CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 Richtlijnen Warmteprogramma

Raad Oordeelvorming 10 april 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 1570691650 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 Richtlijnen Warmteprogramma Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) heeft een handreiking voor gemeentes opgesteld. Hieronder staan de minimale vereisten weergegeven.

Procedurele vereisten 

Het programma wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.

De voorbereiding van de besluitvorming over het warmteprogramma moet volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure plaatsvinden.

Een warmteprogramma is vaak plan-mer-(beoordelings)plichtig.

Tijdspaden Het warmteprogramma moet minstens elke 5 jaar worden herzien. Dat betekent dat het eerste verplichte warmteprogramma uiterlijk op 31 december 2026 moet zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Dat warmteprogramma moet voldoen aan alle eisen die de Omgevingswet én de Wgiw eraan stellen. Bij de Wgiw hoort ook een 'besluit' gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Het Bgiw stelt eisen aan de vaststellings- en actualisatietermijn en de inhoud van het warmteprogramma.

Beleidsinstrumenten Je concretiseert de aanpak stap voor stap door middel van verschillende beleidsinstrumenten: o

gemeentelijk Omgevingsplan (met Algemene regels voor de fysieke leefomgeving)

o

warmtekavelplan (Plan van het warmtebedrijf voor realisatie en exploitatie van collectieve warmtevoorziening)

o

Uitvoeringsplan op wijk of buurtniveau (Plan voor aardgasvrije warmtevoorziening)

Aanwijsbevoegdheid Wil je als gemeente de aanwijsbevoegdheid inzetten om het transport van aardgas te beëindigen? Dan moet het gebied daarvoor geselecteerd zijn in het warmteprogramma. De gemeente is niet verplicht om de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Het warmteprogramma alleen een overzicht hoeft te geven van gebieden waarin de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten. NPLW zegt hierover in de Handreiking:

"Deze minimale invulling van het warmteprogramma voldoet aan de vereisten die op dit moment verwacht worden, maar niet meer dan dat. Een uitgebreider warmteprogramma draagt effectiever bij aan een goed verloop van de gebiedsgerichte aanpak en het creëren van duidelijkheid en handelingsperspectief. We raden daarom aan ook de gebieden op te nemen waar je niet van plan bent de aanwijsbevoegdheid in te zetten, maar waar je wel al een beoogde aanpak voor hebt." "Het daadwerkelijk aanwijzen van het gebied waar de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet, gebeurt in het omgevingsplan. In het warmteprogramma bereid je het

besluit om een gebied aan te wijzen beleidsmatig voor en geef je de begrenzing van het gebied aan. Daarnaast moet de motivatie van de inzet van aanwijsbevoegdheid en de wijziging van het omgevingsplan aan een aantal vereisten voldoen: • De haalbaarheid van de gekozen warmtevoorziening en de aanpak, waaronder voor bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren. • De betaalbaarheid van de gekozen warmtevoorziening, zowel wat betreft nationale kosten als de eindgebruikerskosten. • De totale kosten voor de maatschappij die de realisatie van de energie infrastructuur met zich meebrengt. • De gevolgen voor de aanleg en het beheer van de energie-infrastructuur. Deze motivatie werk je pas uit in vervolgstappen na het warmteprogramma, maar in het warmteprogramma leg je hiervoor wel een basis."

Inhoud Een warmteprogramma moet een vooruitblik en een terugblik bevatten. Vooruitblik: 1. overzicht van locaties en aantal daarin aanwezige gebouwen en milieubelastende activiteiten waarvoor de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten. 2. overzicht van het aantal gebouwen dat ter voorbereiding op de inzet van de aanwijsbevoegdheid zal worden geïsoleerd. 3. overzicht van de energie-infrastructuur die ter vervanging van aardgas wordt ingezet voor locaties waar de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten. 4. Een beschrijving van de totale kosten voor de maatschappij die de realisatie van deze energie-infrastructuur met zich meebrengt. 5. Een beschrijving van de verwachte gemiddelde warmtebehoefte van de gebouwen waarvoor de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten aan het begin en einde van de periode van het warmteprogramma.

Tabel 1: Een voorbeeldinvulling van de minimale vereisten aan de vooruitblik in een warmteprogramma (in 2026). Bron: Handreiking Warmteprogramma, NPLW.

Terugblik: Een beschrijving van de uitvoering en de resultaten van het vorige warmteprogramma inclusief een samenvatting van de vijf elementen uit de vooruitblik hierboven.

Tabel 2: Een voorbeeldinvulling van de minimale vereisten aan de terugblik in een warmteprogramma.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15222990/1