Beeldvormende vragen PvdD - Ontwerpbestemmingsplan Ruimte voor Ruimte *
Tekst van het document
Beeldvormende vragen PvdD Ontwerpbestemmingsplan Ruimte voor Ruimte 1) De gemeente heeft in het verleden diverse glasopstanden gekocht en gesloopt. Op basis hiervan beschikken we nog over zogenoemde ruimte voor ruimterechten waarmee de bouw van enkele compensatiewoningen mogelijk is. Voorgesteld wordt een aantal van deze deelrechten te verkopen aan de initiatiefnemers, zodat zij voldoende aan de sloopeis (5.000 m² glas en/of 1.000 m² gebouw). Kunnen de ruimterechten nader worden uitgelegd? 2) Er wordt circa 5,7 ha. aan glasopstanden en 7.000 m² (bedrijfs)gebouwen gesloopt. Hiermee verdwijnen zeven glastuinbouwbedrijven uit het buitengebied. De compensatiewoningen worden bijna allemaal op de eigen grond teruggeplaatst. Uitzondering is een woning die op een gemeentelijke kavel in de Oude Leede wordt teruggebouwd. Waar is de gemeentelijke kavel? Kan dit op een kaartje worden aangegeven? En waarom daar en kan het niet op het eigen terrein? 3) Bij het inpassen van compensatiewoningen wordt rekening gehouden met bedrijven die willen blijven ondernemen in het gebied. Zij moeten dat kunnen blijven doen, zonder belemmerd te worden in hun bedrijfsvoering. Om de ruimtelijke kwaliteit te borgen is het proces ten opzichte van vorige rondes op een aantal punten aangepast.
De ruimtelijke kwaliteit is juridisch beter opgenomen in zowel de overeenkomsten (door middel van de verkavelingsstudies) als ook in het (ontwerp) bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan. Op welke wijze is de ruimtelijke kwaliteit juridisch beter geborgd? 4) De nieuwe doorzichten, het terugbrengen van het oorspronkelijke landschap, een afname van vrachtwagens en de mogelijkheid om een recreatief fietspad te realiseren als alternatief voor de smalle en drukke Oude Leedeweg zijn voorbeelden waarmee de kwaliteit van het gebied wordt versterkt. Kan op een kaartje worden aangegeven waar het fietspad komt te liggen? 5) Zijn er bij de Ruimte voor ruimte regeling ook plannen voor koppeling van de Groene Hof en Keulseweg 47? 6) Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeente conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) haar publiekrechtelijke kosten te verhalen, indien dit plan voorziet in nieuwbouw. De gemeente dient haar kosten te verhalen door het vaststellen van een exploitatieplan, tenzij het verhaal van de kosten voor de grondexploitatie ‘anderszins worden verzekerd’. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen. Door het sluiten van de overeenkomsten zijn de kosten echter al op andere wijze verzekerd.
Op welke wijze zijn deze verzekerd? 7) Voor de zeven locaties zijn verkavelingsstudies met beeldkwaliteitseisen opgesteld om richting te kunnen geven aan de verdere uitwerking van de plannen. De verkavelingsstudies sluiten aan op de gebiedsvisies voor Oude Leede en Katwijkerbuurt, die eerder door de gemeenteraad zijn vastgesteld. De verkavelingsstudies, zijn in deze ronde ruimte voor ruimte zowel publiekrechtelijk als privaatrechtelijk geborgd, zodat een toekomstige koper van een kavel goed op de hoogte is van wat de randvoorwaarden zijn. Wat zijn dan de randvoorwaarden (zijn dat alleen de regels, die in de bijlage staan vermeld)? 8) Door de sloop van kassen en andere opstallen is er sprake van een vermindering van het verhard oppervlak in het buitengebied. Er is daarmee meer ruimte voor infiltratie van regenwater. Is dat de enige duurzaamheidswinst, die behaald wordt? 9) Voor elk van de locaties is veelvuldig gesproken met de initiatiefnemer over de mogelijkheden en de randvoorwaarden voor de boogde ontwikkeling. De initiatiefnemers hebben het participatietraject zelf vormgegeven. Hierdoor zijn de direct omwonenden van
elke ontwikkeling geïnformeerd. Op welke wijze is dit vorm gegeven? En wat wordt verstaan onder ‘direct omwonenden’? 10) Welke eisen stelt de provincie aan de ruimtelijke kwaliteit bij het voorliggende voorstel en wordt hieraan voldaan? 11) Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Wat houdt dit precies in? 12) We begrijpen niet waarom er een toelichting is op de parkeernormen. Het gaat toch om de bouw van slechts een paar compensatiewoningen? Waarom is dat? 13) Op welke wijze is geborgd dat de grond die vrijkomt in de RvR regeling en dus groen wordt, ook in de toekomst groen blijft en niet alsnog weer bebouwd gaat worden (zoals eerder bij de Keulseweg is gebeurd met de RvR regeling en caravanstalling)?