Beeldvormende vragen FG - Buitenplanse omgevingsplanactiviteit-verzoek BOPA
Tekst van het document
Beeldvormende vragen FG - Buitenplanse omgevingsplanactiviteit-verzoek (BOPA) 1. Deze vraag ligt buiten de besluitvorming van het onderwerp, maar ik stuitte erop en wil het graag aankaarten. In de adviesnota wordt verwezen naar de “nota sturing fysieke leefomgeving’. In hoofdstuk 4.2 onder het kopje “Ontwerp omgevingsprogramma” staat de volgende zin: “De besluitvorming over het ontwerp van een omgevingsplan ligt bij het college”. Kan het zijn dat hier een fout in de formulering van de zin is geslopen. Besluitvorming over het ontwerp van een omgevingsplan ligt immers bij de gemeenteraad. Had er niet een dergelijke zin moeten staan: De besluitvorming over het ontwerp van een omgevingsplan ligt bij de gemeenteraad, terwijl het college verantwoordelijk is voor het opstellen van het ontwerp. 2. Geldt voor deze BOPA een verplichte participatie? 3. In de participatiebrief door de aanvrager, staat het volgende: In plaats van de hoge loods die er nu staat, wordt dit tuin en komen er in de toekomst op deze plek bergingen voor beide woningen, waarschijnlijk met garage bij nummer 16. zie ook de aparte bijlage met eerste beoordeling van de gewenste schuur. a. Waar is de bijlage te vinden? b. Hoe is de loods nu bestemd? c.
De omgevingsvergunning ziet alleen op de bedrijfswoningen, op welke wijze wordt de bedrijfsloods van nummer 18 waarvan het voornemen is om deze om te zetten in een garage meegenomen in de aanvraag? d. In hoeverre is ook de toezegging gedaan (door het college) dat ook de bedrijfsloodsen een andere bestemming zouden krijgen? a. In hoeverre worden de garages beschouwd als onderdeel van de woonfunctie? 4. In het bijgevoegde participatie document staat dat vooral “persoonlijk gesproken”. In hoeverre heeft het college een eigen verantwoordelijk bij het nagaan of het participatietraject is verlopen zoals het is beschreven. 5. Het stuk over precedentwerking gelezen hebbende. Aan welke aspecten denkt het college bij de zin “de omstandigheden moeten vergelijkbaar zijn. 6. In dat kader (bij gelijkblijvende omstandigheden): Hoe sluit deze beslissing aan bij de Omgevingsvisie en de langetermijnstrategie voor de glastuinbouwgebieden? 7. Hoe wordt voorkomen dat deze precedentwerking het duurzame gebruik van glastuinbouwgebieden ontmoedigt? M.a.w.: Hoe wordt voorkomen dat dit besluit als argument wordt gebruikt om ook in andere glastuinbouwgebieden, die (nog) niet voor transformatie in aanmerking komen, een reguliere woonfunctie toe te kennen? 8.
Uitgaande van een positief besluit van de gemeenteraad: Kan er met terugwerkende kracht door belanghebbenden op deze situatie een beroep worden gedaan (dus in het verleden een negatief besluit ontvangen en nu weer opnieuw aanvraag indienen?). 9. Hoeveel glastuinbouwbedrijven in het gebied kunnen mogelijk een vergelijkbaar verzoek indienen, en wat is de ruimtelijke impact hiervan? Fractie Graafland Januari 2025