Beeldvormende vragen Eerlijk Alternatief - Voortgangsrapportage projecten en actualisatie grondexploitaties 1-1-2026
Tekst van het document
Beeldvormende vragen Eerlijk Alternatief - Voortgangsrapportage projecten en actualisatie grondexploitaties 1-1-2026 (GEHEIME BIJLAGE)
1. De afsluiting van de grondexploitatie Ackerswoude per 1-7-2025 lijkt een substantieel effect te hebben op het totaalbeeld van de grondexploitaties. Kan het college toelichten: A. Welke financiële effecten samenhangen met deze afsluiting? B. Welk bedrag als voorziening is opgenomen? C. Sinds wanneer bekend was dat afsluiting van deze GREX voorzienbaar was? D. Waarom hierover geen afzonderlijke bestuurlijke toelichting aan de raad is verstrekt?
2. De rapportage bevat meerdere tussentijdse winstnemingen op grondexploitaties, onder andere bij Park van Buijsen, Tuindershof, Boezem Oost en Heron. Kan het college toelichten: A. Op basis van welke criteria tussentijdse winst wordt genomen? B. In hoeverre deze winsten reeds gerealiseerde kasstromen betreffen? C. Hoe deze winstnemingen zich verhouden tot nog aanwezige projectrisico’s? D. Welk financieel risico de gemeente loopt indien toekomstige opbrengsten lager uitvallen dan momenteel geraamd?
3. In de actualisatie wordt gewerkt met indexeringsparameters en uitgangspunten zoals vastgesteld in “Grondbeleid in begroting en jaarstukken 2023”. Gezien de recente macroeconomische ontwikkelingen, zoals stijgende rente, fluctuaties in bouwkosten en economische onzekerheid, vraagt de fractie: A. Waarom deze parameters nog passend worden geacht? B. Welke concrete indexeringspercentages momenteel worden gehanteerd? C. Welke financiële effecten optreden wanneer deze aannames afwijken van de huidige marktontwikkelingen?
4. In de voortgangsrapportage wordt op meerdere locaties gerekend met bijdragen vanuit de realisatiestimulans. De rapportage noemt hierbij een verwachte opbrengst van circa € 2,16 miljoen. Kan het college toelichten: A. Op hoeveel woningen deze bijdrage gebaseerd is? B. Welke categorieën woningen hiervoor meetellen? C. Hoeveel woningen binnen de lopende projecten onder de definitie “betaalbaar” vallen? D. In hoeverre deze bijdragen inmiddels definitief zijn toegekend?
5. De risicoanalyses per project blijven vrij algemeen van aard. De fractie ontvangt graag een nadere toelichting op: Welke concrete risico’s per project momenteel het meest bepalend zijn voor planning en financiën? B. Welke effecten worden verwacht van netcongestie, stikstofproblematiek, leveringsproblemen en vertraging in nutsvoorzieningen? A.
C. D.
Welke projecten hierdoor het grootste risico lopen op vertraging en kostenstijging? Welke financiële gevolgen één jaar vertraging gemiddeld heeft voor de verschillende grondexploitaties?
6. Het valt op dat het weerstandsvermogen verder wordt verlaagd naar € 200.000. Kan het college toelichten: A. Waarom deze verlaging verantwoord wordt geacht? B. Hoe dit bedrag zich verhoudt tot de gewogen risico’s binnen de grondexploitaties? C. Welke ruimte resteert wanneer meerdere projectrisico’s zich gelijktijdig voordoen? D. Op basis van welke scenario’s is vastgesteld dat € 200.000 voldoende zou zijn?
7. Bij meerdere projecten, waaronder Centrumlijn, Tuindershof en Hart van Nootdorp, spelen subsidies en bijdragen vanuit de realisatiestimulans een belangrijke rol in het financiële resultaat. Kan het college inzicht geven: A. Welke subsidies reeds definitief zijn beschikt? B. Welke bijdragen nog afhankelijk zijn van toekomstige besluitvorming? C. Welke financiële gevolgen optreden indien deze bijdragen geheel of gedeeltelijk wegvallen?
8. Bij meerdere grondexploitaties wordt gerekend met bijdragen vanuit de realisatiestimulans voor betaalbare woningbouw. Kan het college toelichten: Welk financieel effect het toevoegen of verminderen van betaalbare woningen heeft op de verschillende grondexploitaties? B. Hoe de verhouding tussen sociale huur, middenhuur en betaalbare koop doorwerkt in de grondwaarde? C. In hoeverre projecten financieel afhankelijk zijn geworden van bijdragen vanuit de realisatiestimulans? A.
9. Bij meerdere projecten speelt de realisatie van sociale en betaalbare woningbouw een belangrijke rol in de financiële opzet van de grondexploitatie. Kan het college toelichten: A. Welke rol woningcorporaties spelen binnen de huidige projectontwikkelingen? B. In hoeverre afspraken met corporaties van invloed zijn op de financiële haalbaarheid van projecten? C. Welke gevolgen optreden voor grondexploitaties wanneer corporaties projecten later, kleiner of onder gewijzigde voorwaarden realiseren?
10. Uit de scenarioanalyse van Centrumlijn blijkt dat het project in pessimistisch scenario kan verslechteren naar circa € 4,3 miljoen negatief, met name bij het wegvallen van subsidies. Kan het college toelichten: A. Hoe groot het college de kans acht dat dit scenario zich geheel of gedeeltelijk voordoet? B. Welke beheersmaatregelen zijn getroffen om dit risico te beperken? C. Op welke wijze de raad tussentijds wordt geïnformeerd wanneer de financiële positie van dit project verder verslechtert?
11. De grondexploitatie Oranjepark kent een verwacht positief resultaat van circa € 0,11 miljoen, terwijl de gewogen risico’s aanzienlijk hoger liggen. Kan het college toelichten:
A. B.
In hoeverre het project financieel robuust wordt geacht? Welke mogelijkheden bestaan om financiële tegenvallers binnen het project zelf op te vangen?
Namens Eerlijk Alternatief Johan de Kok