Bijlage 1. Evaluatiedocument Nota sturing fysieke leefomgeving
Tekst van het document
Evaluatiedocument Nota sturing fysieke leefomgeving
1. Inleiding Op 22 december 2022 heeft de gemeenteraad de Nota sturing fysieke leefomgeving vastgesteld (hierna: de Nota). De Nota beschrijft op welke wijze in Pijnacker-Nootdorp de bestuurlijke sturing in de fysieke leefomgeving is vormgegeven. De Nota is opgebouwd op basis van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Voor elk van de kerninstrumenten uit de Omgevingswet wordt beschreven wat het instrument omvat, welke wettelijke procedure aan de orde is en hoe we hierbij in Pijnacker -Nootdorp de rolverdeling tussen gemeenteraad en college vormgeven. Evaluatie toegezegd In de Nota is opgenomen dat twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet een evaluatie wordt uitgevoerd. Het initiatief voor de evaluatie ligt bij het college. De gemeenteraad zal worden gevraagd zich uit te spreken over de resultaten van de evaluatie en de eve ntuele vaststelling van een wijziging van de Nota. Tijdens de oordeelsvormende raadsvergadering van 15 december 2022 heeft wethouder Van Straten toegezegd eerder een evaluatie te houden als de voorziene termijn (twee jaar na invoering) te dicht bij de gemeenteraadsverkiezingen komt. Gelet op de verkiezingen in voorjaar 2026 heeft het college ervoor gekozen de evaluatie nu voor te leggen. Evaluatie over relatief korte periode De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden.
De evaluatie overziet de periode vanaf dit moment tot en met juni 2025. De invoering van de Omgevingswet heeft geleid tot een stelselwijziging in het fysieke domein. Mede gelet hierop is een periode van anderhalf jaar na invoering relatief kort om uitspraken te kunnen doen. De evaluatie geeft een indruk, maar het is nog te vroeg om grootse conclusies te kunnen trekken. De eerste indruk wordt voor een belangrijk deel bepaald door de strubbelingen die samenhangen met de invoering van de Omgevingswet. Zo waren er softwareproblemen waardoor het bijvoorbeeld lange tijd niet mogelijk was om meerdere omgevingsplannen gelijktijdig in procedure te brengen. Dat de invoering van de omgevingswet niet vlekkeloos verliep heeft in de media veel aandacht gekregen. Dit geluid heeft mogelijk geleid tot terughoudendheid bij initiatiefnemers. We zien namelijk dat het aantal aanvragen voor nieuwe ontwikkelingen die niet passen in het omgevingsplan laag is in vergelijking met de voorgaande jaren. In de afgelopen anderhalf jaar is er evenwel voldoende ervaring opgedaan om nu te komen met een evaluatie en met voorstellen tot aanpassing van de Nota. Opbouw van dit evaluatiedocument De evaluatie is, net als de Nota zelf, opgebouwd op basis van de kerninstrumenten van de Omgevingswet (omgevingsvisie, omgevingsprogramma, omgevingsplan en omgevingsvergunning).
Per instrument wordt beknopt samengevat wat in de Nota staat vermeld, worden de ervaringen en ontwikkelingen rondom het kerninstrument beschreven en worden voorstellen gedaan voor herziening van de Nota en de bijbehorende besluiten. NB. De evaluatie wordt ook gebruikt om de Nota redactioneel te verbeteren. Deze redactionele aanpassingen hebben geen inhoudelijke gevolgen en worden daarom niet nader benoemd in dit evaluatiedocument.
1 / 19
Omgevingsgesprek niet meegenomen in deze evaluatie In het Reglement van orde gemeenteraad Pijnacker-Nootdorp 2023 is een nieuw “instrument” opgenomen, het omgevingsgesprek. Dit omgevingsgesprek kan door de raad worden gehouden in het kader van de totstandkoming en/of wijziging van een omgevingsvisie, omgevingsplan of ontheffing van het omgevingsplan; deze laatste twee voor zover de bevoegdheid is voorbehouden aan de gemeenteraad. Een omgevingsgesprek heeft tot doel het in gesprek gaan met omwonenden en andere betrokkenen over hun visie op een voorgenomen ontwikkeling. In de afgelopen anderhalf jaar is er geen omgevingsgesprek georganiseerd. Daarom is het niet mogelijk om de werking van dit instrument te evalueren. Daarbij is het college van mening dat het aan de raad is om dit instrument, waar (leden van) het college alleen als toehoorder aan deel mogen nemen, te evalueren.
2 / 19
2. Omgevingsvisie Op 25 november 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Pijnacker -Nootdorp 2050: “Verbonden met elkaar” vastgesteld. Met deze omgevingsvisie is gebruik gemaakt van alle kansen die de nieuwe wet biedt. Het is een strategische visie waarin alle ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de hele gemeente op de lange termijn staan. Alle betrokken belangen zijn met elkaar in samenhang bekeken en er is steeds een afweging gemaakt tussen het beschermen en benutten van alle onderdelen van de fys ieke leefomgeving. Daarmee is ingespeeld op lokale behoeften. In de Nota wordt aangekondigd dat het college na twee jaar 2022 de (uitvoering van de) omgevingsvisie wil gaan monitoren. Dat is een moment om te overwegen of en op welke punten de omgevingsvisie aangepast zou moeten worden.
2.1 Ervaringen en ontwikkelingen Toen de omgevingsvisie werd opgesteld was het uitgangspunt dat de Omgevingswet op 1-1-2022 inwerking zou treden. Zoals bekend is deze wet uitgesteld en per 1-1-2024 inwerking getreden. Het college heeft daarom ook de monitoring uitgesteld. Eind 2025 wordt de eerste monitor ter informatie aan de gemeenteraad aangeboden.
2.2 Voorgestelde aanpassingen Gelet op het bovenstaande wordt voorgesteld het hoofdstuk over de omgevingsvisie nu niet aan te passen. Wanneer een herziening van de omgevingsvisie aan de orde is, dan zal de werkwijze voor deze herziening nader moeten worden bepaald.
3 / 19
3. Omgevingsprogramma Rondom het instrument omgevingsprogramma sluit de Nota aan op de aankondigingen die in de Omgevingsvisie zijn gedaan. Zo wordt benoemd dat er een structuur van omgevingsprogramma’s wordt opgesteld en ernaar gestreefd wordt deze binnen vijf jaren te implementeren. Ook wordt in de Nota beschreven hoe het college de gemeenteraad wenst te betrekken bij het opstellen van omgevingsprogramma’s en wordt er ingegaan op de monitoring van de programma’s (gerelateerd aan monitoring van de omgevingsvisie).
3.1 Ervaringen en ontwikkelingen Uitwerking structuur omgevingsprogramma’s In de Omgevingsvisie is genoemd dat we het bestaande beleidskader voor de fysieke leefomgeving willen omzetten in een samenhangende structuur van omgevingsprogramma’s. Deze structuur is uitgewerkt met vijftien thematische en gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s. Er is gestart met de uitvoering hiervan. Het gebiedsgerichte Omgevingsprogramma bedrijventerrein De Boezem is vastgesteld. Het ontwerp Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen is in 2025 ter inzage gelegd voor zienswijzen en wordt in het vierde kwartaal voorgelegd aan het college ter vaststelling. Daarnaast zijn de volgende omgevingsprogramma’s gestart 1 : • Ruimtelijke Kwaliteit • Economisch Vestigingsklimaat • Energie • Leefkwaliteit • Glastuinbouw Ook is het Actieplan Geluid vastgesteld, dat in de omgevingswet geldt als een verplicht programma. Inmiddels is in de wet ook een verplicht programma opgenomen voor warmte. Met het bovengenoemde omgevingsprogramma Energie geven we hieraan invulling. Implementatieperiode Waar de Omgevingsvisie uitgaat van vijf jaar, vraagt de implementatie van de omgevingsprogramma’s meer tijd. Dit heeft meerdere oorzaken. De invoering van de Omgevingswet is een ingrijpende verandering. Het raakt aan alle aspecten van de gemeentelijke organisatie die bezig is met de fysieke leefomgeving.
Het kost tijd om de noodzakelijke en gewenste veranderingen door te voeren. De Omgevingswet biedt hiervoor ook ruimte met een overgangsperiode tot 2031. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de implementatie van de omgevingsprogramma’s een leerproces is. Wanneer straks enkele omgevingsprogramma’s zijn vastgesteld, wordt in de komende bestuursperiode wordt de aanpak verder ontwikkeld met college en raad. Hierbij staat de samenhang centraal met de andere kerninstrumenten van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Het omgevingsprogramma staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van het gehele werkende stelsel van de Omgevingswet. Rolverdeling in de procedure van het omgevingsprogramma Bij de lopende omgevingsprogramma’s heeft de raad vooraf een kaderstellende notitie vastgesteld. Daarmee heeft de raad inhoudelijke en procesmatige kaders meegegeven voor het opstellen van deze programma’s. De vaststelling van de omgevingsprogramma’s zelf is een collegebevoegdheid. Het college houdt hierbij rekening met de taken en bevoegdheden van de raad. De raad heeft immers het budgetrecht en is bevoegd tot het vaststellen van omgevingsplannen waar de programma’s in doorwerken. Het college heeft de raad betrokken bij het opstellen en de besluitvorming van de omgevingsprogramma’s. Hierbij zijn verschillende werkwijzen toegepast. Enerzijds omdat elk omgevingsprogramma specifieke kenmerken heeft.
Anderzijds omdat hiermee ervaring wordt opgedaan om het instrument verder te 1 De gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s voor Dwarskade en Overgauw zijn inmiddels omgezet in gebiedsvisies.
4 / 19
ontwikkelen. Bij de behandeling van de kaderstellende notities zijn door de raad veel vragen gesteld over de betrokkenheid van de raad. Ook bij de ter inzagelegging van het omgevingsprogramma zijn raadsvragen gesteld. Deze ervaringen worden meegenomen bij het opstellen van nieuwe omgevingsprogramma's . 3.2 Voorgestelde aanpassingen Gelet op het bovenstaande wordt voorgesteld het hoofdstuk over het omgevingsprogramma nu niet aan te passen. De opgedane ervaringen kunnen aanleiding geven voor veranderingen in proces en inhoud van de omgevingsprogramma’s. Deze zullen op een later moment in de Nota moeten worden verwerkt.
5 / 19
4. Omgevingsplan Iedere gemeente heeft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2024 een ‘tijdelijk omgevingsplan’ gekregen. Dit moet voor eind 2031 zijn omgezet in een nieuw omgevingsplan. De Nota gaat kort in op het omzetten van het tijdelijke omgevingsplan in een nieuw omgevingsplan. Daarnaast worden in de Nota voorstellen gedaan voor de rolverdeling tussen college en gemeenteraad in de procedure van het omgevingsplan. Dit betreft de mandatering en ook delegatie van bevoegdheden in enkele specifiek omschreven situaties. Zoals bijvoorbeeld de delegatie van de raadsbevoegdheid tot besluitvorming over de vaststelling van een omgevingsplan als er een ontwerp van een omgevingsplan ter inzage heeft gelegen en er geen zienswijzen op het ontwerpbesluit zijn ingediend.
4.1 Ervaringen en ontwikkelingen De invoering van de Omgevingswet verliep landelijk niet geheel van een leien dakje. De landelijke software voor het maken en ook publiceren van omgevingsplannen was nog niet volledig. Zo was het lange tijd niet mogelijk om meerdere omgevingsplannen gelijktijdig in procedure te brengen. Dit probleem is pas in het tweede kwartaal van 2025 opgelost. In 2019 zijn we gestart met het omgevingsplan voor de wijk Tolhek. Dit omgevingsplan vormt het casco van ons gemeentebrede omgevingsplan en geeft ook voor de woonwijk Tolhek een gedetailleerde invulling. Over het ontwerp van dit omgevingsplan is in september 2024 door de gemeenteraad besloten en is het plan in juni 2025 vastgesteld. In 2024 zijn er enkele wijzigingen van het omgevingsplan in procedure gebracht. Dit betreft: • 1 januari 2024: inwerkingtreding Omgevingswet; • 2 januari 2024: technische in beheer name bruidsschat; • 6 februari 2024: ontwerp herziening bruidsschat; • 24 april 2024: vaststelling herziening bruidsschat; • 9 oktober 2024: publicatie ontwerp omgevingsplan Tolhek; • 17 juli 2025: publicatie vastgesteld omgevingsplan Tolhek. Over deze omgevingsplannen is door het college besloten op basis van de delegatiebesluiten die in de Nota zijn opgenomen. Inmiddels zijn ambtelijke voorbereidingen getroffen voor enkele wijzigingen van het omgevingsplan.
De gemeenteraad wordt door het college geïnformeerd zodra er zicht is op start van de participatie rondom elk van deze plannen. Wij hebben bij het omgevingsplan Tolhek ervaren dat het werken op basis van de Omgevingswet op vele fronten anders is dan werken op basis van de Wet ruimtelijke ordening. Onderwerpen die eenvoudig lijken, zoals het reguleren van de bouwmogelijkheid van bruggen, vragen nu veel meer tijd en ook afstemming met externe partijen. Met het omgevingsplan Tolhek is Pijnacker-Nootdorp één van de eerste gemeenten die een uitgewerkt omgevingsplan heeft vastgesteld. We zijn één van de koplopers op landelijk niveau. Wij delen onze kennis en expertise met gemeenten in de regio en ook met de VNG. In juli 2025 heeft onze gemeente de ‘Aan de slag trofee” gewonnen. Hiermee zijn we door een vakjury geprezen voor ons omgevingsplan Tolhek, waarmee we een voorbeeld vormen voor andere gemeenten. Dat we koploper zijn met een omgevingsplan maakt dat wij als (een van de) eerste gemeente knelpunten signaleren. Hierdoor zijn wij de partij die de knelpunten onder de aandacht brengt bij bijvoorbeeld VNG, hoogheemraadschap, provincie en softwareleverancier. Uitdagend, bevredigend, maar ook tijdrovend.
6 / 19
4.2 Voorgestelde aanpassingen Hieronder beschrijven we enkele onderdelen waar een aanpassing van de Nota gewenst is. Omzetten tijdelijk-nieuw omgevingsplan In de Nota is aangekondigd dat het college een voorstel gaat doen voor de omzetting van tijdelijk naar definitief omgevingsplan. Wij hebben een dergelijk plan tot nu toe nog niet gemaakt. De genoemde problemen rondom de invoering van de Omgevingswet en de ervaringen met het omgevingsplan Tolhek (zie hiervoor) maakten het niet goed mogelijk om een realistische planning te geven. Zoals genoemd wordt gewerkt aan enkele wijzigingen van het omgevingsplan. De ervaringen die we met deze plannen opdoen gebruiken we om een realistische planning te maken voor de omzetting van het tijdelijke omgevingsplan naar het nieuwe omgevingsplan. Deze planning verwachten we in 2026 met de raad te delen. In deze planning nemen we tevens mee hoe we de onherroepelijke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verwerken in het omgevingsplan (zie ook paragraaf 5.2 van de Nota)
Werkafspraken informatievoorziening gemeenteraad In de Nota staat: “Op dit moment is nog niet goed in te schatten hoeveel keer per jaar het college gebruik zal maken van één van de bovenstaande gemandateerde of gedelegeerde bevoegdheden. We kunnen ons voorstellen dat dit meerdere malen per jaar aan de orde zal zijn. Wij gaan graag met de raad en met de griffie in gesprek over hoe informatievoorziening richting de gemeenteraad het beste kan worden georganiseerd, zodat de raad het overzicht houdt van de lopende plannen en procedures.” Gelet op het beperkte aantal procedures was er tot nu toe nog geen noodzaak om een werkwijze af te gaan spreken. Nu er meer procedures zullen gaan lopen groeit de wens om te komen tot afspraken. Wij gaan deze afspraken daarom concreet vormgeven. Participatie bij wijziging van het omgevingsplan In de Nota is opgenomen dat het college de participatie bij een wijziging van het omgevingsplan veelal zal organiseren op basis van een concept-ontwerp van het omgevingsplan. Het werken met een concept-ontwerp past echter niet in de systematiek van de Omgevingswet. De landelijke software voorziet niet in de mogelijkheid om een concept-ontwerp te publiceren. Ook zijn er landelijk geen voornemens om de software hier wel geschikt voor te maken. Daarom hebben we onze werkwijze aangepast.
Conform ons participatiebeleid is de wijze waarom participatie wordt georganiseerd afhankelijk van omstandigheden zoals de aard en omvang van een beoogde ontwikkeling. Daarom kiezen wij ervoor bij een eenvoudige technische omzetting van regels te volstaan met informeren en is bij grootschaliger ontwikkelingen een intensievere wijze van participatie gewenst. Wij zullen daarom bij de wijziging van het omgevingsplan maatwerk toepassen, afgestemd op de inhoud van de wijziging.
Delegatiebesluit m.b.t. specifieke wijzigingen van de bruidsschat De gemeenteraad heeft de bevoegdheid tot besluitvorming over het vaststellen van een omgevingsplan, alsmede de bevoegdheid tot besluitvorming over het ontwerp van een omgevingsplan , gedelegeerd aan het college voor zover dit voorziet in aanpassing en/of het laten vervallen van artikelen uit de ‘Bruidsschat’. De betreffende artikelen zijn in een bijlage bij de Nota vermeld. Van deze bevoegdheid is, zoals hierboven genoemd, in 2024 gebruik gemaakt. Inmiddels hebben wij een nieuwe lijst met gewenste aanpassingen van artikelen in de bruidsschat opgesteld (bijlage 2.). Gewenst is bij herziening van de Nota de bevoegdheid tot besluitvorming over deze aanpassingen te delegeren aan het college.
7 / 19
Delegatiebesluit m.b.t. specifieke wijzigingen omgevingsplan rondom NEN-normen Met de bruidsschat zijn verwijzingen naar een aantal NEN-normen in het omgevingsplan opgenomen. Dit kan op termijn leiden tot knelpunten. Om deze reden is een wijziging van de Omgevingsregeling en AMvB’s in voorbereiding welke noodzaakt tot aanpassingen in de bruidsschat die is opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Een groot deel van de artikelen van de bruidsschat zijn inmiddels overgeheveld naar het nieuwe omgevingsplan. Deze artikelen komen daardoor in ons omgevingsplan twee keer voor; zowel in het tijdelijk deel als in het definitieve deel. Hoewel de benodigde aanpassingen nog niet in detail bekend zijn, weten we dat deze geen inhoudelijke gevolgen zullen hebben. Het zijn enkel technische aanpassingen. Daarom wordt voorgesteld de bevoegdheid tot besluitvorming over deze wijziging van het omgevingsplan te delegeren aan het college.
Delegatiebesluit m.b.t. beperkingengebied lokale spoorwegen Op 5 februari 2025 heeft de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit van de MRDH een beperkingengebied lokale spoorwegen vastgesteld. Bij brief van 17 maart 2025 heeft de MRDH de gemeenteraad verzocht om dit beperkingengebied op te nemen in ons omgevingsplan. De MRDH heeft hiervoor een geometrische begrenzing en ook een set voorbeeldregels aangeleverd. De regels dienen te worden aangepast aan de opzet van ons omgevingsplan. De brief van de MRDH is bijgevoegd (bijlage 3.). Op dit moment geldt er op basis van het overgangsrecht Omgevingswet al een beperkingengebied. Dit gebied is nu niet zichtbaar in het omgevingsplan. Door het beperkingengebied op te nemen in het omgevingsplan wordt het voor eenieder duidelijk waar welke regels gelden. De MRDH heeft verzocht om de wijziging van het omgevingsplan voor 1 januari 2026 vast te stellen. Gelet op de te verrichten werkzaamheden, de doorlooptijden van een procedure tot wijziging van het omgevingsplan is vaststelling voor de gewenste datum niet haalbaar; de MRDH is hiervan op de hoogte. Door de bevoegdheid tot besluitvorming over deze wijziging van het omgevingsplan te delegeren aan het college kan het proces tot vaststelling worden versneld.
8 / 19
5. Vergunningen De afhandeling van aanvragen voor omgevingsvergunning ligt bij het college. Het college draagt zorg voor een goede en zorgvuldige afhandeling van deze aanvragen. Wanneer een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit die strijdig is met het omgevingsplan, dan kan de gemeenteraad een adviserende (maar evenwel bepalende) rol krijgen bij deze afhandeling. De Nota geeft een Lijst adviesplichtige ontwikkelingen waarin de betreffende activiteiten zijn opgesomd. 5.1 Ervaringen en ontwikkelingen Aanvragen buitenplanse omgevingsplanactiviteit In de periode vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet tot en met 30 juni 2025 zijn er 203 aanvragen omgevingsvergunning ingediend. Het overgrote deel van deze aanvragen was passend binnen het omgevingsplan. Er zijn 76 aanvragen omgevingsvergunning ingediend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). Van deze aanvragen hebben er vier betrekking op een activiteit waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven dat zij hier een bindend advies over wenst te geven 2 . Een overzicht van de aangevraagde bopa’s is opgenomen in bijlage 1. Werkafspraken rondom adviesplichtige bopa’s In het reglement van orde van de gemeenteraad is in artikel opgenomen hoe de raad wil omgaan met vergunningaanvragen voor adviesplichtige bopa’s. Deze regels zijn in april 2025 omgezet in een concrete werkwijze.
Hiermee wordt de informatievoorziening richting de gemeenteraad verbeterd en wordt -waar mogelijk- gekomen tot een versnelde afhandeling van een aanvraag omgevingsvergunning.
5.2 Voorgestelde aanpassingen Hieronder beschrijven we enkele onderdelen waar aanpassing van de Nota gewenst is. Proces advies gemeenteraad In het reglement van orde van de gemeenteraad is opgenomen hoe de raad wil omgaan met vergunningaanvragen voor adviesplichtige bopa’s. Hiervoor is in april 2025 een werk proces afgesproken. De in de Nota opgenomen procesbeschrijving rondom het adviesrecht van de gemeenteraad wordt aangepast conform deze werkwijze. Dubbele knip bij bopa De Omgevingswet introduceert de mogelijkheid om een ‘geknipte bopa’ aan te vragen. Dan wordt in de eerste omgevingsvergunning een planologisch kader geschapen (locatie, toegestane maximale goot- en bouwhoogte, toegestane functies). In een tweede vergunning wordt vervolgens meer invulling gegeven aan het bouwplan (gevelaanzichten, etc.). Met het verlenen van de eerste omgevingsvergunning wordt het omgevingsplan niet gewijzigd. Daarom is ook de tweede vergunningsaanvraag in strijd met het omgevingsplan. Wanneer de beoogde ontwikkeling waar de vergunningen voor worden gevraagd staat vermeld op de Lijst adviesplichtige ontwikkelingen zal deze bij een ‘geknipte bopa’ tot tweemaal toe ter advisering aan de raad moeten worden voorgelegd. Dit leidt tot extra doorlooptijd en bestuurlijke drukte.
Voorgesteld wordt af te spreken dat bij een geknipte bopa voor de tweede aanvraag omgevingsvergunning geen advies van de raad noodzakelijk is.
2 Één van de vier aanvragen is op enig moment ingetrokken. Daarom is geen advies meer gevraagd aan de
gemeenteraad. De overige aanvragen zijn ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. 9 / 19
Ontwikkelingen op basis van een ontwikkelingsvisie Voor de zogenoemde transformatiegebieden uit de Omgevingsvisie, en ook voor andere locaties in onze gemeente, worden gebiedsvisies opgesteld. Deze gebiedsvisies geven voor een locatie inzicht in de beoogde ontwikkeling. Dit doen ze op eenzelfde wijze als de globale bestemmingsplannen voor de recente uitbreidingswijken zoals Ackerswoude en Tuindershof (respectievelijk bestemmingsplan Ackerswoude 2014 en Tuindershof 2019). Ze geven de beoogde indeling van een gebied, de ontsluiting, groen - en waterstructuren, en ook ‘bouwvlekken’ met bouwhoogtes, woningaantallen en een beschrijving van eventuele andere functies. Een gebiedsvisie kan daardoor goed functioneren als beleidsmatige onderbouwing van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voorgesteld wordt om de bevoegdheden zo te verdelen dat wanneer de gemeenteraad een gebiedsvisie heeft vastgesteld, deze door het college kan worden gebruikt als basis voor het verlenen van omgevingsvergunningen (bopa’s). Hiervoor is het noodzakelijk dat de gemeenteraad beslist het adviesrecht niet van toepassing te verklaren op ontwikkelingen die passen in door de raad vastgestelde gebiedsvisies. Tijdelijke omgevingsvergunningen Soms wordt er een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor een bepaalde tijd (= een tijdelijke omgevingsvergunning).
De Nota doet geen uitspraak over de rolverdeling college -raad bij de afhandeling van deze aanvragen, dit is wel gewenst. Voorgesteld wordt, in lijn met de wetgeving van voor invoering van de Omgevingswet, de bevoegdheid tot het verlenen van tijdelijke omgevingsvergunningen geheel bij het college te laten en derhalve het adviesrecht hierop niet van toepassing te verklaren. Overige aanpassingen Lijst adviesplichtige ontwikkelingen De Nota geeft een Lijst adviesplichtige ontwikkelingen waarin is opgesomd bij welke ontwikkelingen de gemeenteraad gebruik wenst te maken van het adviesrecht. In deze Lijst is de volgende aanpassingen gewenst: “Het bouwen van” (een woning) wordt vervangen door “Het toevoegen van”. Zo wordt voorkomen dat vervangende nieuwbouw (van een woning) ter advisering aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd. Woning(en) wordt vervangen door “burgerwoning(en), zorg-gerelateerde woning(en) en/of onzelfstandige wooneenheid/heden”. Hiermee wordt expliciet dat ook bij andere woningtypes het adviesrecht van de gemeenteraad aan de orde is. “Bouwvlak” wordt vervangen door “werkingsgebied”. Dit is in lijn met het vocabulaire van de Omgevingswet.
Daarnaast is in de Lijst opgenomen dat “Voor ontwikkelingen welke niet staan vermeld op de lijst kan het college de raad om advies vragen wanneer het college van oordeel is dat een ontwikkeling politiek of maatschappelijk gevoelig ligt.” Inmiddels is duidelijk dat een dergelijke “hardheidsclausule” niet mogelijk is. Het moet voor eenieder vooraf duidelijk zijn welk orgaan de definitieve beslissing neemt op een aanvraag omgevingsvergunning. Daarom wordt voorgesteld deze regel te schrappen. Voorkeur voor bopa in plaats van omgevingsplan Wanneer een beoogde activiteit in strijd is met het omgevingsplan kan hieraan op meerdere manieren medewerking worden verleend. In de Nota worden in paragraaf 6.3 voorkeuren uitgesproken voor de keuze van de procedure. Samengevat had het de voorkeur om wanneer een bopa met een reguliere procedure mogelijk is deze reguliere procedure toe te passen. In alle andere gevallen is de voorkeur te kiezen voor een wijziging van het omgevingsplan. Hierbij is de voorkeur voor gebruik van een verzamelplan uitgesproken. De eerdergenoemde problemen rondom de invoering van de Omgevingswet maakten dat we ons in 2024 genoodzaakt voelden om aan strijdige ontwikkelingen medewerking te gaan verlenen met een bopa, ook wanneer de uitgebreide voorbereidingsprocedure aan de orde zou zijn.
In gesprekken met initiatiefnemers is gebleken dat ook zij veelal een voorkeur hebben voor een bopa boven de wijziging van het omgevingsplan. Het voornaamste argument hierbij is de snelheid waarmee een bopa kan worden afgehandeld; de proceduretijd i s korter dan bij een wijziging van het omgevingsplan. Daarnaast speelt ook de onbekendheid met het
10 / 19
omgevingsplan een rol. Het in de Nota genoemde argument voor het werken met een omgevingsplan (= flexibiliteit richting de aanvrager) wordt weinig herkend. Gelet hierop kiezen wij er de komende jaren voor om -waar mogelijk- te werken met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Ook wanneer hierbij de uitgebreide voorbereidingsprocedure moet worden toegepast. Wanneer er door in de wet gestelde redenen geen mogelijkheid is om aan een ontwikkeling medewerking te verlenen met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, of wanneer een initiatiefnemer hier zelf om verzoekt, kiezen we voor wijziging van het omgevingsplan. In de Nota wordt de bovengenoemde voorkeur opgenomen.
BIJLAGEN: 1. 2. 3.
Overzicht aangevraagde bopa’s Gewenste aanpassingen Bruidsschat Brief MRDH d.d. 17 maart 2025
11 / 19
Bijlage 1. Overzicht aangevraagde bopa’s Omschrijving aanvraag Bouwen dakopbouw Vestigen bedrijf aan huis Bouwen dakopbouw Bouwen dakopbouw Uitbreiden woning Bouwen dakopbouw en plaatsen airco Bouwen bijbehorend bouwwerk Verbouwen en verduurzamen woning Bouwen rookkanaal aan zijgevel Bouwen woning Verbouwing-uitbreiding bedrijfswoning Plaatsen dakopbouw Plaatsen dakopbouw Bouwen dakopbouw Bouwen dakopbouw Realiseren 14 woonvoorzieningen Moderniseren antenne Installatie Plaatsen batterij Reesloot 8 Pijnacker Bouwen woning Plaatsen EOS voor opslag energie zonnepanelen Bouwen schuur Bouwen dakkapel voorgevel en bouwen dakopbouw achtergevel Wijziging omgevingsplan (horecafunctie) Bouwen aanbouw Aanleggen ontsluitingsweg het uitbreiden van de dakopbouw Maken dakterras Plaatsen airco op balkon/aanbouw achtergevel Bouwen overkapping en berging Corrigeren bestemmingsvlakaanduiding Wijzigen bestemming 2 bedrijfswoningen Bouwen serre t.b.v.
overdekt zwembad Plaatsen Airco Ontheffing omgevingsplan gebruik horeca pizzeria het uitbouwen en verduurzamen van woning het realiseren van een nokverhoging en het plaatsen van een dakkapel Realiseren tijdelijke huisvesting Plaatsen porto cabin naast huisartsenpraktijk Bouwen woning Uitbouw op bestaande woonlaag het plaatsen van een warmtepomp (legalisatie) Bouwen kantoor Uitbreiding dakopbouw Bouwen schuilstal Maken uitrit Realiseren tijdelijke huisvesting
12 / 19
Adres Dukaatstraat 83 2645MJ Delfgauw Oudeweg 15 2631CE Nootdorp Pauwmolen 48 2645GD Delfgauw Scheepmakersingel 58 2645LC Delfgauw Vlielandseweg 66 2641PP Pijnacker Koornbranderstraat 27 2645KZ Delfgauw Bovenmolenweg 7 2641PW Pijnacker Dijkgraafstraat 14 2645KN Delfgauw Steenuilweide 7 2643LX Pijnacker Onderweg 3a 2641NZ Pijnacker Delftsestraatweg 5 2645CA Delfgauw Witmolen 60 2645GK Delfgauw Witmolen 62 2645GK Delfgauw Witmolen 54 2645GK Delfgauw Koningin Wilhelminastraat 10 2631CW Nootdorp Vlielandseweg 34 2641KD Pijnacker Oostlaan 36 2641DL Pijnacker Molenlaan 14 2641PR Pijnacker Reesloot 8 2641PM Pijnacker Pieter Bregmanlaan 14 2641PS Pijnacker Veenweg 12 2631CL Nootdorp Sytwinde 196 2631GX Nootdorp Dorpsstraat 7 2631CR Nootdorp Fellowshiplaan 38 2631MK Nootdorp Onderweg nabij 5 Pijnacker Schellingstraat 50 2645HB Delfgauw Gaardenierstraat 1 2645JA Delfgauw Mina Krusemanstraat 3 2642DM Pijnacker Anjertuin 44 2643NB Pijnacker Dorpsstraat 16 2631CT Nootdorp Oudeweg 16 2631CG Nootdorp 's-Gravenweg 22 2631PM Nootdorp Meersingel 28 2642JB Pijnacker Speenkruid 2 2643KJ Pijnacker Oude Leedeweg 201 2641SG Pijnacker Vrijenbansestraat 1 2631BC Nootdorp Korteweg 1 2641GZ Pijnacker Binkhorst 1 2641LD Pijnacker Zuideindseweg 66a 2645BH Delfgauw Laan der Zeven Linden 18 2645GS Delfgauw Hof van Koningsveld 8 2631WJ Nootdorp Stoomweg 25 2631RR Nootdorp Koornbranderstraat 11 2645KZ
Delfgauw Oude Leedeweg 8 2641NR Pijnacker Fonteinkruid 33 2631DT Nootdorp Korteweg 3 2641GZ Pijnacker
splitsen woning Realiseren bouwvlakken Het realiseren van een woning op de eerste verdieping Omzetten bedrijfswoning naar reguliere woning Realiseren voedselmoeras Vergaderlocatie Uitbreiden woning Verschuiven bouwvlak Bouw 35 appartementen Bouwen dakopbouw Uitbreiden bouwen kas en silo's Bouwen 11 woningen (blok 15 Kiem Pijnacker) Realiseren 8 twee onder een kap woningen en 3 vrijstaande woningen Ontheffing voor strijdig gebruik Het wijzigen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning Plaatsing aggregaat Bouwen dakkapel voorzijde en wijzigen voorgevel Wijzigen gebruik bouwen 23 woningen en 16 appartementen (Centrumlijn Noord fase 3) Aanleg ontsluitingsweg Aanbouw voorzijde Bouwen dakopbouw Bouwen dakopbouw Bouwen dakkapel Plaatsen scheidingsmuur en veranda Bouwen waterpompstation Uitbreiden dakopbouw Bouwen kas op dak blok 3 en 4 Centrumlijn Noord Bouwen dakopbouw en dakkapel
Laan der zeven linden 9 Delfgauw s Gravenweg 18-20 Nootdorp Oostlaan 15b 2641DK Pijnacker Dwarskade 31 Nootdorp Oude Leedeweg 25 Pijnacker Keulseweg 26 Pijnacker Delftsestraatweg 157 Delfgauw Bieslandseweg 1c Delfgauw Tuindershof - Pijnacker Daslook 10 2631SH Nootdorp Hoefslag 10 2641ZZ Pijnacker Poldermolen 21 2643RB Pijnacker Poldermolen 46 2643RB Pijnacker Komkommerweg 2a 2645CD Delfgauw Nieuwkoopseweg 46 2631PR Nootdorp Blokweg 20 2641PT Pijnacker Delftsestraatweg 41 2645CA Delfgauw Katwijkerlaan 113 2641PE Pijnacker Klapwijkseweg 142 2642LR Pijnacker Nieuwkoopseweg 44a en 46 Pijnacker Heulweg 12 2641KR Pijnacker Westlaan 88 2641DP Pijnacker Berkelseweg 18 2641PL Pijnacker Vroegelingerf 60 2643HM Pijnacker Kievitsbloem 9 2631TA Nootdorp Komkommerweg 2a 2645CD Delfgauw Melkdragerhof 32 2645LR Delfgauw Schapengras en Struisgras Pijnacker Emmastraat 113 2641ED Pijnacker
NB. Bovenstaande tabel geeft de omschrijving van de ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd. Niet van de strijdigheid met het omgevingsplan. Een voorbeeld: Bij het bouwplan voor het bouwen van een woning kan op de locatie een woning zijn toegestaan maar is er bijvoorbeeld strijd met het omgevingsplan vanwege de overschrijding van een hoogtemaat.
Adviesrecht gemeenteraad Van deze aanvragen is bij de volgende ontwikkelingen sprake van adviesrecht van de gemeenteraad: Omschrijving aanvraag Adres Realiseren 14 woonvoorzieningen Vlielandseweg 34 2641KD Pijnacker Wijzigen bestemming 2 bedrijfswoningen Oudeweg 16 2631CG Nootdorp Omzetten bedrijfswoning naar reguliere woning Dwarskade 31 Nootdorp Bouw 35 appartementen Tuindershof - Pijnacker De aanvraag voor het eerstgenoemde bouwplan is op enig moment ingetrokken. De overige bouwplannen zijn/worden ter advisering aan de gemeenteraad voorgelegd.
13 / 19
BIJLAGE 2.
Gewenste aanpassingen Bruidsschat
De volgende regels uit de Bruidsschat kunnen komen te vervallen: -
-
Artikel 22.62a Tijdelijke uitzondering windparken Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie s Paragraaf 22.3.4.3 Geluid door windturbines Artikel 22.207 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening Paragraaf 22.3.18 Opwekken van elektriciteit met een windturbine Artikel 22.223 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening Artikel 22.243 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening Artikel 22.249 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening Artikel 22.255 Bodem: logboek Artikel 22.261 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten Artikel 22.263 Omgevingsvergunning tanken met LPG Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht Artikel 22.295 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
14 / 19
BIJLAGE 3.
15 / 19
Brief MRDH d.d. 17 maart 2025
16 / 19
17 / 19
18 / 19
19 / 19