Beeldvormende vragen CDA – Rekenkamerrapport verkeersveiligheid
Tekst van het document
Beeldvormende vragen CDA – Rekenkamerrapport verkeersveiligheid
N.a.v. het advies van het college om aanbeveling 4 niet over te nemen en de reactie van de rekenkamer daarop de volgende vragen:
1. Kan het college toelichten waarom de rekenkamer tijdens het onderzoek niet geïnformeerd is over het bestaan van een ‘Ongevallenrisico viewer’, zodat dit in de conclusies en aanbevelingen meegewogen had kunnen worden? 2. Bij de Programmabegroting 2026 heeft het college op de vraag naar het relatief hoge aantal ongevallen met letsel geantwoord: "Het relatief hoge aantal letselongevallen komt vooral voor op drukkere 30 km/u-wegen zonder vrijliggende fietspaden en op rotondes. Dit komt door menging van verkeersstromen en intensief gebruik. Deze inzichten worden actief betrokken bij onze aanpak, bijvoorbeeld via GOW30-maatregelen op de Kerkweg/Veenweg in Nootdorp. Daarbij worden wegen met een gebiedsontsluitende functie en gemengd verkeer fysiek ingericht als geloofwaardige en veilige 30 km/u-wegen, conform landelijke richtlijnen." Kan het college ons meenemen in hoe het tot deze conclusie gekomen is? Speelt de genoemde ‘Ongevallenrisico viewer’ hierbij een rol? Gaarne toelichten zodat de raad kan wegen hoe deze conclusie tot stand gekomen is en hoe robuust deze conclusie is. 3. "De rekenkamer wijst de raad erop dat ondanks de analyses die het college doet, tijdens het rekenkameronderzoek onvoldoende duidelijk is geworden wat de oorzaak is van de verkeersonveiligheid.
Dat geldt met name voor het hoge aantal ongevallen met letsel op wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u." Is voor het college voldoende duidelijk wat de oorzaak is van de verkeersonveiligheid? Kunt u dit toelichten?
Andere vragen: 4. Bij aanbeveling 1 aan de raad staan acties waar het college een (uitvoerende) rol in heeft: "Organiseer periodieke sessies waarin ambtenaren de raad informeren over de nieuwste inzichten en ontwikkelingen. Stel een systematische aanpak in voor het monitoren en rapporteren van de voortgang en effectiviteit van verkeersveiligheidsmaatregelen." Gaat het college dit doen, en hoe? 5. Aanbeveling 2 aan de raad is: "Formuleer op voorstel van het college een eenduidige visie voor verkeersveiligheidsbeleid." Kan het college een dergelijk voorstel maken? Wat heeft het college nodig om zo'n voorstel te maken?
6. Aanbeveling 3 aan de raad is: "Stel op voorstel van het college structureel meer budget beschikbaar voor (kleinschalige) verkeerskundige aanpassingen." Kan het college aangeven hoeveel extra budget nodig is? Is het mogelijk en zinvol om de raad meerdere keuzes voor te leggen m.b.t. hoeveel meer budget? Past dit binnen de huidige begroting? 7. In het Raadsvoorstel van het Presidium lezen we op blz. 2 dat rekenkamer twee aandachtspunten meegeeft aan de raad. We zien in het rapport één aandachtspunt staan in de laatste alinea op blz. 15. Wat is het tweede aandachtspunt? 8. De raad heeft ook de rapportage over verkeersveilige schoolroutes ontvangen. Kunnen we dat bij de bespreking van dit onderwerp betrekken?
Met vriendelijke groeten, Rogier van Aken Fractielid van buiten de raad CDA Pijnacker-Nootdorp