Bijlage 1 - Concept weigering omgevingsvergunning;
Tekst van het document
Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker Postbus 1, 2640 AA Pijnacker telefoon 14 015 e-mail info@pijnacker-nootdorp.nl internet www.pijnacker-nootdorp.nl adres post
Deelactiviteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (art. 2.1 lid 1c Wabo): Overwegingen Aan het besluit liggen de volgende overwegingen ten grondslag:
De aanvraag De aanvraag voorziet in het omzetten van de bedrijfswoning Langelandseweg 18 in Nootdorp naar burgerwoning. Bij primair besluit van 1 juni 2021 is de aanvraag om omgevingsvergunning geweigerd. Het primaire besluit wordt ingetrokken. Dit besluit treedt hiervoor in de plaats. Tegen de weigering is bezwaar aangetekend. Naar aanleiding van dit bezwaarschrift heeft de commissie bezwaarschriften (hierna: de commissie) op 4 oktober 2021 een advies uitgebracht. De commissie bezwaarschriften heeft ons college geadviseerd om het bestreden besluit beter te motiveren. Achteraf is gebleken dat de grondslag waarop de weigering is gebaseerd onjuist is. De grondslag voor de weigering had moeten zijn artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Hierbij is wettelijk bepaald dat bij een uitgebreide procedure de raad om een weigering van een verklaring van geen bedenkingen moet worden gevraagd. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De raad heeft op 30 juni 2022 het ontwerpbesluit vastgesteld tot weigering van de verklaring van geen bedenkingen voor het omzetten van de bedrijfswoning Langelandseweg 18 in Nootdorp naar burgerwoning. Het ontwerpbesluit weigering verklaring van geen bedenkingen en de concept weigering omgevingsvergunning hebben gedurende zes weken ter inzage gelegen.
Tijdens de termijn van terinzagelegging is een zienswijzen ingediend op zowel de concept weigering omgevingsvergunning als het ontwerpbesluit tot weigering van de verklaring van geen bedenkingen. Deze zienswijze is samengevat en voorzien van een reactie in de nota van beantwoording zienswijzen. De nota van beantwoording zienswijzen maakt onderdeel uit van dit besluit en moet als herhaald en ingelast worden beschouwd. De raad heeft op 15 september 2022 het besluit tot weigeren van de verklaring van geen bedenkingen vastgesteld. Het bestemmingsplan Het verzoek is in strijd met het bestemmingsplan Het perceel Langelandseweg 18 in Nootdorp is gelegen in het bestemmingsplan “Duurzame Glastuinbouwgebieden” en heeft daarin de enkelbestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’. De woning Langelandseweg 18 heeft de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’.
pagina
1/6
Uitsnede plankaart
De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor: a. glastuinbouwbedrijven; In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming bedrijfswoning te wijzigen naar ‘wonen’, indien is komen vast te staan dat: een bedrijfswoning niet meer als bedrijfswoning dienst doet; de glastuinbouwactiviteiten ter plaatse niet meer worden uitgeoefend, en de gronden, behoudens de bij de bedrijfswoning behorende gronden, zijn verkocht ten behoeve van schaalvergroting en/of herstructurering van de glastuinbouw. De bestemming ‘Agrarisch-Glastuinbouw’ van de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ en de als tuin of erf bij die woning behorende gronden, waaronder begrepen de gronden tussen die aanduiding en de weg, kan worden gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. wijziging is uitsluitend toegestaan indien bij elk glastuinbouwbedrijf dat bij de wijziging is betrokken, ten minste één bedrijfswoning aanwezig blijft; b. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ wordt een bouwvlak aangeduid; c. het aantal woningen mag per geval niet worden vergroot; d.
vooraf dient vast te staan dat alle kassen en voormalige bedrijfsgebouwen zonder cultuurhistorische waarde binnen het nieuwe vlak met de bestemming ‘Wonen’, worden gesloopt, met uitzondering van voormalige bedrijfsgebouwen die als bijgebouwen bij de woningen worden aangemerkt en voldoen aan de oppervlaktebepalingen genoemd in artikel 16 (Wonen) van de planregels; e. de wijziging naar de bestemming ‘Wonen’ mag niet tot gevolg hebben dat omliggende bedrijven, waaronder begrepen de bij schaalvergroting en/of herstructurering betrokken bedrijven, onevenredig in hun bedrijfsvoering worden aangetast. Er wordt niet voldaan aan de wijzigingsbevoegdheid Zo is er geen sprake van dat de achterliggende gronden zijn ingezet voor schaalvergroting en/of herstructurering van de glastuinbouw. Bij het opstellen van het bestemmingsplan heeft een perceelsgewijze inventarisatie plaatsgevonden. Daarbij is gebleken dat er nog steeds sprake was van een
pagina
2/6
briefnummer
relatie tussen de eigenaren van de woning en de achterliggende tuinbouwgronden. Dit wordt vaak aangeduid als de rustende agrariër, die zich langzaam terugtrekt uit de daadwerkelijke bedrijfsvoering en deze overdraagt aan de nieuwe generatie in de familie waarbij het mogelijk en gewenst is om de bedrijfswoning weer als zodanig te gebruiken. Overigens heeft de toenmalige eigenaar dit destijds ook niet als wens naar voren gebracht in de vorm van een inspraakreactie of zienswijze. Uit de luchtfoto’s en overige beschikbare bronnen kan niet worden opgemaakt dat sinds het vaststellen van het bestemmingsplan (de periode waarop de planregels betrekking hebben) sprake is geweest van herstructurering. De laatste wijziging lijkt van rond 2007. Bovendien is er wel degelijk de mogelijkheid om de woning weer te gebruiken als bedrijfswoning nu de eigenaar van het achterliggende glastuinbouwbedrijf heeft aangegeven de woning te willen verwerven en conform de bestemming in gebruik te nemen. De uitgebreide procedure is van toepassing. Achteraf is gebleken dat de grondslag waarop de eerdere weigering is gebaseerd onjuist is. Indien een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid bevat die betrekking heeft op de aangevraagde activiteit, dan ontneemt geen wettelijke regeling het college de bevoegdheid om met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo een omgevingsvergunning te verlenen.
Artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo schrijft voor dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan moet worden aangemerkt als een verzoek om met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo van het bestemmingsplan af te wijken, zie hiervoor de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 september 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1083). Op basis van artikel 2.10, tweede lid van de Wabo moet een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo), die in strijd is met het geldende planologische toetsingskader, van rechtswege tevens als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo worden aangemerkt. Wij hebben overwogen in hoeverre wij gebruik kunnen maken van de ons toekomende afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 2.12, lid 2 Wabo. Op basis van de Nota Uitnodigende Ruimtelijke Ordening is het mogelijk om op drie manieren medewerking te verlenen aan verzoeken die niet passen binnen het geldende bestemmingsplan, te groot zijn voor een kruimelontheffing en wel ruimtelijk gewenst dan wel inpasbaar zijn. Dat kan ten eerste via een individuele zware ontheffing. Wanneer een verzoek ruimtelijk gewenst is en past binnen de criteria dan wordt gebruik gemaakt van deze procedure.
Het betreft de volgende criteria: 1. medewerking wordt verleend aan plannen die verband houden met de taakstelling van de gemeente ten aanzien van bijvoorbeeld de woningbouw, bedrijventerreinen of het groen dan wel een ander maatschappelijk belang dienen; 2. medewerking wordt verleend aan plannen waarmee tegemoet wordt gekomen aan een sociale en/of medische noodzaak; 3. medewerking wordt verleend aan plannen ter voldoening aan wettelijke regels (handhaving of milieunormen). Er wordt niet voldaan aan bovenstaande criteria. Het bouwplan past niet binnen het gemeentelijk beleid. De volgende motivering ligt hieraan ten grondslag. Er wordt niet voldaan aan het gemeentelijk beleid
pagina
3/6
Het perceel Langelandseweg 18 ligt in het duurzaam glastuinbouwconcentratiegebied Noukoop. In dit gebied staat de ruimte voor de glastuinbouw centraal. Gebiedsvreemde functies, die de ontwikkelingsruimte voor de sector kunnen belemmeren, worden geweerd. Een burgerwoning is aan te merken als een gebiedsvreemde functie. Om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen, moet er voldoende afstand zijn tussen de bestemming glastuinbouw en de bestemming wonen. Binnen de bestemmingsgrenzen moet aan de ene kant het bedrijf zich kunnen ontwikkelen door middel van nieuwbouw, nieuwe teelten en nieuwe bedrijfsactiviteiten. Aan de andere kant moet er ter plaatse van de woning een goed woon- en leefklimaat zijn en moet ook de woning voldoende ruimte hebben voor het realiseren van (vergunningsvrije) aan-, uit- en bijgebouwen alsmede een tuin. Aangezien beide functies een zekere afstand tot elkaar moeten bewaren, gaat dit ten koste van de beschikbare ruimte voor glastuinbouw. Het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning is om die reden in het algemeen een ongewenste ontwikkeling. De opbouw van het erf en de onderlinge afstanden De woningen op nummer 16 en 18 zijn gerealiseerd bij hetzelfde bedrijf en delen een oprit. Dit wordt bevestigd door de door de aanvrager ingediende gegevens over recht van overpad.
De entree naar het tweede bedrijfsgebouw ligt tussen de woningen in, zoals te zien is op de onderstaande foto. Deze oprit maakt onderdeel uit van de inrichting van het achtergelegen bedrijf.
Door aanvragers\bezwaarmakers is aangegeven dat deze oprit niet wordt gebruikt voor de bedrijfsvoering van het achterliggende bedrijf. Volgens vast jurisprudentie van de Afdeling moet bij het onderzoek dat ertoe dient te beoordelen of ter plaatse van een in een bestemmingsplan voorziene woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd in verband met mogelijke milieuhinder van een nabijgelegen bedrijf worden uitgegaan van een representatieve invulling van maximale planologische mogelijkheden op het perceel van het bedrijf (ECLI:NL:RVS:2021:2177). Volgens het bestemmingsplan en het Activiteitenbesluit kan deze oprit gebruikt worden ten behoeve van het achterliggende glastuinbouwbedrijf. In de toelichting op het bestemmingsplan is bepaald dat de afstand tussen een glastuinbouwbedrijf en een burgerwoning minimaal 10 meter moet bedragen. Uit metingen is gebleken dat niet wordt voldaan aan deze afstand (zie onderstaande tekening).
pagina
4/6
briefnummer
Geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat Omdat niet wordt voldaan aan de minimale afstand tussen de woning en de perceelsgrens van het achterliggende bedrijf is er geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hieronder valt ook de afstand tot het naastgelegen inrit van het achterliggende bedrijf. Om uit de impasse te komen hebben wij een onafhankelijk bureau verzocht een advies uit te brengen. Hieruit blijkt dat niet kan worden voldaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de woning Langelandseweg 18. Dit advies is als bijlage bijgevoegd. Beide partijen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op dit advies en beide partijen hebben hier gebruik van gemaakt. Deze zienswijzen gaven geen aanleiding om anders te besluiten. Vanuit planologisch oogpunt bestaat bezwaar tegen het bouwplan. Het bouwplan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Precedentwerking Er zal een ongewenste precedentwerking ontstaan die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Er zijn geen bijzondere omstandigheden bekend die afwijken van het beleid rechtvaardigen. Het blijft onduidelijk waarom de aanvragers geen gebruik maken van het aanbod van de tuinder om de woning te kopen en toe te voegen aan het bedrijf, conform de bestemming.
Wanneer er echter concreet zicht is op het gebruiken conform de bestemming en wij toch medewerking zouden verlenen aan een gebruikswijziging dan is daarmee een precedent geschapen voor vele andere gevallen, zeker nu ook aan diverse andere voorwaarden voor wijziging niet of slechts gedeeltelijk lijkt te zijn voldaan. Besluiten wij gelet op de weigeringsgronden genoemd in artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de beoordeling van uw aanvraag de omgevingsvergunning voor de activiteit strijd met het bestemmingsplan te weigeren.
pagina
5/6
Inwerkingtreding De beschikking treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking (datum van verzending van de beschikking). Hebben u of derde belanghebbenden er veel belang bij dat dit besluit niet in werking treedt, dan kan een voorlopige voorziening worden gevraagd. Wanneer een voorlopige voorziening wordt aangevraagd treedt de beschikking pas in werking nadat hierover een beslissing is genomen.
pagina
6/6