Beeldvormende vragen D66 - Kaderstellende Notitie Omgevingsprogramma Glastuinbouw
Tekst van het document
Beeldvormende vragen D66 - Kaderstellende Notitie Omgevingsprogramma Glastuinbouw Beste griffie, De fractie van D66 Pijnacker-Nootdorp heeft de volgende vragen over de kaderstellende notitie omgevingsprogramma vitale glastuinbouwgebieden. Willen jullie deze voor beantwoording ten behoeve van de beeldvormende vergadering van a.s. donderdag 16 mei doorgeleiden? 1. In de notitie wordt als doel opgenomen ‘voldoende water van goede kwaliteit’. Heeft het college een beeld – en anders: hoe gaat u bepalen – wanneer er sprake is van ‘voldoende’ water? Welke rol ziet het College daarbij voor de gemeente, aangezien het waterverbruik gedaan wordt door de sector? 2. In de notitie wordt als doel opgenomen ‘voldoende personeel met passend opleidingsniveau’. Kunt u een nadere toelichting geven hoe u de rol van de gemeente ziet, binnen de samenwerking met de sector, het onderwijsveld en andere overheden bij het realiseren van dit doel? 3. In de notitie wordt gesteld: “Wonen, anders dan door eigen ondernemers, is een functie die niet in glastuinbouw thuishoort…”.
Kan het College toelichten waarom zij dit met deze stelligheid heeft opgenomen in deze kaderstellende notitie? Welke afwegingen en eventuele alternatieven heeft het College overwogen ten aanzien van deze formulering? En kan het College toelichten wat zij in deze context verstaat onder ‘ondernemers’, ofwel wanneer kwalificeert iemand in deze context als ondernemer? 4. In de notitie worden een aantal doelen benoemd ten aanzien van bereikbaarheid: voor vrachtverkeer en voor (recreatieve) fietsroutes: a. Welke uitdagingen en mogelijkheden ziet het college om deze beide doelenvrachtverkeer en fietsverkeer - zowel financieel als ruimtelijk te combineren? b. In welke mate worden glastuinbouwgebieden nu recreatief gebruikt? Wat is de verwachting voor recreatief gebruik in de toekomst? 5. In de notitie wordt gesteld dat er sprake is van meer onbegrip over glastuinbouw binnen de gemeente. Kan het college aangeven waar zij dit op baseert, en op welke wijze zij dit ervaart? Met vriendelijke groet, Barend van de Kraats Fractievoorzitter D66 Pijnacker-Nootdorp