CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beeldvormende vragen CDA – Nota visie financieel beleid

Raad Oordeelvorming 4 december 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen516 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beeldvormende vragen CDA – Nota visie financieel beleid

Nota Financieel beleid Pijnacker-Nootdorp 2025 1) Onze gemeente kiest voor een reëel en structureel evenwicht conform de BBVrichtlijnen en hierbij de inzet van het surplus van 10% van de algemene reserve niet standaard te benutten en deze wettelijke mogelijkheid alleen in te zetten als laatste mogelijkheid. Vragen: - Welke criteria worden gehanteerd bij het bepalen van wat de laatste mogelijkheid is. - Wat is bepalend voor het al dan niet inzetten van deze mogelijkheid. - Is de verwachte financiële situatie vanaf 2028 één van die laatste mogelijkheden? 2) Er is géén indexatie van toekomstige investeringsbudgetten in onze begroting. Voor de toekomst zal verkend worden of dit uitgangspunt dient te worden aangepast. Vragen: - Wanneer gaat die verkenning plaatsvinden en wanneer wordt de raad hierover geïnformeerd? - In welke orde van grootte liggen de (budgettaire )gevolgenindien wel indexatie van toekomstige investeringsbudgetten in onze begroting wordt toegepast? 3) Tarieven OZB worden geïndexeerd conform gehanteerde percentage in de Meicirculaire gemeentefonds. Vraag: Wat is de reden dat voor de indexering niet de rekentarieven van het Rijk worden gehanteerd? Wat dat zijn de budgettaire gevolgen als die wel worden gehanteerd? 4) Integrale afweging van toekenning van middelen voor nieuw beleid vindt plaats bij de behandeling van de Kadernota.

Hoe de gemeente omgaat met nieuw beleid en de verwerking in de Kadernota is een lokale keus. Vraag: Graag een toelichting op de wijze waarop de gemeente hiermee omgaat. 5) De gemeente hanteert een realistische planning voor de investeringsagenda waarbij de prioritering past binnen de balans tussen ambities en de beschikbare mensen en middelen. Dit is een lokaal uitgangspunt. Vragen: - Jaarlijks wordt een omvangrijke bedrag van de investeringen doorgeschoven. Is dat geen reden om dit lokale uitgangspunt te verlaten - Welke andere uitgangspunten kunnen hierbij worden gehanteerd? 6) Als ratio voor het weerstandsvermogen hanteren wij een streefwaarde van 1,4 en een minimum van 1,0. Dit is een lokale keus.

Vragen: - Heeft het college overwogen om een maximum voor deze ratio te hanteren? - Als er een maximum gesteld zou worden is dan een ratio van 2 een verantwoorde keuze en zo niet welk percentage dan wel? - In samenhang met onze eerste vraag: is de omvang van deze ratio een criterium voor de inzet van de algemene reserve en zo nee, waarom niet en zou dit niet wenselijk zijn bij een omvangrijk negatief saldo? 7) De inflatiecompensatie vanuit het Rijk is de afgelopen jaren te laag geweest. Dit komt doordat die compensatie in mei wordt berekend en daarna niet meer wordt aangepast, ook niet als de inflatie uiteindelijk hoger uitvalt. Vraag: Is dat geen reden voor het hanteren van een meer realistische raming, bijvoorbeeld de (bijgestelde) CPB-raming? 8) in de nota staan uitgangspunten vastgelegd voor instellen, aanwenden, muteren en afsluiten van reserves en voorzieningen. Vraag: Kan een uitgangspunt opgenomen worden die betrekking heeft op een overschot in de reserve, bijv. in het geval dat de reserve een hoger bedrag bevat dat redelijker wijs en voorzienbaar nodig is? Zo nee, waarom niet? Zie ook vraag 1 bij de Nota Reserves en voorzieningen 2026-2029

Met vriendelijke groet, Anne Volkers CDA-fractie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16248000/1