CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beeldvormende vragen fractie Graafland Langelandseweg

Raad Beeldvorming 1 september 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen700 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beeldvormende vragen fractie Graafland Langelandseweg 8 1 september 2022 1. Is het bestemmingsplan Duurzaam glastuinbouwgebied, vastgesteld in 2012 van toepassing, op de aanvraag omzetting bestemming Langelandseweg 18? Zo nee, welk bestemmingsplan geldt er in het andere geval? 2. Welk moment wordt als uitgangspunt genomen voor een beroep op de bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan Duurzaam glastuinbouwgebied? 3. De aanvraag is ingediend in 2020. Het bestemmingsplan bevat geen regels waaruit blijkt dat de voorwaarden zoals opgenomen voor een wijzigingsbevoegdheid getoetst moeten worden aan de situatie in 2011. Kan het college aangeven waarom de toetsingsgronden voor een wijzigingsbevoegdheden zoals opgenomen in het bestemmingsplan worden getoetst aan het jaar 2012? (art. 6.3.2. uit bestemmingsplan Duurzaam Glastuinbouwgebied luidt:) Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bestemming bedrijf te wijzigen in wonen, indien is komen vast te staan dat: a. een bedrijfswoning niet meer als bedrijfswoning dienst doet, b. de in lid 6.1 bedoelde bedrijfsactiviteiten ter plaatse niet meer worden uitgeoefend en c. de gronden, behoudens de bij de bedrijfswoning behorende gronden, zijn verkocht ten behoeve van schaalvergroting en/of herstructurering van glastuinbouw, 4.

In de nota van beantwoording is te lezen dat tijdens een inventarisatie in 2008-2009 niet is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.3.2 sub c is voldaan. Kan het college aangeven waar in het bestemmingsplan te lezen is dat het bedoeling is geweest van de gemeenteraad (planwetgever) om deze voorwaarde te toetsen aan de situatie van 13 jaar geleden? In de nota van beantwoording geeft het college het volgende aan: “De indiener van de zienswijze gaat er in zijn zienswijze aan voorbij dat niet wordt voldaan aan alle drie de voorwaarden uit het bestemmingsplan (mijn toevoeging: art. 6.3.2), en daarmee de wijzigingsbevoegdheid niet van toepassing is, waardoor de verdere bepalingen uit het bestemmingsplan (a. tot en met e. van artikel 4.4.2 niet meer van toepassing zijn). De uitgebreide procedure is immers van toepassing waarbij getoetst wordt of er voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. Deze toets gaat verder dan de bepalingen uit het bestemmingsplan. 5. Is het college bekend met het feit dat zowel de Bezwaarcommissie, in haar advies dd. 4 oktober 2021, als het college in haar handhavingsbesluit d.d. 21 april 2020 heeft vastgesteld dat er wel wordt voldaan aan de voorwaarden uit art. 6.3.2.

In de nota van beantwoording geeft u aan dat “ook al voldoet de aanvrager aan alle in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsvoorwaarden, het gemeentelijk bestuur niet de plicht heeft om een vergunning af te geven, gelet op een goede ruimtelijke ordening en de betrokken belangen. (ECLI:NL:RVS:2020:211). 6. Zien de in het bestemmingsplan opgenomen voorwaarden nu juist niet op deze punten? 7. Wat zijn de toetsingscriteria voor de “goede ruimtelijke ordening” en de betrokken belangen? 8. Welke belangen zijn in de proces afgewogen?

9. Wat waren de criteria voor de belangenafweging? 10. Hoe heeft de belangenafweging plaats gevonden. 11. Kan de wethouder aangeven in hoeverre willekeur en rechtsongelijkheid op de loer ligt indien de criteria voor “goede ruimtelijke ordening” en “betrokken belangen” niet geconcretiseerd zijn en voor derden niet kenbaar. Mij bereiken signalen dat “de inventarisatie uit 2008-2009” niet bekend was bij eigenaren met bedrijfswoningen uit het gebied Duurzaam glastuinbouwgebied. Het college geeft aan dat de “inventarisatie’ bestond uit twee delen. Naast het bureauonderzoek, dat bestond uit het in beeld brengen van verleende vergunningen, eigendomsverhoudingen tussen woningen en bedrijven en verleende milieuvergunningen een veldinventarisatie heeft plaatsgevonden. Hierbij is buiten ter plaatse onderzoek gedaan. Bij ieder perceel is gekeken of de bedrijfswoning nog steeds een functie vervult of kan vervullen overeenkomstig de bestemming. 12. Kan het college aangeven hoe de veldinventarisatie is gedaan? Is bij de betreffende woningen aangebeld, hebben alle betrokkenen in het gebied een brief ontvangen, is er alleen van de “buitenkant” gekeken hoe de betreffende woning gebruikt werd. In hoeverre is de objectiviteit in deze gewaarborgd? 13. In de nota van beantwoording geeft het college aan dat Rijskade niet vergelijkbaar is met het verzoek van de Langelandseweg 18.

Kan het college in ieder geval bevestigen dat voor het bepalen van de richtafstand voor Rijskade gemeten is vanaf het hoofdgebouw en niet vanaf de garage. Fractie Graafland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11768534/1