Beeldvormende vragen Fractie Graafland - Dakopbouw nota
Tekst van het document
Beeldvormende vragen Fractie Graafland – Dakopbouw nota Beleidsregels dakopbouwen (uitbreiding bestaande bouwlaag, toevoegen extra bouwlaag en uitbreiding op aan-/uitbouw) gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024 1. Het college stelt voor om deze beleidsregels slechts “als leidraad” vast te stellen en niet direct op te nemen in het Omgevingsplan. Kan het college toelichten waarom zij kiest voor het instrument “leidraad”? 2. In de aanbiedingsnota staat “Dat leidde tot onduidelijkheid en bovenal tot (de schijn van) willekeur. Met de Nota dakopbouwen werd invulling gegeven aan de gewenste duidelijkheid ten aanzien van dit soort woninguitbreidingen. Kan het college reflecteren over de status van een “leidraad” afgezet tegen het begrip “willekeur”? 3. In hoeverre wordt de raad, als kaderstellend orgaan, beter in haar kracht gezet bij het vaststellen van de nota als “beleidsregel’ in plaats van als “leidraad” 4. Op pagina 4 worden 2 voorbeelden gegeven van de soorten dakopbouwen. Vervolgens staat er “De Nota dakopbouwen gaat uitsluitend uit van de eerste mogelijkheid en definieert een dakopbouw als “een uitbreiding van een bestaande laag van een woning”. Vervolgens staat er “De Nota dakopbouwen sluit dit echter expliciet uit omdat ‘de wenselijkheid van deze vorm van bebouwing alleen kan worden afgewogen bij de opstelling/vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan’.
Misschien een aantal domme vragen (ik vind dit een lastige alinea om te duiden): a) Klopt het dat de gemeenteraad situatie 2 niet via een amendement op de Nota Dakopbouwen mogelijk kan maken, omdat het Omgevingsplan dit nog niet toestaat? b) Zo ja, erkent het college daarmee dat de enige manier om dit mogelijk te maken een wijziging van het omgevingsplan nodig is. c) Zo ja, ligt de bal in dat geval bij de gemeenteraad om het initiatief te nemen om situatie 2 mogelijk te maken door het college te vragen het Omgevingsplan aan te passen? Of ziet het college dit als iets waarvoor het zelf eerst met een voorstel moet komen? 5. In de beleidsnota wordt aangegeven dat bij recht toegestane dakopbouwen blijven bestaan, maar dat de nieuwe regels meer mogelijkheden zullen bieden dan de bestaande regelingen (pagina 6 eerste alinea beleidsregels). a) Hoe waarborgt het college dat de bestaande regelingen, die vaak eenvoudiger en sneller zijn, niet in de praktijk beperkt worden door de aanvullende voorwaarden bij afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden?” b) In hoeverre is voor de belanghebbenden bekend welke voorwaarden er precies zijn voor afwijkingen of wijziging (zijn deze genoemd in de nota, ik kan ze niet vinden). 6. Citaat p.
18 nota “Niet langer het ‘Nee, tenzij-principe’(een dakopbouw mag niet, tenzij aan een (groot) aantal voorwaarden wordt voldaan), maar het ‘Ja,mits-principe’ (een dakopbouw mag als men zich aan enkele regels houdt) voert de boventoon’. a) Het beleid spreekt over het 'Ja, mits-principe', waarbij dakopbouwen mogelijk zijn als men zich aan enkele regels houdt. Echter, de wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden bieden ruimte voor maatwerk, maar kunnen ook
voorwaarden stellen die de goedkeuring van dakopbouwen kunnen bemoeilijken. Hoe zorgt het college ervoor dat het ‘Ja, mits-principe’ in de praktijk niet alsnog wordt ondermijnd door een te restrictief gebruik van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden? 7. P. 17 hardheidsclausule: “Hoe zorgt het college ervoor dat de toepassing van de hardheidsclausule op basis van 'bijzondere omstandigheden' objectief en consistent blijft, zodat er geen willekeur ontstaat en belanghebbenden duidelijk weten wanneer ze een beroep kunnen doen op deze uitzondering, zonder dat dit de transparantie en voorspelbaarheid van het beleid ondermijnt? 8. P. 6 Onder het kopje “doel” beleidsregels: “Door deze regels samen mét de raad op te stellen, zal de raad zich ook gebonden voelen aan deze regels en minder snel geneigd zijn in individuele gevallen uitzonderingen te maken”. Impliceert de formulering dat het college twijfelt of de raad zich in de praktijk altijd aan de door haarzelf opgestelde normen zal houden en hoe garandeert het college dat de raad op een consistente en objectieve manier blijft handelen in gevallen waarin uitzonderingen mogelijk zijn. 24/03/2025 FG