Beeldvormende vragen CDA - Vaststellen woonwagenbeleid en standplaatsenbeleid Pijnacker-Nootdorp 2025 inclusief huisvestingsverordening
Tekst van het document
Beeldvormende vragen CDA - Vaststellen woonwagenbeleid en standplaatsenbeleid Pijnacker-Nootdorp 2025 inclusief huisvestingsverordening
Kunt u de volgende vragen over agendapunt a. Vaststellen woonwagen- en standplaatsenbeleid Pijnacker-Nootdorp 2025 inclusief herziening huisvestingsverordening doorgeleiden naar het college t.b.v. beantwoording? Bij voorbaat dank!
Vraag 1a: Over de nieuwe volgorde toewijzing woonwagenstandplaats: het nieuwe criterium (7) luidt "Familie (eerste-, tweedegraads of derdegraads) van een hoofdbewoner op een woonwagenlocatie binnen de gemeente woonachtig binnen de regio." Wordt hier bedoeld: "Familie (eerste-, tweedegraads of derdegraads) van een hoofdbewoner op een woonwagenlocatie woonachtig binnen de regio?"
Vraag 1b: In de toewijzingsvolgorde wordt nu gehanteerd dat eerste- en tweedegraads familie van een hoofdbewoner voorrang heeft op familie (eerste-, tweede- of derdegraads) van een hoofdbewoner op een woonwagenlocatie woonachtig binnen de regio. Betekent dit dat spijtoptanten (lees: woonwagenbewoners die door schaarste naar een reguliere woning zijn verhuisd) die buiten Pijnacker-Nootdorp (maar binnen Haaglanden) zijn gaan wonen, geen voorrang hebben op familie (eerste-, tweedegraads of derdegraads) van een hoofdbewoner die binnen de regio woonachtig is?
Vraag 2: Onder spijtoptanten wordt verstaan: "een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagenstandstandplaats in de gemeente Pijnacker-Nootdorp is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw een woonwagen wenst te betrekken." Wanneer de spijtoptant een woning elders in de regio Haaglanden heeft geaccepteerd, valt zij dan ook onder deze definitie?
Vraag 3a: In de aanbiedingsnota staat op blz. 5 dat [e]r [geen] sociale huurwoonwagens [zijn] in onze gemeente. We hebben de ambitie om de kans om een standplaats en/of
woonwagen met een sociale huur te huren, te verhogen. Waarom wordt hier nadrukkelijk op de sociale huursector ingezet?
Vraag 3b: Er valt te lezen dat 'een woonwagen in verhouding veel ruimte in beslag [neemt].' Zo heeft een standplaats een oppervlakte van ongeveer 240 tot 260 m². Dit betekent dat de kosten hoog zijn - en dat geldt bij sociale huur nog meer. Welke consequenties heeft de inzet op sociale huur voor de realiseerbaarheid van het voorgestelde beleid?
Vraag 4a: Het college stelt, gelet op het landelijke en regionale tekort, bij de toewijzing van standplaatsen voorrang aan inwonende kinderen en familie van hoofdbewoners op de woonwagenlocatie waar een plek vrijkomt. Ook wil men Daarnaast rekening houden met maatschappelijke of economische binding met onze gemeente. Is hier bewust gekozen voor of?
Vraag 4b: Zou het te overwegen zijn om het woordje 'of' in deze te vervangen naar 'en'? Wat zouden daar evt. consequenties van zijn? (Bijv. qua aantal mensen dat voorrang kan krijgen?)
Mede namens Anne Volkers.
Groet, Janno