaand mandaat van het college kunnen worden uitgevoerd). Het gaat hierbij om de volgende maatregelen (zie ook de bijlage): ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Jeugd: Intensiveren screening verzoeken om toewijzing (VOTS) en verzoeken om wijzigingen (VOWS) Jeugd: Beïnvloeden verwijsstromen huisartsen (inzicht creëren in verwijsgedrag) Jeugd: Steungezin/ Kind aan huis (Humanitas) Wmo: Sturen op tijdig innemen niet gebruikte hulpmiddelen Wmo: Uitbreiden lijst met algemeen gebruikelijke voorzieningen Participatie: Intensiveren integraal toezicht en handhaving
De bovengenoemde maatregelen hebben een geraamd netto besparingspotentieel van €825.000 met ingang van het jaar 2025. Ook in oktober 2024 heeft het college nieuwe maatregelen vastgesteld om de kosten te beheersen. Ook deze maatregelen vallen binnen bestaand beleid en mandaat van het college. Deze maatregelen zijn: ▪ ▪ ▪ ▪
Jeugd: Jouw ingebrachte mentor (JIM) Participatie: Procesverbetering terugvordering Participatie: Work first Participatie: Zelfredzaamheid leerlingenvervoer
Deze maatregelen hebben een geraamd netto besparingspotentieel van: Maatregel Jeugd maatregel 1 – JIM Participatie maatregel 1 – procesverbetering terugvordering Participatie maatregel 2 work first Maatregel 3 – zelfredzaamheid leerlingenvervoer Totaal
2025 p.m. €100.000
2026 p.m. €200.000
2027 p.m. €200.000
2028 p.m. €200.000
€170.000
€170.000
€170.000
€170.000
€18.000
€24.000
€30.000
€36.000
€288.000
€394.000
€400.000
€406.000
Kostenbesparing binnen de verordening jeugdhulp In december is de nieuwe verordening jeugdhulp aan door de gemeenteraad vastgesteld. De nieuwe verordening bevat een aantal kostenbesparende maatregelen, die vanaf 2025 in werking 17
zullen treden. Het bespreken en eventueel vaststellen van de verordening, met hierin de maatregelen, zien wij als een stap richting het aanbieden van het nieuwe interventieplan sociaal domein in 2025. Het netto besparingspotentieel van de maatregelen in de verordening is voor 2025 €68.114, voor 2026 en verder is dat €109.528. Totale besparingspotentieel maatregelen 2024: Maatregelen Juli ‘24 Oktober ‘24 Verordening jeugd Totaal
2025 €825.000 €338.000 €68.114
2026 €825.000 €444.000 €109.528
2027 €825.000 €450.000 €109.528
2028 €825.000 €456.000 €109.528
€1.181.114
€1.328.528
€1.384.528
€1.390.528
De bovenstaande maatregelen worden momenteel gefaseerd geïmplementeerd.
Hoofdstuk 6 – Pakket nieuwe maatregelen We hebben een nieuw pakket met in totaal 23 maatregelen en innovaties uitgewerkt om meer grip te krijgen op onze uitgaven en de stijgende kosten te verminderen. Zie ook de bijlagen van dit interventieplan. Maatregelen zijn geschaard onder jeugdhulp, Wmo en de participatiewet. Het totale maximale besparingspotentieel van de maatregelen is geraamd op 1.892.000 euro in 2028 en is als volgt opgebouwd: Besparing Jeugd Besparing Wmo Besparing Participatie Totale besparing per jaar
2025 €561.000 €75.000 €-70.000 €566.000
2026 €862.000 €140.000 €30.000 €1.032.000
2027 €957.000 €340.000 €120.000 €1.417.000
2028 €987.000 €725.000 €180.000 €1.892.000
De uitgewerkte maatregelen kunnen worden geschaard onder de volgende categorieën: Technische maatregelen - Maatregelen en/of innovaties die binnen het bestaande beleid en mandaat van het college kunnen worden uitgevoerd. Ze vereisen geen politieke besluitvorming en kunnen direct worden geïmplementeerd. Regionale maatregelen - Dit zijn maatregelen en/of innovaties die betrekking hebben op afspraken die in regionaal verband zijn gemaakt. Ook deze kunnen binnen het bestaande mandaat van het college worden uitgevoerd. Beleidsmaatregelen - Dit zijn maatregelen en/of innovaties waarvoor politieke of bestuurlijke besluitvorming nodig is. Denk hierbij aan het aanscherpen van beleidskaders of het vragen van investeringen. De maatregelen zijn verschillend van aard en moeten daarom op verschillende manieren worden benaderd. Sommige maatregelen vragen vooral om uitwerking en kunnen daarna worden uitgevoerd (of worden al uitgevoerd). Dit zijn met name de technische en regionale maatregelen. Andere maatregelen vragen om nader onderzoek voordat een besluit kan worden genomen over de uitvoering. Dit zijn met name de beleidsmaatregelen. Voor deze maatregelen geldt dat via dit interventieplan richting wordt bepaald hoe we uitvoering kunnen geven aan de beoogde 18
besparingen. Een concrete uitwerking van deze maatregelen vergt meer tijd. Deze maatregelen zullen op een later moment ter besluitvorming aan het college en/of de gemeenteraad worden voorgelegd. Investeringen Een deel van de voorgestelde maatregelen vereist zowel tijdelijke als structurele investeringen om effectief te kunnen worden uitgevoerd. Tijdelijke investeringen zijn nodig voor initiële kosten zoals het aannemen van extra personeel, die op de korte termijn helpen om de maatregelen te implementeren en uit te voeren. Structurele investeringen zijn daarentegen gericht op het langdurig verbeteren van de dienstverlening en het waarborgen van de kwaliteit van zorg en ondersteuning. Deze investeringen zijn essentieel om de beoogde besparingen te realiseren en de continuïteit van het sociaal domein te waarborgen. Verhouding maatregelen 2024 en nieuw pakket op de taakstelling Als we de vastgestelde maatregelen van 2024 en het nieuwe pakket maatregelen van 2025 tegenover de nullijn en de daarbij horende taakstelling leggen, ontstaat het onderstaande beeld. Omdat er een onzekerheid2 is dat het maximale besparingspotentieel gehaald wordt, presenteren wij deze ruimte in twee bandbreedtes. Besparingspotentieel van de maatregelen wordt voor 100% gehaald: Jaren Taakstelling Maatregelen vastgesteld Maatregelen nieuw Saldo na maatregelen
2025 -1.356 1.231 566 441
2026 -1.641 1.379 1.032 770
2027 -2.113 1.385 1.417 689
2028 -1.979 1.391 1.892 1.304
Besparingspotentieel van de maatregelen wordt voor 80% gehaald: Jaren Taakstelling Maatregelen vastgesteld Maatregelen nieuw Saldo na maatregelen
2025 -1.356 1.231 453 328
2026 -1.641 1.379 825 563
2027 -2.113 1.385 1.134 406
2028 -1.979 1.391 1.514 926
Met de vastgestelde maatregelen uit 2024, biedt het nieuwe totale pakket met maatregelen horend dit interventieplan voldoende ruimte om aan de taakstelling van de nullijn te voldoen. Afhankelijk van de daadwerkelijk vastgestelde maatregelen wordt de uiteindelijke ruimte ten opzichte van de nullijn bepaald.
Het zijn geschatte prognoses. Dit kan anders uitvallen. Daarnaast vindt er gefaseerde implementatie plaats en zal niet elke maatregel direct vanaf 2025 geld gaan opleveren. 2
19
Taakstelling en Maatregelen bij 100% bandbreedte 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000
500 0 2025
2026 TAAKSTELLING
2027
2028
MAATREGELEN
Taakstelling en Maatregelen bij 80% bandbreedte 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 2025
2026 TAAKSTELLING
2027
2028
MAATREGELEN
Hoofdstuk 7 – Het vervolg Implementatie Op dit moment zijn wij de 12 maatregelen die in 2024 zijn vastgesteld aan het implementeren. Het nieuwe pakket maatregelen zullen wij na de besluitvorming in de gemeenteraad ook gefaseerd gaan implementeren. Hier zal een implementatieplan voor worden opgesteld en uitgevoerd. 20
Monitoring Concrete maatregelen in dit interventieplan betreffen zowel de korte- als de lange termijn. In een aantal gevallen is het voorziene effect van een maatregel niet te kwantificeren, slechts aannemelijk te maken. Hierbij is een andere vorm van monitoring nodig waarbij wordt gefocust op de correlatie van het effect van de maatregelen op kostenbeheersing in plaats van op de causaliteit. Zo wordt bij bijvoorbeeld bij participatie gefocust op het verhogen van het aantal uitstroom van bijstandsuitkeringen. Bij jeugdhulp de afname van de duur en het soort trajecten gemonitord. Het doel van monitoring is om de conclusies te delen, te bespreken en vervolgens te inventariseren welke mogelijkheden er zijn om ontwikkelingen of resultaten die aandacht nodig hebben om te buigen of te beïnvloeden. Hierdoor wordt er gestuurd op feiten in plaats van onderbuikgevoel. Cijfermatig inzicht Een randvoorwaarde is dat we zorgen voor een betere informatievoorziening zodat er meer cijfermatig inzicht komt in het aantal trajecten, de duur en intensiteit, doorlooptijden, de verwijzers, de kostprijs per verwijzer en de financiële afrekening. Op deze manier zijn we in staat beter te sturen op de kwaliteit van zorg en bijbehorende declaraties en daarmee op de kosten. Het fundament van het interventieplan is dat we data gedreven werken en cijfermatige inzichten.
Op basis van de inzichten wordt duidelijk waar we staan. Datagedreven werken Op dit moment zijn wij bezig met het opzetten van een werkwijze die optimaal gebruik maakt van data binnen het sociaal domein. Het doel van dit project is om de datavoorziening verder te verbeteren en efficiënter in te richten. Dit sluit aan bij de ontwikkeling van de Monitor sociaal domein, die wij momenteel in eigen beheer ontwikkelen. Binnen de monitor kunnen we prioriteit geven aan indicatoren die de resultaten van kostenbeheersende maatregelen en innovaties meten. Om dit te realiseren is er een team-data opgezet bestaand uit een analist, engineer en een steward. Daarnaast worden processen en werkinstructies waar nodig aangepast om te borgen dat de juiste informatie inzichtelijk wordt gemaakt. Doel hiervan is dat medewerkers op de juiste plek de juiste gegevens invullen. Rapportage voortgang De voortgang van het project zullen wij regelmatig rapporteren via een jaarlijkse rapportage van de voortgang van het nieuwe interventieplan. Dit hangt samen met het opleveren van een nieuwe monitor sociaal domein, waarin cijfermatige informatie rondom het sociaal domein staat. Informatie uit de monitor zal leidend zijn voor de voortgangsrapportage kostenbeheersing sociaal domein. Aangevuld met, waar nodig, extra duiding.
De monitor sociaal domein wordt daarnaast verder doorontwikkeld in 2025 en 2026, waarin de prioriteit kostenbeheersing wordt meegenomen. Hoe gaan we verder? Ook na vaststelling van het interventieplan en het implementeren van de nieuwgekozen maatregelen, blijven wij als organisatie niet stilzitten. Wij zullen nieuwe mogelijkheden om te innoveren en kosten te besparen blijven zoeken en waar nodig ter vaststelling aanbieden. Een voorbeeld hiervan is het nader bekijken van onze werkprocessen.
21
Risicoparagraaf Het tweede interventieplan voor het sociaal domein in Pijnacker-Nootdorp brengt, net als in het eerste interventieplan, diverse risico's met zich mee die zorgvuldig moeten worden beheerd om de doelstellingen te bereiken. De belangrijkste risico's en beheersmaatregelen zijn als volgt: Financiële risico's omvatten het risico van onvoldoende budgetten, wat kan leiden tot het niet behalen van besparingsdoelstellingen. Dit wordt beheerst door regelmatige monitoring van budgetten en uitgaven, tijdige bijsturing en het zoeken naar aanvullende financieringsbronnen. Demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing, kunnen de vraag naar zorg en ondersteuning verhogen, wat de druk op de budgetten vergroot. Investeren in preventieve maatregelen en vroegsignalering helpt de instroom in zwaardere zorg te beperken. Wet- en regelgeving kan onverwachte financiële en operationele gevolgen hebben door wijzigingen. Proactief volgen van beleidsontwikkelingen en tijdige aanpassing van lokale beleidskaders zijn cruciaal. Daarnaast kan nieuwe jurisprudentie ook invloed uitoefenen bij het uitvoeren van de maatregelen. Samenwerking met ketenpartners is essentieel; een gebrek hieraan kan de effectiviteit van maatregelen verminderen. Integrale samenwerking en duidelijke afspraken met ketenpartners worden gestimuleerd.
Personele capaciteit is een risico door een tekort aan personeel, wat de uitvoering van maatregelen kan belemmeren. Investeren in opleiding en ontwikkeling van personeel en het aantrekken van nieuwe medewerkers zijn belangrijke maatregelen. Personele draagvlak is nodig voor de uitvoering van maatregelen. Onvoldoende draagvlak kan leiden tot weerstand en vertragingen. Actieve betrokkenheid van personeel, duidelijke communicatie over de noodzaak en voordelen van maatregelen, en het bieden van ondersteuning en training zijn essentieel. Technologische risico's betreffen het niet tijdig op orde krijgen van de datavoorziening, wat de monitoring en sturing bemoeilijkt. Implementeren van een robuust datamanagementsysteem en het trainen van medewerkers in datagedreven werken zijn belangrijke maatregelen. Maatschappelijke opvattingen kunnen weerstand bij inwoners veroorzaken, wat de implementatie van maatregelen kan vertragen. Transparante communicatie en het betrekken van inwoners bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen zijn cruciaal. Door deze risico's tijdig te identificeren en passende beheersmaatregelen te treffen, kunnen we de kans op negatieve gevolgen minimaliseren en de doelstellingen van het interventieplan realiseren. Hier zal aandacht aan worden besteed bij de implementatie.
22
Bijlage - tabel demografie (hoofdstuk 3)
23