CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit raad - Tarieventabel gemeentelijke belastingen en heffingen 2025

Raad Beeldvorming 10 december 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 154725511.856 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

75,000%

50,000%

25,000%

75,000%

50,000%

25,000%

25,000%

€ 137,00

Titel 3 Europese dienstenrichtlijn Paragraaf Paragraaf 3.1 3.1.1 3.1.2

3.1.3 3.1.4

3.1.4.1 Paragraaf 3.2 3.2.1

3.2.2 3.2.2.1 3.2.2.2

3.2.2.3 3.2.2.4 3.2.2.5 3.2.2.6 Paragraaf 3.3 3.3.1

3.3.1.1

3.3.1.2 3.3.1.3 3.3.2 3.3.2.1 3.3.2.2 3.3.3 3.3.3.1 3.3.3.2 3.3.3.2.2 3.3.7

pagina

19/22

Omschrijving Horeca Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet (BWBR0002458) Het tarief bedraagt voor het bijschrijven van een leidinggevende op het aanhangsel van een Drank en Horecavergunning als bedoeld in artikel 30a van de Alcoholwet (BWBR0002458) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet (BWBR0002458) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijk Verordening Pijnacker-Nootdorp 2017 (gmb-2017-113671) Indien de aanvraag bedoeld onder 3.1.4.

in één keer geheel compleet wordt ingediend, wordt het tarief verminderd met: Organiseren evenementen of markten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 Algemene Plaatselijke Verordening Pijnacker-Nootdorp 2017 (gmb-2017-113671) (Evenementenvergunning) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 2 van de Warenmarktverordening Pijnacker-Nootdorp 2011 (verwijzing naar marktreglement) tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Pijnacker-Nootdorp 2017 (gmb-2017-113671) (standplaats niet op de markt of bij evenement) Stroom verbruik (220 Volt), per dag Krachtstroom verbruik stroom (380 Volt), per dag Waterverbruik, per dag of een gedeelte van de dag Waterverbruik voor Circus of Kermis, per dag of een gedeelte van de dag Marktgelden Voor de begripsomschrijvingen genoemd in deze Paragraaf van de verordening wordt verwezen naar de Warenmarktverordening Pijnacker-Nootdorp 2011 (CVDR1228621), het marktreglement 2020 (CVDR638560),Algemene Plaatselijke Verordening PijnackerNootdorp 2017 (gmb-2017-113671) en de notitie Standplaatsenbeleid 2012 (CVDR165227).

Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het hebben van één of meer standplaatsen op de markt of op andere, voor de openbare dient bestemde, als markt aan te wijzen plaatsen. Het marktgeld wordt geheven naar het aantal vierkante meters oppervlakte standplaats Het marktgeld, waarin zijn begrepen de energielasten tot een maximum aanwezig vermogen van 150 watt, is voor elke vierkante meter ingenomen ruimte: op de weekmarkt in Pijnacker of Nootdorp per dag of een gedeelte daarvan per 13 weken Bij gebruik van de energievoorziening bij aanwezigheid van een vermogen meer dan 150 watt, op de weekmarkt per 1.000 watt aanwezig vermogen voor een dagplaats, per dag voor een vaste standplaats, per kwartaal Ontheffing van marktgeld kan plaatsvinden als de vergunninghouder door omstandigheden buiten zijn schuld, dit ter beoordeling van burgemeester en wethouders, de toegewezen standplaats niet heeft kunnen innemen en de

tarief € 404,55 € 89,25

€ 18,00 € 489,30

€ 47,95

€ 419,15

€ 243,90 € 178,40

€ 5,85 € 11,80 € 2,35 € 11,80

€ 0,95 € 11,65

€ 1,40 € 16,70

Paragraaf 3.4 3.4

3.4.1

3.4.1.1 3.4.1.2 3.4.2

3.4.2.1 3.4.2.2 3.4.3

3.4.3.1 3.4.3.2 3.4.4 3.4.4.1 3.4.4.2 Paragraaf 3.5 3.5

Paragraaf 3.6 3.6.1

3.6.2 3.6.3

3.6.4 3.6.5 3.6.6 3.6.6.1 3.6.6.2 3.6.6.3 Paragraaf 3.7 3.7.1

vergunninghouder burgemeester en wethouders hiervan schriftelijk in kennis heeft gesteld. Standplaatsgelden Onder de naam ‘standplaatsgeld’ wordt een recht geheven voor het hebben van één of meer standplaatsen buiten de markt op de, voor de openbare dienst bestemde, als standplaats aangewezen plaatsen. Het standplaatsgeld, wordt geheven voor: een incidentiel standplaats als bedoeld in artikel 2.4 van de Notitie standplaatsenbeleid 2012 waarin ook zijn begrepen de energielasten tot een maximum aanwezig vermogen van 150 watt, bedraagt: per dag of een gedeelte daarvan voor een halve plaats (max. 15 m²) per dag of een gedeelte daarvan voor een hele plaats (max. 30 m²) een Seizoensstandplaats als bedoeld in artikel 2.4 van de Notitie standplaatsenbeleid 2012 waarin ook zijn begrepen de energielasten tot een maximum aanwezig vermogen van 150 watt, bedraagt: per 12 weken of een gedeelte daarvan voor een halve plaats (max. 15 m²) per 12 weken of een gedeelte daarvan voor een hele plaats (max. 30 m²) een vaste standplaats als bedoeld in artikel 2.4 van de Notitie standplaatsenbeleid 2012 waarin ook zijn begrepen de energielasten tot een maximum aanwezig vermogen van 150 watt, bedraagt: per 13 weken voor een halve plaats (max. 15 m²) per 13 weken voor een hele plaats (max.

30 m²) Bij gebruik van de energievoorziening bij een aanwezig vermogen van meer dan 150 watt, op een standplaats per 1.000 watt aanwezig vermogen: voor een dagplaats voor een seizoens- of vaste standplaats per 13 weken of een gedeelte daarvan: Prostitutiebedrijven Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening Pijnacker-Nootdorp 2017 (gmb-2017-113671) (seksinrichting of escortbedrijf) Huisvesting tot het verkrijgen van een onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 5:1 onder a en b van de Huisvestigingsverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2019 (gmb-2019159983) tot het verkrijgen en onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 5:1 onder c en d van de Huisvestigingsverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2019 (gmb-2019-159983) tot het verkrijgen van een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 5:8 van de huisvestingsverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2019 (gmb-2019-159983) indien: de vergunning tegelijk wordt aangevraagd met een omgevingsvergunning als bedoeld in Titel 2, hoofdstuk 3 onder 2.3.1 (bouwactiviteiten) van deze verordening : Nihil de vergunning een splitsing betreft van een gemengd object in één woning en één bedrijfsruimte de vergunning een splitsing betreft waarbij het splitsingsplan betreft: 2 tot 12 woningen 12 tot 25 woningen 25 of meer

woningen Overige vergunningen, ontheffingen of andere beschikkingen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

II. Overgangsrecht De ‘tarieventabel gemeentelijke belastingen en heffingen 2024 van 7 november 2023, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel III, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing. De ‘tarieventabel gemeentelijke belastingen en heffingen 2024’ blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

pagina

20/22

€ 7,25 € 14,60

€ 93,50 € 174,95

€ 1,40 € 16,70 € 911,35

€ 73,60

€ 1.675,45

€ 73,60

€ 893,60 € 8.377,15 € 16.754,40 € 29,90

III.

Inwerkingtreding 1. 2.

IV.

Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.

Citeertitel

Deze tarieventabel wordt aangehaald als ‘Tarieventabel gemeentelijke belastingen en heffingen 2025’

Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 december 2024. $handtekening$ $naam$ $naam$ griffier $plv$

pagina

21/22

$handtekening2$ $naam2$naam2$ voorzitter $plv2$

Bijlage A ‘Definitie kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’ Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is: a. een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. b. Een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vallen onder de artikel 2.12.1 sub c grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit’, tenzij de activiteit valt binnen de volgende categorieën. Dan is het een artikel 2.12.1 sub b kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit’: 1.

Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; b. de oppervlakte niet meer dan 150 m2;

2.

Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-spoorweg-, water- of luchtverkeer) wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50m2;

3.

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50m2;

4.

Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ongeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;

5.

Een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 meter;

6.

Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling (de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit of mechanische energie door verstoking van een brandstof, waarvan de warmte nuttig gebruikt wordt, anders dan voor de productie van elektriciteit);

7.

De herinrichting van het openbaar gebied;

8.

Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, mits: - voor zover gelegen binnen de bebouwde kom, het bruto vloeroppervlak niet meer dan 1.500 m2 bedraagt en, wanneer het om een woonfunctie gaat er niet meer dan 10 woningen worden gecreëerd; - voor zover gelegen buiten de bebouwde kom , het bruto vloeroppervlak niet meer dan 200 m2 bedraagt en, er geen nieuwe woningen worden gecreëerd.

9.

Het gebruik van onbebouwde gronden, mts: - voor zover gelegen binnen de bebouwde kom, het oppervlak niet meer dan 1.500 m2 bedraagt; - voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het oppervlak niet meer dan 500 m2 bedraagt.

10. mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; 11. Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10 voor een termijn van ten hoogte 10 jaar;

pagina

22/22

pagina

23/22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14813647/3