Beeldvormende vragen CDA - Definitieve uitwerking (burger) participatie*
Tekst van het document
Beeldvormende vragen fractie CDA 5a. Definitieve uitwerking (burger)participatie, met presentatie 1. Waarom wordt er voorgesteld om het nieuwe beleid in te laten gaan per 1 oktober 2023? Kan het beleid niet al na de zomer in werking treden zodat inwoners, raad en organisatie, vooruitlopend op de Ow, alvast nader geoefend kan worden met het nieuwe beleid? 2. In hoeverre is het college bekend met de bruikbaarheid van de Handreiking participatie voor initiatiefnemers (Pijnacker-Nootdorp denkt mee!) nu er maar 1 formele zienswijze is ingediend en er op de participatiebijeenkomst slechts 17 inwoners zijn afgekomen? Op welke wijze is de bruikbaarheid vastgesteld? 3. In het raadsvoorstel valt te lezen dat inwerkingtreding per 1 oktober 2023 de organisatie gelegenheid geeft om de implementatie goed voor te bereiden en nieuwe participatieadviseurs te werven. In het stuk wordt echter niet gevraagd om extra financiële middelen. Wat let het college om niet nu al nieuwe participatieadviseurs te werven? 4. Er wordt voorgesteld om het beleid na twee jaar ervaring te gaan evalueren met de raad. Waarom is voor deze termijn gekozen, ondanks de door het college benoemde kanttekeningen t.a.v. fine tuning van het beleid? 5.
Hoe voorkomt het college dat grote projecten straks worden opgeknipt in kleinere projectjes, zodat er minder participatie nodig is? Hierbij valt te denken aan initiatiefnemers die de zgn. mazen gaan zoeken om minder te hoeven doen? Hoe wordt bewaakt/getoetst dat er op het grotere geheel wordt beoordeeld?