Beeldvormende vragen CDA - Nota Grondbeleid 2024-2028
Tekst van het document
Beeldvormende vragen fractie CDA b. Nota Grondbeleid 2024-2028 1. Het uitgangspunt van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is een situationeel grondbeleid, waarbij per situatie een afweging wordt gemaakt welke vorm van grondbeleid het meest geschikt en noodzakelijk is. In hoeverre is situationeel grondbeleid nu echt een kader voor het college? Aangezien dit beleid 'te beschouwen [valt] als een keuze die gemaakt wordt tussen de verschillende vormen?' 2. Hoeveel gevallen van verkoop van snippergroen zijn er in de periode dat het vorige (actuele) grondbeleid gold geweest? Is de ervaring bij het college dat de verkoop van snippergroen in het verleden ten koste is gegaan van de groene ambities van de gemeente? 3. U stelt voor dat voor enkele functies wordt gekozen om de gronden in erfpacht uit te geven, zodat het eigendomsrecht bij de gemeente blijft om de regie over de betreffende grondposities te kunnen behouden. Kan het college een inschatting maken van het animo uit de markt en van maatschappelijke partijen en of dat kleiner wordt bij erfpacht? Kunnen we de tabel op pag. 18 ook beschouwen als situationeel? 4. Op pag. 18 van de bijlage (Nota grondbeleid 2024-2028) staat dat dat de gemeente voor sportvelden of gebruik van gronden met commercieel oogmerk en/of winstoogmerk (bijv. windparken/exploitatie zonneparken) inzet op verhuur (voor bepaalde tijd).
In de Nota Grondprijzen 2024-2025 (pag. 11) valt daarop te lezen dat verhuur van gemeentegrond 'naar zijn aard kortdurend [is], maximaal vijf jaar.' In hoeverre acht het college de genoemde gronden, bijv. voor sportvelden of gebruik van gronden met commercieel oogmerk en/of winstoogmerk, geschikt voor verhuur? En in hoeverre ziet het college de vijfjaarstermijn als belemmering? Indien niet het geval, waarom niet? Met vriendelijke groet, Janno Meijer Fractievoorzitter CDA Pijnacker-Nootdorp