Bijlage 1 - Denkwijzer participatiebeleid
Tekst van het document
Pijnacker-Nootdorp denkt mee! Denkwijzer participatiebeleid
Denkwijzer
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Missie en visie participatie(beleid)
5
3. Zo denken we mee in Pijnacker-Nootdorp!
8
4. Rolverdeling bij participatieopgaven
9
5. Leren door te doen
12
6. Omgevingswet en participatie
14
Processtappen participatie initiatiefnemers
18
2
Denkwijzer
1. Inleiding Pijnacker-Nootdorp maakt een nieuw participatiebeleid. Daarin komt te staan hoe bewoners, ondernemers en organisaties mee kunnen doen en denken bij plannen voor de gemeente, kern of buurt. De gemeente Pijnacker-Nootdorp vindt participatie belangrijk. Zowel in het Hoofdlijnenakkoord van 2018-2022 als in het nieuwe akkoord van 2022-2026 heeft de gemeenteraad de ambitie uitgesproken verder in verbinding te willen zijn met de samenleving. Dit gaat over het horen en kunnen wegen van de inbreng en belangen van die samenleving: inwoners, organisaties en ondernemers. Hoewel er al veel participatie plaatsvindt, kan het altijd beter. Dit participatiebeleid is een belangrijke stap daartoe.
Komst Omgevingswet Naast het belang dat de gemeente hecht aan participatie, speelt ook de komst van de Omgevingswet een rol bij de behoefte aan een participatiebeleid. Vanuit een motie die in de Eerste Kamer (motie-Nooren c.s.) is aangenomen, worden gemeenten verplicht een participatiebeleid op te stellen waarin wordt vastgelegd hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden.
Participatiebeleid raakt alle domeinen De ambitie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp met een participatiebeleid gaat echter verder dan wat de Omgevingswet voorschrijft. De gemeente kiest voor een bredere scope: het participatiebeleid moet niet alleen relevant zijn voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving ook voor maatschappelijk-economische en sociale (beleids) ontwikkelingen*.
Vervolg op beleid uit 2017 Dit participatiebeleid vervangt het beleid uit 2017 ‘Afwegingskader In Contact’. Opgedane ervaringen en nieuwe inzichten zijn hierin verwerkt.
*
Met de term (beleids)ontwikkelingen wordt in dit participatiebeleid alle activiteiten, projecten, opgaven, plannen en initiatieven in alle beleidsdomeinen bedoeld.
3
Denkwijzer
Voor wie is het participatiebeleid? Het participatiebeleid geeft het proces en de kaders weer waarbinnen participatie bij een (beleids)ontwikkeling plaats kan vinden. Het geeft daarmee participanten en initiatiefnemers houvast en handvatten, en toont aan wat we van elkaar kunnen verwachten en wat niet.
- De rollen van de partijen: bij participatie in het algemeen en bij specifieke participatieopgaven. Het gaat hier om de rol van het college, de gemeenteraad, de gemeentelijke organisatie, de participant en de initiatiefnemer. - De wijze waarop dit participatiebeleid wordt geborgd binnen de gemeentelijke werkwijze.
Formeel is het participatiebeleid alleen bindend voor gemeentelijke participatietrajecten. Maar hierbinnen kan de gemeente wel aangeven wat ze van initiatiefnemers verwacht en ze motiveren tot het organiseren van participatie.
- Wat de komst van de Omgevingswet betekent voor participatie bij ontwikkelingen en projecten in de fysieke leefomgeving.
Het participatiebeleid is er dus niet alleen voor de gemeente zelf. Het is er ook voor inwoners, ondernemers en organisaties. Zowel voor de gevallen dat zij als participant deelnemen, als voor de gevallen dat zij initiatiefnemer zijn van een ontwikkeling en zelf de participatie gaan organiseren.
De Werkwijzer is een apart document en een hulpmiddel voor medewerkers van de gemeente die een participatietraject gaan organiseren. Het gaat hier dan om burgerparticipatie. Hierin is het participatiebeleid uitgewerkt in:
Waarin verschilt participatie van inspraak?
- Een ‘gereedschapskist’ met (hulp)middelen en checklists.
Participatie gebeurt vóór de formele procedure van zienswijzen en beroep. Participatie is dus geen vervanging voor de officiële inspraak, het is een aanvulling in het voortraject. Bij participatie kunnen belanghebbenden in het voortraject invloed uitoefenen op (beleids) ontwikkelingen en is er meer ruimte voor dialoog.
Naast de Denkwijzer en de Werkwijzer is er ook een Handreiking participatie voor initiatiefnemers. Dit is een hulpmiddel voor initiatiefnemers bij zogenaamd privaat georganiseerde participatie, dus als zij zelf de participatie organiseren.
Wat staat er in het participatiebeleid? Het participatiebeleid bestaat uit een Denkwijzer, een Werkwijzer en een Handreiking participatie voor initiatiefnemers.
-
Een stappenplan om te komen tot een participatie-aanpak en uitvoering.
Participatieverordening Het participatiebeleid wordt van een wettelijke basis voorzien wanneer het is vastgelegd in een participatieverordening.
Dit document is de Denkwijzer. Hierin staat: -
De visie van de gemeente op participatie en het participatiebeleid.
- De principes voor hoe de participatie vorm krijgt en welke beloften we daarbij doen aan de samenleving.
4
Denkwijzer
2. Missie en visie participatie(beleid) De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil van betekenis zijn voor de samenleving. Dit heeft zich vertaald in de missie van de gemeente in de achtereenvolgende raadsakkoorden: van samen doen (2014-2018) via verder in verbinding (2018-2022) naar bouwen aan de toekomst (2022-2026). De gemeente - dit geldt zowel voor college als gemeenteraad- wil begrijpen wat die samenleving nodig heeft. En wil daarbij de kracht en expertise van die samenleving benutten. Andersom wil de gemeente dat de samenleving het college en de gemeenteraad begrijpt en kan volgen. Dit vraagt om interactie, om informatievoorziening en transparantie. Dit betekent ook dat de gemeente de samenleving wil betrekken bij het proces van besluitvorming. Bestuurders en raadsleden maken onderdeel uit van die samenleving. Ze zijn zichtbaar en benaderbaar, luisteren goed en gaan het gesprek aan met inwoners, ondernemers en organisaties in die samenleving. Participatie verbindt inwoners. Het zorgt voor betrokkenheid bij wat er in de buurt gebeurt en bij elkaar.
Visie op participatie Participatie is voor Pijnacker-Nootdorp belangrijk. Meepraten, meedenken of meedoen zorgt voor verbinding tussen gemeente en samenleving. Met de kennis, kunde en kracht van de samenleving kan de gemeente beter beleid maken en betere besluiten nemen. Ook zijn inwoners, ondernemers en organisaties meer betrokken bij elkaar en hun gemeente.
5
Denkwijzer
Participatie is een strategische vorm van het gesprek aangaan Participatie is een meer strategische, gestructureerde en breder opgezette vorm van het gesprek aangaan met de samenleving. Het is een van te voren uitgedachte wijze waarop je met een specifieke groep belanghebbenden over een specifiek onderwerp in dialoog gaat. En de mening peilt en/of ideeën verzamelt. Het is de drager van de dialoog met belanghebbenden bij ontwikkelingen van nieuw beleid op alle domeinen en in de fysieke leefomgeving. Een participatiebeleid helpt om participatie daadwerkelijk te borgen binnen de werkwijze en besluitvorming van de gemeente. Het moet onderdeel worden van het reguliere beleidsproces. En hier op een zorgvuldige, systematische en transparante manier vorm aan geven. Zodat de verwachtingen, zowel vanuit de samenleving als vanuit de gemeente, goed op elkaar afgestemd kunnen worden.
Participatiebeleid helpt initiatiefnemers Daarnaast helpt een participatiebeleid ook initiatiefnemers met ontwikkelingen die impact hebben op die samenleving. Het participatiebeleid zorgt ervoor dat initiatiefnemers weten wat ze moeten doen als zij zelf de participatie organiseren en binnen welke kaders. En faciliteert zo de participatie door initiatiefnemers. De uitkomsten van een goed doorlopen participatieproces helpen bij het nemen van een bestuurlijk besluit. In veel gevallen is participatie niet nodig, zoals bij het plaatsen van een dakkapel of het organiseren van een straatfeest. Het is natuurlijk wel goed om de buren te informeren. Als er aan de gemeente een besluit wordt gevraagd, moet de initiatiefnemer zelf beoordelen of participatie wenselijk is én hoe hij de participatie wil vormgeven. Er geldt een motiveringsplicht: de initiatiefnemer moet aangeven of aan participatie is gedaan en zo, ja, wat daarvan de resultaten zijn. De gemeente kan de participatie niet verplichten, maar wel stimuleren. Behalve als een initiatief afwijkt van de regels van het omgevingsplan. Bij deze zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan de gemeenteraad van tevoren gevallen aanwijzen waarvoor een participatieplicht geldt.
6
Denkwijzer
De gemeente stimuleert participatie door: 1. H et bieden van een Handreiking participatie voor initiatiefnemers waarin staat beschreven wat de gemeente verwacht bij het uitvoeren van een participatieproces. Dit is gebaseerd op de manier waarop de gemeente haar eigen participatieprocessen voorbereidt en uitvoert. 2. P articipatie te agenderen bij het eerste gesprek met de initiatiefnemer en adviseren over participatie.
Betere belangenafweging Ten slotte leidt een participatiebeleid tot een betere belangenafweging rondom nieuwe (beleids)ontwikkelingen. Door participatie altijd volgens een vast stramien of aan de hand van een vaste leidraad uit te voeren, kan het college en/of de gemeenteraad de uitkomsten van die participatie achteraf beter toetsen en beoordelen.
Niet iedereen hoeft het eens te zijn Participatie betekent niet dat iedereen het met de uitkomst eens moet zijn. Of dat de gemeente doet wat de participanten willen. Tegenstand kan blijven bestaan. Meer draagvlak voor nieuw beleid of een nieuwe ontwikkeling door participatie kan natuurlijk wenselijk zijn maar is geen doel op zich. Het gaat erom dat de gemeente en belanghebbenden goed naar elkaar luisteren en elkaar kunnen uitleggen waarom een ontwikkeling wel of niet gewenst is. En dat de uiteindelijke beslissers -het college of de gemeenteraad- met deze informatie een goede belangenafweging kunnen maken en besluiten kunnen nemen. Essentieel daarbij is dat hier aan het begin van het participatietraject goede afspraken over worden gemaakt en de juiste verwachtingen worden geschapen.
7
Denkwijzer
3. Zo denken we mee in Pijnacker-Nootdorp! Zeven principes vormen de basis voor de manier waarop participatie in PijnackerNootdorp vorm krijgt. De principes komen voort uit wat zowel de gemeente als de samenleving belangrijk vinden bij participatie. In de principes wordt daarom gesproken over ‘we’. Daarmee bedoelen we de gemeente (raad, college en ambtelijke organisatie) én de gemeenschap (inwoners, ondernemers en organisaties). Ook inwoners, ondernemers en organisaties hebben een rol in participatie. Van hen wordt een constructieve houding verwacht om het gesprek aan te gaan. Dat betekent duidelijk en open zijn over belangen, elkaars belangen en opvattingen respecteren en niet alleen standpunten naar voren brengen. Het participatieproces en de participatievorm moeten daarin stimuleren.
1 2
We zijn transparant & open over het doel van de participatie en de participatieruimte, en zorgen voor begrijpelijke en regelmatige communicatie. We stellen relevante informatie, documentatie en deskundigheid ter beschikking zodat belanghebbenden hun eigen mening en ideeën over het participatie-onderwerp kunnen vormen. Zo stemmen we onze eigen verwachtingen en die van belanghebbenden op elkaar af en geven daar aan het begin en tijdens het traject duidelijkheid over. We beginnen vroegtijdig met participatie. Participatie is een vast onderdeel van de (beleids)ontwikkeling en we streven ernaar participatie onderdeel te maken van de oriëntatie- of beleidsvoorbereidende fase. Dus ook op het moment dat we het zelf nog niet zo goed weten. Hierdoor overvallen we belanghebbenden niet met nieuw beleid of een nieuwe ontwikkeling.
3 4 5 6 7
We werken met een passende aanpak, gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de opgave, de impact en de belanghebbenden. Iedere opgave vraagt immers een eigen aanpak die is afgestemd op het doel van de participatie, de grootte en impact van de opgave, de behoeften van de belanghebbenden en de participatieruimte. We informeren elkaar over wat er leeft en speelt. We willen het plan voor de (beleids)ontwikkeling verrijken met de inbreng van inwoners, ondernemers en organisaties. We luisteren goed, staan open voor alternatieven en kunnen zo een betere belangenafweging maken. We stellen voldoende tijd en budget hiervoor beschikbaar. We respecteren elkaars belangen en hebben aandacht voor (verschillende) groepen belanghebbenden, ook die moeilijker bereikbaar zijn. We zetten participatievormen en middelen in met als doel de verschillende belangen op tafel te krijgen. We doen ons best om ook de mening, vragen en ideeën van die belanghebbenden in beeld te krijgen voor wie het deelnemen minder vanzelfsprekend is. We zijn duidelijk naar elkaar. Over het doel van de participatie, over het proces en over wat er met de inbreng van deelnemers gebeurt en met welke inbreng niets gebeurt. Dit doen we door een terugkoppeling aan de deelnemers en andere belanghebbenden te geven over resultaat en besluitvorming. We maken participatie de moeite waard.
We doen ons best om vormen en middelen in te zetten die laagdrempelig en toegankelijk zijn én belanghebbenden enthousiast maken deel te nemen. We vieren het resultaat dat we gezamenlijk met de participanten hebben bereikt: een beter plan of beleid en/of meer draagvlak.
8
Denkwijzer
4. Rolverdeling De gemeenteraad, het college, de gemeentelijke organisatie en de participant hebben ieder een eigen rol en verantwoordelijkheid, ook bij participatie. De gezamenlijke opdracht is om de participatie zó te organiseren dat ieder zijn rol kan spelen. Welke rol wie heeft bij participatieopgaven en hoe die rol eruit ziet hangt af van: 1. De belangen, het schaalniveau en de impact van de participatieopgave 2. Het type participatie: burgerparticipatie, overheidsparticipatie of privaatgeorganiseerde participatie 3. De rol van de participant: mee-weten, meedenken, meewerken of meebeslissen.
Rol afhankelijk van belangen, schaalniveau en impact participatieopgave De precieze rol van de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie verschilt naarmate de participatieopgave een groter schaalniveau betreft, meer impact heeft en/of meer belanghebbenden raakt. Ook kan meewegen wat de bereidheid van inwoners is om mee te doen, gezien bijvoorbeeld het onderwerp. Onderstaand schema kan helpen om de participatieopgave in de categorie klein, middel of groot te plaatsen en op basis daarvan te bepalen wat de rol van de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie daarbij is.
9
Denkwijzer
(Schaal)niveau
Omwonenden/ straat
Buurt/wijk
Kern/gemeente/ regio
Belangen
Individueel
Collectief
Maatschappelijk
Impact
Gering
Gemiddeld
Groot
Categorie
Klein
Middel
Groot
Let op: niet alle initiatieven zijn onder te brengen in dit schema. Er zijn immers ook kleine initiatieven (in een buurt of straat) die een grote impact kunnen hebben.
college bij besluitvorming inzichtelijk maakt wat de uitkomsten zijn van participatie. Grote participatie-opgaven zijn de ontwikkeling van een omgevingsvisie of de herinrichting van een binnenstadsplein. Om vooraf te bepalen of een participatieopgave klein, middel of groot is en/of veel impact heeft is overleg en een goede afstemming tussen raad, college en organisatie belangrijk.
Rol ook afhankelijk van type participatie Behalve van de grootte en de impact van een opgaven is de rol van de gemeente ook afhankelijk van het type participatie. Gaat het om: • burgerparticipatie • overheidsparticipatie
Voor participatie-opgaven die vallen in de categorie klein en middel is het college verantwoordelijk voor de uitvoering van de participatieaanpak. De organisatie adviseert en voert uit. Denk bij kleine opgaven bijvoorbeeld aan het vervangen van de bestrating of het kappen van een boom. Middelgrote opgaven zijn de herinrichting van een straat of het vernieuwen van een speelplek in een buurt. De raad controleert op hoofdlijnen en vanuit zijn rol als volksvertegenwoordiger. De afwegingen en de manier waarop de participatie wordt ingericht, licht de organisatie toe in de communicatie- en participatieparagraaf van een plan van aanpak. Bij participatieopgaven die vallen in de categorie groot wordt gewerkt met een participatieparagraaf of -hoofdstuk in een kaderstellend document* dat het college voorlegt aan de raad. Hierbinnen kan de raad nog aanvullende kaders aan het participatietraject stellen. Bijvoorbeeld welke groepen de raad graag zou betrekken. Of de mate van invloed die participanten zouden moeten hebben. Of de wijze waarop het
• privaat georganiseerde participatie Bij burgerparticipatie neemt de gemeente het initiatief van de (beleids) ontwikkeling en nodigt inwoners, ondernemers en/of andere belanghebbenden uit om te participeren in het proces. De gemeente heeft een leidende rol en organiseert de participatie. De gemeente weegt de belangen en opbrengsten van de participatie mee bij de besluitvorming. Een voorbeeld van burgerparticipatie is de participatie bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie of de participatie bij de herinrichting van de openbare ruimte. Bij overheidsparticipatie neemt een inwoner, ondernemer of organisatie het initiatief maar heeft deze wel de gemeente nodig om tot een ontwikkeling te komen. De gemeente heeft dan een faciliterende (ondersteunende) en toetsende rol in de participatie. Bijvoorbeeld buurtbudgetten waarbij een
*een kaderstellend document is hetzelfde als een startnotitie, plan van aanpak et cetera. 10
Denkwijzer
buurt zelf mag bepalen aan welke verbeteringen zij een door de gemeente beschikbaar gesteld buurtbudget mogen besteden. Ook de participatievorm Right to challenge valt hieronder waarbij burgers, organisaties of ondernemers een voorstel indienen om taken van de gemeente over te nemen. Voor deze vormen van overheidsparticipatie gelden aparte procedures. De werkwijze zoals beschreven in de Werkwijzer en de Handreiking voor initiatiefnemers geldt hier niet voor. Ten slotte is er nog de privaat georganiseerde participatie. Een ondernemer, bewoner of organisatie is de initiatiefnemer van een (meestal ruimtelijke) ontwikkeling en wordt geacht zelf de participatie in te richten en uit te voeren. De gemeente heeft dan een adviserende en toetsende rol in de participatie. En neemt de opbrengst van de participatie mee bij de besluitvorming. Het gaat dan bijvoorbeeld om de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk door projectontwikkelaars en/of woningcorporaties of een nieuw gebouw door een ondernemer of bewoner. Voor deze laatste vorm van participatie gelden dezelfde principes van participatie, maar de werkwijze is anders. De werkwijze staat omschreven in de Handreiking participatie voor initiatiefnemers. Ook participatieniveau van invloed op rol gemeente en/of initiatiefnemer De gemeente en/of initiatiefnemer bepaalt van tevoren wat het participatieniveau is.
Dat kan mee-weten, meedenken, meewerken of meebeslissen zijn. Deze mate van invloed kan per fase van een (beleids) ontwikkeling anders zijn. In het begin van een traject, bij de voorbereiding, gaat het vaak vooral om informeren. In de ontwerpfase zal de participant vaak worden gevraagd om mee te denken, mee te werken op zelfs mee te beslissen. De rol van de gemeente of initiatiefnemer verschuift dan van bepalen, faciliteren naar loslaten.
11
Denkwijzer
5. Leren door te doen Participatie is bij uitstek iets dat je moet doen en moet ervaren. In dat doen blijven we onszelf ontwikkelen en verbeteren. We voeren dat op drie manieren uit, door: 1. de Werkwijzer in te richten als praktische leidraad; 2. participatie te borgen in de organisatie; 3. evaluatie altijd een stap te laten zijn in het participatieproces.
1. De Werkwijzer als praktische leidraad Dit participatiebeleid is het fundament om op een strategische, systematische en zorgvuldige manier in gesprek te gaan met de samenleving over (beleids)ontwikkelingen die inwoners, ondernemers en organisaties in die samenleving raken. De Werkwijzer is een praktische leidraad voor de manier waarop dat gesprek plaats kan vinden. Hierin staat een stappenplan, checklists en hulpmiddelen die we kunnen volgen, gebruiken en inzetten wanneer we een participatieaanpak ontwikkelen.
2. Borging in de organisatie Naast het beleid wordt een implementatieplan opgesteld waarin participatie op meerdere manieren blijvend wordt geborgd in de gemeentelijke organisatie, bijvoorbeeld door training en opleiding van medewerkers. Participatie wordt ook geborgd in de werkprocessen van de verschillende instrumenten. Er zijn procesbeschrijvingen voor de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s, omgevingsplannen waarin participatie een onderdeel vormt. Participatie is ook een standaard onderdeel van het kaderstellend document, dat het college vaststelt bij de opdracht (beleidsopdracht, bestuursopdracht en plan van aanpak). Daarnaast moet er standaard als onderdeel van de totale begroting voor een (beleids) ontwikkeling ook budget voor participatie worden gereserveerd. Dit budget wordt afgestemd op de grootte van de participatieopgave. Zo kan de gemeente ervoor zorgen dat participatie altijd een rol speelt in projecten. Bij privaat georganiseerde participatie betalen de initiatiefnemers zelf de participatie.
12
Denkwijzer
3. Terugkoppeling en evaluatie participatieprocessen In de laatste stap van het participatieproces wordt een participatieverslag gemaakt met daarin een beschrijving van het proces en de opbrengsten. Niet alleen voor de participanten, maar ook voor de raad. De raad krijgt bij besluitvorming over het dossier ook een verantwoording: is aan de vooraf gestelde kaders voldaan? Dit kan de raad dan meewegen in zijn besluit. Na afloop van het participatieproces evalueert het projectteam, eventueel samen met het participatieteam, wat goed ging en wat beter kan in volgende participatietrajecten.
13
Denkwijzer
6. Omgevingswet en participatie Participatie is belangrijk onder de Omgevingswet’. De Omgevingswet verstaat onder participatie: ‘Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van besluitvorming over een project of activiteit’. De bedoelde belanghebbenden zijn burgers, bedrijven, maatschappelijke organisatie en (overige) bestuursorganen. In de wet en het bijhorende Omgevingsbesluit is voor een aantal instrumenten gewaarborgd dat (een vorm van) participatie plaatsvindt. Als de gemeente instrumenten van de Omgevingswet vaststelt, moet zij aangeven hoe de belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten. En welke resultaten dat heeft opgeleverd. Gemeenten moeten ook aangeven hoe ze hun eigen participatiebeleid hebben ingevuld.
Participatie in kerninstrumenten Bij het omgevingsplan geeft een overheid in een kennisgeving aan hoe het participatietraject eruit komt te zien. Ook is een motiveringsplicht opgenomen: de gemeente geeft bij het besluit aan hoe de omgeving bij de voorbereiding is betrokken. En wat met de resultaten is gedaan. De motiveringsplicht geldt voor de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan en het projectbesluit. Op de volgende pagina zijn de verschillende instrumenten benoemd en de participatieregels daarbij aangegeven. Let op! Alle participatieopgaven bij de kerninstrumenten omgevingsvisie, omgevingsprogramma en omgevingsplan vallen binnen de categorie groot. Het kaderstellend document met participatieparagraaf of -hoofdstuk dienen te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
14
Denkwijzer
Participatieregels Omgevingswet bij de kerninstrumenten gemeente Omgevingsvisie gaat in op de ontwikkeling, het beheer, het gebruik, de bescherming en het behoud van de fysieke leefomgeving. Met participatie kunnen overheden bij inwoners of gebruikers van een gebied perspectieven en toekomstbeelden ophalen. Motiveringsplicht: plicht om te motiveren hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. Gemeenten en provincies geven hierbij ook aan hoe zij invulling hebben gegeven aan hun participatiebeleid. Dat noemen we de motiveringsplicht. Omgevingsprogramma. In programma’s formuleren overheden maatregelen. Die maatregelen moeten leiden tot de gewenste ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. Het karakter van ieder programma bepaalt welke partijen een rol gaan spelen bij de participatie. Motiveringsplicht: heeft de gemeente een programma gemaakt? Dan moet hierin staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. Omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie en de programma’s naar juridische regels.
Denk hierbij aan het toewijzen van functies aan locaties, het toestaan of niet toestaan van bepaalde activiteiten in bepaalde gebieden, algemene regels en meldingsplichten bij activiteiten, vergunningplichten en beoordelingsregels en regels over omgevingswaarden. Kennisgeving: Als een gemeente een omgevingsplan gaat maken dan moet ze daarvan een kennisgeving doen. In die kennisgeving staat hoe de gemeente participatie zal gaan vormgeven. Motiveringsplicht: Bij de regels over de omgevingswaarden geldt een motiveringsplicht.
15
Denkwijzer
Participatie omgevingsvisie
Participatie omgevingsplan
De Omgevingswet verplicht gemeenten om een omgevingsvisie op te stellen. Dit is een integrale visie voor de lange termijn die gaat over de hele fysieke leefomgeving. Aangezien het een vormvrij document is, heeft de gemeente veel mogelijkheden om het document en het participatieproces in te richten op een manier die aansluit bij bestuurlijke ambities en past bij de inwoners en ondernemers.
Een omgevingsplan legt alle regels voor onze gemeente vast. Het vervangt straks alle bestemmingsplannen, maar de reikwijdte van dit plan is ruimer.
Participatie in het traject naar een omgevingsvisie is verplicht. De visie beschrijft hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden bij de voorbereiding van de visie zijn betrokken, en welke resultaten dit heeft opgeleverd (artikel 10.7 Omgevingsbesluit). Er worden geen eisen gesteld aan de wijze waarop de gemeente participatie organiseert.
Participatie omgevingsprogramma Hierin werken we de grote lijnen van de omgevingsvisie uit in uitvoeringsgericht beleid en maatregelen. Per thema of gebied komt er een apart omgevingsprogramma met alle beleid over dit thema of gebied. Participatie is op zich niet verplicht, maar de gemeente moet het wel toelichten als dit niet wordt gedaan. Ook kan de gemeente zelf beslissen hoe zij de participatie organiseert.
In het omgevingsplan staat hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat met de resultaten is gedaan. Het college is verantwoordelijk voor de participatie rondom een omgevingsplan. Dit moet al in een vroeg stadium beginnen, ruim voordat de zienswijzeprocedure van start gaat. De participatie organiseren we op basis van een concept-ontwerp van het omgevingsplan, zodat duidelijk is waar dit plan over gaat. Na de participatiefase brengt de gemeente een ontwerp omgevingsplan in procedure. Op het ontwerp zijn zienswijzen mogelijk. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over het omgevingsplan en de wijze waarop de participatie voor dit omgevingsplan wordt georganiseerd. Wanneer er sprake is van inloopavonden of andersoortige bijeenkomsten biedt het participatietraject raadsleden de mogelijkheid om actief informatie op te halen vanuit de samenleving om zo goed mogelijk invulling te kunnen geven aan hun rol.
Participatie bij een gezamenlijk project Ook wanneer een omgevingsplan wordt opgesteld vanwege een private ontwikkeling is het college verantwoordelijk voor de participatie. Het college kan de initiatiefnemer instrueren over het te volgen participatieproces, gezamenlijk een participatieproces doorlopen of het proces overnemen. Welke werkwijze wordt gevolgd is maatwerk en hangt af van de omstandigheden rondom de ontwikkeling.
16
Denkwijzer
Participatie bij vergunningverlening Ook een initiatiefnemer, zoals een inwoner, ondernemer of projectontwikkelaar moet stilstaan bij participatie. Voor initiatieven die met een omgevingsvergunning mogelijk zijn, is participatie onderdeel van de aanvraag voor een vergunning. Een initiatiefnemer moet dan in de aanvraag aangeven of -en op welke manier- participatie heeft plaatsgevonden. De initiatiefnemer heeft een motiveringsplicht. Er geldt geen participatieverplichting. Het is niet mogelijk om een vergunning af te wijzen op grond van het participatie-criterium. Wel vergroot participatie het draagvlak voor een initiatief.
Participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten De Omgevingswet biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om specifieke gevallen aan te wijzen waarbij wel een participatieplicht geldt. Het gaat hier om een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college van burgermeester en wethouders bevoegd gezag is. Dit gaat over activiteiten die niet in het Omgevingsplan zijn opgenomen. De gemeenteraad wijst vooraf aan welke activiteiten dit zijn.
17