Bijlage 1.1 - Vernieuwde Nota van beantw. inspraak- en overlegreacties VOBP Verzamelplan 2022-2023 - versie 23-11-22 - anoniem
Tekst van het document
Nota van beantwoording inspraaken overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan ‘Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2022/2023’
Afdeling Ruimte, Belastingen en Gegevensbeheer Team Ruimte
INLEIDING Inhoud van het plan Jaarlijks worden door de gemeente gewenste ontwikkelingen en de correctie van enkele onvolkomenheden die in eerder vastgestelde bestemmingsplannen zijn geslopen, opgenomen in een ‘verzamelplan’. Dat heeft als voordeel dat initiatiefnemers niet hoeven te wachten tot het bestemmingsplan waarin de locatie gelegen is regulier wordt herzien. Via de bij het voorontwerp van het verzamelplan door de raad verleende ‘verklaring van geen bedenkingen’ kan voor dergelijke initiatieven – indien aan alle andere gebruikelijk daaraan te stellen voorwaarden is voldaan – via ontheffingsprocedures medewerking verleend worden. Onder voorbehoud van de uitkomst van nog aanvullende onderzoeken en te tekenen overeenkomsten voor enkele projecten, heeft het bestemmingsplan ‘Verzamelplan PijnackerNootdorp 2022/2023’ betrekking op: A. B. C. D. E. F. G. H.
Boezemweg 18 (Pijnacker): ontwikkeling bedrijfsvestiging; Delftsestraatweg 21 (Delfgauw): omzetten bedrijfswoning in burgerwoning; Wilgenweg 82 (Pijnacker): legaliseren paddocks en gebruik verharding; Zuideindseweg 78 (Delfgauw): verplaatsen woning; Stationsstraat 64 t/m 98 (Pijnacker): dakopbouwen; Stoomweg/Heronpad (Nootdorp): aanpassen bouwregels; Geerweg 13, 19 en 21 (Nootdorp): bouwen woningen; en Industrieweg 12 (Nootdorp): omzetten bedrijfswoning in burgerwoning.
Procedure Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 14 juli 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden inspraakreacties worden ingediend en heeft het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna te noemen Bro) plaatsgevonden. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen op de gemeentelijke internetsite (www.pijnacker-nootdorp.nl) en www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen voornoemde termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld op het voorontwerpbestemmingsplan te reageren. Dat kon schriftelijk, mondeling en digitaal via de website van de gemeente. Op het voorontwerp zijn in totaal 11 reacties ontvangen. Het (voorlopige) standpunt van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de ingediende reacties is verwoord in voorliggende Nota van beantwoording inspraak- en overlegreacties. De Nota van beantwoording wordt ter kennisname gebracht aan de gemeenteraad en onder de aandacht gebracht van de indieners van de reacties. Tegen de Nota van beantwoording kunnen geen bezwaren worden ingediend. Het college van burgemeester en wethouders zal nadat de gemeenteraad daarmee heeft ingestemd een ontwerpbestemmingsplan ter inzage leggen. In dat ontwerp zal het gemeentelijke standpunt naar aanleiding van de reacties zijn verwerkt, alsmede een aantal ambtshalve aanpassingen.
Op het ontwerpbestemmingsplan kunnen zienswijzen (bezwaren) worden ingebracht. Vervolgens zal de gemeenteraad het bestemmingsplan definitief vaststellen en daarbij de ingediende zienswijzen meewegen en beantwoorden. Tegen dit vastgestelde bestemmingsplan kan beroep ingesteld worden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze hoogste bestuursrechter zal de bezwaren in beroep wegen en er een oordeel over geven. Leeswijzer In de volgende twee hoofdstukken worden de ingediende inspraak- en overlegreacties behandeld. Aan het eind van deze notitie wordt in een staat van wijzigingen beschreven wat de belangrijkste ambtshalve en overige wijzigingen zijn die in het ontwerpbestemmingsplan ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan aangebracht zullen worden.
2
Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat de voorliggende nota een voorlopig standpunt inhoudt en dat het aan de gemeenteraad is om het bestemmingsplan uiteindelijk vast te stellen. Aan de hiernavolgende collegestandpunten kunnen aldus geen rechten worden ontleend.
3
INSPRAAKREACTIES
1.
Vereniging voor Natuur- en Milieubescherming Pijnacker (NMP)
Reactie: Inspreker geeft aan dat tussen de paddocks nu één lantaarnpaal aanwezig is. NMP is van mening dat legalisering van de paddocks geen toestemming hoort in te houden voor het aanbrengen van extra buitenverlichting, omdat zulke verlichting een verstoring zou kunnen veroorzaken voor broedende weidevogels in de Zuidpolder. Dat is ongewenst, omdat daar een weidevogelkerngebied wordt gerealiseerd. Verzocht wordt dergelijke verlichting expliciet niet toe te staan. Beantwoording: Wij delen de zorgen van inspreker. Verlichting die voor verstoring van weidevogels (maar ook van andere beschermde soorten dieren en planten) kan zorgen, vinden wij ongewenst. In de planregels zal een regeling opgenomen worden die het realiseren van dergelijke verlichting niet zonder meer mogelijk maakt.
2.
Reactie: Inspreker geeft aan zich grotendeels in het plan te kunnen vinden. Echter, dat over het terrein met paddocks en verharding langs het fietspad een strook is opgenomen met de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie, recreatieve route’ levert een conflict op met de aanduidingen van het verharde terrein en de paddocks. Inspreker vraagt zich af hoe dit kan en verzoekt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie, recreatieve route’ van de verbeelding te verwijderen. Voorts geeft hij in overweging het voorontwerpbestemmingsplan te controleren op spelfouten. Beantwoording: Wij zijn verheugd dat inspreker zich grotendeels in het voorontwerpbestemmingsplan kan vinden. De aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie, recreatieve route’ is overgenomen uit het onderliggende, vigerende bestemmingsplan ‘Lint Oude Leede 2’. Door het legaliseren van de paddocks c.a. kan deze aanduiding inderdaad komen te vervallen voor zover die gelegen zijn binnen het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. De grens van de recreatieve route komt dan gelijk te liggen met de plangrens. De tekst van het bestemmingsplan zullen wij nogmaals (laten) controleren.
4
3.
Reactie: Inspreekster geeft – mede namens andere bewoners van dezelfde straat als waarin zij woont – aan zorgen te hebben over de voorgenomen aanpassing van het bestemmingsplan op de locatie Boezemweg 18. Zij en haar buren wonen tegenover deze locatie en maken zich zorgen over hun woongenot. Inspreekster geeft aan dat bij haar onduidelijkheid bestaat over het maximale bebouwingspercentage dat op deze locatie zal worden toegestaan en wenst hierover duidelijkheid te krijgen. Voorts merkt inspreekster op dat de grenzen van het huidige bedrijfsperceel door de eigenaar niet worden gerespecteerd. Zij verzoekt daar bij de herinrichting van het perceel strenger op toe te zien. Beantwoording: Wij hebben begrip voor de zorgen die bij inspreekster en haar buren leven. Het is echter juist de bedoeling om met dit bestemmingsplan de ruimtelijke situatie ter plaatse te verbeteren. De gemeente wenst gronden van de eigenaar-ondernemer van de locatie Boezemweg 18 aan te kopen om de groene en recreatieve zone tussen Ackerswoude en het bedrijventerrein Boezem-West te realiseren. In ruil daarvoor is met deze eigenaar afgesproken dat de gemeente hem de mogelijkheid biedt om zijn bedrijfsbebouwing en bedrijfsactiviteiten uit te breiden binnen de milieugrenzen die daarbij horen en aldus niet tot onaanvaardbare overlast zullen leiden.
Om daarvoor te zorgen wordt de maximaal toelaatbare milieucategorie vastgelegd. Deze zal in het ontwerpbestemmingsplan maximaal 3.1 bedragen. Het maximale bebouwingspercentage van de gronden die in het voorliggende bestemmingsplan zijn opgenomen bedraagt 70. Door ook een minimum van 30% op te nemen, wordt verrommeling (een bedrijventerrein met het karakter van veel buitenopslag) voorkomen. Ten aanzien van de zuidelijke bebouwingsgrens (dus aan de zijde van Ackerswoude) zullen wij een verplichte bouwgrens opnemen op de bestemmings- en perceelgrens, zodat er in de toekomst geen situaties meer kunnen ontstaan die – zoals inspreekster terecht opmerkt – nu al voor ergernis zorgen. Voor/tegen de gevel van het nieuwe bedrijfsgebouw wordt groen aangeplant. Op die manier zal de bedrijfsbebouwing zoveel mogelijk aan het zicht vanuit de wijk Ackerswoude onttrokken worden.
4.
Reactie: Inspreker geeft aan dat in het bestemmingsplan de afspraken die met zijn cliënt zijn gemaakt niet volledig zijn verwoord of op zodanige wijze dat de tekst tot onduidelijkheden en/of misverstanden kan leiden. Zo is op pagina 14 aangegeven dat de gronden zich bevinden aan de zuidzijde van Boezemweg 18. Dat moet de zuid-, west- en oostzijde zijn.
5
In paragraaf 5.4 (Waterhuishouding) staat dat een eventuele bergingsopgave in de regels verankerd wordt. Inspreker verzoekt op te nemen dat dit buiten het bedrijfsperceel van zijn cliënt wordt opgelost. Ook wenst inspreker een andere redactie van de tekst die over archeologie gaat. In de planregels wenst inspreker aan artikel 4.2.1 en 4.2.2 onder a. toe te voegen: “waarbij de op het perceel Boezemweg 18 in aaneengesloten rijen en al dan niet gestapelde opslagboxen in samenhang dienen te worden aangemerkt als hoofdgebouwen”. Inspreker geeft voorts aan dat met zijn cliënt een maximale bouwhoogte van de nieuwe bedrijfsbebouwing van 12 meter is afgesproken terwijl in het voorliggende bestemmingsplan 9 meter als maximum is opgenomen. Inspreker wenst voorts de mogelijkheid te kunnen bouwen tot op de erfgrenzen. Beantwoording: Ook wij willen uiteraard misverstanden en onjuistheden voorkomen. Dát is nu net een van de redenen waarom doorgaans een voorontwerpbestemmingsplan wordt gemaakt. Op die manier kunnen dergelijke zaken hersteld worden nog voordat de formele procedure begint. De suggestie voor de tekst op pagina 14 van de toelichting wordt overgenomen. De suggestie voor de tekst van de waterparagraaf m.b.t. de waterberging nemen wij niet over, althans niet conform het verzoek van inspreker.
Hoewel het inderdaad de bedoeling is dat een eventuele bergingsopgave buiten de grenzen van het voorliggende bestemmingsplan wordt gerealiseerd, is deze redactie van de kwalitatieve verplichting met het Hoogheemraadschap van Delfland overeengekomen. In de met cliënt van inspreker te sluiten anterieure overeenkomst kunnen daarover afspraken gemaakt worden. Ten aanzien van archeologie dient opgemerkt te worden dat momenteel een paraplubestemmingsplan in voorbereiding is op basis waarvan een minder streng regime zal gelden. Dat brengt met zich mee dat de archeologiebepalingen in het voorliggende bestemmingsplan daarmee in overeenstemming zullen worden gebracht. Wij hebben begrip voor hetgeen inspreker opmerkt over hoofdgebouwen in relatie tot de artikelen 4.2.1 en 4.2.2 onder a. en wij zullen de redactie van deze regeling dan ook aanpassen op zo’n manier dat er geen misverstanden over kunnen bestaan. De maximale bouwhoogte zullen wij aanpassen naar 12 meter. Dit is inderdaad met cliënt van inspreker overeengekomen. Voor wat betreft de erfgrenzen het volgende. Wij hechten er zeer aan dat de nieuwe bedrijfsgebouwen op de zuidelijke erfgrens gebouwd worden, juist om op die manier te voorkomen dat er een strook grond tussen de nieuwe bedrijfsgebouwen en de zuidelijke perceelgrens ‘overblijft’, die benut kan worden voor allerhande opslag en of het stallen van voertuigen.
Wij zullen in het ontwerpbestemmingsplan daarom opnemen dat de bebouwing in deze bouwgrens gerealiseerd dient te worden. De overige afstanden tot (zijdelingse) perceelgrenzen kunnen achterwege blijven; die zullen uit de planregels worden geschrapt.
5.
Reactie: Inspreker constateert dat er vier extra woningen aan de Geerweg mogelijk worden gemaakt in het voorliggende verzamelplan. Dat baart hem zorgen, omdat er nu al een hoge parkeerdruk is op de Geerweg. Het bestemmingsplan houdt geen rekening met het vervallen van parkeerplaatsen als gevolg van de extra woningen. Beantwoording: 6
Uiteraard hebben wij stilgestaan bij het aspect ‘parkeren’ toen ons werd verzocht om medewerking aan de extra woningen. Het uitgangspunt is dat ten behoeve van de woningen zelf op eigen terrein voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. Inspreker wijst er terecht op dat bestaande parkeerplaatsen komen te vervallen wanneer de woningen zijn gebouwd, omdat ter plaatse van die woningen (nieuwe) in-/uitritten worden gerealiseerd. Dat is juist, maar die parkeerplaatsen worden elders aan de Geerweg op kosten van de initiatiefnemers die het aangaat gecompenseerd. Het aantal benodigde parkeerplaatsen vermindert derhalve per saldo niet en de parkeerdruk neemt niet toe.
6.
Pipeline Control
Reactie: Inspreker meldt zich als beheerder van de CO2-leiding die over/langs de locatie Wilgenweg 82 in Pijnacker loopt. Inspreker vraagt zich af of in het voorliggende plan voldoende rekening is gehouden met het belang van de aanwezige leiding. Beantwoording: Het meest westelijke deel van de locatie waarop de paddocks zijn gesitueerd heeft de dubbelbestemming ‘Leiding - CO2’ en sluit aan op de bestemming die daarvoor geldt in de aangrenzende bestemmingsplannen. In de regels is het beschermingsregime opgenomen. Wij zijn van mening dat daarmee de belangen van de leiding afdoende beschermd zijn.
7.
Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland
Reactie: Inspreekster geeft aan dat het waterbelang nog onvoldoende geborgd is in het bestemmingsplan. Zij verwijst naar onlangs herzien beleid van Delfland en verzoekt het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met dit nieuwe beleid. De toelichting dient op een aantal punten verduidelijkt, uitgebreid en aangepast te worden. Op een enkel punt dienen de regels ook aangevuld te worden. Beantwoording: De waterparagraaf zal in overleg met Delfland worden aangepast, zodat het waterbelang voldoende geborgd is en op instemming van Delfland kan rekenen.
7
8.
9.
10.
Reactie: Insprekers, allen eigenaren-bewoners van de Stationsstraat in Pijnacker, wensen – net als voor andere woonblokken is of wordt toegestaan – de mogelijkheid te krijgen om op hun woning een dakopbouw te realiseren en verzoeken opgenomen te worden in het voorliggende bestemmingsplan en daarin die mogelijkheid geboden te krijgen. Insprekers wensen een dakopbouw vanwege gezinsuitbreiding en/of om zo de mogelijkheid te krijgen (op betere wijze) hun woning te verduurzamen. Ook voelen zij zich ongelijk behandeld ten opzichte van andere inwoners en verwijzen in dat verband naar het toestaan van dakopbouwen in andere delen van de Stationsstraat. Beantwoording: De regels die op basis van het bestaande beleid gelden, zijn volgens ons duidelijk en gelden alleen voor bouwlagen waarop reeds bebouwing aanwezig is. Dat was bij delen van de Stationsstraat waarnaar insprekers verwijzen niet het geval. Daar heeft de gemeenteraad – bij wijze van uitzondering – afgeweken van wat tot dan toe gebruikelijk was. Bij de laatste uitzondering waarover de gemeenteraad zich heeft uitgesproken, het blok woningen aan de Stationsstraat 36 t/m 52, heeft de gemeenteraad tevens aangegeven niet ontvankelijk te zijn voor nieuwe verzoeken dakopbouwen toe te staan. Dat leidt ertoe dat het verzoek van insprekers niet gehonoreerd kan worden.
11.
Stichting VWN (Vrienden van de Windlust te Nootdorp)
Reactie: Inspreker geeft aan dat de regeling die in het bestemmingsplan is opgenomen ter bescherming van de molenbiotoop toereikend is. Wel wordt opgemerkt dat in de plantoelichting staat vermeld dat in de regels een aanlegvergunningenstelsel is opgenomen voor opgaande beplanting en bouwwerken geen gebouwen zijnde en wordt de 1 op 100-regel (die voor het buitengebied als uitgangspunt voor de biotoopregels geldt) genoemd. Dat zijn kennelijke vergissingen en Stichting VWN geeft in overweging de toelichting en de regels met elkaar in overeenstemming te brengen. Beantwoording: 8
Van de opmerkingen van Stichting VWN wordt met dank kennisgenomen. De plantoelichting zal op de aangehaalde punten worden aangepast.
STAAT VAN WIJZIGINGEN
betreft
wijziging
wijziging is gebaseerd op
Algemeen
Eventuele kleine tekstuele aanpassingen en verschrijvingen
Planidentificatie
De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000220139-3001 Op pagina 14 is aangegeven dat de daar bedoelde gronden zich bevinden aan de zuidzijde van Boezemweg 18. Dat moet de zuid-, west- en oostzijde zijn. De redactie van deze tekst wordt aangepast. De waterparagraaf wordt aangepast aan de wensen en eisen van het Hoogheemraadschap van Delfland De in de plantoelichting vermelde regels voor aanlegvergunningen voor opgaande beplanting en bouwwerken geen gebouwen zijnde alsmede de 1 op 100regel voor de molenbiotoop worden in overeenstemming met de regels gebracht.
Ambtshalve aanpassing Ambtshalve aanpassing Reactie 4
Toelichting
Aanpassing redactie pagina 14
Waterparagraaf Discrepantie aanlegvergunningstelsel en regels molenbiotoop
Reactie 7 Reactie 11
Regels Algemeen
Eventuele kleine tekstuele aanpassingen en verschrijvingen
Planidentificatie
De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000220139-3001 In de planregels zal daar waar nodig, conform de eisen van het Hoogheemraadschap van Delfland, de hoeveelheid te realiseren waterberging met een voorwaardelijke verplichting opgenomen worden of anderszins een borging in het bestemmingsplan krijgen. In de regels wordt opgenomen dat het niet toegestaan is Reactie 1 lichtmasten te plaatsen op de gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden’. Aan de zuidzijde van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ wordt Reactie 3 een verplichte bouwgrens opgenomen waarin bedrijfsgebouwen dienen te worden gerealiseerd. De maximale milieucategorie in artikel 4 wordt gewijzigd van Reactie 3 3.2 in 3.1.
Watercompensatie
Opnemen regeling verlichting bij paddocks Wilgenweg Opnemen verplichte bouwgrens bestemming ‘Bedrijventerrein’ Opnemen maximale milieucategorie bestemming ‘Bedrijventerrein’ Bestemming ‘Waarde – Archeologie 5’
De archeologiebepalingen in het voorliggende bestemmingsplan zullen in overeenstemming worden 9
Ambtshalve aanpassing Ambtshalve aanpassing Reactie 7
Reactie 4 en
Redactie artikel 4
Bebouwing op en bij erfgrenzen bestemming ‘Bedrijventerrein’
Aanpassen goot- en bouwhoogte Stationsstraat 36 t/m 52
Discrepantie aanlegvergunningstelsel en regels molenbiotoop
Maatwerk bouwregels
gebracht met de regeling die momenteel in een paraplubestemmingsplan in voorbereiding is. De redactie over hoofdgebouwen wordt in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2 onder a. aangepast op zo’n manier dat er geen misverstanden over kunnen bestaan. Zoals hierboven reeds is verwoord, wordt aan de zuidzijde van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ een verplichte bouwgrens opgenomen waarin bedrijfsgebouwen dienen te worden gerealiseerd. De overige afstanden tot (zijdelingse) perceelgrenzen worden uit de planregels geschrapt. Bij de behandeling van het voorontwerpbestemmingsplan heeft de gemeenteraad een motie aangenomen die voor de woningen aan de Stationsstraat 36 t/m 52 in Pijnacker de mogelijkheid moet bieden een dakopbouw te realiseren. Dit blok woningen wordt in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen waarbij de goot- en bouwhoogten worden aangepast. De in de plantoelichting vermelde regels voor aanlegvergunningen voor opgaande beplanting en bouwwerken geen gebouwen zijnde alsmede de 1 op 100regel voor de molenbiotoop worden in overeenstemming met de regels gebracht. Bij een bestemmingsplan wordt een maatwerkoplossing toegepast, veelal op basis van een bouwplan. De redactie van artikel 11.2.2 onder g. gaat luiden: “g.
de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3,5 m bedragen;” In artikel 1.27 wordt “alle zijden” vervangen door “ten minste drie zijden”, om op die manier een in het geaccordeerde bouwplan opgenomen dakkapel die gelijkloopt met de gevel van de woning mogelijk te maken.
Ambtshalve wijziging Reactie 4
De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000220139-3001 De aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie, recreatieve route’ komt te vervallen voor zover die gelegen is binnen het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. De grens van de recreatieve route komt dan gelijk te liggen met de plangrens. Aan de zuidzijde van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ wordt een verplichte bouwgrens opgenomen waarin bedrijfsgebouwen dienen te worden gerealiseerd. De maximale milieucategorie in artikel 4 wordt gewijzigd van 3.2 in 3.1. De functieaanduiding wordt hierop aangepast.
Ambtshalve aanpassing Reactie 2
Reactie 4
Ambtshalve wijziging (n.a.v. motie gemeenteraad)
Reactie 11
Ambtshalve wijziging
Verbeelding Planidentificatie Aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie, recreatieve route’
Opnemen verplichte bouwgrens bestemming ‘Bedrijventerrein’ Opnemen maximale milieucategorie bestemming ‘Bedrijventerrein’ Bestemming ‘Waarde – Archeologie 5’
De archeologiebepalingen in het voorliggende bestemmingsplan zullen in overeenstemming worden
10
Reactie 3
Reactie 3
Reactie 4 en
Maximale bouwhoogte bestemming ‘Bedrijventerrein’ Waterkeringen c.a.
Aanpassen goot- en bouwhoogte Stationsstraat 36 t/m 52
Schrappen ontwikkeling Geerweg 19 Nootdorp
gebracht met de regeling die momenteel in een paraplubestemmingsplan in voorbereiding is. De maximale bouwhoogte binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ (locatie Boezemweg 18) wordt aangepast en gaat 12 meter bedragen. Op de verbeelding worden de in het plangebied aanwezige waterkeringen (met bijbehorende beschermingszones) opgenomen overeenkomstig de eisen van het Hoogheemraadschap van Delfland. Bij de behandeling van het voorontwerpbestemmingsplan heeft de gemeenteraad een motie aangenomen die voor de woningen aan de Stationsstraat 36 t/m 52 in Pijnacker de mogelijkheid moet bieden een dakopbouw te realiseren. Dit blok woningen wordt in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen waarbij de goot- en bouwhoogten worden aangepast. De eigenaar/initiatiefnemer van de ontwikkeling op het perceel Geerweg 19 in Nootdorp (sloop van de bestaande woning en vervangende nieuwbouw van twee woningen) heeft te kennen gegeven af te zien van deze ontwikkeling. Derhalve wordt deze locatie niet meer in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen.
Ambtshalve wijziging Reactie 4
Voor de ontwikkellocaties aan de Geerweg in Nootdorp is door Archeologie Delft een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het eindrapport wordt als bijlage bij de plantoelichting opgenomen. Voor deze locatie is onderzocht welke mogelijke effecten er kunnen optreden voor flora en fauna. Dit onderzoek wordt als bijlage bij de plantoelichting opgenomen. Voor deze locatie is onderzocht welke mogelijke effecten er kunnen optreden voor flora en fauna. Dit onderzoek wordt als bijlage bij de plantoelichting opgenomen.
Ambtshalve wijziging
Voor deze locatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wordt als bijlage bij de plantoelichting opgenomen. Voor deze locatie is door de initiatiefnemer overlegd met omwonenden. Een verslag van deze buurtparticipatie wordt als bijlage bij de plantoelichting opgenomen. Voor deze locatie is door de initiatiefnemer overlegd met omwonenden. Een verslag van deze buurtparticipatie wordt als bijlage bij de plantoelichting opgenomen.
Ambtshalve wijziging
Reactie 7
Ambtshalve wijziging (n.a.v. motie gemeenteraad)
Ambtshalve wijziging
Bijlagen Toevoegen archeologisch onderzoek ontwikkelingen Geerweg Toevoegen quick scan Wet natuurbescherming Geerweg 13/15 Nootdorp Toevoegen quick scan Wet natuurbescherming Geerweg naast nr. 21 Nootdorp Toevoegen verkennend bodemonderzoek Geerweg naast nr. 21 Nootdorp Toevoegen verslag buurtparticipatie Geerweg 13/15 Nootdorp Toevoegen verslag buurtparticipatie Geerweg naast nr. 21 Nootdorp
11
Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging
Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging