Beleidsplan SHV 31 aug 2021
Tekst van het document
BELEIDSPLAN SCHULDHULPVERLENING 2021-2025 Modern en toekomstbestendig
1
Samenvatting Inleiding Een samenleving waarin iedereen meedoet, daar staan we voor in Pijnacker-Nootdorp. We zijn er voor inwoners met schulden en ondersteunen hen bij het op orde krijgen en houden van hun financiën. We streven ten alle tijden naar het bereiken van een stabiele situatie, waarbij we rust creëren voor de inwoner en de stress en zorgen omtrent de schulden proberen weg te nemen. Onze aanpak is gebaseerd op inzichten uit de hersenwetenschap, die laten zien dat schulden – en de stress om die schulden – het brein negatief beïnvloeden. Schaarste is van invloed op mensen hun mentale capaciteit en daarmee op het vermogen om de juiste keuzes te maken en om te kunnen gaan met schuldenproblematiek. Bovendien staan schulden vaak niet op zichzelf, maar is er vaak ook sprake van problemen op andere leefgebieden. Deze multiproblematiek vraagt om een integrale aanpak. De gemeente heeft een aantal taken op het gebied van schuldhulpverlening: -
Het bieden van informatie en ondersteuning gericht op het omgaan met schulden(problematiek). Het geven van advies en begeleiding bij schulden(problematiek). Bemiddeling om een (minnelijke) schuldregeling tot stand te brengen. Bij minnelijke schuldhulpverlening wordt een schuldregeling getroffen tussen de cliënt en de schuldeisers. Hierbij zijn de schuldeisers bereid een deel van de vordering kwijt te schelden.
Visie op schuldhulpverlening Schuldhulpverlening is gericht op het voorkomen en wegnemen van drempels en belemmeringen waardoor participatie wordt bevorderd, het oplossen van (problematische) schulden, het verminderen van stress door zorgen om schulden en het creëren van ruimte om ook problemen op andere levensgebieden aan te pakken. Wij bieden tijdelijk ondersteuning wanneer iemand niet zelf in staat is zijn of haar schuldenproblematiek op te lossen. Deze ondersteuning richt zich in eerste instantie op het creëren van een stabiele situatie. Niet alleen de schuld, maar juist de oorzaak waardoor de inwoner in een problematische schuldensituatie is gekomen, staat centraal. Wij versterken de -financiële- zelfredzaamheid van de inwoner, uitgaande van diens eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden.
Uitgangspunten • We gaan bij de schuldhulpverlening altijd uit van een integrale aanpak. Een integrale aanpak betekent dat er niet alleen oog is voor de financiële problemen, maar dat we alle sociaalmaatschappelijke problemen in beeld brengen. • De inzet van schuldhulpverlening is maatwerk. Welke vorm van hulp we inzetten en welke partners we daarbij betrekken is afhankelijk van de situatie waarin de cliënt zich bevindt en welke oorzaak aan de situatie ten grondslag ligt. • We zetten in op het behouden, versterken en vergroten van iemands motivatie. We werken, waar mogelijk, aan het bestendigen en het uitbreiden van de zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners, zodat zij op een goede manier in staat zijn zelf toe te werken naar oplossingen. De mentale draagkracht van iemand speelt hierin een belangrijke rol. In onze aanpak houden we hier rekening mee en proberen we de draagkracht te vergroten. We verwachten dat elke cliënt die we ondersteunen met schuldhulpverlening zich inspant om het traject van schuldhulpverlening tot een succesvol einde te brengen.
2
Toelatingsbeleid en doelgroep De doelgroep voor schuldhulpverlening is elke inwoner van Pijnacker-Nootdorp. We voeren een inclusief beleid en sluiten niemand op voorhand uit van schuldhulpverlening. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening schrijft voor dat het college bij een weigering altijd een individuele afweging moet maken. Iedere aanmelding wordt individueel en integraal beoordeeld, waarbij de persoonlijke omstandigheden van de inwoner worden meegewogen. Het college kan de toegang wel weigeren als bijvoorbeeld duidelijk is dat er feitelijk geen zinvolle hulp mogelijk is. Recidive kan hiervoor een indicatie zijn. In ons beleid hebben we in het bijzonder aandacht voor vier doelgroepen: ondernemers, laaggeletterden, licht verstandelijk beperkten en jongeren. Voor deze doelgroepen beschrijven we een specifieke aanpak. Voorkomen is beter (en goedkoper) dan genezen Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en zich zo gedragen dat zij hun financiën op orde houden. Vroegsignalering kan gezien worden als een vorm van (secundaire) preventie. Preventie is echter meer dan alleen vroegsignalering.
Samen met onze partners werken we samen in het netwerk Preventie, Schuldhulpverlening en Nazorg en zetten we ons in voor het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid van onze inwoners door ervoor te zorgen dat inwoners uit de schulden blijven (preventief) of er weer snel uitkomen (duurzaam schuldenvrij). Curatie en nazorg Sinds augustus 2019 voeren we volledig zelf de schuldhulpverlening uit. We zijn lid geworden van de NVVK, hebben een team schuldhulpverlening ingericht en de schuldhulpverlening binnen de gemeente verder geprofessionaliseerd. We bieden als gecertificeerd NVVK-lid een complete dienstverlening aan van aanmelding tot en met nazorg die is gebaseerd op de door de NVVK ontwikkelde diensten. Op basis van de hulpvraag van de cliënt proberen we zoveel als mogelijk het schuldenprobleem op te lossen, dan wel beheersbaar te maken. Een integrale aanpak waarbij we breder kijken dan alleen schuldhulpverlening staat hierbij centraal. Na het afronden van een traject schuldhulpverlening bieden we nazorg aan. Binnen het eerste jaar na beëindiging van de dienstverlening nemen we het initiatief tot één of meer contactmomenten met de cliënt waarin wordt geïnformeerd of er sprake is van een situatie bij de cliënt waarin inkomsten en uitgaven in evenwicht zijn. Deze contactmomenten worden geregistreerd.
Daarnaast maken we afspraken over de nazorg van de cliënt met organisaties en instellingen buiten de sfeer van schuldhulpverlening, binnen het netwerk Schuldhulpverlening, Preventie en Nazorg en binnen het Sociaal Domein met ons eigen kernteam. Kwaliteitsborging We vinden het belangrijk de kwaliteit van onze schuldhulpverlening te borgen, ons als organisatie ontwikkelgericht en resultaatgericht op te stellen en onszelf te blijven verbeteren. Om de kwaliteit te monitoren maken we gebruik van kwalitatieve en kwantitatieve monitoring. Voor de kwantitatieve monitoring maken we gebruik van onze softwaresystemen voor schuldhulpverlening (Stratech) en vroegsignalering (RIS Vroeg-er-op-af) waarin we precies kunnen bijhouden hoeveel mensen we maandelijks en jaarlijks helpen, hoeveel mensen er instromen, doorstromen en uiteindelijk succesvol of niet-succesvol uitstromen, welke schuldhulpverleningsinstrumenten we inzetten etc. Via de P&C-cyclus wordt de raad jaarlijks op de hoogte gehouden over onze inzet en behaalde resultaten. Communicatieaanpak Bij ons beleidsplan hebben we een communicatieaanpak beschreven die de ambities uit het beleidsplan ondersteunt.
We zetten in op twee communicatiesporen: spoor 1 gericht op aandacht krijgen voor het thema schulden, waarbij het doel is om de drempel om hulp te zoeken te verlagen en spoor 2 gericht op het informeren van de inwoners over het ondersteuningsaanbod in Pijnacker-Nootdorp. Financiën De schuldhulpverlening wordt gefinancierd uit gemeentelijke middelen. Voor de periode 2021-2025 hebben we jaarlijks € 85.783 beschikbaar. We verwachten goed uit te komen met dit schuldhulpverleningsbudget.
3
Inhoud Samenvatting.................................................................................................................................... 1 1. Inleiding ........................................................................................................................................ 5 1.1 De feiten .................................................................................................................................. 5 1.2 Taak van de gemeente ............................................................................................................. 7 1.3 Wettelijk kader ........................................................................................................................ 7 2. Schuldhulpverlening, waarom doen we het? ................................................................................ 9 3. Uitgangspunten .......................................................................................................................... 11 3.1 Integrale aanpak .................................................................................................................... 11 3.2 Maatwerk ..............................................................................................................................
11 3.3 Mentale draagkracht ............................................................................................................. 13 4. Toelatingsbeleid en doelgroep .................................................................................................... 15 4.1 Ondernemers......................................................................................................................... 16 4.2 Wat gaan we doen de komende periode? .............................................................................. 17 4.3 Laaggeletterden ..................................................................................................................... 17 4.4 Licht verstandelijke beperking (LVB)....................................................................................... 18 4.5 Jongeren ................................................................................................................................ 19 4.6 Wat gaan we doen de komende periode? .............................................................................. 20 5. Preventie; voorkomen is beter (en goedkoper) dan genezen...................................................... 22 5.1 Lokale situatie Pijnacker-Nootdorp ........................................................................................ 22 5.2.
Landelijke situatie ................................................................................................................. 24 5.3 Vroegsignalering .................................................................................................................... 25 5.4 Inzet digitale media en dienstverlening .................................................................................. 26 5.5 Wat gaan we doen de komende periode? .............................................................................. 26 6. Curatie ........................................................................................................................................ 28 6.1 Integrale intake op maat ........................................................................................................ 29 6.2 Saneringskredieten ................................................................................................................ 29 6.3 Schuldbemiddeling en dwangakkoord .................................................................................... 29 6.4 Wat gaan we doen de komende periode? .............................................................................. 30 7. Nazorg.........................................................................................................................................
32 7.1 Werkwijze.............................................................................................................................. 32 7.2 Integraal ................................................................................................................................ 32 7.3 Wat gaan we doen de komende periode? .............................................................................. 32 8. Kwaliteitsborging ........................................................................................................................ 33 8.2 Wettelijk kader ...................................................................................................................... 33 8.3. NVVK .................................................................................................................................... 33
4
8.4 Onze eigen kwaliteitsnormen................................................................................................. 34 8.5 Feedbackloop ........................................................................................................................ 35 8.6 Wat gaan we doen de komende periode? .............................................................................. 35 9. Communicatie ............................................................................................................................. 37 9.1 Visie op communicatie ........................................................................................................... 37 9.2 Handelingsperspectief ........................................................................................................... 37 9.3 Communicatiedoelstellingen .................................................................................................. 38 9.4 Strategische uitgangspunten communicatie ........................................................................... 38 9.5 Doelgroepen .......................................................................................................................... 38 9.6 Samenwerking ketenpartners cruciaal ...................................................................................
39 9.7 Aanpak .................................................................................................................................. 39 9.8 Communicatiemiddelen ......................................................................................................... 42 10. Begroting .................................................................................................................................. 43 10.1 Inkomsten............................................................................................................................ 43 10.2 Uitgaven .............................................................................................................................. 43 Bijlage ............................................................................................................................................. 45 I. Evaluatie pilot vroegsignalering............................................................................................. 45
5
1. Inleiding 1.1 De feiten Het beeld van Nederland Schuldenproblematiek is een groeiend maatschappelijk probleem met veelal langdurige consequenties. Schulden staan vaak niet op zichzelf, maar gaan samen met problemen op andere leefgebieden zoals wonen, werken of het gezin. Als er een ding is wat het jaar 2020 ons heeft geleerd is het dat schulden iedereen kunnen overkomen. Naast de Covid-19 pandemie heeft ook de kinderopvangtoeslagenaffaire dat laten zien, waarbij tienduizenden mensen onterecht bestempeld zijn als fraudeur en jarenlang hun ‘schulden’ moesten terugbetalen. Op het hebben van schulden rust echter nog steeds een taboe. Mensen die kampen met schulden schamen zich vaak, hebben het gevoel ‘gefaald’ te hebben en ervaren daardoor een grote drempel om hulp te vragen. Uit informatie van de NVVK blijkt dat mensen gemiddeld vijf jaar wachten met het zoeken van hulp voor hun schulden. Vijf jaar waarin naast het oplopen van de schulden ook de stress, zorgen en spanning over het hebben van schulden verder toenemen met alle gevolgen van dien. Cijfers van het CBS laten zien dat op 1 januari 2018 8,3 procent van de huishoudens in Nederland geregistreerde problematische schulden had1. Bijna een kwart van de huishoudens behoorde een jaar eerder nog niet tot de groep met problematische schulden.
In Pijnacker-Nootdorp had 5,3% van de huishoudens geregistreerde problematische schulden op 1 januari 2018. Uit het jaarverslag 2019 van de NVVK blijkt dat er landelijk een lichte stijging was van 3 procent van het aantal schuldhulpvragen in 2019 ten opzichte van het jaar ervoor. Gemiddeld hadden particuliere inwoners een schuldbedrag van 39.000 euro in 2019, voor ondernemers was dit ruim 107.000 euro.
Schulden in Nederland •
In 2019 hebben zich landelijk 89.152 mensen gemeld bij de schuldhulpverlening. Dat is iets meer dan in 2018 (86.200). De gemiddelde schuld per cliënt bedroeg € 43.513. Dat was in 2018 nog € 43.300. De gemiddelde schuld is in 2019 gestegen met 0,5%. Het gemiddelde aantal schuldeisers is 13, in 2018 was dit nog 14. (Bron: Jaarverslag 2019 NVVK)
•
Gelijk aan het beeld in 2015 heeft nog steeds landelijk een op de vijf huishoudens achterstanden waardoor er sprake is van betalingsproblemen. Voor 8% van de inwoners geldt dat dit dusdanig ernstige problemen zijn waardoor ze te maken hadden met loonbeslag of met afsluiting van de energie wegens wanbetaling. (Bron: Nibud, 2019). De zorgverzekering wordt het vaakst niet betaald, daarna de energierekening en de huur of hypotheek. Met name uitkeringsgerechtigden, alleenstaanden met kinderen en lage inkomens huishoudens hebben het moeilijk met rondkomen.
•
Van de mensen met ernstige betalingsproblemen ontvangt 34% geen enkele vorm van hulpverlening. Een reden daarvoor is dat een groot deel van de mensen denkt dat zij geen hulp nodig hebben bij hun problemen, een ander deel weet de weg naar hulpverlening niet te vinden. Van de huishoudens met geregistreerde problematische schulden is 14,4% in beeld bij hulpverlening. Van de overige 85,6% is niet bekend of zij in beeld zijn bij (schuld)hulpverlening (CBS, 2018).
1 https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2020/34/schuldenproblematiek-in-beeld.pdf
6
Het beeld van Pijnacker-Nootdorp Het aantal inwoners dat in beeld is bij schuldhulpverlening daalde de afgelopen jaren (2014 t/m 2019) iets. Dit betreft zowel mensen die ondersteuning of schuldhulpverlening aanvragen, als mensen met huurachterstanden die we proactief hebben benaderd in het kader van vroegsignalering. Ongeveer de helft van deze inwoners had een minimuminkomen. Tabel: Cijfers schuldhulpverlening 2014 t/m 2016
Schuldhulpverlening Aanvragen Intake Stabilisatie (minnelijke) schuldregeling Afgifte WSNP Budget beheer Financieel beheer
2014 165 36 17 32 7 10
2015 142 42 13 27 17 15 25
2016 108 39 11 28 17 8 17
Tabel: Cijfers schuldhulpverlening 2019 (juli t/m dec) en 2020 (januari t/m dec)
Schuldhulpverlening
2019
2020
Aanvragen Intake
80 43
Informatie & advies Betalingsregeling Herfinancieringen Eenmalig contact Budgetcoaching Verwijzing naar derden Stabiel leven met schulden Stabilisatie Minnelijke schuldregeling nieuw Minnelijke schuldregeling lopend Afgifte WSNP Budgetbeheer nieuw Budgetbeheer lopend
8 0 0 8 3 5 1
106 80 (waarvan 4 al in 2019 aangemeld) 16 4 1 2 6 (project gestart) 15 6
10 6
28 15
70
75
0 12 29
4 5 21
Ten opzichte van voorgaande jaren lijkt het aantal inwoners dat in beeld is bij schuldhulpverlening weer toe te nemen vanaf 2020. De vraag naar schuldhulpverlening als gevolg van Covid-19 is echter niet toegenomen. Wat verder opvalt aan de cijfers is dat in de jaren 2014 t/m 2016 procentueel gezien minder aanvragen tot een intake hebben geleid. Het afgelopen jaar, 2020, leidden 84,8% van de aanvragen tot een intakegesprek. In 2016 was dit 42,1%, in 2015 59,6% en in 2014 59,4% van de aanvragen. Dat betekent dat er met de huidige schuldhulpverlening meer mensen geholpen worden dan voorheen het geval was. Er vallen minder mensen buiten de boot. Het college ontvangt desondanks nog steeds volop signalen vanuit het veld, onder andere van de kernteams, dat veel inwoners die zij spreken ook financiële problemen hebben. De kernteams zien problemen op het gebied van financiën en administreren als veelvoorkomende thema’s. Gemiddeld is er ongeveer twee keer per maand een doorverwijzing vanuit het kernteam naar de schuldhulpverlening. Daarnaast werken het kernteam en team participatie nauw samen en trekken zij in sommige gevallen waar dat nodig is gezamenlijk op.
7
Bijvoorbeeld in het geval van beschermingsbewind is team schuldhulpverlening betrokken voor de financiële problematiek en de kernteams/team participatie voor de problematiek op andere leefgebieden. In zo’n geval spreken we niet van een doorverwijzing, maar van een gezamenlijke aanpak. Uitvoering schuldhulpverlening Pijnacker-Nootdorp Sinds augustus 2019 voeren we volledig zelf de schuldhulpverlening uit. Dit betekent dat de schuldhulpverlening binnen de gemeente geprofessionaliseerd is door een compleet team schuldhulpverlening in te richten, systemen aan te schaffen en het NVVK lidmaatschap te behalen. In het verleden gebeurde de uitvoering van de schuldhulpverlening door de gemeente Zoetermeer, waarmee we een realisatieovereenkomst had gesloten. In die overeenkomst was bepaald dat inwoners met schuldenproblematiek zich eerst meldden in Pijnacker-Nootdorp voor een (voor)intake en vervolgens werden doorverwezen naar Zoetermeer voor een schuldhulpverleningstraject. Eind 2018 zijn we begonnen een stuk van de aanmelding zelf te doen. Gedurende 2019 zijn er, naast de medewerker schuldhulpverlening, nog twee medewerkers in team schuldhulpverlening bijgekomen. In december 2019 zijn we positief beoordeeld via een toelatingsaudit en mei 2020 zijn we officieel NVVK lid geworden.
1.2 Taak van de gemeente De gemeente heeft een aantal taken op het gebied van schuldhulpverlening: -
Het bieden van informatie en ondersteuning gericht op het omgaan met schulden(problematiek). Het geven van advies en begeleiding bij schulden(problematiek). Bemiddeling om een (minnelijke) schuldregeling tot stand te brengen. Bij minnelijke schuldhulpverlening wordt een schuldregeling getroffen tussen de cliënt en de schuldeisers. Hierbij zijn de schuldeisers bereid een deel van de vordering kwijt te schelden.
Indien een minnelijke schuldregeling niet mogelijk blijkt, kan een verzoek bij de rechtbank worden ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldhulpverlening. Op grond van de Wet Sanering Natuurlijke Personen (WSNP) kan door de rechtbank aan de cliënt en schuldeisers een schuldregeling worden opgelegd. Indien de cliënt zich aan de strikte regels houdt die gelden tijdens de wettelijke schuldsanering, wordt een eventuele restschuld na drie tot vijf jaar omgezet in een zogeheten natuurlijke verbintenis. Hierdoor zijn schulden niet meer opeisbaar. De gemeente heeft geen rol bij het ondersteunen of begeleiden van cliënten in de WSNP. In dit beleidsplan beperken we ons tot de onderdelen van de schuldhulpverlening waar de gemeente verantwoordelijk voor is. Schuldhulpverlening omvat dus zowel het bieden van informatie en ondersteuning als het tot stand brengen van een minnelijke schuldregeling. Onze inzet is in eerste instantie vooral gericht op het oplossen van financiële problemen, het voorkomen van verergering, het verminderen van (schuldenzorgen)stress en het creëren van ruimte om ook problemen op andere levensgebieden aan te pakken. Dit doen we door vraaggericht te werken en breed te kijken naar wat iemand nodig heeft. We passen de inwoner niet aan op het aanbod, maar het aanbod op de inwoner.
Het resultaat kan een schuldregeling zijn, maar dit is niet de enige mogelijke oplossingsrichting en in sommige gevallen ook niet de meest passende oplossingsrichting. Voorop staat dat we streven naar een maximaal haalbare stabiele situatie, zowel financieel als psychosociaal.
1.3 Wettelijk kader Het wettelijke kader van de gemeentelijke schuldhulpverlening is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Deze wet is in 2012 ingevoerd om de effectiviteit en de kwaliteit van de minnelijke schuldhulpverlening een impuls te geven. De Wgs bepaalt expliciet dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de schuldhulpverlening. De schuldhulpverlening is daarmee niet meer gebaseerd op de gemeentelijke zorgplicht, maar heeft een wettelijke grondslag en valt onder de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat de gemeente beschikkingen moet afgeven op het gebied van schuldhulpverlening, waarmee een inwoner toegang, weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening krijgt. In de beschikkingen worden ook de verplichtingen van de cliënt genoemd en is een bezwaarclausule opgenomen.
8
De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is kaderstellend en omschrijft wat gemeenten moeten realiseren, maar niet hoe. De gemeente krijgt de vrijheid om de schuldhulpverlening naar eigen inzicht vorm te geven, zolang er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De belangrijkste voorwaarde in de wet is dat schulphulpverlening integraal moet worden aangepakt. Er moet niet alleen aandacht zijn voor het oplossen van de financiële problemen, maar ook voor de omstandigheden die mogelijk hebben geleid tot het ontstaan van schulden of omstandigheden die het oplossen van schulden in de weg kunnen staan. Daarnaast beschrijft de wet een regierol voor gemeenten bij de schuldhulpverlening. Dit betekent dat de gemeente moet nadenken over hoe zij de integrale schuldhulpverlening gaat vormgeven, wie er op welk moment bij betrokken is (intern en extern) en wat ieders rol is. De gemeente is eindverantwoordelijk voor de schuldhulpverlening, ook in het geval van uitbesteding. De Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind die vanaf 2021 van kracht is, stelt gemeenten in staat deze regierol nog beter te vervullen. De wet geeft gemeenten de mogelijkheid te adviseren over het voortzetten van het schuldenbewind of, indien gepast, een lichtere vorm van ondersteuning te adviseren. Het advies moet binnen drie maanden na het instellen van het schuldenbewind gegeven worden.
In 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen in de wet zijn: - Er is een grondslag gecreëerd voor gegevensuitwisseling in het kader van vroegsignalering. Vroegsignalering is nu een wettelijke taak van gemeenten. - De gewijzigde Wgs faciliteert gegevensuitwisseling: schuldhulpverleners mogen zelf informatiebronnen raadplegen in plaats van dat inwoners de informatie moeten aanleveren. - In de gewijzigde Wgs is explicieter gemaakt dat ondernemers ook vallen onder de wettelijke taak van de gemeentelijke schuldhulpverlening. De gemeentelijke schuldhulpverlening is breed toegankelijk: geen enkele groep mag op voorhand worden uitgesloten van hulpverlening. Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is de gemeente verplicht om elke vier jaar een beleidsplan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening. In dit beleidsplan leggen we de aanpak van de integrale schuldhulpverlening in Pijnacker-Nootdorp vast voor de jaren 2021-2025. Dit beleidsplan is een actualisatie van het Beleidsplan gemeentelijke schuldhulpverlening 2017-2021.
9
2. Schuldhulpverlening, waarom doen we het? Al onze inwoners doen mee in de samenleving, niemand staat aan de kant. De gemeente Pijnacker-Nootdorp is mensgericht en biedt passende oplossingen voor jongeren, ouderen en inwoners in een kwetsbare positie. Dit is geformuleerd als uitgangspunt in het Hoofdlijnenakkoord 2018-2022 ‘Verder in verbinding’ en is dan ook het leidende uitgangspunt voor de beleids- ontwikkeling en uitvoering in het sociaal domein. Meedoen aan de maatschappij vinden we van groot belang. Ons beleid is gericht op het bevorderen van de zelfstandigheid en participatie van onze inwoners. Het hebben van schulden kan participatie in de weg staan. In zo’n geval staat niet het leven, maar het overleven centraal, met alle zorgen en stress die daarmee verbonden zijn. Voor deze inwoners bieden we een vangnet en ondersteuning gericht op het bereiken van een stabiele situatie. Wij hanteren de onderstaande visie op schuldhulpverlening: Schuldhulpverlening is gericht op het voorkomen en wegnemen van drempels en belemmeringen waardoor participatie wordt bevorderd, het oplossen van (problematische) schulden, het verminderen van stress door zorgen om schulden en het creëren van ruimte om ook problemen op andere levensgebieden aan te pakken. Wij bieden tijdelijk ondersteuning wanneer iemand niet zelf in staat is zijn of haar schuldenproblematiek op te lossen.
Deze ondersteuning richt zich in eerste instantie op het creëren van een stabiele situatie. Niet alleen de schuld, maar juist de oorzaak waardoor de inwoner in een problematische schuldensituatie is gekomen, staat centraal. Wij versterken de -financiële- zelfredzaamheid van de inwoner, uitgaande van diens eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden. Deze visie sluit aan op de Visie op het sociaal domein, waar schuldhulpverlening onderdeel van uitmaakt. We gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid, maar ondersteunen de mensen die het op eigen kracht (nog) niet redden. Daarbij hanteren we de aanpak: één gezin, één plan. Om dit goed uit te kunnen voeren vinden we het belangrijk de komende jaren nog meer in te zetten op integraal en generiek werken. We werken samen met (vrijwilligers) organisaties in het voorliggend veld. Veel inwoners in onze gemeente helpen en ondersteunen elkaar. We vormen gezamenlijk het sociaal domein en spreken onderling met elkaar af (Wmo, kernteams, participatie en schuldhulpverlening) wie de regisseur voor de cliënt wordt en daarmee eindverantwoordelijk is voor de cliënt. De impact van schuldenproblematiek Schuldenproblematiek staat vaak niet op zichzelf, maar gaat samen met problematiek op andere leefgebieden.
Life-events zoals een echtscheiding, ontslag, ziekte, arbeidsongeschiktheid of verslaving hebben een grote impact op iemands mentale en sociale gezondheid en welzijn. Ook de maatschappij speelt een rol in het ontstaan van schuldenproblematiek. Een dalende economie, de verleiding om te consumeren en de mogelijkheden voor het afsluiten van leningen en kredieten kunnen schulden(problematiek) in de hand werken. Daar komt bij dat de maatschappij een bepaalde financiële zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van mensen verlangt. Het hebben van een financiële buffer, financieel overzicht en het tijdig betalen van je rekeningen, zijn vaardigheden die als vanzelfsprekend beschouwd worden. Helaas is dit niet voor iedereen het geval. Inzichten uit de hersenwetenschap laten zien dat schulden – en de stress om die schulden – het brein negatief beïnvloeden. Iedereen heeft een bepaalde mentale bandbreedte die ervoor zorgt dat je informatie kunt verwerken en beslissingen kunt nemen2. Schaarste beïnvloedt deze mentale bandbreedte. Alle mentale capaciteit wordt gebruikt om om te gaan met de schaarste situatie. Het resultaat is dat mensen met schuldenproblematiek met de dag gaan leven en niet meer overzien wat bepaalde keuzes op de lange termijn
2 Mullainathan, S., & Shafir, E., Schaarste: hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen, Amsterdam: Maven, 2013
10
voor gevolgen hebben. Ze zijn niet in staat om problemen op andere levensgebieden aan te pakken. Financiële problematiek belemmert de zelfredzaamheid en participatie. Doenvermogen Een lange tijd in een situatie van stress verkeren maakt dat functies als impulsbeheersing, werkgeheugen en mentale flexibiliteit zich niet goed kunnen ontwikkelen. Dit staat het probleemoplossend vermogen en het nemen van eigen verantwoordelijkheid in de weg. Vaak wordt ten onrechte gedacht dat iemand niet gemotiveerd genoeg is om zijn schuldenproblematiek aan te pakken. Inzichten uit de hersenwetenschap laten echter zien dat dat het gedrag dat mensen vertonen niet hoeft voort te komen uit onwil of een gebrek aan motivatie om hun schuldenproblematiek aan te pakken. Er is geen mentale ruimte in het hoofd om te overzien wat er nodig is om uit de situatie van schaarste te komen. Het ‘doenvermogen’ van mensen wordt beïnvloed. In ons beleid en de uitvoering daarvan, houden we hier rekening mee. Dat iemand weet dat hij iets moet doen, betekent niet dat hij dat ook kan. We houden rekening met de mentale belastbaarheid van inwoners met schuldenproblematiek en richten onze dienstverlening in op het creëren van rust, stabiliteit en het wegnemen van schulden(zorgen)stress. Op die manier ontstaat er weer ruimte om te leven, in plaats van overleven.
Coronacrisis De coronacrisis heeft schuldenproblematiek een nog actueler maatschappelijk probleem gemaakt. Corona heeft ons allemaal geraakt en naast de bestaande groepen inwoners in een kwetsbare positie in de samenleving ook gezorgd voor het ontstaan van nieuwe groepen kwetsbaren, zoals ondernemers en jongeren. Ouderen, laaggeletterden, dak- en thuislozen, mensen met een migratieachtergrond, arbeidsbeperking of GGZ problematiek zijn het hardst geraakt in de coronacrisis3. De nieuwe groep kwetsbaren, ondernemers en jongeren, hebben met name een financiële hulpvraag. Door de coronacrisis staat hun bestaanszekerheid onder druk. De ondersteuningsopgave wordt groter wanneer problematiek op verschillende leefgebieden (onderwijs, veiligheid, criminaliteit, gezondheid, etc.) zich opstapelt. Het is de uitdaging deze groepen te ondersteunen en tegelijkertijd te werken aan hun vermogen om weer eigen regie te nemen. Eerder werd al benoemd dat met de gewijzigde Wgs explicieter is gemaakt, dat gemeenten ook de wettelijke taak hebben schuldhulpverlening aan ondernemers aan te bieden. Deze taak, die in het licht van de coronacrisis nog urgenter is geworden, wordt in een apart traject uitgewerkt. We zijn momenteel aan het verkennen wat hiervoor nodig is en gaan naar verwachting in het najaar starten met de uitwerking hiervan.
Kinderopvangtoeslagenaffaire Naast de coronacrisis kregen we in 2020 ook te maken met de kinderopvangtoeslagenaffaire, waarbij tienduizenden ouders jarenlang als fraudeur zijn aangemerkt, omdat zij iets niet goed hadden ingevuld op het toeslagaanvraagformulier of te weinig eigen bijdrage hadden betaald. Het gevolg was dat hun toeslag werd stopgezet en alle reeds ontvangen toeslagen werden teruggevorderd, met grote financiële en sociale problemen tot gevolg. Wij zetten ons in voor deze groep gedupeerde ouders en bieden hen ondersteuning aan. De vorm- en inrichting van deze ondersteuning worden niet in dit beleidsplan uitgewerkt, maar als apart traject opgepakt.
3 Eindverslag werkgroep sociale impact coronacrisis (2020): https://vng.nl/publicaties/eindverslag-werkgroep-sociale-impact-van-de-coronacrisis
11
3. Uitgangspunten Om onze visie inhoud te geven hanteren we de onderstaande uitgangspunten.
3.1 Integrale aanpak We gaan bij de schuldhulpverlening altijd uit van een integrale aanpak. Een integrale aanpak betekent dat er niet alleen oog is voor de financiële problemen, maar dat we alle sociaal-maatschappelijke problemen in beeld brengen. In onze integrale aanpak werken we domein overstijgend: we werken samen met verschillende afdelingen binnen de gemeente en externe partijen om te komen tot een duurzaam resultaat. Veel mensen met schulden hebben niet alleen te kampen met financiële problemen. Vaak zijn er ook problemen op andere terreinen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van psychische problemen, verslaving, problemen van relationele aard of laaggeletterdheid. Deze problemen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van financiële problemen en kunnen een succesvolle schuldregeling en financiële zelfredzaamheid in de weg staan. Doordat schulden vaak niet op zichzelf staan, maar samengaan met problemen op ander leefgebieden, heeft het beleidsterrein van schuldhulpverlening raakvlakken met het armoede/minimabeleid en het gezondheidsbeleid binnen de gemeente. Zo kunnen schulden bijvoorbeeld leiden tot gezondheidsproblemen en zijn mensen die in armoede leven kwetsbaarder voor het ontstaan van schulden, dan mensen die niet onder de groep minima vallen. In 2019 is er een armoedemonitor uitgevoerd over het jaar 2018.
De monitor heeft ons inzicht gegeven in de minimadoelgroep (omvang en kenmerken) en in het bereik van de verschillende inkomensondersteunende regelingen. Deze inzichten nemen we mee in ons schuldhulpverleningsbeleid. Ook in ons gezondheidsbeleid besteden we aandacht aan schuldenproblematiek. Gezondheidsproblemen zijn vaak complex, omdat ze worden veroorzaakt door achterliggende problematiek, bijvoorbeeld schuldenproblematiek. In ons gezondheidsbeleid staat, naast het integraal werken, het concept ‘positieve gezondheid’ centraal. Positieve gezondheid betekent dat we breed kijken naar gezondheid. Niet de ziekte zelf, maar het vermogen van mensen om met hun fysieke, emotionele en sociale omstandigheden om te kunnen gaan staat centraal. Het kunnen voeren van eigen regie speelt hierbij ook een rol. In de schuldhulpverlening zien we dit ook weer terug: je hebt het vermogen nodig, mentaal gezien, om je schuldenproblematiek aan te kunnen pakken en ermee om te kunnen gaan. De verschillende beleidsterreinen overlappen dus met elkaar, zowel in aanpak als in doelgroepen. Een integrale aanpak is daarom cruciaal: het is belangrijk dat we domein overstijgend werken met verschillende afdelingen binnen de gemeente en externe partijen om te komen tot een duurzame oplossing voor de inwoner.
We kijken daarom breed naar elke casus en werken op verschillende terreinen met elkaar samen, zowel intern binnen de gemeentelijke organisatie als daarbuiten met onze partners in het veld. Afhankelijk van de aard van de problemen, ondersteunen verschillende professionals en vrijwilligers de betreffende inwoner. Als er meerdere hulpverleners betrokken zijn, wordt de coördinatie van de ondersteuning bij één hulpverlener belegd. Het doel van de integrale aanpak is om te komen tot een duurzaam resultaat. De cliënt in staat stellen weer zelfredzaam te zijn en te kunnen participeren in de samenleving staat daarbij centraal.
3.2 Maatwerk De inzet van schuldhulpverlening is maatwerk. Welke vorm van hulp we inzetten en welke partners we daarbij betrekken is afhankelijk van de situatie waarin de cliënt zich bevindt en welke oorzaken aan de situatie ten grondslag liggen. In sommige gevallen kan een (kortdurend) adviesgesprek voldoende zijn om grotere schulden te voorkomen. In andere gevallen is het starten van een langer schuldhulpverleningstraject noodzakelijk. Wanneer er sprake is van een crisis zetten we direct hulp in. De ambitie om elke cliënt aan een schuldenvrije toekomst te helpen is te hoog gegrepen. Niet voor elke cliënt is het bereiken van een schone lei haalbaar. Sommigen mensen zullen langdurig niet in staat blijken financieel
12
zelfstandig te zijn. Toch blijft ook voor deze mensen het streven naar zelfredzaamheid overeind, maar dan binnen de mogelijkheden die men heeft en onder de begeleiding die daarvoor nodig is. We streven naar een zo effectief en efficiënt mogelijke inzet van schuldhulpverlening. Het belangrijkste kenmerk daarvan is, dat we bij elke cliënt met de minimale inspanning een voor die cliënt maximaal resultaat behalen. Om daarin te slagen, is het van belang dat we een goed beeld hebben van de problematiek en mogelijkheden. Door na te gaan of er sprake is van belemmeringen in het schuldenpakket, het doenvermogen of de vaardigheden, kunnen we nagaan wat het maximaal haalbare is. Er zijn verschillende schuldhulpverleningsinstrumenten die we kunnen inzetten voor de cliënt, eventueel gecombineerd met budgetbeheer, budgetcoaching, budgetteringstraining, beschermingsbewind, flankerende hulpverlening en/of verwijzing naar derden: Informatie en advies
Dit is een kortdurend traject – maximaal 2 gesprekken. Daarna kan de cliënt zelfstandig verder.
Stabiel leven met schulden
De cliënt is nog niet saneringsrijp. Er wordt geprobeerd een stabiele leefsituatie met schulden te bereiken door in te zetten op budgetbeheer, budgetcoaching, betalingsregelingen, beschermingsbewind en/of verwijzing naar derden.
Stabilisatie
Fase die maximaal 4 maanden duurt. Doel: inkomsten en uitgaven in evenwicht brengen, zodat iemand daarna in een schuldregeling kan.
Schuldregelen met saneringskrediet
Als het inkomen gelijk blijft gedurende 36 maanden, kan een saneringskrediet verstrekt worden. De cliënt betaalt drie jaar lang een vast bedrag per maand en is daarna schuldenvrij.
Schuldregelen met schuldbemiddeling
Als het inkomen wijzigt gedurende 36 maanden, kan gekozen worden voor een schuldbemiddeling. Maandelijks worden alle inkomsten boven het vrij te laten bedrag gereserveerd. Alle schuldeisers krijgen elk jaar een bedrag uitgekeerd. Indien nodig zetten we een dwangakkoord in.
100% betalingsregeling
Wanneer een schuldregeling niet mogelijk is, maar er geen sprake is van een problematische schuldpositie. Een betalingsregeling waarin wordt bepaald dat de vastgestelde schulden voor 100% in een vooraf vastgesteld aantal termijnen worden terugbetaald. De betalingsregeling is vaak voor één schuld, maar kan ook voor meerdere schulden gelden. Er is in dit geval geen sprake van een problematische schuldpositie.
100% herfinanciering
Een kredietvorm waarbij 100% terugbetaling van de schulden plaatsvindt. Een saneringskrediet voor de gehele schuldenlast.
Verzoek tot WSNP
Indien een minnelijke schuldregeling niet tot stand kan komen, kan via de rechter verzocht worden om toegang tot de wettelijke schuldsanering. Hiervoor
13
is een verklaring vanuit de gemeente nodig waaruit blijkt dat het aflossen van de schulden op een andere manier niet lukt.
Uit de opties komt naar voren dat er niet één doelgroep is die gebruik maakt van schuldhulpverlening, maar verschillende doelgroepen. Het is de uitdaging per doelgroep te kijken welk aanbod het meest passend is. Vooropstaat dat we onze inwoners niet door het aanbod heen duwen, maar per situatie kijken wat er nodig is. Welk aanbod passend is, wordt ook mede bepaald door iemands ‘klantprofiel’. In onderstaand voorbeeld bestaat het klantprofiel uit twee variabelen: 1.
2.
De regelbaarheid van het schuldenpakket. Het is niet mogelijk voor alle schulden een schuldregeling te starten. Sommige fraudevorderingen zijn bijvoorbeeld uitgesloten van een schuldregeling. Niet regelbare schulden vragen daarom om een andere aanpak dan regelbare schulden. De regelbaarheid van het gedrag en de materiële en immateriële omstandigheden van degene met schulden. Met regelbaarheid wordt in dit geval bedoeld: de mate waarin iemand in staat is en zich wil houden aan de voorwaarden voor een schuldregeling.
De tweede variabele is het meest belangrijk: het gedrag en de materiële en immateriële omstandigheden van degene met schulden. De twee variabelen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel, het Tilburgs kwadrant: Schuldsituatie
Wel regelbaar Schuldenaar Niet regelbaar
Wel regelbaar Schuldsituatie is op te lossen met schuldhulpverlening. Mogelijkheden hangen af van individueel dossier. Soms stabiliseren, soms doorverwijzen naar hulpverlening.
Niet regelbaar Schuldsituatie is te stabiliseren. Gemeente kan niets of nauwelijks iets doen aan de schulden. Doorverwijzen naar hulpverlening.
Tilburgs Kwadrant Met de kennis vanuit de hersenwetenschap weten we dat we verder moeten kijken dan het gedrag dat mensen vertonen. Een gebrek aan motivatie komt vaak niet voort uit onwil, maar uit het momenteel niet in staat zijn ruimte te creëren voor het aanpakken van de problematiek. Onze dienstverlening is hierop ingericht. We werken stress-sensitief, een vorm van dienstverlening die aansluit op situaties van aanhoudende stress en schaarste en gericht op het verminderen van de stress. Rekening houden met het doenvermogen van mensen staat hierbij voorop. De ‘regelbaarheid’ van een cliënt kan hierdoor gedurende het traject groeien. Het kwadrant zien we daarom als hulpmiddel om mede met behulp daarvan een passend aanbod per cliënt te bepalen en ons zo effectief mogelijk in te zetten. Wanneer iemand aan de rechterkant van het kwadrant valt, de kolom niet regelbaar, betekent dat dus ook niet dat we ervoor kiezen deze cliënt te laten gaan. We zullen ons te allen tijde inspannen om ook voor deze mensen een stabiele situatie te bereiken en ze verder te helpen waar mogelijk.
3.3 Mentale draagkracht We zetten in op het behouden, versterken en vergroten van iemands motivatie. We werken, waar mogelijk, aan het bestendigen en het uitbreiden van de zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners, zodat zij op een goede manier in staat zijn zelf toe te werken naar oplossingen. De mentale draagkracht van iemand speelt hierin een belangrijke rol. In onze aanpak houden we hier rekening mee en proberen we de draagkracht te vergroten. We verwachten dat elke cliënt die we ondersteunen met schuldhulpverlening zich inspant om het traject van schuldhulpverlening tot een succesvol einde te brengen.
14
De werkwijze die we hiervoor hanteren is vraaggericht werken. We luisteren naar de inwoner, stellen vast waar behoefte aan is en kijken op basis daarvan welk hulpaanbod het meest passend is om de schulden op te lossen, dan wel beheersbaar te maken. Voorop staat dat we stress-sensitief werken en op basis van vertrouwen. Stress-sensitief werken betekent dat we rekening houden met de schaarste situatie van de cliënt en de bijkomende gevolgen van de schaarste. Onze hulpverlening is gericht op het verminderen van stress, is laagdrempelig en houdt rekening met de mate van zelfredzaamheid en de (mentale) draagkracht van een cliënt. We streven ten alle tijden naar het bereiken van een stabiele situatie. Als dat betekent dat we iemand moeten nabellen, omdat diegene niet verschijnt op een afspraak, dan doen we dat, vanuit het inzicht en de overtuiging dat we mensen waar mogelijk moeten ondersteunen en door die ondersteuning mensen in staat gaan stellen het op een gegeven moment zelfstandig te kunnen. Desalniettemin verwachten we een inspanningsverplichting van de cliënt en dit is, naast andere verplichtingen die we verwachten, vastgelegd in de beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening4.
4
https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Pijnacker-Nootdorp/CVDR654535.html
15
4. Toelatingsbeleid en doelgroep Inleiding De aangepaste Wgs die van kracht is vanaf 2021 is heel duidelijk: schuldhulpverlening is voor iedereen (inclusief ondernemers) toegankelijk. Zoals we in onze, reeds vastgestelde, beleidsregels hebben afgesproken voeren we een inclusief beleid, waarbij geen uitsluitingsgronden vooraf worden gehanteerd. Inwoners in Pijnacker-Nootdorp Pijnacker-Nootdorp groeit en telt momenteel 55.859 inwoners (CBS, april 2021). De gemiddelde inwoner in Pijnacker-Nootdorp is ongeveer 39,5 jaar en heeft een overwegend hoge sociaal economische status. De gemeente kent ongeveer 21.511 huishoudens. De bevolkingssamenstelling is als volgt:
6,6% 8,2%
19,7% < 14 jaar 15-29 jaar 17,4%
29,4%
30-44 jaar 45-64 jaar 65-74 jaar
18,6%
75+ jaar
Relatief gezien zijn de middelbare bevolkingsgroepen (45-65 jaar en ouder) het meest vertegenwoordigd in onze gemeente en kent onze gemeente ook relatief veel (huishoudens met) kinderen. Daarnaast zijn we ook een relatief rijke gemeente (bron: Monitor Sociaal Domein, 2020): -
We hebben een relatief hoge arbeidsparticipatie en relatief weinig bijstandsuitkeringen; We hebben een relatief hoog gemiddeld inkomen en relatief weinig huishoudens met lage inkomens; We hebben relatief veel koopwoningen met een relatief hoge woningwaarde.
Ook zijn er inwoners in Pijnacker-Nootdorp die rond of onder het sociaal minimum leven en een bijstandsuitkering ontvangen. Specifiek gekeken naar de minima in Pijnacker-Nootdorp zijn de volgende gegevens bekend (KWIZ, 2018): Aantal minimahuishoudens 4% heeft een inkomen tot 110% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) (804 huishoudens)
Minimahuishoudens met een bijstandsuitkering 2% (432 huishoudens)
% Minima 3 jaar of langer een minimuminkomen 63% heeft een inkomen tot 110% Wsm (509 huishoudens)
% Minima dat in beeld is bij SHV 11% (88 huishoudens)
% Minima dat gebruik maakt van WMO 28% (223 huishoudens)
Vergeleken met voorgaande jaren is het aantal minimahuishoudens in 2018 stabiel gebleven. Wat betreft het aantal minima dat langdurig een minimuminkomen heeft geldt dat dit aantal, net als in veel andere gemeenten, de laatste jaren stijgt. Tegelijkertijd neemt het aantal mensen dat instroomt in de
16
minimapopulatie af. We hebben hier dus te maken met een groep inwoners die langdurig rond het sociaal minimum leeft. Toelatingsbeleid schuldhulpverlening We vinden het belangrijk om bij voorbaat inwoners niet uit te sluiten of de toegang te weigeren tot schuldhulpverlening. De Wgs schrijft voor dat het college bij een weigering altijd een individuele afweging moet maken. Iedere aanmelding wordt individueel en integraal beoordeeld, waarbij de persoonlijke omstandigheden van de inwoner worden meegewogen. Maar het college moet soms de toegang kunnen weigeren, bijvoorbeeld als duidelijk is dat er feitelijk geen zinvolle hulp mogelijk is. Recidive kan daarvoor een indicatie zijn. Bij het al dan niet toelaten van een verzoeker tot de schuldhulpverlening is het van belang dat het college onder meer beoordeelt of schuldhulpverlening zinvol is voor het vergroten van de kans op participatie. Als dat het geval is, kan schuldhulpverlening zinvol en ook kansrijk zijn, ook bij recidive. Verder is het van belang om niet zo zeer naar het verleden te kijken, maar te kijken naar wat er in de toekomst mogelijk is. Er zijn diverse mogelijkheden om schuldhulpverlening toegankelijk te houden, ook voor inwoners die al eerder een schuldhulpverleningstraject hebben doorlopen. De in te zetten instrumenten moeten dan wel afgestemd worden op de persoonlijke situatie.
We zullen in dit hoofdstuk aandacht geven aan vier doelgroepen die extra aandacht vragen voor de komende periode.
4.1 Ondernemers Waarom moeten we als gemeente schuldhulpverlening bieden aan onze ondernemers? En waarom voldoet het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) daarvoor niet altijd? In deze paragraaf gaan we in op de wettelijke basis voor deze gemeentelijke taak. Schuldhulpverlening voor ondernemers is een taak voor gemeenten Ondernemers met schulden helpen is een wettelijke taak voor alle gemeenten. Toch hebben veel gemeenten daarvoor te weinig of geen dienstverlening ingericht, omdat ze schuldhulp voor ondernemers te complex vinden of er te weinig zicht op hebben. Of omdat er ten onrechte gedacht wordt dat met de Bbz-regeling de schuldhulpverlening voor deze groep is geregeld. In de Wgs staat dat gemeenten natuurlijke personen moeten ondersteunen bij het vinden van een oplossing voor schulden die ze niet kunnen dragen. Daar vallen ondernemers natuurlijk ook onder. Toch bestond daarover onduidelijkheid in de oorspronkelijke toelichting op de Wgs uit 2010. Daarom is de Wgs met ingang van 1 januari 2021 aangepast. Daarbij is expliciet aandacht voor de toegang tot schuldhulpverlening voor ondernemers.
Ook deze groep kan zich tot de gemeente richten voor hulp.5 Schuldhulpverlening voor ondernemers is juist nu cruciaal Ondernemers met weinig financiële reserves behoren tot de kwetsbare groepen die door de coronacrisis hard worden geraakt op het terrein van werk, inkomen en participatie. Veel van hen doen een beroep op de financiële noodmaatregelen van de overheid. Het kabinet benoemt ondernemers dan ook expliciet als doelgroep voor het extra geld dat het in september 2020 beschikbaar stelde om (onder meer) de gemeentelijke schuldhulpverlening toe te rusten voor een grotere toestroom van hulpvragen.6 Schuldhulpverlening voor ondernemers is meer dan het Bbz Met de Bbz-regeling is niet schuldhulpverlening geregeld, want dat beslaat maar een klein deel van de hulp. Het Bbz is een van de mogelijkheden van schuldsanering. En sanering is een van de mogelijke soorten schuldhulpverlening, naast betalingsregelingen, schuldbemiddeling en herfinanciering. Wanneer we alleen het Bbz inzetten, sluiten we alle ondernemers uit die niet in aanmerking komen voor het Bbz. Schuldhulpverlening is er voor alle ondernemers en biedt hen alle opties van schuldhulpverlening. Meer over deze opties is te lezen in hoofdstuk 6.
5 6
Zie het wetsvoorstel Wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de uitwisseling van persoon sgegevens Zie ook het nieuwsbericht van de overheid over extra geld voor versterken gemeentelijke aanpak schulden en armoede
17
4.2 Wat gaan we doen de komende periode? De beschikbare middelen bepalen de kaders voor schuldhulpverlening aan ondernemers. Hoe organiseren we binnen die kaders een goede dienstverlening? We kunnen de uitvoering van de schuldhulp voor ondernemers op allerlei manieren organiseren. Van volledig uitbesteden tot volledig zelf organiseren en alle opties daartussenin. We moeten in elk geval de toegang tot schuldhulpverlening voor ondernemers regelen. Voor de eerste opvang (eerste gesprek of intake) zijn wij verantwoordelijk. Daarna moeten we bepalen wat we willen uitbesteden aan een externe partij. Goede dienstverlening voor ondernemers is afhankelijk van de kennis van het volledige speelveld van de ondernemer. Schuldhulp voor ondernemers is een specialisme. Hun schulden zijn ingewikkelder dan die van particulieren en vragen om specifieke kennis. Denk daarbij aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Kennis van de ondersteuningsmogelijkheden voor de onderneming en de ondernemer zelf Kennis van regelingen (Bbz, minnelijke schuldregeling, Wsnp en dwangmiddelen) en dienstverlening voor ondernemers Kennis van alternatieve financieringsmogelijkheden (bijvoorbeeld via een fonds) Specialistische (juridische) kennis (bijvoorbeeld de verschillende bedrijfsvormen) Inzicht in de keten en omgeving van de ondernemer Financieel/bedrijfseconomisch en fiscaal inzicht
Het is niet altijd mogelijk of wenselijk alles zelf te doen. Op het moment van schrijven van dit beleidsplan in voorjaar 2021 is team schuldhulpverlening nog niet voldoende toegerust met specifieke kennis. Als voorlopige oplossing voor 2021 hebben we een budget gereserveerd om ondernemers door te verwijzen naar het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ) te Rotterdam. Zij zijn gespecialiseerd in de problematiek van ondernemers en kunnen regelingen efficiënt tot stand brengen. Voor deze tijdelijke oplossing is ook (basis)kennis nodig voor goed opdrachtgeverschap. Waar betalen we voor en op welke manier worden onze ondernemers geholpen? We kunnen als gemeente vaak niet alles bieden of overal zijn waar ondernemers naar hulp zoeken. Dat hoeft ook niet wanneer we onderdeel zijn van een netwerk van externe partners. We maken maximaal gebruik van die keten en leggen in goede samenwerkingsafspraken of convenanten vast wie wat doet en wanneer. We zetten maximaal in op het zo vroeg mogelijk signaleren van de problematiek. (Zie ook hoofdstuk 5 Preventie) Welke keuzes we ook maken bij het organiseren van de dienstverlening, samenwerken, netwerken en verbinden zijn daarbij altijd van groot belang. Door samen te werken creëren we ook een breed netwerk om problematische financiële signalen op te vangen.
We kunnen daarmee vroegtijdig actie ondernemen om verdere problematiek voor de cliënt te voorkomen. Deze zogenaamde vroegsignalering is essentieel voor effectieve schuldhulp. (Zie hoofdstuk 5 Preventie) Vanwege de hierboven genoemde complexiteit en omvang van schuldhulpverlening voor ondernemers werken we dit onderdeel uit in het najaar van 2021 en maken we tot die tijd gebruik van de dienstverlening door het RBZ.
4.3 Laaggeletterden Inleiding Het hebben van problematische schulden kan iedereen overkomen. De kans is echter groter bij iemand die laaggeletterd is. Mensen die laaggeletterd zijn hebben moeite met lezen en schrijven en/of rekenen. Het begrijpen van informatie en grip hebben op geldzaken is daardoor lastig. Veel laaggeletterden schamen zich en proberen in het dagelijks leven zoveel mogelijk te voorkomen dat hun laaggeletterdheid aan het licht komt. Deze groep is bovendien moeilijk te bereiken, omdat laaggeletterden moeite hebben met het lezen van
18
informatie in bijvoorbeeld kranten of brieven. Via het Taalhuis van Bibliotheek Oostland proberen we om deze doelgroep te bereiken en voor te lichten. 1 op de 10 Nederlanders is laaggeletterd. In Pijnacker-Nootdorp hebben naar verwachting zo’n 5.000 inwoners moeite met lezen, schrijven of rekenen.7 Uit onderzoek van de Kredietbank Nederland, Syncasso en Rijksuniversiteit Groningen blijkt het aandeel van laaggeletterden in de schuldhulpverlening 50% te zijn. Dat is een heel hoog percentage waar we dus rekening mee houden in onze werkwijze en communicatie. Hoe pakken we het aan? Om een laaggeletterde met schulden goed te kunnen ondersteunen in een schuldhulpverleningstraject moet de dienstverlening toegankelijk, eenvoudig en duidelijk zijn. Voor een adequate ondersteuning is eenvoudige communicatie dan cruciaal. Hoe we de communicatie vormgeven beschrijven we in hoofdstuk 9. Van de schuldhulpverlener vraagt dit om zich bewust te zijn van dat er sprake kan zijn van laaggeletterdheid. Schouders Eronder (een samenwerkingsverband tussen Divosa, Landelijke Cliëntenraad, NVVK, Sociaal Werk Nederland en VNG) ontwikkelde samen met Stichting Lezen en Schrijven, Pharos en Flatland een toolkit8 die schuldhulpverleners ondersteunt in gesprekken met laaggeletterden met schulden. Bij de totstandkoming van de toolkit zijn zowel laaggeletterden als schuldhulpverleners actief betrokken geweest.
De toolkit maakt gebruik van iconen in de communicatie, aan de hand waarvan schuldhulpverleners uitleg kunnen geven over geldzaken en het traject van schuldhulpverlening. Binnen team schuldhulpverlening gaan we gebruik maken van deze toolkit, zodat we beter voorbereid zijn en het gesprek kunnen aangaan met een cliënt die (vermoedelijk) laaggeletterd is. Tijdens de Week van het Geld in 2020 heeft Bibliotheek Oostland een Digitaal Informatiepunt geopend, waartoe inwoners zich kunnen wenden voor hulp en ondersteuning. Dit informatiepunt is speciaal voor inwoners die moeite hebben met het omgaan met digitale systemen, waardoor ze vastlopen bij het invullen van formulieren, het aanvragen van een paspoort of het vinden van informatie. Elke donderdagavond en vrijdagochtend kunnen inwoners in de bibliotheek terecht voor ondersteuning. Daarnaast doet Bibliotheek Oostland, samen met nog drie andere bibliotheken, Probiblio en Hogeschool Utrecht, mee aan het experiment ‘Gecijferdheid telt mee’. Het doel van dit experiment is inzicht krijgen in hoe burgers die moeite hebben met rekenen in het dagelijkse leven (gecijferdheid) effectief bereikt kunnen worden. Bibliotheek Oostland gaat in samenwerking met de Hogeschool Utrecht passend aanbod ontwikkelen voor mensen die moeite hebben met rekenen en dit aanbod promoten middels een campagne.
Wij zijn hierbij op hoofdlijnen betrokken om op de hoogte te blijven van de voortgang en de bibliotheek waar nodig te faciliteren en te ondersteunen.
4.4 Licht verstandelijke beperking (LVB) Naar schatting heeft landelijk 25% van de cliënten in de schuldhulpverlening in Nederland een lichte verstandelijke beperking (LVB). Echter, voor veel professionals in de schuldhulpverlening is LVB lastig te herkennen. Om uitval te voorkomen is het oppikken van signalen juist belangrijk. Evenals het aanpassen van de werkwijze. Het Lectoraat Armoede Interventies van de Hogeschool van Amsterdam heeft een Infographic, Handreiking en Achtergrondinformatie voor schuldhulpverleners opgesteld9. Met deze handreiking kunnen onze schuldhulpverleners op basis van verschillende signalen sneller opmerken dat er sprake is van licht verstandelijke beperking. Zoals hierboven geschreven is het ook voor ervaren professionals vaak moeilijk te herkennen dat er sprake van licht verstandelijke beperking.
7 https://geletterdheidinzicht.nl/
8 9
https://www.schouderseronder.nl/nieuws/toolkit-blijf-verbinding-met-laaggeletterden Achtergrondinformatie voor schuldhulpverleners — LVB en schulden: Signalen en passende begeleiding (hva.nl)
19
In de gemeente Pijnacker-Nootdorp is de werkwijze afgestemd op het zo goed mogelijk kunnen ondersteunen van deze doelgroep. We werken namelijk vraaggericht en ondersteunen waar dat noodzakelijk is. Daardoor kunnen we een goede inschatting maken van de (duurzame) eigen mogelijkheden van cliënten en voldoende aansluiten bij het niveau van de cliënt. Dit in tegenstelling tot de meer aanbodgerichte werkwijze waarbij elke cliënt hetzelfde traject krijgt aangeboden. Kanttekening Het herkennen van een licht verstandelijke beperking is heel moeilijk in de praktijk, zelfs voor ervaren professionals. Vaak pas na een traject worden signalen herkend. Deels komt dit door het maskeren van de verstandelijke beperking en een weigering te erkennen dat men moeite heeft met bepaalde (complexe) taken. We kunnen om bovenstaande redenen daarom ook geen betrouwbare cijfers bijhouden in de lokale situatie van Pijnacker-Nootdorp en gaan uit van de landelijke gemiddelden. Wat gaan we doen de komende periode? De schuldhulpverlening is nog niet LVB en laaggeletterd-proof. Uiteraard hebben we tot nu ons best gedaan om bijvoorbeeld duidelijke taal te gebruiken in onze brieven, maar hebben we nog geen gerichte inzet gedaan voor deze doelgroepen. De komende periode willen we hier meer aandacht aan besteden door o.a.