CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2 Participatieplan_geanonimiseerd

Raad Oordeelvorming 10 april 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 15706912.755 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsprogramma 'Energie' Participatie- Communicatieplan h, P

n

t8z

,4

2

Lhi-n ee

fanset

22 40 a*macua",ë f ■ Su"ë

R2

"ë5 2

8

(975

367 26e

Hs 22 20-2322:

N

AT ;ë2% 1358 4

8

NeEa843 .

AMf

5

-se3

*ve:2

d--fereamë3239 -as E«34 af

d

5323

02gcira52 4:

}

g 5,xy

ës 22g "

£

6 februari 2025

Registratienummer: 1973630 Verantwoordelijk domein: Fysieke Leefomgeving

Beleidsprogramma: Duurzaamheid en Veiligheid Portefeuillehouder:

Opdrachtgever: Programmamanager: Opstellers:

Versie: 1.0

1

1 INHOUDSOPGAVE 1

Inhoudsopgave

2

1

inleiding

3

2

3

1.1

Wat is een warmteprogramma?

3

1.2

Waar moet het warmteprogramma aan voldoen?

3

1.3

Risico's en tijdspad

4

1.4

participatie wind

4

Participatieopzet

5

2.1

Doel van de participatie

5

2.2

Participatiescan

5

2.2.1

Fase

6

2.2.2

Omgeving

7

2.2.3

Impact

7

2.2.4

Participatieniveau

7

aanpak

8

3.1

Op tijd beginnen

8

3.2

Communicatie

9

4

planning

9

5

checklist voor verslaglegging

9

6

evaluatie

10

2

1 INLEIDING Gemeenten zijn verplicht om eind 2026 een warmteprogramma in werking te hebben volgens de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie. Het Warmteprogramma geldt als een verplicht programma onder de Omgevingswet en vervangt de Transitievisie warmte. De Transitievisie heet in Pijnacker-Nootdorp het Energietransitieplan en hebben we in 2021 vastgesteld. Het warmteprogramma stellen we op als 'Omgevingsprogramma Energie'. Dit omdat keuzes in de warmtetransitie invloed hebben op het elektriciteitsnetwerk. We willen daarom een integrale afweging kunnen maken. De Wet geeft alleen richting aan warmte. Het Omgevingsprogramma Energie stellen we samen met de samenleving op. Met dit Participatieplan stellen we de wijze waarop voor.

1.1 WAT IS EEN WARMTEPROGRAMMA? "Het warmteprogramma is de eerste stap in de gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Aan de hand van deze aanpak gaan bewoners, ondernemers, partners van de gemeente, netbeheerders, woningcorporaties en andere betrokkenen onder regie van de gemeente per gebied op zoek naar het beste alternatief voor aardgas. De gebiedsgerichte aanpak komt voort uit het Nationaal K/imaatakkoord. Het richt zich op het uitvoeren van een set collectieve maatregelen voor een gebied, buurt of wijk. Naast de gebiedsgerichte aanpak is ook de individuele aanpak een mogelijkheid. Gebouw­ en woningeigenaren zijn dan zelf verantwoordelijk voor het verduurzamen van hun pand. Als gemeente kun Je hen daarbij helpen, bijvoorbeeld met subsidies en voorlichting. "i

In een warmteprogramma beschrijft een gemeente haar plannen voor de verduurzaming van wijken voor de komende 10 jaar. Hierdoor weet iedereen wat er gaat gebeuren in een gebied en kunnen eigen verduurzamingskeuzes worden afgestemd op het toekomstige warmtealternatief. Zo biedt het omgevingsprogramma houvast bij communicatie en verwachtingsmanagement richting stakeholders. Ook biedt het houvast bij het rapporteren over de voortgang.

1.2 WAAR MOET HET WARMTEPROGRAMMA AAN VOLDOEN? Zoals gezegd is het warmteprogramma een verplicht onderdeel van de Omgevingswet. Het is dan ook niet geheel vormvrij. We hebben echter nog geen voorbeeld van een warmteprogramma, iedere gemeente gaat hiermee op pad. De wet stelt wettelijke vereisten aan het omgevingsprogramma, deze worden voor de zomer 2025 duidelijk in het Besluit Gemeentelijk Instrumenten Warmtetransitie (BGIW). Ook geven verschillende instanties hierover adviezen. In de kaderstellende notitie hebben we hiervan een overzicht gegeven. Voor dit participatieplan is de volgende van belang:

i

Bron: Handreiking Warmteprogramma, NPLW. 3

Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.

1.3 RISICO'S EN TIJDSPAD Wij kiezen ervoor om het omgevingsprogramma alvast te starten; we streven ernaar om het omgevingsprogramma in Ql-2026 vastgesteld te hebben en aansluitend het omgevingsplan te maken (klaar in Q4-2026). Dit is in Pijnacker-Nootdorp van belang omdat anders de voortgang van het warmtenetwerk in gevaar komt. In 2028 willen we een warmtenet beschikbaar hebben voor de glastuinbouw. Het omgevingsplan moet dan dus klaar zijn.

In 2025 worden er een aantal wet- en regelgeving vastgesteld of treden in werking die mogelijk invloed hebben op het participatieproces van het omgevingsprogramma, hieronder een overzicht:

Ontwikkeling:

Doelen:

In werking:

Wet collectieve warmte (Wcw)

de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken;

1/1/2026

waarborgen van betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmtelevering Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)

gemeenten de bevoegdheden geven die nodig zijn om regie te voeren in de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie

1/1/2026

Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw)

Dit besluit zal meer duidelijkheid geven over de vereisten voor een warmteprogramma

1/7/2025

PBL publiceert nieuwe versie 'startanalyse aardgasvrije wijken'

De startanalyse helpt gemeenten bij de technisch economische analyse voor het warmteprogramma.

2025

1.4 PARTICIPATIE WIND In dit participatieplan geven we nog geen invulling aan het gesprek met de samenleving over het plaatsen van wind. In het Energietransitieplan 2025 stellen we aan de raad voor om het gesprek over wind aan te gaan met de samenleving. Indien de raad hiertoe besluit stellen we hiervoor een apart plan voor op.

4

2 PARTICIPATIEOPZET In dit hoofdstuk geven een beeld van het proces van de participatie rondom het omgevings­ programma. We gaan uit van het gemeentelijk participatiebeleid. Daarnaast zijn we met ons Programma "Met energie Aan de Slag" continu in gesprek met de samenleving over de energietransitie. Bovendien hebben we specifiek met de warmtetransitie al ervaringen opgedaan in de wijken Klapwijk en 'sGravenhout. We weten daarom goed wat in onze gemeente leeft. Echter: zowel de samenleving zelf als de randvoorwaarden waaronder de energietransitie plaatsvindt zijn continu in beweging. Het is daarom goed om in gesprek te blijven. We stellen de raad voor om het Energietransitieplan 2025 als inhoudelijk kader vast te stellen voor het Omgevingsprogramma Energie. Bij het opstellen van dit plan hebben we een beknopt participatietraject doorlopen: aan de bij ons bekende, betrokken bewoners en organisaties hebben we het Energietransitieplan voorgelegd, met hen besproken en op basis van die gesprekken aangepast. We hebben hiervan een participatieverslag opgesteld en dit is te vinden op het denk mee platform.

Met het omgevingsprogramma Energie willen we de samenleving breder betrekken en willen we de inhoud van het inhoudelijk kader van het Omgevingsprogramma (Energietransitieplan) inhoudelijk toetsen en indien nodig aanscherpen en/of aanpassen. We zijn gestart met een online-enquête, waarin we scherpe vragen hebben voorgelegd aan de gehele samenleving. Een eerste verslag is als bijlage 5 bij de kaderstellende notitie toegevoegd.

2.1 DOEL VAN DE PARTICIPATIE Het doel van de participatie van het omgevingsprogramma Energie verschilt per onderdeel van de energietransitie. Deels is dit bewustwording van de opgave en de bijdrage die de samenleving hier aan kan leveren. Deels is het commitment over de ingeslagen weg en deels vragen we bewoners actief naar hun mening. Het uiteindelijke doel van het omgevingsprogramma Energie is om onze bewoners een handelingsperspectief te geven rondom de energietransitie. Het doel van de participatie is ook om zo veel mogelijk commitment te verkrijgen voor onze strategie en om als gemeente en inwoners samen te werken. We zijn ons ervan bewust dat de energietransitie iedereen raakt binnen onze gemeente. Dit houdt automatisch in dat we niet iedereen tevreden kunnen stellen of in dit proces kunnen bereiken. We willen daarom een transparante, eerlijk en toegankelijke participatie en communicatie opzetten, waarin en waardoor, iedereen die dat wil kan meedoen.

2.2 PARTICIPATIESCAN Om tot een passende participatie-aanpak te komen, brengen we eerst de participatieopgave in kaart met de participatiescan. Per onderdeel en/of gebied inventariseren we de opgave. Dit kan per gebied 5

verschillend zijn. Voor de warmtetransitie kijken we in het omgevingsprogramma 10 jaar voorruit, terwijl de transitie nog 25 jaar duurt. Dat betekent dat de eerste wijken/buurten meer aandacht en uitwerking krijgen dan de latere buurten. We hebben daarom de verplichting om elke 5 jaar het omgevingsprogramma te actualiseren. De wijze van participatie hangt ook af van de warmteoplossing. Het participatieniveau en de participatiewijze kunnen daarom per buurt/wijk verschillen. In de buurten met een individuele warmteoplossing kunnen bewoners zelf besluiten over de individuele oplossing en het tijdstip, terwijl in de buurten/wijken met een collectieve warmteoplossing het collectief handelen belangrijk is. We hebben geleerd, in met name het project aardgasvrij Klapwijk, dat het gesprek met de samenleving krachtiger en effectiever is als de oplossingsrichting uitgewerkt is. Hierdoor gaat het gesprek ergens over dat ook onderbouwd is. We hebben daarom bij het opstellen van het Energietransitieplan uitgebreide berekeningen gemaakt per buurt, zodat we een goede basis hebben om tot een gesprek te komen.

Daarnaast geeft het Energietransitieplan richting aan opgaven die voor de gehele gemeente gelden. De netcongestie, elektrisch laden en eventueel wind zijn hiervan voorbeelden. Tijdens het actualiseren van het Energietransitieplan hebben we 'voorbereid': we hebben geluisterd wat er leeft in de samenleving, door het concept voor te leggen aan betrokken inwoners. Nu gaan we op basis van dit plan het Omgevingsprogramma ontwerpen.

We hebben geconcludeerd dat de energietransitie heel divers wordt beleefd. En dat deze beleving ook nog eens beïnvloed wordt door de actualiteit van vandaag. Wekelijks verandert de kijk op onderdelen van de energietransitie. Er is dus geen uniforme wijze van participatie en communicatie mogelijk, het is te divers en aan verandering onderhevig. We willen daarom een zo flexibele mogelijke insteek van de participatie, waarin we kunnen aanpassen en anticiperen op de actualiteit. We willen daarom, als eerste, een participatiescan opstellen en per onderdeel schatten we in/ of bepalen we het tijdspad, de stakeholders, de impact en het participatieniveau per buurt/wijk. Deze participatiescan passen we per kwartaal aan op de actualiteit. Op basis van deze participatiescan bepalen we per kwartaal de participatie/communicatieopzet.

2.2.1 Fase We bepalen per gebied eerst in welke fase de ontwikkeling zich bevindt: o

Per buurt/wijk bepalen we wanneer we de warmtetransitie voor ons zien. * Voor wijken waar een collectief warmtenet de warmteoplossing is bepalen we het tijdsvlak van mogelijke realisatie. ■ Voor een wijk waar een individuele oplossing is voorzien is dit tijdstip wat minder relevant.

Om uiteindelijk het omgevingsprogramma in het omgevingsplan te verwerken zullen de gebieden per kadastraal perceel bekeken moeten worden. Voor de wijken waar we als eerste verwachten de warmtetransitie te realiseren werken we dit als eerste uit. o

We bepalen de overige onderwerpen die de gehele gemeente raken, dit zijn o.a. de netcongestie, lokale opwek en opslag van elektriciteit en het besparen van energie.

Een aantal onderwerpen die de gehele gemeente raken kunnen we in participatie en communicatie opnemen in onze lopende algemene campagne "Met Energie Aan de Slag". Voorbeelden hiervan zijn het besparen van energie en netcongestie. 6

2.2.2 Omgeving Belanghebbenden - stakeholderanalyse We bepalen per onderdeel/ wijk/buurt wie de belanghebbenden zijn en welke factoren daar een rol in spelen. De belangrijkste belanghebbenden zijn o.a.: O

o o o o o

woningeigenaren; o eigenaar-bewoners o particuliere verhuurders o woningbouwcorporaties huurders van woningen; ondernemers; glastuinbouw; Brancheverenigingen, waaronder het milieuplatform en NMP; Provincie.

We stellen hiervoor een stakeholderanalyse op als onderdeel van de participatiescan, doelstelling hierbij is het inzichtelijk maken van alle stakeholders, het belang die zij hebben en de wijze waarop we ze bij het vraagstuk betrekken.

2.2.3 Impact Vervolgens bepalen we per onderdeel de impact. Is de impact op de samenleving klein, middel of groot? Dit bepalen we door te kijken naar: O

o

het (schaal)niveau van de ontwikkeling (straat-wijk-gemeente) en of er een individueel, collectief of maatschappelijk belang mee is gemoeid.

In het geval van het Warmteprogramma kunnen we stellen dat de impact groot is, aangezien het onze hele gemeente betreft; het maatschappelijk belang van de energietransitie is evident. Toch kan de impact ook klein zijn, dit is bijvoorbeeld als we het hebben over individuele aanpassingen aan de woning, zoals isoleren.

2.2.4 Participatieniveau Per onderdeel bepalen van de 'beleidsruimte' is dus: O

o

Waar kunnen mensen over meepraten? En kan hun inbreng worden meegenomen in het Omgevingsprogramma?

Vervolgens bepalen we de rol en invloed van de doelgroepen in het proces. De 'werkwijzer' van de gemeente geeft hierin vier soorten van participatie aan:

Meeweten | informeren Meedenken | gemeente besluit of input meegenomen wordt Meewerken | samenwerking Meebeslissen | co-creatie Per onderdeel bepalen we het participatieniveau. 7

We verwachten dat het participatieniveau grotendeels meeweten en meedenken is. Dit omdat de energietransitie iedereen raakt en dat individuele keuzes soms conflicterend zijn met keuzes voor het algemeen belang. Daar waar de opgave kleinschaliger is kunnen we meewerken en meebeslissen. In de fase van het omgevingsprogramma verwachten we dit niet. Voorbeeld meeweten: We vragen aan mensen om de warmtenetten te omarmen. Daarmee bedoelen we dat de inwoners van de warmtenetwijken hier rekening mee houden bij hun beslissingen over het vervangen van de installatie. Het gaat hier feitelijk niet om beleidsparticipatie, maar de gemeente is wel degelijk afhankelijk van inwoners voor hun medewerking. Voorbeeld meedenken: We vragen aan mensen om input bij het detailleren van de grenzen van de gebieden die warmtenetwijk zouden kunnen worden. Het helpt ons om de grenzen goed in te tekenen (dat is input voor het Omgevingsplan).

3 AANPAK Per onderdeel bepalen we hoe we samenleving betrekken en benaderen. Dit kan zowel fysiek als via sociale media en online. Dit hoofdstuk beschrijft de participatie- en communicatiemiddelen die we kunnen toepassen.

3.1 OP TIJD BEGINNEN Goede participatie is ontworpen met de doelgroep samen. We willen onze aanpak aanpassen waar nodig. We zullen daarom de participatiescan telkens voorleggen aan de samenleving. Hiervoor werken we met een betrokken inwoners en onze ambassadeursgroep. 1. We gaan het gesprek aan over het proces en het einddoel van de participatie. We vragen aan hen om te beginnen om kritisch te kijken naar de participatiescan en de voorgestelde participatie en communicatie: is dit de beste manier om met onze inwoners hierover in gesprek te gaan of missen we nog belangrijke organisatie of mensen? Ontbreken er inzichten om voor te leggen of vragen om te stellen?

We zullen daarnaast bepalen welke fysieke bijeenkomsten nodig zijn per onderdeel of cluster van onderdelen van de participatiescan, dit zijn o.a. 2. Fysieke bijeenkomsten met buurt/wijken/gemeente en belanghebbenden

We denken hierbij aan bijeenkomsten:

• • • • •

In buurthuizen; Aparte sessies met de belanghebbenden uit de glastuinbouw, woningbouwcorporaties, en van de bedrijventerreinen; Aparte sessies voor warmtenetwijken en voor e/ektrificatiewijken; Algemene sessies in het gemeentehuis of ander locaties; De straat op, op goed bezochte momenten en plekken. 8

Deze gesprekken geven ons inzicht in de reacties van inwoners op de kaart en het tijdspad.

3. Online vragenlijsten en enquêtes om breder te toetsen

3.2 COMMUNICATIE We benaderen de betrokken inwoners via de Whatsapp-groepen met de duurzaamheidscoaches en de 'Ambassadeurs'.

Verder zetten we de gebruikelijke kanalen in:

Telstar Sociale media kanaal van de gemeente Sociale media kanaal van Met Energie aan de Slag Flyers Waar we bijeenkomsten organiseren in samenwerking met bewonersorganisaties en bedrijventerreinen, liften we mee op hun uitnodigingen. We stemmen hierin af met o.a. de accounthouders.

4 PLANNING De focus op participatie en communicatie ligt in Q2 en Q3 van 2025. Dit vanwege de doelstelling om in Ql-2026 het omgevingsprogramma vast te stellen. We volgen de planning zoals opgenomen in de kaderstellende notitie.

5 CHECKLIST VOOR VERSLAGLEGGING Van bijeenkomsten maken we verslagen; deze publiceren we op ons Denk Mee platform. We leggen hierin minimaal vast:

Uitnodigen, doelgroepen in beeld: O

o o o

overzicht van de benaderde personen/doelgroepen; overzicht van de gebruikte communicatiemiddelen om de gewenste doelgroepen te bereiken; beschrijf wie er uiteindelijk aan de participatie hebben meegedaan; zijn er doelgroepen gemist en wat is er aan gedaan om die alsnog te bereiken?

Methoden: o

overzicht van de gebruikte participatiemethoden.

Kaders: o

o

welke randvoorwaarden zijn bij de start van de participatie meegegeven? waren de rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen voldoende duidelijk? 9

Resultaten, verwerking: O

o o o

beschrijving van de inhoudelijke resultaten van het participatieproces, vermeld ook de minderheidsstandpunten; welke adviezen, opmerkingen en keuzes zijn overgenomen en op welke manier? welke adviezen, opmerkingen en keuzes zijn niet overgenomen en motiveer waarom niet? op welke wijze zijn de resultaten en wat daarmee is gedaan teruggekoppeld naar de participanten en andere belanghebbenden?

Evaluatie: O

o

heeft al een evaluatie van de participatie plaatsgevonden, zo ja, wat waren de resultaten, zo nee, wanneer en hoe gaat dat gebeuren? is voor alle betrokkenen duidelijk hoe het traject verder verloopt?

6 EVALUATIE We plannen de evaluatie voor november 2025; dan zijn alle bijeenkomsten geweest en is duidelijk hoe we de input van inwoners al dan niet hebben meegenomen. We doen dit middels een vragenlijst die anoniem kan worden ingevuld. NB.: bij fysieke bijeenkomsten vragen we achteraf direct om feedback aan de deelnemers; dit gaat dan specifiek over die bijeenkomst.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15226713/2